Ont-ideologiseren

“Als land moet ons antwoord zijn wat het altijd is geweest wanneer we met geweld werden geconfronteerd. We moeten bijeenkomen, we moeten ons verenigen en gezamenlijk zullen we onze vijanden bestrijden en verslaan.” Deze woorden sprak de Britse premier Theresa May na de terreurdaden in London van zaterdag 3 juni 2017. “Er moeten veranderingen plaatsvinden. We kunnen niet net doen alsof we op de huidige voet verder kunnen gaan.” Om die vijand te verslaan moet: “het antiterreurbeleid en de -wetten tegen het licht worden gehouden. De politie moet daarmee meer mogelijkheden krijgen om vroegtijdig te kunnen ingrijpen.” Dit allemaal om harder op te treden tegen een ideologie met: “een radicaalislamitische achtergrond.”

war on terror.pngIllustratie: San Diego Union-Tribune Store

Volgens May moet er wat veranderen, daar zou ze wel eens gelijk in kunnen hebben. Maar zijn de veranderingen die zij voorstelt wel veranderingen of is het meer van hetzelfde? Zou het verharden van ‘de strijd’ helpen? Zouden meer bommen op IS in Syrië of Irak helpen? Zou het helpen als de principes van de rechtsstaat geweld aan worden gedaan door vrijheden op te offeren voor veiligheid? Zou harder optreden tegen een ideologie helpen? Hoe treed je op tegen een ideologie? Doe je dat door de aanhangers vast te zetten of te vermoorden? Een ideologie is: “het geheel van de beginselen, denkbeelden van een stelsel,” aldus de Van Dale. Een ‘ideologie’ hoe verwerpelijk ook, vermoord niemand, dat doen mensen die zeggen te handelen op basis van die ideologie.

Zou die werkelijke verandering niet ergens anders gezocht moeten worden? Zou de ‘oorlog’ of de ‘strijd’ tegen het terrorisme niet vaarwel gezegd moeten worden? Een strijd tegen terrorisme is niet te winnen. Terreur is geen vijand, het is een strijdmethode. Net zoals een Kalashnikov geen vijand is, maar een wapen. Zou de oplossing niet juist liggen in de het, het klinkt vreemd, ‘normaliseren’ van terreur? Hiermee bedoel ik het zien van een terreurdaad als een misdaad? Een misdaad waarbij politie en justitie onderzoek doen en de rechter recht spreekt? Waarbij de daad wordt bestraft zonder de ‘ideologische motieven’ van de dader centraal te stellen. Door de dader te zien als een misdadiger?

Verkeerslichtbediende

In 1990 maakte ik met vier vrienden een treinreis door de Sovjet Unie, die bestond toen nog. We ‘deden’ de beroemde Trans Siberië-expres van Moskou tot Khabarovsk. Tot Wladiwostok konden we niet, dat was toen nog een ‘geheime’ marinehaven. Je kon die laatste zeshonderd kilometer ook nog reizen, maar dan moest je meteen op de boot naar Japan, in Japan met de Shinkansen naar Tokyo en dan met het vliegtuig terug naar Schiphol. Die zeshonderd kilometer waren ruim vier keer de prijs van de rest van de reis en dat konden wij niet betalen.

transsiberieexpressroute

Illustratie: Trans Siberië Express

De paar dagen dat we in Moskou waren, viel mijn oog op een bijzonder huisje bij kruispunten met verkeerslichten. In dat huisje zat een man of vrouw en die bediende de verkeerslichten. Omdat het al wat later op de middag was, zagen we de man zijn post verlaten en naar huis gaan. Een vervanger kwam er niet en de verkeerslichten draaiden gewoon door. Wij verbaasden ons over deze ‘overbodige’ functie die we in Nederland niet kenden en die er ook nooit zou komen.

Nooit? Het is inmiddels 2017 en de laatste tijd zie ik dat de ‘verkeerslichtbediende’ ook in Nederland terrein wint. In mijn woonplaats Venlo zie ik ze steeds vaker en dan vooral op zaterdagen en Duitse feestdagen. Met busjes worden ze aangevoerd en op ‘strategische (kruis)punten’ afgezet. Vandaag zag ik ze weer staan. Niet bij verkeerslichten maar bij rotondes, die de verkeerslichten op bijna alle kruispunten hebben vervangen. Druk gebarend staan ze bezoekers te begeleiden naar de parkeerplaatsen en -garages. Als die goed verstopt zouden liggen, dan kon ik me daar iets bij voorstellen, maar dat is niet het geval. Al voordat je de stad binnenrijdt staan er borden die de bezoekers naar deze plekken begeleiden. Tegenwoordig noemen we dat in goed Nederlands een ‘bullshit-baan’.

Zou Nederland aan het ‘versovjetiseren’ zijn en stort de boel binnenkort in? Of heb ik vroeger ten onrechte gelachen om die ‘verkeerslichtbediende’?

Deeleconomie

In de laatste helft van de jaren negentig van de vorige eeuw stonden de kranten vol van de ‘nieuwe economie’. Door de ‘technologische ontwikkeling’ zoals de telecom en vooral het internet, toen nog met een hoofdletter I geschreven, zou het Walhalla bereikt zijn. Een Walhalla van eeuwig durende economische groei en rijkdom en geluk voor iedereen. Nou ja iedereen, vooral de ‘gelukkigen’ die een internetbedrijfje hadden opgezet en dat naar de beurs brachten. ‘Iets’ doen met internet was al voldoende om lyrische commentaren te krijgen waarna het geld vanzelf naar je toe rolde. Een kritische blik ontbrak. In 2000 knapte de zeepbel. De geschiedenis van internetprovider World Online, het bedrijf van Nina Brink, is tekenend voor deze hype.

LoesjeIllustratie: Loesje

Sinds een paar jaar wordt er veel gepraat en geschreven over de ‘deeleconomie’ een amalgaam van sociale initiatieven die een bijdrage moeten leveren aan een beter leven in wijken, dorpen en buurten, het delen van spullen met anderen, het een tweede leven geven van spullen en het verzamelen van geld ter financiering van die initiatieven mogelijk gemaakt via internet-platforms. Wat is er nieuw aan buurtinitiatieven? Of aan het delen, uitlenen  van spullen of er een tweede leven aan geven, dat gebeurde vóór het internet-tijdperk ook. Dat gebeurde vroeger via het prikbord bij de supermarkt of de kringloopwinkel en geld lenen van anderen is ook niet nieuw. Het internet maakt het wellicht iets makkelijker.

Wat ook niet nieuw is, zijn de commerciële initiatieven onder de vlag van de ‘deeleconomie’. Wat is er nieuw aan een een ‘tussenpersoon’ die vraag en aanbod bij elkaar brengt er daarvoor een vergoeding vraagt? Wat maakt Uber, behalve de schaal en het PR-offensief, anders dan Taxicentrale Amsterdam? Is Airbnb niet gewoon een reisbureau dat vraag en aanbod al het werk laat doen tegen een vorstelijke vergoeding, ook vergezeld van een massaal mediaoffensief?

Doen de oprichters van deze bedrijven dat niet met hetzelfde doel als Nina Brink met haar World Online, namelijk zo veel mogelijk geld uit de zakken kloppen van argeloze investeerders zonder kritische blik? Wordt in deze deeleconomie niet alles gedeeld behalve de verdiensten?

Veroordeeld voor toekomstige misdaden

In haar column in de Volkskrant stoort Elma Drayer zich aan ‘het gilde der zelfbenoemde duiders’. Mensen die na een gebeurtenis worden benaderd door de media om die gebeurtenis te duiden, in perspectief te plaatsen. Mensen zoals dr. Remco Clavan, de ‘Oost-Europa deskundige’ in het progamma Keek op de Week van Kees van Kooten en Wim de Bie. Van Kooten zette als Clavan de ultieme ‘duider neer. Een deskundige die uitblonk in het beantwoorden van de vraag met dezelfde woorden als de vraag.

ClavanFoto: YouTube

De ‘duider’ waarop Drayer haar pijlen richt is Laila al-Zwaini. Al Zwaini: “meldde dat westerse moslimjongeren heus niet zomaar radicaliseren. Dat zij er heus niet zomaar toe overgaan om zelfmoordaanslagen plegen. Dat ze het namelijk ‘enorm moeilijk hebben’ in de maatschappij. En dat wij moeten ‘proberen de oorzaak te vinden om ook een oplossing te vinden’.” Een opmerking tegen het zere been van Drayer: “Juist ja. Zou er iemand zijn die hetzelfde beweert over jongeren die zich in de vorige eeuw vrijwillig aansloten bij de nationaal-socialisten? Jongemannen die bij hun volle verstand kozen voor een regime dat alom terreur, dood en verderf zaaide? Zou iemand durven betogen dat ze zo’n keuze heus niet zomaar maakten? Dat ze het namelijk ‘enorm moeilijk hebben’ in de maatschappij. En dat wij moeten ‘proberen de oorzaak te vinden om ook een oplossing te vinden’.” Ja, beste mevrouw Drayer, ik durf te beweren dat velen vanwege hun sociaal-economische omstandigheden eind jaren twintig en begin jaren dertig kozen voor de partij van Hitler. Zij kozen niet ‘bij volle verstand voor een regime dat alom terreur, dood en verderf zaaide’.

Veel van de aanhangers van het eerste uur, kozen voor het nationaal-socialisme vanwege hun frustraties als gevolg van de Eerste Wereldoorlog. Zij kozen voor een ideaal, niet voor terreur, dood en verderf. Dat dit ideaal uitliep op dood en verder wisten zij begin jaren twintig nog niet.

Hoe kon een Duitser die in 1930, 1932 of 1933 op Hitlers partij stemde, weten welke misdaden het regime later zou gaan plegen? Hoe kon die stemmer weten dat de Rijksdag na die verkiezingen volmachten aan Hitler zou geven om zonder tussenkomst van het parlement te regeren. Een parlement waarin Hitlers partij niet eens de meerderheid had. Hoe kon hij weten dat er in 1938 een Kristallnacht zou volgen? Dat Polen zou worden aangevallen wat weer tot een wereldoorlog zou leiden? Dat er een holocaust zou komen?

Het grootste deel van de stemmers op de partij van Hitler koos niet voor een dergelijk regime opdat het regime toen zij ervoor kozen nog niet bestond. Zou het daarom niet kunnen dat zij kozen vanwege hun sociaal economische omstandigheden.

 

 

What you (want to) see is what you get

In mijn vorige column vergeleek ik aan de hand van een song van de Dead Kennedys de huidige wereld met die van vijfendertig jaar geleden. In precies die periode schreef historicus Maarten van Rossum de artikelen die zijn gebundeld in het boek De draagbare van Rossum. Een bloemlezing die tezamen een goed inzicht geven in de geschiedenis van de vorige eeuw. Het derde hoofdstuk behandelt het wedervaren van het stadje Muncie in Indiana. In de studies wordt het plaatsje Middletown genoemd omdat het model moet staan voor een gemiddelde plaats in de VS. Dit stadje stond centraal in drie sociologische onderzoeken in de vorige eeuw. De eerste in 1925 en de tweede in 1935 werden verricht door Robert Lynd, de laatste eind jaren zeventig door Theodor Caplow, Howard M. Bahr en Bruce A. Chadwick.

Van Rossum

Lynd maakte zich zorgen om het verval van ‘gemeenschapszin’ in de Verenigde Staten en dacht dat de sleutel voor het stoppen van dit verval in kleine gemeenschappen lag. Als je verval wilt aantonen, dan moet er wel een referentiepunt zijn. Voor Lynd was dat het Muncie van zo rond 1890, de jeugdjaren van Lynd en die bracht hij door in een naburig stadje. Enige probleem, het Muncie van 1890 was niet op dezelfde manier bestudeerd. Dat beeld schetste Lynd op basis van wat globale informatie en zijn eigen jeugdervaringen. Een zeer mooi en positief beeld waarbij de jaren twintig, ondanks de toegenomen welvaart, schril afstak. Van Rossum waarschuwt: “We moeten niet vergeten dat Lynd ons oordeel gemanipuleerd heeft door op het doek achter het concrete beperkte Middletown in 1925 steeds het idyllische Middletown van 1890 te projecteren. Hij heeft zichzelf en zijn lezers met een romantisch plaatje in de luren gelegd.” Teloorgang van de gemeenschapszin, het zwarter maken van de huidige werkelijkheid door deze af te zetten tegen een extra gefotoshopte achtergrond.

De drie onderzoekers uit de jaren zeventig constateerden dat het stadje zo ongeveer het Walhalla was, het paradijs op aarde waar de verandering tot stilstand was gekomen omdat het hoogste punt van ontwikkeling bereikt was. En dat paste volgens Van Rossum precies bij hun ‘neoconservatieve zonnebril. Volgens Van Rossum, maakten zij zich aan hetzelfde feit als Lynd schuldig, maar dan omgekeerd. Zij zetten hun witter gefotoshopte werkelijkheid van de jaren zeventig af tegen Lynds zwart gefotoshopte en constateerden dat er niets aan de hand was in het stadje.

Is deze manier van ‘overdrijven’ niet nog steeds actueel? ’What you see is what you get’ een bekende uitdrukking in de automatiserings- en computerwereld. Zou voor de maatschappijwetenschappen en de politiek niet gelden ‘what you want to see is what you get? Het noopt in ieder geval tot kritisch bevragen van onderzoeksresultaten.

We’ve got a Bigger Problem Now

Wie kent ze nog? Nee, verkeerde opening want niet veel mensen kenden ze op hun hoogtepunt in de jaren tachtig van de vorige eeuw? De Dead Kennedys, de beste Amerikaanse punkband, al is dat een persoonlijke mening, afkomstig uit Californië. De band was zeer maatschappijkritisch en nam het ‘systeem’ flink op de korrel. Behalve door hun muziek, werd de band van frontman Jello Biafra bekend door een proces dat tegen hen werd aangespannen naar aanleiding van hun derde album Frankenchrist. Bij dit album zat een poster van Penis Landscape van de Zwitserse kunstenaar Giger. Dit kunstwerk kon volgens de staat Californië niet door de beugel. Daar wil ik het hier niet over hebben.

in god we trust inc

Illustratie: Wikipedia

Ik wil terug naar 1981 toen de band haar 12” In God We Trust Inc. uitbracht. Op de B-kant van deze 12” een bewerking van een van hun bekendste nummers California Uber Alles. Was Califormia Uber Alles al een stevige aanklacht tegen de politiek in de persoon van toenmalige Gouverneur Jerry Brown van Californië, in de bewerking van het nummer met als titel We’ve Got a Bigger Problem Now is Brown vervangen door toenmalig president Reagan.

De eerste zinnen, na de inleidende woorden van Biafra, zetten meteen de toon: “I am Emperor Ronald Reagan. Born again with facist cravings. Still, you made me president.” Het nummer is een aanklacht tegen politici die hun macht gebruiken of eigenlijk misbruiken om hun zakenvriendjes te bevoordelen: “You’ll go quietly to boot camp. They’ll shoot you dead, make you a man. Don’t you worry it’s for a cause. Feeding global corporations’ claws. Die on a brand new poison gas. El Salvador or Afghanistan. Making money for President Reagan And all the friends of president Reagan.” 

Hoe ziet de wereld er nu ruim vijfendertig jaar verder uit? Jerry Brown is weer gouverneur van Californië en is de ‘hoop’ van velen gevestigd op die ‘liberale’ staat om weerstand te bieden aan de harde kanten van het beleid van president Trump.  Is Trump niet een president die de ‘claws’ van de ‘global corporations’ en zijn vrienden voedt? Wordt er in Afghanistan niet nog steeds gevochten en is El Salvador vervangen door Irak en Syrië?

Helaas zijn de Dead Kennedys er niet meer en ben ik vijfendertig jaar ouder.

’t is een kwestie van geduld

Het is feest in Limburg: de provincie maakt honderdvijftig jaar deel uit van Nederland. In Dagblad de Limburger van vrijdag 12 mei 2017 las ik dat Provinciale Staten pleiten voor een ‘status aparte’ van de provincie binnen Nederland: “Want al die Haagse wetten en regeltjes staan de groei van Limburg hopeloos in de weg,” aldus de leider van de provinciale VVD Joost van de Akker. In dezelfde krant vraagt Roel Wiche zich in de rubriek Op de korrel af waarom hij er als inwoner zo weinig merkt van dat heuglijke en feestelijke feit: “Normaal zetten ‘wij’ Limburgers al een feesttent neer als de nieuwe ventieltrombone van de plaatselijke fanfare wordt ingezegend of als de duivenclub de roemruchte vlucht naar Bergerac heeft gewonnen.” Wiche vraagt zich ook af hoe het zit met het historisch besef van de Limburger: “ Ik leerde vroeger alles over de bronzen spiegels van de Etrusken, maar weinig over de splitsing van Limburg in een Nederlands en Belgisch deel.” Zou dat wellicht komen omdat Limburg een gemaakte en verzonnen provincie is?

Limburg

Illustratie: PPSimons

Het graafschap Holland, de Hertog van Gelderen, de graven van Friesland, het hertogdom Brabant, je komt ze allemaal tegen in de geschiedenisboekjes. Tevergeefs zul je zoeken naar Limburg op de plek waar het nu ligt. Ja er was een hertogdom Limburg, het omvatte een deel van het zuiden van het huidige Limburg, maar lag toch vooral in het huidige Duitsland  Die gesplitste provincie waar Wiche over spreekt, werd op de tekentafel ontworpen. Na de nederlaag van Napoleon werd Europa tijdens het beroemde Congres van Wenen opnieuw ‘uitgetekend’. Daar ontstond het koninkrijk de Nederlanden dat Nederland, België en Luxemburg omvatte. Een land dat vervolgens in provincies werd opgedeeld. Zo is de provincie Limburg ontstaan waarvan een deel tot 1867 ook lid was van de Duitse bond. Een bestuurlijke eenheid, maar zeker geen culturele of historische eenheid. Een flink deel ervan hoorde lange tijd tot het hertogdom Gelre. Een hertogdom dat na de Vrede van Utrecht in 1713 in vier delen uit elkaar viel. Kijken we naar de huidige gemeente Venlo, dan viel haar grondgebied in verschillende landen. De noordelijke dorpen Arcen en Velden behoorden tot Pruissen. De stad Venlo zelf en het aan de andere kant van de Maas gelegen Blerick, hoorden bij het Overkwartier. Alleen behoorde Venlo tot de Republiek en was Blerick ongeveer honderd jaar lang, bezet door Pruisische troepen. Tegelen en Belfeld behoorde tot het hertogdom Gulik. Later dit jaar wordt trouwens gevierd dat Tegelen tweehonderd jaar bij Nederland hoort.

Een provincie zonder grootse geschiedenis van een hertog, baron of graaf, maar een lappendeken, een gebied waar ‘the powers that be’ in de 17e en 18e eeuw hun oorlogen uitvochten. Volgens de Limburger willen Provinciale Staten met hun pleidooi voor een vrijstaat, de de tijd terugdraaien. Terug naar welke tijd?

Trainer of getrainde

Na de aanslagen van elf september 2001 vielen de Verenigde Staten Afghanistan binnen, dit omdat het Al Qaida van Osama bin Laden zich in dat land schuilhield en werd beschermd door de Talibanregering in dat land. Die inval werd een succes en de Talibanregering en Al Qaida werden verdreven. Alhoewel succes, Afghanistan is nog steeds een instabiel, de Taliban zijn nog springlevend en actief en de centrale regering is nog steeds zwak. Lokale heersers en potentaten maken de dienst uit en sluiten zich aan bij de partij die hen het meeste voordeel oplevert.

brits afghaanse oorlog

Illustratie: winsomegriffin.com

Sinds die inval opereren NAVO-toepen in het land. Die activiteiten worden in Nederland ‘opbouwmissie’ (Uruzgan) of ‘ politietrainingsmissie’ (Kunduz) en ook andere landen doen er vrolijk aan mee. Iedere keer als een missie eindigt, dan verdwijnt de gebrachte ‘ stabiliteit’ als sneeuw voor de zon en rukken de Taliban weer op. Nu zijn er nog zo’n 13.000 NAVO-militairen actief in het land en dat schijnen er niet genoeg te zijn. Er moeten er zo’n 3.000 tot 5.000 bijkomen en ook deze keer niet om te vechten maar het centrale leger van Afghaanse regering te ‘trainen’ zo valt bij nos.nl te lezen.

Mooi die eufemismen die worden gebruikt. Het doet denken aan de ‘politionele acties’ van Nederland in Indonesië na de Tweede Wereldoorlog. De 140.000 Nederlanders die toen werden gestuurd, waren alles behalve politie-agenten. Het waren gewoon militairen die een oorlog moesten gaan voeren. Of neem de ‘adviseurs’ die de Verenigde Staten naar Vietnam stuurden. Op het hoogtepunt waren er bijna 600.000 waarvan 535.000 uit de Verenigde Staten. Ongeveer 1 adviseur op nog geen anderhalve Zuid-Vietnamese soldaat., dat was nog eens persoonlijk advies.

Nog wranger is dat Al bijna twee eeuwen wordt geprobeerd om grip te krijgen op het gebied dat we Afghanistan noemen. De Britten hebben het zonder veel succes geprobeerd, daarna probeerde Sovjet Unie ook die kwam bedrogen uit. De Afghaanse oorlog en de erop volgende ‘nederlaag’ was een van de oorzaken van het uit elkaar vallen van de Sovjet Unie. Sinds 2001 pogen de Verenigde Staten en de NAVO om het land te beheersen en zoals we zien tot nu toe zonder succes.

Het huidige eufemisme is dus dat er ‘trainers’ worden gestuurd. Niet Dick Advocaat en Ruud Gullit, die moeten het Nederlands Elftal gaan trainen, maar militairen. Moeten die de Afghanen leren vechten? Dat lijken ze zelf zeer goed te kunnen. Of zou het juist andersom zijn, dat de trainers training gaan volgen bij de getrainden?

Verdeel en verlies

Als het over twerken of blubbling gaat, dan sla ik een artikel over. Dat zegt vast iets over mij. Soms mis je dan een interessant artikel. Zo stuitte ik dit weekend bij de Correspondent op een artikel met de titel Waarom je Kendrick Lamar serieus moet nemen en niet zomaar kunt twerken op Byoncé, geschreven door Anoucha Nzume. Aanleiding voor dit artikel was het verschijnen van Nzume’s boek Hallo witte mensen. Nzume schreef over culturele toe-eigening, een begrip waarover ik al eerder schreef.

Een interessant artikel omdat het in vier stappen uitlegt hoe culturele toe-eigening werkt: “

  • Eerst vat hebben op privilege. Als je niet snapt dat er machtsverhoudingen zijn in onze maatschappij, dan zal je culturele toe-eigening nooit begrijpen. Zonder machtsverhoudingen zou er namelijk ook geen sprake zijn van culturele toe-eigening, maar van culturele uitwisseling. 
  • Vervolgens moeten de machtsverhoudingen gespecificeerd worden: je moet begrijpen dat er in een land als Nederland heel veel niet-westerse culturen gemarginaliseerd zijn. Als je op een mondiaal niveau kijkt, zie je hetzelfde.
  • Dan kun je zien dat witte Nederlanders culturele gebruiken, symbolen, eten, et cetera, klakkeloos overnemen, badend in hun machtspositie en enorme verlangen naar de exotische supermarkt van cultuur. Voordat het culturele aspect zich door witte mensen was toegeëigend, werd het vaak als een beetje infantiel, ridicuul, extreem, te etnisch, of inferieur beschouwd. Maar als witte mensen gebruik gaan maken van zo’n aspect, is het opeens oké, cool, gezellig of spannend.
  • Vervolgens wordt er status, eer of geld mee verdiend door die witte mensen.”

Een interessante theorie die niet onweersproken kan blijven omdat het een grote ballon lijkt met gebakken lucht. Met iedere stap wordt er meer van die lucht in geblazen.

Bron: WikimediaCOmmons

De eerste stap, de machtsverhoudingen, ik weet dat die er zijn. Die zijn er in iedere samenleving en tussen alle mensen. Als ik het goed begrijp is er alleen sprake van culturele uitwisseling als er geen machtsverhouding is. Als je het zo stelt, kan er dan ooit sprake zijn van culturele uitwisseling? Want is er niet altijd sprake van machtsverhoudingen tussen mensen?

Dan de tweede stap, de gemarginaliseerde niet-westerse culturen tegenover, ja tegenover wat eigenlijk? De dominante westerse cultuur? Of de dominante Nederlandse cultuur? “De Friese, of Groningse cultuur is anders dan de Brabantse of de Limburgse,” las ik zo’n anderhalf jaar geleden in het commentaar van een Limburgse krant. Commentaar dat me verleidde tot een reactie. Waaruit bestaat die ‘dominante cultuur’? Zijn er niet ook gemarginaliseerde ‘westerse culturen’? Nzume schets een beeld van een grote homogene westerse of Nederlandse cultuur en zo’n homogeen blok is er nu niet, is nooit geweest en zal er ook nooit zijn.

De derde stap, het overnemen van, gebruiken, symbolen, eten etcetera. Zijn het alleen ‘witte Nederlanders’ die zich om een voorbeeld van Nzume aan te halen, tooien met Samoaanse tatoeages zonder te weten waar Samoa ligt? Zijn het alleen ‘witte Nederlanders’ die ‘zomaar twerken op Byoncé. Daarmee zijn we er nog niet. Deze stap is de kern van de theorie van culturele toe-eigening en er zijn veel vragen bij te stellen.

Om te beginnen zijn het alleen ‘witte mensen’ die zich iets toe-eigenen? Rijden alleen witte mensen auto? Zijn er geen ‘gekleurde mensen’ die gebruik maken van de trein van elektriciteit? Die weleens naar een verre bestemming vliegen? Zijn het alleen ‘witte mensen die gebruikmaken van de vrijheid van meningsuiting en de democratische rechten? Allemaal resultaten van de ‘witte westerse cultuur’. Ook deze culturele uitingen worden gebruikt binnen machtsverhoudingen en niet alleen machtsverhoudingen tussen ‘witte’ en ‘niet witte’ mensen, ook machtsverhoudingen tussen ‘witte mensen’ die deel uitmaken van ‘gemarginaliseerde westerse culturen’.

Neem de titel van Nzume’s artikel. Ik geloof best dat ik Kendrick Lamar serieus moet nemen, ik neem iedereen serieus totdat de persoon er blijk van heeft gegeven dat dit niet nodig is. Lamar is, net als Nzume, ‘niet wit’, alleen komt Lamar uit Compton, een heel andere ‘cultuur’ dan Nzume’s. Dan Byoncé Knowles, waar we niet zomaar op mogen twerken, afkomstig uit Texas, weer een heel andere cultuur dan die van Lamar en Nzume. Maakt de overeenkomstige huidskleur van Nzume, Lamar en Knowles dat ze een zelfde ‘culturele achtergrond’ hebben?  Maakt de uitvinding van de verbrandingsmotor door de Duitser Benz, dit tot een ‘witte’ uitvinding, een ‘Europese’ een ‘Duitse’ of was het een uitvinding van het individu Benz? Is Twerken ‘zwart’ of is het van … (geen idee wie het heeft uitgevonden). Vindt een cultuur uit of een individu? Wie eigent zich iets toe en dan niet van cultuur, maar van iemands prestaties?

Hangt het dagelijkse leven niet aan elkaar van het gebruik van ‘uitvindingen’ van anderen. Ontwikkelt de mens zich niet juist omdat hij of zij gebruik maakt van wat anderen die hen voorgingen hebben verzonnen en ontwikkelt hij of zij dit zo verder? Zo heeft Benz voortgebouwd op hen die aan hem vooraf gingen. Wil Nzume dit stopzetten? Of moeten we ons bij alles waar we over praten, wat we doen en gebruiken realiseren van wie het afkomstig is en vooral tot welke ‘cultuur’ de persoon behoorde? Dan kunnen we het autorijden wel vergeten. Niet omdat we Benz niet meer kennen, maar omdat de naam en de cultuur van de uitvinder van het wiel geheel onbekend is, net als de eerste ijzersmelter.

Of zijn het alleen mensen van eenzelfde kleur als de ‘uitvinder’ die er iets mee mogen doen? Als dat zo is, hoe bepaal je dan iemands kleur? Wat is dan de kleur van iemand met een blanke en een zwarte ouder? Is die blank of zwart? En als we dan enkele generaties verder zijn en er zijn verder alleen nog maar witte partners in het spel, welke kleur heeft de verre nazaat met éénvierenzestigste zwart in zich? Lijkt dit niet ook een doodlopende weg?

Is het werkelijk zo dat iets pas cool en hip wordt als ‘witten’ er iets mee doen? Nzume noemt het voorbeeld: “Döner bij Donnies. Twee witte Nederlanders die döner zo hebben ‘verwit’ dat ook Het Parool vindt dat döner nu eindelijk noemenswaardig is. Of, zoals het in de recensie werd beschreven, eindelijk meer is dan ‘ordinair katervoedsel.’ De recensie opent met een quote van de witte eigenaar van het restaurant: ‘We komen een beetje uit het verdomhoekje.” Döner is nu pas salonfähig? Wat een onzin, zonder al die ‘witte Nederlanders’ waren er nooit zoveel dönerzaken in Nederland. Ja, nu zijn er twee ‘hipsters’ met goede journalistieke contacten en gevoel voor marketing die er wat geitenkaas, kikkererwten en pompoenpitten en vooral veel gebakken lucht aan toevoegen en zich op een ‘andere markt’ richten. Döner wordt er niet anders door en blijf van eenzelfde categorie als de gyros en de shoarma die eraan vooraf gingen. Trouwens, een flinke stap boven de ‘witte’ hamburger van de bekende keten.

Daarmee zijn we bij de laatste stap van Nzume aanbeland: wie verdient ergens geld mee. Volgens Nzume zijn dat ‘witte mensen’ die zich iets toe-eigenen. Ja, Miley Cyrus vond twerken niet uit, deed het twintig jaar na dato en het werd hip. Kun je dat haar verwijten? Werd twerken bekend door Cyrus of Cyrus door twerken? Was het wel oké geweest als Byoncé ervoor had gezorgd dat twerken bekend werd? Byoncé zat en zit in eenzelfde machtspositie als Miley Cyrus. Zou dat voor Nzume verschil uitmaken? Zou dat voor de uitvinder verschil uitmaken? Ja, het komt helaas heel vaak voor dat de werkelijke uitvinder niet de credits krijgt, die krijgen uitvinders zelden. Net zoals ze de grootste verdiensten aan hun neus voorbij zien gaan. Dat is niet iets waar alleen ‘gekleurde’ mensen tegenaan lopen. Dat gebeurt ‘witte mensen’ net zo veel en vaak. Want ook het overgrote deel van de ‘witte mensen’ ontbeert de vaardigheid, de mogelijkheid en de middelen om iets tot een succes te maken. Geld is immers het enige in de wereld dat zich niet aan de zwaartekracht houdt, het valt niet naar de ‘have not’s’ beneden, maar naar de ‘have’s’ boven. Of zoals mijn moeder altijd zei: ‘den duvel schiet altied op de groeëtste haup’. 

Daarmee kom ik op het belangrijkste punt. Een punt waar Nzume en de Ballonnendoorprikker elkaar vinden zoals ik al concludeerde naar aanleiding van een interview met Nzume in de Volkskrant. De machts- en middelenverdeling in Nederland en de wereld. Die is behoorlijk scheef en is extra in het nadeel van mensen met een kleurtje omdat er weinig ‘kleur’ te bekennen is in de ‘powers that be’. Het kost tijd en dan moeten we niet in jaren maar in generaties denken, om tot dat ‘machtscentrum’ door te dringen.

Een proces dat kan worden versneld, door dat ‘machtscentrum’ onder druk te zetten en daarvoor hebben we elkaar nodig. Die strijd wil ik graag samen met Nzume aangaan, maar dan hindert een slordige ‘culturele toe-eigeningstheorie, of die van de ‘witte onschuld’ waarover ik al eerder schreef in een brief aan Sunny Bergman. Deze theorieën hinderen omdat ze niet onweersproken mogen blijven. Dat weerspreken kost energie en tijd die anders kon worden ingezet. Belangrijker is echter dat er zo verdeeldheid ontstaat en als het ‘machtscentrum’ ergens van profiteert, dan is het wel verdeeldheid. Of om een bekend Nederlands gezegde (verdeel en heers) wat te verhaspelen: ‘verdeel en verlies’.

Beste Anousha Nzume

Ik las het interview met u in de Volkskrant. Een bijzonder interview omdat u een gedeeld verleden heeft met de interviewer, Sander Donkers en die zijn eigen ervaringen erin verweeft. Aanleiding voor het interview is het uitkomen van uw boek Hallo witte mensen. U voert actie omdat het u: “om machtsverhoudingen (gaat), hier bij ons én internationaal. Waar wordt het geld verdiend, door wie?” Een onderwerp dat mij ook bezighoudt en waarover ik geregeld schrijf op mijn site www.ballonnendoorprikker.nl. We zouden elkaar wellicht kunnen vinden in de strijd voor een rechtvaardigere wereld.

Anoucha Nzume

Illustratie: Nieuwwij

Alleen moet mij iets van het hart. U lijkt uw strijd om de machtsverhoudingen te veranderen, nogal sektarisch te willen voeren. Door de manier waarop, en de ‘makkers’ waarmee u de strijd tegen de macht voert. Hoe kom ik tot deze conclusie?

In het interview komt de Diversiteitsmars van Nasrdin Dchar ter sprake. “Als je zo’n onrechtvaardig systeem even denkt te kunnen wegknuffelen door met een ballon te gaan lopen, buig je in feite mee met het establishment,” zo zegt u. De boodschap van die mars was voor u niet sterk genoeg omdat het niets doet aan het lagere schooladvies dat uw zoon krijgt. Beste mevrouw Nzume, door uw boek te schrijven en Dchar in de hoek te zetten als een ‘softe ballonnenknuffelaar’, verandert dat schooladvies ook niet. Laat staan dat de machtsverhoudingen verschuiven in de door u en mij gewenste richting. Wat u daarmee wel doet, is medestanders van u afstoten.

U zegt uw boek te hebben geschreven als: “een soort handboekje waarin ik de theorieën en terminologie van wetenschappers als Gloria Wekker, Kimberlé Crenshaw en Philomena Essed in Jip en Janneke-taal heb vertaald, en dan vermengd met persoonlijke ervaringen.” Nu moet mij van het hart dat vele actievoerders die zich op het denken van Wekker baseren, mensen zoals Mitchell Esajas, Charlene Hiwat-Kortstam, Sunny Bergman, Reza Kartosen-Wong en anderen, mij, een blanke man van middelbare leeftijd, het gevoel geven dat ik aan de verkeerde kant van de streep sta. Mij het gevoel geven dat ik de oorzaak van alle ellende ben en dat ik dat eerst moet erkennen en me er vervolgens voor moet verontschuldigen. Mij het gevoel geven dat ik die twijfelachtige theorieën van Wekker als ‘de waarheid’ moet aanvaarden. Ook hierdoor worden medestanders afgestoten.

Beste mevrouw Nzume, de strijd tegen de gevestigde macht kan alleen met succes worden gevoerd als krachten worden gebundeld. Als de strijders tegen de macht elkaar versterker, als zij zoeken naar overeenstemming in plaats van de nadruk te leggen op verschillen. Zou het kunnen dat u door een dergelijk starre houding  ‘meebuigt met het establishment’?