De Ballonnendoorprikker schrijft korte prikkelende columns, waarin kromme redeneringen, verhullend taalgebruik en rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak worden gesteld
Op de site JOOP pleit journalist Clarice Gargard ervoor om blanke mensen wit te noemen. Door het woord ‘blank’ worden witte mensen: “… neutraal, de standaard, het beginpunt, de oerknal, het baken van waaruit het licht der objectiviteit stroomt. En zo worden ‘blanke’ mensen in de taal als superieur gesteld tegenover ‘anderen.” Door ‘wit’ te gebruiken wordt deze bevoorrechte positie verlaten. Zij wil via het taalgebruik een historische scheefheid recht zetten. Dat kan maar is er niet iets anders om je druk over te maken? In haar betoog schrijft zij iets opmerkelijks als het gaat over kolonialisme. Zij schrijft: “ in principe is het wereldwijd vrij not done om een gebied binnen te vallen en te stellen dat het nu van jou is (tenzij je Rusland bent). Maar zouden we daarom de nasleep van die eeuwenlange onderdrukking niet meer voelen?”
Bij kolonialisme wordt al snel aan de Europese ‘verovering’ van de wereld gedacht. Was niet juist een belangrijk kenmerk van kolonialisme dat je een gebied binnenwandelde en vervolgens verklaarde dat het vanaf dat moment van jou was? Was dat in vroeger eeuwen niet gewoon ‘business as usual’? En niet alleen moderne westerse landen zoals Engeland, Frankrijk en Nederland. Hoeveel oorlogen zijn er in de geschiedenis niet gevoerd tussen koninkrijken en vorstendommen? Oorlogen met als doel het grondgebied van de ander te bezitten, er een kolonie van te maken. Hoeveel grote beschavingen en wereldrijken zijn niet ten onder gegaan, omdat ze werden bezet, gekoloniseerd, door anderen die na de strijd verklaarden: dit is van ons? Wat te denken van het Sumierische rijk, het Perzische rijk? De Griekse stadstaten die ‘kolonie’ werden van het Romeinse rijk. Een rijk dat ook weer ten onder ging omdat Germaanse volkeren Rome bezetten? Wat te denken van de kolonisatie van China door de Mongolen? En niet alleen China, half Eurazië werd door de Mongolen ‘gekoloniseerd’.
Tegenwoordig lijkt het inderdaad ‘not done’ om gebieden binnen te trekken en te zeggen: dit is van ons. Behalve dan voor Poetin. Gargard gaat uit van de stabiliteit en integriteit van landsgrenzen. Het internationaal recht gaat daar ook van uit. Zou het kunnen dat de tegenwoordige tijd een tijdelijke uitzondering is op de normale situatie?
Of een neokoloniale modernisering van de oude situatie? Neem de invallen in Irak en Afghanistan. Inderdaad, er werd niet gezegd: ‘en dit is nu van ons!’ Eerder een indirecte manier van overheersing, waarbij er op papier sprake is van zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Is dit niet gewoon neokolonialisme?
Wacht nog eens. Hoe zit het met economisch kolonialisme? Het opkopen van onder andere grond en mijnrechten door grote bedrijven en niet alleen westerse? Opkopen voor een veel te lage prijs, verkocht door corrupte bestuurders ten koste van de bevolking? Is dat niet een nieuwe manier om te stellen ‘dit is van mij’? Is dit niet gewoon kolonialisme met andere middelen? Kolonialisme waarbij de slachtoffers alle kleuren hebben en in ieder land wonen.
Zou Gargard haar energie niet beter kunnen richten op deze huidige neokoloniale oorlog?
“Een permanent en principieel open-grenzenbeleid kan in heel Europa de contrarevolutie ontketenen waarvan we nu overal in Europa helaas de contouren al zien.” De laatste zin uit een interessant artikel van Henri Beunders in Trouw. Beunders constateert terecht dat het broedt en gist in de wereld ten zuiden van Europa en dat hierdoor mensen op drift raken. “En als de boel ontploft in Egypte, Libië of Nigeria, reken dan maar met een half tot heel miljard Afrikanen, of nog meer: hun aantal zal in 2050 verdubbeld zijn tot 2,5 miljard, China en India samen dus,” aldus Beunders om de situatie nog wat bedreigender te maken. Op drift naar de stad, naar andere Afrikaanse landen maar ook naar Europa, want dat heeft ‘een goede pers’ in Afrika. Bovendien liggen Amerika of Australië voor een tocht per rubberboot te ver weg. In dit artikel verwijt hij mensen die Europa’s buitengrenzen open willen houden voor migranten en vluchtelingen, naïviteit. Naïviteit kan ‘contrarevolutionaire’ gevolgen hebben voor onze democratie en de verzorgingsstaat, volgens Beunders, kernelementen van onze politieke cultuur. Hij pleit daarom voor het sluiten van de grenzen.
Nu wordt die ‘verzorgingsstaat’ al door de achtereenvolgende regeringen afgebroken en omgebouwd naar een ‘participatiesamenleving’ en ligt de huidige democratie ook onder vuur. Over deze afbraak van die kernelementen van onze politieke cultuur door onze politieke cultuur wil ik het niet hebben. Net zoals Beunders ‘open grenzen’ kritisch bevraagd, is het ook mogelijk om ‘gesloten grenzen’ kritisch te bevragen. Welke gevolgen heeft het sluiten van de Europese buitengrenzen?
Als eerste de vraag waar die buitengrens precies ligt? Waar moet het hek, die nieuwe ‘Berlijnse muur’ maar dan om mensen buiten te houden, worden geplaatst? Niet alle EU-landen zijn Schengenlanden, een zestal landen van de EU waaronder het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld niet. En andersom niet alle Schengenlanden zijn EU landen, Noorwegen, Liechtenstein, IJsland en Zwitserland bijvoorbeeld niet. Nu is daar wel uit te komen. Alleen komen de vluchtelingen en migranten nu met rubberbootjes. Hoe stop je die? Wat als vluchtelingen niet meer in gammele rubberbootjes komen, maar met een grote vrachtvaarder de Noordzee opvaren op weg naar Rotterdam? Terugslepen naar internationale wateren?
Maar wat als dat schip dan ineens zinkt? Laten we die mensen dan in de Noordzee verdrinken? Worden er met alle landen afspraken gemaakt zoals nu met Turkije zijn gemaakt? Wat dan te doen met luchthavens als bijvoorbeeld Schiphol? Wat als ik als vluchteling vanuit Afghanistan een vlucht boek naar Brazilië met een overstap op Schiphol en ik vraag op Schiphol asiel aan? Of een vliegtuig met migranten wordt ‘gekaapt’ en vliegt het Europese luchtruim binnen? Zijn gesloten grenzen zo niet alleen te bereiken als er wordt geaccepteerd dat er aan die grenzen vele doden zullen vallen? En niet alleen omdat hun bootje midden op zee omslaat, nee ook omdat Europa zelf zal moeten doden om die grenzen dicht te houden? Zou dit in het ergste geval kunnen betekenen dat die half miljard Afrikanen, of een deel ervan, gewapend en al, de Europese grens zullen bestormen, een oorlog dus?
Beunders heeft gelijk dat ‘open grenzen’ en iedereen van harte welkom heten, niet zal werken. Als zijn half miljard Afrikanen naar de EU komen, dan betekent dit een verdubbeling van de bevolking. Zou de oplossing dan niet moeten worden gezocht in ademende grenzen? Grenzen die open staan voor zowel vluchtelingen als arbeidsmigranten? Voor arbeidsmigranten door bijvoorbeeld te werken met arbeidsvergunningen voor bepaalde tijd. Arbeidsvergunningen die aan te vragen zijn in de landen van herkomst? Niet alleen voor de ‘hoogopgeleide ICT nerd’ maar ook en vooral voor lager- of niet opgeleiden? Maar vooral ademende grenzen door eerlijke handel? Waarbij eerlijk wat anders is dan vrije handel. Waarbij Afrikaanse landen beperkingen op mogen leggen aan westerse producten om zo hun eigen bedrijvigheid te beschermen en op te bouwen. Want is eerlijk delen van welvaart en welzijn op alle niveaus niet een onmisbaar onderdeel van een structurele oplossing?
‘Nederland is een verzorgingsstaat en daarin zijn we veel te ver doorgedraaid. Zo ver dat mensen geen initiatief en verantwoordelijkheid meer nemen. Niet voor het schoon en sneeuwvrij houden van hun eigen stoepje. Niet meer voor het poetsen van het huis van je oude moeder, als die het zelf niet meer kan. Heb je geen werk dan houd je je hand op want je hebt immers recht op die uitkering. In dit land word je van wieg tot graf verzorgd. Heb je ergens een probleem, maak je geen zorgen de overheid neemt het van je over en lost het op. Hoog tijd dat daar iets aan wordt gedaan. Dat mensen weer zelf verantwoordelijkheid nemen, dat de werkloze van die bank komt en wat gaat doen, al is het in eerste instantie vrijwillig. Dat die oudere zelfredzaam blijft en zich inzet voor een ander. Dat kinderen en buren verantwoordelijkheid nemen voor ouders en buurtgenoten. Of eigenlijk dat we verantwoordelijkheid nemen voor elkaar. Maar niet alleen voor elkaar, ook voor onze leefomgeving. Die moeten de bewoners zelf schoon, veilig en heel houden. Dat er niet zoveel naar de overheid wordt gekeken. Dat we een participatiesamenleving worden waarin ieder zijn steentje bijdraagt, het liefst via betaald werk want dan participeer je pas echt.’
In iets meer dan tweehonderd woorden staat hier het nu populaire discours beschreven. Een discours dat is, en wordt vertaald in steeds meer wetten. Zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet en de Jeugdwet. Maar wat als dit, zowel de ‘verzorgingsstaat’ als de ‘participatiesamenleving’ frames zijn. Brillen waarmee we naar de wereld kijken? Neem bijvoorbeeld de brief van de voorzitters van DWARS, ROOD, de Jonge Socialisten en FNV Jong in de Volkskrant. Een brief die ze afsluiten met de woorden “Het zijn jongeren die vol willen meedraaien in de maatschappij. Werkgevers, maak geen misbruik van hun positie door ze tegen stageloon, of zelfs tegen helemaal geen loon, in te zetten om productief werk te doen. Neem ze aan, gun ze een goede start van hun carrière!” Woorden uit een betoog dat ademt dat je alleen met betaald werk participeert in de samenleving en zij zijn niet de enigen.
Een andere bril
‘De sociale wetgeving zoals die vanaf de Noodwet ouderdomsvoorziening, later uitgebouwd tot de Algemene ouderdomswet (AOW), van Drees is opgebouwd, was en is bedoeld om mensen in hun kracht te zetten. Om mensen in lastige situaties, zoals werkloosheid, hun onafhankelijkheid en zelfstandigheid te laten behouden zodat ze ook in die lastige situaties als vrij persoon kunnen blijven deelnemen en handelen. Dat ze niet afhankelijk worden en blijven van de goedertierenheid van hun kinderen, buren of kerkgenootschap. Dat ze, zoals dat tegenwoordig heet, volwaardig kunnen blijven participeren in de samenleving.’
Zouden deze bijna negentig woorden, de bril kunnen zijn waarmee vanaf de jaren vijftig is gebouwd aan een wetgevingsstelsel dat nu ‘verzorgingsstaat’ wordt genoemd? Is de kern hiervan niet de zelfstandigheid van het individu om zelf zijn leven in te richten? Ter verdediging van die ‘Noodwet van Drees’ zoals hij werd genoemd, sprak premier Drees de hoop uit dat deze moest uitgroeien: “… tot een regeling, die vaste rechten geeft, vaste rechten, die een redelijk zelfstandig bestaan kunnen waarborgen.” Met soortgelijke woorden kondigde de koning bij de Troonrede in 2013 de ‘participatiesamenleving aan: “In deze tijd willen mensen hun eigen keuzes maken, hun eigen leven inrichten en voor elkaar kunnen zorgen.”
Meer overeenkomst
Ook in de manier waarop georganiseerd wordt, zijn verrassende overeenkomsten te zien. Neem het organiseren van de gezondheidszorg, de zorg voor de jeugd en de ondersteuning van individuen en gezinnen. Er wordt gewerkt met wijkteams die kort op de problemen moeten zitten, zonder ze over te nemen. Die moeten werken aan het weerbaar maken van het individu en het gezin en die hierbij de buren en familie betrekken. Die alert moeten zijn op problemen en die zo vroeg moeten signaleren, dat er snel wat aan gedaan kan worden. Die in de haarvaten van de samenleving moeten zitten. Die voor de bewoners van de wijk het logische aanspreekpunt moeten zijn als ze ergens mee zitten. Zo wordt inhoud gegeven aan de participatiesamenleving. Maar dit lijkt ook verdacht veel op de wijkzorg die vanaf de jaren vijftig tot in de jaren tachtig actief was. Die was opgebouwd als een onderdeel van de nu vervloekte ‘verzorgingsstaat’. Hoe verhoudt dit zo vroeg mogelijk, liefst al voor de geboorte, signaleren van problemen, en het in de haarvaten van de samenleving zitten, zich eigenlijk tot die eigen verantwoordelijkheid en de terugtredende overheid?
Hetzelfde doel, dezelfde middelen maar toch een heel ander frame, een heel andere kijk op de wereld. ‘Als eenzelfde aanpak geschikt is, wat maakt dat frame, die bril of kijk dan uit’, zou je kunnen vragen. Zou het voor een werkloze medemens wat uitmaken of hij wordt gewantrouwd als een ‘luie uitvreter’, iemand die de kantjes ervan afloopt en die profiteert van het ‘zuurverdiende’ geld van anderen, als een potentieel fraudeur? Of…, omdat hij buiten zijn schuld om, zijn baan heeft verloren, een lot dat ons allemaal kan treffen; dat hij nu even financiële hulp nodig heeft om zichzelf, en eventueel zijn gezin, deze moeilijke tijd te laten overleven; dat we weten dat hij er alles aan zal doen om zo snel mogelijk weer in zijn eigen levensonderhoud te voorzien? Zou het voor een hulpbehoevende oudere uitmaken of hij als een kostenpost wordt gezien, waarvan de kosten zo laag mogelijk moeten blijven; als een last voor zijn familie, buurt en samenleving; en ook als een mogelijke fraudeur of profiteur? Of dat hij wordt gezien als een mens die door ongemakken is getroffen en daarom onze hulp nodig heeft; als een persoon en mens die iets bijdraagt gewoon door er te zijn? Zou dat verschil maken? Als dat verschil maakt, welke boodschap zendt de overheid dan nu uit?
‘Gans’ Anders
Even terug in de tijd. Bij de bouw van wat nu de ‘verzorgingsstaat’ wordt genoemd, werkten liberalen, sociaal-democraten en christen-democraten (al waren die toen verdeeld over meerdere partijen), gebroederlijk samen. De liberalen vanuit vrijheid, de sociaal-democraten vanuit gelijkheid en de christen-democraten vanuit broederschap. Wat zien we terug van vrijheid, gelijkheid en broederschap? Hoe liberaal is het om iemands vrijheid te beknotten door hem afhankelijk te maken van de goedertierenheid van zijn familie en buren? Familie die steeds vaker ver weg woont. Hoe liberaal is het om iemands vrijheid te beperken, zoals nu gebeurt met werklozen en bijstandsgerechtigden? Hoe gelijk ben je nog als je afhankelijk bent van de goedertierenheid van familie en buren? Als je als werkloze bijstandsgerechtigde vanuit de hoogte wordt bekeken en met woorden en daden in de grond wordt getrapt? Hoe sociaaldemocratisch en broederlijk is dat? Hoe broederlijk is het als je door de zorg voor je naaste en alle andere ‘verplichtingen (werk, vrijwilliger etcetera) er zelf aan onderdoor gaat?
Nu werken die stromingen gebroederlijk samen aan de ‘participatiesamenleving’. Wat zou er gebeuren als ze de brillen afzetten? Als die drie stromingen zouden kijken vanuit vrijheid, gelijkheid en broederschap? Zou dat leiden tot beter beleid en wetten? Zou een onvoorwaardelijk basisinkomen dan tot de mogelijkheden behoren? Een basisinkomen dat net voldoende is om op een karige manier rond te komen. Tot de mogelijkheden behoren omdat het de vrijheid van mensen om zelf keuzes te maken, vergroot? Keuzes gebaseerd op eigen wensen en plannen en veel minder vanuit nood gedreven? Tot de mogelijkheden behoren omdat het ieders startpunt voor het maken van keuzes gelijker maakt, ook de keuze om te studeren? Gelijker omdat niemand zich zorgen hoeft te maken om het rondkomen? Tot de mogelijkheden behoren omdat het de broederschap bevordert? Bevordert omdat het mensen de gelegenheid geeft om zich zonder schuldgevoel en inkomensvrees voor een ander in te zetten? Om dit echt vanuit het hart te doen en zich dan ook niet schuldig te voelen als dat betekent dat de persoon geen betaald werk verricht.
Of dat tot de mogelijkheden behoort is de vraag. Komt op die vraag niet alleen een antwoord als de Eye wish en Pearl brillen worden afgezet en ‘Gans Anders*’ wordt gekeken.
In de avondshow Pauw pleitte cabaretier Hans Theeuwen ervoor om de Turkse president Erdogan tot op het bot te beledigen. Erdogan heeft dit, volgens Theeuwen, verdiend omdat hij zich niets gelegen laat liggen aan de vrijheid van meningsuiting. Zeker nu Erdogan een Duitse komiek, Jens Böhmermann, heeft aangeklaagd en de Duitse regering heeft verzocht om dit ook te doen vanwege het beledigen van een staatshoofd.
Natuurlijk had Erdogan niet moeten reageren op het satirische lied Erdowie, erdowo, Erdogandat de aanleiding vormde voor deze rel. Een lied dat eigenlijk meer was bedoeld om de handelswijze van de Europese unie en in het bijzonder bondskanselier Merkel, aan de kaak te stellen. Door er aandacht aan te besteden wordt het immers groter. Er worden stukjes over geschreven en de ‘Pauws’ besteden er aandacht aan.
Dat komt natuurlijk omdat Erdogan wil dat iedereen in Turkije, en het liefst ook in de rest van de wereld, naar zijn pijpen danst. Dat iedereen hem ziet als de almachtige sultan en leider van de Turken en liefst ook de islamitische wereld. Zou hij dan niet iets moeten doen aan de kalief van IS-land? Een kalief heeft toch een hoger gezag dan een sultan, emir of koning? Natuurlijk draait het hem alleen maar om macht. Natuurlijk heeft hij lak aan een vrije pers en welke oppositie dan ook en stopt hij mensen in het gevang die hem tegenspreken. Natuurlijk wordt onder zijn leiding Koerdisch gebied gebombardeerd en vallen daarbij nodeloos veel onschuldige slachtoffers. Natuurlijk gebruikt hij Syrische en andere vluchtelingen als machtsmiddel. Natuurlijk chanteert hij de Europese leiders, maar laten die zich niet ook maar al te graag chanteren in de hoop dat hij hun probleem maskeert? Natuurlijk liet hij een megalomaan paleis bouwen waar Ceaucescu jaloers op zou zijn. Waarschijnlijk verrijkt hij ook zichzelf en zijn familie. Natuurlijk heeft Erdogan veel te lange en gevoelige tenen. Maar is dat niet gewoon als je geen tegenspraak duldt en gewend bent dat iedereen naar je pijpen danst?
Allemaal waar en daarvoor verdient Turkije dat er zeer terughoudend zaken worden gedaan met het land. Daarvoor verdient hij dat zijn daden flink worden uitvergroot en op de hak genomen door cabaretiers, humoristen en columnisten. Verdient hij daarvoor niet onze bestuurlijke afwijzing? Verdient hij daarvoor harde woorden van EU regeringsleiders? En daartegen verdienen vooral de Turkse opposanten onze steun?
Zouden cabaretiers als Theeuwen hun toorn niet beter kunnen richten op de hypocrisie van de eigen leiders? Vandaar ook het lied gericht aan Merkel en eigenlijk aan alle EU leiders. Want laten die het op moreel gebied niet flink afweten. Beste Hans en andere cabaretiers en grappenmakers, neem Rutte op de hak, haal hem door de mangel, maar doe het wel op inhoud. Beledigen en kwetsen is een zwaktebod en een zichzelf respecterend cabaretier onwaardig.
‘Geld maakt niet gelukkig’, een bekend gezegde. Gelukkig niet, maar wel hebberig zou je eraan toe kunnen voegen. Die hebberigheid wordt door de uitgelekte ‘Panama-papers’ weer goed blootgelegd. Veel hebben is niets, veel houden is de kunst. Veel houden en vooral niet willen delen door belastingen te betalen. Die centen heb je immers verdiend. Verdiend door hard te werken, door je unieke talent in te zetten of gewoon door ‘kind van’ te zijn.
Het klinkt zo logisch, Bill Gates vindt een stukje software uit en bouwt daarop eigenhandig met hard werken een enorm bedrijf. Je bent immers Lionel Messi, de beste voetballer van de wereld; iedereen wil je zien en je vervoert velen met je spel. Het geld dat je verdient, komt je toe vanwege je talent en je werkt er hard voor. Bovendien moet je het als speler voor je vijfendertigste verdienen. Logisch toch, dus ze moeten niet zeuren.
Wat is hierbij je eigen verdienste, afgezien van hard werken? Je intellect of talent heb je bij je geboorte meegekregen, daar heb je niets voor hoeven te doen. Bovendien zijn er veel meer mensen met een goede bovenkamer of specifieke talenten. Velen daarvan doen heel nuttige zaken. Zaken die echter veel minder goed worden beloond. Neem docenten, die werken hard en vervullen een heel belangrijke rol, zonder hen was Gates niets geweest.
Wat zou er van Messi met al zijn voetbaltalent zijn geworden als voetbal niet bestond? Of als voetbal eenzelfde status zou hebben als handboogschieten? Dan zou hij op een houtje moeten bijten. Het is niet je eigen verdienste dat de samenleving jouw talent zo belangrijk vindt. Heb je niet geluk als dat toevallig zo is? Wat zouden al die belastingontwijkende bedrijven en individuen zijn, zonder de samenleving? Wie betaalt de opleiding van de medewerkers van die bedrijven? Wie zorgt er voor de infrastructuur? Voor orde en veiligheid?
Zonder het geheel zouden individuen als Gates, Zuckerberg, Messi of wie er dan verder nog in de ‘papers’ wordt genoemd, niets zijn geweest. Natuurlijk hebben ze er hard voor gewerkt, maar dat doet bijna iedereen. Veel mensen met een talent en passie voor iets, moeten op een houtje bijten of het als hobby zien. Zouden talenten die het geluk aan hun zijde hebben hier niet blij mee moeten zijn?
Sterker, want ze zijn waarschijnlijk blij, zouden zij niet dankbaar moeten zijn? Zouden zij die dankbaarheid niet moeten uiten door gewoon belasting te betalen in het land waar ze hun geld verdienen? Zou dat niet hun belangrijkste bijdrage aan de samenleving moeten zijn waaraan zij hun toevallige geluk te danken hebben?
Aan een verouderde wet hoef je je niet te houden. Dat is, zo valt in de Volkskrant te lezen, in het kort wat voormalig Roermonds wethouder Jos van Rey ter verdediging betoogde op de eerste dag van het strafproces tegen hem. Van Rey “Er vindt geen politieke benoeming plaats zonder overleg binnen de partijlijn. Dat is ingeburgerd in Nederland. We doen alsof hier hel en verdoemenis is uitgebroken, maar zo gaat het met alle benoemingen. De gemeentewet is verouderd.” Hij bekend hiermee al vast schuld aan hetgeen hem ten laste wordt gelegd.
De redenatie van Van Rey volgend, zijn er twee soorten wetten: verouderde waar je je niet aan hoeft te houden en niet verouderde waar je je wel aan moet houden. Wanneer is een wet verouderd? Welke criteria worden hierbij gehanteerd? Wie bepaalt die criteria en dus welke wetten er verouderd zijn?
Van Rey noemt één criterium voor ‘verouderheid’ van een wet. Als iets bij wet verboden is en toch gangbaar is in een sector, als ongeveer ‘iedereen’ het doet, dan duidt dat op verouderde wetgeving. Zou Holleeder dit argument ook kunnen gebruiken? Zo van: ‘in mijn wereld is een moord, afpersing en bedreiging ingeburgerd, ongeveer iedereen doet het.’ Of een bouwbedrijf ‘in de bouwwereld is een steekpenninkje of een snoepreisje om iemand om te kopen heel ingeburgerd. De wet is verouderd.’ Of en hardrijder ‘in de wereld van ons asfaltracers is 150 kilometer per uur een slakkengangetje.’ Wellicht kan de liborverantwoordelijke Rabobankier er ook nog wat aan hebben: ‘in onze sector is het heel gebruikelijk dat we gezamenlijk bepalen hoe hoog die rente is.’ Holleeder, de bouwers, de asfaltpiraten en de Rabo-bankier zouden worden weggehoond met politici en bestuurders voorop.
Voor aanvang van het proces gaf Van Rey aan te vrezen geen eerlijk proces te krijgen. Mocht hij worden veroordeeld, welke wetten zouden dan nog meer verouderd zijn? Van iemand die jarenlang wethouder is geweest zou je mogen verwachten dat hij ervan op de hoogte is dat er maar één soort wet is, een geldende wet en daaraan moet iedereen zich houden. Gelukkig bekent hij met deze woorden al vast schuld aan hetgeen hem ten laste wordt gelegd.
“Als de wet tegen je is, discussier dan over de feiten. Als de feiten tegen je zijn, discussieer dan over de wetten. Als alles tegen je is, scheldt dan de advocaat van de tegenpartij uit,” Van Rey lijkt dit advies van de Amerikaan William Badgarden te volgen. Zou een houding zoals die van Van Rey een belangrijke oorzaak kunnen zijn van het gebrek aan vertrouwen in politiek en bestuur?
Het zoveelste artikel over wat het betekent als er bij het referendum over het associatieverdrag met de Oekraïne VOOR of TEGEN wordt gezegd. Als er zoveel verschillende uitleggen worden gegeven aan VOOR of TEGEN, wat is dan de waarde van de uitslag? Is dan duidelijk wat de kiezer precies heeft bedoeld? Wat zijn motieven en argumenten waren? Zoveel kiezers zoveel meningen ook na het referendum.
Nu kun je betogen dat al die interpretaties er niet toe doen. Het gaat immers over het associatieakkoord. Een akkoord dat bestaat uit bijna 500 artikelen waarin Oekraïne belooft ‘Europese’ rechten en plichten voor haar burgers over te nemen en in ruil daarvoor gunstige handelsvoorwaarden krijgt en nog wat andere zaken. En daar moeten we JA of NEE tegen zeggen. De rest is allemaal interpretatie, een enkeling zegt manipulatie, die er niet toe doet. Maar wat als de manipulatie al begint bij GeenPeil, de initiatiefnemers voor dit referendum?
Doet de rest er echt niet toe? Wat doen we dan met Jantje, Thierryke, Emieleke, Alexandertje, Geertje, Markie, Diederikje en al die anderen in binnen en buitenland die hun eigen draai geven aan de uitslag? Die omstandig gaan uitleggen wat de kiezer heeft bedoeld met JA of NEE. Hierbij driftig gebruikmakend van peilingen van Maurice de Hond cumsuis.
Wat moeten onze regering en parlement dan met de uitslag? Hoe moet zij die interpreteren en vertalen in vervolgacties? Is de vraag waarom iemand JA of NEE zegt niet van belang? Wat als je een deel van de afspraken in het associatieakkoord wel ziet zitten? Bijvoorbeeld de rechten en plichten voor de burgers. En een deel niet? Bijvoorbeeld de afspraken rond de economie omdat die van neoliberale snit zijn en multinationals bevoordelen? JA, maar … of NEE, tenzij… stemmen is niet mogelijk. Terwijl het voor de vervolgstappen wel van belang is om dit te weten.
Een referendum is toch het toppunt van democratie, zal de voorstander van het referendum zeggen. Toen vorig jaar bekend werd dat dit referendum zou worden gehouden, schreef ik er al een column over, waarin ik me afvroeg of besturen via referenda wel tot een prettige en rechtvaardige samenleving leidt. Hoe we voorkomen: “dat we de dag na het ‘feest van de democratie’ wakker worden met een stevige kater?”
De bevolking meer betrekken door in gesprek te gaan is een goede zaak en dat gebeurt veel te weinig, of een referendum daarvoor het juiste middel is? Zou ‘meer democratie’ veel vroeger in de besluitvorming niet beter zijn, dan achteraf JA of NEE zeggen?
Volgens Vandale is een fobie een: “ongemotiveerde vrees (psychologie).” Een aandoening waaraan iemand kan leiden. Iemand die aan claustrofobie lijdt, heeft een ongemotiveerde vrees voor kleine ruimtes. Hoe zou er worden gereageerd als we een lijder aan deze fobie zouden beschuldigen van discriminatie van kleine ruimtes? Als het, voor de ouderen onder ons, een sketch was van de heren van Monty Pythons Flying Circus in hun welbekende stijl, dan zouden we dubbel liggen van het lachen. En zouden we iemand die dit serieus zou voorstellen niet net zo hard uitlachen?
In het commentaar van de Volkskrant van maandag 14 maart, roept Martin Sommer de overheid op om hard op te treden tegen anti-islamitisch geweld. “De toename van geweld tegen moskeeën en andere islamitische instellingen is onthutsend,” aldus Sommer en de overheid moet hier hard tegen optreden. Een collectief aan organisaties roept de overheid hiertoe op en deze oproep kan op bijval van Sommer rekenen. De overheid dient, zo constateert Sommer terecht, de vrijheid van godsdienst te garanderen én ook de vrijheid van godsdienstkritiek.
En dat brengt Sommer bij een ander speerpunt van het collectief van organisaties: “Aanzienlijk minder toe te juichen valt het ‘speerpunt’ in de campagne dat islamofobie als aparte discriminatiegrond moet worden erkend.” Dit druist, volgens Sommer in tegen de vrijheid van godsdienstkritiek.
Islamofobie zou dan een aandoening zijn waarbij iemand aan een ongemotiveerde vrees voor de islam lijdt. Sommer heeft een punt als hij ervoor pleit om dit geen discriminatiegrond te laten zijn. Want hoe kun je iemand die aan een geestelijke aandoening lijdt, beschuldigen van discriminatie omdat hij aan die aandoening lijdt? Irrationele angst voor de islam is lastig voor iemand die er last van heeft. Maar discrimineert hij daarmee de islam of de islamiet? Hoe kan iets wat je voelt, want dat is een fobie, discrimineren?
Natuurlijk zou het kunnen zijn dat die persoon door zijn irrationele angst iets doet wat wel discriminerend is. Zou die persoon dan niet op dat iets moeten worden aangesproken en eventueel vervolgd? Zou het dan kunnen dat deze persoon zich bij zijn verdediging beroept op islamofobie? Waarna de rechter hem vervolgens verminderd toerekeningsvatbaar kan verklaren, maar wel verplicht om een psycholoog te bezoeken.
Met andere woorden, moet iemand die lijdt aan islamofobie, niet naar de psycholoog in plaats van voor de rechter? Of is islamofobie geen fobie?
“Er resteert nog een jaar om die burgers te overtuigen én te mobiliseren. Werk aan de winkel dus.” Met deze woorden eindigt politiek filosoof Jurriën Hamer zijn betoog in de Volkskrant waarin hij oproept om in opstand te komen. In opstand om: “oude idealen, van mensenrechten, van gelijkwaardigheid en van tolerantie … ,” uit te venten, omdat deze idealen dreigen te worden verkwanseld. Als voorbeelden hiervoor haalt hij de vluchtelingencrisis en de milieucrisis aan. De ‘vijanden’ van deze idealen weten zich in de media goed te profileren en domineren het debat en met de verkiezingen van volgend jaar in aantocht, wordt het hoog tijd dat ook de aanhangers van deze idealen zich gaan roeren.
Maar hoe mobiliseer je mensen voor deze idealen? Welke van de huidige politieke partijen kan deze idealen nog geloofwaardig en met verve uitdragen, omdat zij niet ‘besmet’ is door het verleden? Of toch maar een nieuwe partij? Vervolgens, waar is die dito partijleider, een soort ‘Bernie Sanders’? En als die partij en leider er zijn, hoe breng je een genuanceerde boodschap in een ongenuanceerde ‘sloganwereld’? En dan nog de vraag wat die partij kan bereiken in onze veelpartijendemocratie? Nopen die vragen daarom niet tot realistische verwachtingen? Zal succes daarmee niet iets van lange adem zijn? En geldt tegenwoordig niet het adagium dat Queen bezong? “I want it all, I want it all and I want it now!”
Een cynicus zou zeggen, begin er maar niet aan. En dat zou jammer zijn. Want zouden de aanhangers van deze, door Hamer genoemde, idealen zich niet juist nu moeten roeren? Ook de ballonnendoorprikker heeft zich, in diverse prikkers, uitgesproken voor deze waarden. Dus zijn steun heeft hij. Want is de slinger de afgelopen twee decennia niet vervaarlijk ver doorgeschoten naar de kant van de ‘vijanden’ van deze waarden? Zover dat veel voormalige aanhangers van deze waarden, van hun ankers zijn geslagen? En zou een partij of groep die deze waarden aanhangt, voor het broodnodige tegenwicht kunnen zorgen, zodat er weer een goed ankerpunt is?
Zou het ook anders kunnen? Zouden de aanhangers van deze waarden gebruik kunnen maken van een kans die de tegenstanders bieden? Zou het komende ‘Oekraïne-referendum’ zo’n kans kunnen zijn? Zou dat kunnen door de blanco-stem te bestempelen als een stem vóór deze waarden? Voor het verdrag stemmen hoeft niet, als de meerderheid maar niet tegen stemt en die meerderheid kan best blanco stemmen. Zou het mogelijk zijn om de beeldvorming zo te framen dat deze waarden gediend zijn bij een blanco-stem? Zou het mogelijk zijn om dit frame via de digitale media in heel korte tijd geaccepteerd te krijgen?
De kosten voor massamigratie zijn veel hoger dan de kosten van grenscontroles:“Een realistische raming van de kosten komt uit op een jaarlijks bedrag van twee tot vijf miljard euro. … De kosten van de opvang en verzorging van asielzoekers werd onlangs op 20 miljard euro per jaar geschat.” Een Duits instituut voor economisch onderzoek heeft deze berekening voor Duitsland gemaakt. Zo valt te lezen in Elsevier. Die 5 miljard euro steken schril af tegen de ‘alarmistische’ geluiden dat gesloten grenzen, zeer duur zouden zijn.
Nu komen er ieder jaar vluchtelingen, maar niet ieder jaar evenveel. In 2015 zullen de kosten verbonden met asielzoekers voor Duitsland best 20 miljard euro zijn geweest. Maar hoe hoog waren ze in 2014 en hoe hoog zullen ze in 2020 zijn? Het gaat mij niet om de bedragen en of die kloppen of niet. Zet twee economen in een ruimte en laat ze hiervoor een berekening maken en je krijgt drie verschillende uitkomsten.
De vraag die dit artikel oproept is van een andere orde. Met welk doel ‘vergelijk’ je de kosten van grenscontroles met die van de opvang en verzorging van asielzoekers? Welke suggestie wil je hiermee wekken? Zeker omdat het Duitse ‘berekeningen’ betreft en voor Nederland kan en zal dat heel anders liggen.
Wat is de relatie tussen het sluiten van grenzen en de opvang en verzorging van vluchtelingen? Willen grenscontroles zeggen dat vluchtelingen het land niet meer inkomen? Want dat is wat het artikel lijkt te suggereren. Nu hebben we na de Tweede Wereldoorlog een lange periode met grenscontroles gehad. In die tijd kwamen er ook vluchtelingen, denk onder andere aan de Hongaarse, de Tsjechoslowaakse en de Vietnamese.
Is het niet veeleer zo dat de kosten van grenscontroles bovenop die voor de opvang en verzorging van vluchtelingen komen? Tenzij we géén vluchteling meer toelaten. Dan moeten wel de internationale verdragen rondom de omgang met vluchtelingen worden opgezegd en onze wetgeving daaromtrent worden aangepast. En als alle landen dit doen, dan zit iedereen vast in het eigen land? Wat doen we dan als de dijken breken?
“Wahn ist kurz, die Reu ist lange,(kort is de illusie, lang de spijt)” aldusde Duitse dichter Friedrich von Schiller. Hoe lang en groot zou de spijt zijn als blijkt dat na het sluiten van de grenzen er ook vluchtelingen blijven komen. We moeten immers iedereen die zich aan de grens meldt en asiel aanvraagt, gewoon in procedure nemen. Dus ook worden opgevangen en verzorgd. Dan zitten we met dubbele kosten. Wat zou Elsevier willen bereiken met een dergelijk artikel? Toch oppassen voor de illusie die Elsevier lijkt te suggereren?