Sympathy is what we need my friend

Minister Schippers van Volksgezondheid hield dit jaar de H.J. Schoo-lezing georganiseerd door Elsevier. De minister sprak niet over haar beleidsterrein, maar hield een pleidooi voor het beschermen van onze kernwaarden. Dit omdat ze zich zorgen maakt om haar dochter: “Die zorgen gaan over de vrijheid die mijn dochter zal hebben om haar eigen keuzes te kunnen maken. Over de vrijheid die mijn dochter zal hebben om zelf te kunnen beslissen hoe zij wil leven en wie zij liefheeft. Om zelf te beslissen waarin zij wil geloven. Om haar eigen identiteit te kunnen bepalen. Wat zij wil worden, wat zij wil doen, hoe zij zich wil kleden.” Schippers wil terecht dat haar dochter zelf mag kiezen wat ze met haar leven wil.

Rare bird

Illustratie: www.youtube.com

Die toekomst wordt, volgens Schippers bedreigd door de politieke islam en de: “vaak hoogopgeleide mensen die bereid zijn tot dat compromis op onze kernwaarden.” Van die compromissen zijn anderen, homo’s, transgenders, vrouwen, mensen die kiezen anders te zijn, moslimvrouwen die meer vrijheid willen, kwetsbaren in onze samenleving de dupe.

Om die bedreiging het hoofd te bieden wil Schippers juist de kracht van de vrijheid inzetten, want, zo schrijft Schippers: “onze propositie is beter! Onze vrijheid is nú, onze kansen kun je nú pakken, onze welvaart kun je nú hebben, jouw kinderen kunnen het beter krijgen dan jij nu. Je mag nu van het leven genieten, muziek luisteren, een feestje vieren, jezelf ontplooien, verliefd worden.”  Uitgaan van de kracht van vrijheid, daar kan Schippers op mijn steun rekenen. Ik hield immers al eerder een pleidooi voor leiderschap dat uitgaat van de kracht van onze vrije, open democratische samenleving.

Alleen slaat een dergelijk pleidooi dood als het niet vergezeld gaat van empathie en compassie met degenen in onze samenleving die het minder hebben getroffen. Degenen waarvoor er geen of slechts kleine kansen zijn omdat ze voor een dubbeltje geboren zijn. Degenen met een andere dan een blanke huidskleur. Diegenen die door jaren van neoliberaal beleid, geen deel hebben aan ‘onze welvaart’ en waarvan de kinderen het waarschijnlijk niet beter krijgen. Diegenen die de vrijheid hebben, maar die het aan de mogelijkheid, of de vermogens zoals Martha Nussbaum en Amartya Sen het noemen, ontbreekt om van die vrijheid gebruik te maken. Schippers maakt zich hierbij terecht druk om de islamitische vrouw die vrijheid wil, maar er zijn veel meer mensen die het aan het vermogen ontbreekt om van die vrijheid gebruik te maken. Empathie en sympathie gevolgd door acties om hen die vermogens te geven.

Alleen slaat een dergelijk pleidooi dood als het niet wordt vergezeld van empathie en compassie met degenen buiten onze samenleving die het minder hebben getroffen. Daarvoor is, beste minister Schippers, een veel beter verhaal nodig dan de ‘opvang in de regio’ die ook u lijkt te bepleiten. Want die regio bestaat bijvoorbeeld uit landen als Turkije, Saoedie-Arabië en Iran. Landen die, en daar verzet u zich tegen, geld in: “koranscholen en moskeeën (pompen) om deze vijandige gedachten te verspreiden.” Landen die zich weinig tot niets aan de vrijheden waarvoor u terecht pleit, gelegen laten liggen.

Is die politieke islam wel de grootste bedreiging voor onze vrijheden? Is de onmacht van onze politieke leiders om empathie en sympathie met de achterblijvers in en buiten onze samenleving vorm te geven en iets aan hun situatie te verbeteren, niet een grotere vijand? En zou die onmacht gekoppeld aan de overreactie van vele politici, opiniemakers en ook gewone burgers op die politieke islam niet een veel grotere bedreiging zijn voor die vrijheden dan de politieke islam? Neem bijvoorbeeld de PVV die moskeeën en islamitische scholen wil sluiten en de koran wil verbieden. Ideeën die strijdig zijn met onze grondwet en onze vrijheden. Een partij die virtueel meer dan dertig kamerzetels heeft, meer dan eenvijfde van de kiezers. Dat is een veelvoud van het aantal politiekislamieten en door dat grote aantal ‘potentiële aanhangers’ nemen andere partijen ideeën over.

“And sympathy. Is what we need my friend. And sympathy. Is what we need. And sympathy. Is what we need my friend, ‘cause there’s not enough love to go round. Gevolgd door: “Now half the world. Hits the other half. And half the world. Has all the food. And half the world, lies down and quietly starves, ‘cause there’s not enough love to go round.” Aldus Rare Bird eind jaren zestig van de vorige eeuw. Een vooruitziende blik of is er sindsdien niet veel veranderd?

 

‘Islamitisch hoofddoekje’

‘Geen islamitische hoofddoekjes in een publieke functie’, dat is een van de programmapunten van de PVV. Een programma met als titel en motto: ‘Nederland weer van ons’ en dat roept meteen de vraag op wie die ‘ons’ is, maar daar wil ik het niet over hebben. Het gaat mij over dat islamitisch hoofdoekjesverbod in publieke functies.

hoofddoekje

Foto: www.moossie.nl

Hoe kun je aan een hoofddoekje zien dat het ‘islamitisch’ is? Welke kenmerken heeft zo’n hoofddoekje en waarin verschilt het van andere hoofddoekjes? Natuurlijk bedoelt de PVV wat anders. Ze bedoelt dat het dragen van islamitische religieuze uitingen door mensen in een publieke functie, verboden moet worden en het dragen van een hoofddoekje is zo’n uiting. Net zoals het dragen van een kruisje een christenlijk religieuze uiting is, een sikh een tulband draagt en zo heeft iedere religie haar symbolen.

Bedoelt de PVV dat religieuze uitingen niet meer gedragen mogen worden door mensen in publieke functies? Dat zou wel consequent zijn. Als immers alleen het dragen van uitingen van één religie verboden zou zijn, dan discrimineert de overheid immers. Zou de PVV er dan ook voor willen ijveren om de verwijzing naar god in de aanhef van iedere Nederlandse wet (‘Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz’) te verwijderen? Door de ambtseed aan de passen en alleen af te sluiten met ‘Dat verklaar en beloof ik’ en dus ‘Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’  niet meer toe te staan? ‘God almachtig’ is trouwens een goede vertaling van  ‘Allahoe akbar’.

Waarschijnlijk bedoelt de PVV dat niet. Het programma verwijst alleen naar islamitische symbolen en lijkt zich niet druk te maken over de bevoorrechting van de christenlijke god door de overheid zelf. Roept de partij de overheid op om te discrimineren op basis van religie? Of wil de partij ook de Grondwet aanpassen en daarin op laten nemen welke religie wel onder de godsdienstvrijheid valt en welke niet? En nog een stap verder, wil de partij de islam de status van godsdienst ontnemen? Dan ben ik benieuwd naar de onderbouwing van die keuze.

Een pleidooi voor agonisme?

Deze week keek ik naar het polsstokhoogspringen bij de Olympische Spelen. De Franse favoriet Renaud Lavillenie werd uitgejouwd door het Franse publiek. Hij was immers de enige die nog in de strijd was tegen de Braziliaanse troef en latere winnaar Thiago Braz da Silva. Lavillenie’s concentratie voor de sprong werd ruw verstoord door massaal gefluit en boegeroep van grotendeels Braziliaanse publiek. Het uitjouwen van de tegenstander is bij voetbal heel gewoon, bij atletiek niet.

 

Achterhuis

Iets later las ik het boek Met alle geweld van Hans Achterhuis uit. Een passage bleef daarbij hangen en ik moest aan Lavillenie denken: “Wanneer wij een bepaald doel nastreven dat we als overlevingsmachines aan anderen betwisten, dan verklaren we dit doel tot moreel goed waardoor wij de anderen niet simpelweg opzijschuiven maar hen als laag en minderwaardig verketterenen vervolgen: wij vechten voor idealen. Als we in de strijd om erkenning de ander miskennen en vernederen, doen we er nog en schepje bovenopdoor vanuit morele superioriteit te verkondigen dat die ander niet beter verdient. En wanneer we, tot slot, een zondebok kiezen om ons op af te reageren, is het niet voldoende dat deze zwalk is: hij moet moreel slecht zijn.” De brazilianen wilden goud voor hun man en ‘verketterden’ de Fransman.

Uitjouwen komt ook in de politiek voor en daarom bleef de passage extra hangen. Hier worden in het kort de Amerikaanse presidentsverkiezingen beschreven. Ook in het Nederlandse politieke en publieke debat is het door Achterhuis beschreven mechanisme zichtbaar. Vooral op de digitale media wordt er lustig op los verketterd. De toon en beledigingen over en weer zijn van dien aard dat elkaar met wapens te lijf gaan nog maar een kleine stap lijkt.

Partijen die door een verschil van mening eigen werelden creëren. Werelden die vooral bestaan uit het zwelgen in het moreel superieure eigen gelijk aan de ene kant en de verkettering van andersdenkenden aan de andere kant. Ze leven in verschillende werelden. De andere kant wordt bijna als een monster weggezet, als niet menselijk. En als die tegenstander eenmaal niet menselijk is, waarom zouden de mensenrechten dan nog van toepassing zijn?

In de werkelijkheid is er maar één wereld. Eén wereld waar mensen conflicten met elkaar hebben. Achterhuis citeert de Belgische politiek filosofe Chantal Muffé, zij ziet de oplossing in agonisme: “Dit betekent dat ze, hoewel ze met elkaar in conflict verkeren, elkaar zien als behorend tot dezelfde politieke gemeenschap, als deelhebbend aan een gemeenschappelijke symbolische ruimte waarbinnen het conflict plaatsvindt. We zouden kunnen zeggen dat het de taak van de democratie is om het antagonisme in agonisme te transformeren.” 

Een pleidooi voor agonisme?

De jaren zestig revisited

“Tot 31 augustus mogen personen die ‘niet correct gekleed, met respect voor moreel gedrag en secularisme, hygiëne en veiligheid’ de stranden niet op.” Een uitspraak van een Franse burgemeester zo lijkt uit een artikel bij Elsevier. Als we het woord ‘secularisme’ weglaten, zou het zo een uitspraak kunnen zijn van een burgemeester uit de jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw of nog eerder.

BadmodeIllustratie: www.zwemkleding.nl

Een tijd dat mensen steeds schaarser gekleed genoten van zon, zee en strand. De tijd toen de bikini haar intrede deed en nog wat later het topless of zelfs naakt zonaanbidden. Bloot was immers aanstootgevend, niet hygienisch en zou de veiligheid van de persoon in kwestie of van anderen op het strand kunnen schaden. Een aantasting van de morele waarden.

Het is echter een uitspraak van een Franse burgemeester in 2016. Hij gebruikt dezelfde argumenten om bedekt zonaanbidden en zwemmen in een boerkini te verbieden. Als bedekt nu niet hygienisch, veilig en moreel correct is, betekent dan dat bloot het wel is?

Of zit de crux juist in dat ene extra woord secularisme? Maar als het seculiere karakter van openbare stranden in het geding is, worden dan ook kettinkjes met kruizen verboden? Zwemmen met een keppeltje? In het openbaar op het strand bidden voor een maaltijd? Het luiden van de aanpalende kerkklok? Wordt dan ook de zonderling die het woord van de Heer verkondigt, de toegang tot het strand ontzegt? Mogen de oude (of jonge) nonnetjes in hun habijt dan ook niet meer over het strand lopen? Erg lastig wordt het dan met getatoeeerde religieuze symbolen, zouden die dan juist wel bedekt moeten worden? Dit zijn immers ook allemaal daden die ‘het seculiere karakter, van de openbare ruimte aantasten. Als secularisme de crux is en het beperkt zich tot de boerkini, is er dan niet sprake van ongelijke behandeling?

Nu zou ik niemand willen adviseren om in een boerkini te gaan zwemmen, sterker nog, ik zou niemand willen adviseren hoe hij zich moet kleden. Behalve als die persoon het me direct vraagt. En zou een overheid dat al helemaal niet moeten doen? Zijn we vergeten dat het verzet van de burgemeesters uit de vorige eeuw tegen de bikini vergeefs was? Dat het juist sterker verzet opriep? Net zoals het verzet tegen lange haren, juist meer langharigen opleverde?

Zou het met moslims niet hetzelfde zijn? Dat hun geloof zo hun identeit wordt in plaats van een onderdeel van hun identiteit?

“When they go low, we go high”

De afgelopen weken werd Europa getroffen door enkele verschrikkelijke gebeurtenissen. De vrachtwagen die in Nice dood en verderf zaaide. De man met de bijl en het mes in Wurzburg. De bomaanslag in Ansbach en de schietpartij in München, de vreselijke moord op een Franse priester. Dit houdt de gemoederen flink bezig, zorgt voor flink oplaaiende emoties en verleidt politici tot het doen van forse uitspraken. Zoals van de voormalige Franse president Nicolas Sarkozy na de moord op de priester: “Onze vijand heeft geen enkel taboe, geen limieten, geen moraal. We moeten meedogenloos zijn”

Michelle ObamaFoto: www.ktvu.com

Begrijpelijk dat mensen, overmand door emoties, roepen om harde actie, terugslaan en ‘geen genade’ voor mensen die zo’n vreselijke misdaden begaan. Begrijpelijk maar is het ook verstandig? Is het verstandig om de ‘vijand’ met gelijke munt terug te betalen? Is het verstandig om, zoals Sarkozy zegt, meedogenloos te zijn? Waarin verschil je dan van die ‘vijand’?

Wat zijn de vrijheden die verdedigd moeten worden waard? Wat zijn mensenrechten waard als we er mensen van uitsluiten ook al hebben ze iets gruwelijks gedaan? Wat is een rechtstaat waard als ze niet meer geldt voor hen die de regels ervan overtreden? Als alles geoorloofd is om hen te stoppen, want dat betekent meedogenloos?

Wat is ‘onze manier van leven’ waard als die manier opzij wordt gezet om die manier te beschermen. Of om de Amerikaanse commandant in de Vietnamoorlog aan te halen: ‘We moesten het dorp vernietigen om het te bevrijden.’

Gelukkig kan het ook anders. Gelukkig zijn er ook politieke leiders die juist die menselijkheid centraal stellen. Die juist ‘onze manier van leven’ inzetten als bescherming. Leiders zoals de Duitse bondskanselier Merkel. Leiders die niet meegaan in de vergeldingsretoriek. Leiders die invulling geven aan hetgeen Michelle Obama haar kinderen voorhoudt, als we haar toespraak op de democratische conventie tenminste mogen geloven: “When they go low, we go high.”

 

Eerwraak: de splinter en de balk?

Bij ThePostOnline een uitgebreid artikel van Floris van den Berg over het feminisme in het algemeen en Anja Meulenbelt in het bijzonder. Meulenbelt kan op zeer veel bijval rekenen. Alleen op één punt heeft ze, volgens Van den Berg, ‘een joekel van een blinde vlek’ als het om de islam gaat: “dat Meulenbelt vergeet te vermelden is dat het verschil tussen de mate van geweld en het dreigen met geweld. In gezinnen met een Nederlandse achtergrond komt ‘eerwraak’ niet voor. Het gaat om zaken waarbij de vrouw wordt vermoord bij een in de ogen van de familie verkeerde huwelijkskeuze. Vanuit feministisch perspectief is elke inmenging in de vrije partnerkeuze uit den boze, ongeacht welke cultuur het is.” Ik kan met Van den Berg meevoelen maar toch, komt ‘eerwraak’ in Nederland niet voor?

crime passionelIllustratie: twitter.com

In zijn boek Met alle geweld vraagt Hans Achterhuis zich dit ook af: “Als een Nederlander zijn vrouw die hem voor een ander verlaten heeft, in razernij vermoordt, heet het al gauw een ‘crime passionel’, als een Turk of Marokkaan hetzelfde doet, luidt het verdict steevast ‘eerwraak’?” Hoe vaak zien we niet het bericht dat een man in woede zijn vrouw vermoord en soms ook zijn kinderen en zichzelf?  De kop luidt dan: ‘familiedrama in Kaatsheuvel’ of ‘Crime passioneel in Schagen’. Zou het kunnen dat er ook hier eer in het spel is en er dus eigenlijk sprake is van eerwraak? Omdat, zoals Achterhuis schrijft: “ die publieke verschijning (van iemand) belachelijk wordt gemaakt, waar onze naam door het slijk wordt gehaald, onze waardigheid wordt aangetast …”? En dan is het niet van belang of de persoon werkelijk belachelijk is gemaakt of door het slijk gehaald. Het gaat om het gevoel van degene die al dan niet belachelijk is gemaakt. Die moet iets met dat gevoel en als dat gevoel er is dan: “is ook voor de moderne westerse mens de wraak niet ver weg,” aldus Achterhuis.

Komt eerwraak werkelijk niet voor in Nederland of benoemen we het anders’? Of met andere woorden, zien we de splinter in het oog van de ander en de balk in ons eigen oog niet?

 

Wij …, zij en de ‘Hollandse droom’?

Als je voor een dubbeltje geboren bent, kun je nog steeds een kwartje worden, dat is de ‘Hollandse droom’ en die bestaat aldus de PvdA en de VVD. Zo valt in de Telegraaf te lezen. Voor iedereen onder de twintig jaar: een dubbeltje was een munt van tien cent en een kwartje een van vijfentwintig cent toen we in Nederland nog betaalden met de gulden. De twee partijen maken zich zorgen over de toegenomen spanningen en polarisatie in de Nederlandse samenleving. Om te voorkomen dat het ontspoort vinden de beide partijen dat er een sterk ‘wij’ gecreëerd moet worden.

stamFoto: www.goal.com

Volgens de partijen creëer je het ‘wij’: “door tegenstellingen weg te halen en scherp te definiëren wat je verwacht van mensen in dit land.”  Wat, behalve dat ze zich aan de wet houden, zijn dan de zaken die we van ‘mensen in dit land’ mogen verwachten? Is dat het aantal ‘koekjes bij de koffie’? Of dat ‘buren elkaar helpen’ zoals in de taalcursussen voor anderstaligen  wordt gesuggereerd? Dat we allemaal een oranje shirt aandoen als het Nederlands elftal voetbalt? Een strafschop missen op een belangrijk moment? Wat zijn die verwachtingen die ‘wij’ van elkaar hebben? Zonder dit in te vullen blijft het een loze ‘wij’? Dus PvdA en VVD: invullen die verwachtingen!

Of is dat een probleem, omdat jullie andere verwachtingen hebben? En wellicht zijn er anderen die weer andere verwachtingen van die ‘wij’ hebben. Zo zullen er mensen zijn die ‘verwachten’ dat die ‘wij’ vrij is van moslims en mij lijkt dat jullie partijen dat toch anders zien.

Als het jullie toch lukt die verwachtingen in te vullen en dus aan te geven waaraan ‘wij’ te herkennen zijn, creëren jullie dan niet meteen een probleem? Want maak je door ‘wij’ te definiëren, niet meteen ook duidelijk waaruit het ‘niet wij’ in goed Nederlands het ‘zij’ bestaat? Staat dan die ‘wij’ niet meteen tegenover die ‘zij’? En zou dat voor spanningen zorgen? Zou dat bijdragen aan polarisatie? Zou dan jullie ‘Hollandse droom’ ook een ‘nachtmerrie’ kunnen worden?

Is die ‘wij’ niet al gedefinieerd? Heeft de wet niet al bepaald wie die ‘wij’ zijn? Namelijk iedereen met een Nederlands paspoort?

Ik ben de elite!

In de Volkskrant is een hele discussie losgebarsten over een artikel van NIOD onderzoeker Ton Zwaan. Zwaan betoogt dat een referendum een vorm van volksverlakkerij is. Dit leidde tot veel ingezonden brieven en reacties. Een van die reacties is van Frank van Dalen, de voorzitter van de stichting Politieke Academie. Volgens Van Dalen slaat Zwaan de plank volledig mis en kunnen burgers heel goed met referenda omgaan.

eliteIllustratie: jaar2011.middendelfland.net

Volgens Van Dalen is Zwaan door zijn artikel: “… de verpersoonlijking van de elite die schande spreekt dat het volk soms het heft in eigen hand neemt.” Het gaat mij nu niet om het middel referendum, maar om deze opmerking. Van Dalen gebruikt ‘elite’ op eenzelfde manier als Zwaan de woorden ‘namaakjournalisten, neppolitici en pseudo-intellectuelen’. Beide heren zijn niet de enigen die dergelijke woorden gebruiken. Ook Kamerleden zoals bijvoorbeeld Wilders (‘nepparlement’ ) maken zich hieraan schuldig.

Wanneer ben je een pseudo-intellectueel? En wie hoort er bij de elite? Is Wilders bijvoorbeeld een pseudo-intellectueel die, ondanks zijn bijna twintigjarig Kamerlidmaatschap niet bij de elite hoort?

Is het effect van dergelijke woorden niet dat degene die ervan wordt beschuldigd, in een hoek wordt gezet? Dat zijn redeneringen en argumenten er niet meer toe doen? Dat je er dus niet meer op in hoeft te gaan? Dat je er niet meer naar hoeft te luisteren? Dat inleven in de positie van de ander niet meer hoeft? De elite moet immers worden verafschuwd. Wat pseudo-intellectuelen zeggen telt immers niet mee. Voor anderen telt wat intellectuelen zeggen niet mee.

Is dat niet een verarming en verenging van het gesprek en het debat? Want is het maatschappelijk debat er niet bij gebaat dat alle standpunten en argumenten aan bod komen? Is het maatschappelijk debat niet gebaat bij het inleven in de leefwereld, standpunten en argumenten van de ander? Is deze manier van debatteren niet schadelijk voor de samenleving als geheel? Schadelijk omdat er zo groepen ontstaan die niet meer met elkaar praten en die langs elkaar heen leven? Groepen die steeds onverschilliger en wellicht zelfs vijandig tegenover elkaar komen te staan?

Daarom, in navolging van Kennedy. ‘Ik ben de:

  • pseudo-intellectueel
  • intellectueel
  • namaakjournalist
  • neppoliticus
  • …, en
  • elite!

Meerdere vliegen

Normaal legt de Ballonnendoorprikker zijn vinger op rammelde redeneringen en stelt vragen die tot andere oplossingen kunnen leiden. Vandaag geen rammelende redenering, maar wel een mogelijke oplossing voor een probleem: de huisvesting van statushouders in Venlo. Wat is er aan de hand?

blerickFoto:bler.jpg

Twee flats in Blerick, die klaar waren om te worden gesloopt, moesten gaan dienen om zo’n tweehonderd statushouders te huisvesten. Statushouders zijn vluchtelingen die asiel hebben gekregen. De Venlose gemeenteraad viel over dit plan van het college van burgemeester en wethouders heen, zo valt te lezen in Dagblad de Limburger van 13 juli 2016. “Een onzalig plan … je moet zorgen voor spreiding … grote zorgen over het stadsdeel Blerick waarin drie van de vijf wijken onder druk staan … vreemd dat flats waarvan eerder is gezegd dat ze gesloopt worden, plots toch weer geschikt gemaakt kunnen worden.” En daarbij woorden als geschokt, verontrust enzovoort. Het plan gaat niet door en het college moet met betere alternatieven of scenario’s komen, aldus de raad.

Alle bezwaren van de raadsfractie en -leden zijn goed te begrijpen. Welke alternatieven zijn er? In ieder geval geen alternatief dat tegemoet komt aan de ambitie van de burgemeester: “het eerste deel van dit jaar 300 statushouders opvangen.” Die ambitie is sowieso al mislukt want de tweede helft van het jaar is al een halve maand oud.

Zouden de twee flats toch niet een rol kunnen spelen? Nou ja de flats, de plek waar ze staan. Zou het kunnen om op die plek over maximaal één jaar een gelijk aantal nieuwe huizen te bouwen? In Tilburg is het gelukt om een appartementencomplex in 75 werkdagen te bouwen en woonhuizen in 25 werkdagen, zou dit in Blerick ook kunnen? Met voorbereidingen en het maken van de voorfabricatie van de woningen, zouden er over een jaar mensen kunnen wonen.

Zouden er zo niet meerdere vliegen in één klap geslagen kunnen worden? De woningen, op een enkele na, voor het grootste deel te laten bewonen door niet-statushouders die verspreid over de stad een woning achterlaten. Die vrijkomende woningen vooral toewijzen aan statushouders. Daardoor ontstaat de gewenste spreiding. En stadsvernieuwing: de sloop van oude, versleten woningen die worden vervangen door eigentijdse. Alleen niet in het eerste halfjaar van 2016, maar dat is toch al voorbij. Een werkbare oplossing?

Some animals are more equal

‘All animals are equal, but some animals are more equal than others.’ Een beroemde quote uit Animal farm van George Orwell. Hieraan moest ik denken toen ik las over de ‘cursus participatieverklaring’ voor nieuwkomers in Nederland. Een cursus die wordt afgesloten met het tekenen van een ‘Participatieverklaring’ die een verplicht onderdeel wordt van de inburgering van nieuwkomers. “Via dit traject laten gemeenten nieuwkomers kennis maken met de rechten en plichten en de fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving,” zo valt te lezen op de site van de Rijksoverheid.

OrwellIllustratie: babalublog.com

Benieuwd naar die kernwaarden, ben ik in de ‘cursus’ gedoken. De waarden komen aan bod in het onderdeel ‘het muurtje’. De ‘waarden’ staan op stenen waarvan een muurtje moet worden gebouwd. ‘Andere culturen leren kennen’ is zo’n kernwaarde net als ‘samen delen’ en ‘tradities’, maar ook ‘vrijheid’, en er zijn er nog meer. Zijn dit allemaal waarden en als het waarden zijn, zijn het dan ook de waarden van alle Nederlanders?

Verwarrend wordt als ik in de ‘docentengids’ het volgende leest: “Het kan zijn dat deelnemers een andere interpretatie hebben bij sommige begrippen. Dat is voor deze werkvorm niet erg. Een begrip als vrijheid kan voor de ene deelnemer een hele andere betekenis hebben dan voor een ander.” Gaat het er niet juist om dat waarden gedeeld worden en kan dat delen niet alleen als we er allemaal hetzelfde onder verstaan?

Uiteindelijk moet de nieuwkomer de ‘Participatieverklaring’ ondertekenen en die luidt: “Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en dat ik deze respecteer. Ik verklaar dat ik actief een bijdrage wil leveren aan de Nederlandse samenleving en reken erop dat ik daarvoor ook de ruimte krijg van mijn medeburgers.” Vreemd omdat de verklaring ook de volgende zin bevat: “In Nederland worden alle burgers gelijkwaardig behandeld. Discriminatie naar geslacht, geloof, afkomst of seksuele geaardheid wordt niet geaccepteerd.” Een nieuwkomer moet verklaren dat hij, zich aan de ‘waarden en spelregels’ houdt en dat hij ‘actief bijdraagt’. Een Nederlander hoeft dat niet. Hoe verhoudt zich dit tot het gelijk behandelen van alle burgers? Zijn onze ‘waarden en spelregels’ niet vervat in onze wet- en regelgeving?  Moet niet iedereen, die zich op het Nederlandse grondgebied bevindt, zich daaraan houden? Daarvoor is een verklaring niet nodig.

De nieuwkomer ‘rekent erop dat hij de ruimte krijgt’ van zijn medeburgers. Waarop kan hij ‘rekenen’ als de ander, de Nederlander, een dergelijke verklaring niet hoeft te tekenen? Zijn sommige dieren meer gelijk dan anderen?