21ste eeuwse oplossing

Beste meneer Asscher,

Met veel belangstelling heb uw artikel bij Joop gelezen waarin u reageert op een kritiek op u van Barbara Baarsma in de Telegraaf. U verzet zich tegen de voorstellen van Baarsma die erg overeenkomen met: “de ideeën van D66 en de VVD, die ook vinden dat hét recept voor onze arbeidsmarkt bestaat uit het afschaffen van vaste contracten — via de duur of de uitholling van de ontslagbescherming. ‘Vast’ aantrekkelijker maken voor werkgevers, door ‘vast’ af te schaffen of anders te definiëren.”  U maakt zich hard voor een eerlijke beloning voor eerlijk werk en vaste arbeidscontracten voor vast werk. Baarsma slaat de plank volgens u mis met haar voorstellen: “ook al worden ze geflankeerd door aantrekkelijke woorden als “modern” en “positieve prikkel.”  U geeft aan: “graag in discussie met experts van diverse gebieden,” te gaan.

21ste-eeuw

Beste meneer Asscher, ik ben geen econoom, geen arbeidsmarktdeskundige doch slechts een eenvoudig historicus. Ik lees wel geregeld werk van economen en een van hen, de Zuid Koreaan Ha-Joon Chang, schreef dat economie voor 95% gezond verstand is en dat de overige 5% ook geen hogere wiskunde is. Laat ik, al zeg ik het zelf, wel in bezit zijn van gezond verstand, daarom deze brief aan u.

Ik ben het met u eens dat vele veranderingen tegenwoordig worden verkocht met ‘positieve’ termen als modern(iseren) flexibiliseren enzovoorts en het afschaffen van vaste contracten is, daar ben ik het met u eens, niet erg modern. Sterker, dat is terug naar de negentiende eeuw, de eeuw van de dagloner die maar moest afwachten of er die dag voor hem werk en dus inkomen was.

Voor u is: “het vaste contract (de) hoeksteen van zekerheid voor werknemers en gezinnen.” Dat mag dan wel uw uitgangspunt zijn, het is voor velen niet de werkelijkheid en die velen worden er steeds meer, ondanks al uw pogingen om daar wat aan te doen. Zou het kunnen dat uw oplossing ook ‘de plank misslaat’ en niet ‘modern’ is? Lijkt het vaste contract niet een twintigste eeuwse oplossing die niet meer voldoet in de eenentwintigste eeuw? Een oplossing die het probleem niet oplost, lijkt mij geen oplossing.

Zou het helpen om het probleem vanuit een ander frame te bekijken? Een frame waarin betaald werk niet meer de oplossing is van alle kwalen omdat er niet voldoende werk is voor iedereen? Wat als we ‘er zijn’ zien als het belangrijkste in het leven? En voor dat ‘er zijn’ krijg je een voldoende basis(inkomen)? Voor meer dan die basis moet je zelf zorgen en dat kan via werk. Zou dat de positie van de werknemer niet enorm versterken? Wellicht zijn flexibele contracten dan helemaal geen probleem meer. Zou dat een eenentwintigste eeuwse oplossing kunnen zijn?

Als u hierover met mij van gedachten wilt wisselen, laat het me weten.

 

Inburgeringsexamen

“De zus van Arend heeft al twee jaar een nieuwe vriend. Ze nodigt Arend uit om te komen eten. Arend vindt dat mensen die een relatie hebben ook moeten trouwen. Wat doet hij” De eerste vraag uit een oefenexamen inburgering. Een vraag uit de categorie ‘omgangsvormen, waarden en normen’. Dat moet Arend zelf weten, zou ik denken en antwoorden.

DEN HAAG-INBURGERING-ADVIES

Foto: nos.nl

Helaas kan een inburgeraar dat niet kiezen. Er moet gekozen worden uit: “ a. Hij zegt tegen zijn zus dat hij niet komt eten. b. Hij stuurt zijn zus een e-mail waarin hij vraagt waarom ze niet getrouwd is. c. Hij neemt de uitnodiging aan.” Welk antwoord is goed? Ze kunnen allemaal en er zijn er nog veel meer mogelijk. In plaats van mailen kun je ook bellen en het via de telefoon vertellen. Of niet gaan en aan haar uitleggen waarom niet.

Iets verder onder het kopje ‘gezondheid en gezondheidszorg. “Yasmines moeder is zo vergeetachtig dat ze niet meer voor zichzelf kan zorgen. Wat doet Yasmine?” Weer drie mogelijkheden: “a. Ze geeft haar moeder haar logeerkamer. b. Ze probeert een plaats voor haar moeder te vinden in een verzorgingshuis. c. Ze probeert haar moeder op te laten nemen in het ziekenhuis.” Yasmine zou voor b moeten kiezen, maar wellicht denken de zorgverzekeraar en de gemeente daar anders over. Als Yasmine voor a kiest, scheelt dat hen een hele hoop geld. Yasmine zou zelfs a en b tegelijk kunnen doen. Dus zoeken naar een plek in een verzorgingshuis en om de tijd te overbruggen haar moeder de logeerkamer aanbieden.

Even verderop is Yasmine secretaresse (waarom Yasmine en niet Arend?) die een brief af moet krijgen en last heeft van een collegaatje dat steeds door haar dochter wordt gebeld waardoor Yasmine zich niet kan concentreren. Wat moet ze doen? “a. Ze zegt tegen haar collega dat het bellen haar stoort. b. Ze gaat naar haar manager en zegt dat ze de brief niet af krijgt. c. Ze werkt gewoon door en probeert haar oren dicht te houden voor haar collega.” Weer drie mogelijkheden die kunnen, de ene is niet beter of slechter dan de andere. Zou het bovendien niet ook uit kunnen maken wat er speelt tussen de collega en haar dochter? Een zieke cavia is dan van een andere orde en zou tot een andere reactie kunnen leiden dan het op sterven liggen van de moeder van haar beste vriendin.

Ik heb de tien-vragen-durende test ingevuld en: “U hebt te veel fouten gemaakt. U moet nog goed leren.” Gelukkig hoef ik het ‘examen’ niet te maken. Welke vragen ik, volgens de makers, fout had, kom ik niet te weten. Is een test met dergelijke vragen niet een ‘motie van treurnis’ waard?

Crucialer. Na het behalen van bijvoorbeeld het rij-examen, mag je autorijden. Na het behalen van een vwo-diploma, kan je naar de universiteit. Ben je als je het examen haalt, ingeburgerd en volwaardig burger van Nederland?

Universitaire diversiteit

De Universiteit van Amsterdam is in de ban van diversiteit. Een diversiteitscommissie onder leiding van Gloria Wekker is aan het werk. Dit leidt tot veel discussie. In de Volkskrant pleit universitair docent conflictstudies aan de UvA Martijn Dekker voor een universiteit die ongelijkheid bestrijdt. Bestrijdt door ‘affirmative action’ zoals hij het noemt: het ondersteunen en soms bevoordelen van mensen die vanwege oorzaken buiten henzelf om, een achterstand hebben.

diversiteit

Foto: www.rectec.nl

Achterstanden veroorzaakt door vooroordelen, stereotypen en angsten. Achterstanden door je huidskleur of de sociale status van je ouders. Vanwege deze achterstanden leidt gelijke behandeling van mensen tot ongelijke resultaten: “als je het gelijkheidsbeginsel in die situatie gaat toepassen, dan komt dat voornamelijk ten goede van hen die al een voorsprong hebben.” Hiermee zet hij zich af tegen de filosoof Sebastien Valkenberg die in dezelfde krant pleit voor gelijke behandeling van iedereen: “Wat is het gelijkheidsbeginsel nog waard als het terzijde wordt geschoven zodra het even niet uitkomt?” Voor Valkenberg moet kwaliteit centraal staan.

Als aanhanger van de rechtvaardigheidstheorie van John Rawls en de erop voortbordurende  vermogensbenadering van Martha Nussbaum en Amartya Sen, kan ik mij vinden in het betoog van Dekker. Toch wringt er iets in Dekkers betoog en vooral in zijn gebruik van cijfers. Dekker: “Slechts 15 procent van de studenten (van de Universiteit van Amsterdam) heeft een zwarte, migranten- of vluchtelingenachtergrond, tegenover 51 procent van de jongeren in Amsterdam. Dit moet toch zelfs de grootste liberaal aan het denken zetten?” Dekker zou een punt hebben als die Universiteit alleen toegankelijk zou zijn voor inwoners van Amsterdam en als de inwoners van Amsterdam naar geen andere universiteit zouden kunnen. Dat is allebei niet het geval. De UvA staat open voor iedereen en Amsterdammers kunnen ook naar Groningen.

Is een vegelijking met de jeugdige bevolking van Amsterdam dan wel de juiste? Laten we de populatie van de UvA eens vergelijken met de Nederlandse bevolking. Nederland kent iets meer dan twee miljoen jeugdigen van vijftien tot vijfentwintig jaar (de studentenleeftijd) ongeveer 520.000 hiervan is allochtoon. Hiervan zijn er 340.000 niet westers (zwarte, migranten of vluchtelingen achtergrond), dat is zeventien procent. De situatie is daarmee lang niet zo dramatisch als Dekker schetst. Sterker nog, zou je niet kunnen concluderen dat de UvA er nog niet is maar wel goed op weg is?

Zelfredzame overheid

Zelfredzaamheid. Een woord dat tegenwoordig een centrale rol vervult in overheidsland. We zijn een ‘participatiesamenleving’ een samenleving waarin iedereen meedoet en zichzelf moet redden. Eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid zijn woorden die hierin centraal staan. Zijn er ook samenlevingen waarin niet iedereen meedoet? Dat er aan die zelfredzaamheid het een en ander schort blijkt uit de vele mensen die aanspraak maken op de schuldhulpverlening. In een artikel in de Volkskrant pleit WRR-onderzoeker Will Tiemeijer voor overheidsbeleid dat rekening houdt met  mensen die niet aan de: “veel te hoge verwachtingen heeft van de financiële zelfredzaamheid van mensen,” die de overheid heeft, voldoen.

Sennett

Een prachtig woord zelfredzaam, wie wil het niet zijn? Wie wil er afhankelijk zijn van de goedertierenheid van anderen? Net zoals eigen verantwoordelijkheid, wil er niet zelf verantwoordelijk zijn? Toch wringt er iets.

Laatst las ik het boek De cultuur van het nieuwe kapitalisme van Richard Sennett weer eens. Een boek waarin Sennett, zoals de achterkaft vermeldt: “een haarscherp en genadeloos beeld (geeft) van hoe de nieuwe economie ingrijpt in ons dagelijks leven.” Hij beschrijft hoe bedrijven veel verwachten van hun medewerkers. Werk is gefragmenteerd, veel losstaande activiteiten en dat vraagt veel van medewerkers. De bedrijven verwachten ‘zelfdiscipline zonder afhankelijkheid’. Klinkt dat niet verdacht naar ‘zelfredzaamheid’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’? De cultuur van ‘het nieuwe kapitalisme’ is ook de cultuur achter het overheidsbeleid.

Sennett ziet een risico en waarschuwt op pagina 52: “Maar het is helemaal niet zo onschuldig de zelfredzaamheid te prijzen. Het bedrijf hoeft dan niet meer na te denken over zijn eigen verantwoordelijkheid jegens de werknemer.” Cru geformuleerd, de bedrijven nemen hun ‘eigen verantwoordelijkheid’ niet. Zou dat dan ook opgaan voor de overheid? Neemt de overheid haar verantwoordelijkheid in onvoldoende mate en is zij daarom niet zelfredzaam? Een interessante vraag.

In de retoriek legt de overheid de nadruk op wat zij van de burgers verwacht. Net zoals de bedrijven aangeven wat zij van werknemers verwachten. Zou de overheid niet haar verantwoordelijkheid moeten nemen en zelfredzaamheid moeten tonen door duidelijk aan te geven wat zij doet en wat de burgers van haar kunnen verwachten?

Om John F. Kennedy te parafraseren: “Ask not what your citizens can do for you, but what you do for your citizens!”

Some animals are more equal

‘All animals are equal, but some animals are more equal than others.’ Een beroemde quote uit Animal farm van George Orwell. Hieraan moest ik denken toen ik las over de ‘cursus participatieverklaring’ voor nieuwkomers in Nederland. Een cursus die wordt afgesloten met het tekenen van een ‘Participatieverklaring’ die een verplicht onderdeel wordt van de inburgering van nieuwkomers. “Via dit traject laten gemeenten nieuwkomers kennis maken met de rechten en plichten en de fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving,” zo valt te lezen op de site van de Rijksoverheid.

OrwellIllustratie: babalublog.com

Benieuwd naar die kernwaarden, ben ik in de ‘cursus’ gedoken. De waarden komen aan bod in het onderdeel ‘het muurtje’. De ‘waarden’ staan op stenen waarvan een muurtje moet worden gebouwd. ‘Andere culturen leren kennen’ is zo’n kernwaarde net als ‘samen delen’ en ‘tradities’, maar ook ‘vrijheid’, en er zijn er nog meerZijn dit allemaal waarden en als het waarden zijn, zijn het dan ook de waarden van alle Nederlanders?

Verwarrend wordt als ik in de ‘docentengids’ het volgende leest: “Het kan zijn dat deelnemers een andere interpretatie hebben bij sommige begrippen. Dat is voor deze werkvorm niet erg. Een begrip als vrijheid kan voor de ene deelnemer een hele andere betekenis hebben dan voor een ander.” Gaat het er niet juist om dat waarden gedeeld worden en kan dat delen niet alleen als we er allemaal hetzelfde onder verstaan?

Uiteindelijk moet de nieuwkomer de ‘Participatieverklaring’ ondertekenen en die luidt: “Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en dat ik deze respecteer. Ik verklaar dat ik actief een bijdrage wil leveren aan de Nederlandse samenleving en reken erop dat ik daarvoor ook de ruimte krijg van mijn medeburgers.” Vreemd omdat de verklaring ook de volgende zin bevat: “In Nederland worden alle burgers gelijkwaardig behandeld. Discriminatie naar geslacht, geloof, afkomst of seksuele geaardheid wordt niet geaccepteerd.” Een nieuwkomer moet verklaren dat hij, zich aan de ‘waarden en spelregels’ houdt en dat hij ‘actief bijdraagt’. Een Nederlander hoeft dat niet. Hoe verhoudt zich dit tot het gelijk behandelen van alle burgers? Zijn onze ‘waarden en spelregels’ niet vervat in onze wet- en regelgeving?  Moet niet iedereen, die zich op het Nederlandse grondgebied bevindt, zich daaraan houden? Daarvoor is een verklaring niet nodig.

De nieuwkomer ‘rekent erop dat hij de ruimte krijgt’ van zijn medeburgers. Waarop kan hij ‘rekenen’ als de ander, de Nederlander, een dergelijke verklaring niet hoeft te tekenen? Zijn sommige dieren meer gelijk dan anderen?

Vrij is verbonden

Geachte mevrouw Hiwat-Kortstam, beste Charlene, ik heb u beloofd om vandaag ergens op terug te komen. U schrijft: “Hoe bijzonder iets als vrijheid is, wordt duidelijk zodra ik me realiseer dat we dat nog steeds niet volledig zijn. Echt vrij bedoel ik dan.” Terug te komen met de vraag hoe u denkt dat volledige vrijheid eruit ziet?

Gloria-Wekker

Foto Gloria Wekker: www.nieuwwij.nl

Zijn we echt vrij als: “…er geen sprake is van racisme of discriminatie, in welke zin dan ook. Dat je als mens gewoon kunt ‘zijn’, zonder dat je je daarvoor hoeft te verontschuldigen”?  Of om het door te vertalen naar mijn situatie, zonder dat ik het gevoel krijg dat ik me moet verontschuldigen voor wie ik ben, een blanke man van middelbare leeftijd. Verontschuldigen dat ik jou het gevoel geef dat ik je stereotypeer en het gevoel geef dat je: “twee keer zo hard moet werken voor een gemiddeld resultaat.”  Dus dat ik er gewoon mag zijn zonder gestereotypeerd te worden als iemand met, om Gloria Wekker aan te halen: “een zelfflaterend zelfbeeld.” Een zelfbeeld van witte onschuld. Kan ik er wat aan doen dat ik als witte man ben geboren? U kunt er ook niets aan doen dat u als zwarte vrouw bent geboren. Zonder, zoals ik ook al aan Mitchell Esajas heb geschreven, me in een hoek gezet te voelen. Een hoek waaruit ik niet kan ontsnappen omdat ik nu eenmaal die witte man blijf. Het enige wat verandert, is die middelbare leeftijd.

Beste Charlene, van mij hoeft u niet twee keer zo hard te werken. U hoort erbij en u mag er zijn. Ik wil samen met u, Mitchell Esajas, Gloria Wekker en anderen die er iets aan willen doen, strijden tegen alle vormen van ongelijke behandeling en ongelijkheid. Dat kan alleen als u mij als mens ziet, als individu. Niet als een wandelend “cultureel archief” om een term van Gloria Wekker te gebruiken.

Als ons dat lukt dan wordt de wereld een stuk prettiger om in te leven omdat we dan echt samenleven. Zijn we dan echt vrij? Of zijn we dan nog steeds gebonden of beter, verbonden? Verbonden aan elkaar omdat we deze aarde delen? Verbonden omdat we samenleven en er voor elkaar zijn? Als u dat met ‘volledig vrij’ bedoeld, dan zijn we volledig vrij. Voor mij is volledig vrij iets anders, het is een stille, kille wereld van niet verbonden individuen.

Om Schopenhauer aan te halen: “Geheel zichzelf zijn mag men slechts, zolang men alleen is; wie dus niet van de eenzaamheid houdt, houdt ook niet van de vrijheid, want slechts wanneer men alleen is, is men vrij.”

Més que un club?

Mijn cluppie, VVV(-Venlo, staat er normaal achter, maar de eerste V staat al voor Venlo, dus die laat ik weg), zit in de financiële problemen. Na de degradatie uit de Eredivisie drie jaar geleden, moest er flink worden bezuinigd. Dat is gebeurd en nog is de club te afhankelijk van ‘vermogende vrienden’ zoals voorzitter Hay Berden. Bureau Hypercube heeft, als onderdeel van afspraken tussen de gemeente Venlo en de club, de zaak onderzocht en komt tot de conclusie dat de club: “in een nieuw stadion wel structureel een middenmoter in het Nederlandse voetbal kan zijn.” In het huidige stadion, het legendarische De Koel zou dat niet kunnen.

Seacon Stadion "De Koel"

Foto: www.flickr.com

Ik wil de kwaliteiten van het bureau niet ter discussie stellen, maar…, waar hebben we dat meer gehoord? En hoeveel clubs hebben al zo’n nieuw stadion gebouwd? Een stadion dat de bezoeker comfort biedt, een skybox voor de sponsor die er zijn gasten met alle egards kan ontvangen en dat is gelegen op een industrieterrein liefst op een kruispunt van snelwegen. Stadions van het type dertien in een dozijn die multifunctioneel te gebruiken zijn en waar dus ook concerten gehouden kunnen worden. Clubs als Fortuna Sittard, Roda JC, NAC, Vitesse, FC Twente, Heracles, AZ, Heerenveen en zo zijn er vast wel meer te noemen. Sommigen spelen ‘in de middenmoot’ andere niet. En laat eerdere plannen van VVV en de gemeente Venlo om een nieuw stadion te bouwen op het ‘Kazerneterrein’ mislukt zijn. De financiën bleken een onoverkomelijk probleem. Nu komt een soortgelijke oplossing die structureel tot een plek in ‘de middenmoot’ of nog zo’n mooie ‘het linkerrijtje’ moet leiden. Hoeveel plekken kent dat rijtje eigenlijk?

Wanneer komt er iemand met andere ideeën? Voorbeelden van andere ideeën zijn er voldoende. Neem FC United of Manchester. Een club opgericht door boze supporters van Manchester United. Boos vanwege de steeds verder doorgevoerde commercialisering en vooral de exponentieel stijgende prijs van een kaartje. Die club laat ook zien hoe je op een andere manier een stadion kan bekostigen. Over stadions gesproken, FC Union Berlin laat mooi zien hoe je ook een stadion kunt verbouwen. Twee voorbeelden, er zijn er meer die laten zien dat het ook anders kan.

Zou dat in Venlo ook kunnen? Zou VVV een vereniging kunnen worden met leden? Leden die een netwerk vormen dat staat voor de club en voor elkaar? Die de club en elkaar helpen als dat nodig is? Een club met het gezamenlijk gerenoveerde stadion De Koel als thuisbasis. Waar het voetbal de bindende factor is, maar het draait om meer? ‘Més que un club’, om de spreuk van FC Barcelona aan te halen?

 

‘Burgerparticipatie’

Via een LinkedIn-connectie kreeg ik een artikel van Anke Siegers onder ogen, getiteld Weg met die participatieladder. In plaats van die participatieladder voor burgerparticipatie, pleit zij voor de ‘Trap van Eigenaarschap’. De ladder en de trap zijn modellen die de overheid kan gebruiken om de verhouding tussen burger en overheid weer te geven. Siegers is aanhanger van de trap en anderen hangen de ladder aan. In de basis is er geen verschil tussen ladder en trap. Hoe hoger je erop klimt, hoe groter de rol voor de burger en hoe kleiner de rol van de overheid.

trap

Trap of ladder, daar gaat het me niet om. Siegers onderbouwt haar pleidooi voor de trap: “Mensen willen graag regie voeren en betrokken zijn in de besluitvorming wanneer het gaat over onderwerpen die hen aangaan. Alleen je mening mogen geven, in welke vorm dan ook, waarna nog andere mensen het besluit nemen, is niet meer voldoende. Daar is de inwoner van tegenwoordig te volwassen voor. Uiteraard zijn er mensen die zullen opperen, dat niet iedereen dat kan. Ook dat klopt. Echter, gezamenlijk kunnen mensen dit wel. Een combinatie van kaders aangeven, objectieve informatie delen en een beweging die ingezet wordt in bijvoorbeeld een vorm van een burgertop brengt alle kennis samen. Hierdoor ontstaat een wisdom of the crowd.” ‘Ladder-Aanhangers’ zouden ook hun ladder hiermee kunnen verdedigen. En daar gaat het wringen.

participatieladder

Illustratie: www.nieuwegein.nl

Samen weten we meer en samen komen we tot betere en gedragen besluiten. Dat is het idee achter ‘wisdom of the crowd’. Dat we samen meer weten klopt, maar leidt dat ook tot betere besluiten? Heeft de menigte niet vaak de neiging om vast te houden aan het bekende?  Wordt een genie niet vaak eerst miskend omdat zijn ideeën te ver af staan van de ‘wereld’ van de menigte?  Het overkwam onder andere Copernicus en Galileo Galilei.

Gaan die modellen niet uit van de ‘rationele’ mens? Een mens die op basis van rationele afwegingen tot een besluit komt. Spelen emoties tegenwoordig niet een zeer grote rol in besluitvorming?  Wordt besluitvorming niet overheerst door ‘charismatische goed gebekte’ mensen en is de ratio hieraan niet ondergeschikt? Charismatisch en goed gebekt, maar niet noodzakelijkerwijs het meest verstandig en wijs. Maar wel in staat om een ‘Copernicus’ te negeren.

Samen weten we meer, maar doen we samen met dat meer ook het beste? Of doen we het populairste?

Wisdom of the crowd

De PvdA-fractie in het Europees Parlement pleit voor het kwijtschelden van een fors deel van de Griekse schulden. Dit valt te lezen in de Volkskrant. Die schuld zou, volgens de fractie, maximaal 100 procent van het Bruto Binnenlands Product mogen bedragen. Dit zou betekenen dat een slordige €140 miljard aan schulden kwijtgescholden moeten worden, een astronomisch bedrag. Volgens fractieleider Paul Tang is dit wel nodig om ervoor te zorgen dat Griekenland financieel weer op eigen benen kan staan: “We zijn nu al zes jaar met de Griekse crisis bezig. Ik wil niet dat Griekenland over zes jaar nog steeds onder Europese curatele staat.”

griekenlandIllustratie: www.welingelichtekringen.nl

Tangs partijgenoot en minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, reageert kort en duidelijk en gooit het voorstel in de prullenbak: “Nu bijna 150 miljard euro kwijtschelden, daarvoor is zeer begrijpelijk geen enkel draagvlak in de eurolanden die dat zouden moeten betalen.” Ook economisch snijdt het volgens Dijsselbloem geen hout: “Tang kijkt ten onrechte alleen naar de omvang van de schuld en niet naar de zeer lage rente en de lange tijd die Griekenland krijgt om deze af te lossen.” Een partij, twee opvattingen. Goed dat er ook binnen partijen verschillend wordt gedacht. Welke PvdA-ers het ‘economisch’ beste voorstel doet, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de argumentatie van Dijsselbloem, het draagvlak.

Draagvlak is een politiek ‘toverwoord’. Voordat een besluit wordt genomen, wordt eerst onderzocht wat de mensen ervan vinden. Daarna wordt er een oplossing gezocht die tegenmoet komt aan de ideeën en wensen van wat de grootste groep vindt. Waar komt toch de idee vandaan dat besluiten op draagvlak moeten kunnen rekenen? Dat een meerderheid van de bevolking zich erin moet kunnen vinden? Ja, het lijkt op en top democratisch om dát te doen waar een meerderheid zich in kan vinden. Je maakt gebruik van de ‘Wisdom of the crowd’. Klopt het wel dat een door een meerderheid gedragen besluit ook het beste of wijste besluit is wat je kunt nemen? Of zou John Stuart Mill gelijk hebben toen hij schreef: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.”

Hebben onze volksvertegenwoordigers en onze regering niet als taak om de de beste, wijste  besluiten te nemen? Als dat een besluit is waar het overgrote deel van de mensen zich in kan vinden is het mooi meegenomen. Als dat niet het geval is, is het een impopulair besluit, is het dan niet aan de volksvertegenwoordigers en de regering om dit besluit uit te leggen en er zo draagvlak voor te creëren en leiderschap te tonen?

Thuishulpstudent

De Christen Unie wil dat studenten ‘sociaal dienstrecht’ krijgen. Door na hun studie op vrijwillige basis ouderen te helpen of taalles te geven aan vluchtelingen zouden zij een deel van hun studieschuld kunnen aflossen. Volgens fractievoorzitter Gert-Jan Segers zou dit studeren voor studenten met ‘smalle beursouders’ aantrekkelijker maken. Een mes dat aan twee kanten snijdt: “het hoger onderwijs wordt toegankelijker en de samenleving wordt geholpen, doordat studenten nuttig maatschappelijk werk doen. Daar komt nog bij dat studenten op die manier werkervaring krijgen.” Sympathiek idee of …?

studieschuld

Illustratie: www.viisi.nl

Een eerste kleine bedenking. Segers denkt aan ouderen helpen en taalles geven. Hoe zit het dan met training geven aan voetbalpupillen, penningmeester zijn van de scouting of flyeren voor politieke partijen? Welk vrijwilligerswerk telt mee en welk niet?

Een tweede wat grotere bedenking. Duurt zo de studie voor de arme student niet langer? Die maanden ’sociale corvee’ tellen immers ook mee. De rijke ingenieur kan meteen beginnen, de arme moet eerst een half jaar poetsen. Hoe zwaar telt de ‘poetsdienst’ bij ouderen’ mee voor een elektrotechnisch ingenieur op het CV?

Wordt op deze manier bijvoorbeeld de thuishulp niet verdrongen door een ‘poetsende elektrotechnicus’? Welk werk blijft er dan voor de thuishulp over? Extra wrang wordt het als we kijken naar de beloning voor de student. Voor een paar maanden een verlaging van de schuld met €5.000 tot €10.000. Voor een paar maanden werk, is dat een aardige netto beloning. Is er dan nog wel sprake van vrijwilligerswerk? Hoe verhoudt dit zich tot het salaris van de huidige thuishulp?

Goed dat Segers studeren ook voor mensen met een smalle portemonnaie betaalbaar wil houden. Alleen is het erg wrang om een dergelijke beloning te geven als dank voor het ‘vrijwillig’ poetsen of de taalles. Waarom dan geen goed betaalde baan voor die thuishulp en voor de docent die de asielzoeker Nederlands leert? Er zijn vast andere manieren om de ‘arme’ student te helpen. Een basisbeurs afhankelijk van het inkomen van de ouders bijvoorbeeld. Of een basisinkomen?