Culturele toe-eigening

Ooit, heel lang geleden vond iemand het wiel uit. Zijn naam is niet bekend. Zo is er ook iemand geweest die is begonnen met het winnen en gebruiken van ijzer. De drukpers werd door Gutenberg uitgevonden, James Watt de stoommachine. Allemaal uitvindingen die een stroom aan nieuwe producten en ontwikkelingen mogelijk maakten.

culturele-toe-eigeningFoto: www.newstatesman.com

Die ontwikkeling kon alleen op gang komen omdat anderen konden voortborduren om de initiële ontdekking van de uitvinders. Pas als de uitvinding wordt gedeeld kan er worden doorontwikkeld. Hetzelfde geldt ook voor wetenschap, filsofie, kunst, muziek, literatuur. Ook daar is sprake van voortbouwen en voortontwikkelen op het werk van anderen. En ook radicaal afzetten tegen het voorgaande, zoals de punk eind jaren zeventig zich afzette tegen de gelikte muziek van die tijd, kan alleen op de schouders van degenen die vooraf gingen. Zij vormen de inspiratiebronnen. Logisch toch?

Tegenwoordig niet meer voor iedereen. Tegenwoordig zijn er mensen die inspiratiebronnen voor zichzelf willen houden. Nou ja voor zichzelf, voor mensen met eenzelfde kleur of etnische achtergrond. De eerste rappers waren Afrikaans-Amerikanen, volgens deze mensen is rap dus zwart en kunnen alleen zwarten deze muziek met het juiste gevoel en respect gebruiken. Anderen moet er daarom van af blijven. Een blanke schrijver die een Chinees opvoert, dat kan niet. Een blanke kan zich immers niet inleven in een Chinees en weet niet hoe het is om Chinees te zijn tussen de blanken. Zet geen indianentooi op als je geen Indiaan bent, je weet immers niet waar die voor staat. Volgens deze mensen mag deze ‘cultural appropriation’ of in goed Nederlands ‘culturele toe-eigening’, niet.

Zouden deze mensen dan ook geen gebruik meer maken van een auto? De verbrandingsmotor aan de basis van de auto was immers een uitvinding van blanke Duitsers en Fransen. Boeken drukken, niet doen als kleurling, Gutenberg was immers blank! Willen ze ook stoppen met voetballen? Dit is immers een Engelse uitvinding. Laten ze het denken van Aristoteles, Kant, Marx, Smith of Mill links liggen omdat het blanken waren? Zouden ze het driedelig pak weren?

Absurd? Ja, want een dergelijke manier van denken blokkeert ontwikkeling.

Krenten en de pap

Jubilerend Volkskrantcolumnist Frank Kalshoven besteedt zijn column Het spel en de knikkers aan de vraag van de kersverse nobelprijswinnaar Ben Feringa om meer geld, liefst één miljard euro, voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Dat is onderzoek waarvan het nog maar de vraag is of, en zo ja wat het ooit aan nuttigs oplevert. Dergelijk onderzoek is internationaal en reslutaten ervan zijn openbaar.

krentenFoto: www.qualitynuts.be

Waarom zou je daar geld in steken? Jij stopt er geld in en iedereen kan de revenuen ervan plukken. “Platte kostencalculatie leert dat het dan voordelig is om die andere landen de kosten te laten dragen van dat fundamentele onderzoek, en zelf alleen geld uit te geven aan het toepassen van de elders ontwikkelde kennis.” In het kort, laat anderen die dure initiële investering doen, als er iets met potentie uitkomt, dan springen we erop. De krenten uit de pap halen dus. Maar om er krenten uit te kunnen halen, moet er wel pap zijn. Iemand moet in fundamenteel wetenschappelijk onderzoek investeren. Wat als iedereen deze redenering volgt? Als iedereen zit te wachten op de krenten en niemand investeert in de pap? Dan stokt de ontwikkeling van de wetenschap. Dan stokt de motor van de vooruitgang. Is een dergelijke ‘platte kostencalculatie’ niet erg egoïstisch?

Gelukkig constateert Kalshoven dat er een andere reden is om er toch geld aan te besteden: “Wetenschap is mensenwerk en goede wetenschappers verkeren graag in de fysieke nabijheid van excellente wetenschappers. … De baten bestaan uit extra economische groei op de wat langere termijn. Topwetenschap trekt bedrijvigheid aan.”  En dan is het, volgens Kalshoven: “zaak de winstkansen te spreiden en ruim extra wetenschapsgeld uit te delen. Een miljard is een prima begin.” 

Dan investeer je in een papfabriek en is de kans groter dat ‘krentenkenners’ zich melden bij je fabriek. Ook een goede reden, maar toch. Zou het niet van krenterigheid getuigen als een rijk en ontwikkeld land als Nederland voor wat de pap betreft op zijn krent bleef zitten en bleef afwachten om elders de krenten uit de pap te halen?

Darwin misbruikt

Soms lees je iets en dan vraag je je af of degene die het schrijft, of in dit geval uitspreekt, wel weet waar hij, in dit geval zij, het over heeft. Zo lees ik bij Joop dat de leidster van de Alternative fur Deutschland (AfD), Frauke Petry heeft gezegd dat ‘een Darwinistisch conflict tussen Europeanen en ‘proletariërs uit de Afro-Arabische wereld’ onvermijdelijk’ is.

darwin

Foto: www.cambridge.org

Darwin schreef zijn beroemde boek On The Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life. In dat hele boek is nergens sprake van een strijd tussen levende wezens, zelfs niet tussen mensen. Het boek gaat niet over ‘oorlogen’ en conflicten tussen mensen. Het handelt over levende wezens en hoe die zich evolueren. Hoe zij die het beste aangepast zijn aan de omgeving waarin zij moeten leven, overleven. Hoe eenzelfde diersoort die op verschillende eilanden leeft, op subtiele wijze van elkaar verschillen. Verschillen die nodig zijn om op dat specifieke eiland meer kans te hebben om te overleven. Neem de mens. Rond de evenaar biedt een huid met veel pigment betere overlevingskans, bij de polen een juist een huid met weinig pigment.

De strijd die Darwin beschrijft is er een van de lange adem, van geleidelijke aanpassing. Aanpassingen die vaak door toeval zijn ontstaan. Het dier dat door toeval een afwijking heeft die voordeel oplevert, heeft meer kans om te overleven en is aantrekkelijk als ‘huwelijkspartner’. Op die manier wordt die aanpassing langzaam algemeen. En dit proces zal zich blijven herhalen. De aan de omstandigheden het beste aangepaste ‘afwijkingen’ zullen overleven dat is de boodschap van Darwin.

Dat is de manier waarop Darwin in een latere uitgave van zijn boek de uitspraak ‘Survival of the fittest’ gebruikt. Een uitspraak die niet van hem is. Wat moet ik me voorstellen bij een Darwinistisch conflict waar Petry het over heeft? Welk ‘genetisch voordeel’ hebben de Europeanen of de ‘proletariërs uit de Afro-Arabische wereld’. Wie is er ‘beter aangepast’?

Bedoelt Petry wellicht een Spenceriaans conflict naar Herbert Spencer die de uitspraak ‘Survival of the Fittest’ heeft gemunt? Spencer trok een parallel tussen de biologie en de economie. Hij zag een strijd tussen rijk en arm, die door rijk zou worden gewonnen wat tot eliminatie van arm zou leiden als de overheid niet zou ingijpen. Volgens Spencer was rijk beter aangepast om te overleven. Spencer stond daarmee aan de basis van het sociaal darwinisme. Is het deze strijd die Petry ziet ontstaan? Dan zou ze moeten spreken van een sociaal -darwinistische strijd.

Als ze dit bedoelt, aan welke kant staat zij dan? Welke garantie hebben de Grieken dan dat zij niet het volgende slachtoffer van deze oorlog worden? En de armen in haar Duitsland? Hebben die niet meer gemeen met de ‘proletariërs uit de Afro-Arabische wereld’ dan met bijvoorbeeld de familie Albrecht van de Aldi?

Collectieve energie

Neoliberalen en libertariers hebben een grenzenloos vertrouwen in de werking van de vrije markt. Bemoei je niet met de markt, laat iedereen zijn eigen belang najagen en dan krijg je het beste resultaat. Dat resultaat is het algemeen belang en dat is de optelling van die individuele belangen. Hieraan moest ik denken toen ik in de Volkskrant las dat stroomproducent Engie enkele gascentrales sluit. “Omdat het productieproces in gascentrales kostbaarder is dan dat van kolengestookte centrales raken die centrales steeds meer marktaandeel kwijt aan de meer vervuilende kolencentrales.” Schonere gascentrales worden gesloten en vervuilende kolencentrales blijven open?

cassidy

“Als we de ware functie van het prijsmechanisme willen begrijpen, moeten we dit zien als een (…) mechanisme waarmee informatie wordt gecommuniceerd. … Het wonder bestaat erin dat in het geval van schaarste van een bepaalde grondstof, zonder dat er een bevel wordt gegeven, zonder dat meer dan misschien een handvol mensen de oorzaak weet, tienduizenden mensen wier identiteit ook door maandenlang onderzoek niet achterhaald kan worden, ertoe worden aangezet deze grondstof of de hieruit vervaardigde producten spaarzamer te gaan gebruiken; dat wil zeggen dat ze zich in de goede richting bewegen.” Zo omschreef Friedrich Hayek, een van de grondleggers van dit denken, de werking van de vrije markt. In zijn boek Wat als de markt faalt?, waaruit dit citaat afkomstig is, noemt John Cassidy dit ‘het telecommunicatiesysteem van Hayek’. Dient de stroommarkt het algemeen belang?

De overheid is al actief, zij stimuleert de opwekking van duurzame vormen van elektriciteit (wind- en zonne-energie). Hayek zou foei zeggen en dat lijkt energiedeskundige Sjak Lomme te beamen als hij zegt dat dit de markt verstoort. Een verstoring die wel bijdraagt aan het algemene belang, minder vervuiling. Nu is het overschot aan stroom niet alleen een gevolg van de verstoring door zonne- en windenergie. Stroomproductie was tot het eind van de vorige eeuw een publieke taak. Lokale en provinciale energiebedrijven zorgden voor voldoende stroom voor hun inwoners. Onder neoliberale druk is op Europees niveau besloten er een markt van te maken waarop bedrijven met elkaar concurreren. Bedrijven die zoeken naar maximaal rendement. Als de verwachtingen zijn dat de vraag naar stroom groeit met bijvoorbeeld tien procent, dan gaan al die bedrijven bijbouwen. Ieder bedrijf wil het grootste deel van die groei krijgen en dat heeft tot gevolg dat de capaciteit met meer dan tien procent toeneemt. Er worden dus teveel centrales gebouwd. En omdat kolenstroom het goedkoopste in productie is, bouwen traditionele stroombedrijven kolencentrales want die leveren het meeste winst op. De stroombedrijven handelen op dezelfde manier als de Amerikaanse ziekenhuizen die de econoom Robert J. Gordon in zijn boek The Rise and Fall of American Growth beschrijft.

Engie handelt in het eigen belang, net als de andere stroomproducenten. Kolenstroom is goedkoper, dus produceren we die en maken we meer winst, logisch toch. Toch leidt dit najagen van het eigen belang niet tot het gewenste maatschappelijk belang, namelijk minder luchtvervuiling. Cassidy noemt dit rationele irrationaliteit: “Een situatie waarin handelen uit rationeel eigen belang op de markt tot resultaten die maatschappelijk gezien irrationeel en inferieur zijn.” De stroomproducent die het maatschappelijk belang najaagt en zijn kolencentrales sluit, ziet zijn winst verdampen en waarschijnlijk zijn klanten weglopen. Weglopen omdat hij een hogere prijs voor stroom moet rekenen dan de andere producenten. De producenten zitten gevangen in een prisoners dilemma.

In zijn boek geeft Cassidy een voorbeeld van zo’n dilemma. Een voorbeeld dat, heel toepasselijk, gaat over stroom en kolen. In dit voorbeeld strijden twee bedrijven A en B met een kolencentrale om de plaatselijke energiemarkt. Ze maken allebei jaarlijks 20 miljoen winst. In het stadje is echter verzet tegen de uitstoot van rook door de twee centrales. Dit leidt tot veel juridische procedures waardoor de winst daalt van 20 naar 10 miljoen. Nu maakt de techniek het mogelijk om de uitstoot van de rook te voorkomen. Het installeren van deze techniek verlaagt de winst van 20 naar 15 miljoen, maar de elektriciteitsprijs moet dan wat worden verhoogd.

Wat moeten de bedrijven doen, wat is de rationele keuze? Is dat de techniek te installeren, dat zorgt immers voor meer winst. Maar het ene bedrijf weet niet wat het andere doet. Als A het wel doet en B niet dan kan B tegen een lagere prijs leveren en zal daarmee een groter markt aandeel krijgen en dus meer winst maken. In het voorbeeld daalt dan de winst van A tot 5 miljoen en B maakt meer winst, 20 miljoen. Rationeel handelend vanuit hun eigen belang zouden beide bedrijven kiezen voor niet installeren. Je weet dat je winst 10 is en hebt kans op 20, terwijl je bij installeren weet dat je winst 5 bedraagt en je hebt kans op 15. Lijkt de werkelijkheid van de stroombedrijven niet sprekend op dit voorbeeld? Hoe uit dit dilemma te komen?

Een mogelijkheid. De betreffende bedrijven gaan met elkaar aan tafel zitten en spreken af om alleen kolencentrales te sluiten en ook welke. Hierdoor neemt de winstgevendheid van alle stroombedrijven af, maar verandert hun concurrentiepositie ten opzichte van elkaar niet. ‘Kartelvorming! Dan maken ze meteen afspraken om de stroomprijs te verhogen om de winst op peil te houden,’ hoor ik u roepen. Inderdaad, dat is een risico. Zou die tafel trouwens niet geleid kunnen worden door de overheid?

Willen we dat risico niet lopen dan moet de overheid optreden. Als kolenstroom goedkoper is dan gasstroom, zou dan het duurder maken van kolenstroom door extra belasting, niet ook kunnen helpen? Dan betaalt de vervuiler en is de kans groot dat kolencentrales sluiten omdat er minder kolenstroom wordt gekocht. Sluiting van kolencentrales kan ook worden afgedwongen door ‘kolenstroom’ te verbieden.

Of zou voortzetten van het stimuleren van zonne- en windenergie een oplossing kunnen zijn? Een overheid die individuen, groepen burgers en zelfs gemeenten stimuleert om selfsupporting te worden door ook flink te investeren in de ontwikkeling van elektriciteitsopslag. Individuen en collectieven die onafhankelijk worden van de markt. Maar wacht eens, lijkt dat niet op vroeger?

Schuimende samenleving

Er komt een Kleurijke Top 100, zo valt te lezen bij Joop. Een lijst van honderd mensen die, zoals de initiatiefnemers Raja Felgata en Khalid Ouaziz het uitdrukken, goed is voor diversiteit: “wij laten Nederlanders zien die al dan niet met een culturele achtergrond, het verschil maken. Die geloven in de kracht van diversiteit en verbinding. Rolmodellen. Helden.” Dit is nodig: “Onze samenleving staat in brand en bestaat uit parallelle samenlevingen. Ooit begonnen met kleine haardvuurtjes door politici als Hans Janmaat en Pim Fortuyn, om aangewakkerd te worden door Geert Wilders en opiniemakers die vrijheid van meningsuiting misbruiken om rechtse en racistische geluiden mainstream te maken.” En daarover maken de initiatiefnemers zich zorgen.

schuimFoto: vanmeeuwen.com

Dat er tegengas wordt gegeven tegen racistische geluiden is een goede zaak en als deze lijst daarbij kan helpen, stel ze dan op. Of het lukt om de parallelle samenlevingen de nek om te draaien en te komen tot één samenleving? De filosoof Peter Sloterdijk beschrijft in zijn boek Sferen. Band II – Schuim  het geloof in die eenheidsamenleving als volgt: “Ze presenteren zichzelf als betoverde ruimten die profiteren van imaginaire immuniteit en magisch gekleurde wezens- en keuzegemeenschap” een geloof in sprookje dus.

Volgens Sloterdijk moet, wie serieus over een samenleving wil spreken: “zich buiten het terrein van de wij-beneveling begeven. Pas als men daarin geslaagd is, zal men inzien dat ‘samenlevingen’ of volken zelf veel vlottender, tweeslachtiger, poreuzer en promiscuer zijn dan hun homogene namen suggereren,” Bestaat niet iedere samenleving uit ‘parallelle samenlevingen’? Is niet ieder gezin, bedrijf, vereniging, vriendenclub een samenleving op zichzelf? Samenlevingen met eigen kenmerken, woorden en gebruiken die parallel naast en met elkaar functioneren, of ‘microsferen’ zoals Sloterdijk ze noemt. Een sameneleving is: “een aggregaat van microsferen … van verschillend formaat, die net als afzonderlijke bellen in een schuimberg aan elkaar grenzen en in lagen op of onder elkaar liggen, zonder dat ze echt voor elkaar bereikbaar of effectief van elkaar gescheiden zijn.”

De samenleving als schuim, een mooie metafoor omdat schuim niet kan branden. Sterker, het wordt door de brandweer gebruikt om branden te blussen. Zou het bestaan van juist die parallelle samenlevingen, microsferen of schuimbellen en -belletjes er niet voor zorgen dat een samenleving leefbaar blijft? Zou een mens niet juist verdwalen of verwezen zonder die ‘microsferen’? Verdwalen in samenlevingen die zich zien als een grote eenheid of eenheidsworst?

Beste Raja Felgata en Khalid Ouaziz, zouden we niet juist die ‘parallelle samenlevingen moeten koesteren? Is het echte probleem niet juist het denken in eenheid, het geloof in die “magisch gekleurde wezens- en keuzegemeenschap” ? Ligt dat niet juist aan de basis van het ‘racistisch’ denken? Moeten we de schuimbellen niet koesteren om een brand te voorkomen?

Recht op zelfbeschikking

Niet zo lang geleden nam de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel van D66 kamerlid Pia Dijkstra aan, dat van iedereen een orgaandonor maakt, behalve als je expliciet hebt aangegeven geen donor te willen zijn. Als de Eerste Kamer hier ook mee instemt dan wordt deze wet ingevoerd en komt er een einde aan het huidige systeem waarbij je aangeeft donor te willen zijn. Waar je eerst JA moest zeggen, moet je nu NEE zeggen. De initiatiefnemers van de wet hopen zo het tekort aan orgaandonoren op te lossen en wat te doen aan de jaarlijks hondervijftig mensen die overlijden omdat er niet tijdig een passend orgaan is.

orgaandonatieFoto: www.wijchensnieuws.nl

In Trouw breekt Joost Snellen, de directeur van het wetenschappelijk bureau van D66 een lans voor de nieuwe wet. Hij doet dit in reactie op een eerdere bijdrage van zijn collega Patrick van Schie van het wetenschappelijk bureau van de VVD in de Volkskrant. Een discussie tussen liberalen over het al dan niet liberaal zijn van de nieuwe wet. Daar gaat het mij niet om.

Waarom wel? Snellen verwijt Van Schie dat hij: “het recht op zelfbeschikking van meer dan duizend mensen op wachtlijsten, die door hun ziekte niet (goed) kunnen functioneren, buiten beschouwing,” laat. Het zelfbeschikkingsrecht met betrekking tot het individu betekent dat iemand zelf mag bepalen hoe hij zijn leven inricht. Hij hoeft zich hierbij niet te laten leiden door wat andere willen, denken, vragen of verlangen. Hij is hierin helemaal vrij. Hoe wordt het zelfbeschikkingsrecht van de mensen op de wachtlijst aangetast door het huidige systeem? Zijn zij niet even vrij als ieder ander om te doen wat zij willen binnen hun kunnen? Of is er iemand anders die over hun rechten beschikt?

Natuurlijk moet je het wel doen met lijf, leden en intellectuele vermogens die je ter beschikkig hebt. Die vormen je beperkingen en beperken je vermogens en functioneren. Zo kan ik wel de opvolger van Einstein willen zijn, als mijn hersens dat niet toelaten, dan zit dat er niet in. Ik kan wel sneller willen lopen dan Usain Bolt, als mijn gestel dat niet toelaat, heb ik pech. Dat een donororgaan de vermogens van de ontvanger vergroot, staat buiten kijf. Het zelfbeschikkingsrecht verandert er echter niet mee. Verwart Snellen niet ‘vermogens’ met ‘zelfbeschikking’?

Dat er mensen op de wachtlijst voor een orgaan overlijden is triest voor hen en hun nabestaanden. Daarom is de Ballonnendoorprikker ook donor geworden, van bloed, bij leven, en organen na zijn overlijden en hoopt hij dat iedereen dat gaat doen.

Prijskaartje van het leven

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft onderzocht wat alcoholgebruik de Nederlandse samenleving kost: jaarlijks zo’n 2,3 tot 2,9 miljard euro, zo is bij Trouw te lezen. Belangrijkste kostenposten zijn de vroegtijdige sterfte (2,1 miljard), productiviteitsverlies (1,9 miljard), verlies in kwaliteit van leven (1,1 miljard), de inzet van politie en justitie (1,5 miljard) en nog wat posten. Om die kosten wat te verlagen, zijn drie beleidsmaatregelen doorberekend, het verdubbelen van de accijns, een kwart minder verkooppunten en een totaal verbod op alcoholreclame. Het verbieden van alcohol is niet onderzocht. Indrukkenwekkende cijfers van een gerenomeerd instituut, maar toch.

alcoholFotot: www.veelzijdigmaleisie.nl

Neem de vroegtijdige sterfte. Wanneer is sterfte vroegtijdig? En hoe bereken je de kosten van één jaar korter leven? Als sterven geld kost, maakt het dan wat uit wanneer iemand sterft? Is de sterfte van een achttienjarige duurder dan iemand van veertig of tachtig?

Het productiviteitsverlies komt vooral door: “de tien uren per jaar waarin Nederlanders er als gevolg van alcohol op hun werk de aandacht niet bij hebben, of helemaal niet kunnen werken, zorgen hiervoor.” Inderdaad maakt een ‘houten kop’ het lastiger om je te concentreren op je werk. Hoeveel leveren de contacten die je hebt opgedaan tijdens dat met alcohol besprenkelde bedrijfsfeest, die verenigingsavond, het concert van Beyoncé of een avondje uit in de kroeg op? Uit ervaring weet ik dat er onder het genot van alcohol hele mooie initiatieven en ideeën kunnen ontstaan. Hoe tel je de opbrengsten van deze lastig in geld uit te drukken zaken mee

Wellicht spreek je de man of vrouw van je dromen aan, iets wat je zonder die vijf glazen bier niet zou hebben gedaan en geeft de erop volgende verliefdheid je een hele tijd vleugels? En ook de drankavonden met vrienden die je in je verdere leven blijven helpen en steunen. Is hiermee bij het bepalen van de gevolgen voor de ‘kwaliteit van leven’ ook rekening gehouden?

En ja, de inzet van politie en justitie kost geld. Die inzet levert de direct en indirect betrokken mensen wel inkomen op. Inkomen dat ongeveer even groot is als deze kosten.

Nee, ik hou hier geen pleidooi om flink te gaan borrelen, verre van dat zelfs. Waar het mij om gaat is het omrekenen van alles in geld en economische gevolgen. Wordt de wereld er beter van als aan alles een prijskaartje hangt? Zeker als aan veel belangrijke zaken, geen prijskaartje kan worden gehangen. Bestaat het leven niet uit meer dan alleen de economische kosten en baten van iets?

 

Slimme Hongaren

De Hongaren konden gisteren naar de stembus. De regering van premier Orban vond het nodig dat het Hongaarse volk zich uitsprak over de vraag: “Wilt u dat de EU Hongarije kan verplichten om een bindend aantal allochtone burgers op te vangen, zelfs zonder toestemming van het parlement?” De kiezers konden JA of NEE antwoorden. Om tot een geldige uitslag te komen moest de opkomst vijftig procent plus één kiezer bedragen. Dit aantal werd niet gehaald. Slechts vijfenveertig procent van de Hongaren nam de moeite om naar de stembus te gaan. De kiezers die wel kwamen opdagen, beantwoordden de vraag in overgrote meerderheid met NEE, 3,2 miljoen tegen slechts 168.000 JA-stemmers.

Hungary Referendum

Foto: www.volkskrant.nl

De vicepresident Gergely Gulas interpreteert de uitslag als een ‘verpletterende overwinning’ voor het NEE-kamp. En als je naar het aantal JA, en NEE stemmers kijkt, dan lijkt hij een punt te hebben.

Je zou echter ook kunnen spreken van een verpletterende nederlaag. Iemand van het JA-kamp kon op twee manieren zijn keuze duidelijk maken. De eerste manier was om, zoals 168.000 Hongaren hebben gedaan, JA te gaan stemmen. De tweede manier was door niet te gaan stemmen en te hopen dat de opkomstdrempel niet werd gehaald. Welke mogelijkheid zou de JA-stemmer de grootste kans op winst geven?

Bij welke verkiezingen dan ook, komt een deel van de kiezers niet opdagen. Stel dat dit vijftien procent is. Waarom zou je als slimme JA-man of vrouw komen opdagen? En als met jou minstens vijfendertig procent van de andere potentiele JA-stemmers ook niet komt, haal ik met vijfendertig procent mijn doel. Dan maakt het niets uit of alle NEE-stemmers komen opdagen, de opkomstdrempel wordt immers niet gehaald. Wat zeggen die aantallen? Kun je dan spreken van een ‘verpletterende overwinning?

Kunnen we concluderen dat het Hongaarse JA-kamp het spel slimmer heeft gespeeld dan het Nederlandse JA-kamp bij het Oekraïnereferendum? Als alle Nederlanders die JA hebben gestemd tijdens dat referendum niet waren komen opdagen, was de drempel van dertig procent niet gehaald.

 

Ruttes liberalisme

Het verleden is een mooie winkel om snoepjes uit te plukken die in de eigen kraam te pas komen. Het afschuiven van alle ellende op ‘links’ is tegenwoordig een favoriete bezigheid. Links heeft de ‘gastarbeiders’ naar Nederland gehaald, was de uitvinder van het multiculturalisme, de verzorgingsstaat, de afbraak ervan en nog veel meer. Dit terwijl links nooit een meerderheid heeft gehad. Die politiek werd in die tijd gesteund door de overgrote meerderheid van de bevolking en de politieke partijen. Zo ook historicus Geerten Walink in de Volkskrant: “Links’ staat sindsdien juist voor gelijkheid en democratie – tot aan de guillotine en het strafkamp aan toe – en ‘rechts’ staat voor monarchie en aristocratie en de handhaving van de bestaande orde. Zelfs het nationalisme is een van oorsprong linkse hobby: het was het antwoord van 19de-eeuwse radicalen en liberalen op de traditionele standen- en klassenmaatschappij.”

01 Mr.P.W.A. Cort. van der Linden  Min. Pres. en Min. v. Binnenl. Zaken 1913

Foto: www.geheugenvannederland.nl

Zo omschreven bestaat er geen ‘rechts’ meer. Ja, we hebben een monarchie en nog iets wat op aristocratie lijkt, maar dat is slap aftreksel, een karikatuur van wat het ooit was? Er is geen partij in Nederland die pleit voor het invoeren van de absolute monarchie en het weer invoeren van de feodale, aristocratische standenmaatschappij. Die de individuele vrijheid wil afschaffen, behalve dan een enkele partij voor moslims.

Laten we het eens omdraaien en met de ogen van iemand uit het verleden naar het heden kijken. Het huidige kabinet van VVD en PvdA, zich liberaal en sociaal-democratisch noemend, heeft de afgelopen jaren flink hervormd. De arbeidsmarkt is ‘geflexibiliseerd, de zorg(kosten) zijn ‘beheersbaar’ gemaakt’, via ‘rulings’ hoeven multinationals bijna geen belasting te betalen, banken zijn ‘gered’ ten koste van de belastingbetaler en vervolgens nogmaals ten koste van de Griek, uitkeringsgerechtigden moeten een ‘tegenprestatie’ leveren. Hoe zou iemand uit het verleden naar deze ‘prestaties kijken?

Zou die iemand dan het volgende kunnen concluderen: “Men is getuige geweest van beursmanoeuvres waardoor in korte jaren speculanten miljoenen samenraapten. … Men heeft gezien hoe industrieëlen en planters door lage lonen, door armoede en ellende van duizenden arbeiders tot machtige kapitalisten zijn geworden. Op zulke wijze wordt in onzen tijd (…) het gevoel onrecht geprikkeld en levend gehouden.” Vast een uitspraak van een socialist, Karl Marx bijvoorbeeld. Nee, dit schreef Cort van der Linden, de laatste liberale premier voor Rutte. De man waarmee premier Rutte verwantschap voelt. Zou Cort van der Linden die verwantschap ook voelen of zou hij, zoals Rutger Bregman en Jesse Frederik in hun boekje Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers schrijven: “zich omdraaien in zijn graf bij het zien van Ruttes liberalisme”?  

Universitaire diversiteit

De Universiteit van Amsterdam is in de ban van diversiteit. Een diversiteitscommissie onder leiding van Gloria Wekker is aan het werk. Dit leidt tot veel discussie. In de Volkskrant pleit universitair docent conflictstudies aan de UvA Martijn Dekker voor een universiteit die ongelijkheid bestrijdt. Bestrijdt door ‘affirmative action’ zoals hij het noemt: het ondersteunen en soms bevoordelen van mensen die vanwege oorzaken buiten henzelf om, een achterstand hebben.

diversiteit

Foto: www.rectec.nl

Achterstanden veroorzaakt door vooroordelen, stereotypen en angsten. Achterstanden door je huidskleur of de sociale status van je ouders. Vanwege deze achterstanden leidt gelijke behandeling van mensen tot ongelijke resultaten: “als je het gelijkheidsbeginsel in die situatie gaat toepassen, dan komt dat voornamelijk ten goede van hen die al een voorsprong hebben.” Hiermee zet hij zich af tegen de filosoof Sebastien Valkenberg die in dezelfde krant pleit voor gelijke behandeling van iedereen: “Wat is het gelijkheidsbeginsel nog waard als het terzijde wordt geschoven zodra het even niet uitkomt?” Voor Valkenberg moet kwaliteit centraal staan.

Als aanhanger van de rechtvaardigheidstheorie van John Rawls en de erop voortbordurende  vermogensbenadering van Martha Nussbaum en Amartya Sen, kan ik mij vinden in het betoog van Dekker. Toch wringt er iets in Dekkers betoog en vooral in zijn gebruik van cijfers. Dekker: “Slechts 15 procent van de studenten (van de Universiteit van Amsterdam) heeft een zwarte, migranten- of vluchtelingenachtergrond, tegenover 51 procent van de jongeren in Amsterdam. Dit moet toch zelfs de grootste liberaal aan het denken zetten?” Dekker zou een punt hebben als die Universiteit alleen toegankelijk zou zijn voor inwoners van Amsterdam en als de inwoners van Amsterdam naar geen andere universiteit zouden kunnen. Dat is allebei niet het geval. De UvA staat open voor iedereen en Amsterdammers kunnen ook naar Groningen.

Is een vegelijking met de jeugdige bevolking van Amsterdam dan wel de juiste? Laten we de populatie van de UvA eens vergelijken met de Nederlandse bevolking. Nederland kent iets meer dan twee miljoen jeugdigen van vijftien tot vijfentwintig jaar (de studentenleeftijd) ongeveer 520.000 hiervan is allochtoon. Hiervan zijn er 340.000 niet westers (zwarte, migranten of vluchtelingen achtergrond), dat is zeventien procent. De situatie is daarmee lang niet zo dramatisch als Dekker schetst. Sterker nog, zou je niet kunnen concluderen dat de UvA er nog niet is maar wel goed op weg is?