‘Open’ staan

De formatie van een nieuw kabinet verloopt erg moeizaam. De grootte van Kamerfracties en uitspraken wie niet met wie wil, maken het erg lastig om  tot een kabinet te formeren dat op een solide meerderheid in de Tweede Kamer kan rekenen. Het lijkt erop dat er eerst over de eigen schaduw moet worden gestapt om verder te komen. Bij nu.nl valt te lezen dat VVD-leider Rutte en CDA-leider Buma ‘open staan’ voor nieuwe gesprekken met GroenLinks, “Maar dat kan alleen zonder voorwaarden vooraf. “Dan kun je praten. Het zal dan nog steeds heel ingewikkeld zijn.”

Open staan

Illustratie: Fokke & Sukke

Geen voorwaarden vooraf, dat lijkt een hele goede insteek om verder te komen: open het gesprek ingaan, zoeken naar overeenstemming en zo langzaam nader tot elkaar komen. Goed van Rutte en Buma dat ze deze ‘schoen’ nog niet weggooien.

Maar wacht eens even, er is toch al eens onderzocht en onderhandeld tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks? Dat was toch de eerste variant die informateur Schippers heeft onderzocht? De partijen hebben samen toch al onderhandeld en die zijn spaak gelopen? Naar ik me goed herinner en dat blijkt ook uit het stukje bij nu.nl, is het spaak gelopen op het thema migratie en vluchtelingen? Op dat thema zou GroenLinks iets moeten slikken dat voor hen een ‘principiële ondergrens’ doorbrak en daarom haakte de partij af.

Die onderhandelingen en het resultaat ervan zijn een feit dat er ligt. Zouden nieuwe onderhandelingen zonder voorwaarden, niet ook stuiten op dat zelfde feit, diezelfde ‘principiële ondergrens’? Is om die onderhandelingen vlot te trekken niet iets anders nodig dan blanco beginnen? Is hier niet juist beweging nodig van een van de betrokken partijen? Een beweging van GroenLinks om onder hun ‘principiële ondergrens’ te zakken of van CDA en VVD om die grens te respecteren en er boven te blijven?

Wat bedoelen Rutte en Buma eigenlijk als ze, met het feit van de vorige onderhandelingen op tafel, zonder voorwaarden vooraf weer met GroenLinks willen gaan onderhandelen? Zeggen ze dat zij dat zij bereid zijn tot consessies aan GroenLinks? Of zeggen ze ‘Jesse als je die malle principes even overboord zet, dan mag je meeregeren? Waarom wordt niet helder en duidelijk gezegd welke optie het is? Hoe ‘open’ staan Rutte en Buma werkelijk?

Veroordeeld voor toekomstige misdaden

In haar column in de Volkskrant stoort Elma Drayer zich aan ‘het gilde der zelfbenoemde duiders’. Mensen die na een gebeurtenis worden benaderd door de media om die gebeurtenis te duiden, in perspectief te plaatsen. Mensen zoals dr. Remco Clavan, de ‘Oost-Europa deskundige’ in het progamma Keek op de Week van Kees van Kooten en Wim de Bie. Van Kooten zette als Clavan de ultieme ‘duider neer. Een deskundige die uitblonk in het beantwoorden van de vraag met dezelfde woorden als de vraag.

ClavanFoto: YouTube

De ‘duider’ waarop Drayer haar pijlen richt is Laila al-Zwaini. Al Zwaini: “meldde dat westerse moslimjongeren heus niet zomaar radicaliseren. Dat zij er heus niet zomaar toe overgaan om zelfmoordaanslagen plegen. Dat ze het namelijk ‘enorm moeilijk hebben’ in de maatschappij. En dat wij moeten ‘proberen de oorzaak te vinden om ook een oplossing te vinden’.” Een opmerking tegen het zere been van Drayer: “Juist ja. Zou er iemand zijn die hetzelfde beweert over jongeren die zich in de vorige eeuw vrijwillig aansloten bij de nationaal-socialisten? Jongemannen die bij hun volle verstand kozen voor een regime dat alom terreur, dood en verderf zaaide? Zou iemand durven betogen dat ze zo’n keuze heus niet zomaar maakten? Dat ze het namelijk ‘enorm moeilijk hebben’ in de maatschappij. En dat wij moeten ‘proberen de oorzaak te vinden om ook een oplossing te vinden’.” Ja, beste mevrouw Drayer, ik durf te beweren dat velen vanwege hun sociaal-economische omstandigheden eind jaren twintig en begin jaren dertig kozen voor de partij van Hitler. Zij kozen niet ‘bij volle verstand voor een regime dat alom terreur, dood en verderf zaaide’.

Veel van de aanhangers van het eerste uur, kozen voor het nationaal-socialisme vanwege hun frustraties als gevolg van de Eerste Wereldoorlog. Zij kozen voor een ideaal, niet voor terreur, dood en verderf. Dat dit ideaal uitliep op dood en verder wisten zij begin jaren twintig nog niet.

Hoe kon een Duitser die in 1930, 1932 of 1933 op Hitlers partij stemde, weten welke misdaden het regime later zou gaan plegen? Hoe kon die stemmer weten dat de Rijksdag na die verkiezingen volmachten aan Hitler zou geven om zonder tussenkomst van het parlement te regeren. Een parlement waarin Hitlers partij niet eens de meerderheid had. Hoe kon hij weten dat er in 1938 een Kristallnacht zou volgen? Dat Polen zou worden aangevallen wat weer tot een wereldoorlog zou leiden? Dat er een holocaust zou komen?

Het grootste deel van de stemmers op de partij van Hitler koos niet voor een dergelijk regime opdat het regime toen zij ervoor kozen nog niet bestond. Zou het daarom niet kunnen dat zij kozen vanwege hun sociaal economische omstandigheden.

 

 

What you (want to) see is what you get

In mijn vorige column vergeleek ik aan de hand van een song van de Dead Kennedys de huidige wereld met die van vijfendertig jaar geleden. In precies die periode schreef historicus Maarten van Rossum de artikelen die zijn gebundeld in het boek De draagbare van Rossum. Een bloemlezing die tezamen een goed inzicht geven in de geschiedenis van de vorige eeuw. Het derde hoofdstuk behandelt het wedervaren van het stadje Muncie in Indiana. In de studies wordt het plaatsje Middletown genoemd omdat het model moet staan voor een gemiddelde plaats in de VS. Dit stadje stond centraal in drie sociologische onderzoeken in de vorige eeuw. De eerste in 1925 en de tweede in 1935 werden verricht door Robert Lynd, de laatste eind jaren zeventig door Theodor Caplow, Howard M. Bahr en Bruce A. Chadwick.

Van Rossum

Lynd maakte zich zorgen om het verval van ‘gemeenschapszin’ in de Verenigde Staten en dacht dat de sleutel voor het stoppen van dit verval in kleine gemeenschappen lag. Als je verval wilt aantonen, dan moet er wel een referentiepunt zijn. Voor Lynd was dat het Muncie van zo rond 1890, de jeugdjaren van Lynd en die bracht hij door in een naburig stadje. Enige probleem, het Muncie van 1890 was niet op dezelfde manier bestudeerd. Dat beeld schetste Lynd op basis van wat globale informatie en zijn eigen jeugdervaringen. Een zeer mooi en positief beeld waarbij de jaren twintig, ondanks de toegenomen welvaart, schril afstak. Van Rossum waarschuwt: “We moeten niet vergeten dat Lynd ons oordeel gemanipuleerd heeft door op het doek achter het concrete beperkte Middletown in 1925 steeds het idyllische Middletown van 1890 te projecteren. Hij heeft zichzelf en zijn lezers met een romantisch plaatje in de luren gelegd.” Teloorgang van de gemeenschapszin, het zwarter maken van de huidige werkelijkheid door deze af te zetten tegen een extra gefotoshopte achtergrond.

De drie onderzoekers uit de jaren zeventig constateerden dat het stadje zo ongeveer het Walhalla was, het paradijs op aarde waar de verandering tot stilstand was gekomen omdat het hoogste punt van ontwikkeling bereikt was. En dat paste volgens Van Rossum precies bij hun ‘neoconservatieve zonnebril. Volgens Van Rossum, maakten zij zich aan hetzelfde feit als Lynd schuldig, maar dan omgekeerd. Zij zetten hun witter gefotoshopte werkelijkheid van de jaren zeventig af tegen Lynds zwart gefotoshopte en constateerden dat er niets aan de hand was in het stadje.

Is deze manier van ‘overdrijven’ niet nog steeds actueel? ’What you see is what you get’ een bekende uitdrukking in de automatiserings- en computerwereld. Zou voor de maatschappijwetenschappen en de politiek niet gelden ‘what you want to see is what you get? Het noopt in ieder geval tot kritisch bevragen van onderzoeksresultaten.

Neutraliseer onze rechtsstaat

Toen ik gisterochtend naar mijn werk reed, besteedde Radio1 aandacht aan het ‘hoofddoekjesidee’ van de Amsterdamse politiechef Aalbersberg. En zoals was te voorspellen, leidde dit idee tot een lawine aan afkeurende reacties. Zo maakt ook Afshin Ellian bij Elsevier zich druk om het idee van Aaldersberg. “De politie is de gewapende hoeder van de rechtsstaat, een neutrale staat,” zo betoogt Ellian. Dat neutraliteit uitstralen wat anders is dan neutraal zijn, realiseert hij zich ook: “Neutraliteit gaat niet over wat deze ambtenaren denken, maar over hoe ze verschijnen en wat ze doen.” Als politie-agenten een hoofddoekje gaan dragen dan is die neutraliteit ver te zoeken, zo betoogt Ellian: “Een hoofddoek bij de politie is geen teken van diversiteit, maar van islamisering van de politiemacht.” Is die rechtsstaat wel zo neutraal?

spaghettemonster

Illustratie: https://www.kerkvanhetvliegendspaghettimonster.nl/ons-geloof/

“Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.,” de eerste zin van iedere Nederlandse wet. ‘Bij de gratie Gods’, hoe neutraal is die rechtsstaat als god in iedere wet aanwezig is? Wat heb ik aan ‘neutraal verschijnende politie-agenten’ als de wetten die ze moeten handhaven, partijdig zijn omdat er wordt gerefereerd aan een god?

Hoe neutraal is onze overheid als verplichte feestdagen allemaal zijn gelieerd aan het christendom? Niet allemaal, zult u tegenwerpen, koningsdag niet! Die inderdaad niet direct, maar zorgt ‘de gratie Gods’ die de koning op zijn troon heeft gezet, niet voor een sterke band tussen deze feestdag en het christendom? Zou een neutrale dag niet iedere gelovige de gelegenheid bieden om de voor zijn of haar geloof belangrijke feestdagen op gelijke voet te vieren?

Zo waarlijk helpe mij God almachtig,” een van de twee manieren om je als politicus in te zweren. Geeft dit de christenen een flinke voorsprong op de islamieten, hindoes of  of aanhangers van de kerk van het vliegende Spaghettimonster? Die laatsten mogen zelfs niet met het voor hun ‘heilige’ vergiet op hun hoofd op de pasfoto, terwijl dat met een hoofddoek  of de ‘staphorster hoedjes’ wel mag.

Valt er zo niet nog heel wat te ‘neutraliseren’ voordat we kunnen spreken van een neutrale rechtsstaat? Daar zal nog veel werk voor moeten worden verzet en weerstand voor moeten worden overwonnen. En bij dat werk en het overwinnen van die weerstand “mogen wij ons gesteund weten door het besef dat velen ons wijsheid toewensen” om het bijna standaard einde van een troonrede te citeren. Dat neutraliseren zou al kunnen beginnen als de koning de op deze zin volgende woorden niet meer uitspreekt, “en met mij om kracht en Gods zegen voor u te bidden.”

Fruitmand

Voor een overleg dat ik vandaag moet bijwonen, zat ik gisteren wat stukken door te lezen. Het overleg gaat over de inkoop van jeugdzorg en in één van de stukken werd geschreven over het streven om tot ‘objectieve tarieven’ te komen. Die tarieven moeten in het overleg tussen de gemeenten en de zorgverleners worden vastgesteld. Dit riep bij mij de vraag op wanneer een prijs objectief is en wie dat bepaalt?

rot fruit

Foto: Micropia

Tarief is volgens Van Dale: (bij doorlopende of herhaalde levering van dezelfde zaak) het bedrag dat voor iedere eenheid betaald moet worden.” Aan tafel zitten zorgverleners met zeer verschillende specialismen en werkmethoden. Banken vinden hun zaak ‘betaalrekening’ anders dan dezelfde zaak van een andere bank en dat anders vertaalt zich in een ander tarief. Zou dat bij hulpverleners anders zijn? Neem twee psychologen, een algemene en een trauma-specialist, ze leveren allebei psychologisch advies, is dat daarmee ‘dezelfde zaak’? Is de dienst van twee trauma-specialisten die verschillende methoden hanteren, met elkaar te vergelijken?

Objectief wordt in dezelfde Van Dale omschreven als: “zonder zich door eigen voorkeur te laten beïnvloeden; onbevooroordeeld, onbevangen.” Welke van de zorgverleners is onbevooroordeeld en laat zich niet door de eigen voorkeuren beïnvloeden? De zorgverlener zit daar juist aan tafel vanwege de expertise die hij of zij op een specifiek gebied bezit. De expertise waarmee die hulpverlener de belegde boterham moet verdienen. Hoe objectief zouden deze hulpverleners zijn? Je vraagt toch niet aan de appel of die peren lekkerder vindt dan appels?

Dezelfde vragen kun je ook stellen bij de gemeenten die bij dat proces betrokken zijn. Ze missen de specifieke kennis van de hulpverlener, maar maakt dat hen objectief, zonder eigen voorkeur, onbevooroordeeld? Zij zitten aan tafel als ‘inkopende partij’ en wil die niet net als iedereen die boodschappen doet zo min mogelijk betalen voor een kwalitatief zo goed mogelijk product? Zouden ze niet een kwalitatief goede en gevarieerde fruitmand willen voor de laagst mogelijke prijs en dus de appels tegen de peren uitspelen?

Naar het inkoopvraagstuk van de jeugdzorg kijkend met de bril van de definities uit de Van Dale, is dan twijfelen aan het succes en het streven om ‘ objectieve tarieven’ vast te stellen dan niet gerechtvaardigd? Zou zo’n proces leiden tot een mand goedkoop en beurs fruit?

Fijne feestdagen

Bij De Dagelijkse Standaard krijgt Denk-kamerlid Farid Azarkan de wind van voren van Tim Engelbart. Toen aan Azarkan werd gevraagd om te kiezen tussen Koningsdag en het Suikerfeest, koos Azarkan voor het Suikerfeest. Dit was dus tegen het zere been van Engelbart: “Farid Azarkan spreekt graag over Nederlanders met een migratie-achtergrond”- een hele mond vol, maar oké. Het blijft echter vreemd om over Nederlanders te spreken als je niet eens de meest Nederlandse feestdag van allemaal – vermoedelijk zelfs de enige – niet eens kan verkiezen boven één van de vele belangrijke dagen in een uitheemse traditie als de islam.” Engelbart ziet zich nu: “gedwongen een even ongemakkelijke vraag te stellen: waar ligt eigenlijk de loyaliteit van dit Kamerlid? Ligt die hier, in Nederland. Of toch elders?”

suikerfeest

Illustratie: Plazilla

Beste meneer Engelbart, mag je als staatsburger van dit land alleen maar inheemse tradities aanhangen? Hebben we in dit land niet de vrijheid om te geloven in wat je wilt? U mag best in de christelijke god geloven en u houden aan de tradities van die religie. Azarkan mag geloven in allah en zich houden aan die tradities en ik mag geloven in niets en me houden aan de tradities van niets. Stelt u die vraag ook aan katholieken, gereformeerden en hervormden die kerstmis verkiezen boven koningsdag?

Beste meneer Engelbart, als u mij vraagt om te kiezen tussen koningsdag en drie dagen vastelaovend in Venlo, dan kies ik voor de vastelaovend. Ik heb niets, maar dan ook helemaal niets met de, zoals u het noemt, ‘meest Nederlandse feestdag van allemaal’ omdat ik niets heb met het koningshuis. Ook heb ik niets met andere ‘inheemse tradities’ zoals de klederdracht in Volendam, Zeeland en Staphorst. Ik kan nog geen seconde luisteren naar de vele Volendamse zangers, de Toppers en vele andere Nederlandstalige zangers.

Gaat u mij nu ook vragen waar mijn loyaliteit ligt? Als je al een maatstaf hebt waaraan je loyaliteit aan het land waarvan je staatsburger bent kunt afmeten, maar daar schreef ik al eerder over.

Populistisch anti-populisme

Burgerschapsonderwijs, in mijn ogen bijzonder dat dit een ‘vak’ op school is. Is immers het doel van het onderwijs niet om onze kinderen de bagage te geven om samen met anderen hun weg te kunnen vinden in onze democratische samenleving? Om volwaardig, autonome denkende burger te zijn van die samenleving en is het totale curriculum daar niet opgericht? Wellicht zie ik het verkeerd en is het doel een middel geworden? Over de invulling van dat middel wordt gediscussieerd.

populistisch anti-populisme

Illustratie: Tja burgerschap wat is dat nou?

Bij Joop houdt bestuurskundige Dave Ensberg-Kleijkers een pleidooi om populisme te integreren in het burgerschapsonderwijs, door te: “investeren in een positief schoolklimaat, waar geen ruimte is voor angst als zuurstof voor gestold onbehagen of schools populisme, is de basis voor het leerlingen laten leren over populisme en hen te vormen als waardengedreven burgers. … ik pleit niet voor de bestrijding van politiek populisme an sich, maar ik pleit voor het bestrijden van onwetendheid en angst als drager voor waardeloos populisme en juist voor het investeren in waardevol burgerschap.” Wat zie als je wat dieper over dit pleidooi nadenkt?

Als ik de eerste zin lees, dan zijn er scholen die investeren in een negatief schoolklimaat, waar ruimte is voor angst en schools populisme. Wat ik me bij dat laatste moet voorstellen, wordt niet duidelijk uit het pleidooi Ensberg-Kleijkers. Zouden er werkelijk scholen zijn die investeren in een ‘negatief schoolklimaat’ een klimaat waar angst heerst. Angst voor gestold onbehagen?

Die scholen moeten leerlingen vormen als ‘waardengedreven burgers’. Zegt Ensberg-Kleijkers daarmee dat populisten niet door waarden worden gedreven? Zouden er werkelijk mensen zijn die niet door waarden worden gedreven? Als er iets centraal staat in het debat van tegenwoordig, dan zijn het ‘normen en waarden’. Alleen zijn die van ‘ons’ anders dan die van ‘hen’. Investeren niet zowel die ‘ons’ als die ‘hen’ in waardevol burgerschap en verschilt alleen de inhoud van dat burgerschap?

Ensberg-Kleijkers beschrijft populisme als een: “partiële ideologie die zich in al haar verschijningsvormen afzet tegen de politieke en/of economische elite, de wil van ‘het ware volk’ normerend wil laten dicteren en gedijt bij zowel sociaaleconomische als sociaal-culturele spanningen en vooral: angst.”  Wil hij niet ook ‘normerend dicteren’ door te bepalen wat ‘positief’ en wat ‘negatief’ is? Wat ‘waardevol’ en wat dus ‘waardeloos’ burgerschap is?  Pleit hij niet voor populistisch anti-populisme en heeft hij zo zijn doel, het integreren van populisme in burgerschapsonderwijs integreren, niet al bereikt?

‘De bank van Sigmund’

Frank Kalshoven besteedt zijn wekelijkse column in de Volkskrant deze week aan de medicalisering van het leven. “Druk kind? Naar de dokter. Sombere puber? Naar de dokter. Niet direct zwanger? Naar de dokter. Overbelast met werk en kinderen? Naar de dokter. Lijden aan ouderdom? Drie keer raden.” Onterecht volgens Kalshoven: “Kinderen zijn druk. Ouderdom komt met gebreken. De combinatie van jonge kinderen, hard werken en zorg voor je eigen ouders is een aanslag op je gestel. Dat is altijd al zo geweest. En zal altijd zo blijven. De vraag is hoe we hier mee om willen gaan.” Medicalisering lijkt te lonen: “Een sticker met hierop een medische aandoening is een waardevol papiertje. Het papiertje legitimeert ander gedrag.” Bovendien is het goed voor de dokter en de medische industrie. Bovendien kost het de samenleving veel geld en het: “vertroebelt onze blik op wat er echt met ons (leven) aan de hand is en ontneemt ons hiermee ook zicht op echte oplossingen of op acceptatie van lek en gebrek.” Wat zou er werkelijk aan de hand zijn?

SigmundIllustratie: conservatorial.rssing.com

Kalshoven geeft daarop geen antwoord. Zou Belg Dirk De Wachter in zijn boek Borderlinetimes. het Einde van de Normaliteit het antwoord op die vraag geven? Hij vergelijkt onze samenleving met de stoornis Borderline. “BPS of Borderline Personality Disorder is ‘een diepgaand patroon van instabiliteit en intermenslijke relatie, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties… .” De Wachter legt onze samenleving langs de negen situaties van BPS. Als een persoon er vijf vertoont is er sprake van BPS. Die negen situaties zijn:

  • krampachtig proberen te voorkomen om feitelijk offerend in de steek gelaten te worden;
  • een patroon van instabiele en intense intermenselijke relaties;
  • identiteitsstoornis: duidelijk of aanhoudende instabiel zelfbeeld of zelfgevoel;
  • impulsiviteit op ten minste twee gebieden die in potentie de betrokkenen zelf kunnen schaden;
  • recidiverende suïcidale gedragingen, gestes of dreigingen, of automutilatie;
  • effectlabiliteit als gevolg van duidelijke reactiviteit van de stemming;
  • chronisch gevoel van leegte;
  • inadequate, intense woede of moeite om kwaadheid te beheersen;
  • voorbijgaande, aan stress gebonden paranoïde indelen of ernstige dissociatieve verschijnselen.

Heeft De Wachter een punt met zijn bewering dat de samenleving aan borderline lijdt? Zou de medicalisering die Kalshoven constateert hier een gevolg van kunnen zijn? Wat zou dan de echte oplossing zijn, de-medicaliseren van de individuen of de samenleving op de bank van de psychiater?

 

Eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid

De auto moest naar de garage voor een jaarlijkse keuring en een onderhoudsbeurt, of ik het voertuig om acht uur wilde brengen. Omdat ik geen zin had om te wachten tot ik hem weer mee kon nemen, wandelde ik naar huis. Het was immers maar een half uurtje lopen. Die wandeltocht voerde mij door de binnenstad van Venlo waar het op dit vroege tijdstip nog erg rustig was. Winkelmedewerkers fietsten en liepen naar hun winkels en een clubje mensen met oranje hesjes was vuilnis aan het prikken. Nou ja prikken, ze hadden zo’n lange knijper waarmee je rommel op kan rapen.

zwerafval-delen-2

Foto: MilieuCentraal

Ik heb het ze niet gevraagd, maar het leek mij een groepje mensen dat dit deed als ‘tegenprestatie’ voor een uitkering en zo ‘werkritme’ opdeed voor het ‘echte werk’. De ‘participatiesamenleving’ in optima forma: voor wat hoort wat. Zij een uitkering om van te leven, de samenleving schone straten, een win-win toch? Om de ‘newspeak’ waarmee dit beleid gepaard gaat aan te halen: deze mensen worden weer in hun eigen kracht gezet. Wacht eens even, nu we het toch over eigen kracht hebben en over participatiesamenleving, zouden er ook andere oplossingen mogelijk zijn voor zowel de vuile straten als ook voor ‘eigen kracht’ van deze mensen? Laten we er eens wat dieper op ingaan.

Mensen lopen over straat met een blikje cola, zakje chips of een sigaret. In dat blikje zit cola, in de zak chips en in de sigaret tabak. Deze mensen kunnen dat blikje, het zakje of die sigaret dragen. Als de cola, chips of tabak op is, gebeurt er iets vreemds. Het blikje, het zakje en de peuk, die er van de sigaret is overgebleven, wordt zwaar. Zo zwaar dat die mensen het niet meer kunnen tillen en dus maar laten vallen. Dat geeft rommel op de straat en dat ziet er niet uit. Dan komen de ‘vuilprikkers’ in  beeld. Zij kunnen wat de coladrinkers, chipseters en sigarettenrokers niet kunnen: het lege blikje, zakje en de peuk optillen en in een vuilnis zak doen.

Zou er niet aan de ‘eigen kracht’ en de eigen verantwoordelijkheid’ van de coladrinkers, chipseters en rokers die hun blikje, zakje en peuk niet meer kunnen dragen, gedaan moeten worden? Moeten die niet worden ‘getraind’ zodat ze sterk genoeg zijn om het zelf in een prullenbak te gooien? Zouden de ‘vuilprikkers’ niet aangenomen kunnen worden als ‘trainer’ of anders benoemd, als gastheer? Een echte baan met een echt salaris en met als taak ervoor te zorgen dat de coladrinkers, chipseters, sigarettenrokers en alle anderen die zich niet aan de ‘huisregels’ houden, op hun gedrag aan te spreken? Aanvullend kunnen ze mensen helpen bij het vinden van de weg. Zou dat een beter alternatief zijn?

Oh ja, de auto heeft een beurt gehad en de keuring goed doorstaan.

Ja ik wil … niet met die partij

De ene partij die niet met een andere wil samenwerken in een regering, de afgelopen Tweede kamerverkiezingen ging het er over. De VVD, het CDA en vele andere partijen sloten de PVV op voorhand al uit. De SP deed hetzelfde met de VVD. Met name aanhangers van de door de meeste partijen uitgesloten PVV, schreeuwden daar moord en brand over. Nu wil de PVV in diverse gemeenten meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar en begint het circus weer.

Uitsluiten partijen

Illustratie: De Kwestie

Bij Dagblad de Limburger lezen we dat historicus Ad Knotter oproept tot een lokale boycot van deze partij: “De PVV heeft antidemocratische en racistische standpunten en maakt onderscheid op grond van afkomst. Wat mij betreft is het volkomen terecht als politieke partijen die PVV dus niet betrekken bij beleidsvorming, zoals nu in Den Haag gebeurt. Hier ligt ook een taak voor democraten in Maastricht en omgeving. Het is gewoon niet wenselijk dat deze partij in de raad van bijvoorbeeld Maastricht komt.” Dit is tegen het zere been van Anne Adema van De Dagelijkse Standaard: “Het uitsluiten van partijen zou uitgesloten moeten zijn in een democratie. Op basis van verkiezingen wordt beslist welke partijen deelnemen in de gemeenteraad. Door de PVV-kiezer buiten te willen sluiten laat de historicus zien dat hij eigenlijk de democratie wil afschaffen.”

Een wat vreemde redenering van Adema. VVD’er Rutte en vooral PvdA’er Samsom kregen na de vorige verkiezingen het verwijt dat ze de kiezer min of meer hadden bedrogen. Voor de verkiezingen voerden ze hard campagne en maakten ze de verschillen ‘enorm’ groot. Er kropen ze snel bij elkaar en vormden als een razende een kabinet. Je koos immers voor de een om de ander ‘uit de regering’ te houden en na de verkiezingen kreeg je die ander er toch gewoon bij, als je dat te voren had geweten, dan .… Kiezersbedrog! Nu zijn er partijen die van te voren aangeven een andere van samenwerking uit te sluiten en is het weer niet goed. Waarom zou dat de democratie afschaffen? Is het voor het vertrouwen in de democratie niet juist gebaat bij duidelijkheid vóór de verkiezingen? En niet alleen duidelijkheid oer het verkiezingsprogramma, maar ook over mogelijke partners en partijen waarmee zeker niet wordt samengewerkt?

En beste meneer Adema, maken verkiezingen duidelijk of partijen samen een regering of college vormen? Of maken verkiezingen duidelijk hoeveel zetels een partij krijgt en beginnen daarna onderhandelingen om een nieuwe regering of college te vormen? Speelt daarbij of ze inhoudelijk tot overeenstemming kunnen komen en of ze elkaar vertrouwen niet een belangrijke rol?