De Ballonnendoorprikker schrijft korte prikkelende columns, waarin kromme redeneringen, verhullend taalgebruik en rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak worden gesteld
De Nederlandse strijdkrachten kunnen zich de laatste tijd verheugen op veel belangstelling. Volgens velen is het Nederlandse leger verwaarloosd en moet er veel meer geld naar toe. In NAVO-verband is een norm genoemd van twee procent van het nationaal inkomen en Nederland komt daar lang niet aan. Dat is ook volgens de voorzitter van de CDA-jongeren Ard Warnink en zijn vervanger Klaas Valkering een slechte zaak, zo betogen zij in de Volkskrant. Volgens de CDA jongelingen verdient de krijgsmacht: “beter dan de financiële ‘restjes’ van de andere ministeries.” Een mooi frame, defensie krijgt dat wat er over blijft, de kliekjes. Dat moet anders en de twee CDA jongelingen hebben een idee hoe dat zou kunnen: “Een constitutionele begrotingseis zorgt voor de broodnodige rust binnen defensie en maakt dat er gerichter en strategischer kan worden geïnvesteerd.”
Beste CDA jongelingen, waarom beperken jullie je pleidooi alleen tot defensie? Zou een ‘constitutionele begrotingseis’ niet ook voor de broodnodige rust kunnen zorgen in bijvoorbeeld het onderwijs, bouw en onderhoud van de verschillende soorten infrastructuur, justitie en politie, de zorg, cultuur? Met evenveel recht kun je immers beweren dat de begroting van sociale zaken de ‘restjes van andere ministeries krijgt. Ook voor die ministeries zal: “een constitutionele begrotingseis een einde moeten maken aan het ge-jojo.”
Waarom stellen jullie niet voor om de complete financiering van de overheid in de grondwet vast te leggen? Dat geeft immers op alle gebieden ‘broodnodige rust’. Wellicht draagt dat ook bij aan de ‘broodnodige rust in het maatschappelijke debat. Het scheelt namelijk het jaarlijkse gesteggel om de centen. Als er een goede prognose ligt voor het nationaal inkomen, dan is de begroting van de overheid klaar. Geen discussie meer in het parlement over het verschuiven van geld van bijvoorbeeld onderwijs naar zorg. Zijn we in één keer af van die jaarlijkse rituele dans.
Met de begroting in de Grondwet kunnen we wellicht ook meteen het parlement afschaffen. Want wat blijft er voor de Kamers nog over als er niet over geld gesteggeld kan worden? Een goed idee? Of toch niet? Als het geen goed idee is om de complete begroting in de Grondwet vast te leggen, waarom dan wel het deel dat defensie toe zou moeten komen?
In mijn vorige column vergeleek ik aan de hand van een song van de Dead Kennedys de huidige wereld met die van vijfendertig jaar geleden. In precies die periode schreef historicus Maarten van Rossum de artikelen die zijn gebundeld in het boekDe draagbare van Rossum. Een bloemlezing die tezamen een goed inzicht geven in de geschiedenis van de vorige eeuw. Het derde hoofdstuk behandelt het wedervaren van het stadje Muncie in Indiana. In de studies wordt het plaatsje Middletown genoemd omdat het model moet staan voor een gemiddelde plaats in de VS. Dit stadje stond centraal in drie sociologische onderzoeken in de vorige eeuw. De eerste in 1925 en de tweede in 1935 werden verricht door Robert Lynd, de laatste eind jaren zeventig door Theodor Caplow, Howard M. Bahr en Bruce A. Chadwick.
Lynd maakte zich zorgen om het verval van ‘gemeenschapszin’ in de Verenigde Staten en dacht dat de sleutel voor het stoppen van dit verval in kleine gemeenschappen lag. Als je verval wilt aantonen, dan moet er wel een referentiepunt zijn. Voor Lynd was dat het Muncie van zo rond 1890, de jeugdjaren van Lynd en die bracht hij door in een naburig stadje. Enige probleem, het Muncie van 1890 was niet op dezelfde manier bestudeerd. Dat beeld schetste Lynd op basis van wat globale informatie en zijn eigen jeugdervaringen. Een zeer mooi en positief beeld waarbij de jaren twintig, ondanks de toegenomen welvaart, schril afstak. Van Rossum waarschuwt: “We moeten niet vergeten dat Lynd ons oordeel gemanipuleerd heeft door op het doek achter het concrete beperkte Middletown in 1925 steeds het idyllische Middletown van 1890 te projecteren. Hij heeft zichzelf en zijn lezers met een romantisch plaatje in de luren gelegd.” Teloorgang van de gemeenschapszin, het zwarter maken van de huidige werkelijkheid door deze af te zetten tegen een extra gefotoshopte achtergrond.
De drie onderzoekers uit de jaren zeventig constateerden dat het stadje zo ongeveer het Walhalla was, het paradijs op aarde waar de verandering tot stilstand was gekomen omdat het hoogste punt van ontwikkeling bereikt was. En dat paste volgens Van Rossum precies bij hun ‘neoconservatieve zonnebril. Volgens Van Rossum, maakten zij zich aan hetzelfde feit als Lynd schuldig, maar dan omgekeerd. Zij zetten hun witter gefotoshopte werkelijkheid van de jaren zeventig af tegen Lynds zwart gefotoshopte en constateerden dat er niets aan de hand was in het stadje.
Is deze manier van ‘overdrijven’ niet nog steeds actueel? ’What you see is what you get’ een bekende uitdrukking in de automatiserings- en computerwereld. Zou voor de maatschappijwetenschappen en de politiek niet gelden ‘what you want to see is what you get? Het noopt in ieder geval tot kritisch bevragen van onderzoeksresultaten.
Toen ik gisterochtend naar mijn werk reed, besteedde Radio1 aandacht aan het ‘hoofddoekjesidee’ van de Amsterdamse politiechef Aalbersberg. En zoals was te voorspellen, leidde dit idee tot een lawine aan afkeurende reacties. Zo maakt ook Afshin Ellian bij Elsevier zich druk om het idee van Aaldersberg. “De politie is de gewapende hoeder van de rechtsstaat, een neutrale staat,” zo betoogt Ellian. Dat neutraliteit uitstralen wat anders is dan neutraal zijn, realiseert hij zich ook: “Neutraliteit gaat niet over wat deze ambtenaren denken, maar over hoe ze verschijnen en wat ze doen.” Als politie-agenten een hoofddoekje gaan dragen dan is die neutraliteit ver te zoeken, zo betoogt Ellian: “Een hoofddoek bij de politie is geen teken van diversiteit, maar van islamisering van de politiemacht.” Is die rechtsstaat wel zo neutraal?
“Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.,” de eerste zin van iedere Nederlandse wet. ‘Bij de gratie Gods’, hoe neutraal is die rechtsstaat als god in iedere wet aanwezig is? Wat heb ik aan ‘neutraal verschijnende politie-agenten’ als de wetten die ze moeten handhaven, partijdig zijn omdat er wordt gerefereerd aan een god?
Hoe neutraal is onze overheid als verplichte feestdagen allemaal zijn gelieerd aan het christendom? Niet allemaal, zult u tegenwerpen, koningsdag niet! Die inderdaad niet direct, maar zorgt ‘de gratie Gods’ die de koning op zijn troon heeft gezet, niet voor een sterke band tussen deze feestdag en het christendom? Zou een neutrale dag niet iedere gelovige de gelegenheid bieden om de voor zijn of haar geloof belangrijke feestdagen op gelijke voet te vieren?
“Zo waarlijk helpe mij God almachtig,” een van de twee manieren om je als politicus in te zweren.Geeft dit de christenen een flinke voorsprong op de islamieten, hindoes of of aanhangers van de kerk van het vliegende Spaghettimonster? Die laatsten mogen zelfs niet met het voor hun ‘heilige’ vergiet op hun hoofd op de pasfoto, terwijl dat met een hoofddoek of de ‘staphorster hoedjes’ wel mag.
Valt er zo niet nog heel wat te ‘neutraliseren’ voordat we kunnen spreken van een neutrale rechtsstaat? Daar zal nog veel werk voor moeten worden verzet en weerstand voor moeten worden overwonnen. En bij dat werk en het overwinnen van die weerstand “mogen wij ons gesteund weten door het besef dat velen ons wijsheid toewensen” om het bijna standaard einde van een troonrede te citeren. Dat neutraliseren zou al kunnen beginnen als de koning de op deze zin volgende woorden niet meer uitspreekt, “en met mij om kracht en Gods zegen voor u te bidden.”
Het is feest in Limburg: de provincie maakt honderdvijftig jaar deel uit van Nederland. In Dagblad de Limburger van vrijdag 12 mei 2017 las ik dat Provinciale Staten pleiten voor een ‘status aparte’ van de provincie binnen Nederland: “Want al die Haagse wetten en regeltjes staan de groei van Limburg hopeloos in de weg,” aldus de leider van de provinciale VVD Joost van de Akker. In dezelfde krant vraagt Roel Wiche zich in de rubriek Op de korrel af waarom hij er als inwoner zo weinig merkt van dat heuglijke en feestelijke feit: “Normaal zetten ‘wij’ Limburgers al een feesttent neer als de nieuwe ventieltrombone van de plaatselijke fanfare wordt ingezegend of als de duivenclub de roemruchte vlucht naar Bergerac heeft gewonnen.” Wiche vraagt zich ook af hoe het zit met het historisch besef van de Limburger: “ Ik leerde vroeger alles over de bronzen spiegels van de Etrusken, maar weinig over de splitsing van Limburg in een Nederlands en Belgisch deel.” Zou dat wellicht komen omdat Limburg een gemaakte en verzonnen provincie is?
Het graafschap Holland, de Hertog van Gelderen, de graven van Friesland, het hertogdom Brabant, je komt ze allemaal tegen in de geschiedenisboekjes. Tevergeefs zul je zoeken naar Limburg op de plek waar het nu ligt. Ja er was een hertogdom Limburg, het omvatte een deel van het zuiden van het huidige Limburg, maar lag toch vooral in het huidige Duitsland Die gesplitste provincie waar Wiche over spreekt, werd op de tekentafel ontworpen. Na de nederlaag van Napoleon werd Europa tijdens het beroemde Congres van Wenen opnieuw ‘uitgetekend’. Daar ontstond het koninkrijk de Nederlanden dat Nederland, België en Luxemburg omvatte. Een land dat vervolgens in provincies werd opgedeeld. Zo is de provincie Limburg ontstaan waarvan een deel tot 1867 ook lid was van de Duitse bond. Een bestuurlijke eenheid, maar zeker geen culturele of historische eenheid. Een flink deel ervan hoorde lange tijd tot het hertogdom Gelre. Een hertogdom dat na de Vrede van Utrecht in 1713 in vier delen uit elkaar viel. Kijken we naar de huidige gemeente Venlo, dan viel haar grondgebied in verschillende landen. De noordelijke dorpen Arcen en Velden behoorden tot Pruissen. De stad Venlo zelf en het aan de andere kant van de Maas gelegen Blerick, hoorden bij het Overkwartier. Alleen behoorde Venlo tot de Republiek en was Blerick ongeveer honderd jaar lang, bezet door Pruisische troepen. Tegelen en Belfeld behoorde tot het hertogdom Gulik. Later dit jaar wordt trouwens gevierd dat Tegelen tweehonderd jaar bij Nederland hoort.
Een provincie zonder grootse geschiedenis van een hertog, baron of graaf, maar een lappendeken, een gebied waar ‘the powers that be’ in de 17e en 18e eeuw hun oorlogen uitvochten. Volgens de Limburger willen Provinciale Staten met hun pleidooi voor een vrijstaat, de de tijd terugdraaien. Terug naar welke tijd?
Na de aanslagen van elf september 2001 vielen de Verenigde Staten Afghanistan binnen, dit omdat het Al Qaida van Osama bin Laden zich in dat land schuilhield en werd beschermd door de Talibanregering in dat land. Die inval werd een succes en de Talibanregering en Al Qaida werden verdreven. Alhoewel succes, Afghanistan is nog steeds een instabiel, de Taliban zijn nog springlevend en actief en de centrale regering is nog steeds zwak. Lokale heersers en potentaten maken de dienst uit en sluiten zich aan bij de partij die hen het meeste voordeel oplevert.
Sinds die inval opereren NAVO-toepen in het land. Die activiteiten worden in Nederland ‘opbouwmissie’ (Uruzgan) of ‘ politietrainingsmissie’ (Kunduz) en ook andere landen doen er vrolijk aan mee. Iedere keer als een missie eindigt, dan verdwijnt de gebrachte ‘ stabiliteit’ als sneeuw voor de zon en rukken de Taliban weer op. Nu zijn er nog zo’n 13.000 NAVO-militairen actief in het land en dat schijnen er niet genoeg te zijn. Er moeten er zo’n 3.000 tot 5.000 bijkomen en ook deze keer niet om te vechten maar het centrale leger van Afghaanse regering te ‘trainen’ zo valt bij nos.nl te lezen.
Mooi die eufemismen die worden gebruikt. Het doet denken aan de ‘politionele acties’ van Nederland in Indonesië na de Tweede Wereldoorlog. De 140.000 Nederlanders die toen werden gestuurd, waren alles behalve politie-agenten. Het waren gewoon militairen die een oorlog moesten gaan voeren. Of neem de ‘adviseurs’ die de Verenigde Staten naar Vietnam stuurden. Op het hoogtepunt waren er bijna 600.000 waarvan 535.000 uit de Verenigde Staten. Ongeveer 1 adviseur op nog geen anderhalve Zuid-Vietnamese soldaat., dat was nog eens persoonlijk advies.
Nog wranger is dat Al bijna twee eeuwen wordt geprobeerd om grip te krijgen op het gebied dat we Afghanistan noemen. De Britten hebben het zonder veel succes geprobeerd, daarna probeerde Sovjet Unie ook die kwam bedrogen uit. De Afghaanse oorlog en de erop volgende ‘nederlaag’ was een van de oorzaken van het uit elkaar vallen van de Sovjet Unie. Sinds 2001 pogen de Verenigde Staten en de NAVO om het land te beheersen en zoals we zien tot nu toe zonder succes.
Het huidige eufemisme is dus dat er ‘trainers’ worden gestuurd. Niet Dick Advocaat en Ruud Gullit, die moeten het Nederlands Elftal gaan trainen, maar militairen. Moeten die de Afghanen leren vechten? Dat lijken ze zelf zeer goed te kunnen. Of zou het juist andersom zijn, dat de trainers training gaan volgen bij de getrainden?
De auto moest naar de garage voor een jaarlijkse keuring en een onderhoudsbeurt, of ik het voertuig om acht uur wilde brengen. Omdat ik geen zin had om te wachten tot ik hem weer mee kon nemen, wandelde ik naar huis. Het was immers maar een half uurtje lopen. Die wandeltocht voerde mij door de binnenstad van Venlo waar het op dit vroege tijdstip nog erg rustig was. Winkelmedewerkers fietsten en liepen naar hun winkels en een clubje mensen met oranje hesjes was vuilnis aan het prikken. Nou ja prikken, ze hadden zo’n lange knijper waarmee je rommel op kan rapen.
Ik heb het ze niet gevraagd, maar het leek mij een groepje mensen dat dit deed als ‘tegenprestatie’ voor een uitkering en zo ‘werkritme’ opdeed voor het ‘echte werk’. De ‘participatiesamenleving’ in optima forma: voor wat hoort wat. Zij een uitkering om van te leven, de samenleving schone straten, een win-win toch? Om de ‘newspeak’ waarmee dit beleid gepaard gaat aan te halen: deze mensen worden weer in hun eigen kracht gezet. Wacht eens even, nu we het toch over eigen kracht hebben en over participatiesamenleving, zouden er ook andere oplossingen mogelijk zijn voor zowel de vuile straten als ook voor ‘eigen kracht’ van deze mensen? Laten we er eens wat dieper op ingaan.
Mensen lopen over straat met een blikje cola, zakje chips of een sigaret. In dat blikje zit cola, in de zak chips en in de sigaret tabak. Deze mensen kunnen dat blikje, het zakje of die sigaret dragen. Als de cola, chips of tabak op is, gebeurt er iets vreemds. Het blikje, het zakje en de peuk, die er van de sigaret is overgebleven, wordt zwaar. Zo zwaar dat die mensen het niet meer kunnen tillen en dus maar laten vallen. Dat geeft rommel op de straat en dat ziet er niet uit. Dan komen de ‘vuilprikkers’ in beeld. Zij kunnen wat de coladrinkers, chipseters en sigarettenrokers niet kunnen: het lege blikje, zakje en de peuk optillen en in een vuilnis zak doen.
Zou er niet aan de ‘eigen kracht’ en de eigen verantwoordelijkheid’ van de coladrinkers, chipseters en rokers die hun blikje, zakje en peuk niet meer kunnen dragen, gedaan moeten worden? Moeten die niet worden ‘getraind’ zodat ze sterk genoeg zijn om het zelf in een prullenbak te gooien? Zouden de ‘vuilprikkers’ niet aangenomen kunnen worden als ‘trainer’ of anders benoemd, als gastheer? Een echte baan met een echt salaris en met als taak ervoor te zorgen dat de coladrinkers, chipseters, sigarettenrokers en alle anderen die zich niet aan de ‘huisregels’ houden, op hun gedrag aan te spreken? Aanvullend kunnen ze mensen helpen bij het vinden van de weg. Zou dat een beter alternatief zijn?
Oh ja, de auto heeft een beurt gehad en de keuring goed doorstaan.
In de NRC lees ik dat de gemeente Rotterdam af wil van de plicht om de: “lokale inkoop van kleinschalige zorg, kinderbescherming en wijkteams Europees aan te besteden.” De gemeente moet deze zorg dit jaar opnieuw aanbesteden en in totaal gaat het om vierhonderdmiljoen euro aan zorg per jaar. En dat is geen kleine klus: “In Rotterdam zijn meer dan honderd medewerkers bezig met de aanbesteding.”
Een beetje vreemd om zorg in Rotterdam Europees aan te besteden, zou er een bedrijf uit Spanje of Polen zijn dat kinderbescherming in Nederland kan verzorgen? Zeker als je bedenkt dat een bedrijf dat deze zorg wil leveren ‘gecertificeerd’ moet zijn en dat zijn alleen Nederlandse bedrijven. Daarom adviseert Wethouder De Jonge: “als het kabinet het ‘sociale domein’ gaat uitzonderen voor aanbesteding. Daarvoor is een wetswijziging nodig, maar het kost niets.” Een terecht pleidooi dus van de Rotterdammers. Zeker als daardoor wijkteams waaraan de stad sinds 2015 heeft gewerkt en die net op elkaar ingespeeld en ingewerkt raken, uit elkaar dreigen te worden getrokken.
Beste gemeente Rotterdam, en u bent niet de enige zo weet ik uit ervaring, waarom staart u zich blind op ‘ marktwerking’? Waarom moet er aanbesteed of ingekocht worden? Ook bij niet Europees aanbesteden kunnen die mooie teams uit elkaar worden getrokken. De Jeugdwet schrijft niet voor dat het een markt moet zijn. Die bepaalt in artikel 2.6 onder 1: “Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat er een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod is,” om aan de taken die de wet stelt, te kunnen voldoen.
Als die teams zo goed werken en je wilt dat de investering erin niet verloren gaat en nog jaren rendement gaat opleveren, waarom zoek je dan niet een andere oplossing? Waarom neemt de gemeente die teamleden niet gewoon in dienst? Dan hoeft er niet te worden ingekocht, hoeven er geen contracten te worden afgesloten, beheerd en gemanaged. Dat scheelt flink wat ambtenaren en externe adviseurs die zich met inkoop bezig houden. Dat geld kan dan worden ingezet voor extra zorg voor de kinderen.
Zou het in dienst nemen bovendien niet een blijk van waardering voor die teams en hun leden zijn? Zou dat geen mooie oplossing zijn? Let er dan wel op dat u er geen ‘ ambtenaren’ van maakt.
De ene partij die niet met een andere wil samenwerken in een regering, de afgelopen Tweede kamerverkiezingen ging het er over. De VVD, het CDA en vele andere partijen sloten de PVV op voorhand al uit. De SP deed hetzelfde met de VVD. Met name aanhangers van de door de meeste partijen uitgesloten PVV, schreeuwden daar moord en brand over. Nu wil de PVV in diverse gemeenten meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar en begint het circus weer.
Bij Dagblad de Limburger lezen we dat historicus Ad Knotter oproept tot een lokale boycot van deze partij: “De PVV heeft antidemocratische en racistische standpunten en maakt onderscheid op grond van afkomst. Wat mij betreft is het volkomen terecht als politieke partijen die PVV dus niet betrekken bij beleidsvorming, zoals nu in Den Haag gebeurt. Hier ligt ook een taak voor democraten in Maastricht en omgeving. Het is gewoon niet wenselijk dat deze partij in de raad van bijvoorbeeld Maastricht komt.” Dit is tegen het zere been van Anne Adema van De Dagelijkse Standaard: “Het uitsluiten van partijen zou uitgesloten moeten zijn in een democratie. Op basis van verkiezingen wordt beslist welke partijen deelnemen in de gemeenteraad. Door de PVV-kiezer buiten te willen sluiten laat de historicus zien dat hij eigenlijk de democratie wil afschaffen.”
Een wat vreemde redenering van Adema. VVD’er Rutte en vooral PvdA’er Samsom kregen na de vorige verkiezingen het verwijt dat ze de kiezer min of meer hadden bedrogen. Voor de verkiezingen voerden ze hard campagne en maakten ze de verschillen ‘enorm’ groot. Er kropen ze snel bij elkaar en vormden als een razende een kabinet. Je koos immers voor de een om de ander ‘uit de regering’ te houden en na de verkiezingen kreeg je die ander er toch gewoon bij, als je dat te voren had geweten, dan .… Kiezersbedrog! Nu zijn er partijen die van te voren aangeven een andere van samenwerking uit te sluiten en is het weer niet goed. Waarom zou dat de democratie afschaffen? Is het voor het vertrouwen in de democratie niet juist gebaat bij duidelijkheid vóór de verkiezingen? En niet alleen duidelijkheid oer het verkiezingsprogramma, maar ook over mogelijke partners en partijen waarmee zeker niet wordt samengewerkt?
En beste meneer Adema, maken verkiezingen duidelijk of partijen samen een regering of college vormen? Of maken verkiezingen duidelijk hoeveel zetels een partij krijgt en beginnen daarna onderhandelingen om een nieuwe regering of college te vormen? Speelt daarbij of ze inhoudelijk tot overeenstemming kunnen komen en of ze elkaar vertrouwen niet een belangrijke rol?
Als het over twerken of blubbling gaat, dan sla ik een artikel over. Dat zegt vast iets over mij. Soms mis je dan een interessant artikel. Zo stuitte ik dit weekend bij de Correspondent op een artikel met de titel Waarom je Kendrick Lamar serieus moet nemen en niet zomaar kunt twerken op Byoncé, geschreven door Anoucha Nzume. Aanleiding voor dit artikel was het verschijnen van Nzume’s boek Hallo witte mensen. Nzume schreef over culturele toe-eigening, een begrip waarover ik al eerder schreef.
Een interessant artikel omdat het in vier stappen uitlegt hoe culturele toe-eigening werkt: “
Eerst vat hebben op privilege. Als je niet snapt dat er machtsverhoudingen zijn in onze maatschappij, dan zal je culturele toe-eigening nooit begrijpen. Zonder machtsverhoudingen zou er namelijk ook geen sprake zijn van culturele toe-eigening, maar van culturele uitwisseling.
Vervolgens moeten de machtsverhoudingen gespecificeerd worden: je moet begrijpen dat er in een land als Nederland heel veel niet-westerse culturen gemarginaliseerd zijn. Als je op een mondiaal niveau kijkt, zie je hetzelfde.
Dan kun je zien dat witte Nederlanders culturele gebruiken, symbolen, eten, et cetera, klakkeloos overnemen, badend in hun machtspositie en enorme verlangen naar de exotische supermarkt van cultuur. Voordat het culturele aspect zich door witte mensen was toegeëigend, werd het vaak als een beetje infantiel, ridicuul, extreem, te etnisch, of inferieur beschouwd. Maar als witte mensen gebruik gaan maken van zo’n aspect, is het opeens oké, cool, gezellig of spannend.
Vervolgens wordt er status, eer of geld mee verdiend door die witte mensen.”
Een interessante theorie die niet onweersproken kan blijven omdat het een grote ballon lijkt met gebakken lucht. Met iedere stap wordt er meer van die lucht in geblazen.
De eerste stap, de machtsverhoudingen, ik weet dat die er zijn. Die zijn er in iedere samenleving en tussen alle mensen. Als ik het goed begrijp is er alleen sprake van culturele uitwisseling als er geen machtsverhouding is. Als je het zo stelt, kan er dan ooit sprake zijn van culturele uitwisseling? Want is er niet altijd sprake van machtsverhoudingen tussen mensen?
Dan de tweede stap, de gemarginaliseerde niet-westerse culturen tegenover, ja tegenover wat eigenlijk? De dominante westerse cultuur? Of de dominante Nederlandse cultuur? “De Friese, of Groningse cultuur is anders dan de Brabantse of de Limburgse,” las ik zo’n anderhalf jaar geleden in het commentaar van een Limburgse krant. Commentaar dat me verleidde tot een reactie. Waaruit bestaat die ‘dominante cultuur’? Zijn er niet ook gemarginaliseerde ‘westerse culturen’? Nzume schets een beeld van een grote homogene westerse of Nederlandse cultuur en zo’n homogeen blok is er nu niet, is nooit geweest en zal er ook nooit zijn.
De derde stap, het overnemen van, gebruiken, symbolen, eten etcetera. Zijn het alleen ‘witte Nederlanders’ die zich om een voorbeeld van Nzume aan te halen, tooien met Samoaanse tatoeages zonder te weten waar Samoa ligt? Zijn het alleen ‘witte Nederlanders’ die ‘zomaar twerken op Byoncé. Daarmee zijn we er nog niet. Deze stap is de kern van de theorie van culturele toe-eigening en er zijn veel vragen bij te stellen.
Om te beginnen zijn het alleen ‘witte mensen’ die zich iets toe-eigenen? Rijden alleen witte mensen auto? Zijn er geen ‘gekleurde mensen’ die gebruik maken van de trein van elektriciteit? Die weleens naar een verre bestemming vliegen? Zijn het alleen ‘witte mensen die gebruikmaken van de vrijheid van meningsuiting en de democratische rechten? Allemaal resultaten van de ‘witte westerse cultuur’. Ook deze culturele uitingen worden gebruikt binnen machtsverhoudingen en niet alleen machtsverhoudingen tussen ‘witte’ en ‘niet witte’ mensen, ook machtsverhoudingen tussen ‘witte mensen’ die deel uitmaken van ‘gemarginaliseerde westerse culturen’.
Neem de titel van Nzume’s artikel. Ik geloof best dat ik Kendrick Lamar serieus moet nemen, ik neem iedereen serieus totdat de persoon er blijk van heeft gegeven dat dit niet nodig is. Lamar is, net als Nzume, ‘niet wit’, alleen komt Lamar uit Compton, een heel andere ‘cultuur’ dan Nzume’s. Dan Byoncé Knowles, waar we niet zomaar op mogen twerken, afkomstig uit Texas, weer een heel andere cultuur dan die van Lamar en Nzume. Maakt de overeenkomstige huidskleur van Nzume, Lamar en Knowles dat ze een zelfde ‘culturele achtergrond’ hebben? Maakt de uitvinding van de verbrandingsmotor door de Duitser Benz, dit tot een ‘witte’ uitvinding, een ‘Europese’ een ‘Duitse’ of was het een uitvinding van het individu Benz? Is Twerken ‘zwart’ of is het van … (geen idee wie het heeft uitgevonden). Vindt een cultuur uit of een individu? Wie eigent zich iets toe en dan niet van cultuur, maar van iemands prestaties?
Hangt het dagelijkse leven niet aan elkaar van het gebruik van ‘uitvindingen’ van anderen. Ontwikkelt de mens zich niet juist omdat hij of zij gebruik maakt van wat anderen die hen voorgingen hebben verzonnen en ontwikkelt hij of zij dit zo verder? Zo heeft Benz voortgebouwd op hen die aan hem vooraf gingen. Wil Nzume dit stopzetten? Of moeten we ons bij alles waar we over praten, wat we doen en gebruiken realiseren van wie het afkomstig is en vooral tot welke ‘cultuur’ de persoon behoorde? Dan kunnen we het autorijden wel vergeten. Niet omdat we Benz niet meer kennen, maar omdat de naam en de cultuur van de uitvinder van het wiel geheel onbekend is, net als de eerste ijzersmelter.
Of zijn het alleen mensen van eenzelfde kleur als de ‘uitvinder’ die er iets mee mogen doen? Als dat zo is, hoe bepaal je dan iemands kleur? Wat is dan de kleur van iemand met een blanke en een zwarte ouder? Is die blank of zwart? En als we dan enkele generaties verder zijn en er zijn verder alleen nog maar witte partners in het spel, welke kleur heeft de verre nazaat met éénvierenzestigste zwart in zich? Lijkt dit niet ook een doodlopende weg?
Is het werkelijk zo dat iets pas cool en hip wordt als ‘witten’ er iets mee doen? Nzume noemt het voorbeeld: “Döner bij Donnies. Twee witte Nederlanders die döner zo hebben ‘verwit’ dat ook Het Parool vindt dat döner nu eindelijk noemenswaardig is. Of, zoals het in de recensie werd beschreven, eindelijk meer is dan ‘ordinair katervoedsel.’ De recensie opent met een quote van de witte eigenaar van het restaurant: ‘We komen een beetje uit het verdomhoekje.” Döner is nu pas salonfähig? Wat een onzin, zonder al die ‘witte Nederlanders’ waren er nooit zoveel dönerzaken in Nederland. Ja, nu zijn er twee ‘hipsters’ met goede journalistieke contacten en gevoel voor marketing die er wat geitenkaas, kikkererwten en pompoenpitten en vooral veel gebakken lucht aan toevoegen en zich op een ‘andere markt’ richten. Döner wordt er niet anders door en blijf van eenzelfde categorie als de gyros en de shoarma die eraan vooraf gingen. Trouwens, een flinke stap boven de ‘witte’ hamburger van de bekende keten.
Daarmee zijn we bij de laatste stap van Nzume aanbeland: wie verdient ergens geld mee. Volgens Nzume zijn dat ‘witte mensen’ die zich iets toe-eigenen. Ja, Miley Cyrus vond twerken niet uit, deed het twintig jaar na dato en het werd hip. Kun je dat haar verwijten? Werd twerken bekend door Cyrus of Cyrus door twerken? Was het wel oké geweest als Byoncé ervoor had gezorgd dat twerken bekend werd? Byoncé zat en zit in eenzelfde machtspositie als Miley Cyrus. Zou dat voor Nzume verschil uitmaken? Zou dat voor de uitvinder verschil uitmaken? Ja, het komt helaas heel vaak voor dat de werkelijke uitvinder niet de credits krijgt, die krijgen uitvinders zelden. Net zoals ze de grootste verdiensten aan hun neus voorbij zien gaan. Dat is niet iets waar alleen ‘gekleurde’ mensen tegenaan lopen. Dat gebeurt ‘witte mensen’ net zo veel en vaak. Want ook het overgrote deel van de ‘witte mensen’ ontbeert de vaardigheid, de mogelijkheid en de middelen om iets tot een succes te maken. Geld is immers het enige in de wereld dat zich niet aan de zwaartekracht houdt, het valt niet naar de ‘have not’s’ beneden, maar naar de ‘have’s’ boven. Of zoals mijn moeder altijd zei: ‘den duvel schiet altied op de groeëtste haup’.
Daarmee kom ik op het belangrijkste punt. Een punt waar Nzume en de Ballonnendoorprikker elkaar vinden zoals ik al concludeerde naar aanleiding van een interview met Nzume in de Volkskrant. De machts- en middelenverdeling in Nederland en de wereld. Die is behoorlijk scheef en is extra in het nadeel van mensen met een kleurtje omdat er weinig ‘kleur’ te bekennen is in de ‘powers that be’. Het kost tijd en dan moeten we niet in jaren maar in generaties denken, om tot dat ‘machtscentrum’ door te dringen.
Een proces dat kan worden versneld, door dat ‘machtscentrum’ onder druk te zetten en daarvoor hebben we elkaar nodig. Die strijd wil ik graag samen met Nzume aangaan, maar dan hindert een slordige ‘culturele toe-eigeningstheorie, of die van de ‘witte onschuld’ waarover ik al eerder schreef in een brief aan Sunny Bergman. Deze theorieën hinderen omdat ze niet onweersproken mogen blijven. Dat weerspreken kost energie en tijd die anders kon worden ingezet. Belangrijker is echter dat er zo verdeeldheid ontstaat en als het ‘machtscentrum’ ergens van profiteert, dan is het wel verdeeldheid. Of om een bekend Nederlands gezegde (verdeel en heers) wat te verhaspelen: ‘verdeel en verlies’.
Een vraag, naar wie gaat u als uw auto kapot is? Grote kans dat u, net als de Ballonnendoorprikker, naar een garagebedrijf gaat met goed opgeleide monteurs. Die hebben verstand van auto’s, de erin gestopte techniek en kunnen het defect goed en vakkundig verhelpen. Logisch toch?
Volgens columnist Simon Rozendaal van Elsevier maak je dan toch echt een verkeerde keuze. De enige reden dat die monteurs zeggen dat ze monteur zijn is: “omdat u dan onder de indruk bent en denkt dat deze mensen veel van (defecte auto’s) afweten. .. en hun mening daarom zwaarder zou moeten wegen.” U moet hen, volgens Rozendaal toch echt niet vertrouwen, u kunt beter luisteren naar een elektrotechnicus, fietsenmaker of verwarmingsmonteur. Vindt u deze redenering belachelijk? Ik geef u groot gelijk, dat vindt de Ballonnendoorprikker ook.
Wat als het niet de auto is die kapot is, maar het milieu, want dat is het onderwerp van de column van Rozendaal? Rozendaal reageert op een open brief van een negentigtal hoogleraren die het kabinet oproepen om flink te investeren in groene economie om het klimaat te redden. Zou je de brief van die negentig serieus moeten nemen? Rozendaal denkt van niet: “van de negentig hoogleraren zijn er tachtig, die niet meer van het klimaatprobleem afweten dan de gemiddelde burger dan wel kunnen worden gerekend tot de categorie wc-eend-hoogleraar: wij van wc-eend bevelen wc-eend aan.”De hoogleraren duurzaamheid en milieu behoren tot de categorie wc-eend: ze pleiten voor meer geld omdat ze ervan leven. Dan zijn er onder andere hoogleraren politieke wetenschappen, economie en kunst en wat weten die nu van het milieu af? Blijven over de: “vijf tot tien chemici, computerwetenschappers, techniekmanagers en waterdeskundigen, van wie we de mening over duurzaamheid, klimaat en energie wellicht iets serieuzer kunnen nemen.”
Dus, als het om het milieu gaat, is er niemand die met enig gezag iets kan vertellen. De specialisten zijn verdacht, want die hebben belangen en preken voor eigen parochie. Degenen die er geen specialist in zijn, kun je niet serieus nemen want het zijn immers geen specialisten. En als ze specialist waren, dan zouden ze voor eigen parochie preken…