Gelijkheid en geweld

Een tijd geleden las ik het boek De kunst van het vreedzaam vechten van Hans Achterhuis en Nico Koning. Een boek waarin de schrijvers  oorzaken van geweld en de manier waarop de mens geweld door de eeuwen heen heeft beteugeld, onderzoeken. Zij zien gelijkheid als een van de belangrijkste oorzaken van geweld.

Als de beteugeling van geweld van boven komt, dan is er, volgens hen, sprake van een verticale beschavingsorde. Dit was eeuwen lang de manier om het onderling geweld in een clan, stam, dorp, stad of rijk te beteugelen. Beteugelen door ongelijkheid aan te brengen. Het gezag kwam van boven en werd uiteindelijk gesanctioneerd door een god of de goden. In sommige culturen werd aan de hoogste leider zelfs een goddelijke status toegekend. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Egyptische farao’s maar ook de Chinese en Japanse keizers. Dit zorgde voor stabiliteit en meestentijds voor interne vrede, meestentijds maar niet altijd. Rebellie tegen een heerser betekende dan vaak ook rebellie tegen de heersende godsdienst en dat zorgde voor een flinke drempel. Maar te brute uitoefening van gezag, het ontstaan van een concurrerende religie, ideologie of identiteit of langdurige onvrede over de manier waarop de macht wordt uitgeoefend, waren en zijn de drie hoofdoorzaken waarom mensen in opstand komen.

vreedzaam-vechten

Wat zien we als we naar onze huidige westerse samenleving kijken? Dan zien we dat gelijkheid samen met vrijheid de basis vormt van die samenleving. Onze samenleving kent, in de woorden van Achterhuis en Koning een horizontale beschavingsorde. De orde wordt niet van bovenaf afgedwongen en gesanctioneerd, dat kan immers niet tussen gelijken. De eerste artikelen van onze grondwet handelen over gelijkheid en vrijheid. Als gelijkheid een van de belangrijkste oorzaken van geweld is, zoals de auteurs beweren, hoe komt het dan dat onze samenleving die is gebaseerd op gelijkheid, toch relatief vreedzaam is? Volgens de auteurs is dit een gevolg van een proces van modernisering. Een proces dat ervoor heeft gezorgd dat in de westerse wereld de verticale ordening is vervangen door horizontale vormen van beschavingsordening. We hebben manieren gevonden om zonder de hiërarchie toch geweld te beteugelen. Hierbij moeten we denken aan beschavingsordening via: “… de rechtsorde, de marktorde, de wetenschap, de sport, de overlegcultuur en de democratische procedures.” Dit zijn manieren om de gevaren van gelijkheid te beteugelen en beheersen.

Laten we eens wat verder kijken? Lijkt er dan niet een vorm van verticale ordening te groeien in onze samenleving die horizontaal van aard is? Kijken we naar de marktorde dan zien we dat hier onder invloed van het neoliberalisme een verticale ordening te ontstaan tussen rijk en arm. De groeiende tweedeling tussen tussen de 1% en de overige 99%, zoals Joseph Stiglitz het noemt in zij  boek The Price of Inequality noemt, lijkt die richting op te wijzen. En voor wat betreft de Verenigde Staten toont Stiglitz aan dat die 1% ook de rechtsorde, de (economische en sociale) wetenschap, en de democratische procedures naar hun hand aan het zetten zijn. Barber noemt het in Consumed. How Markets Corrupt Children, Infantilize Adults & Swallow Citizens Whole het ‘consumer capitalism’ en komt tot eenzelfde conclusie.

Kijken we naar de politieke discussie dan is er steeds sprake van ‘elite’ en ‘volk’ die tegenover elkaar staan. Al is niet duidelijk wie  wanneer tot ‘volk’ of ‘elite’ behoort. Het denken in ‘elite’ en ‘volk’ is dat niet denken in verticale structuren? En als we kijken naar verschillende migranten, in hoeverre kennen de landen waaruit de migranten zijn geëmigreerd een verticale ordening? Zou dat een reden kunnen zijn voor wrijving tussen migrant en ‘land van aankomst’?

Een westerse wereld met een horizontale ordening en nu lijkt er onder de grote druk van de markt een nieuwe verticale ordening te ontstaan. Wat zou dat voor de westerse samenleving betekenen?  Achterhuis en Koning laten zien dat dit knellen in het verleden vaak gepaard gingen met veel geweld tenzij andere factoren een dempend effect hadden. Zou de manier waarop solidariteit of, zoals ik eerder schreef, empathie en compassie wordt vormgegeven niet een belangrijke ‘geweldsdempende’ factor kunnen zijn?

Verslaafd en borderline

Een van de opdrachten bij de Jeugdwet die per 1 januari 2015 van kracht werd, is zoveel mogelijk proberen te normaliseren. In plaats van de jeugdige uit zijn omgeving te lichten en hem te ‘behandelen’, moet gekeken worden hoe de jeugdige met zijn omgeving kan omgaan én de omgeving met de jeugdige. Of zoals in de memorie van toelichting beschreven staat:”Aan dit wetsvoorstel ligt de visie op de pedagogische civil society ten grondslag waarin ieder kind een veilige omgeving om zich heen heeft, waarin de school, de naschoolse opvang, de sportclub en de buurt een belangrijke rol spelen. Investeren in een positieve opvoeding, talentontwikkeling, een succesvolle schoolloopbaan en doorstroom naar werk ligt aan de basis van welbevinden, economische zelfstandigheid en democratisch burgerschap. Algemene jeugdvoorzieningen zoals de kinderopvang, de jeugdgezondheidszorg, scholen, sportclubs, buurthuizen, jongerenwerk en vrijwillige inzet dragen bij aan een positief opgroei- en opvoedklimaat.” De wetgever wil dat de samenleving problemen met jeugdigen zoveel mogelijk oplost. Dat is een nobel streven en daar kan niemand iets op tegen hebben. In ’t Schaep met de 5 pooten werd immers al gezongen: “We benne op de wereld om mekaar om mekaar om mekaar om mekaar te helpen, nietwaar?”

DSM V

Wat als de Belg, Dirk de Wachter, gelijk heeft? Hij vergelijkt in zijn boek ‘Borderlinetimes. Het einde van de Normaliteit’ onze samenleving met de stoornis Borderline: “BPS of Borderline Personality Disorder is ‘een diepgaand patroon van instabiliteit en intermenslijke relatie, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties… .” Hoe normaal is de samenleving?

De bijbel voor psychische of psychosociale stoornissen de DSM V bevat naast borderline ook verslaving als stoornis. Iemand is verslaafd als hij drie of meer van de volgende zeven kenmerken vertoont binnen twaalf maanden:

  1. Tolerantie treedt op, dat wil zeggen dat er steeds meer van het verslavende middel nodig is om het gewenste effect te bereiken of dat steeds minder effect optreedt bij het gebruik van eenzelfde hoeveelheid van het verslavende middel;
  2. Er treden ontwenningsverschijnselen op, specifiek voor dat middel, of er worden gelijksoortige middelen genomen om de ontwenningsverschijnselen het hoofd te bieden;
  3. Het middel wordt in steeds grotere hoeveelheden genomen, over een langere tijd dan eigenlijk de bedoeling was;
  4. Er is de drang om te stoppen met het middel, verschillende (mislukte) pogingen zijn ondernomen om te stoppen, te minderen;
  5. Veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van het middel en/of het gebruiken van het middel;
  6. Belangrijke sociale activiteiten, werk en/of vrijetijdsbesteding worden opgegeven of verminderd voor het middelengebruik;
  7. Ook al weet de persoon dat het middel dat wordt genomen zorgt voor fysieke of psychologische aandoeningen of verslechtering daarvan, hij of zij blijft doorgaan met het gebruik ervan.

De DSM V is er om een individu te beoordelen, maar wat als de samenleving langs deze kenmerken wordt gelegd. Economische groei is de norm en die groei moet het liefst stevig en robuust zijn. Als de groei een half procent is dan noemen we het zwakke groei en we vergelijken ons altijd met landen die een hogere groei hebben. Die doen het beter. Met een beetje fantasie kun je beweren dat onze samenleving aan het eerste criterium voldoet.

Als de economie krimpt, dan ontstaat paniek en slaat de stress toe. Ook het tweede kenmerk, de ontwenningsverschijnselen, lijkt van toepassing.

Hoe hoger de groei, hoe beter het wordt beoordeeld. Groei wordt beoordeeld in vergelijking met andere landen en andere perioden. Het streven is daarbij om het beter te doen. Ik ben geen psycholoog en kan daarom niet goed beoordelen of daarmee wordt voldaan aan het derde kenmerk.

Het vierde kenmerk is slechts bij een klein deel van de samenleving te herkennen en nog zeker niet doorgedrongen tot politici en bestuurders. De samenleving zit nog in de ontkenningsfase: nee, wij zijn niet verslaafd. Economische groei staat centraal in politiek en beleid. In  verkiezingstijd komt dit bijvoorbeeld tot uiting en gaat het debat vooral over een paar tienden meer of minder economische groei bij het uitvoeren van de maatregelen uit de verkiezingsprogramma’s. Hierbij vervult het Centraal Plan Bureau de rol van ‘onafhankelijk scheidsrechter’. Alsof de modellen die hierbij worden gebruikt vrij van waarden en interpretaties zijn. Dus ja, veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van economische groei en daarmee aan het vijfde kenmerk.

Als het daarbij tegenzit, dan moet er worden bezuinigd en dat gebeurt vooral op zaken waarvan het economische rendement lastig tot niet te berekenen is, zaken zoals cultuur, sport en natuurbeheer. Zaken die wel belangrijk zijn voor het functioneren van een samenleving (zesde kenmerk).

Ook is bij een groot deel van de samenleving inmiddels het besef doorgedrongen dat we, het voor ons overleven zo belangrijke milieu, schoon water, schone lucht, schone bodem, de vernieling in helpen als het zo door gaat. Dat de grondstoffenvoorraad zo snel wordt uitgeput dat het leven van onze kinderen en kleinkinderen in gevaar komt. Het besef is er maar het wordt nog steeds verdoofd door het geloof in het technisch vernuft, de technologische ontwikkeling zal de reddende engel zijn en voor alle problemen oplossingen vinden.

Kan de conclusie worden getrokken dat onze samenleving niet alleen aan borderline lijdt, maar ook nog verslaafd is? Zouden de problemen met de jeugdigen voor een deel niet een gevolg kunnen zijn van deze ‘ziekte’ van de samenleving?

Trouw aan een land

Bij The PostOnline bekritiseert columnist Ralph Posset cultuurhistoricus en oud-hoogleraar Gerard Rooijakkers. Volgens Rooijakkers zorgen de sterke familiebanden ervoor dat Turken loyaal blijven aan Turkije. Volgens Posset is dit: “een absoluut kulargument. Je bent niet trouw aan een land dat in jouw ogen slecht voor jouw familie zorgt. … Het heeft er alles mee te maken dat men wel met voeten in de Nederlandse klei staat maar dat hun hart nog steeds klopt voor het Ottomaanse rijk.”  Een land dat je familie slecht behandelt, is je trouw niet waard. Een interessante redenering van Posset.

trouw aan je land

Illustratie: www.considerati.com

Laten we eens met de redenering van Posset naar de Nederlandse situatie kijken. Als een land slecht slecht voor jou en de familie zorgt, dan verdient dat land je trouw niet. Zou het kunnen dat velen die in dit land ‘allochtoon’ worden genoemd en zo met woorden buiten de samenleving worden gezet, niet zo’n warme band hebben met Nederland? Als je steeds te horen krijgt dat er nog iets schort aan je ‘inburgering’. Als je steeds wordt aangesproken op, en je moet distantiëren van het gedrag van anderen die tot ‘dezelfde groep’ behoren. Als je als groep en probleem wordt gezien en niet als individu. Zou je dan de indruk kunnen krijgen dat dat land ‘slecht voor je zorgt’? Zou je je dan af kunnen vragen of dat land je ‘trouw’ wel waard is?

Zou het dan kunnen dat je hart meer klopt voor een land dat jij ooit hebt verlaten? Of zelfs een land dat je ouders of grootouders ooit hebben verlaten? Een land dat je alleen maar kent van die jaarlijkse vakantie als iedereen blij is elkaar weer te zien en alles leuk lijkt. Een land dat je verder kent van de televisiezenders uit dat land. Televisiezenders die, net als de Nederlandse, een vertekend beeld van de werkelijkheid geven. Een land dat je hierdoor warmere gevoelens bezorgt dan het land waar je woont.

Zou de redenering van Posset, dat een land dat slecht voor je is, je trouw niet waard is, een kern van waarheid bevatten? Met dat verschil dat het land niet Turkije is, in het voorbeeld van Posset, maar Nederland?

De jaren zestig revisited

Tot 31 augustus mogen personen die ‘niet correct gekleed, met respect voor moreel gedrag en secularisme, hygiëne en veiligheid’ de stranden niet op.” Een uitspraak van een Franse burgemeester zo lijkt uit een artikel bij Elsevier. Als we het woord ‘secularisme’ weglaten, zou het zo een uitspraak kunnen zijn van een burgemeester uit de jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw of nog eerder.

BadmodeIllustratie: www.zwemkleding.nl

Een tijd dat mensen steeds schaarser gekleed genoten van zon, zee en strand. De tijd toen de bikini haar intrede deed en nog wat later het topless of zelfs naakt zonaanbidden. Bloot was immers aanstootgevend, niet hygienisch en zou de veiligheid van de persoon in kwestie of van anderen op het strand kunnen schaden. Een aantasting van de morele waarden.

Het is echter een uitspraak van een Franse burgemeester in 2016. Hij gebruikt dezelfde argumenten om bedekt zonaanbidden en zwemmen in een boerkini te verbieden. Als bedekt nu niet hygienisch, veilig en moreel correct is, betekent dan dat bloot het wel is?

Of zit de crux juist in dat ene extra woord secularisme? Maar als het seculiere karakter van openbare stranden in het geding is, worden dan ook kettinkjes met kruizen verboden? Zwemmen met een keppeltje? In het openbaar op het strand bidden voor een maaltijd? Het luiden van de aanpalende kerkklok? Wordt dan ook de zonderling die het woord van de Heer verkondigt, de toegang tot het strand ontzegt? Mogen de oude (of jonge) nonnetjes in hun habijt dan ook niet meer over het strand lopen? Erg lastig wordt het dan met getatoeeerde religieuze symbolen, zouden die dan juist wel bedekt moeten worden? Dit zijn immers ook allemaal daden die ‘het seculiere karakter, van de openbare ruimte aantasten. Als secularisme de crux is en het beperkt zich tot de boerkini, is er dan niet sprake van ongelijke behandeling?

Nu zou ik niemand willen adviseren om in een boerkini te gaan zwemmen, sterker nog, ik zou niemand willen adviseren hoe hij zich moet kleden. Behalve als die persoon het me direct vraagt. En zou een overheid dat al helemaal niet moeten doen? Zijn we vergeten dat het verzet van de burgemeesters uit de vorige eeuw tegen de bikini vergeefs was? Dat het juist sterker verzet opriep? Net zoals het verzet tegen lange haren, juist meer langharigen opleverde?

Zou het met moslims niet hetzelfde zijn? Dat hun geloof zo hun identeit wordt in plaats van een onderdeel van hun identiteit?

Grensland

Bij de Correspondent doet Rob Wijnberg een interessante exercitie. Hij stelt de vraag wat er overblijft van Nederland als er geen buitenland zou zijn. De top veertig zou een groot deel van de liedjes verliezen. We hadden geen tulpen. Van het Nederlands elftal zouden maar vier spelers overblijven. En zo gaat hij nog even door. Nederland is, zoals hij terecht constateert, een: “resultaat van een immer voortdurende uitwisseling met de wereld om ons heen.”

BelgieIllustratie: stamboombernaards.nl

Dit riep bij mij de vraag op of er zonder buitenland wel een landsgrens zou zijn? Een grens is immers een duidelijke afbakening van ‘binnen’- en ‘buiten’land. Bestaat het binnenland daarmee niet juist bij de gratie van het buitenland? Ontstaan grenzen niet juist door botsingen? Botsingen waarbij vreedzaam of met geweld (oorlog) tot een overeenkomst wordt gekomen. Een overeenkomst met een tijdelijk karakter: immers tot het conflict weer oplaait.

Geboren in het Limburgse Velden en wonend in Venlo ben ik Nederlander. Als het iets anders was gelopen was ik Belg geweest. Als de eisen van de Belgen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog waren ingewilligd, dan was Limburg naar België gegaan. En als in 1839 de werkelijke situatie was bestendigd, dan had Limburg (op Maastricht na) toen al bij België gehoord.

Met hetzelfde gemak, was ik Duitser geweest. De grens tussen het koninkrijk der Nederlanden en Pruisen (dat toen de baas was in het Duitse Rijnland) is bepaald met de kanonskogel. Met een kanon mocht je de boten op de Maas niet kunnen raken. Waren de kanonnen iets minder ontwikkeld, dan was ik wellicht in Duitsland geboren. Hadden ze iets verder geschoten, dan was Nederland groter geweest. Had Nederland na de Tweede Wereldoorlog zijn zin gekregen, dan was dat zeker het geval geweest. Dan lag Venlo nu redelijk centraal in het land. Nederland wilde immers het gebied tot aan de Rijn als herstelbetaling.

En wie weet wat de toekomst brengt. Het lijkt absurd, maar waarom zou een Lexit (Limburg dat zich van Nederland afscheidt) niet ooit werkelijkheid kunnen worden? En wellicht gevolgd door een Vexit, Venlo dat zich van Limburg afscheidt? Want is ook een land zelf niet, om Wijnberg weer aan te halen, het: “resultaat van een immer voortdurende uitwisseling met de wereld om ons heen”?

Wij …, zij en de ‘Hollandse droom’?

Als je voor een dubbeltje geboren bent, kun je nog steeds een kwartje worden, dat is de ‘Hollandse droom’ en die bestaat aldus de PvdA en de VVD. Zo valt in de Telegraaf te lezen. Voor iedereen onder de twintig jaar: een dubbeltje was een munt van tien cent en een kwartje een van vijfentwintig cent toen we in Nederland nog betaalden met de gulden. De twee partijen maken zich zorgen over de toegenomen spanningen en polarisatie in de Nederlandse samenleving. Om te voorkomen dat het ontspoort vinden de beide partijen dat er een sterk ‘wij’ gecreëerd moet worden.

stamFoto: www.goal.com

Volgens de partijen creëer je het ‘wij’: “door tegenstellingen weg te halen en scherp te definiëren wat je verwacht van mensen in dit land.”  Wat, behalve dat ze zich aan de wet houden, zijn dan de zaken die we van ‘mensen in dit land’ mogen verwachten? Is dat het aantal ‘koekjes bij de koffie’? Of dat ‘buren elkaar helpen’ zoals in de taalcursussen voor anderstaligen  wordt gesuggereerd? Dat we allemaal een oranje shirt aandoen als het Nederlands elftal voetbalt? Een strafschop missen op een belangrijk moment? Wat zijn die verwachtingen die ‘wij’ van elkaar hebben? Zonder dit in te vullen blijft het een loze ‘wij’? Dus PvdA en VVD: invullen die verwachtingen!

Of is dat een probleem, omdat jullie andere verwachtingen hebben? En wellicht zijn er anderen die weer andere verwachtingen van die ‘wij’ hebben. Zo zullen er mensen zijn die ‘verwachten’ dat die ‘wij’ vrij is van moslims en mij lijkt dat jullie partijen dat toch anders zien.

Als het jullie toch lukt die verwachtingen in te vullen en dus aan te geven waaraan ‘wij’ te herkennen zijn, creëren jullie dan niet meteen een probleem? Want maak je door ‘wij’ te definiëren, niet meteen ook duidelijk waaruit het ‘niet wij’ in goed Nederlands het ‘zij’ bestaat? Staat dan die ‘wij’ niet meteen tegenover die ‘zij’? En zou dat voor spanningen zorgen? Zou dat bijdragen aan polarisatie? Zou dan jullie ‘Hollandse droom’ ook een ‘nachtmerrie’ kunnen worden?

Is die ‘wij’ niet al gedefinieerd? Heeft de wet niet al bepaald wie die ‘wij’ zijn? Namelijk iedereen met een Nederlands paspoort?

Zelfredzame overheid

Zelfredzaamheid. Een woord dat tegenwoordig een centrale rol vervult in overheidsland. We zijn een ‘participatiesamenleving’ een samenleving waarin iedereen meedoet en zichzelf moet redden. Eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid zijn woorden die hierin centraal staan. Zijn er ook samenlevingen waarin niet iedereen meedoet? Dat er aan die zelfredzaamheid het een en ander schort blijkt uit de vele mensen die aanspraak maken op de schuldhulpverlening. In een artikel in de Volkskrant pleit WRR-onderzoeker Will Tiemeijer voor overheidsbeleid dat rekening houdt met  mensen die niet aan de: “veel te hoge verwachtingen heeft van de financiële zelfredzaamheid van mensen,” die de overheid heeft, voldoen.

Sennett

Een prachtig woord zelfredzaam, wie wil het niet zijn? Wie wil er afhankelijk zijn van de goedertierenheid van anderen? Net zoals eigen verantwoordelijkheid, wil er niet zelf verantwoordelijk zijn? Toch wringt er iets.

Laatst las ik het boek De cultuur van het nieuwe kapitalisme van Richard Sennett weer eens. Een boek waarin Sennett, zoals de achterkaft vermeldt: “een haarscherp en genadeloos beeld (geeft) van hoe de nieuwe economie ingrijpt in ons dagelijks leven.” Hij beschrijft hoe bedrijven veel verwachten van hun medewerkers. Werk is gefragmenteerd, veel losstaande activiteiten en dat vraagt veel van medewerkers. De bedrijven verwachten ‘zelfdiscipline zonder afhankelijkheid’. Klinkt dat niet verdacht naar ‘zelfredzaamheid’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’? De cultuur van ‘het nieuwe kapitalisme’ is ook de cultuur achter het overheidsbeleid.

Sennett ziet een risico en waarschuwt op pagina 52: “Maar het is helemaal niet zo onschuldig de zelfredzaamheid te prijzen. Het bedrijf hoeft dan niet meer na te denken over zijn eigen verantwoordelijkheid jegens de werknemer.” Cru geformuleerd, de bedrijven nemen hun ‘eigen verantwoordelijkheid’ niet. Zou dat dan ook opgaan voor de overheid? Neemt de overheid haar verantwoordelijkheid in onvoldoende mate en is zij daarom niet zelfredzaam? Een interessante vraag.

In de retoriek legt de overheid de nadruk op wat zij van de burgers verwacht. Net zoals de bedrijven aangeven wat zij van werknemers verwachten. Zou de overheid niet haar verantwoordelijkheid moeten nemen en zelfredzaamheid moeten tonen door duidelijk aan te geven wat zij doet en wat de burgers van haar kunnen verwachten?

Om John F. Kennedy te parafraseren: “Ask not what your citizens can do for you, but what you do for your citizens!”

‘Bountykeurslijf’

In de Volkskrant een uitgebreid artikel over de strategie van de partij Denk. Je moet het ze nageven, de twee mannen van Denk, ze komen goed in het nieuws. Sterker nog, voor hun achterban maken ze zelf het nieuws. Als volleerde Vloggers geven ze zelfs Rutger Castricum van Powned een koekje van eigen deeg.

BountyIllustratie: www.youtube.com

In het artikel in de Volkskrant komt het woord ‘bountykeurslijf’ voor dat de twee kamerleden van Denk hanteren. En de bounty die zij bedoelen, is niet het schip van de muiterij maar de reep: chocola van buiten en witte kokos van binnen. En ‘gekleurde’ kamerleden van andere partijen voldoen hier ook aan: ze zijn gekleurd maar handelen ‘in strijd’ met wat je, in de ogen van Denk, van die kleur mag verwachten. Moet je, zoals in het voorbeeld in het artikel, als moslim instemmen met een voorstel om de dag dat de ramadan afloopt geen stemmingen in de Tweede Kamer te houden?

Het ‘bountykeurslijf’ is van eenzelfde orde als de ‘witte onschuld’. Het zijn beschuldigingen waartegen je je niet kunt verdedigen. Hoe kun je het ‘bountykeurslijf’ afleggen? Wanneer heb je geen last meer van ‘witte onschuld’? Wie bepaalt wat het juiste handelen is bij een kleur als dat er al is? Hoe kun je aantonen dat je mening niets met je kleur te maken heeft? Heeft Denk het monopolie op het bepalen welk gedrag en welke opvattingen bij welke kleur horen? Wie bepaalt of je als ‘witte’ de ‘witte onschuld achter je hebt gelaten?

Is het niet heel gemakkelijk om dergelijke begrippen te gebruiken? Gemakkelijk omdat je dan een inhoudelijk gesprek uit de weg gaat? Is het niet een voorbeeld van luiheid en goedkope scoringsdrift? Of nog sterker, getuigt het niet van intellectuele armoede?

Wordt de democratie en de samenleving niet een slechte dienst bewezen door deze manier van mensen in de hoek zetten?

Vrij is verbonden

Geachte mevrouw Hiwat-Kortstam, beste Charlene, ik heb u beloofd om vandaag ergens op terug te komen. U schrijft: “Hoe bijzonder iets als vrijheid is, wordt duidelijk zodra ik me realiseer dat we dat nog steeds niet volledig zijn. Echt vrij bedoel ik dan.” Terug te komen met de vraag hoe u denkt dat volledige vrijheid eruit ziet?

Gloria-Wekker

Foto Gloria Wekker: www.nieuwwij.nl

Zijn we echt vrij als: “…er geen sprake is van racisme of discriminatie, in welke zin dan ook. Dat je als mens gewoon kunt ‘zijn’, zonder dat je je daarvoor hoeft te verontschuldigen”?  Of om het door te vertalen naar mijn situatie, zonder dat ik het gevoel krijg dat ik me moet verontschuldigen voor wie ik ben, een blanke man van middelbare leeftijd. Verontschuldigen dat ik jou het gevoel geef dat ik je stereotypeer en het gevoel geef dat je: “twee keer zo hard moet werken voor een gemiddeld resultaat.”  Dus dat ik er gewoon mag zijn zonder gestereotypeerd te worden als iemand met, om Gloria Wekker aan te halen: “een zelfflaterend zelfbeeld.” Een zelfbeeld van witte onschuld. Kan ik er wat aan doen dat ik als witte man ben geboren? U kunt er ook niets aan doen dat u als zwarte vrouw bent geboren. Zonder, zoals ik ook al aan Mitchell Esajas heb geschreven, me in een hoek gezet te voelen. Een hoek waaruit ik niet kan ontsnappen omdat ik nu eenmaal die witte man blijf. Het enige wat verandert, is die middelbare leeftijd.

Beste Charlene, van mij hoeft u niet twee keer zo hard te werken. U hoort erbij en u mag er zijn. Ik wil samen met u, Mitchell Esajas, Gloria Wekker en anderen die er iets aan willen doen, strijden tegen alle vormen van ongelijke behandeling en ongelijkheid. Dat kan alleen als u mij als mens ziet, als individu. Niet als een wandelend “cultureel archief” om een term van Gloria Wekker te gebruiken.

Als ons dat lukt dan wordt de wereld een stuk prettiger om in te leven omdat we dan echt samenleven. Zijn we dan echt vrij? Of zijn we dan nog steeds gebonden of beter, verbonden? Verbonden aan elkaar omdat we deze aarde delen? Verbonden omdat we samenleven en er voor elkaar zijn? Als u dat met ‘volledig vrij’ bedoeld, dan zijn we volledig vrij. Voor mij is volledig vrij iets anders, het is een stille, kille wereld van niet verbonden individuen.

Om Schopenhauer aan te halen: “Geheel zichzelf zijn mag men slechts, zolang men alleen is; wie dus niet van de eenzaamheid houdt, houdt ook niet van de vrijheid, want slechts wanneer men alleen is, is men vrij.”

Verantwoordelijkheid nemen

“Vrijheid heeft voor de Afro-Nederlander een andere betekenis, althans: voor mij zeker. In de eerste plaats gaat het over de wisselende rol tussen slachtoffers en daders en de hypocrisie van Nederland.” Dit schrijft Charlene Hiwat-Kortstam, hoofdredacteur van Ethnics.nl op de opiniesite Joop. Hypocriet is Nederland als het gaat om haar verleden als ‘slavenhandelaar en -houder’. Hiervoor heeft Nederland nooit haar verantwoordelijkheid genomen alhoewel het ieder jaar de kans krijgt hiertoe, aldus Hiwat-Kortstam.

SlavernijFoto: www.flickr.com

Geachte mevrouw Hiwat-Kortsstam, beste Charlene, slavernij bestond al ver voordat Nederland in zijn huidige vorm op het wereldtoneel verscheen. Slavernij was ook niet iets typisch Nederlands. Over de hele wereld trof men slaven aan en dus slavenhouders. Wellicht bent u bekend met het feodale stelsel. Ook dat stelsel was gebaseerd op een vorm van slavernij, alleen heetten de slaven horigen of lijfeigenen. Aan het lijfeigenschap is geleidelijk een einde gekomen. In Rusland hield dit het langste stand, daar werd het in 1861 afgeschaft. Dat afschaffen gebeurde door de verantwoordelijke, de hoogste landheer. Nam die daarmee zijn verantwoordelijkheid voor iets wat in toenemende mate als een misstand werd ervaren? Ook het houden van slaven werd in hetzelfde tijdsgewricht, door steeds meer mensen gezien als een misstand die moest worden beëindigd. Als hoogste gezag was de Nederlandse regering hiervoor verantwoordelijk en zij nam die verantwoordelijkheid door de slavernij in 1863 te verbieden en af te schaffen.

Uit uw betoog begrijp ik dat u meer wilt. Wat betekent verantwoordelijkheid nemen voor u? Wat wilt u dat de Nederlandse overheid doet? Wanneer heeft zij in uw ogen haar verantwoordelijkheid genomen voor de slavernij? U schrijft dat: “…de sporen van de slavernij iedere dag opnieuw zichtbaar (zijn) voor iedereen die ze wil zien of iedereen die ze ervaart.” En : “Vrijheid zou moeten betekenen dat er gelijke kansen zijn op het gebied van scholing en het vinden van een baan. Het zou moeten betekenen dat iemand niet door autoriteiten wordt beoordeeld op de kleur van zijn of haar huid en om die reden gecontroleerd wordt. Vrijheid betekent voor mij dat er geen sprake is van racisme of discriminatie, in welke zin dan ook. Dat je als mens gewoon kunt ‘zijn’, zonder dat je je daarvoor hoeft te verontschuldigen.” Wat zijn die sporen? Ik zie ongelijke behandeling van mensen, niet alleen vanwege een huidskleur. Ongelijke behandeling van mensen met een kleur, een hoofddoek, van mensen boven een bepaalde leeftijd, van werklozen en bijstandsgerechtigden, van het denken dat de mens ziet als grondstof, een ‘loonslaaf’ en nog veel andere vormen. Het lijkt mij dat wij daar samen wat aan moeten doen, daar zijn wij nu verantwoordelijk voor en die verantwoordelijkheid moeten wij nu nemen.

Pas dan zullen wij maximaal vrij zijn. Niet volledig vrij, daar kom ik morgen op terug. Tot morgen!