Solidariteit en identiteit

Econome Heleen Mees houdt, in haar column in de Volkskrant, een warm pleidooi voor diversiteitsbeleid: “Neem bijvoorbeeld het controversiële voorkeursbeleid. Door meer minderheden aan te stellen bij de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht, neemt het vertrouwen in de rechtsstaat toe, en zullen de criminaliteit en het gevoel van onveiligheid afnemen.” Hiervan profiteren ook de ‘witte’ Amerikanen. Net zoals zij ook profiteren van laagopgeleide migranten: “Dankzij de goedkope arbeid van migranten gaan Amerikanen ook vaker uit eten dan Europeanen. Daardoor zijn er in de VS ook meer banen in restaurants.” 

solidairFoto: Vimeo

Volgens Mees moet ‘links’ niet terug naar: “de kernbeginselen van solidariteit en gelijke bescherming voor iedereen. … Dat zou immers betekenen dat misstanden als rassen- en seksediscriminatie zouden blijven voortbestaan zij het op een hoger welvaartsniveau. De uitdaging voor de linkse politiek is om een programma te ontwikkelen dat opkomt voor de legitieme belangen van minderheidsgroepen zonder de legitieme grieven van de witte arbeidersklasse uit het oog te verliezen.”  Volgens haar is ‘links’ nu te veel gericht op ‘identiteitspolitiek’ en geeft zo het belangrijke sociaal-economische terrein prijs aan ‘rechts’.

Ik moest het een paar keer lezen. Als de staat iedereen gelijk beschermt en solidariteit als uitgangspunt neemt, dan blijven rassen- en seksediscriminatie bestaan. Wat zegt Mees hier? Hoe kan rassen en seksediscriminatie blijven bestaan als iedereen op eenzelfde bescherming en solidariteit kan rekenen? Is welke vorm van discriminatie niet juist een gevolg van ongelijke bescherming? Van juist niet solidair met elkaar zijn en dus van het maken van onderscheid?

Is het zorgen voor een betere afspiegeling bij bijvoorbeeld de politie niet juist een voorbeeld van solidariteit? Net zoals het ook binnen laten van laagopgeleide migranten? Is de fout die ‘links’ maakt niet juist dat het solidariteit als diversiteit verkoopt? Dat die diversiteit-politiek tot in het extreme doortrekt tot de schadelijke identiteitspolitiek? Zou ‘links’ daarom niet juist voor solidariteit en gelijke bescherming moeten pleiten?

 

Beeldenstorm

Beelden van historische figuren die van hun sokkel worden getrokken omdat hun daden in het heden anders worden beoordeeld dan in de tijd dat ze werden opgericht. We zien het nu in de VS en ook in Nederland gaan stemmen op om bijvoorbeeld Jan Pieterszoon Coen van zijn voetstuk te trekken. Bij De Correspondent is Thomas Vanheste ook die mening toe gedaan:

“Weg dus ook met de Leopold II-straat en de Coentunnel. Ook die Leopold II-buste in Gent en het standbeeld van Coen in Hoorn kunnen in mijn ogen beter in het depot verdwijnen.”

nedinsco

Foto Nedinsco oud

De manier waarop mensen in het heden het verleden beschouwen en waarderen kan veranderen. Daarmee kan ook de waardering voor zaken die aan dat verleden refereren veranderen. Het standbeeld van Coen laat dat goed zien. Bij plaatsing van het beeld was hij een held, nu een massamoordenaar. Maar als je Coen van zijn sokkel rukt, wat doe je dan met de binnenstad van Amsterdam? Al die huizen van kooplieden, zijn mede gebouwd met geld dat door Coens inzet is verdiend. Slopen dan maar?

Zelf heb ik me, met een groep vrienden, ingezet voor het behoud van een fabriekspand in Venlo, het Nedinsco-complex. Een pand met een zeer bijzondere historie die mooi wordt beschreven in het boek ‘Een up-to-date modern gebouw’: het Nedinsco-complex’ geschreven door Frans Hermans. Het gebouw zag er oud en vervallen uit en lag op een plek dichtbij het Venlose stadscentrum waar je nog niet dood gevonden wilde worden. Daarom moest het gesloopt worden zodat het gebied opnieuw ontwikkeld kon worden. Plannen die op veel bijstand konden rekenen, maar die niet zijn doorgegaan. Het gebouw is prachtig hersteld en vormt nu samen met het cradle-to-cradle stadskantoor, het hart van een mooi stukje Venlo. Nu, een kleine twintig jaar later, vindt bijna iedereen het prachtig dat het is behouden. Meningen kunnen veranderen, zou dat niet tot voorzichtigheid moeten aanzetten? Moeten we niet oppassen met het beoordelen van het verleden met de ogen van het heden. Dat, zoals Bart Dirks in de Volkskrant schrijft, Peter Stuyvesant: “fel antisemitisch was en voorstander van de slavernij,” was in die tijd heel gewoon, net als het geloof in God.  

nedinsco nieuw.jpg

Foto Nedinsco nieuw: Wikipedia

Wie herinnert zich nog de opschudding toen de Taliban de twee Boedhha’s van Bamyan vernietigden? Of IS de Romeinse resten van Palmyra in Syrië? De wereld was te klein. “(Ik denk) dat weinigen zouden betogen dat de standbeelden van Stalin en Saddam Hoessein beter waren blijven staan, omdat hun bewind nu eenmaal bij de geschiedenis van de Sovjet-Unie en Irak hoort. Voor velen in die landen is het te pijnlijk om op straat met de verering van deze dictators te worden geconfronteerd,” schrijft Vanheste in de discussie onder zijn artikel. Zouden de Taliban en IS dat niet ook als argument kunnen gebruiken? Op het moment van vernietiging, vertegenwoordigden zij de ‘publieke opinie’ ter plekke? Gelukkig is  het Nedinsco-complex  behouden en ziet niemand er een stukje van de Duitse oorlogsindustrie in, dat het werkelijk was.

Zucht …

“Lijdt u, mijn onderzaten die oprecht zijt van aard, God zal u niet verlaten, al zijt gij nu bezwaard. Die vroom begeert te leven, bidt God nacht ende dag, dat Hij mij kracht zal geven, dat ik u helpen mag.” 

Wat is de betekenis van dit stukje tekst? Dit zou zomaar eens een vraag kunnen zijn in een proefwerk (of wellicht examen) ‘Wilhelmuskunde’. Want zoals jullie vast al weten krijgen Nederlandse kinderen binnenkort het vak ‘Wilhelmuskunde’. Tenminste, als het aan de partijen ligt die de komende regering willen vormen.

wilhelmus.jpg

Foto: Wikimedia Commons

Tja, die onderzaten zijn natuurlijk de Nederlanders en die zijn perfect, ze zijn immers ‘recht van aard’. God zal hen, waarschijnlijk als gevolg van die perfectie, niet verlaten. Dat sinds Nietsche God dood heeft verklaard, inmiddels meer dan de helft van de Nederlanders God heeft verlaten, dat laten we even buiten beschouwing. Dat velen van degenen die nog wel in een God geloven, in een andere geloven dan de God waarover hier wordt gezongen, laat we ook maar even buiten beschouwing. Of is het de bedoeling van de ‘christelijke mannenbroeders’ om juist via het vak ‘Wilhelmuskunde’ zieltjes te winnen?

Zieltjes die moeten bidden, niet voor hun eigen heil, nee voor kracht voor de koning zodat die de bidders helpen kan. Hoe verhoudt zich dit tot de doelstellingen achter de participatiesamenleving die toch de eigen kracht centraal stelt? Zouden degenen ‘die vroom begeren te leven’ dan niet beter voor hun eigen kracht kunnen bidden? Vol verwachting zie ik uit naar de beleidsnota van het nieuwe kabinet die deze hiaat probeert te dichten.

Naast kennis van de inhoud en de tekst, dienen onze kinderen ook kennis van de melodie te hebben. De melodie? Tranentrekkende saaie en slaapverwekkend! Zeker als je naast het gebruikelijke eerste couplet ook de rest moet aanhoren, aldus de Ballonnendoorprikker. Die hoort liever het Frans of het Italiaans volkslied, levendige vrolijke melodieën waar je blij van wordt. Ik ben benieuwd hoe musicoloog Buma daar een draai aan gaat geven. Gelukkig hoeven de kinderen er niet bij te staan, staande in slaap vallen houdt meer risico’s in.

Is dit nu werkelijk iets waar vier ‘leiders’, gesecondeerd door vier ‘eerste luitenanten’ onder begeleiding van een informateur hun tijd aan voldoen? Geen wonder dat de formatie zo lang duurt.

‘Visflats’

Na het lezen van deze titel zult u zich afvragen, waar gaat dit over? Toch is dat het eerste waaraan ik moest denken toen ik in de Volkskrant las dat:

“Voedselkweek op zee kan de huidige visvangst volledig vervangen en ruimschoots aan de vraag naar vis van de toekomst voldoen.” 

VissenFoto: Pixabay

Volgens onderzoekers zou het ‘viskweekmes’ weleens aan meerdere kanten tegelijk kunnen snijden. “Het blijkt dat in een ideale situatie slechts 0,015% van het oceaanoppervlakte nodig is om dezelfde hoeveelheden vis en schaaldieren te produceren als de gehele huidige visserij.” Ook bleek: “… dat enkele van de gebieden met de hoogste potentie voor de kusten liggen van landen met een hoge bevolkingsgroei, waaronder India en Kenia.” Als klap op de vuurpijl: “…is mariene aquacultuur, mits goed uitgevoerd, duurzamer dan veeteelt, doordat vissen minder methaan uitstoten dan vee.” En zelfs het oplossen van de belangrijkste vraag waarmee die vissen moeten worden gevoerd ziet er hoopgevend uit: “Gedacht wordt aan het onttrekken van voedingsstoffen uit restafval van landbouw. Ook kijken onderzoekers of visvoer uit zeewier of bacteriële eiwitten te maken valt.” 

Dat ziet er hoopvol uit, waarom moet ik dan toch denken aan varkensflats en mega-stallen? Zou het kunnen omdat varkensflats en mega-stallen dezelfde voordelen bieden als viskweek. Door varkens, net als kippen trouwens, te stallen in een mega-stal met meerdere verdiepingen is ook slechts een fractie van de ruimte nodig die hun in het wild scharrelende evenknieën gebruiken. Ook die ‘flats’ kun je bouwen op plekken waar de bevolking het meeste groeit. Ook kan gebruik worden gemaakt van restafval van de landbouw, het pulp van bijvoorbeeld suikerbieten kan dienen als veevoer. Het enige wat de vissen voor hebben op de varkens en kippen is de methaan-uitstoot. Daar staat tegenover dat niet duidelijk is wat de gevolgen van massale kweek van vissen op een klein gebied voor effecten op het milieu heeft, net zoals de gevolgen van intensieve veeteelt tevoren niet bekend waren.

Maar wat belangrijker is. Hoe zit het met het welzijn van de vis? Ja, vissen zijn gewend in grote scholen samen te zwemmen, dus tegen drukte zullen ze wel kunnen. Maar, hoe zullen ze het vinden om slechts beperkte ruimte te hebben om te zwemmen? Wat zou dat met de psyche van de vis doen? Voelt hij zich nog wel vis als hij alleen maar in die ‘visflat’ kan zwemmen? Wat zal het met de vis doen als hij zijn ‘wilde’ soortgenoot voorbij de raampjes van de ‘flat’ ziet zwemmen?

Marktwerking in de zorg

Vakantie betekent voor mij nog meer lezen dan normaal. Gisteren een eergisteren besteedde ik aandacht aan Sandel en zijn boek Politiek en moraal. Filosofie voor het publieke debat, dat in mijn koffer zat. Vandaag moest ik denken aan een ander boek van Sandel, Niet alles is te koop. De morele grenzen van marktwerking dat ook in mijn koffer zat. Ik  moest aan dit boek denken toen ik over de problemen bij zorginstelling Careyn las. Bij het AD las ik dat de kamer bezorgd was over de situatie bij deze organisatie en dat de SP en PVV hierover vragen hebben gesteld aan staatssecretaris Van Rijn.

marktwerking

Illustratie: Flickr

“Waarom zouden we er een probleem van maken dat we op weg zijn naar een maatschappij waarin alles te koop is?, vraagt Sandel zich in de inleiding af. Direct erachteraan: “ Om twee redenen: de eerste heeft te maken met ongelijkheid en de tweede met corruptie. (…) In een maatschappij waarin alles te koop is, hebben mensen met weinig middelen het moeilijk. Hoe meer er voor geld te koop is, hoe belangrijker geld (of een gebrek daaraan) wordt.”

Wat dit met het geval Careyn te maken heeft? Is Careyn niet gewoon een voorbeeld van een bedrijf dat slecht draait omdat het te groot is geworden? PVV-kamerlid Fleur Agema denkt dat ook: “Dit is vooral heel verdrietig voor de bewoners en medewerkers die er alles aan doen om de dag door te komen. De bedrijfsvoering is verziekt. Groter is niet beter. Careyn moet worden opgeknipt in kleine locaties en opnieuw beginnen.’’ Slechte bedrijfsvoering kan best een reden zijn.

Laten we eens inzoomen op die bewoners en medewerkers waarvoor het verdrietig is. Sandel: “Maar aangezien er voor geld steeds meer te koop is – politieke invloed, goede medische zorg, verblijf in een veilig buurland in plaats van in een door misdaad geteisterde natie, toelating tot elitescholen in plaats van slecht presterende scholen – legt ook de verdeling van inkomen en rijkdom steeds meer gewicht in de schaal. (…) Dit verklaart waarom vooral gezinnen uit de lagere en de middenklasse het de laatste decennia zo moeilijk hebben gehad. De kloof tussen arm en rijk is dieper geworden en de commercialisering van het maatschappelijke leven heeft de pijn daarvan nog eens verscherpt.” 

Is de zorg niet een voorbeeld van die commercialisering van het maatschappelijke leven? Zouden de bewoners en het personeel aan de rijke kant van de kloof staan? Zou die rijke kant van de kloof ook de dupe worden van een eventuele ondergang van Careyn?

Grote verhalen

Gastcolumnist Kiza Magedane somt in zijn column in de Volkskrant een hele waslijst aan ‘ziekten’ op waaraan ‘wij’, de Nederlandse samenleving volgens diverse ‘meningenmensen’ zouden leiden. “Naast occidentofobie is Nederland aan nog meer dure sociale diagnoses rijk. Xenofobie, islamofobie, oikofobie, nanoracisme, cultuurmarxisme, homofobie, seksime, om maar een paar te noemen,” aldus Magedane. Vervolgens stelt hij zijn eigen diagnose: “De werkelijke ziekte waar wij misschien aan lijden is het einde van grote verhalen om al die verschillen in de Nederlandse samenleving te verbinden.” Een gebrek aan verbindende verhalen, dat klinkt mooi, als ‘we’ maar verhalen hebben die ‘ons allen’ verbinden.

Sandel

Wat waren dan die grote verhalen die ons allen verbonden waaraan een einde is gekomen? Waren dat de ‘socialistische veren’ die Wim Kok ooit heeft afgeschud. Hadden die veren niet te maken met concurrerende liberale en confessionele veren? Waren er naast die socialistische veren niet ook concurrerende communistische veren van verschillend pluimage? Waren er niet ook verschillende soorten liberale veren? En bestonden die confessionele veren niet uit katholieke en protestante die ook nog in verschillende ‘facties’ uiteen vielen. Kortom een ‘strijd’ tussen concurrerende, verbindende verhalen die voor een verdeelde samenleving zorgden.

Die verdeeldheid ligt inderdaad achter ons, die slag is voor nu gewonnen door het liberale markt verhaal waarin de vrijheid van het individu centraal staat. Dit beschrijft de filosoof Michael J. Sandel in zijn boek Politiek en moraal. Filosofie voor het publieke debat. Sandel behandelt de Amerikaanse situatie en constateert een schreeuwend gebrek aan inhoudelijk debat. Een debat waarbij waarden en normen centraal staan. In die ‘liberale vrijheid’ is het streven naar neutraliteit van de overheid: “De regering moet niet door middel van beleid of wetten een bepaalde opvatting van het goede leven onderschrijven: ze moet in plaats daarvan zorgen voor een neutraal raamwerk van rechten waarbinnen de burgers hun eigen waarden en doelen kunnen kiezen.” De politicus en bestuurder dient zijn waarden en opvattingen thuis te laten als hij naar zijn werk gaat wat voor technocratisch debat en beleid zorgt, waarin mensen zich niet herkennen. Een van de gevolgen hiervan is dat de rechter wordt ingeschakeld om normatieve uitspraken te doen, die eigenlijk aan de politici zijn. Iets dat Magedane ook in Nederland constateert:“Helaas zijn er nog geen concrete medicijnen tegen de geobserveerde sociale ziektes. Juridisering lijkt de enige uitweg.” Zou Sandels analyse van een ontbrekend inhoudelijk debat, ook op Nederland van toepassing zijn?

Opel Kadett

In het satirische programma Pisa dat Henk Spaan en Harry Vermeegen in de jaren tachtig maakten, gingen de beide heren op zoek naar de ‘gewone man’, die reed in een Opel Kadett en dus gingen ze achter Kadettrijders aan. Alleen hoe goed beide heren ook hun best deden, de chauffeur van de Kadett bleek nooit de gewone man te zijn. Bij het lezen van de kop waarmee de Volkskrant gisteren opende moest ik aan een Opel Kadett denken: “Nederlander beperkt vatbaar voor populisme.” Ik heb in het algemeen moeite met begrippen als ‘de Nederlander’, ‘het Volk’, ‘de consument’, ‘de belastingbetaler’ enzovoorts.

SONY DSCIllustratie: Wikimedia Commons

Slechts vijftien procent stemt uit frustratie en dat is een van de redenen dat ‘de Nederlander’ slechts beperkt vatbaar is voor populisme. Moet ik als Nederlander nu blij zijn? Moet ik blij zijn met ‘de Nederlander’ die uit volle overtuiging stemt op partijen die uit of in naam van de vrijheid het ene verbod na het andere willen? Moet ik blij zijn als ‘de Nederlander’ met volle overtuiging van de PvdA naar de PVV hopt en vervolgens naar de Partij voor de Dieren of de de ChristenUnie? Wat zegt dat over de geestesgesteldheid van ‘de Nederlander’? Leidt ‘de Nederlander’ dan niet aan ‘stemmingswisselingen’ of nog erger aan een meervoudigepersoonlijkheidsstoornis? Als dat laatste het geval is dan moet ‘de Nederlander’ zich zorgen maken want dan heeft hij mogelijk suïcidale neigingen en dat wordt lastig als er een kabinet met de ChristenUnie komt.

Wat als ‘de Nederlander’ gelijk is aan ‘de gewone man’ uit Pisa? Wat als we zoekende naar de Nederlander iedere Kadett aanhouden en we treffen die slechts ‘beperkt voor populisme vatbare’ Nederlander niet aan? Net zoals Henk en Harry nooit een ‘gewone man’ aantroffen. Zou het dan kunnen dat die Kadetts vol zitten met mensen die zeer vatbaar zijn voor populisme? Zou ik me dan meer of minder zorgen moeten maken dan in het geval dat ‘de Nederlander’ uit overtuiging zo wispelturig is?

Subsidiariteit par excellence

De jongeren van het CDA, bij monde van Lotte Schipper en Bart Bouwman, zien nog niet veel verandering in Europa sinds het Brexit referendum: “Hoewel deze week de onderhandelingen over de Brexit echt zijn begonnen, lijkt het signaal dat de Britten afgaven nog niet tot veel verandering te hebben geleid in Europa.” Daarom pleiten zij in Elsevier voor een andere Europa: “Een Europa waarin de machtsbalans dusdanig verandert dat de nationale parlementen en daarmee de inwoners van de EU weer aan het roer komen te staan.”  

ECFoto: Flickr

Het is in de Europese Unie fout gegaan omdat en :  “Sluipenderwijs (…) steeds meer nationale bevoegdheden (zijn) overgedragen naar de EU zonder dat er voldoende wordt gekeken naar het meest geschikte niveau voor de uitvoering van deze bevoegdheden.” En dat is geen goede zaak want: “volgens het subsidiariteitsbeginsel beslissingen het best zo laag mogelijk kunnen worden genomen.”  Om hier wat aan te doen zou er gewerkt moeten  worden met ‘rode kaarten’. Een andere suggestie is Europarlementariërs in de nationale parlementen verantwoording af laten leggen over hun stem gedrag. Worden de Europarlementariërs dan gekozen door de nationale parlementen? Een gekozene legt toch verantwoording af aan zijn kiezers? Ook: “moeten lidstaten als zij dat willen de afgestane bevoegdheden weer kunnen terugkrijgen. Zonder een drastisch besluit als een Brexit dus.”

Zo dat zijn nog eens stevige maatregelen die de CDA jongeren voorstellen. Toch even wat vragen aan de CDA-jongeren. Laat ik even aannemen dat jullie ‘subsidiariteitsbeginsel’ klopt en dat het werkelijk zo is dat beslissingen het beste zo laag mogelijk genomen kunnen worden. Want bij die aanname kun je natuurlijk ook vraagtekens plaatsen. Komen met de nationale parlementen de inwoners ‘echt weer aan het roer te staan? Als je menig inwoner mag geloven, dan weten ze in ‘Den Haag’ niet wat er bij ‘het volk’ speelt. Of zou de ‘Haagse kaasstolp’ die er nu is ineens verdwijnen door de maatregelen die de CDJA’ers voorstellen? Zou de kloof tussen burger en politiek ineens worden gedicht?

Wat is eigenlijk dat laagste niveau? Waarom zou dat het niveau van de nationale parlementen moeten zijn? Als het werkelijk zo is, zouden dan die beslissingen ook nog ‘lager’ genomen kunnen worden, in Provinciale Staten of de Gemeenteraden? Al krijgen ook die bestuurslagen het verwijt dat ze ‘ver van de burger’ staan. Of zou ik dat gewoon als individu mogen bepalen, want is dat niet het laagste niveau? Is dat immers niet ‘subsidiariteit par excellence?

Het gaat om ons!?

Beste heer Van Erven Dorens, ik zag uw gesprek met AD-columniste Ajari en de andere ‘tafelgenoten’. Ajari schreef in haar column in het AD dat de ramp met MH17 haar niets deed, dit in tegenstelling tot het ongeluk dat Ajax-voetballer Nouri trof. Zij vroeg zich af hoe het kon dat het ene haar raakte en het andere niet.

rouw

Foto: Pixabay

Een interessante vraag die best gesteld mag worden. Natuurlijk kan het stellen van de vraag via de vergelijking die Ajari maakt, mensen pijn doen. Dat maakt het nog niet verboden om die vraag te stellen. Het antwoord op die vraag is waarschijnlijk eenvoudiger dan menigeen denkt en heeft waarschijnlijk met nabijheid te maken. Waarom doen dertig dode Irakezen na een aanslag de gemiddelde Nederlander minder dan dertig dode westerlingen? Waarom wordt er na een aardbeving op het Griekse eiland Kos bij vermeld dat er geen Nederlanders onder de slachtoffers zijn? Zijn Nederlandse doden erger dan Belgen, Duitsers of Grieken? En ik moet eerlijk bekennen dat de ramp met het vliegtuig mij ook niet in diepe rouw dompelde. Ik vond het erg voor de direct betrokkenen, veel meer ook niet. Net zoals ik een dode bij een auto-ongeluk erg vind voor de nabestaanden. Ik werd niet overmand door diepe gevoelens van rouw. Ben ik dan harteloos? Als dat zo is, dan vraag ik me af waarom ik steevast moeite heb om mijn tranen te onderdrukken als ik een uitvaart bijwoon en ik hoor een van de nabestaanden over de overleden persoon spreken en wat die persoon voor hem of haar heeft betekend.

Om deze vraag en het antwoord gaat het mij echter niet. het gaat mij om een uitspraak die u in dit gesprek doet en wel de volgende: “Het gaat niet alleen om nabestaanden, het gaat ook om ons, een heel land.”  Beste meneer Van Erven Dorens, beweert u, door dit zo te formuleren, dat mevrouw Ajari niet bij die ‘ons’ hoort, dat zij niet bij ‘het hele land’ hoort? Dat zij niet bij Nederland hoort? Sluit u haar uit?

Wilt u in het vervolg namens uzelf spreken en misschien ook nog namens mensen die u hebben gemachtigd om namens hen te spreken. Nu doet u het voorkomen alsof u ook namens mij spreekt en dat doet u niet. Ik hoor niet bij uw ‘ons’.

Politiek en theater

Bij Joop een artikel van Boris van Ham de voorzitter van het Humanistisch Verbond, oud kamerlid voor D66 en acteur. Van Ham vergelijkt theater met politiek. Van Ham zag in zijn dagen als politicus: “dat sommige collega-politici achter de schermen zo onzuiver waren dat (hij zich) soms in een foute film waande.” Als acteur repeteerde hij teksten en de manier waarop ze uit te spreken en: “Ook een politicus kan voorafgaand aan een tv-verkiezingsdebat de oneliners repeteren, maar uiteindelijk zal ook hij worden afgerekend op de waarheid.” En terugblikkend concludeert hij: “En verdomd, ik stelde vast dat de collega’s om wie ik me tien jaar eerder zo boos maakte, bijna allemaal door de mand waren gevallen. Vroeg of laat wordt onwaarachtigheid ontmaskerd, zowel in het theater als in de politiek. Het oog van het publiek is genadeloos. En dat is maar goed ook.” 

Arendt

Gelukkig dat onzuivere politici door de mand vallen. Vallen ze wel door de mand? Is er wel een mand om door te vallen als politici hun eigen ‘waarheid en alternatieve feiten’ construeren en als delen van de bevolking die eigen ‘waarheid en alternatieve feiten’ voor waar aannemen? Politici die bijvoorbeeld spreken over een ‘moslimcomplot’ om de westerse wereld over te nemen, die beweren dat de klimaatverandering een Chinees verzinsel is en andere ‘complottheorieën. Theorieën die: “een leugenachtig consistente wereld voor de geest (roepen), die beter beantwoordt aan de noden van de menselijke geest dan de werkelijkheid zelf; een wereld waarin de ontwortelde massa’s zich dankzij pure verbeelding, thuis kunnen voelen en waarin hun de steeds terugkerende schokken van het werkelijke leven en de reële ervaring bespaard blijven.” Een citaat uit Hannah Arendts boek Totalitarisme.

In dit boek beschrijft Arendt de oorsprong en dynamiek van totalitaire systemen van Hitler-Duitsland en de Sovjet Unie onder Stalin. Deze totalitaire propaganda zoals Arendt het noemt, is superieur aan andere propaganda omdat: “haar inhoud, alleszins voor de leden van de beweging, geen objectieve kwestie meer is, waarover mensen een opinie kunnen hebben, maar een wezenlijk element van hun leven, even onbetwistbaar als de tafels van vermenigvuldiging.”

Zou een politicus die: een fictieve wereld, die de massa beschutting biedt,” door de mand vallen? Zijn Hitler en Stalin door de mand gevallen omdat  het oog van het publiek genadeloos is, of heeft dat publiek: “de beweging als een slechte weddenschap in alle stilte opgeven en uitkijken naar een andere beloftevolle fictie, of wachten tot de voormalige fictie opnieuw voldoende sterk geworden is om een andere massabeweging op te richten”? In ieder geval is het aan te bevelen om Arendts boek te lezen.