De Ballonnendoorprikker schrijft korte prikkelende columns, waarin kromme redeneringen, verhullend taalgebruik en rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak worden gesteld
Multicultureel, multiculturalisme, multiculturelativisme, woorden die centraal staan in een artikel van Gert Jan Geling bij ThePostOnline. Geling is op zoek naar een midden positie in het debat over de multiculturele samenleving.
Hij doet een poging om tot een middenpositie te komen tussen zij die alle culturen even veel waard vinden en zij die uitgaan van de superioriteit van een cultuur. Een positie die gebruik maakt van de voordelen van diversiteit en toch universele waarden benoemt. Geling pleit voor het promoten van: “model van de open samenleving als vrije markt van culturen en waarden.” Voor Geling is: “Het vellen van een oordeel over culturen .. bij uitstek het meest waardevolle aspect van diversiteit in een open samenleving waarbinnen diverse culturen naast elkaar bestaan.”
Maar waarin verschilt de positie van Geling met de positie van degene die rangorde aanbrengen en dus ‘superieure’ culturen benoemt? Want is het vellen van een oordeel over culturen niet hetzelfde als een rangorde aanbrengen? Doe je dat niet door als waarden botsen: “ … te streven naar universele waarden die breed gedeeld worden in de samenleving.” zoals Geling betoogt? Door te zoeken naar: “een dergelijke set van waarden … die als het ware als een moreel Esperanto functioneert op het gebied van waarden”?
Hoe bepaal je daar waar waarden botsen, welke keuze de juiste is voor dat ‘moreel Esperanto’? Als de waarde ‘individuele ontplooiing’ botst met ‘broederschap’, wat weegt dan het zwaarst? Bepaalt niet juist de keuze hiertussen, de culturele ‘rangorde’? En bijna net zo belangrijk, wie gaat dat bepalen?
Is de open samenleving te zien als ‘een vrije markt van culturen en waarden’? Is het niet veeleer een samenleving van individuen? Dat individu kan onderdeel uitmaken van een cultuur. En gaat het niet juist mis als we ‘moreel Esperanto’ afstemmen op culturen en hun botsingen? Mis, omdat dan het individu in de knel komt? In de knel tussen zijn ‘cultuur’ en ‘Gelings moreel Esperanto’? Zou het ‘moreel Esperanto’ niet de geldende wetgeving zijn?
“Jihadisten kopen geen boeken bij Bol.com en shoppen niet voor een rokje bij Wehkamp. Zij hebben het op de Nederlandse staatsveiligheid gemunt. Zij misbruiken de vrijheid die zij op internet hebben om ónze vrijheid om zeep te helpen.” Dit schrijven Tweede kamerleden Ockje Tellegen en Jeroen van Wijngaarden in de Volkskrant in een artikel waarin zij het wetsvoorstel Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten verdedigen.
De AIVD moet, volgens de twee VVD’ers, meer handvatten krijgen om terroristen en vooral jihadisten ook digitaal op te sporen. Want ook: ‘Online heeft een jihadist geen recht op privacy,’ zoals de kop boven het artikel leidt. Is het hierbij niet een probleem dat een terrorist (want er zijn ook terroristen die geen jihadist zijn) pas een terrorist is, als de rechter hem heeft veroordeeld? Voor die tijd is het hooguit een verdachte en die hebben ook rechten. Dat is nu juist het kenmerk van onze rechtstaat.
Daarmee kom ik bij de passage die ik aanhaalde. Of jihadisten niet bij bol.com winkelen, of bij de Wehkamp shoppen weet ik niet. Misschien koopt de jihadist de Koran wel bij bol.com en zijn legerbroek bij de Wehkamp? Wat een jihadist in ieder geval niet kan, is onze vrijheid om zeep helpen. Die macht heeft de jihadist niet.
Die macht heeft alleen onze volksvertegenwoordiging, de Tweede en Eerste kamer. Die kunnen wetten aannemen die onze vrijheid om zeep helpen of aantasten, wetten zoals de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Want hoe positief de VVD’ers ook spreken over deze wet, hij tast de vrijheid van mensen aan door gegevens te verzamelen. Gegevens waardoor iemand kan worden gevolgd, waardoor zijn contacten in beeld kunnen worden gebracht. Er kunnen goede, andere redenen zijn waarom de vrijheid op dit punt moet worden ingeperkt. Die andere reden kan in ieder geval niet zijn dat de ‘jihadisten onze vrijheden om zeep helpen’.
De beide Kamerleden zouden beter moeten weten. Of proberen zij zo te verhullen dat deze wet onze vrijheid aantast? Terroristen opsporen is lastig, zeker omdat het vaak early adapters zijn, goed op de hoogte van de nieuwste technieken. Dus ook van de mogelijkheden om de nieuwe maatregelen te ontwijken? In de grote bulk aan gegevens die straks mag worden verzameld, zal best iets interessants bij zitten wat naar een terrorist leidt. Zou het groter maken van de ‘hooiberg’ het makkelijker maken om die ‘speld’ te vinden?
Als werkloze en bijstandsgerechtigde word je flink achter de veren gezeten om betaald werk te zoeken. Om je daarbij te helpen is een hele ‘industrie’ opgezet. Als bijstandsgerechtigde kom je in aanraking met gemeentelijke werkcoaches of werkconsulenten, je moet allerlei trainingen volgen zoals sollicitatietrainingen en CV-pimpcursussen. Als werkloze moet je verplicht een aantal brieven schrijven, is er ondersteuning van re-integratiecoaches al dan niet ingehuurd.
“Haast geen enkele maatregel die het CPB is tegengekomen, leidt tot meer werkgelegenheid. Het ontzorgen van werkgevers als ze een arbeidsgehandicapte in dienst nemen? Geen effect. Ambtenaren bijscholen over wat wel en niet werkt? Geen effect. Intensievere samenwerking met uitzendbureaus? Onduidelijk wat dat doet.” De korte samenvatting in Trouw van de resultaten van dit activerende arbeidsmarktbeleid dat gemeenten en UWV loslaten op mensen zonder betaald werk. Trouw haalt het onderzoeksrapport Kansrijk arbeidsmarktbeleidvan het Centraal Planbureau aan.
‘Geen effect’ voor de lieve som van meer dan één miljard euro. Gemeenten ontvangen ruim €600 miljoen voor het activeren van bijstandsgerechtigden en het UWV geeft ruim €500 miljoen uit aan re-integratieactiviteiten voor werklozen en arbeidsongeschikten. Dus stoppen met al die inspanningen. Is het verbazend dat het geen effect heeft om mensen te begeleiden bij het zoeken naar werk, dat er niet is? Was er voldoende werk, dan zouden vele werklozen niet werkloos zijn. Als er tien werklozen zich voor één baan melden, wordt er hooguit één aangenomen. Daar kan geen CV-pimpcursus of sollicitatietraining wat aan veranderen. Zou het bovendien kunnen dat degene die voor die ‘trainingen’ de beste kans had, die na de trainingen nog steeds heeft?
Minister Asscher denkt er anders over: “Daarbij lijkt een effect van 0,1 procent niet veel, maar het gaat dan wel om zevenduizend banen.”Inderdaad is 7.000 banen niet niks. Alleen, wat kosten die banen? Landelijk wordt er ruim één miljard euro aan re-integratieactiviteiten uitgegeven. Dat is ruim € 140.000 per baan. Stel al die 7.000 gelukkigen ontvangen een modaal inkomen, in 2016 is dat € 36.000 bruto. Hiervan komt dus ook nog weer eens € 12.000 terug via belastingen en premies. Dus om iemand een baan met een inkomen van € 24.000 te bezorgen, wordt bijna zes keer zijn salaris uitgegeven? Hoe efficiënt is dit?
Natuurlijk is er nog een ander effect. Door dat miljard aan re-integratie te vertimmeren, zijn die vele consulenten, coaches en managers toch maar mooi van de straat. Die verdienen eraan. Maar hoe bevredigend is het, om werk te verrichten dat geen effect heeft? Om week na week een kuil te graven en met het zand uit die kuil de kuil van vorige week weer dicht te gooien?
‘Nederland is een verzorgingsstaat en daarin zijn we veel te ver doorgedraaid. Zo ver dat mensen geen initiatief en verantwoordelijkheid meer nemen. Niet voor het schoon en sneeuwvrij houden van hun eigen stoepje. Niet meer voor het poetsen van het huis van je oude moeder, als die het zelf niet meer kan. Heb je geen werk dan houd je je hand op want je hebt immers recht op die uitkering. In dit land word je van wieg tot graf verzorgd. Heb je ergens een probleem, maak je geen zorgen de overheid neemt het van je over en lost het op. Hoog tijd dat daar iets aan wordt gedaan. Dat mensen weer zelf verantwoordelijkheid nemen, dat de werkloze van die bank komt en wat gaat doen, al is het in eerste instantie vrijwillig. Dat die oudere zelfredzaam blijft en zich inzet voor een ander. Dat kinderen en buren verantwoordelijkheid nemen voor ouders en buurtgenoten. Of eigenlijk dat we verantwoordelijkheid nemen voor elkaar. Maar niet alleen voor elkaar, ook voor onze leefomgeving. Die moeten de bewoners zelf schoon, veilig en heel houden. Dat er niet zoveel naar de overheid wordt gekeken. Dat we een participatiesamenleving worden waarin ieder zijn steentje bijdraagt, het liefst via betaald werk want dan participeer je pas echt.’
In iets meer dan tweehonderd woorden staat hier het nu populaire discours beschreven. Een discours dat is, en wordt vertaald in steeds meer wetten. Zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet en de Jeugdwet. Maar wat als dit, zowel de ‘verzorgingsstaat’ als de ‘participatiesamenleving’ frames zijn. Brillen waarmee we naar de wereld kijken? Neem bijvoorbeeld de brief van de voorzitters van DWARS, ROOD, de Jonge Socialisten en FNV Jong in de Volkskrant. Een brief die ze afsluiten met de woorden “Het zijn jongeren die vol willen meedraaien in de maatschappij. Werkgevers, maak geen misbruik van hun positie door ze tegen stageloon, of zelfs tegen helemaal geen loon, in te zetten om productief werk te doen. Neem ze aan, gun ze een goede start van hun carrière!” Woorden uit een betoog dat ademt dat je alleen met betaald werk participeert in de samenleving en zij zijn niet de enigen.
Een andere bril
‘De sociale wetgeving zoals die vanaf de Noodwet ouderdomsvoorziening, later uitgebouwd tot de Algemene ouderdomswet (AOW), van Drees is opgebouwd, was en is bedoeld om mensen in hun kracht te zetten. Om mensen in lastige situaties, zoals werkloosheid, hun onafhankelijkheid en zelfstandigheid te laten behouden zodat ze ook in die lastige situaties als vrij persoon kunnen blijven deelnemen en handelen. Dat ze niet afhankelijk worden en blijven van de goedertierenheid van hun kinderen, buren of kerkgenootschap. Dat ze, zoals dat tegenwoordig heet, volwaardig kunnen blijven participeren in de samenleving.’
Zouden deze bijna negentig woorden, de bril kunnen zijn waarmee vanaf de jaren vijftig is gebouwd aan een wetgevingsstelsel dat nu ‘verzorgingsstaat’ wordt genoemd? Is de kern hiervan niet de zelfstandigheid van het individu om zelf zijn leven in te richten? Ter verdediging van die ‘Noodwet van Drees’ zoals hij werd genoemd, sprak premier Drees de hoop uit dat deze moest uitgroeien: “… tot een regeling, die vaste rechten geeft, vaste rechten, die een redelijk zelfstandig bestaan kunnen waarborgen.” Met soortgelijke woorden kondigde de koning bij de Troonrede in 2013 de ‘participatiesamenleving aan: “In deze tijd willen mensen hun eigen keuzes maken, hun eigen leven inrichten en voor elkaar kunnen zorgen.”
Meer overeenkomst
Ook in de manier waarop georganiseerd wordt, zijn verrassende overeenkomsten te zien. Neem het organiseren van de gezondheidszorg, de zorg voor de jeugd en de ondersteuning van individuen en gezinnen. Er wordt gewerkt met wijkteams die kort op de problemen moeten zitten, zonder ze over te nemen. Die moeten werken aan het weerbaar maken van het individu en het gezin en die hierbij de buren en familie betrekken. Die alert moeten zijn op problemen en die zo vroeg moeten signaleren, dat er snel wat aan gedaan kan worden. Die in de haarvaten van de samenleving moeten zitten. Die voor de bewoners van de wijk het logische aanspreekpunt moeten zijn als ze ergens mee zitten. Zo wordt inhoud gegeven aan de participatiesamenleving. Maar dit lijkt ook verdacht veel op de wijkzorg die vanaf de jaren vijftig tot in de jaren tachtig actief was. Die was opgebouwd als een onderdeel van de nu vervloekte ‘verzorgingsstaat’. Hoe verhoudt dit zo vroeg mogelijk, liefst al voor de geboorte, signaleren van problemen, en het in de haarvaten van de samenleving zitten, zich eigenlijk tot die eigen verantwoordelijkheid en de terugtredende overheid?
Hetzelfde doel, dezelfde middelen maar toch een heel ander frame, een heel andere kijk op de wereld. ‘Als eenzelfde aanpak geschikt is, wat maakt dat frame, die bril of kijk dan uit’, zou je kunnen vragen. Zou het voor een werkloze medemens wat uitmaken of hij wordt gewantrouwd als een ‘luie uitvreter’, iemand die de kantjes ervan afloopt en die profiteert van het ‘zuurverdiende’ geld van anderen, als een potentieel fraudeur? Of…, omdat hij buiten zijn schuld om, zijn baan heeft verloren, een lot dat ons allemaal kan treffen; dat hij nu even financiële hulp nodig heeft om zichzelf, en eventueel zijn gezin, deze moeilijke tijd te laten overleven; dat we weten dat hij er alles aan zal doen om zo snel mogelijk weer in zijn eigen levensonderhoud te voorzien? Zou het voor een hulpbehoevende oudere uitmaken of hij als een kostenpost wordt gezien, waarvan de kosten zo laag mogelijk moeten blijven; als een last voor zijn familie, buurt en samenleving; en ook als een mogelijke fraudeur of profiteur? Of dat hij wordt gezien als een mens die door ongemakken is getroffen en daarom onze hulp nodig heeft; als een persoon en mens die iets bijdraagt gewoon door er te zijn? Zou dat verschil maken? Als dat verschil maakt, welke boodschap zendt de overheid dan nu uit?
‘Gans’ Anders
Even terug in de tijd. Bij de bouw van wat nu de ‘verzorgingsstaat’ wordt genoemd, werkten liberalen, sociaal-democraten en christen-democraten (al waren die toen verdeeld over meerdere partijen), gebroederlijk samen. De liberalen vanuit vrijheid, de sociaal-democraten vanuit gelijkheid en de christen-democraten vanuit broederschap. Wat zien we terug van vrijheid, gelijkheid en broederschap? Hoe liberaal is het om iemands vrijheid te beknotten door hem afhankelijk te maken van de goedertierenheid van zijn familie en buren? Familie die steeds vaker ver weg woont. Hoe liberaal is het om iemands vrijheid te beperken, zoals nu gebeurt met werklozen en bijstandsgerechtigden? Hoe gelijk ben je nog als je afhankelijk bent van de goedertierenheid van familie en buren? Als je als werkloze bijstandsgerechtigde vanuit de hoogte wordt bekeken en met woorden en daden in de grond wordt getrapt? Hoe sociaaldemocratisch en broederlijk is dat? Hoe broederlijk is het als je door de zorg voor je naaste en alle andere ‘verplichtingen (werk, vrijwilliger etcetera) er zelf aan onderdoor gaat?
Nu werken die stromingen gebroederlijk samen aan de ‘participatiesamenleving’. Wat zou er gebeuren als ze de brillen afzetten? Als die drie stromingen zouden kijken vanuit vrijheid, gelijkheid en broederschap? Zou dat leiden tot beter beleid en wetten? Zou een onvoorwaardelijk basisinkomen dan tot de mogelijkheden behoren? Een basisinkomen dat net voldoende is om op een karige manier rond te komen. Tot de mogelijkheden behoren omdat het de vrijheid van mensen om zelf keuzes te maken, vergroot? Keuzes gebaseerd op eigen wensen en plannen en veel minder vanuit nood gedreven? Tot de mogelijkheden behoren omdat het ieders startpunt voor het maken van keuzes gelijker maakt, ook de keuze om te studeren? Gelijker omdat niemand zich zorgen hoeft te maken om het rondkomen? Tot de mogelijkheden behoren omdat het de broederschap bevordert? Bevordert omdat het mensen de gelegenheid geeft om zich zonder schuldgevoel en inkomensvrees voor een ander in te zetten? Om dit echt vanuit het hart te doen en zich dan ook niet schuldig te voelen als dat betekent dat de persoon geen betaald werk verricht.
Of dat tot de mogelijkheden behoort is de vraag. Komt op die vraag niet alleen een antwoord als de Eye wish en Pearl brillen worden afgezet en ‘Gans Anders*’ wordt gekeken.
In de avondshow Pauw pleitte cabaretier Hans Theeuwen ervoor om de Turkse president Erdogan tot op het bot te beledigen. Erdogan heeft dit, volgens Theeuwen, verdiend omdat hij zich niets gelegen laat liggen aan de vrijheid van meningsuiting. Zeker nu Erdogan een Duitse komiek, Jens Böhmermann, heeft aangeklaagd en de Duitse regering heeft verzocht om dit ook te doen vanwege het beledigen van een staatshoofd.
Natuurlijk had Erdogan niet moeten reageren op het satirische lied Erdowie, erdowo, Erdogandat de aanleiding vormde voor deze rel. Een lied dat eigenlijk meer was bedoeld om de handelswijze van de Europese unie en in het bijzonder bondskanselier Merkel, aan de kaak te stellen. Door er aandacht aan te besteden wordt het immers groter. Er worden stukjes over geschreven en de ‘Pauws’ besteden er aandacht aan.
Dat komt natuurlijk omdat Erdogan wil dat iedereen in Turkije, en het liefst ook in de rest van de wereld, naar zijn pijpen danst. Dat iedereen hem ziet als de almachtige sultan en leider van de Turken en liefst ook de islamitische wereld. Zou hij dan niet iets moeten doen aan de kalief van IS-land? Een kalief heeft toch een hoger gezag dan een sultan, emir of koning? Natuurlijk draait het hem alleen maar om macht. Natuurlijk heeft hij lak aan een vrije pers en welke oppositie dan ook en stopt hij mensen in het gevang die hem tegenspreken. Natuurlijk wordt onder zijn leiding Koerdisch gebied gebombardeerd en vallen daarbij nodeloos veel onschuldige slachtoffers. Natuurlijk gebruikt hij Syrische en andere vluchtelingen als machtsmiddel. Natuurlijk chanteert hij de Europese leiders, maar laten die zich niet ook maar al te graag chanteren in de hoop dat hij hun probleem maskeert? Natuurlijk liet hij een megalomaan paleis bouwen waar Ceaucescu jaloers op zou zijn. Waarschijnlijk verrijkt hij ook zichzelf en zijn familie. Natuurlijk heeft Erdogan veel te lange en gevoelige tenen. Maar is dat niet gewoon als je geen tegenspraak duldt en gewend bent dat iedereen naar je pijpen danst?
Allemaal waar en daarvoor verdient Turkije dat er zeer terughoudend zaken worden gedaan met het land. Daarvoor verdient hij dat zijn daden flink worden uitvergroot en op de hak genomen door cabaretiers, humoristen en columnisten. Verdient hij daarvoor niet onze bestuurlijke afwijzing? Verdient hij daarvoor harde woorden van EU regeringsleiders? En daartegen verdienen vooral de Turkse opposanten onze steun?
Zouden cabaretiers als Theeuwen hun toorn niet beter kunnen richten op de hypocrisie van de eigen leiders? Vandaar ook het lied gericht aan Merkel en eigenlijk aan alle EU leiders. Want laten die het op moreel gebied niet flink afweten. Beste Hans en andere cabaretiers en grappenmakers, neem Rutte op de hak, haal hem door de mangel, maar doe het wel op inhoud. Beledigen en kwetsen is een zwaktebod en een zichzelf respecterend cabaretier onwaardig.
Op diverse social media komen vaker van die leuke raadsel voorbij. Sommen waarbij je een bepaalde logica moet ontdekken en als je die logica toepast, vind je het antwoord. De laatste die ik voorbij zag komen, wil ik met jullie delen.
Wat moet er nu op de plek van het vraagteken?
De eerste mogelijkheid. Je telt alle getallen voor = op. 1 + 4 = 5; 5 + 2 + 5 = 12 en dan is het antwoord 21 + 8 + 11 en dat is 40. Logisch toch. Een tweede mogelijkheid is, je verhoogt het tweede getal in de optelling met één en vermenigvuldigt het met het eerste getal. 1 x (4+1) = 5; 2 x (5 + 1 ) = 12 en dan is 8 x (11 + 1)= 96. Ook logisch. Ik ben benieuwd naar je eventuele andere logische logische uitkomsten en hun verklaringen.
Een minder gebruikelijke, maar net zo logisch, is 19 als antwoord. 8 + 11 = 19, dat hebben we vroeger allemaal op school geleerd. Maar hoe zit het dan met dit antwoord als je het relateert aan de andere drie sommen? Wel heel eenvoudig. De eerste som is goed beantwoord, de tweede en derde zijn fout beantwoord en jij wordt gevraagd, het antwoord op de vierde te geven. Laat je je hierbij leiden door de fouten die de maker(s) van de tweede en derde hebben gemaakt, dan kom je op 40 of 96. Antwoorden die je logisch kunt verklaren, de logica staat hierboven immers toegelicht.
Logica die tot verschillende antwoorden leidt, dat kan toch niet? Het kan, en niet alleen bij dergelijke raadsels. Zo wordt het laatste decennium zorg georganiseerd op de aanname dat zorg beter wordt als die nabijer wordt georganiseerd. Het vluchtelingenbeleid op de aanname dat opvang in ‘de regio’ moet. De politie maakt gebruik van profielen. Profielen gebaseerd op dadergegevens uit het verleden. Zij nemen aan dat de boef van de toekomst op die uit het verleden lijkt. Bij De Correspondent beschrijft Sinan Çankaya hierover, en vooral over de minder goede uitkomsten van dit denken. Redeneringen die zijn gebaseerd op aannames die voetstoots worden aangenomen. Redenering die vaak onderdeel zijn van een visie op de wereld die heel logisch in elkaar zit. En het maakt voor de uitkomst van een redenering nogal wat uit wat die aanname is.
Neem je iets voetstoots aan en maak je dus gebruik van het denkwerk van anderen of denk je voor jezelf? Want wat is logisch? Of zoals wijlen Johan Cruijff het formuleerde: “Toeval is logisch.”
Als u dit leest, zit het eerste Nederlandse raadplegende referendum erop. De uitslag is bekend en het duiden ervan zal nog wel een tijd lang doorgaan. Na zo’n eerste keer zal er ook gekeken worden naar het instrument referendum in het algemeen en het raadplegende in het bijzonder.
De eerste aanzetten hiervoor zijn er al. Op de site JOOP schrijft Theo Brand het volgende: “Nederlanders moeten leren dat een referendum een nuttige en corrigerende aanvulling kan zijn op onze parlementaire democratie. Dat vraagt om volwassenheid. Een referendum moet geen stok zijn om de regering of de elite mee te slaan, maar een nuttige en positieve aanvulling op hoe wij samen democratie organiseren.” En daarom pleit hij voor hogere drempels. Voor een inleidend verzoek moet 1% van de kiezers, 129.000, de handtekening plaatsen in plaats van 10.000 nu. Vervolgens zouden er voor het definitieve verzoek nog 4% bij moeten komen, zodat in totaal ongeveer 645.000 kiesgerechtigden een handtekening moeten zetten, tegen 300.000 nu. Ook zou de opkomstdrempel naar 50% moeten.
Begint het evalueren en het nadenken over verbeteringen niet bij het stellen van de juiste vraag? Begint het niet bij het doel dat met het referendum wordt nagestreefd? Het wetsvoorstel bij de Referendumwet geeft het volgende doel: “Indieners zien in het correctief wetgevingsreferendum een geschikt middel om de invloed van de kiezers op het beleid te vergroten.” Dit is het doel dat de wetgever beoogt. Het middel raadgevend referendum is het antwoord op deze vraag. Waarom is dit middel het juiste antwoord? Die vraag wordt in het voorstel niet beantwoord.
Invloed geven aan kiezers kan op vele manieren. Het raadplegend referendum doet dit, door de kiezer de mogelijkheid te geven helemaal aan het einde van het beleidsproces de mogelijkheid te geven een voorstel tegen te houden. In het geval van het ‘Oekrainereferendum’ is er eerst met 29 landen onderhandeld en is een akkoord bereikt en dan wordt de kiezer erbij betrokken. Zou het niet veel efficiënter zijn om de kiezer er vanaf het begin bij te betrekken? Dat zou een referendum aan het einde overbodig maken, omdat iedereen de mogelijkheid heeft om mee te denken en mee te ontwerpen. Natuurlijk krijgt ook dan niet iedereen zijn zin.
Als invloed het doel is, spant het raadplegend referendum het paard dan achter de wagen? Zouden we het paard niet beter voor de wagen spannen?
Aan een verouderde wet hoef je je niet te houden. Dat is, zo valt in de Volkskrant te lezen, in het kort wat voormalig Roermonds wethouder Jos van Rey ter verdediging betoogde op de eerste dag van het strafproces tegen hem. Van Rey “Er vindt geen politieke benoeming plaats zonder overleg binnen de partijlijn. Dat is ingeburgerd in Nederland. We doen alsof hier hel en verdoemenis is uitgebroken, maar zo gaat het met alle benoemingen. De gemeentewet is verouderd.” Hij bekend hiermee al vast schuld aan hetgeen hem ten laste wordt gelegd.
De redenatie van Van Rey volgend, zijn er twee soorten wetten: verouderde waar je je niet aan hoeft te houden en niet verouderde waar je je wel aan moet houden. Wanneer is een wet verouderd? Welke criteria worden hierbij gehanteerd? Wie bepaalt die criteria en dus welke wetten er verouderd zijn?
Van Rey noemt één criterium voor ‘verouderheid’ van een wet. Als iets bij wet verboden is en toch gangbaar is in een sector, als ongeveer ‘iedereen’ het doet, dan duidt dat op verouderde wetgeving. Zou Holleeder dit argument ook kunnen gebruiken? Zo van: ‘in mijn wereld is een moord, afpersing en bedreiging ingeburgerd, ongeveer iedereen doet het.’ Of een bouwbedrijf ‘in de bouwwereld is een steekpenninkje of een snoepreisje om iemand om te kopen heel ingeburgerd. De wet is verouderd.’ Of en hardrijder ‘in de wereld van ons asfaltracers is 150 kilometer per uur een slakkengangetje.’ Wellicht kan de liborverantwoordelijke Rabobankier er ook nog wat aan hebben: ‘in onze sector is het heel gebruikelijk dat we gezamenlijk bepalen hoe hoog die rente is.’ Holleeder, de bouwers, de asfaltpiraten en de Rabo-bankier zouden worden weggehoond met politici en bestuurders voorop.
Voor aanvang van het proces gaf Van Rey aan te vrezen geen eerlijk proces te krijgen. Mocht hij worden veroordeeld, welke wetten zouden dan nog meer verouderd zijn? Van iemand die jarenlang wethouder is geweest zou je mogen verwachten dat hij ervan op de hoogte is dat er maar één soort wet is, een geldende wet en daaraan moet iedereen zich houden. Gelukkig bekent hij met deze woorden al vast schuld aan hetgeen hem ten laste wordt gelegd.
“Als de wet tegen je is, discussier dan over de feiten. Als de feiten tegen je zijn, discussieer dan over de wetten. Als alles tegen je is, scheldt dan de advocaat van de tegenpartij uit,” Van Rey lijkt dit advies van de Amerikaan William Badgarden te volgen. Zou een houding zoals die van Van Rey een belangrijke oorzaak kunnen zijn van het gebrek aan vertrouwen in politiek en bestuur?
Na de aanslagen in Brussel zijn ze weer terug. De grenscontroles tussen België en Nederland. Bij de grensovergangen op de grote snelwegen worden nu geregeld controles uitgevoerd en af en toe zijn die er ook bij kleinere overgangen. De beelden van de controles zien er indrukwekkend uit. Een lange rij auto’s die stuk voor stuk worden gecontroleerd en inzittenden die zich moeten legitimeren. Een zichtbaar voorbeeld van daadkracht.
Maar toch. De controles kosten veel inzet van de douane, de marechaussee en de politie, maar wat levert het op, behalve mooie beelden die daadkracht uitstralen en de inning van uitstaande boetes? Stopt het terroristen of belemmert het hen bij hun acties? Hoeveel effect heeft een grenscontrole als die leidt tot lange files die vervolgens worden gemeld bij de filemeldingen met de mededeling dat er een grenscontrole is? Welke terrorist zal dan met zijn auto, gevuld met explosieven en kalasjnikovs, aansluiten in de rij?
Hebben grenscontroles niet alleen zin als de rest van de grens hermetisch is afgesloten? Hoe hermetisch kun je grenzen afsluiten? Welke gevolgen zou totale controle hebben? Het zou in ieder geval leiden tot hele lange files. Voor de grote grensovergang op de A67 bij mijn woonplaats Venlo zou, gezien het aantal vrachtwagens die er per dag over deze weg rijdt, een file kunnen ontstaan tot aan de Belgische grens. Op Schiphol verwacht men al lange wachttijden voor de paspoortcontroles vanwege een gebrek aan marechaussees, zo viel in de Volkskrant te lezen.
Wat zal dit betekenen voor bijvoorbeeld de haven van Rotterdam? Een container voor Duitsland kan dan beter in Hamburg worden gelost, dat scheelt een grensovergang en dus veel tijd en controle. Wat betekent dit voor de nummer één logistieke hotspot Venlo? Als die container niet meer in Rotterdam komt, komt hij ook niet meer naar Venlo. Is er dan nog winst te behalen met het centraliseren van logistiek voor verschillende landen op één plek? Komen al die grote logistieke ‘dozen’ dan leeg te staan? Wat betekent dit voor de toenemende groep van grenswerkers?
Wat zou het behalve die geïnde boetes opleveren en dan vooral bij het bestrijden van het terrorisme? In de jaren zeventig en tachtig waren er in Europa talrijke terroristische organisaties actief. De grenzen werden toen nog stevig gecontroleerd en dat hield hen niet tegen. Zo zaten er geregeld leden van de Duitse RAF in Nederland. Werden er in Limburg aanslagen gepleegd door de IRA. Zou het nu wel lukken wat toen niet lukte, terroristen bij de grens te stoppen?
Bied als winkelbedrijf ‘verstop-eitjes’ aan en spreek van ‘voorjaarsfeest’ en dat is het begin van het einde van: “waar we als land voor staan.” Een uitspraak van VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Dit naar aanleiding van reclame van de HEMA. Want: “Als de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam afscheid neemt van Pasen, dat onderdeel uitmaakt van onze maatschappij, dan glijden we langzaam af.” Want: “Pasen en Pinksteren hóren bij Nederland. Dat vind ik, ook al ben ik zelf niet religieus. Als je daar aanstoot aan neemt, dan ben je toch intolerant? Pasen hoort erbij, net als gelijkheid tussen man en vrouw en tussen homo’s en hetero’s.” Zijlstra maakt zich zorgen om de ondergang van een christelijke natie. De eitjes zijn voor hem een voorbeeld van een dreigende islamitische onderwerping.
Beste meneer Zijlstra. Is de HEMA daadwerkelijk zo’n belangrijke poot ‘onder alles waar we als land voorstaan’? Waarom begint u dan geen actie om het bedrijf terug te kopen van de Britse eigenaar Lion Capital? Het zou immers toch niet mogen zijn dat deze belangrijke drager van ‘alles’ waar Nederland voor staat, in buitenlandse handen is? Want wat als de Britten de HEMA verkopen aan een sjeik uit een van de Golfstaten?
Is het huidige Pasen geen ‘verchristelijkte’ voortzetting van voorchristelijke lentefeesten, gewijd aan het leven en de vruchtbaarheid? Net zoals ook Kerst een ‘heidense’ geschiedenis kent. Zou de HEMA met haar voorjaarsfeest niet een verdere vernieuwing kunnen zijn? Of beter, een moderne manier van teruggrijpen op een oeroude traditie?
Meneer Zijlstra, als u Pasen en Pinksteren op gelijke hoogte stelt met de gelijkheid tussen man en vrouw en homo’s en hetero’s, waarom dan geen voorstel tot wijziging van de Grondwet? En vervolgens een Paas- en Pinksterenwet waarin formaat, smaak, gewicht etcetera van het paasei kan worden vastgelegd. De hoeveelheid spijs en suiker op een Paasbrood. Zou politieke bemoeienis dit Pasen en Pinksteren goed doen?
Moet de politiek zich niet verre houden van bemoeienis met tradities en volksfeesten, zeker als ze zijn gelieerd aan een godsdienst? Want loopt zij daardoor niet het risico de ene godsdienst boven de andere te plaatsen? En is dat niet in strijd met onze Grondwet.