De illusionist

De kosten voor massamigratie zijn veel hoger dan de kosten van grenscontroles:“Een realistische raming van de kosten komt uit op een jaarlijks bedrag van twee tot vijf miljard euro. … De kosten van de opvang en verzorging van asielzoekers werd onlangs op 20 miljard euro per jaar geschat.” Een Duits instituut voor economisch onderzoek heeft deze berekening voor Duitsland gemaakt. Zo valt te lezen in Elsevier. Die 5 miljard euro steken schril af tegen de ‘alarmistische’ geluiden dat gesloten grenzen, zeer duur zouden zijn.

mindfuckIllustratie: www.burovoormuziek.nl

Nu komen er ieder jaar vluchtelingen, maar niet ieder jaar evenveel. In 2015 zullen de kosten verbonden met asielzoekers voor Duitsland best 20 miljard euro zijn geweest. Maar hoe hoog waren ze in 2014 en hoe hoog zullen ze in 2020 zijn? Het gaat mij niet om de bedragen en of die kloppen of niet. Zet twee economen in een ruimte en laat ze hiervoor een berekening maken en je krijgt drie verschillende uitkomsten.

De vraag die dit artikel oproept is van een andere orde. Met welk doel ‘vergelijk’ je de kosten van grenscontroles met die van de opvang en verzorging van asielzoekers? Welke suggestie wil je hiermee wekken? Zeker omdat het Duitse ‘berekeningen’ betreft en voor Nederland kan en zal dat heel anders liggen.

Wat is de relatie tussen het sluiten van grenzen en de opvang en verzorging van vluchtelingen? Willen grenscontroles zeggen dat vluchtelingen het land niet meer inkomen? Want dat is wat het artikel lijkt te suggereren. Nu hebben we na de Tweede Wereldoorlog een lange periode met grenscontroles gehad. In die tijd kwamen er ook vluchtelingen, denk onder andere aan de Hongaarse, de Tsjechoslowaakse en de Vietnamese.

Is het niet veeleer zo dat de kosten van grenscontroles bovenop die voor de opvang en verzorging van vluchtelingen komen? Tenzij we géén vluchteling meer toelaten. Dan moeten wel de internationale verdragen rondom de omgang met vluchtelingen worden opgezegd en onze wetgeving daaromtrent worden aangepast. En als alle landen dit doen, dan zit iedereen vast in het eigen land? Wat doen we dan als de dijken breken?

“Wahn ist kurz, die Reu ist lange,(kort is de illusie, lang de spijt)” aldus de Duitse dichter Friedrich von Schiller. Hoe lang en groot zou de spijt zijn als blijkt dat na het sluiten van de grenzen er ook vluchtelingen blijven komen. We moeten immers iedereen die zich aan de grens meldt en asiel aanvraagt, gewoon in procedure nemen. Dus ook worden opgevangen en verzorgd. Dan zitten we met dubbele kosten. Wat zou Elsevier willen bereiken met een dergelijk artikel? Toch oppassen voor de illusie die Elsevier lijkt te suggereren?

Restjesmensen

“Ze lopen beiden dezelfde gezondheidsrisico’s, ze maken dezelfde inschattingsfouten ten aanzien van pensioen en langleven, en ze hebben dezelfde inkomensbescherming nodig.” Zo valt te lezen in de column van Sandra Phlippen. Ze, dat zijn werknemers en ZZP’ers. Zij houdt een pleidooi voor het anders kijken naar de arbeidsmarkt, omdat de Wet werk en zekerheid mislukt lijkt. Daarom adviseert zij minister Asscher: “Begin eens bij de vraag wat een arbeidsmarkt is: een markt waar taken te doen zijn en waar arbeidskrachten voor nodig zijn met de juiste vaardigheden. Voor het uitvoeren van die taken moet een fatsoenlijke prijs worden betaald. Van die prijs moet worden meebetaald aan een sociaal stelsel waar we in meerderheid achterstaan.”  

Bacon

Illustratie: izquotes.com

Francis Bacon zei het al:“A prudent question is one half of wisdom.” Dus een goede suggestie van Phlippen om eerst eens goed te definiëren en het probleem te beschrijven, alvorens te komen met oplossingen. Maar zouden we dan niet nog wat verder moeten doorvragen? Zouden we ons dan niet ook moeten afvragen waarom we een arbeidsmarkt nodig hebben? Of sterker nog, waarom hebben we arbeid nodig? Of anders geformuleerd, moeten we wel arbeiden? Of nog anders geformuleerd, en steeds dichter bij de kern komend, wat is de rol van arbeid in het leven? Leven we om te werken of werken we om te leven?

Het antwoord op die vraag, is heel bepalend voor het vervolg. Als we leven om te werken, staat werk centraal en moet er werk bij iedere mens worden gezocht. Zonder werk is een leven dan immers zinloos. Is dit niet de manier waarop er nu naar het leven wordt gekeken? Zonder werk neem je immers niet deel aan de samenleving? Je bent, volgens de Italiaanse filmmaker Giorgio de Finis, een ‘restjesmens’. Een begrip dat hij gebruikte in de Tegenlicht documentaire De Man door Europa. ‘Restjesmensen’ hebben geen waarde, ze horen er niet bij en men wil ze ook het liefst niet zien. “Globalisering leidt tot een mensheid die voor de vuilnisbelt bestemd is”, aldus De Finis

Werken we om te leven, dan staat leven centraal en moeten we kijken hoe we leven voor iedereen mogelijk kunnen maken. En vervolgens moeten we dan kijken wat we met z’n allen moeten doen, om dat leven mogelijk te maken en hoe we de lasten daarvan verdelen. Zou dat een veel rustigere wereld kunnen opleveren? Een wereld die rekening houdt met de ecologische grenzen? Een wereld waarin een product wordt ontwikkeld voor een gebruiksdoel en niet als bezitsdoel of als middel om geld mee te verdienen. Voor wat de filosofe Hannah Arendt, in haar boek The Human Condition, de primaire waarden noemt? Een wereld waarin iedereen wordt gezien en dus zonder ‘restjesmensen’.

Rechtsvacuüm

Als iemand een misdaad pleegt en hij wordt opgepakt, dan moet een rechter of rechtbank zich over de zaak buigen en namens de samenleving een uitspraak doen. En hierbij is de verdachte onschuldig totdat de rechter anders oordeelt. Dat moet ook gelden voor iemand die van terrorisme wordt verdacht. Dat is een van de fundamenten van een zichzelf respecterende rechtstaat.

G bayFoto: www.politifact.com

In Dagblad de Limburg stond een uitspraak van de republikeinse voorman in het Huis van Afgevaardigden Paul Ryan“ Het is in strijd met de wet en het blijft in strijd met de wet om terreurgevangenen naar Amerikaanse grond over te brengen.” Wat doe je als mogendheid die wereldwijd actief is tegen terroristen en je pakt er eentje op? Hoe zorg je er dan voor, dat die terrorist een eerlijk proces krijgt? Dat kan op deze manier nooit door een Amerikaanse rechter. En waar zet je die in het gevang? De terrorist mag de VS immers niet in.

De regering Bush richtte hiervoor de gevangenis op Guantanamo Bay in. Een Amerikaanse basis, geen Amerikaans grondgebied en geen wetgeving van enig ander land. Er golden en gelden immers geen regels, een rechteloos gebied. Nu wil president Obama zijn verkiezingsbelofte uit 2008 nakomen en deze gevangenis sluiten. Daardoor kan de gevangen terrorist nergens naar toe.  Ryan wilde gevangenis daarom open houden. Maar hoe verhoudt het hebben van een gebied waar mensen rechteloos zijn, zich met het zijn van een rechtstaat?

In een normale oorlog moeten landen zich ook aan ‘wetten’ houden, namelijk Geneefse conventies. Nu zien de Verenigde Staten de strijd tegen het terrorisme wel als een oorlog, maar van een bijzondere soort. Het is immers geen strijd tussen landen en dat is waar de Geneefse conventies voor bedoeld zijn. Omdat zij terroristen niet zien als ‘reguliere’ soldaten, zien zij terroristen ook niet als krijgsgevangenen. En daar is wat voor te zeggen. Maar hoe moet je terroristen dan zien?

Als het geen soldaten zijn, moet je ze dan niet zien als burgers en ook zo behandelen? En wat doen we met burgers die wetten overtreden? Die bijvoorbeeld moorden plegen? Worden die niet door de civiele rechter berecht? Zou dat niet ook voor van terrorisme verdacht personen moeten gelden? Creëren de VS zo niet een rechtsvacuüm? Is een rechtsvacuüm niet strijdig met de grondbeginselen van een rechtstaat?

Zou het een zichzelf rechtstaat noemend land niet sieren als het rechteloze gebieden afschaft en rechtsvacuüms opheft? Is het handhaven van de principes van een rechtstaat niet de eerste en belangrijkste stap in de strijd tegen onrecht zoals terrorisme?

Assumption is the mother of all fuck ups

“Gemeenten zijn de meest nabije overheid en zij kunnen het beste de zorg voor mensen organiseren.” Een zin uit de column van Tof Thissen, de algemeen directeur van UWV Werkbedrijf en vaste columnist in Dagblad De Limburger in zijn column van zaterdag 20 februari 2016. Veel mensen zullen zich kunnen vinden in deze zin. In de diverse media is dit immers zeer vaak gezegd, politici hebben er jaren op gehamerd. Sterker, deze zin vormt de basis voor de grote decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn erop gebaseerd.

assumption

Illustratie: www.orakels.net

Maar iets roepen en herhalen, maakt het nog niet tot een feit. Is de gemeente wel de meest nabije overheid? Als ‘meest nabij’ wordt uitgelegd als kleinste schaal (na provincie en Rijk) dan klopt het. Maar wat als we naar de opkomst bij verkiezingen kijken? Trekken landelijke verkiezingen niet steevast meer kiezers? Zou dat kunnen duiden op grotere nabijheid bij mensen? Hoe bepalen we wat ‘meest nabij’ is?

De redenering van Thissen suggereert ook dat er een relatie is tussen nabijheid en het organiseren van zorg. Hoe nabijer, hoe beter de zorg is die georganiseerd wordt. Uiteindelijk zou ik dan de beste zorg voor mijn vrouw en kinderen kunnen organiseren. En als ik nergens naar zou hoeven te kijken en alles wist, dan zou er een leger aan zorgverleners klaar staan. Laten we zeggen een compleet ziekenhuis met alle kennis en kunde van de wereld. Net zoals mijn buurman dat ook zou doen voor zijn gezin.

Zou het niet slimmer zijn om zoiets op wat meer afstand te organiseren? Basiszorg in de wijk of het dorp. Een ziekenhuis op regionale schaal. En specialistische zorg, zoals het Antonie van Leeuwenhoek, op landelijke schaal? Zou zo’n meer afstandelijke organisatie niet tot betere zorg kunnen leiden?  Is de overheid die het meest nabij is ook het beste in staat om zorg voor mensen te organiseren? Brengt beleid, en dat is wetten opstellen, op basis van zo’n aannames niet risico’s met zich mee? Zijn we ons bewust van die risico’s? Zit nabijheid trouwens niet veeleer in de zorgverleners persoonlijk?

Bij zo’n aannames moet ik altijd denken aan de film Under Siege 2: Dark Territoriry, een film met actieheld Steven Seagal in de hoofdrol. Het karakter van Seagal lijkt onder de trein te zijn gekomen, maar als er toch nog bad guys dood worden gevonden, vraagt het personage gespeeld door de acteur Al Sapienza of ze het lijk hebben gezien. ‘Ik zag hem vallen en ik zag bloed, dus ik nam aan dat ….’  Waarop Sapienza’s personage de volgende legendarische uitspraak doet: “Assumption is the mother of all fuck ups!” 

Een pleidooi voor bureaucratie

Een van de zaken waar Groot Britannië binnen de Europese Unie wat aan wil doen, is het verminderen van de bureaucratie en dus de regels. Die werken immers verstikkend, hinderen ondernemers en zorgen er zo voor dat de verdiencapaciteit voor bedrijven  flink slinkt. De Britten staan daarin niet alleen, ook in Nederland wordt steen en been geklaagd over de Brusselse regelzucht. Goed dus dat daarvoor aandacht is en dat bureaucratische belemmeringen worden weggesneden. Dit leidt tot meer ruimte, meer ondernemen en dus meer economische groei.

chang

Illustratie: www.flipkart.com

Tot zover de populistische opvatting over regelgeving en bureaucratie. Een opvatting die veel aanhang heeft. Laten we er eens op een andere manier naar kijken. Met de ogen van de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang. Die haalt in zijn boek 23 Dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme een voorbeeld aan van een zakenblad dat zich erover verbaasde dat “… hoewel er tot wel 299 vergunningen nodig waren van wel 199 instanties om in het land een fabriek neer te zetten, Zuid-Korea in de drie voorafgaande decennia met 6 procent was gegroeid.” Flinke groei met zeer forse regelgeving. Aan de andere kant: “Daarentegen hadden veel ontwikkelingslanden in Latijns Amerika en Afrika bezuiden de Sahara in deze drie decennia hun economieën gedereguleerd… . Maar op raadselachtige wijze groeiden zij in de voorafgaande twee decennia, toen werd aangenomen dat ze belemmerd werden door excessieve regulering.” Meer regels met als resultaat meer groei en minder regels met als resultaat minder groei? Vanwaar dit vreemde, niet in het ‘bureaucratie snijden’ discours passende resultaat? Hoe kunnen we dit verklaren?

Chang geeft de volgende antwoorden. Als eerste stappen ondernemers over die regels heen als er aan het einde maar voldoende te verdienen is.  Daar komt, volgens Chang, bij dat veel van die regels goed zijn voor de bedrijven. Veel van die regels beperken de winst op korte termijn, maar behouden winstkansen op lange termijn. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat hulpbronnen niet worden verwoest. Denk bijvoorbeeld aan vangstquota in de visserij. Ook kan regelgeving bedrijven dwingen dingen te doen die niet in hun individueel belang zijn, maar die op den duur wel de productiviteit van de hele bedrijfstak vergroten. Bijvoorbeeld investering in de training van medewerkers.

Regels helpen aldus Chang: “Alleen als we dat onderkennen, kunnen we zien dat het niet om de absolute hoeveelheid regels gaat, maar om wat ermee beoogd wordt en wat ze behelzen.” Toch maar voorzichtig zijn met het schrappen van regels?

De paradox van de miljardairsfilantropie

Stel je wilt filantroop worden. Waaraan kun je dan het beste je geld uitgeven? Die vraag heb ik enige tijd geleden besproken, aan de hand van het boek Doing Good Better van William Macaskill. Ik moest hieraan denken toen ik het pleidooi van Maite Vermeulen bij de Correspondent las, of eigenlijk beluisterde. Vermeulen komt namelijk met een ‘goed doel’ dat volledig buiten de de scope van Macaskill, maar ook van de filantropische miljardairs als Zuckerberg en Gates ligt.

Maite VermeulenFoto: twitter.com

Vermeulen pleit, op basis van gesprekken met slumbewoners, voor bureaucratie. Ze pleit voor een goed werkend kadaster dat eigendommen registreert, een goed werkende belastingdienst die ervoor zorgt dat de verschuldigde belasting wordt geïnd, voor bouw en woningtoezicht dat ervoor zorgt dat er degelijk en veilig wordt gebouwd. Ze zou ook nog de arbeidsinspectie, gezondheidsinspectie, een goed openbaar ministerie, betrouwbare politie en goede rechtspraak kunnen noemen. Eigenlijk voor al die zaken die wij zo gewoon vinden en waarvan we soms ‘hinder’ ondervinden. Allemaal zaken die we kunnen vatten onder het Engelse begrip Rule of Law, de heerschappij van de wet. Een begrip dat inhoudt dat iedereen voor de wet gelijk is en ook als zodanig behandeld wordt.

Even terug naar die filantropische miljardairs. Eentje ervan, Bill Gates, was enkele weken geleden in Nederland op bezoek. In een interview met de Volkskrant vertelde hij dat hij zich richt op de armsten van de wereld. En een van de manieren waarop hij dat doet, is onderzoek naar bijvoorbeeld schone energie. Gates: “We hebben twintig landen zover gekregen dat zij hun onderzoeksbudget hebben verdubbeld. Natuurlijk steunen we start-ups overal ter wereld die een doorbraak op het gebied van schone energie weten te forceren. Maar als we moeten kiezen, zullen we eerder investeren in landen waarvan de overheid heeft meegedaan aan de budgetverdubbeling.”

Stel Maite Vermeulen begint een project gericht op de opbouw van Rule of Law en ze klopt bij Gates aan voor financiële ondersteuning. Zou Gates, of een van die andere miljardairs, dit financieren? Zouden zij de opbouw van belastingdiensten, kadasters, rechtbanken, arbeidsinspecties, bouwtoezicht en dergelijke steunen? Wetende dat juist hun bedrijven profiteren van het ontbreken hiervan. Wetende dat juist hun bedrijven in de VS en Europa lobbyen voor het behoud van allerlei schimmige belastingconstructies en tegen overheidsbemoeienis.

Een paradox voor de miljardairsfilantropie: help je mensen en landen ook als dat ten koste gaat van het eigen- of bedrijfsbelang?

Van de regen in de drup

De Nederlander krijgt het druk. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is bedoeld om veel meer ondersteuning en zorg door vrijwilligers en mantelzorgers te laten verrichten. Dit om alles betaalbaar te houden.

Stress

Illustratie: 855winthecase.com

Nu wordt er ook gewerkt aan een nieuwe Omgevingswet waarin de overheid zich ook terugtrekt. Wil je iets bouwen, dan moet je draagvlak zoeken. Dit klinkt mooi, maar heeft ook een andere kant. Wil je voorkomen dat iets wordt gebouwd, dan moet je dat ook zelf organiseren. Martin Sommer omschreef het in de Volkskrant als volgt: “Van de omgevingswet moeten we straks, als we vader zijn steunkousen hebben uitgetrokken, naar het buurthuis om de plannen van de projectontwikkelaars te bespreken.”

Maar daarmee zijn we er nog niet. In diezelfde Volkskrant stelt Frank Kalshoven vast: dat Nederland er lekker van zou opknappen als we erin zouden slagen het totaal aantal gewerkte uren te laten toenemen.” Zo krijgen we meer inkomen om bijvoorbeeld een energietransitie te betalen, vluchtelingen op te vangen, de AOW te verhogen, beter te eten en drinken of de schulden af te lossen. Heb je schoolgaande kinderen, dan verwacht de school dat je je actief inzetDat verwacht de sport- en/of culturele vereniging trouwens ook.

Sommer constateert:“De energieke burger is permanent bekaf.” En dat leidt weer tot meer ziekteverzuim en hogere ziektekosten. Ook krijgen de collega’s van de zieke het nog drukker, net als zijn sociale omgeving. Een neergaande spiraal.

Nederland zou lekker opknappen als er meer uren betaald worden gewerkt. Daarmee zullen veel economen en politici het eens zijn. Is het niet vreemd dat veel van diezelfde economen en politici zich ook kunnen vinden in die Wmo en de Omgevingswet? Vreemd omdat juist deze wetten leiden tot de vernietiging van banen? De Wmo omdat veel werk, en dus banen, als bijvoorbeeld huishoudelijke hulp worden geschrapt. Dat werk moet maar door vrijwilligers en mantelzorgers worden gedaan. Dit schrappen leidt tot minder betaalde uren en de druk op vrijwilligers en mantelzorgers zou ook wel eens tot minder betaalde uren kunnen leiden. En de Omgevingswet omdat hierdoor veel overheidsbanen en dus gewerkte uren verdwijnen. En zou het aantal gewerkte uren niet ook afnemen door de druk die zo op de burger wordt gelegd?

Raken we zo niet van de regen in de drup? Tijd voor herbezinning?

Zaaien en oogsten

Eigenbelang of hebzucht vervult een centrale rol in het economische denken. De ‘godfather’ van de economische wetenschap, Adam Smith verwoordde het zo: “Het is niet vanwege de welwillendheid van de slager, de brouwer of de bakker dat wij onze maaltijd verwachten, maar vanwege hun eigen belang. Wij doen geen beroep op hun menslievendheid, maar op hun eigenliefde en spreken nooit over onze noden, maar hun belangen. Alleen een bedelaar kiest ervoor om voornamelijk van welwillendheid van medeburgers afhankelijk te zijn.”

Die bakker verkoopt ons goed brood omdat we anders niet meer bij hem kopen, niet omdat hij zo graag goed brood maakt. Voor de bakkers onder de lezers, zo redeneerde Smith en tegenwoordig veel economen en politici. Ik zie ook een intrinsieke motivatie van Bakkerij Rutten om een een lekkere ‘Jocusmik’ te maken

RuttenFoto: https://www.facebook.com/BakkerijRutten

Op dit denken is een groot deel van onze samenleving gebouwd. Daarom is veel sociale wetgeving, zie bijvoorbeeld de Participatiewet, gebouwd op wantrouwen. Als het geld binnen is, zal de uitkeringsgerechtigde niet hard zoeken naar werk. Dus dat moet worden ‘afgedwongen’. Als je met een dergelijke bril naar de wereld kijkt, dan valt inderdaad op dat er mensen zijn die misbruik maken. De ‘brillendrager’ zal dat zien als een bevestiging van zijn gelijk. Wat hij niet ziet, is dat een veel groter aantal mensen geen misbruik maakt. Ziet hij dat wel, dan zal hij daarin ook een bevestiging zien van zijn gelijk. Dat goed gedrag wordt immers door de regels ‘afgedwongen’.

‘Zoals men zaait zo zal men oogsten’ luidt een Nederlands spreekwoord. Zouden we als we eigenbelang en hebzucht zaaien, door in onze regels uit te gaan van wantrouwen, niet ook eigenbelang en hebzucht en dus wantrouwen oogsten? De Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang ziet dit als een van de 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme. Hij zou het economisch stelsel op dit punt graag wat anders zien: “We moeten een economisch stelsel ontwerpen dat er weliswaar rekening mee houdt dat mensen vaak zelfzuchtig zijn, maar dat optimaal gebruik maakt van andere menselijke motieven en het beste uit mensen haalt.” 

Dat brengt mij bij de Braziliaanse ondernemer Ricardo Semler waarover ik al eerder schreef. Semler gelooft in de kracht van geluk en daar bouwde hij zijn bedrijf op. Voor hem staat vertrouwen centraal en hierdoor boort hij de kracht van mensen aan. Dat doet hij met succes. Laten hij en zijn medewerkers zo niet zien dat uitgaan van het goede in mensen goede resultaten oplevert? Zou uitgaan van het goede en dus vertrouwen in de sociale zekerheid betere resultaten opleveren? En wellicht tegen lagere kosten?

 

 

Wat de wet toestaat

Een column in de Volkskrant van de hand van Margriet Oostveen handelt over de Brabantse apotheker Paul Harder die zelf pillen draait. Dat mag en is een uitkomst voor menig patiënt. Zeker omdat Harder niet-gepatenteerde medicijnen op maat kan maken en medicijnen maakt waarvoor maar weinig klanten zijn. Hij maakt ook pillen voor adhd-patiënten die door psychiaters naar hem worden doorgestuurd. Dit betekent dat hij steeds meer pillen draait en nu heeft een farmaceut hem aangeklaagd omdat een medicijn voor 300 patiënten maken, grootschalig is en dat mag niet. “De Raad van State oordeelde intussen dat, zolang de Nederlandse wetgever niet precies formuleert wat kleinschalig is, de rechter de productie van Paul Harder inderdaad grootschalig mag noemen.” Zo schrijft Oostveen in het artikel.

MontesquieuIllustratie: www.boomfilosofie.nl

Hoe kleinschalig is kleinschalig? Een leuke vraag maar wat is het antwoord? De Raad van State redeneert dat zolang kleinschalig niet is omschreven, alles grootschalig mag worden genoemd. Een interessante redenering. Wat als ik een geneesmiddel nodig heb dat niet is gepatenteerd en ik maak het zelf? Dus voor één patiënt. Dan is dat ook niet kleinschalig volgens die redenering. Dus is alles grootschalig.

Als kleinschalig niet is gedefinieerd mag alles dus grootschalig worden genoemd. Wat een bijzondere redenering. Wat als we het omdraaien? Als alleen farmaceuten grootschalig medicijnen mogen produceren? Heeft de wet grootschalig wel omschreven? Ik denk het niet omdat een omschrijving van grootschalig meteen ook duidelijk zou maken wat kleinschalig is. Wat als de apotheker zich erop beroept dat wat hij doet kleinschalig is? Wat zou de reactie van de Raad van State dan zijn? Ik wil de deskundigheid van de Raad van State op het gebied van de interpretatie van wetgeving in het algemeen niet ter discussie stellen. Maar …

De Franse filosoof Montesquieu schreef: “Vrijheid is het recht om alles te doen wat de wet toestaat.” Zou de Raad in dit geval niet hebben moeten oordelen dat juist omdat het begrip niet is omschreven, zij in deze niet kan oordelen? Dat het handelen van Harder dus binnen de kaders van de wet valt? Want maakt de uitspraak van de Raad het zelf pillendraaien door apothekers niet onmogelijk?

Nationaliseer het onderwijs

Frank Kalshoven zou het interessant vinden als er een soort ‘franchise-formule’ zou komen die landelijk een paar honderd scholen zou exploiteren. Zo’n keten zou een landelijk trainingscentrum kunnen inrichten, wetenschappelijk kunnen experimenteren, schaalvoordelen benutten bij het inkopen van leermiddelen en ICT en beter personeelsbeleid kunnen voeren.  Die scholen zouden meer kwaliteit per euro kunnen leveren en de huidige scholen het goed lastig maken. Meer marktwerking dus. “Wat een walhalla zou dat kunnen zijn,” volgens Kalshoven in de Volkskrant.

FORTIS OVERNAME

Foto: www.nrc.nl

“Creatieve destructie, dat is precies wat het basisonderwijs nodig heeft,” dit concludeert Kalshoven. Creatieve destructie is een proces van voortdurende innovatie, waarbij door succesvolle toepassingen van nieuwe technieken, oude worden vernietigd. De auto die het paard met wagen verving bijvoorbeeld. Nieuwe plannen van staatssecretaris Dekker moeten het stichten van scholen aan de ene kant makkelijker maken en aan de andere kant het sluiten ervan als niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan.

Wat zouden de gevolgen van creatieve destructie via zo’n ketens zijn? Meer kwaliteit per euro kan, maar is dat een zekerheid? Hebben ervaringen in het MBO, HBO en WO niet laten zien dat het geld ook ergens anders aan kan worden besteed? Aan gebouwen bijvoorbeeld. Welk risico lopen ouders en kinderen als zo’n landelijke keten van bijvoorbeeld 200 scholen failliet gaat? Waar kunnen die kinderen dan onderwijs krijgen? Of moet dan de minister ingrijpen net zoals bij het ROC Leiden?

Leren ervaringen in ander sectoren, de financiële sector, de automobielindustrie enzovoorts, niet dat een markt alleen goed functioneert als er een sterke marktmeester is? En is dat niet juist de rol van de overheid. Moet de macht van die marktmeester niet toenemen naarmate de markt complexer is en dichter bij de mens zelf komt? Pleit dat dan niet voor een heel sterke onderwijsmarktmeester? Een meester die bovenop de markt zit?

Volgens Kalshoven zouden de franchise-scholen door hun omvang meer kwaliteit per euro leveren. Als dat zo is waarom dan niet één landelijke keten van scholen? Dan zou je toch de meeste kwaliteit per euro moeten krijgen?

En als we die sterke marktmeester en de kwaliteit per euro combineren. Zou dat er niet voor kunnen pleiten om deze taak te nationaliseren?