Amandla

“Goed, ze is erin doorgeslagen, maar ik vraag me af wat ik had gedaan als ik op straat gearresteerd zou worden, om niets, in het bijzijn van mijn kleine kinderen. Als ik keer op keer in de cel was gegooid, zonder proces en zonder dat ik wist wie er voor mijn kinderen zorgde … Winnie is in de gevangenis vernederd, getreiterd en gemarteld. Het verbaast mij niet dat zij daar hard en radicaal van werd. Daarmee wil ik niet goedpraten wat ze allemaal heeft gedaan, maar ik begrijp het wel.” Deze woorden van actrice Joanne Telesford zijn in Trouw te lezen. Telesford speelt Winnie Mandele in de musical Amandla Mandela.

AmandlaIllustratie: www.theatersinnederland.nl

Telesford toont begrip, zonder het goed te keuren, voor het radicaal worden van Winnie Mandela. Onzekerheid, vernedering, treitering en marteling dat is niet niks en zij begrijpt dat Winnie Mandela daar radicaal van kon worden.

Zou dat ook voor andere mensen gelden? Voor bijvoorbeeld onze islamitische medelanders? Medelanders die steeds worden aangesproken op gruwelijke daden van mensen die eenzelfde geloof hebben. Medelanders die de grootste slachtoffers zijn van alle beperkende maatregelen zoals preventief fouilleren, verscherpte grenscontroles. Medelanders die van volksvertegenwoordigers te horen krijgen dat hun geloof barbaars is. Volksvertegenwoordigers die twijfelen aan hun ‘loyaliteit’ aan het land. Loyaliteit die ze bij anderen als vanzelf aanwezig achten, maar is dat wel zo? En wat betekent dat, loyaal zijn aan je land.

Medelanders die vaak worden gepasseerd voor werk en daardoor gebruik moeten maken van sociale voorzieningen. Medelanders die vervolgens het verwijt krijgen dat ze ‘profiteren’ van deze voorzieningen, dat ze lui zijn. Medelanders die moeten integreren of inburgeren want ze horen er eigenlijk niet bij.

Wat zou dat met die medelanders doen? Zou dat hun denken, houding gedrag en gedrag beïnvloeden? Zouden ze zich daardoor gesterkt voelen in hun Nederlanderschap? Zou dat hun loyaliteit vergroten, als dat al nodig is? Zou dat hun vertrouwen in de rest van de samenleving en de overheid vergroten? Of zou dit bij velen van hen kunnen leiden tot onverschilligheid ten opzichte van de rest van de samenleving? Bij een kleinere groep tot verharding? Bij een klein deel tot radicalisme? En bij een enkeling tot criminele en terroristische daadkracht?

 

Provocerende puber

Scholen en leraren hebben het moeilijk met radicalisering en de gespletenheid in de klas. Gespletenheid door de totaal verschillende wereldbeelden. De ene groep wantrouwt westerse media en ziet overal complotten van de Verenigde Staten en Israel. De andere groep wantrouwt alles wat met moslims te maken heeft en ziet overal extremisten. In de Volkskrant een interview met Margalith Kleijwegt die in opdracht van het Ministerie van Onderwijs onderzocht hoe docenten omgaan met deze problematiek. In dit interview wordt de volgende vraag gesteld:“Stel een leerling roept dat het westen dit soort aanslagen over zichzelf afroept. Wanneer is zo’n opmerking een signaal van radicalisering en wanneer is het provocerend pubergedrag?”

provoceren

Foto: www.fcupdate.nl

Een zeer bijzonder vraag want er worden meteen twee mogelijke antwoorden bij gegeven: radicalisering of pubergedrag. Kleijwegt antwoordt: “Dat weet je niet” en geeft vervolgens een voorbeeld waaruit je kunt opmaken hoe moeilijk het is om te kiezen tussen de twee mogelijke antwoorden. Zijn dat echter de enige antwoorden? Wordt het niet interessant als de achtenvijftigjarige Henk, die van Ingrid, beweert dat het westen dit soort aanslagen over zichzelf afroept? Is Henk dan ook aan het radicaliseren of is er dan sprake van puberaal gedrag?

Wordt het niet nog interessanter als een wetenschapper en publicist een soortgelijke uitspraak doet? Ook in de Volkskrant een interview met rechtsfilosoof Afshin Ellian. Ellian maakt zich zorgen over het salafisme dat hij als zeer gevaarlijk beschouwt en hij ziet te weinig urgentie om het te bestrijden. Het interview sluit af met de volgende zinnen: “Als het salafisme echt groot wordt, is het steeds moeilijker te bestrijden. Dan bestaat het gevaar van gewelddadige conflicten. En daarom moet je ingrijpen nu het nog kan.” Staat hier niet met andere woorden hetzelfde als die leerling in de vraag roept, maar dan geprojecteerd in de toekomst en met iets wat er nu nog tegen gedaan kan worden?

Is het volgens Ellian niet al te laat als hij het volgende beweert: “Alle moslims krijgen met de paplepel ingegoten dat ze superieur zijn en het voorbeeld van Mohammed moeten volgen. En wat is dat voorbeeld? De profeet dwong mensen tot bekering, voerde de sharia in en stichtte een islamitische staat. Want alleen in een islamitische staat kun je de islamitische wetten toepassen”? Dit is geen radicale versie van de islam het is, aldus Ellian, dé islam.

Is Ellian een provocerende puber of is hij aan het radicaliseren, maar dan de andere kant op? Wie gaat het gesprek aan met dit radicalisme?

Nederlands terrorisme

Sylvia Witte geeft op haar weblog een zeer interessante analyse van radicalisering. Zij beschrijft radicalisering van moslimjongeren als een spiegel van de radicalisering van blanke niet-moslims. Allochtoon en autochtoon zal menigeen zeggen, de Ballonnendoorprikker niet want zijn die woorden geen onderdeel van het probleem? Dit naar aanleiding van de aanslagen in Brussel. Radicalisering staat de laatste jaren erg in de schijnwerpers, omdat het als een voorstadium van terrorisme wordt gezien.

RooseveldtIllustratie: quotesgram.com

Wat is terrorisme eigenlijk? Beatrice de Graaf hanteerde in haar DWDD college de definitie van de nationaal coördinator terrorismebestrijding. Die luidt: “Terrorisme is het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden of plegen van op mensen gericht ernstig geweld, dan wel daden gericht op het aanrichten van maatschappijontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.” Daar kun je wat mee. Er is echter één probleem, deze definitie is er pas net, terwijl we al zeer lang over terrorisme spreken. Daarom naar de Vandale: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur” en terreur is: “georganiseerd politiek geweld”. 

Deze definities laten ruimte voor terrorisme gepleegd door (groepen) burgers, maar ook door de staat.  Zo noemden de Nederlanders de Indonesische nationalisten, terroristen. De nationalisten zelf zagen zich als vrijheidsstrijders en met hen een groot deel van de wereld, waaronder de Verenigde Staten. Enkele jaren later noemden de Verenigde Staten Vietnamese opstandelingen terroristen, terwijl zij hetzelfde wilden als de Indonesische nationalisten.

Terug naar Nederland. Kan het bekogelen van gemeentehuizen, het ingooien van ramen van politici en bestuurders, bedreigingen, het ophangen van varkenskoppen niet ook worden gezien als terreur? Wordt er immers niet gedreigd met geweld, geweld toegepast soms met maatschappij-ontwrichtende zaakschade als gevolg? Dit wellicht tot vrees van (een deel van) de bevolking en het is in ieder geval bedoeld om de politieke besluitvorming te beïnvloeden? Zou dit ‘Nederlands’ terrorisme niet net zoveel aandacht moeten krijgen als het ‘IS-terrorisme’? Vraagt dit niet net zoveel inzet en energie van de veiligheidsdiensten, politie en justitie? En net zo’n harde veroordeling door politici? Of is iets anders nodig?

Aanhakend bij de analyse van Sylvia Witte en haar analyse van een gespiegelde radicalisering. “Terreur bestaat voor het grootste deel slechts uit nutteloze wreedheden gepleegd door bange mensen om zichzelf gerust te stellen,”  aldus Friedrich Engels. Zou de oorzaak van radicalisering aan beide zijden angst kunnen zijn? Wellicht zijn ze bang voor hetzelfde, namelijk de angst voor de toekomst?

Achter de oren krabben

Columniste Elma Drayer ergert zich in de Volkskrant aan Peter Vandermeersch, de Vlaamse hoofdredacteur van de NRC: “Ik krabde me achter de oren. Hoe was het mogelijk dat de hoofdredacteur van een gerespecteerde krant zulke gemakzuchtige onzin uitkraamde? Alsof hoge werkloosheid en het lastig hebben (wat dat laatste ook mag betekenen) geheel logisch leiden tot terreurdaden. Alsof daar niet heel veel meer voor nodig is. Bijvoorbeeld een rotsvast geloof in een religieus utopia waarin alle neuzen dezelfde kant op staan, de Almachtige het laatste woord heeft en Israël compleet van de kaart zal zijn gevaagd. Alsof daar niet tevens een naaste omgeving voor nodig is die nauwelijks tegen dit gedachtegoed ingaat, en zo gedoogt dat het zich naar hartelust verspreidt.”

achter de oren krabben

Foto: zoom.nl

Inderdaad is er geen causaal verband tussen werkloosheid en ‘het lastig hebben en terrorisme’. Dat was ook niet wat de hoofdredacteur beweerde, die beweerde dat het een voedingsbodem is. Nu kan er veel groeien op een voedingsbodem, maar moet er dan niet eerst een zaadje wordt geplant? Wat is dan dat zaadje?

Is dat, zoals Drayer het omschrijft ‘een rotsvast geloof in een religieus utopia waarin alle neuzen dezelfde kant op staan’? Zijn er niet heel veel mensen die geloven in een religieus utopia? Zijn de grote monotheïstische religies (en stromingen) niet gebouwd op een dergelijk utopia? Zouden er dan niet veel meer terroristen moeten zijn?

Zouden er naast religieus terrorisme ook andere vormen van terrorisme zijn? Beatrice de Graaf onderscheidde in haar DWDD college vier golven en dit religieus jihadistisch terrorisme behoorde bij de vierde golf. De andere drie golven waren de anarchistische, de nationalistische (gericht op onafhankelijkheid) en de revolutionaire (links georiënteerd en soms bestreden door van overheidswege gesanctioneerd rechts contraterrorisme).

Drayer lijkt de ‘naaste omgeving’ mede schuldig te verklaren. Die ‘gaat nauwelijks tegen dit gedachtegoed in en gedoogt zo de verspreiding’. Hoeveel invloed zou de naaste omgeving hebben op deze jongeren? Hoeveel invloed hebben ouders op puberende kinderen en jong volwassenen? Zeker als die ouders niet echt worden geholpen door de samenleving waarin zij wonen, omdat zij in daad en in woorden vaak worden buitengesloten?

Zou Drayer zich niet ook achter de oren moeten krabben om ‘de gemakzuchtige onzin’ die ze zelf uitkraamt?

Stanford prison en de terrorist

“Technologische mogelijkheden die onze vrijheden ernstig schaden. En waar we erg behoudend zijn om ze te gebruiken. Terecht als je naar de experts luistert. We geven er te veel voor op. Het houdt terroristen niet tegen. Zij zijn vaak early adapters als het om vernieuwende technieken gaat. Altijd een stapje voor op ons staatsapparaat.” Dit schrijft Niels Hagen in een rake column op zijn weblog. De column heeft als titel Laat je niet door angst leiden en is geschreven naar aanleiding van de aanslagen in Brussel en de reacties erop. Hij haalt Beatrice de Graaf aan die, in haar DWDD college, terroristen ‘early adapters’ noemt.

Terroristen zijn volgens De Graaf heel snel met nieuwe technieken en ontwikkelingen. Ze noemt terroristen echter ook de ‘klunzen’ en de ‘losers van de geschiedenis die liever een short cut nemen dan gebruik te maken van de trage molens van de democratische besluitvormingsprocessen’. Terroristen zijn geen existentiële bedreiging voor onze open, inclusieve samenleving. Sterker, die inclusieve samenleving is volgens haar het beste wapen tegen iedere vorm van terrorisme.

Als die open inclusieve samenleving werkelijk de beste verdediging is tegen terrorisme, zouden we daar dan niet veel meer op moeten inzetten? Wat zeggen woorden als autochtoon, allochtoon, inburgeren, integreren en integratie? Hoe open en inclusief is onze samenleving als dergelijke woorden de boventoon voeren? Is dat niet veeleer exclusiverend?

Hoe exclusiverend is de taal die politici, beleidsmakers, opiniemakers en in hun navolging vele mensen gebruiken? Sommigen bewust, vaak ook onbewust zoals bleek tijdens een recente uitzending van Pauw met het ‘minderproces’ als onderwerp. Als je het goed doet ben je een Nederlander, doe je iets verkeerd, dan ben je Marokkaan. Welk effect heeft dat op mensen?

Wat zeggen snelle reacties van politici en opiniemakers waarin een link wordt gelegd tussen terrorisme en de islam? Woorden zoals: “ Dit heeft met de islam te maken en we hebben iemand nodig die daartegen optreedt,” van Wilders.  Zijn dit woorden die passen bij een inclusieve samenleving?

Zou het gebruik van deze woorden en vervolgens het beleid dat erop wordt gemaakt, niet ertoe kunnen leiden dat er ‘losers van de geschiedenis’ worden gecreëerd? Het beroemde Stanford prison experiment liet zien dat mensen heel soepel een rol aannemen en dan tot de meeste extreme daden in staat zijn. De Amerikaanse misdaden in Abu Graib bevestigden dit. Zou het exclusiverend taalgebruik er niet voor kunnen zorgen dat mensen in een rol worden ‘geduwd’ en vervolgens gedrag gaan vertonen dat de ‘duwers’ bij die rol vinden horen? Zou dit niet ook een deel van het probleem kunnen zijn?

Complexer door te versimpelen

In de Volkskrant een bijdrage van de filosoof Stephan Huijboom met als titel De machtsstrijd om het Nederlanderschap begint. In zijn bijdrage stelt hij, in navolging van Willem Schinkel die dat een week eerder deed, het gebruik van woorden als ‘Marokkaan’ en ‘Allochtoon’ ter discussie, omdat die woorden niet neutraal zijn.

uitnodigingIllustratie: jijislief.nl

Volgens Huijboom draait het uiteindelijk: “om de vraag of Nederlanders die ‘allochtoon’ genoemd worden, ooit als onderdeel gezien kunnen worden van ‘de Nederlandse cultuur’. Kan dat nu, over vijftig jaar, over 150 jaar, of nooit? Bovendien: wie bepaalt dat? Nederlanders die zichzelf ‘autochtoon’ noemen?” Een Volkskrantlezer, die zich EddieValliant noemt, meent dat het betoog van Huijboom onderuit wordt gehaald: “… door uitspraken van allochtone Nederlanders zelf die zeggen zich niet als Nederlander te willen zien en hun kinderen opvoeden als Marokkaan of Turk.” Huijboom draait, volgens deze lezer, oorzaak en gevolg om.

Deze lezer raakt hiermee een bijzonder punt. Wat is hier de oorzaak en wat het gevolg? Bezorgt het onderscheid autochtoon versus allochtoon de laatsten het gevoel nooit bij Nederland te kunnen horen? Een gevoel dat ze krijgen omdat ze steeds worden aangesproken op hun herkomst of de herkomst van hun (voor)ouders? Of zijn allochtonen die zeggen zich niet als Nederlander te zien, er de oorzaak van dat ze niet als Nederlander worden gezien?

Zou het onderscheid autochtoon versus allochtoon in aanmerking komen als beginpunt? Wie heeft dit taalkundig onderscheid met grote sociale en maatschappelijke gevolgen gecreëerd? Zijn het de allochtonen die zijn begonnen zich allochtoon te noemen? Wie heeft termen als ‘inburgering’ en ‘integratie’ geïntroduceerd? Termen waarvan, net als van de woorden ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’ een uitsluitende werking uitgaat. Woorden die mensen verdelen in plaats van verbinden. Woorden die, door de werkelijkheid te versimpelen, haar in feite complexer maken? Versimpelen, door mensen in groepen te verdelen die op een of andere manier net iets anders lijken. Complexer maken, omdat hierdoor groepen tegenover elkaar komen te staan.

Zou het niet beter zijn, om iedereen die een Nederlands paspoort en dus de Nederlandse nationaliteit, heeft ook gewoon Nederlander te noemen en alle andere benamingen weg te laten? Zou dat niet verbinden? Zelfs als EddieValliant gelijk heeft? Want waarom in dat geval niet een afwijzing beantwoorden met een uitnodiging?

Twee ei is een Halbe ei

Bied als winkelbedrijf ‘verstop-eitjes’ aan en spreek van ‘voorjaarsfeest’ en dat is het begin van het einde van: “waar we als land voor staan.” Een uitspraak van VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Dit naar aanleiding van reclame van de HEMA. Want: “Als de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam afscheid neemt van Pasen, dat onderdeel uitmaakt van onze maatschappij, dan glijden we langzaam af.” Want: “Pasen en Pinksteren hóren bij Nederland. Dat vind ik, ook al ben ik zelf niet religieus. Als je daar aanstoot aan neemt, dan ben je toch intolerant? Pasen hoort erbij, net als gelijkheid tussen man en vrouw en tussen homo’s en hetero’s.” Zijlstra maakt zich zorgen om de ondergang van een christelijke natie. De eitjes zijn voor hem een voorbeeld van een dreigende islamitische onderwerping.

paaseieren2Illustratie: koken.vtm.be

Beste meneer Zijlstra. Is de HEMA daadwerkelijk zo’n belangrijke poot ‘onder alles waar we als land voorstaan’? Waarom begint u dan geen actie om het bedrijf terug te kopen van de Britse eigenaar Lion Capital? Het zou immers toch niet mogen zijn dat deze belangrijke drager van ‘alles’ waar Nederland voor staat, in buitenlandse handen is? Want wat als de Britten de HEMA verkopen aan een sjeik uit een van de Golfstaten?

Is het huidige Pasen geen ‘verchristelijkte’ voortzetting van voorchristelijke lentefeesten, gewijd aan het leven en de vruchtbaarheid? Net zoals ook Kerst een ‘heidense’ geschiedenis kent. Zou de HEMA met haar voorjaarsfeest niet een verdere vernieuwing kunnen zijn? Of beter, een moderne manier van teruggrijpen op een oeroude traditie?

Meneer Zijlstra, als u Pasen en Pinksteren op gelijke hoogte stelt met de gelijkheid tussen man en vrouw en homo’s en hetero’s, waarom dan geen voorstel tot wijziging van de Grondwet? En vervolgens een Paas- en Pinksterenwet waarin formaat, smaak, gewicht etcetera van het paasei kan worden vastgelegd. De hoeveelheid spijs en suiker op een Paasbrood. Zou politieke bemoeienis dit Pasen en Pinksteren goed doen?

Moet de politiek zich niet verre houden van bemoeienis met tradities en volksfeesten, zeker als ze zijn gelieerd aan een godsdienst? Want loopt zij daardoor niet het risico de ene godsdienst boven de andere te plaatsen? En is dat niet in strijd met onze Grondwet.

Hoe inclusief is inclusief?

In de Volkskrant een interview met Annemarieke Nierop van de Wiardi Beckman Stichting. Zij doet onderzoek naar de voortgang met het creëren van banen voor mensen die gebruikmaken van de sociale werkvoorziening (SW). Om te voorkomen dat in de Participatiewet die op 1 januari 2015 inging, een wettelijk quotum voor het in dienst hebben van SW-ers kwam, hebben de werkgeversorganisaties beloofd om uiterlijk in 2026, 100.000 banen voor SW’ers te creëren. Eind 2015 zouden de eerste 1.600 zijn gerealiseerd, dit is niet gehaald. Nierop herhaalt het doel van de wet:“We willen een inclusieve samenleving, waarin iedereen meedoet. Daar sta ik volledig achter. Over twintig jaar kijken we net zo terug op het betrekken van mensen met een beperking bij de arbeidsmarkt als we nu terugkijken op het betrekken van vrouwen bij de arbeidsmarkt.”

inclusie

Foto: www.hln.be

Mooie woorden een inclusieve samenleving, een samenleving waar iedereen bij hoort. Hoe zit het dan met gedetineerden, waarvan we zeggen dat we ze, al dan niet tijdelijk, uit de samenleving verwijderen? Impliceert dat niet dat een gevangene niet bij de samenleving hoort? Hoe verklaren we dan het gebruik van het woord allochtoon? Is dat niet een woord dat mensen uitsluit? Creëren we daarmee niet meerdere verschillende samenlevingen op het Nederlandse grondgebied? En moslims, hindoes en boeddhisten, horen die erbij? Nederland heeft immers een joods-christelijke cultuur?

Horen werklozen erbij? Die moeten immers ook reïntegreren, maar dan op de arbeidsmarkt? Sinds wanneer horen werklozen trouwens niet meer bij de arbeidsmarkt? Nierop lijkt dit ook te onderschrijven, want SW’ers moeten net als vrouwen werken, anders horen ze er niet bij. Is werken dan het doel van het leven?

Afgelopen week haalden PSV-supporters het nieuws omdat ze bedelaars voor geld lieten kruipen. Een obligate reactie hierop kwam al snel: dat zijn geen echte supporters. Deze reactie kwam ook toen een Ajax-supporter een opblaaspop verkleed als Kenneth Vermeer ophing en toen Feijenoord-supporters fonteinen in Rome vernielden. Het lijkt wel of niet passende zaken altijd buiten de ‘samenleving’ worden geplaatst.

Dat maakt de vraag wat dan wel passend is, belangrijk. Hoe inclusief is die inclusieve samenleving eigenlijk als ze mensen om verschillende redenen buiten lijkt te sluiten?

Naar de psycholoog

Volgens Vandale is een fobie een: “ongemotiveerde vrees (psychologie).” Een aandoening waaraan iemand kan leiden. Iemand die aan claustrofobie lijdt, heeft een ongemotiveerde vrees voor kleine ruimtes. Hoe zou er worden gereageerd als we een lijder aan deze fobie zouden beschuldigen van discriminatie van kleine ruimtes? Als het, voor de ouderen onder ons, een sketch was van de heren van Monty Pythons Flying Circus in hun welbekende stijl, dan zouden we dubbel liggen van het lachen. En zouden we iemand die dit serieus zou voorstellen niet net zo hard uitlachen?

In het commentaar van de Volkskrant van maandag 14 maart, roept Martin Sommer de overheid op om hard op te treden tegen anti-islamitisch geweld. “De toename van geweld tegen moskeeën en andere islamitische instellingen is onthutsend,” aldus Sommer en de overheid moet hier hard tegen optreden. Een collectief aan organisaties roept de overheid hiertoe op en deze oproep kan op bijval van Sommer rekenen. De overheid dient, zo constateert Sommer terecht, de vrijheid van godsdienst te garanderen én ook de vrijheid van godsdienstkritiek.

En dat brengt Sommer bij een ander speerpunt van het collectief van organisaties: “Aanzienlijk minder toe te juichen valt het ‘speerpunt’ in de campagne dat islamofobie als aparte discriminatiegrond moet worden erkend.” Dit druist, volgens Sommer in tegen de vrijheid van godsdienstkritiek.

Islamofobie zou dan een aandoening zijn waarbij iemand aan een ongemotiveerde vrees voor de islam lijdt. Sommer heeft een punt als hij ervoor pleit om dit geen discriminatiegrond te laten zijn. Want hoe kun je iemand die aan een geestelijke aandoening lijdt, beschuldigen van discriminatie omdat hij aan die aandoening lijdt? Irrationele angst voor de islam is lastig voor iemand die er last van heeft. Maar discrimineert hij daarmee de islam of de islamiet? Hoe kan iets wat je voelt, want dat is een fobie, discrimineren?

Natuurlijk zou het kunnen zijn dat die persoon door zijn irrationele angst iets doet wat wel discriminerend is. Zou die persoon dan niet op dat iets moeten worden aangesproken en eventueel vervolgd? Zou het dan kunnen dat deze persoon zich bij zijn verdediging beroept op islamofobie? Waarna de rechter hem vervolgens verminderd toerekeningsvatbaar kan verklaren, maar wel verplicht om een psycholoog te bezoeken.

Met andere woorden, moet iemand die lijdt aan islamofobie, niet naar de psycholoog in plaats van voor de rechter? Of is islamofobie geen fobie?

‘Overwinning van de democratie’

In drie Duitse deelstaten werden afgelopen zondag verkiezingen gehouden voor het parlement. De nieuwe partij AfD komt in alle drie de parlementen. De kiesdrempel van 5% bleek geen belemmering voor deze nieuwe partij. Sterker nog, de partij haalde veel meer dan die 5%. In de deelstaat Saksen-Anhalt zelfs 20%. En zoals altijd na verkiezingen, zijn de druiven voor de verliezers zuur en staan de winnaars te jubelen. AfD is een van de winnaars, niet de enige.

AfD

Foto: ejbron.wordpress.com

In de Volkskrant was te lezen dat de leider van de AfD, Frauke Petry, de uitslag ‘een overwinning van de democratie’ noemde. Een bijzondere uitspraak want wie was dan de tegenstrever van de democratie?  Duitsland was ook voor gisteren toch gewoon een democratie waar geregeld volksvertegenwoordigers worden gekozen? Gisteren was het de beurt aan drie deelstaten om nieuwe volksvertegenwoordigers te kiezen.

Een korte, niets zeggende zin. Niets zeggend, maar wel suggestief? Want wilde de spreekster, mevrouw Petry, duidelijk maken dat haar partij de enige is die voor de democratie is? Dan kan ze niet echt spreken van een overwinning van de democratie, omdat haar partij nergens meer dan 20% van de stemmen haalde. Dan heeft de democratie toch verloren? Mocht de AfD over vier jaar minder stemmen halen, verliest de democratie dan?

Wilde Petry aangeven dat door de overwinning van haar partij een nieuw geluid een plek krijgt en dat dit hét geluid van het volk is? Een suggestie waarvan Wilders en de PVV in Nederland zich ook vaak bedienen. Kunnen andere partijen niet met evenveel recht verklaren namens het volk te spreken?

Manoeuvreert Petry met deze korte zin haar politieke tegenstrevers in het ‘ondemocratische’ kamp en eigent ze zichzelf en haar partij de democratie toe? Is de democratie niet van ons allemaal en veel te kostbaar om ze te laten toe-eigenen door welke partij dan ook?

Wat belangrijker is, is democratie niet veel meer dan verkiezingen? Gaat het niet veeleer om wat wij doen op al die  dagen dat er geen verkiezingen zijn? Of om de Amerikaanse filmmaker Michael Moore aan te halen: “Democracy is not a spectator sport, it’s a participatory event. If we don’t participate in it, it ceases to be a democracy.”