Beste burgemeester Koelewijn

Ik begrijp uit een artikel in de Volkskrant dat u heel begaan en betrokken bent met het meisje in uw gemeente Kampen, dat meerdere keren bruut is verkracht door een man uit Eritrea. Een man die ten tijde van het misdrijf in het asielzoekerscentrum (AZC) in Dronten verbleef. Die betrokkenheid siert u, er kan niet genoeg aandacht zijn voor slachtoffers van dergelijke vreselijke misdrijven. De dader verdient een zware straf al zal die straf het leed dat het meisje is aangedaan, nooit weg kunnen nemen.

kampenFoto: Kampen Online

Wat ik niet begrijp is uw reactie op hetgeen het meisje zich afvroeg. Ik citeer u: “Het meisje vroeg zich af hoe het toch kan dat mensen die uit oorlogsgebieden komen, en mogelijk oorlogstrauma’s hebben, ’s nachts vrij kunnen rondlopen’,… .Terwijl de situatie ook zo is dat ze dikwijls in de horeca worden geweerd. Dus je nodigt daarmee uit dat die mensen op straat gaan hangen ’s nachts, zonder toezicht. Dat heeft mij aan het denken gezet.” Resultaat van dat denken is een avondklok voor asielzoekers. Die kan volgens u uitkomst bieden omdat de omgeving veiliger wordt, “Maar het is ook een stuk bescherming naar de mensen zelf’.” Met die mensen bedoelt u de bewoners van het AZC.

In het krantenartikel krijgt u, naar mijn mening, terecht veel kritiek, op de vrijheidsberoving die u aan de asielzoekers wilt opleggen. Een vrijheidsberoving van onschuldige mensen omdat iemand uit hun ‘dorp’ een misdrijf heeft gepleegd. Over het straffen van een groep voor een daad van een eenling, wil ik het verder niet meer hebben. Dat wordt in het artikel al genoegd benadrukt en heeft bij diverse media voldoende aandacht gekregen.

Ik wil het met u hebben over over een tussenzin in het citaat hierboven. De zin: “Terwijl de situatie ook zo is dat ze dikwijls in de horeca worden geweerd.” een zin die er zomaar tussendoor glipt. Maar zegt u daar dat u het goed vindt dat de horeca in uw stad een ‘deurenbeleid’ voert dat groepen mensen, in dit geval asielzoekers, weert? Vindt u het werkelijk goed dat horeca-ondernemers in uw stad discrimineren?

Ik hoop toch, al doet de berichtgeving en de manier waarop u deze zin brengt het ergste vrezen, dat u dit niet normaal vindt. Ik hoop dat u eens een goed gesprek met deze ondernemers gaat voeren. Dat u optreedt tegen deze vorm van discriminatie. Mag ik erop rekenen dat u dit gesprek gaat voeren? Dat u deze Kampense horeca-ondernemers stevig gaat toespreken? Mag ik erop rekenen dat u deze horeca-ondernemers eens flink de mantel uitveegt en mocht dat niet voldoende zijn, dat u passende maatregelen neemt tegen de onwilligen?

Met vriendelijke groet,

De Ballonnendoorprikker

Beste Anousha Nzume

Ik las het interview met u in de Volkskrant. Een bijzonder interview omdat u een gedeeld verleden heeft met de interviewer, Sander Donkers en die zijn eigen ervaringen erin verweeft. Aanleiding voor het interview is het uitkomen van uw boek Hallo witte mensen. U voert actie omdat het u: “om machtsverhoudingen (gaat), hier bij ons én internationaal. Waar wordt het geld verdiend, door wie?” Een onderwerp dat mij ook bezighoudt en waarover ik geregeld schrijf op mijn site www.ballonnendoorprikker.nl. We zouden elkaar wellicht kunnen vinden in de strijd voor een rechtvaardigere wereld.

Anoucha Nzume

Illustratie: Nieuwwij

Alleen moet mij iets van het hart. U lijkt uw strijd om de machtsverhoudingen te veranderen, nogal sektarisch te willen voeren. Door de manier waarop, en de ‘makkers’ waarmee u de strijd tegen de macht voert. Hoe kom ik tot deze conclusie?

In het interview komt de Diversiteitsmars van Nasrdin Dchar ter sprake. “Als je zo’n onrechtvaardig systeem even denkt te kunnen wegknuffelen door met een ballon te gaan lopen, buig je in feite mee met het establishment,” zo zegt u. De boodschap van die mars was voor u niet sterk genoeg omdat het niets doet aan het lagere schooladvies dat uw zoon krijgt. Beste mevrouw Nzume, door uw boek te schrijven en Dchar in de hoek te zetten als een ‘softe ballonnenknuffelaar’, verandert dat schooladvies ook niet. Laat staan dat de machtsverhoudingen verschuiven in de door u en mij gewenste richting. Wat u daarmee wel doet, is medestanders van u afstoten.

U zegt uw boek te hebben geschreven als: “een soort handboekje waarin ik de theorieën en terminologie van wetenschappers als Gloria Wekker, Kimberlé Crenshaw en Philomena Essed in Jip en Janneke-taal heb vertaald, en dan vermengd met persoonlijke ervaringen.” Nu moet mij van het hart dat vele actievoerders die zich op het denken van Wekker baseren, mensen zoals Mitchell Esajas, Charlene Hiwat-Kortstam, Sunny Bergman, Reza Kartosen-Wong en anderen, mij, een blanke man van middelbare leeftijd, het gevoel geven dat ik aan de verkeerde kant van de streep sta. Mij het gevoel geven dat ik de oorzaak van alle ellende ben en dat ik dat eerst moet erkennen en me er vervolgens voor moet verontschuldigen. Mij het gevoel geven dat ik die twijfelachtige theorieën van Wekker als ‘de waarheid’ moet aanvaarden. Ook hierdoor worden medestanders afgestoten.

Beste mevrouw Nzume, de strijd tegen de gevestigde macht kan alleen met succes worden gevoerd als krachten worden gebundeld. Als de strijders tegen de macht elkaar versterker, als zij zoeken naar overeenstemming in plaats van de nadruk te leggen op verschillen. Zou het kunnen dat u door een dergelijk starre houding  ‘meebuigt met het establishment’?

Loyaliteit

In Turkije is een referendum gehouden, dat zal jullie niet zijn ontgaan. Ook in Nederland konden stemgerechtigden laten weten of ze het eens waren met de voorstellen of niet. De uitkomst van dat referendum heeft niet alleen gevolgen voor Turkije, maar ook voor Nederland, zo viel te horen op Radio1 bij het programma Nieuws en Co. Een van die gevolgen is dat de ‘loyaliteitsvraag’ weer wordt gesteld. Die luidde ongeveer als volgt: ’Hoe loyaal ben je aan Nederland als je JA stemt en dus voor de ‘afbraak van de ‘democratie’ in Turkije?’

dubbele loyaliteit

Illustratie: Trouw

Het gaat mij even niet om het al dan niet democratische karakter van Turkije na het referendum. Dat laat ik graag aan anderen over, of aan mezelf, maar nu even niet. Het gaat mij om ‘loyaal zijn aan’ Nederland of welk ander land. Aan de ‘loyaliteit’ van mensen met twee paspoorten wordt immers ook getwijfeld. Hoe doe je dat, loyaal zijn aan een land in het algemeen en Nederland in het bijzonder?

Sta je dan te juichen als het Nederlands elftal wint of als Epke de rekstok vijf keer achterelkaar loslaat, weer vastgrijpt en olympisch goud wint of Max Verstappen de Grote Prijs van Spanje wint? Als dat zo is, dan kan aan de ‘loyaliteit’ van veel mensen worden getwijfeld.

Ben je loyaal aan een land als  je de maatregelen van de regering toejuicht en verdedigt? Erdogan, maar ook Trump lijken dit loyaal te vinden. Als dit loyaliteit is, dan mag aan de loyaliteit van velen worden getwijfeld, om te beginnen aan de loyaliteit van de Ballonnendoorprikker. In diverse schrijfsel heb ik immers kritische vragen gesteld bij regeringsmaatregelen.

Ben je loyaal aan een land als je trouw belasting betaalt en de wetten respecteert? Waarom zouden we dan juichen met de successen van Max Verstappen? Hij woont inmiddels in Monaco en dat is vast niet alleen vanwege de zee en het mooiere weer. Verstappen is niet de enige zoals de Panama-papers uitwijzen en de vele Nederlanders in Brasschaat laten zien.

Toch verwarrend dat ‘loyaal’ zijn aan ‘je land’, zelfs als je maar één paspoort en nationaliteit bezit.

All Lives Matter!

Gelukkig behoor ik niet tot de doelgroep van Patrisse Cullors, een van de oprichters van Black Lives Matter. “Het is volgens Cullors sowieso onverantwoordelijk om je als vrouw, etnische minderheid of LHBTQIA níet in te zetten in de strijd voor gelijkheid,” zo valt te lezen in een interview dat Vera Mulder van de Correspondent heeft met Cullors. Ik heb namelijk een hekel aan mensen die vinden dat ik iets moet en me onverantwoordelijkheid verwijten als ik dat niet doe.

Nu strijd ik al mijn hele leven voor de gelijkwaardigheid van alle mensen, dus eigenlijk zou ik me thuis moeten kunnen voelen bij mensen als Cullors. Juist die dwingende of verwijtende toon maakt echter dat ik me niet thuis voel bij haar en haar medestrijders. Ik ben een man, blank, boerenzoon, echtgenoot, vader, Venlonaer, VVV supporter (een leuke bezigheid dit seizoen), speel softbal, vier Vastelaovend, ben historicus, hetero, schrijf graag prikkelende stukjes en zo zijn er nog veel meer zaken die bij mij horen, die mij vormen. Ik ben ze allemaal en ook nog eens allemaal tegelijk. In al die hoedanigheden kan ik me met mensen identificeren en me van hen onderscheiden, want dat is de spiegel van identificeren.

Cullors en met haar vele andere zoals Sunny Bergman en Gloria Wekker reduceren of simplificeren me tot alleen ‘blanke’, ‘man’ of ‘VVV supporter’. Zo maken zij een karikatuur van mij. Juist die veel-, of beter heelheid maakt mij tot de mens die ik ben en juist vanuit die heelheid kan ik strijden voor gelijkwaardigheid. Is het elkaar als ‘heel’ zien en elkaar als ‘heel’ behandelen niet een belangrijke voorwaarde om tot elkaar te komen en gelijkwaardigheid te bereiken? We behoren immers allemaal tot een minderheid. En ook nog wel de kleinst mogelijke minderheid van één persoon.

Vanuit die heelheid zie ik dat niet alleen ‘black’, maar ‘all lives matter’. Mulder mag dat een slechte tegenwerping vinden: “Natuurlijk, in een ideale wereld zou iedereen achter laatstgenoemde staan, maar puur de noodzaak van het oprichten van de beweging bewijst dat onze wereld zover nog niet is.” Zeg je door de nadruk te leggen op één kleur niet dat de andere kleuren er niet toe doen?

Die tegenwerping van Mulder berust trouwens op een vreemde redenering: omdat we onszelf hebben opgericht, kan de wereld niet zonder ons.

Pestprotocol

In een passage uit de column bij Jalta bespreekt Rik de Jong de rechtszaak die Sylvana Simons heeft aangespannen tegen mensen die haar op de sociale media bedreigden of beledigden. Volgens De Jong dient bedreiging gestraft te worden, “uitspraken die geen directe bedreiging of smaad en laster behelzen,” niet: “Ook platte, domme, achterlijke en bovendien verwerpelijke uitlatingen die iemand geen aantoonbare schade toebrengen, moeten in een publiek debat besproken kunnen worden.”

pesten

Illustratie: Moed

Een redelijk betoog van De Jong, we kennen immers de vrijheid van meningsuiting. In dat vrije debat moet je elkaar goed de maat kunnen nemen en dat is niet iets voor watjes. Maar toch…

Kinderen die worden gepest, een gruwel en bron van zorg voor ouders en opvoeders. Scholen zijn er alert op, hebben ‘pestbeleid’ en een pestprotocol. Terecht want er is niets zo vervelend voor een kind dan gepest worden. Niet alleen op school wordt gepest, ook bij de sportvereniging of op het werk worden mensen gepest. Google op pesten en je vindt vele sites en berichten (3.550.000 in 0,44 seconden op het moment dat ik googelde) over pesten.“Platte, domme, achterlijke en bovendien verwerpelijke uitlatingen,” brengen de kinderziel wel schade toe.

Zouden die “platte, domme, achterlijke en bovendien verwerpelijke uitlatingen” de volwassen ziel geen schade toebrengen, net als aan de kinderziel? Kun je dit ook zien als een vorm van pesten? Pesten op scholen en het werk krijgt terecht veel aandacht. Moeten we ‘pesten’ in het publieke debat dan wel zo normaal vinden?

Bespreken in het publieke debat klinkt mooi, maar heeft dat effect als de ene helft niet naar de ander luistert? Als de ene helft uitlatingen toejuicht die de andere helft verfoeit? Misschien toch een ‘pestprotocol’ voor het publieke debat opstellen?

 

Wat de kiezer wil

De PVV gaat lokaal! De komende gemeenteraadsverkiezingen gaat de PVV in een zestigtal gemeenten meedoen aan de verkiezingen. In een interview in het AD kondigt partijleider en enigst lid Wilders dit aan. In de Volkskrant ligt PVV-europarlementariër Olaf Stuger toe waarom de partij die stap waagt: “Zo komen we in de haarvaten van de samenleving, van stratenmaker tot medisch specialist. De partij is er aan toe.”  Dat zou kunnen, alleen kan de Ballonnendoorprikker dit niet beoordelen en moet dit dan maar aannemen van Stuger.

De kiezer

Illustratie: Managementboeken

De lokale afdelingen mogen hun eigen programma’s opstellen, daar bemoeit Wilders zich niet mee. Al geeft hij in het AD wel wat richting: “Al zal het niet gebeuren dat er een stedenband met Ramallah wordt bepleit. Het blijft wel de PVV.” De Nieuwe raadsleden moeten zich wel realiseren dat ze het, volgens Stuger, niet makkelijk krijgen: “We zijn politieke commando’s, vaak opererend op vijandelijk terrein. Daar moet je tegen bestand zijn.”

Echt interessant wordt het als het over die programma’s gaat. Daar waar de klassieke partijen hun programma’s door de leden laten vaststellen, ontbreken die bij de PVV. Geen nood: “Ons referentiekader is wat de kiezers willen.” Wat willen die kiezers dan en hoe komt de partij dat te weten?

Wat ‘het volk’ wil dat wordt pas na de verkiezingen duidelijk. Dan heeft ‘het volk’ immers gesproken. Dat moet uitermate lastig zijn voor een partij die ‘wat de kiezer wil’ als referentiekader heeft. Afgelopen 15 maart hebben de kiezers weer gesproken en laten weten wat ze willen. Het resultaat is een kamer met dertien partijen in grootte variërend van twee tot drieëndertig zetels. En wat weet je als je die uitslag weet? Weet je dan waarom iedere kiezer heeft gekozen zoals hij heeft gekozen?

Of wil de PVV nog een stap verder dan GeenPeil? U weet wel de partij die per peiling onder haar leden wilde bepalen wat de Kamerleden zouden moeten stemmen. De PVV lijkt nu iedereen, die kiezer is, te willen peilen.

Beste mevrouw Wijs

Bij ThePostOnline een open brief van u, een teleurgestelde en zeer verontruste burger van Nederland. U richt uw schrijven aan Mark Rutte en Siebrand Buma. “Ik kan sinds 15 maart het idee niet van me afzetten, dat wij in een ‘bananendictatuur’ wonen!,” zo schrijft u. Een ‘bananendictatuur’ omdat: “Meteen om 21:15 uur kwam er een prognose en die was, zoals later zou blijken, behoorlijk definitief. Het is één van de mysteries van deze verkiezingen, evenals alle blijken van fraude, wegraken van stemmen, etc. op verschillende stembureaus.” Beste mevrouw Wijs, die eerste prognose voorspelt de uitslag altijd op een paar zetels na. En waar zijn uw bewijzen van fraude en het wegraken van stemmen? Bent u misschien het slachtoffer van een complottheorie?

Zelfreflectie

Illustratie: Tekeningenbank

Ook de manier waarop de PVV buiten buiten het kabinet wordt gehouden, stoort u: “De PVV is monddood gemaakt al van te voren: “Wij gaan niet met hem regeren dus stem maar op ons.” Is dát democratisch? En dan het lek in de beveiliging wat toevallig nét voor de verkiezingen (heel goed) uitkwam, waardoor Wilders zijn campagne moest staken.”  En iets verderop in haar brief: “Jullie weigering tot samenwerking en demonisering van de PVV is het bewijs. Zo aan het pluche gebakken, dat zelfs een partij als GroenLinks in aanmerking komt om te regeren.” Beste mevrouw Wijs, zetels winnen wil niet zeggen dat een partij in het kabinet moet. Net zoals het geen ‘wet’ is dat de grootste partij de premier levert. Waarom is vooraf een partij uitsluiten niet democratisch?  Het maakt zaken duidelijk, wat zou daar tegen kunnen zijn? Zou het niet kunnen dat Wilders het spel na de verkiezingen slecht heeft gespeeld en nu weer speelt? Het is makkelijk om de schuld van iets altijd bij anderen te leggen. Een beetje zelfreflectie zou geen kwaad kunnen. En waarom zouden die ruim achthonderdduizend GroenLinksstemmers niet mogen worden vertegenwoordigd in een kabinet?

“Sinds kort ‘zit’ ik op Twitter en wat je daar allemaal leest…deze doodswensen en daden van geweld worden geschreven door ‘linkse’ Nederlanders (die zichzelf graag omschrijven als ‘antifascisten’), waar ook enkele zeer bekende Nederlanders tussen zitten. Ik vraag u beide of dat normaal is.” Beste Mevrouw Wijs, nee, dat is niet normaal. Net zomin als veel lezerscommentaar en sommige schrijfsels die bij ThePostOnline of De Dagelijkse Standaard worden gepubliceerd. Doet u trouwens niet hetzelfde door GroenLinks te betitelen als: “de partij van de communisten en terroristen”? is een keus, u kunt er ook voor kiezen niet te Twitteren is immers een medium dat gemaakt is voor ongenuanceerde uitspraken. Nuance in honderdveertig tekens is immers lastig.

Transformers

Transformatie, dat woord lees en hoor ik veel in het sociaal domein waarin ik werk. We (de gemeenten) moeten werken aan de transformatie. Daarvoor moet een transformatieagenda worden opgesteld. Daarvoor zijn in de contracten met zorgaanbieders transformatietafels opgezet. Daar moet het plaatsvinden. Daar moeten we samen met die zorgaanbieders de transformatie vormgeven. Daar gaan we samen kijken wat de zorgaanbieders anders moeten doen. Zouden tafels en structuren de meest geëigende manieren zijn om verandering, want dat is transformatie, te bewerkstelligen?

Laten we eens naar ervaringen uit het verleden kijken. Als sneller vervoer een wens was, dan zouden paardenhandelaren snellere paarden proberen te fokken. De oplossing kwam echter niet van een paardenhandelaar. Het was, volgens mij, de Duitser Karl Benz die de verbrandingsmotor uitvond en deze op een wagen monteerde. Dit nadat er al eerdere ‘uitvinders’ pionierden met stoommachines op wielen. En zo zijn er meer voorbeelden van bedrijven en instellingen die marktleider zijn en toch de boot missen. Zo verloor grootmacht IBM haar positie aan Microsoft omdat dit kleine bedrijfje de belangrijkste bouwsteen voor de PC ontwikkelde: het besturingssysteem. Twee knutselaars (Bill Gates en Paul Allen) in een ‘garage’ troefden hen af. Alhoewel aftroeven, de twee waren slimme handelaren die de basis van het besturingssysteem kochten van de echte uitvinder en een lucratief contract sloten met IBM.

bumblebee

Illustratie: ComingSoon.net

Zo komen veel vernieuwingen, die de bestaande verhoudingen op de kop zetten, van eenlingen die los van de ‘gevestigde machten’ opereren. Zou dat bij veranderingen in zorg en ondersteuning (de transformatie in dat sociale domein) niet ook zo kunnen zijn? Als dat zo is, wat hebben we dan aan die ‘tafels’ en ‘structuren’ waar we de transformatie proberen te organiseren? Zouden we dan niet iets anders moeten doen?

Even terug naar het woord transformatie. Volgens de Van Dale is transformatie: omvorming, gedaanteverandering. Als ik wil dat iemand zich anders tegen mij gedraagt, zich omvormt of zijn gedaante verandert, kan ik twee dingen doen. Hem erop wijzen dat hij zich anders moet gedragen of mezelf anders tegenover hem gedragen. Welke weg zou het meest succesvol zijn? Zou dat niet de tweede manier zijn? Het is in ieder geval de manier met de minste strijd. Zou het kunnen dat transformatie start met een gedaanteverandering van de overheid, de gemeente in dit geval? Zou de gemeentelijke transformatie niet kunnen beginnen met het afbreken van structuren om zo een vrije ruimte te creëren? Een vrije ruimte voor de eenlingen?

 

Deze column is ook gepubliceerd op in de nieuwsbrief van Flexkwaliteit

 

‘Echte vrouwen’

Voor de ‘redding van de wereld’ zouden vrouwen het voor het zeggen moeten krijgen. Dat is in het kort (en wellicht een klein beetje overdreven) wat de schrijfster van bijvoorbeeld Brokeback Mountain Annie Proulx in Trouw beweert. Op de vraag of vrouwen beter in staat zijn het evenwicht te bewaren en we dus beter vrouwelijke leiders kunnen kiezen antwoordt ze: “Vroeger (…) zou ik dat onzin hebben gevonden. Maar nu weet ik dat niet meer zo zeker. Vrouwen staan vanwege hun vermogen kinderen te baren dichter bij de natuur, ervaren de natuur anders dan mannen. Vrouwen weten van tuinieren en zaaien en laten groeien. Mannen leven in boardrooms en kantoren.”

tuinieren

Foto: Men’s Health

Laten we de twee argumenten van Proulx, kinderen kunnen krijgen en tuinieren, eens wat nader bekijken. Inderdaad is kinderen krijgen hard werken en vaak een pijnlijke ervaring.  De mannelijke kant van de ervaring is trouwens ook geen pretje, hulpeloos toezien hoe de natuur haar werk doet, je geliefde hard werkt en pijn leidt zonder dat je wat kunt doen. Dat ‘meepuffen’ klinkt leuk, maar voegt het echt wat toe? Die vrouwelijke ervaring wordt tegenwoordig vaak onderdrukt door medicatie. Wat maakt dat vrouwen, na het doorstaan van die ervaring, dichter bij de natuur staan? En wat is de relatie tussen die ervaring en het geschikter zijn van vrouwen als leiders?

Dan het tuinieren. Ik zal de laatste zijn om te beweren dat alle mannen iets weten van ‘zaaien en laten groeien’ en dat er vrouwen zijn die er ‘iets’ van weten. Ik ken echter veel vrouwen die er niets van weten, die hun ‘handen niet vuil’ durven te maken en bang zijn om een nagel te breken. Net zoals ik veel mannen ken die er heel veel van weten. En ook hier weer, wat maakt mensen die weten van ‘tuinieren’ tot betere leiders?

Als in een ‘kantoor wonende’ man kan ik u, mevrouw Proulx, meedelen dat ik er heel veel vrouwen tegenkom. Sterker nog, in de sector waarin ik werk, kom ik meer vrouwen dan mannen tegen.

Beste mevrouw Proulx, u mag best vinden dat vrouwen geschikter zijn als leiders. Uw onderbouwing van deze mening blinkt uit door een gebrek aan deugdelijke bewijsvoering en een overdaad aan generalisaties. Het antwoord dat u geeft als de interviewer verwijst naar leiders als Thatcher, May, Clinton en Merkel, maakt uw argumentatie er trouwens niet sterker op. U serveert hen af met “Die zijn opzettelijk blind.” Het zijn dus eigenlijk geen ‘echte’ vrouwen.

Nog een alternatieve werkelijkheid

Twee keer kwam ik deze week een interview tegen met Mustafa Aslan de campagneleider van de AK-partij in Nederland. De eerste keer in de Volkskrant en op vrijdag 24 maart in Dagblad de Limburger.  Twee keer krijgt Aslan de gelegenheid om zijn werkelijkheid te schetsen. In Dagblad de Limburger wordt hem gevraagd naar de duizenden mensen met een afwijkende mening die vastzitten. Aslan: “ Jij bekijkt Turkije door een Nederlandse bril. Dat snap ik. Maar als je wilt begrijpen moet je de situatie in Turkije kennen. Dit is een land dat bijna dagelijks wordt getroffen door aanslagen. Dat haalt het nieuws hier niet, maar het gebeurt wel. Ik wil de aanslagen in Frankrijk en België niet relativeren, maar in Turkije zijn vorig jaar 1.000 mensen gestorven bij aanslagen. En we grenzen aan IS gebied. Dan moeten er andere maatregelen worden genomen dan hier in Europa.”

Beste meneer Aslan, laten we even teruggaan naar het jaar 2015. In dat jaar werden er in Turkije twee maal verkiezingen gehouden. De eerste keer leed uw AK-partij een overwinningsnederlaag, vergelijkbaar met die van de VVD afgelopen verkiezingen. Uw partij kreeg veertig procent van de stemmen, maar verloor de absolute meerderheid. Grote winnaar was de van oorsprong Koerdische HDP. Uw partij moest een coalitie vormen, maar dat lukte met geen enkele van de andere partijen. Daarom schreef de president Erdogan, nieuwe verkiezingen uit voor november. Uw AK-partij kreeg toen wel een meerderheid van de stemmen en kon alleen verder regeren. Tot zover niets bijzonders.

Nou ja, niets bijzonders, internationale waarnemers concludeerden dat die tweede verkiezingen niet geheel democratisch waren verlopen. Bovendien was er nog iets. In de periode tussen de twee verkiezingen begon uw geliefde president deel te nemen aan de strijd tegen het terrorisme, iets waar hij zich voor die tijd niet mee bemoeide. Het was echter niet het door u genoemde IS dat de Turkse klappen kreeg, maar de Koerden. Die reageerden hierop en dit leidde ertoe dat uw president Erdogan het vredesproces met de Koerden beëindigde en de strijd hervatte. De strijd tegen de Koerden in Turkije en buurland Syrië. Iets wat de Koerdische PKK en andere strijdgroepen, niet zomaar lieten gebeuren. Zij sloegen terug door aanslagen op vooral leger en politie te plegen.

Resultaat van deze oorlog: uw president Erdogan kon allerlei maatregelen nemen om het de oppositie lastig te maken, de Koerden ‘verketteren’ en als ‘sterke man’ de verkiezingen winnen. Voeg daarbij de manier waarop nu inderdaad duizenden mensen het leven onmogelijk wordt gemaakt en het geschreeuw van de afgelopen weken en dan vraag ik u, meneer Aslan, wilt deze man waar u van houdt de bijna absolute macht geven, ga uw gang. Het valt mij trouwens op dat alleen in autocratisch of dictatoriaal geregeerde landen, mensen van de machthebber houden. Ik hoor Duitsers niet roepen dat ze van Merkel houden, of Nederlanders van Rutte.