De vijand van mijn vijand

Stel iemand heeft een boek geschreven waarin hij kritisch is over het beleid van de voetbalclub Ajax. Ik lever kritiek op het boek, maakt dat mij dan meteen tot een fan van Ajax? Of zou mijn kritiek ook over de gebruikte onderzoeksmethode kunnen gaan, de onderbouwing van de conclusies of de geldigheid van de gehanteerde rederingen? Nee, dit gaat niet over voetbal. Ik start alleen met een voorbeeld waarin ik voetbalclubs gebruik.

zeeFoto: Nieuw Religieus Peil

Bij Elsevier concludeert Afshin Ellian het volgende: “Ik had nooit gedacht dat bij Nederlandse dagbladen en sommige websites (onder meer Joop.nl, de site van de progressieve VARA) zo veel passie voor de toepassing van de sharia zou bestaan.” Ellian concludeert dit op basis van de storm van kritiek die er ontstond op het boek Heilige identiteiten van Machteld Zee, dat ik nog steeds niet heb gelezen. Ellian verwijt de critici terecht dat ze het boek en het proefschrift niet moeten verwarren. Dat het boek geen basis is voor kritiek op de wetenschappers die betrokken waren bij het beoordelen van het proefschrift. Het boek schijnt, deels gebaseerd te zijn op het proefschrift van Zee.

Dat er op het wetenschappelijk karakter van het boek het nodige valt af te dingen laat Ewout Klei bij Jalta zien: “… het boek Heilige identiteiten is een politiek pamflet. Op zich is er niks mis met een pamflet, maar het probleem bij het schotschrift van Zee is dat dit wel een beetje pretendeert een wetenschappelijk verhaal te zijn en bovendien dat veel mensen, laat ik ze ‘nuttige gelovigen’ noemen, het ook op die manier lezen. Heilige identiteiten krijgt hierdoor een wetenschappelijke ‘air’ die het boek niet verdient.” Hij verwijt Zee vooral auteurs aan te halen die haar mening bevestigen.

Slaat Ellian de plank niet vreselijk mis als hij concludeert dat de criticasters van het boek ‘passie voor de toepassing van de sharia’ hebben? Geen enkele criticus, zelfs niet Sander Philipse bij Joop, trouwens het enige artikel bij Joop over het boek van Zee, of Peter Middendorp in de Volkskrant verdedigt de Sharia. Wel maken zij zich schuldig aan kritiek op de bij het proefschrift betrokken wetenschapper.

Beste meneer Ellian, de vijand van mijn vijand kan ook mijn vijand zijn. Kritiek op het werk van Zee wil niet meteen zeggen dat de criticaster aanhanger is van de sharia. Ook een Feyenoord fan kan kritiek hebben op een boek over Ajax.

Gelijke rechten

Er woedt een flinke storm in de (digitale) media naar aanleiding van het boek Heilige identiteit van Machteld Zee. Ik heb het boek (nog) niet gelezen en ga me er dan ook niet over uitlaten. Waarom dan toch deze eerste zin? Om een passage in de column die Roderick Veelo bij RTL Z besteedt aan deze storm: “De acceptatie van de dominantie (in de moslimcultuur) van mannen over vrouwen staat haaks op de individuele rechten en vrijheden van vrouwen in het Westen. Moslimvrouwen behoren hier dezelfde rechten en vrijheden te hebben als alle andere vrouwen. ‘One law for all’.” 

vrouwenrechtenFoto: Quote

Veelo heeft gelijk, dominantie van mannen over vrouwen staat haaks op de individuele rechten en vrijheden in het westen. Nu is dit niet altijd zo geweest. Het opheffen van de dominantie van mannen over vrouwen in het Westen is van recente datum en is nog steeds niet volledig voltooid. Zie bijvoorbeeld het aantal vrouwen in hoge functies zoals premier of wat wranger, de positie van de vrouw in de SGP.

Veelo heeft ongelijk als hij spreekt over de ‘moslimcultuur’. Die is namelijk niet over die ene patriarchale kam van Veelo te scheren. Inderdaad in Saoedi-Arabië is de situatie van vrouwen dramatisch. Dat neemt niet weg dat Pakistan in 1988 al een vrouwelijke premier had, Benazir Bhutto. Bangladesh kent nu mevrouw Sheikh Hasina als vrouwelijke premier terwijl Nederland nog steeds wacht op de eerste en de VS nu voor het eerst een vrouwelijke presidentskandidaat kennen. De wereld is niet zo zwart wit als Veelo haar schetst.

Belangrijker, hebben moslimvrouwen in Nederland dan niet dezelfde rechten als alle andere vrouwen? Kan hij mij dan de wetten of wetsartikelen aanwijzen waar dat onderscheid wordt gemaakt? Bij mijn weten hebben alle vrouwen in Nederland dezelfde rechten en dat zijn trouwens ook dezelfde rechten als dat er voor mannen gelden. Met wellicht één uitzondering en dat is het recht op zwangerschapsverlof, dat voor vrouwen uitgebreider is.

Dat sommige moslims, maar ook christenen dat anders zien en dat er in de praktijk, door bijvoorbeeld werkgevers, vaak anders wordt gehandeld, dat zal ik niet ontkennen. Dat er daar dus nog een wereld is te winnen voor wat betreft de gelijke behandeling van mensen evenmin. Dat doet er echter niets aan af dat voor iedereen dezelfde wet geldt en die wet geen onderscheid maakt tussen moslimvrouwen en niet moslimvrouwen of tussen mannen en vrouwen, behalve dan bij zwangerschap. Al ligt daar een lichamelijke oorzaak aan ten grondslag: de vrouw draagt en baart immers.

Zo waarlijk helpe mij ….

De islamitische oproep tot gebed moet worden verboden. Een uitspraak van Geert Wilders? Nee, een voorstel in het verkiezingsprogramma van de SGP, zo valt te lezen in het AD. Door de oproepen tot gebed toe te staan werkt de overheid islamisering van de publieke ruimte in de hand. “Dat is kwalijk,” zo vindt lijsttrekker Van der Staaij. De SGP is hiertoe gekomen omdat er lokaal weerstand is tegen de oproepen van de imam. Die worden volgens de partij gezien als intimiderend en geassocieerd met terrorisme.

godsdienst

Foto: Montesquieu Instituut

Nu kent Nederland in de grondwet vastgelegde godsdienstvrijheid en daar wil hij niet aan tornen. Nee, hij wil het via een achterdeur regelen, via een andere wet. Waarom niet via de voordeur? Misschien omdat dan ook de positie van vrouwen binnen de SGP in de discussie wordt getrokken? Dit terzijde.

De overheid moet, volgens de SGP, optreden tegen islamisering van de openbare ruimte. Beste ‘mannenbroeders’, bent u bang voor de concurrentie? Aan kerkklokken wilt u niet tornen en dat is ook een oproep tot gebed die  velen stoort. Dat is immers onderdeel van het ‘Nederlands cultuurpatroon’. Zou dat trouwens niet kunnen veranderen door gewijzigde omstandigheden zoals een afname van het aantal kerkbezoekers? Door de verwijdering van grote delen van de bevolking van dat ‘cultuurpatroon’? En zou dat cultuurpatroon niet aangevuld kunnen worden met nieuwe zaken? Culturen die zich niet aanpassen aan gewijzigde omstandigheden, hebben de neiging om uit te sterven.

Begrijp me niet verkeerd, dit is geen pleidooi om de roep van de imam op te nemen in het ‘cultuurpatroon’. Nee, nu de SGP toch begint over het ‘vergodsdienstigen’ van de openbare ruimte door een andere godsdienst en overheidsoptreden daartegen. Hoe zit het met de ‘verchristende’ openbare ruimte en het optreden van de overheid daartegen?

Nee, niet tegen kerkklokken, maar tegen god in de overheid. ’Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.,’ wordt het niet eens tijd om deze eerste zin van iedere wet te veranderen en god weg te laten? Wordt het niet eens tijd om het ‘zo waarlijk helpe mij god almachtig’ bij het inzweren van politici te wijzigen? En om de koning (en dus de premier) te vragen om de troonrede met een andere zin af te sluiten dan met “U mag zich gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden”? En de ‘kerk’ definitief van de staat te scheiden?

Culturele toe-eigening

Ooit, heel lang geleden vond iemand het wiel uit. Zijn naam is niet bekend. Zo is er ook iemand geweest die is begonnen met het winnen en gebruiken van ijzer. De drukpers werd door Gutenberg uitgevonden, James Watt de stoommachine. Allemaal uitvindingen die een stroom aan nieuwe producten en ontwikkelingen mogelijk maakten.

culturele-toe-eigeningFoto: www.newstatesman.com

Die ontwikkeling kon alleen op gang komen omdat anderen konden voortborduren om de initiële ontdekking van de uitvinders. Pas als de uitvinding wordt gedeeld kan er worden doorontwikkeld. Hetzelfde geldt ook voor wetenschap, filsofie, kunst, muziek, literatuur. Ook daar is sprake van voortbouwen en voortontwikkelen op het werk van anderen. En ook radicaal afzetten tegen het voorgaande, zoals de punk eind jaren zeventig zich afzette tegen de gelikte muziek van die tijd, kan alleen op de schouders van degenen die vooraf gingen. Zij vormen de inspiratiebronnen. Logisch toch?

Tegenwoordig niet meer voor iedereen. Tegenwoordig zijn er mensen die inspiratiebronnen voor zichzelf willen houden. Nou ja voor zichzelf, voor mensen met eenzelfde kleur of etnische achtergrond. De eerste rappers waren Afrikaans-Amerikanen, volgens deze mensen is rap dus zwart en kunnen alleen zwarten deze muziek met het juiste gevoel en respect gebruiken. Anderen moet er daarom van af blijven. Een blanke schrijver die een Chinees opvoert, dat kan niet. Een blanke kan zich immers niet inleven in een Chinees en weet niet hoe het is om Chinees te zijn tussen de blanken. Zet geen indianentooi op als je geen Indiaan bent, je weet immers niet waar die voor staat. Volgens deze mensen mag deze ‘cultural appropriation’ of in goed Nederlands ‘culturele toe-eigening’, niet.

Zouden deze mensen dan ook geen gebruik meer maken van een auto? De verbrandingsmotor aan de basis van de auto was immers een uitvinding van blanke Duitsers en Fransen. Boeken drukken, niet doen als kleurling, Gutenberg was immers blank! Willen ze ook stoppen met voetballen? Dit is immers een Engelse uitvinding. Laten ze het denken van Aristoteles, Kant, Marx, Smith of Mill links liggen omdat het blanken waren? Zouden ze het driedelig pak weren?

Absurd? Ja, want een dergelijke manier van denken blokkeert ontwikkeling.

Darwin misbruikt

Soms lees je iets en dan vraag je je af of degene die het schrijft, of in dit geval uitspreekt, wel weet waar hij, in dit geval zij, het over heeft. Zo lees ik bij Joop dat de leidster van de Alternative fur Deutschland (AfD), Frauke Petry heeft gezegd dat ‘een Darwinistisch conflict tussen Europeanen en ‘proletariërs uit de Afro-Arabische wereld’ onvermijdelijk’ is.

darwin

Foto: www.cambridge.org

Darwin schreef zijn beroemde boek On The Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life. In dat hele boek is nergens sprake van een strijd tussen levende wezens, zelfs niet tussen mensen. Het boek gaat niet over ‘oorlogen’ en conflicten tussen mensen. Het handelt over levende wezens en hoe die zich evolueren. Hoe zij die het beste aangepast zijn aan de omgeving waarin zij moeten leven, overleven. Hoe eenzelfde diersoort die op verschillende eilanden leeft, op subtiele wijze van elkaar verschillen. Verschillen die nodig zijn om op dat specifieke eiland meer kans te hebben om te overleven. Neem de mens. Rond de evenaar biedt een huid met veel pigment betere overlevingskans, bij de polen een juist een huid met weinig pigment.

De strijd die Darwin beschrijft is er een van de lange adem, van geleidelijke aanpassing. Aanpassingen die vaak door toeval zijn ontstaan. Het dier dat door toeval een afwijking heeft die voordeel oplevert, heeft meer kans om te overleven en is aantrekkelijk als ‘huwelijkspartner’. Op die manier wordt die aanpassing langzaam algemeen. En dit proces zal zich blijven herhalen. De aan de omstandigheden het beste aangepaste ‘afwijkingen’ zullen overleven dat is de boodschap van Darwin.

Dat is de manier waarop Darwin in een latere uitgave van zijn boek de uitspraak ‘Survival of the fittest’ gebruikt. Een uitspraak die niet van hem is. Wat moet ik me voorstellen bij een Darwinistisch conflict waar Petry het over heeft? Welk ‘genetisch voordeel’ hebben de Europeanen of de ‘proletariërs uit de Afro-Arabische wereld’. Wie is er ‘beter aangepast’?

Bedoelt Petry wellicht een Spenceriaans conflict naar Herbert Spencer die de uitspraak ‘Survival of the Fittest’ heeft gemunt? Spencer trok een parallel tussen de biologie en de economie. Hij zag een strijd tussen rijk en arm, die door rijk zou worden gewonnen wat tot eliminatie van arm zou leiden als de overheid niet zou ingijpen. Volgens Spencer was rijk beter aangepast om te overleven. Spencer stond daarmee aan de basis van het sociaal darwinisme. Is het deze strijd die Petry ziet ontstaan? Dan zou ze moeten spreken van een sociaal -darwinistische strijd.

Als ze dit bedoelt, aan welke kant staat zij dan? Welke garantie hebben de Grieken dan dat zij niet het volgende slachtoffer van deze oorlog worden? En de armen in haar Duitsland? Hebben die niet meer gemeen met de ‘proletariërs uit de Afro-Arabische wereld’ dan met bijvoorbeeld de familie Albrecht van de Aldi?

Schuimende samenleving

Er komt een Kleurijke Top 100, zo valt te lezen bij Joop. Een lijst van honderd mensen die, zoals de initiatiefnemers Raja Felgata en Khalid Ouaziz het uitdrukken, goed is voor diversiteit: “wij laten Nederlanders zien die al dan niet met een culturele achtergrond, het verschil maken. Die geloven in de kracht van diversiteit en verbinding. Rolmodellen. Helden.” Dit is nodig: “Onze samenleving staat in brand en bestaat uit parallelle samenlevingen. Ooit begonnen met kleine haardvuurtjes door politici als Hans Janmaat en Pim Fortuyn, om aangewakkerd te worden door Geert Wilders en opiniemakers die vrijheid van meningsuiting misbruiken om rechtse en racistische geluiden mainstream te maken.” En daarover maken de initiatiefnemers zich zorgen.

schuimFoto: vanmeeuwen.com

Dat er tegengas wordt gegeven tegen racistische geluiden is een goede zaak en als deze lijst daarbij kan helpen, stel ze dan op. Of het lukt om de parallelle samenlevingen de nek om te draaien en te komen tot één samenleving? De filosoof Peter Sloterdijk beschrijft in zijn boek Sferen. Band II – Schuim  het geloof in die eenheidsamenleving als volgt: “Ze presenteren zichzelf als betoverde ruimten die profiteren van imaginaire immuniteit en magisch gekleurde wezens- en keuzegemeenschap” een geloof in sprookje dus.

Volgens Sloterdijk moet, wie serieus over een samenleving wil spreken: “zich buiten het terrein van de wij-beneveling begeven. Pas als men daarin geslaagd is, zal men inzien dat ‘samenlevingen’ of volken zelf veel vlottender, tweeslachtiger, poreuzer en promiscuer zijn dan hun homogene namen suggereren,” Bestaat niet iedere samenleving uit ‘parallelle samenlevingen’? Is niet ieder gezin, bedrijf, vereniging, vriendenclub een samenleving op zichzelf? Samenlevingen met eigen kenmerken, woorden en gebruiken die parallel naast en met elkaar functioneren, of ‘microsferen’ zoals Sloterdijk ze noemt. Een sameneleving is: “een aggregaat van microsferen … van verschillend formaat, die net als afzonderlijke bellen in een schuimberg aan elkaar grenzen en in lagen op of onder elkaar liggen, zonder dat ze echt voor elkaar bereikbaar of effectief van elkaar gescheiden zijn.”

De samenleving als schuim, een mooie metafoor omdat schuim niet kan branden. Sterker, het wordt door de brandweer gebruikt om branden te blussen. Zou het bestaan van juist die parallelle samenlevingen, microsferen of schuimbellen en -belletjes er niet voor zorgen dat een samenleving leefbaar blijft? Zou een mens niet juist verdwalen of verwezen zonder die ‘microsferen’? Verdwalen in samenlevingen die zich zien als een grote eenheid of eenheidsworst?

Beste Raja Felgata en Khalid Ouaziz, zouden we niet juist die ‘parallelle samenlevingen moeten koesteren? Is het echte probleem niet juist het denken in eenheid, het geloof in die “magisch gekleurde wezens- en keuzegemeenschap” ? Ligt dat niet juist aan de basis van het ‘racistisch’ denken? Moeten we de schuimbellen niet koesteren om een brand te voorkomen?

Cognitieve dissonantie

Volgens Sietske Bergsma, zo schrijft ze bij ThePostOnline, heeft een groot deel van Nederland last van cognitieve dissonantie. Wat? “Het ongemakkelijke gevoel dat we hebben als iets wat we geloven of hopen wordt tegengesproken door de feiten, of als ons gedrag niet overeenkomt met het positieve beeld dat we van onszelf hebben.” Omdat onze hersenen niet kunnen leven met dergelijke tegenstrijdigheden, wordt de waarneming of tegenspraak aangepast of ‘in overeenstemming gebracht’ met het geloof of eigen beeld. De roker die de gezondheidsschade van roken bagataliseert door te  verwijzen naar zijn opa die met twee pakjes sigaren honderdenvijf is geworden.

cognitieve-dissonantieIllustratie: www.kennislink.nl

Terecht wijst Bergsma erop dat cognitieve dissonantie gevaarlijk kan zijn omdat: “Door een vertrouwd wereldbeeld (en niet de mens zelf) in bescherming te nemen, hoeven de nieuwe feiten niet echt bij mensen binnen te komen, en zo hoeft niemand ergens actie op te nemen.”

Volgens Bergsma leidt een groot deel van Nederland hieraan. Welk deel? De wandelaars van de ieder1-mars bijvoorbeeld. De aanhangers van: “het nieuwe, activistische geloof in het behoud van een vrij, blij, vredig en divers Nederland.” Een geloof dat steeds meer: “in een wanverhouding (komt) te staan ten opzichte van de feiten: onrustige wijken, terreurdreiging, groeiend anti-semitisme, overbevolking, een stuurloze EU, Trump, steeds meer islam in de publieke ruimte en -hoewel dat allerminst een feit is, noem het een stevig gerucht- het algehele gevoel dat Nederland zijn identiteit verliest.” De ‘gelovigen’ passen deze werkelijkheid aan: “Dan krijg je na een aanslag ‘feiten’ over bijvoorbeeld de kans dat zo’n noodlot jou treft, dat die klein is en dat er in de middeleeuwen ook vreemdelingen naar ons land kwamen.”

Ook bij ThePostOnline krijgt zij bijval van Sid Lukkassen. Hij ziet Nederland uiteen vallen in vier zuilen: de Kosmopolitisch/Postmodern/Progressief; de Islam; de Biblebelt/SGP/ChristenUnie, en de Soevereine patriotten/humanistisch realisme/post-progressieven. Ronkende beschrijvingen. Alleen de laatste groep, waartoe: “geaarde mensen die bespiegelingen als die van Bergsma serieus nemen en met interesse lezen” behoren, leidt niet aan cognitieve dissonantie. De groep waartoe Lukkassen zelf behoort. Vandaar natuurlijk ook de woorden realist en soeverein in de omschrijving, dan zijn de andere groepen immers irreëel.

Nu lees ook ik de bespiegelingen van Bergsma en de verhalen van Lukkassen en ik ken het begrip cognitieve dissonantie daarom stel ik ook overal vragen bij. Dus ook bij de analyse van Bergsma. Zou het werkelijk zo zijn dat alleen deze mensen, die het niet met Bergsma en Lukkassen eens zijn, aan cognitieve dissonantie leiden? Zouden Bergsma en Lukkassen er zelf niet ook last van kunnen hebben?

Vernieuw de democratie: geen partij

“Een zetel? Begin Partij Eigenbelang.” Met dit als kop stelt Lex Oomkes in Trouw de ‘belangenpolitiek’ aan de kaak. “Daar hadden we tot voor kort belangenorganisaties voor, die de politiek bewerkten. De politiek woog die belangen vervolgens allemaal tegen elkaar af en hakte een knoop door. Maar zo werkt het niet meer. Het eigen gelijk en het eigen belang zijn tegenwoordig te absoluut om nog te kunnen bedenken dat er wellicht andere belangen zijn.” Met deze zinnen vat hij zijn eigen betoog kort samen.

tegen-verkiezingen

Als we echter allemaal een eigen partij beginnen, dan is de Tweede Kamer te klein. Zeventienmiljoen mensen krijg je niet op 150 zetels. Hoe lossen we dat op? Referendum! Zal dan menigeen roepen, dan kan iedereen zijn mening geven. Alleen kleven er aan een referendum flinke nadelen. Het wordt bovendien een heel circus als voor ieder besluit een referendum moet worden uitgeschreven. Zijn er andere alternatieven?

Zou het afschaffen van partijen een alternatief kunnen zijn? Nu hoor ik u denken: waar moet ik dan op stemmen? U hoeft niet te stemmen, zou een antwoord gebaseerd op David van Reybrouck (lees zijn boek Tegen verkiezingen) kunnen zijn. U wordt al dan niet uitgeloot om in het parlement zitting te nemen. Volgens Van Reybrouck is loting een democratisch alternatief voor verkiezingen. Dan komt er een einde aan de huidige dunne  spoeling kandidaten (partijleden) en vervalt de verlammende profileringsdrang voor kamerleden, profileringsdrang om herkozen te worden. Dat zou, door de hype uit de politiek te halen, voor rust zorgen die nodig is voor goede besluitvorming.

Helemaal niet meer stemmen? We zouden wel de leider van de regering (of colleges op gemeentelijk en provinciaal niveau) kunnen kiezen. Die stelt zijn eigen regering samen en voert het programma uit waarop hij is gekozen. Voor geld en nieuwe wetten moet hij de gelote volksvertegenwoordiging overtuigen. Een volksvertegenwoordiging die niet gebonden is aan welke verkiezingsbelofte of regeerakkoord.

Zou dat een alternatief kunnen zijn? De moeite van het proberen waard? En als het voor nu een stap te ver is, een proef in een twintigtal gemeenten?

Leestip voor autoriteiten

Je kunt er deze week niet omheen, de vloggers. Om de jeugdigen met een camera die filmpjes maken en zo ‘beroemd’ willen worden. Sommigen maken onschuldige filmpjes zoals ’10 irritantste opmerkingen van ouders’ van Dylan Haegens. Anderen filmen hun ‘dagelijkse’ leven. En omdat dit vooral vreselijk saai is, ‘leuken ze het op’ door anderen uit te dagen. Zo rukte de politie massaal uit om een vechtpartij tussen twee rivaliserende vloggende rappers of rappende vloggers te voorkomen. Of door anderen lastig te vallen zoals het geval is in de Zaanse wijk Poelburg.

provo

Foto: www.socialisme21.be

De autoriteiten hebben het maar wat lastig met vooral de laatste groep vloggers. Die zorgen voor overlast want er wordt wel eens wat beklad en er worden mensen lastig gevallen. Een Zaans raadslid stelde de overlast door een vlogger en zijn vrienden aan de kaak en kon daardoor op extra aandacht van hen rekenen. Door deze extra aandacht voelde zij zich bedreigd en deed daarop aangifte. De Zaanse burgemeester kreeg de wind van voren dat zij niet voldoende optrad net als de politie. Ook riep de politie om extra bevoegdheden om de ‘relschoppers’ aan te pakken. Zelfs premier Rutte, al staande in campagnemodus en met het oog en oor bij de Wilderskiezer, heeft zich erover over uitgesproken en noemde de jongeren: “tuig van de richel.” Op de (a)sociale media zijn de verwijten, verwensingen en bedreigingen aan het adres van vloggers niet van de lucht.

Dit doet me denken aan de jaren zestig. Niet dat ik die bewust heb meegemaakt. “Het lijkt wel alsof met het bijeenbrengen van de jeugdstijlen ook alle tradities van wantrouwen, onbegrip en bestrijding bij politie en justitie eveneens werden gebundeld. Daarop kon het spel beginnen en de hoofdstedelijke autoriteiten speelden het verschrikkelijk slecht. Ze snapten niets van de spelregels, ook al werden die hen soms uitgelegd, … .” Zo beschrijft P. de Rooy de strijd tussen provo en later de hippies en de Amsterdamse autoriteiten in de jaren zestig. (In: Wederopbouw Welvaart en Onrust, H.W von der Dunk e.a. pagina 138-139). De provos en hippies dat was langharig tuig (nog niet van de richel). Daar moest hard tegen worden opgetreden. Die moesten worden kaalgeschoren en naar werkkampen. Mariniers uit Den Helder voegden zelfs de daad bij het woord en sloegen de op de Dam slapende hippies van het plein af.

De later verketterde criminoloog Buikhuisen weidde in de jaren zestig zijn proefschrift aan provo en gaf handvatten hoe om te gaan met deze jeugdigen (het citaat hierboven gaat als volgt verder: “compleet met verwijzingen naar de passages over relpreventie uit de dissertatie van Buikhuisen.” Een leestip  voor de huidige autoriteiten?

Het verkeerde slagveld

Beste Annabel Nanninga, bij ThePostOnline herdenkt u de aanslagen van 9 september 2001. De vliegtuigen die de Twintowers invlogen met duizenden doden tot gevolg. Het verbaast u dat: “het gros van de Westerse leiders, media en burgers nog altijd de oorlogsverklaring van de mohammedaanse terroristen angstvallig afhouden” Volgens u leven zij: “nog in de wereld zoals die er voor het laatst was in die ene seconde, toen Falling Man nog gewoon aan zijn bureau zat. In een toren die niet smeulde. Toen wij hier elf september nog als 11/9 schreven.”

wtcFoto: www.britannica.com

Beste mevrouw Nanninga, ik ben zo’n afhouder van die oorlogsverklaring. Nee ik ontken de impact van de aanslagen niet. Ik leef niet in 2001, maar in 2016. Ja ik geloof dat mensen een positieve en constructieve rol kunnen vervullen in het westen. En ja, ook islamieten. Maar ik weet ook dat mensen en niet alleen islamieten,  een negatieve en destructieve rol kunnen spelen. En ja, ik maak me zorgen om politici en vooral politieke leiders die mensen naar de mond praten om extra zetels te behalen. Die zich laten leiden door ‘de peilingen’.

Ik weiger om die aanslagen te zien als een oorlogsverklaring. Ik weiger omdat ik daardoor terecht kom in een oorlogsframe en ik denk we hierdoor verder van huis raken. Het oorlogsframe heeft gezorgd voor een kostbare, vele levens kostende en vooral nutteloze interventie in Afghanistan. Tot het dramatische, door een fundamentalistische ideologie van een andere soort gedreven, ingrijpen in Irak. Het oorlogsframe zorgt er, volgens mij, voor dat we het door de terroristen gewenste ‘strijdperk’ betreden. Oorlogen kennen een eigen dynamiek. Een dynamiek die op gespannen voet staat met de waarden van de rechtstaat en democratie. Door het oorlogsframe raken we verder verwijderd van de werkelijke kracht van onze samenleving. En zouden de door extreme interpretaties van de islam gemotiveerde terroristen juist die kracht niet het meest vrezen?

Die kracht is onder andere dat u en ik vrijelijk van mening kunnen verschillen en daarover van gedachten kunnen wisselen zonder dat we hoeven te vrezen voor ‘staatsingrijpen’. Die kracht is dat wij ons leven op een grotendeels door onszelf bepaalde manier vorm kunnen geven. Die kracht is dat wij uitgaan van de gelijkwaardigheid van mensen. Door die kracht is het bijzonder prettig leven in het westen. Op dit ‘strijdperk’ winnen we met gemak van de terroristen.

Daarom mevrouw Nanninga houd ik de oorlogsverklaring af. Niet angstvallig maar juist vanuit kracht.