Dwaze dwaallichten

“Dus, als je de volgende keer een linkse activist hoort schreeuwen dat de AfD het nieuwe nazi-Duitsland is, herinner die persoon dan aan dit gesprek. Weidel en Musk hebben de waarheid laten zien: de AfD heeft niets, maar dan ook níets, met nazisme te maken. Het is hoog tijd om de leugens te ontmaskeren en de werkelijke agenda van de gevestigde orde te doorzien.Met die woorden eindigt een artikel van Michael van der Galien bij De dagelijkse standaard. Ik moet denken aan dwazen, dwaallichten en dwaze dwaallichten.

Even voor de duiding. Wat een dwaas is, zal ieder van jullie wel weten. Maar toch, een dwaas is, volgende Van Dale, een: “gek, blijk gevend van gebrek aan gezond verstand.” Een dwaallicht is een blauwachtig, beweeglijk lichtverschijnsel dat boven moerassen en poelen kan verschijnen en waarin onze voorouders dolende zielen zagen die de levenden probeerden te lokken. Vanwege de alliteratie zou ‘dwaze dwaallichten’ zomaar een titel kunnen zijn van een Suske en Wiske album. Dat is niet het geval. De reeks avonturen van het duo kent wel een album met als titel Het laatste dwaallicht. Dit even terzijde.

Dwazen, dwaallichten en dwaze dwaallichten daar moest ik aan denken toen ik in het artikel las dat Alice Weidel, de leidster van de Duitse politieke partij Alternative für Deutschland (AfD), in haar gesprek met Musk betoogde dat: “Adolf Hitler niet de ‘rechtse boeman’ was die de geschiedenisboeken van hem hebben gemaakt, maar eerder een socialist in hart en nieren.” Volgens Michael van der Galien, de auteur van het artikel is dit: “het meest controversiële, maar misschien ook het meest overtuigende argument,” dat aantoont dat AfD niet racistisch, antisemitisch noch een nazi-club is. Het socialistische gehalte van Hitler wordt met vier argumenten onderbouwd.

Als eerste: “Staatsinterventie in de economie: Het Hitler-regime nationaliseerde grote delen van de Duitse industrie. Bedrijven kwamen feitelijk onder controle van de staat, een klassiek socialistisch principe.” Ja Hitlers nazi’s intervenieerden in de economie. Dat deden ze echter niet door de Duitse industrie te nationaliseren of met andere woorden tot staatseigendom te maken. Die bedrijven bleven in private handen, in de handen van de grootindustriëlen zoals de Krupps, de Boschs en de Oetkers. Die verdienden er groot geld aan over de ruggen van de arbeiders. Het economische model van Nazi-Duistland lijkt verdacht veel op het Russische oligarchenmodel. Een model waar ook de Verenigde Staten onder Trump met de met hem samenwerkende techgiganten als Musk en Zuckerberg, steeds meer op begint te lijken. Dit lijkt niet op het socialistische idee van arbeiders die de vruchten van hun arbeid onder elkaar verdelen en die het in de bedrijven voor het zeggen hebben.

Het tweede argument: “Centrale planning en controle: De nazi-economie werd gekenmerkt door strikte centrale planning, inclusief prijscontrole en productiequota—fundamentele principes van socialistische systemen.” Centrale planning was de manier waarop de communisten eerst in de Sovjet Unie en later in de rest van Oost-Europa, probeerden goederen te verdelen onder hun burgers. Dat maakt centrale planning echter nog geen ‘fundamenteel principe van socialistische systemen’. En zelfs als het wel een van de fundamenten van een socialistisch systeem is, dan wil dat nog niet automatisch zeggen dat overal waar centraal gepland wordt, sprake is van socialisme. Als alle vissen rood zijn en rood dus een fundamenteel principe van een vis is, dan wil dat niet automatisch zeggen dat alles wat rood is meteen ook een vis is.

Het derde argument: “Sociale welvaart en werkgelegenheid: Programma’s als de “Volksarbeit” voor werkverschaffing en de verplichte vakantie (Kraft durch Freude) draaiden op het socialistische idee dat de staat verantwoordelijk is voor de arbeidersklasse.” Die verantwoordelijkheid voor de arbeidersklasse, of nog breder voor iedere burger, staat ook verankerd in de Nederlandse Grondwet. Die stelt in artikel 20 eerste lid dat: “De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid,” en in het derde lid dat: “Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, (…) een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege” hebben. Maakt dat Nederland een socialistisch land? Ook hier weer de hypothetische rode vissen.

Dan het laatste argument: “Propaganda en onderwijs: De manier waarop de nazi’s propaganda inzetten en het onderwijssysteem hervormden om hun ideologie te verspreiden, lijkt op de socialistische benadering om de jeugd te indoctrineren.” Ook hier kan ik weer over rode vissen beginnen, want dat geldt ook voor deze redenering. Daar komt bij dat iedere overheid, of iedere groep die een ideologie wil verspreiden het onderwijs zo vormgeeft dat het maximale kans op indoctrinatie biedt. Dat is ook een van de redenen dat de Nederlandse katholieken en protestanten in de negentiende en begin twintigste eeuw zo hard vochten voor het bijzonder onderwijs. Voor het fameuze artikel 23 dat ervoor zorgde dat religieus georiënteerde scholen op staats financiering konden rekenen. Zo konden de scholen met belastinggeld worden ingezet voor de religieuze indoctrinatie van kinderen.

Het nationaal-socialisme had niets, behalve dan dat het de term in haar naam gebruikt, gemeen met het socialisme. Die term werd gebruikt als lokkertje net zoals Wilders het woord vrijheid in de naam van zijn eenmanspartij gebruikt. De vrijheid die Wilders wil, is net zo vrij als dat het nationaalsocialisme socialistisch was. Het nationaalsocialisme was de Duitse vorm van fascisme. Een fascisme vermengt met virulente haat tegen alles wat als niet Duits werd gezien. En van die grote groep die als niet Duits werden gezien, waren de communisten en socialisten de eersten die werden bestreden gevolgd door de joden, Roma en Sinti.

Weidel en in zijn kielzog Van der Galien laten met een dergelijke redenering een gebrek zien aan gezond verstand en dus van dwaasheid. In hun dwaasheid laten ze hun bijzonder licht schijnen op het troebele en donkere nationaalsocialistische Duitse verleden. Met dat bijzondere licht proberen ze mensen voor hun ideeën te lokken. Het zijn dwaze dwaallichten.

Zuckerberg, Goebbels en de deugdenleer

“Goed zijn in morele zin.”  De eerste betekenis die de digitale van Dale geeft voor het woord deugd, de tweede betekenis is: “goede eigenschap.”  Deugdenethiek is een tak van de filosofie die stoeit met de vraag hoe te leven? Die vraag kwam bij mij op toen ik las dat Mark Zuckerberg aankondigde dat zijn bedrijf Meta ging stoppen met factchecken. Dat factchecken door professionals heeft, zo betoogt hij: “het vertrouwen meer kwaad dan goed gedaan,”  omdat ze: “politiek bevooroordeeld’ zijn, zo las ik in de Volkskrant de uitgeschreven versie van zijn boodschap. Bijzonder. Trouwens een heel bijzondere boodschap.

Bijzonder omdat een oordeel iets anders is dan een feit. In de aanloop naar de laatste Tweede Kamerverkiezingen beweerde Dilan Yeşilgöz er door ‘nareis op nareis’ duizenden mensen naar Nederland kwamen. Na controle van de cijfers bleek dat er de afgelopen jaren jaarlijks nog geen 200 nareis op nareis aanvragen werden ingediend en het aantal mensen dat na zo’n verzoek wordt toegelaten, nog lager is. De door Yeşilgöz als ‘feit’ gepresenteerde boodschap, werd gecheckt en bleek fictie. Nu zijn er mensen, Trump is er daar een van, die er ‘alternatieve feiten’ op nahouden. Zo verkondigt hij nog steeds het ‘alternatieve feit’ dat de verkiezingswinst in 2020 van hem is gestolen door fraude. Een ‘alternatief feit’ is echter niets meer en niets minder dan een mening. Nu kan het best zijn dat de ‘factchecker’ een politieke richting aanhangt die anders is dan Yeşilgöz of dan Zuckerberg. Een aanhanger van Yeşilgöz zal die uitspraak niet zo snel gaan checken. Maar dat doet voor het feit niet ter zaken. Wat Zuckerberg hier eigenlijk zegt, is dat er geen feiten zijn. Dat alle feiten ‘meningen’ zijn. Hij toont zich daarmee een volwaardige doorgeschoten postmodernist. Postmodernisme is een filosofische stroming waarvoor, zoals ik in een recente prikker aangaf: “de realiteit een sociale constructie is, een verhaal in een bepaalde taal, tijd en plaats.” En in de doorgeschoten vorm, waarvan Zuckerberg hier getuigt, leidt die ertoe dat iedereen zijn eigen waarheid heeft en dat wetenschap ook maar gewoon een mening is.

Dat is niet het enige bijzondere en ‘postmoderne’ aan zijn boodschap. Zuckerberg: “Er is een wijdverspreid debat geweest over de mogelijke schade van online content. Regeringen en gevestigde media hebben steeds meer aangedrongen op censuur. Veel hiervan is duidelijk politiek, alhoewel er wel degelijk slecht materiaal te vinden is – drugs, terrorisme, uitbuiting van kinderen.” Censuur is: “toezicht van een overheid of kerk op voor publicatie bestemde teksten, films, voorstellingen enz., met de mogelijkheid om die te verbieden of er delen uit te schrappen.” Van censuur was en is geen sprake. Er was geen sprake van overheidstoezicht op welke publicatie dan ook.. Wat Zuckerberg hier beweert is dat overheden en gevestigde media de vrijheid van meningsuiting wilden inperken. Daarvan was en is geen sprake. Niemand vroeg om censuur ook de gevestigde media niet

Wat overheden en ‘gevestigde’ media wel deden en doen, is waarschuwden voor beïnvloeding en manipulatie via platforms als Facebook. De overheden waarschuwden voor een bekende uitspraak van de nazi-propagandaminister Joseph Goebbels die bij platforms als Facebook, Instagram en X in de programmatuur zijn ingebouwd: ‘Een leugen die eenmaal uitgesproken wordt, blijft een leugen maar een leugen die duizend keer verteld wordt, wordt waarheid.’ Die platforms willen je binden en het bijzondere, vreemde en afwijkende trekt de aandacht. Een boodschap zoals: ‘de Clintons runnen een pedofielennetwerk vanuit de kelder van een pizzeria in Washington’ is te absurd voor woorden. Zo absurd dat velen het lezen en delen en het, om Goebbels aan te halen: ‘na duizend keer waarheid wordt’.  Zo werd ook Trumps oproep ‘stop the steal’ uit 2020 voor velen ‘de waarheid’ terwijl het een ‘alternatief feit’ of beter nog, een leugen is. En door de manier waarop dergelijke platforms werken, is de kans veel groter dat je eerder duizend keer de ‘pizzagate-leugen’ of ‘stop the steal’ ziet, dan dat je leest of ziet wat er feitelijk aan de hand is.

Door consequent van censuur te spreken, doet Zuckerberg het voorkomen alsof hij strijdt voor de vrijheid van meningsuiting. Zuckerberg: “Tot slot gaan we samenwerken met president Trump om regeringen over de hele wereld tegen te werken die achter Amerikaanse bedrijven aan zitten en meer willen censureren. (…) Europa heeft steeds meer wetten die censuur institutionaliseren en het moeilijk maken om daar iets innovatiefs op te bouwen. Latijns-Amerikaanse landen hebben geheime rechtbanken die bedrijven kunnen bevelen om dingen stilletjes te verwijderen.” Ook hier weer een postmodern ‘alternatief feit’ dat voor velen al een echt ‘feit’ is geworden omdat de wet van Goebbels ook hier zijn werk al heeft gedaan. De Europese Unie maakt geen wetten om te ‘censureren’. Europa maakt wetten om de privacy en de gegevens van haar inwoners te beschermen. Dat is een gevaar voor dergelijke bedrijven omdat ze leven van onze gegevens. Die gebruiken ze om je nog langer op hun platform te laten rondhangen en al doende nog meer reclame door je mik te duwen. Die wetten beperken niemand om de eigen mening te verkondigen en zelfs niet om die als ‘alternatief feit’ te poneren. Latijns-Amerikaanse landen (hier wordt Brazilië bedoeld) hebben geen ‘geheime rechtbanken’ die bedrijven bevelen. Brazilië heeft rechters die de wetten van het land handhaven. Een van die wetten is dat een bedrijf een vertegenwoordiger moet hebben in het land. Iemand die aanspreekbaar is voor de daden van het bedrijf. Musk weigerde dat en daarom werd X op zwart gezet. Niet omdat er onwelgevallige berichten op werden geplaatst. En laat je voor wat betreft die ‘innovatie’ waar Zuckerberg het over heeft, geen rad voor ogen draaien. Iedere innovatie van dergelijke platforms is erop gericht om je nog afhankelijker te maken van het platform. Niet om jouw leven beter te maken.

Geheel zonder ‘inhoudscontrole’ wordt het toch niet. Zuckerberg: “We gaan onze teams voor (…) inhoudsbeoordeling verhuizen uit Californië en vestigen in Texas. (…) Het zal het vertrouwen vergroten als dit werk wordt gedaan op plaatsen waar minder zorgen bestaan over de vooringenomenheid van onze teams.”  Een bijzondere maatregel. Zou het ter voorkoming van het slechte materiaal: ‘drugs, terrorisme, uitbuiting van kinderen, uitmaken waar dat gebeurt? Mogen kinderen in Texas meer of minder worden uitgebuit dan in Californië? Het lijkt mij trouwens dat de vooringenomenheid tegen Facebooks ‘controleteams’ in Texas groter is dan in Californië. Maar ik ben geen Amerikaan dus ik kan het verkeerd hebben. Als die relatie tussen plaats en vooringenomenheid er echt is, loopt Zuckerberg dan niet het risico dat er elders geklaagd gaat worden over vooringenomenheid? Of zou die maatregel te maken hebben met het zich: “ontdoen (…) van een heleboel beperkingen op onderwerpen als immigratie en gender.” Iets dat, zo gaat Zuckerberg verder: “begon als een beweging om meer inclusief te zijn,” maar dat: “steeds vaker (wordt) gebruikt om meningen de kop in te drukken en mensen met andere ideeën buiten te sluiten. Dat is te ver gegaan. Daarom wil ik ervoor zorgen dat mensen hun overtuigingen en ervaringen kunnen delen op onze platforms.”  Dan loopt hij nu het risico dat een andere groep hun overtuigingen en ervaringen niet meer kunnen delen zonder te worden overstelpt met een rivier van stront.

Over rivier van stront gesproken. De kans dat je op Facebook wordt overspoeld door een rivier van stront groeit flink. Facebook past haar: “filters aan, zodat we de hoeveelheid censuur op onze platforms drastisch verminderen. Dat is een uitruil. Het betekent dat we minder slechte dingen gaan ondervangen, maar we zullen ook minder onschuldige berichten en accounts per ongeluk weghalen.”  Over die filters zegt hij iets eerder in zijn verhaal aanhalend op het voorkomen van het hierboven genoemde ‘slechte materiaal’ het volgende: “We nemen dat zeer serieus en ik wil er zeker van zijn dat we er verantwoordelijk mee omgaan. Dus bouwden we allerlei complexe systemen om inhoud te modereren. Maar het probleem met complexe systemen is dat ze fouten maken. Zelfs als ze per ongeluk maar 1 procent van de berichten censureren, zijn dat miljoenen mensen. We hebben een punt bereikt waarop er gewoon te veel fouten worden gemaakt, ….” Die ene procent fouten is te veel en om dat te voorkomen wordt die 99% ‘stront’ ook vrijgegeven.

De kans om als facebookgebruiker te verzuipen in een rivier van stront wordt nog groter. Zuckerberg:“Een tijd lang vroegen onze gebruikers om minder politiek, omdat het mensen gestrest maakte. Dus zijn we gestopt met het aanbevelen van deze posts. Maar het voelt alsof we in een nieuw tijdperk zitten. (…) Dus we gaan dit geleidelijk terugbrengen op Facebook, Instagram en Threads”.  In één passage van een modernist naar een doorgeschoten postmodernist. Mensen vroegen om aanpassing en daarom werd iets aangepast. Een handeling gebaseerd op feiten, de vraag van mensen. Nu ‘voelt’ hij iets ‘een nieuw tijdperk’ en past daarom iets aan. Met dat handelen op een ‘gevoel’ toont hij zich een goede leerling van premier Schoof en een waarlijk doorgeschoten postmodernist want het ‘gevoel’ van de doorgeschoten postmodernist is de werkelijkheid. Resultaat hiervan is dat nu iedere Facebookgebruiker ‘politieke aanbevelingen’ krijgt.Gelukkig wordt daarbij wel geprobeerd: “de gemeenschappen vriendelijk en positief te houden.”  Zou het Zuckerberg lukken het risico op enshittification het hoofd te bieden.  Het: “patroon waarin online producten en diensten (leiden aan) kwaliteitsvermindering. Aanvankelijk creëren leveranciers aanbiedingen van hoge kwaliteit om gebruikers aan te trekken, vervolgens degraderen ze die aanbiedingen om zakelijke klanten beter van dienst te zijn en degraderen ze hun diensten uiteindelijk aan gebruikers en zakelijke klanten om de winst voor aandeelhouders te maximaliseren” , zoals Wikipedia het definieert.

Terug naar waarmee ik begon de deugdenethiek en de vraag hoe te leven. Voor Aristoteles is deugd het handelen omwille van een doel op een manier die als goed. Dat handelen is situationeel. Een deugd is het midden tussen twee tegenovergestelde extremen. Bijvoorbeeld tussen moed en lafheid. Wat het midden is, kan per situatie verschillen. Als geoefend zwemmer langs de kant blijven staan als iemand verdrinkt in een diepe rivier, getuigt van lafheid en van een innerlijk gebrek aan deugd. Dat ligt heel anders als de persoon op de wal niet kan zwemmen. Met je handelen bepaal je de positie en die positie laat de innerlijke component van je deugdzaamheid zien. Je deugd blijkt uit dat wat jij goed vindt in een bepaalde situatie. In het geval van de zwemmers, is deugdzaam handelen doen wat in je mogelijkheden ligt. Niemand zal het de niet-zwemmer niet deugdzaam handelen dat hij of zij niet in het water is gesprongen. De zwemmer kan dat verwijt wel verwachten.

“De recente verkiezingen voelen als een cultureel omslagpunt,” aldus Zuckerberg. Een moment dus om met je eigen deugd, het eerste aspect, opnieuw je positie in die nieuwe cultuur te bepalen. Laten we Zuckerberg eens langs de lat leggen van de vier kardinale deugden. En nee kardinaal wil niet zeggen dat het iets met de katholieke of welke kerk dan ook te maken heeft. Kardinaal komt van het Latijnse woord cardo dat scharnierpin betekent. Vier centrale deugden. Als eerste voorzichtigheid in de zin van op de juiste manier handelen in de juiste situatie op het juiste moment. Als tweede rechtvaardigheid als in juist en eerlijk handelen in een situatie. Als derde moed als in uithoudingsvermogen, toewijding en het vermogen om angst, onzekerheid en intimidatie onder ogen te zien. En als laatste matigheid als in zelfbeheersing. Voor Zuckerberg lijken deze deugden samen te vallen met dat wat de sterkste verlangt: ‘u vraagt wij draaien’ Eerst was dat moderatie van berichten en nu zijn dat ‘rivieren van stront’. Zuckerberg heeft geen interne deugd, geen eigen innerlijk of morele kompas. Het juiste, rechtvaardige, moedige en matige is dat wat anderen en dan vooral degenen met de macht wil.

Wil de ‘witte man’ nu opstaan

Er kop noch staart aan krijgen, een uitdrukking voor er geen verband in zien. In de eigen staart bijten, een uitdrukking voor iets waarmee je jezelf benadeelt. En als laatste een aal bij de staart hebben, een uitdrukking voor met iets bezig zijn dat bijna zeker zal mislukken. Aan die drie uitdrukkingen met een staart erin moest ik denken na het lezen van een interview met  Siela Ardjosemito-Jethoe bij De Kanttekening. Ardjosemito-Jethoe is, zo lees ik: “een expert op het gebied (van) diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid.” Ze gaat vanaf februari aan de slag als bureauhoofd Inclusie en Diversiteit bij de gemeente Amsterdam en vervulde een soortgelijke rol in het directieteam van de Universiteit van Leiden en later bij Avans Creative Innovation.

“Er is sprake van een scheefgroei in systemen die er zijn opgebouwd. Die systemen werken voor mensen die deze systemen hebben gemaakt en voor mensen die op hen lijken. De ongelijkheid is verweven in deze systemen. Het is dus lastig om te herkennen dat de scheefgroei er is, sterker nog, we zien als samenleving de scheefgroei als normaal.”  Zo beantwoordt de antropoloog en socioloog Ardjosemito-Jethoe in een interview bij De Kanttekening de vraag: “Hoe werken racisme en discriminatie door in de hedendaagse samenleving?” Daarom is het, zo betoogt ze: “belangrijk om de systemen ter discussie te stellen. Waar zit die ongelijkheid in de systemen? Hoe gaan we dit tegen? Wat is daarvoor nodig?”

Het eerste wat er nodig is, zo betoogt ze, is: “om de geschiedenis in te duiken. West-Europese samenlevingen maken al eeuwenlang onderscheid tussen mensen op basis van etniciteit; witheid werd verheerlijkt. In Europa was de rassenleer lange tijd een wetenschap. Johann Friedrich Blumenbach heeft reeds in de achttiende eeuw zijn ‘theorie’ hierop losgelaten. Later nam Arthur de Gobineau het stokje over en werd onder andere het antisemitisme hiermee vergoelijkt.”  Inderdaad deelde Blumenbach de mensheid in wat hij vijf rassen noemde, in. Dat is echter wat anders dan een ‘rassenleer’ die het ene ras boven het andere plaatste. Dat is iets waar Blumenbach zich tegen verzette. Bijzonder om de rassenleer met hem te laten beginnen. Dit even terzijde.

Dat heeft geleid tot superioriteitsdenken: “Forum voor Democratie promoot deze ideeën. De PVV niet expliciet, toch laat deze partij zich leiden door superioriteitsdenken. … Denk aan die motie van Bente Becker. Of aan de opmerking van minister Mona Keijzer dat antisemitisme onderdeel is van de islamitische cultuur.”  Maar: “Veel vaker is het zo dat het superioriteitsdenken in het onderbewuste een rol speelt. Het besluit van een werkgever om mensen met een Arabisch of Turks klinkende achternaam niet aan te nemen bijvoorbeeld. Of om studenten met een migratieachtergrond te discrimineren bij het vinden van een stageplek. Of denk aan een kunstdocent die GroenLinks stemt, maar van leerlingen van kleur verwacht dat ze minder goed presteren.” Die mensen: “vinden dat ze goede mensen zijn en daarom kunnen ze niet racistisch zijn. Maar als je ze vraagt wat ze hebben gedaan om antiracistisch te zijn, dan blijft het stil. Ze doen allerlei dingen die racistisch zijn, maar zeggen dan: ‘Ja, maar ik heb ook zwarte vrienden, mijn zwager is …’, enzovoort. Als je hen op racisme wijst worden ze boos en schieten ze meteen in de verdediging: ‘Ik ben geen racist.’”  Van de systemen is zo nu het probleem verplaatst naar de personen. Aan deze redenering van Ardjosemito-Jethoe kan ik kop nog staart krijgen.

Die verplaatsing naar de personen bijt zich in de eigen staart als Ardjosemito-Jethoe naar oplossingen zoekt. Als de systemen het probleem zijn, dan zou je de oplossing moeten zoeken in de aanpassing van de systemen. Ardjosemito-Jethoe  zoekt ze in: “gecontroleerde ruimtes, ruimtes waar je met elkaar afspraken kan maken, waarin men bekend is met elkaar. Denk aan de werkvloer, de school en de sportvereniging. Daar kan je alles zo organiseren met elkaar, dat alle mensen het gevoel krijgen er bij te horen. Wat is hiervoor nodig? Hoe word je een inclusieve school of een inclusieve werkplek? Hoe ontvang je feedback, hoe spreek je de ander aan op zijn gedrag? Hoe doen we dit samen?’” De systemen moeten worden veranderd door de mensen op inclusiviteits- en diversiteitstrainingen te sturen. Als het de mensen zijn die hun gedrag moeten veranderen, zijn dan niet de mensen racisten?

En daarmee zijn we er.  Ja, er zijn mensen die racist zijn. Voor de overgrote meerderheid geldt dat echter niet. Die moeten echter wel op dergelijke trainingen. Trainingen met als theoretische basis het door Kimberlé Crenshaw ontwikkelde concept intersectionaliteit en dat Ardjosemito-Jethoe kort uitlegt: “Witte vrouwen, mensen van kleur, personen die lhbtq+ zijn of pan (mensen die aantrekking voelen naar personen, ongeacht of dit nou een vrouw, een man of non-binair iemand is, red.), mensen met een fysieke uitdaging, neurodiverse mensen et cetera en elke intersectie die je op deze marges maar kan bedenken,” al snel buiten de boot vallen ten opzichte van de witte man. Immers:  “Je hebt een achterstand als je vrouw bent, of een persoon van kleur. En een dubbele achterstand als je het allebei bent. Het systeem benadeelt je als je werk, een woning, een stage of iets anders zoekt. Je kunt er bijna geen grip op krijgen.”  En wie is het probleem bij een dergelijke manier van redeneren: iedere groep die onder je staat op wat ik éerder de ellende-ladder noemde. Onderaan die ladder staat de witte man, een treetje erboven de witte vrouw en die zitten daarmee al vrij snel in het beklaagdenbankje. Zij zijn het probleem. Zij hebben wit privilege. En daar zit je dan als witte in Amsterdam en krijg je van bureauhoofd Ardjosemito-Jethoe te horen dat jij het probleem bent en moet veranderen. En dan wordt er snel achteraan gezegd: ‘nee niet jij persoonlijk’. Maar wie dan? Wie is dan die ‘witte man’ die het probleem is? Wil de ‘witte man’ nu opstaan?

“Voor mij is het belangrijk dat deze grote theoretische concepten niet theorie blijven. Het is belangrijk om kennis in te zetten bij ‘normale’ gesprekken.” Aldus Ardjosemito-Jethoe. Als het theoretisch concepten zoals intersectionaliteit en begrippen als wit privilege de basis blijven voor het streven naar een prettige werkvloer en samenleving voor iedereen, dan hebben we de aal bij de staart. Ja, als je naar de Nederlandse samenleving kijkt, dan zijn ‘witte mannen’ oververtegenwoordigd op belangrijke posities in de samenleving. Dat komt echter niet door hun huidskleur maar door hun machtspositie en vooral door de machtsposities die hun voorouders wisten te bereiken. Zo kom je de naam Tjeenk-Willink of Korthals-Altes in politiek, bestuurlijk en juridisch Nederland in verschillende generaties tegen. En voor degenen die deze namen niets zeggen: we hebben inmiddels al drie generaties De Mol in televisieland en dat is daar niet de enige familie. Die ‘De Mols’ hebben hun werk niet te danken aan hun huidskleur maar aan John de Mol.

De De Mols zijn er een heel duidelijk voorbeeld van dat mensen een voorkeur hebben voor mensen die op hen lijken. Die voorkeur is een gevolg van miljoenen jaren evolutie en draaide niet zo zeer om het hebben van een voorkeur maar eerder om afkeur. Om te overleven moesten mensen samenwerken. Het risico van samenwerken is dat je bedrogen kunt worden. Om het risico op bedrog te verkleinen, dat kon immers tot je dood leiden, selecteerden onze voorouders onbewust op gelijkenis met henzelf. Dat gebeurde al in de eerste seconde dat mensen elkaar tegenkwamen. In die seconde werd bepaald of de ander een vriend of vijand zou kunnen zijn. Treuzelen, en dat doe je als je een dergelijke keuze maakt op basis van ratio, kon immers je dood betekenen. Die speer in de handen van de ander zit immers binnen een paar tellen in je lijf.  En hoe meer de ander op je leek, hoe groter de kans was dat hij als ‘vriend’ werd ingedeeld. Dat mechanisme heeft onze voorouders goed geholpen en zit in ieder van ons ingeslepen. De eerste indruk is bepalend. Dat is het mechanisme dat ervoor zorgt dat ‘Mark’ meer kansen op een stageplek heeft dan ‘Mohammed’. ‘Mark’ heeft het geluk dat er meer ‘Marken’ zijn die een stagiaire zoeken dan ‘Mohammeds’. Dit mechanisme zorgt ervoor dat De Mol, De Mols kiezen en als er geen ‘De Mols’ zijn dan is er vast wel een ‘John’ en heeft ‘Jamal’ pech. Die irrationele keuze wordt daarna rationeel onderbouwd.

Dit discrimineren, onderscheid maken, doet ieder mens want het heeft ons, zoals gezegd, miljoenen jaren geholpen. Tegenwoordig zorgt het echter voor problemen. Het zorgt ervoor dat ‘Mohammed’ en ‘Jamal’ minder kansen hebben. Dat is te verhelpen. Bij dat verhelpen gaat intersectionaliteit en wit privilege niet helpen. Die zorgen er namelijk voor dat, zoals Ardjosemito-Jethoe constateert:  “veel witte mensen (…)  zich dit toch persoonlijk aan(trekken). Ze voelen zich aangevallen.” Ardjosemito-Jethoe vervolgt: “En dan heb je geen gesprek.” Daarbij gaat het volgens Ardjosemito-Jethoe: “niet zozeer om iemands intenties, maar om de consequenties.” Echter, door op dit menselijk gedrag het stempel ‘racisme’ te plakken en te spreken van ‘wit privilege’ gaat het gesprek juist over de intenties en niet over de consequenties.

Erg in hebben

“Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt.” De laatste woorden van het verhaal Piramide van de Venlose schrijver Fons Wijers. Het verhaal staat in zijn pas uitgekomen verhalenbundel Ricardo’s lot.  De woorden kwamen bij me op toen ik, zoals veel gebeurt in deze periode van het jaar, aan het terugdenken was wat er het aflopende jaar allemaal is gebeurd. Die woorden staan voor mij model voor het afgelopen jaar. Of beter nog, voor de afgelopen twintig jaar.

Eerst even naar het verhaal Piramide. De hoofdpersoon vertelt aan zijn dokter dat hij op reis gaat naar Egypte. Die dokter vindt dat, gezien de conditie van de man, geen goed idee en sluit zijn betoog af met de woorden: “Dus als u me vraagt of een dergelijke reis verantwoord is, moet ik u teleurstellen.” De man gaat toch en sterft vervolgens bijna van benauwdheid tijdens een bezoek aan een piramide. Hij overleeft het en kijkt aan het einde van de dag uit het raam van zijn hotelkamer en realiseert zich: “dat ademhalen natuurlijk gewoon vanzelf behoort te gaan, zonder nadenken.” Want en daarmee eindigt het verhaal: “Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt.”  Een mooi kort verhaal waarvan de bundel van Wijers er veel meer bevat.

Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt, als het vanzelfsprekend is. Als je er ‘erg in hebt’ dan gaat het niet goed. Voor de man in het verhaal betreft dit de ademhaling. Die ging in de piramide niet vanzelf, het kostte moeite. In onze democratische rechtsstaat is het precies hetzelfde. Pas als iets niet goed gaat, zoals bij de Toeslagenaffaire, dan heb je er ‘erg in’. Dan merk je dat iets wat je als gewoon veronderstelde, niet vanzelf gaat. Als je het nieuws een beetje volgt dan krijg je de indruk dat er in onze democratische rechtsstaat tegenwoordig veel is waar we ‘erg in’ hebben en dat niet goed gaat. Als je het taalgebruik mag geloven dan leven we in een crisistijd. Milieucrisis, stikstofcrisis, energiecrisis, wooncrisis, asielcrisis, veiligheidscrisis want we moeten ons voorbereiden op een oorlog en zo’n crisis leidt al snel tot een kabinetscrisis. Ieder probleem wordt meteen een crisis en het is aan de overheid om die op te lossen. Op te lossen door volgens het ene uiterste, stevige maatregelen te nemen en volgens het andere uiterste zich er niet mee te bemoeien want dat lost de markt zelf wel op.

Volgens premier Schoof, zo vertelt hij in een interview in de Volkskrant, is: “Het belangrijk dat Nederland een relatief stabiel bestuur heeft,” want: “het is super onrustig in de wereld.” Nu maakt zijn kabinetsploeg alles behalve een stabiele en zelfs geen ‘relatief stabiele’ indruk. Het getuigt van weinig stabiliteit om pas aangenomen wetten, zoals de Spreidingswet weer in te trekken en om bijna afgeronde trajecten om een uitdaging aan te pakken, zoals bij de aanpak van het stikstofprobleem, bij het grof vuil te zetten. Het getuigt van weinig ‘stabiliteit’ door bij de aanpak van veel problemen alle ballen op innovatie te zetten en vervolgens te bezuinigingen op wetenschap en innovatie. Dit even terzijde.

Een nadeel van ‘er geen erg in hebben omdat het goed gaat’, is dat de waardering voor dat goed gaan verdwijnt. Dat er goed drinkwater uit de kraan komt is vanzelfsprekend. Dat die vanzelfsprekendheid onder druk staat door de grote hoeveelheid stikstof en nog meer door het gebruik van pesticiden verdwijnt dan naar de achtergrond. Van een andere orde, dat we in een democratische rechtsstaat wonen is vanzelfsprekend. Zo vanzelfsprekend dat Plasterk, die mogelijke kabinetten moest onderzoeken adviseerde om: “te onderzoeken of er overeenstemming is of kan worden bereikt tussen de partijen PVV, VVD, NSC en BBB over een gezamenlijke basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtsstaat.”  Zo vanzelfsprekend dat die partijen dat vervolgens ook nog gingen doen. Onze democratische rechtsstaat is onderhandelbaar. Onze Grondwet moet gewaarborgd worden. Ik dacht altijd dat de Grondwet de waarborging was van en voor onze democratische rechtsstaat.

Verdwijnende waardering van grondrechten omdat het goed gaat, bleek ook uit de discussie over het demonstratierecht die naar aanleiding van demonstraties van Exctinction Rebellion begin 2024 losbarstte. Die club maakte, zo betoogde Lilian Helder van de BBB, ‘misbruik van het demonstratierecht en moest daarom maar tot ‘criminele organisatie’ worden bestempeld. Politieke partijen die het demonstratierecht willen beperken omdat de boodschap die de groep verkondigd hen niet aanstaat. Ze realiseren zich niet dat het laten horen van een boodschap nu juist precies de kern van het demonstratierecht is

Waar het goed mee gaat, is het stigmatiserend, discriminatoir en soms zelfs racistische discours dat sinds het begin van deze eeuw over Nederland wordt uitgestort en waar Wilders al zo’n twintig jaar de belangrijkste vertolker van is. In maart van dit jaar gaf BBB-voorvrouw Van der Plas een voorbeeld dat het goed gaat met dit discours toen ze bij OP1 beweerde dat: “de groepen mensen die hier het meest asiel aanvragen dat zijn landen als Syrië, Eritrea Jemen dat zijn wel echt landen die een joden haat hebben die tot diep in hun ziel zitten.” Nogal stigmatiserend en discriminerend en wat mij daarbij het meeste trof was dat de presentatoren het gewoon lieten passeren. Geen verontwaardiging, geen vraag naar bewijs. Ze zwegen als het graf. In mei deed Mona Keijzer, partijgenoot van Van der Plas en nu minister in het kabinet Schoof, bij Jeroen en Sophie een soortgelijke uitspraak: “Wat je ziet is dat veel asielmigranten komen uit landen met een islamitisch geloof. We weten dat daar jodenhaat onderdeel is bijna van de cultuur.” Daarom was er in het coalitieakkoord opgenomen dat de Holocaust onderdeel moet worden van de inburgering. Gelukkig was er toen wel iemand die tegengas gaf, de schrijver Arnon Grunberg vond het: “kwalijk. Dat is precies wat je niet moet doen… En dit vind ik eigenlijk ook nog schandelijk omdat over de ruggen van zes miljoen vermoorde joden hier symboolpolitiek wordt bedreven” Naar aanleiding van Keijzers uitspraak verzuchtte ik dat: “Als er dan toch ergens ‘nadrukkelijk kennis van de Holocaust’ bijgebracht moet worden, dan zijn de onderhandelaars van het coalitieakkoord een goede plek om te beginnen.”   

Na de gebeurtenissen in Amsterdam van 7 november bleek dat het stigmatiseren en discrimineren niet alleen iets van de PVV en BBB is. Onder de het-moet-benoemd-worden-vlag stigmatiseerden naast deze partijen ook de VVD en het kabinet Schoof er vrolijk op los. Er was sprake van een ‘integratieprobleem’ van mensen die hier geboren en getogen zijn. Om dat aan te pakken moet de ene vorm van discriminatie, antisemitisme, zwaarder worden bestraft dan andere vormen. Die gebeurtenissen werden ook aangegrepen om het demonstratierecht te beperken. Demonstreren werd voor het gemak ongeveer gelijkgesteld aan relschoppen. Trouwens niet alleen tegen het demonstratierecht er werd gepleit voor het verbieden van de instagrampagina Cestmocro omdat die “onze jeugd vergiftigt met haat en antisemitisme,” aldus BBB-Kamerlid Henk Vermeer en het wordt niet gemodereerd. Een aantasting van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van drukpers. “Als dit onze samenleving vertegenwoordigt, dan sta ik met de rug naar de samenleving,” schreef ik naar aanleiding hiervan.

Eind november bleek hoe ‘goed’ het in Nederland gaat met het stigmatiserende, discriminerende en naar racisme riekende discours. Het bleek zo tot in de ‘genen’ van het gros van politiek Nederland doorgedrongen dat naast de vier regeringspartijen ook de SP, het CDA, de ChristenUnie en de SGP er geen been in zagen een discriminerende en stigmatiserende  motie aan te nemen. Een motie die de overheid oproept tot etnisch profileren. Pas nadat er ophef over ontstond leken enkele partijen zich te realiseren waar ze voor hadden gestemd. Zelfs de indiener van de motie liet van zich horen. Niet met een verontschuldiging, nee door de partijen die tegen de motie stemden de mantel uit te vegen. Die partijen maken zich schuldig aan het: “cancellen van een onwelgevallige mening.” Die partijen en: “een aantal feitenvrije columns en kwalijke bijdragen,” zijn de schuld. Daarin werden: “een aantal woorden uit de motie uit context,” getrokken. Zo is op de VVD site te lezen.

Het gaat zo goed met het stigmatiserende en discriminerende discours dat grote groepen mensen er geen erg in  hebben hoe giftig en schadelijk dit discours is. Die schade wordt nog vergroot omdat het discours wordt gebruikt om de bijl te zetten in de wortels van onze democratische rechtsstaat en grote groepen hebben niet eens in de gaten dat er aan die wortels wordt gehakt. Ze hebben het niet in de gaten omdat de verworvenheden ervan zo vanzelfsprekend zijn dat men zich een wereld zonder niet kan voorstellen.  Zo bleek uit een reportage van de NOS in juni 2024 dat een grote groep jongeren democratie niet belangrijk vindt en autoritaire bestuursmodellen aantrekkelijk vindt omdat die, in tegenstelling tot een democratie, snel resultaten bereiken. Op de vraag of leiders gekozen moeten worden antwoordde een jeugdige: “het liefst wel gekozen. Maar stel het gaat helemaal mis dan is dat wel een optie.”  Ik dacht en schreef vervolgens: vergeef hen, ze weten niet wat ze wensen.” Een autocratie ‘aanschaffen’ is zo gebeurd, afschaffen is wat lastiger. Voor een democratie geldt precies het omgekeerd: afschaffen is zo gebeurd, ze weer aanschaffen is een heel ander verhaal.

“Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt.” Met betogen die de bijl zetten aan de wortels van onze democratische rechtsstaat gaat het zo goed dat ze steeds minder opvallen. Een zeer zorgelijke ontwikkeling. Ik hoop dat deze prikker eraan bijdraagt dat het giftige en schadelijke van dergelijke betogen wel weer gaan opvallen. Ik hoop dat ze ertoe leiden dat steeds meer mensen als de hoofdpersoon in Wijers’ verhaal Piramide ‘staan te hijgen’ omdat ze wat nu het nieuwe normaal lijkt te worden, niet normaal vinden en zich ertegen uitspreken.

Eigen BBBetutteling eerst

“BBB is tegen toenemende betutteling van de overheid. Het voorstel “Nicotinee” legt extra druk op ondernemers, is nadelig voor de grensregio’s en stimuleert de illegale handel. BBB wil géén nationale regels bovenop Europese wetgeving. BBB pleit voor inzet op Europees niveau.” Aldus een bericht van de BBB dat ik op LinkedIn tegenkwam. De partij vindt het voorstel van Nicotinee als de Nederlandse overheid het overneemt, betutteling. Een bijzondere passage in een bijzonder bericht.

Bron: Flickr

“Wij vinden dat het niet de taak is van de overheid om de persoonlijke vrijheden van mensen te beperken op basis van wat de overheid denkt dat beter voor ons is,” aldus BBB- en voormalig PVV-Kamerlid Lilian Helder in het bericht waar ze spreekt over roken en rookwaren. Het is de taak van de overheid om ons te beperken in hun persoonlijke vrijheid omdat ze denkt dat het goed voor ‘ons’ is. De verkeersregels beperken mij in mijn vrijheid. Ik mag niet met 200 kilometer per uur over de linker weghelft scheuren. Die vrijheid heb ik niet. Ik moet rechts rijden en moet me aan de geldende maximumsnelheid houden. Ik moet me daaraan houden omdat dit goed voor ‘ons’ is. Ik mag ook niet vrolijk schietend met een Kalasjnikov rondlopen of christal meth maken en verkopen. Als ik dat allemaal al zou willen. Ik mag geen medemens als slaaf houden. Ik mag, als werkgever, mensen die voor mij werken niet met 20 tegelijk in een krot van een woning stoppen. Helaas gebeurt dat wel. Ik mag dat niet omdat de overheid vindt dat dit niet goed is voor ‘ons’.

‘Maar ik mag toch zelf weten wat ik in mijn lichaam stop,’ kun je nu tegenwerpen. Dan werp ik tegen: ‘maar geldt dat dan niet ook voor harddrugs?De BBB denkt van niet zo is te lezen in het genoemde verkiezingsprogramma. “Het onvoldoende bestrijden van harddrugsgebruik in de steden … tot criminele drugsnetwerken op het platteland.”  Even voor de beeldvorming, ook op het door de partij zo bejubelde platteland wordt flink ‘geslikt, gespoten en gesnoven’, dit naast dat er daar ook flink ‘gezopen’ wordt. Dat is niet voorbehouden aan de grote steden. Dit even terzijde. Het gebruik van harddrugs wil de partij bestrijden. Maar, beste BBB, ook dat is een beperking van de persoonlijke vrijheid van mensen. Ook hier ‘bepaalt’ de overheid wat ‘betere voor ons’ is en ‘betuttelt’ zij. Als de BBB consequent was in haar redenering, dan zou ze ook het verbod op harddrugs ‘betuttelend’ vinden of ook pleiten voor het bestrijden van de rook en vape-verslaving. Want waarom is de ene drug illegaal en de andere niet?

“In plaats van te verbieden, moeten we wat ons betreft Europees aan de slag en landelijk vooral inzetten op voorlichting, preventie en begeleiding voor wie wil stoppen.” Maar beste BBB, waarom zou de overheid je wel moeten helpen met het stoppen? Als het je eigen keuze is om te vapen en verslaafd te raken, waarom dan geld besteden aan voorlichting en preventie? Waarom moet de overheid je dan begeleiden bij het stoppen? Als het een eigen keuze is om te gaan vapen en verslaafd te raken, moet je dan ook niet zelf de gevolgen daarvan aanvaarden en zelf opdraaien voor de kosten van de begeleiding? Moet je dan ook niet opdraaien voor de kosten van de gezondheidszorg als je ziek wordt door je gedrag? Opdraaien door die zelf te betalen of door een veel hogere verzekeringspremie te betalen waarin die kosten worden doorberekend? Want waarom zou ik daarvoor moeten opdraaien?

Het is juist wel de taak van de overheid om te ‘betuttelen’ om zo de vrijheid voor ons allen te vergroten. ‘Het doel van de staat is de vrijheid,” zoals op de sokkel van het beeld van Spinoza in Amsterdam. Een tekst die Spinoza’s filosofie samenvat. Maar ja, wat jezelf wil verbieden is logisch. Of om het wat anders te formuleren eigen betutteling eerst. Of om in BBB termen te blijven eigen BBBetutteling eerst.

Brainrot

Nee, nee en nog eens nee!!! We gaan NIET over tot de orde van de dag. Want als dit tegenwoordig de orde van de dag is, dan vraagt dat om verstoring van die orde. Dat is wat ik dacht toen ik hoorde dat de Tweede Kamer een motie van VVD Kamerlid Bente Becker heeft aangenomen. Een motie die duidelijk maakt hoe rot politiek Den Haag is. Een discriminerende en stigmatiserende motie die vraagt om aangifte bij de politie en dan verder onderzoek door justitie. Helaas is dat niet mogelijk want in de Kamer mogen politici zeggen wat ze willen. Alleen de voorzitter kan hen corrigeren en eventueel schorsen.

In die aangenomen motie wordt de regering verzocht: “om gegevens over culturele en religieuze normen en waarden van Nederlanders met een migratieachtergrond bij te houden, bijvoorbeeld door het SCP te vragen dit (periodiek) te onderzoeken.” Dit omdat, aldus de indiener: “data over de normen en waarden en mogelijke acties die hieruit voortvloeien in (gesloten) religieuze gemeenschappen van overheidswege weinig bestudeerd worden,” en dat: “data over normen en waarden inzicht kan bieden in de culturele integratie van Nederlanders met een migratieachtergrond en behulpzaam is om gericht problemen aan te pakken en lessen te trekken uit positieve ontwikkelingen.” Dat klinkt mooi ‘positieve ontwikkeling’. Dat is het echter niet. Deze motie pleit voor etnisch profileren. Dit is niet het enige voorbeeld van discriminerende voorstellen vanuit de partijen die nu de regering vormen. Ik schreef er al eerder over.

Er is echter nog meer dat problematisch is met deze motie. Volgens Becker en de partijen die de motie ondersteunen ligt het probleem bij ‘(gesloten) religieuze gemeenschappen. Om dit te kunnen ‘bestuderen’ en dan vooral de ‘acties’ die uit de ‘normen en waarden voortvloeien’, moeten gegevens van alle Nederlanders met een migratieachtergrond worden bijgehouden. Daarmee wordt gesuggereerd dat alleen migranten  religieuze opvattingen kunnen hebben die tot ‘verkeerde acties’ kunnen leiden. Alsof mensen zonder migratieverleden geen lid kunnen zijn van een ‘(gesloten) religieuze gemeenschap’ en ‘verkeerde acties’ in de zin kunnen hebben.

Een stap verder. Alsof alleen ‘(gesloten) religieuze gemeenschappen’ tot verkeerde acties in staat zijn. Varkenskoppen en vuurwerk om te voorkomen dat asielzoekers worden opgevangen, de gewelddadige acties tegen anti-zwarte-piet-demonstranten en het storten en verbranden van afval door boeren als vorm van protest, zijn voorbeelden dat in niet (gesloten) religieuze gemeenschappen iets schort aan normen en waarden. Sterker nog, het indienen en aannemen van deze motie laat zien dat er zelfs bij de meerderheid van de Tweede Kamerleden iets schort aan de ‘normen en waarden’.

Als Becker en haar collega’s die instemden met deze motie dan toch iets willen onderzoeken, dan stel ik een grondig zelfonderzoek voor. Een onderzoek waarbij ze hun denken en handelen eens langs hun eigen zo hoog geachte ‘normen en waarden’ leggen. Hoe ‘liberaal’ is deze motie en is hun handelen? Hoe verhoudt zich dit tot het vodje met de ‘basislijn over rechtsstatelijkheid’? En als ik ze een idee aan de hand mag doen, wellicht kunnen ze eens onderzoeken of ze lijden aan brainrot? Dat Engelse woord van het jaar. Dus naar de mogelijke ‘negatieve psychologische en cognitieve effecten’ veroorzaakt door ‘internetinhoud van lage kwaliteit’. 

Benoemen

Afgelopen week vlogen, naast straatstenen en bouwmaterialen, grote woorden door de lucht. Pogrom, antisemitisme, terrorisme. De stenen waren nog niet geland of de Israëlische premier stuurde twee vliegtuigen. De inkt van zijn bericht was nog niet droog of de Amerikaanse president deed nog een duit in het zakje. Binnenlandse politici zoals Wilders, Yesilgoz en premier Schoof lieten zich ook niet onbetuigd. Na een genuanceerd betoog en een pleidooi bij Buitenhof van Jaïr Stranders filosoof en bestuursvoorzitter van de Liberaal Joodse Gemeenschap Amsterdam om zeer voorzichtig te zijn met het gebruiken van dergelijk zwaarbeladen termen, sprak minister Sophie Hermans de woorden: “Hier staan mensen met de rug naar onze samenleving”

Hermans zat bij Buitenhof om te spreken over wat haar en de Nederlandse inzet zou zijn voor de klimaattop die de komende twee weken plaatsvindt. Mijn zoon vatte het gesprek kort samen met de woorden: “ze praat veel maar zegt niets.” Aan het begin van haar interview werd ze gevraagd om te reageren op de uitspraak Van Raoul du Pré in de Volkskrant dat: “Een land waarvan de politieke leiders bij een uitslaande brand niet toesnellen met water maar met benzine, (…) zich grote zorgen (mag) maken over de nabije toekomst.” Hermans gebruikte ook hier veel woorden maar paste ervoor om zich uit te spreken over die pyromane politieke leiders. Sterker nog, met de woorden dat ‘er mensen met de rug naar onze samenleving staan’, legt ze oorzaken van de zorgen van Du Pré bij anderen neer. Premier Schoof en in zijn kielzog of hij in het kielzog van andere, spreekt over een probleem met integratie. Wat ze allemaal gemeen, hebben is dat ze allemaal spreken over ‘benoemen’ wat er is gebeurd.

Benoemen’: “een naam geven: een probleem benoemen officieel tot probleem verklaren door het een naam te geven,” aldus een van de twee betekenissen die de digitale Van Dale geeft van het woord. De tweede betekenis, “aanstellen: iemand tot voorzitter noemen,” is hier niet aan de orde. Hermans, Schoof en al die anderen ‘benoemden’ de gebeurtenissen in Amsterdam van de afgelopen week. Bij dat benoemen valt mij iets op en geheel in hun stijl en in tegenstelling tot mijn eigen stijl, ga ik dat nu eens niet bevragen maar benoemen.

Ik zie politieke partijen die verdeeldheid zaaien. Die mensen stigmatiseren en bijna criminaliseren op basis van hun geloof en waar de wieg van hun ouders of nog verdere voorouders stonden. Die deze mensen tot zondebok maken voor alles wat er in hun ogen niet goed gaat. Politici die van moslims verwachten en zo ongeveer eisen dat ze zich uitspreken over het gebeuren en ‘hun mensen’  aanspreken en in het gareel houden. Dat ze ziende blind en horende doof zijn kan daaraan debet zijn want de afschuw over het  gebeurde kwam uit alle hoeken en gaten van onze samenleving. Wat bijzonder is aan een dergelijke oproep is dat zij nooit van autochtone Nederlanders vragen en zeker niet eisen dat ze zich moeten uitspreken tegen geweld en bedreigingen door andere autochtone Nederlanders. Politici die het gebeurde framen als een ‘integratieprobleem’ en daarmee grote groepen mensen stigmatiseren. Daarbij vergeten ze dat integreren iets is waaraan iedereen, ook zij, een bijdrage moet leveren. Dit is racisme, de “opvatting dat mensen met een bepaalde huidskleur beter zouden zijn dan mensen met een andere kleur, gebruikt als rechtvaardiging om mensen met een andere kleur slecht te behandelen.”  En zoals artikel 1 van onze grondwet stelt, is: “Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, (…) niet toegestaan.” Drie van de meest uitgesproken partijen, de PVV de BBB en de VVD maken deel uit van de regeringscoalitie.

Daarbij blijft het niet. De regering, daartoe aangezet door dezelfde partijen wil de Nederlandse nationaliteit afpakken van mensen die zich schuldig maken aan antisemitisme. Dit vloekt op twee manieren met een van de hoekstenen van onze rechtsstaat: het gelijkheidsbeginsel. Als eerste is antisemitisme niets meer en niets minder dan een vorm van racisme. De ene vorm van racisme, antisemitisme, zwaarder bestraffen dan de andere vorm, zoals het kabinet ook wil, is niet alleen een vorm van discriminatie het vloekt ook nog eens met het gelijkheidsbeginsel. Als tweede kan het afnemen van een nationaliteit alleen van iemand die meerdere nationaliteiten heeft. Iemand met alleen de Nederlandse nationaliteit die nationaliteit afnemen, mag niet. Iemand stateloos maken mag immers niet. Als dit werkelijkheid wordt, kan de ene persoon zwaarder worden gestraft dan de andere. Dat vloekt met het gelijkheidsbeginsel. Dat dit bij een veroordeling voor terrorisme kan, doet daar niets aan af. Ook daar vloekt het met het gelijkheidsbeginsel. De regering en deze partijen zetten hiermee aan het eerste deel van Artikel 1 van onze Grondwet: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” En daarmee aan de belangrijkste pijler onder onze rechtsstaat.

Het kabinet en de partijen waarop het steunt, willen het demonstratierecht aanscherpen. Zo zou er niet overal meer gedemonstreerd mogen worden en mag het gezicht niet meer worden bedekt. Bijzonder dat deze maatregelen worden voorgesteld naar aanleiding van de gebeurtenissen in Amsterdam van afgelopen week. Bijzonder omdat er geen sprake was van een demonstratie die uit de hand liep. Hoe gaat het verbod op het dragen van maskers voorkomen dat relschoppers rellen schoppen. Het lijkt me niet dat relschoppers tevoren een vergunning aanvragen om rellen te gaan schoppen. Deze maatregelen zijn geen oplossing ter voorkoming van de problemen van vorige week. Hier wordt de gelegenheid gebruikt om maatregelen door te drukken.

Een dubieuze manier van handelen. En niet alleen dubieus, ook kwalijk. Kwalijk aan de denk- en handelswijze van het kabinet en deze partijen is dat zij impliciet suggereren dat demonstreren en rellenschoppen hetzelfde is. Kwalijk omdat hiermee grondrechten worden uitgehold. Het recht op betoging is vastgelegd in artikel 9 van onze Grondwet en kan alleen worden beperkt via bij de wet vastgestelde regels: “ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.”  Niet meer overal demonstreren is een hellend vlak dat leidt naar nergens meer demonstreren. Saillant detail is dat twee van de betrokken partijen, de BBB en de PVV een heel andere toon aansloegen tijdens de boerenprotesten van een paar jaar geleden.

Met die boerenprotesten kom ik bij het wijzen van het Openbaar Ministerie op de mogelijkheid om de daders van de rellen van vorige week te vervolgen  voor terrorisme en daarmee de mogelijkheid om hen het Nederlanderschap te ontnemen. Ik kwam hier via de boerenprotesten omdat er een goed beargumenteerd betoog is op te zetten dat er bij die protsten sprake was van terrorisme. Rotzooi zoals asbest op snelwegen gooien en het in brand steken. Met trekkers wegen blokkeren en naar huizen van bewindslieden optrekken. Maar het is niet aan de Kamer noch aan de regering om het Openbaar Ministerie (OM) adviseren. Het OM behoort tot de rechterlijke macht. In Nederland kennen we de scheiding van machten en is het aan de rechterlijke macht om te bepalen wie waarvoor wordt vervolgd, dat doet het OM en aan de rechters om vervolgens te bepalen of iemand schuldig is en vervolgens een straf op te leggen. Daar moeten politici zich niet mee bemoeien.

Ook wil de regering, gestimuleerd door de drie partijen en vooral door de BBB de Instagrampagina Cestmocro verbieden omdat die “onze jeugd vergiftigt met haat en antisemitisme,” aldus BBB-Kamerlid Henk Vermeer en het wordt niet gemodereerd. Haat prediken en antisemitisme is niet mijn stiel, maar alleen haat tegen joden en antisemitisme als reden zien om een medium het zwijgen op te leggen is in strijd met onze grondrechten. Onze Grondwet bepaalt in artikel 7 namelijk dat: “Niemand (…) voorafgaand verlof nodig (heeft) om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.”  

Als haat prediken een reden is om Cestmocro te verbieden dan komen er nog veel meer kanalen in aanmerking voor een verbod. Het Twitteraccount van Geert Wilders bijvoorbeeld en ook menig bericht van de BBB dat ik op LinkedIn lees is vergiftigd met afkeer van migranten en van Nederlanders die een andere dan een christelijk geloof aanhangen. Zo betoogde Van der Plas recentelijk nog dat: Syrië, Eritrea Jemen (…) wel echt landen (zijn) die een joden haat hebben die tot diep in hun ziel zitten.”  Alleen kiest de regering in het kielzog van de drie de partijen daar niet voor. Door alleen media die Jodenhaat verspreiden te verbieden, wordt er gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Verder wil de regering een leerstraf voor daders van antisemitisch geweld door bijvoorbeeld een verplicht bezoek aan het voormalige kamp Westerbork. Bijzonder omdat de regering juist heeft besloten de subsidie aan dit en andere herinneringsplekken te beëindigen. Met zo’n bezoek is niets mis mee. Alleen zou dat niet alleen beperkt moeten blijven tot daders van antisemitisch geweld. Ook daders van ander op haat vanwege afkomst en uiterlijk gebaseerd geweld zouden zo’n bezoek moeten brengen. Dat kamp is, net als alle voormalige concentratiekampen, namelijk een voorbeeld van wat er kan gebeuren als groepen mensen om hun afkomst, geloof of welke reden dan ook, worden ontmenselijkt. Dat het in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw joden waren, wil niet zeggen dat dit alleen met joden kan gebeuren. Het is immers ook in Rwanda en voormalig Joegoslavië gebeurd en lijkt er verdacht veel op dat het nu met de Palestijnen gebeurt. Een dergelijke straf alleen bij antisemitisme is weer in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Net zoals het idee om straffen voor antisemitisme te verhogen in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Antisemitisme is gewoon een vorm van racisme en voor iedere vorm van racisme moet dezelfde straf gelden.

De partijen willen de politie meer bevoegdheden geven. Zo moet de politie toegang krijgen tot WhatsApp-groepen bij vrees voor ongeregeldheden. Dit is een hellend vlak dat eindigt bij Orwells Big Brother. Die kant moeten we niet op willen. Dit betekent dat het grondrecht: “op eerbiediging van zijn brief- en telecommunicatiegeheim,” verwoord in artikel 13 op de helling gaat.

De plannen die de regering in het kielzog en op aandringen van de drie partijen gaat uitwerken zijn racistisch en  discriminatoir. Ze stigmatiseren mensen op grond van hun afkomst of religie. En ze gaan in tegen de letter en de geest van onze grondwet en zetten de bijl aan onze rechtsstaat. Het bijzondere is dat de vierde coalitiepartij, NSC, zich hier niet tegen uitspreekt. De borging, verwoordt in het verslag van informateur Plasterk, van de grondrechten die NSC als voorwaarde voor haar deelname aan het kabinet: “dat ze zich in hun plannen en activiteiten zullen bewegen binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat. Dat betekent dat men zich houdt aan de Grondwet (inclusief algemene bepaling), wetten, verdragen, Europees en internationaal recht en rechtsbeginselen.  … dat voor hen vaststaat dat de democratische grondrechten, die in de Grondwet zijn vastgelegd in hoofdstuk 1  (artikelen 1-23), een essentiële waarborg vormen voor de democratische rechtsstaat, waarbinnen grondrechten kunnen botsen,” is daarmee van nul en generlei waarde is.

Als dit onze samenleving vertegenwoordigt, dan sta ik met de rug naar de samenleving.

Oorzaak en gevolg

Vooruit dan maar. Nog een derde prikker over cijfers, feiten en wetenschap. Bij Wynia’s Week adviseert wetenschapsjournalist Arnout Jaspers om: “onder strikte voorwaarden, ook (te) selecteren op uiterlijk bij zulke controles.”  Zulke controles zijn politiecontroles. Wat die strikte voorwaarden zijn, maakt hij niet duidelijk. Een bijzonder betoog waarbij de vraag is wat de oorzaak en wat het gevolg is.

bron: Wikipedia

In het artikel een grafiek van het CBS waaruit blijkt dat, zelfs gecorrigeerd voor allerlei zaken die Japsers dubieus vindt, zoals sociaaleconomische, woonomgeving factoren, twee keer zoveel jongeren van Marokkaanse afkomst minimaal één veroordeling hebben. Die hogere cijfers zijn pijnlijk, zo betoogt hij, maar dan vooral voor: “criminologen en opiniemakers die deze oververtegenwoordiging zonder onderbouwing van data weg willen schrijven op racisme, dat wil zeggen discriminatie, stigmatisering en etnisch profileren door de rechterlijke macht.” Maar zo vervolgt hij: “Maar waarom zouden politie en rechters specifiek racistisch zijn tegen Marokkanen, en niet tegen Turken of Antillianen?” En nogwat verder schrijft hij: ‘Maar waarom zou ‘armoede’ hier de verklarende factor zijn, en niet etniciteit?” Rijen cijfers en daar verbanden tussen zien, causaliteit. Dat is geen wetenschap zoals ik in  Dweilen met de kraan open al betoogde. Wetenschap vraagt om een verklarende theorie: wat is er dan dat zou maken dat Marokkanen crimineler zijn?

Jaspers adviseert om op basis van de cijferreeksen selectief te controleren. Een eufemisme voor etnisch profileren. Jaspers: “Stel, uit onderzoek is gebleken dat een kwart van de drugsrunners in een BMW rijdt, en veel minder vaak in andere automerken. Mag de politie dan bij een grote verkeerscontrole selectief BMW’s naar de fuik dirigeren, ondanks dat verreweg de meeste BMW-rijders geen drugsrunner zijn? Uiteraard mag dat, want het maakt de controles effectiever.” Dat lijkt logisch. Als je de BMW’s controleert is de kans groter dat je een drugsrunner pakt. Omdat een auto, geen persoonskenmerk is, is hier niet zoveel op tegen. Je discrimineert maar je doet dit niet op basis van persoonskenmerken.

Hij gaat nog verder en komt dan met het advies waarmee deze prikker begon. ‘Controleren op uiterlijk’ betekent dat je je op een bepaalde groep richt. Gevolg hiervan is je ook meer mensen uit die groep gaat vinden die iets verkeerds hebben gedaan. Ook al is het een verkeersovertreding. Want dat is waar de meeste 18-25 jarigen van worden verdacht. Dat en vernieling en het verstoren van de openbare orde. Je richt je op die groep en gaat ook zoeken waar die groep zich ophoudt. Maar … . Omdat de “politie altijd moet woekeren met tijd en middelen,” zoals Jaspers terecht zegt, betekent dit automatisch dat je niet zoekt onder andere groepen. Omdat je je richt op het pleintje in de sterk verstedelijkte wijk met veel sociale huurwoningen waar de hangjongeren van Marokkaanse afkomst rondhangen en niet op het veldje aan de rand van een dorp waar jeugdigen van Nederlandse afkomst hun kattenkwaad uithalen, komt die laatste groep weg met zaken waar de eerste voor wordt gestraft.

Dat ‘woekeren met tijd en middelen’ betekent ook dat de politieagenten daar worden ingezet waar meer ellende wordt verwacht en dat is vooral sterk verstedelijkt gebied. En laat “Jongvolwassenen met een tweede generatie Surinaamse of Marokkaanse migratieachtergrond (….) relatief het vaakst op(groeien) in zeer sterk stedelijk gebied (bijna 60 procent). Van de tweede generatie Turken is dit bijna de helft,” aldus het CBS-rapport waar ook Jaspers zich op beroept. Precies die gebieden waar de kans om een politieagent tegen het lijf te lopen, het grootst is.

Of dat de belangrijkste reden is, weet ik niet. Maar als je kijkt naar de verdeling  van de menskracht en middelen op basis van het Besluit verdeling sterkte en middelen politie dan heb je in het werkgebied van het korps Amsterdam het dubbel aantal agenten per inwoner dan in het werkgebied van het korps Limburg. Het korps Amsterdam krijgt 11,6% van de middelen en menskracht en bedient zo’n 1.16 miljoen Nederlanders. Het korps Limburg, dat net iets minder, namelijk 1.13 miljoen mensen bedient, krijgt 6.11% van de middelen en menskracht toebedeeld. Het korps Limburg moet met die minder middelen wel een veel groter gebied bedienen. Dus de kans om een agent tegen het lijf te lopen is een heel stuk kleiner dan in de politieregio Amsterdam.

Het lijkt er daarmee op dat wat Jaspers suggereert al praktijk is. Zou die praktijk niet een belangrijke verklaring zijn voor de gevonden criminaliteitscijfers en de verschillen ertussen? Zou de reden dat ‘Marokkanen vaker een misdrijf hebben gepleegd, het gevolg, niet worden veroorzaakt juist door de ‘selectieve controle’ die Jaspers bepleit?

Dweilen met de kraan open

“Kijk eens. Weer wat te factchecken.” Die boodschap kreeg ik via LinkedIn van de Venlose bierbrouwer Louis Klaassens. Een boodschap die niet los is te zien van mijn vorige prikker Appels, knollen en statistiek die ik schreef naar aanleiding van het optreden van Jan van de Beek naar aanleiding van diens boek Migratiemagneet Nederland. Mythen. Feiten. Oplossingen. Die vraag aan mij stond onder een bericht van Mienke de Wilde dat eindigde met de zin: “Met geen woord wordt gerept over het accurate onderzoek van Van Beek naar hoe traagheid en culturele afstand integratie belemmeren, maar ook hoe verschillende factoren integratie snel bevorderen. Het is bijna satire: Lucassen en De Haas maken zelf alle fouten die ze Van de Beek onterecht verwijten.” Ik pak de handschoen die Louis mij toewerpt graag op.

Maar voordat ik naar de inhoud overga, eerst even ‘reclame maken’ voor het bier dat Louis brouwt in zijn brouwerij De Klep. Voor degenen die het niet weten een ‘klep’ is de Venlose benaming van een glas bier. Die benaming is, als ik Louis mag geloven en als ik hem verkeerd heb begrepen, dan zal hij mij wel corrigeren, afkomstig van de deksel, de klep, die vroeger, en nu soms nog, op een bierpul zat. Louis heeft zijn droom eigen bier brouwen eerst tot hobby en nu tot beroep gemaakt. Zijn brouwerij is gevestigd in het Venlose Julianapark in het pand waar vroeger museum Van Bommel Van Dam zat. Tot zover de reclame. Terug naar de uitdaging.

Of eigenlijk de drie uitdagingen die deze oproep bevat. De eerste betreft de feitelijke beweringen en het gebruik van cijfers. Het bijzondere in het huidige politieke debat is dat het gesprek op dit eerste ‘feitelijke’ niveau blijft hangen terwijl die feiten niet het probleem zijn maar de ‘interpretatie’ van de feiten. En daarmee kom ik bij de tweede uitdaging. Die is van een andere orde en betreft de wetenschappelijke methode. De laatste uitgading is eigenlijk de belangrijkste en dat is een filosofische en die heeft betrekking op hoe wij de mens en de mensheid zien.

Als eerste kort de feitelijkheden. Die bestaat uit twee delen. Als eerste de volgende passage in het bericht van De Wilde: “Het duo beweert dat criminaliteit weinig met cultuurverschillen te maken heeft en beroept zich op percentages die ze vervolgens wiskundig fout berekenen en aan de verkeerde groep toewijzen. Ook stellen ze dat er rond criminaliteit geen onderzoek is naar herkomstlanden van vluchtelingen.” Voor wat betreft dat laatste, die zijn er wel en dat schrijft De Wilde ook waarbij ze Volkskrantcolumnist Kustaw Bessems aanhaalt die dergelijke cijfers vrij snel vond. Deel twee van de feitelijkheden is de volgende passage: “Ook de cijfers over de arbeidsmarkt worden door het duo verkeerd geciteerd: ze beweren dat 45% van wie een verblijfsvergunning krijgt een fulltimebaan heeft, terwijl het om 45% gaat van diegenen die zeven jaar later een baan hebben; dat schetst een ander beeld dan ’de meesten hebben werk gevonden’ – de nattevingerconclusie van het duo. ’Integratie werkt wel degelijk, al neemt dat tijd in beslag’ lezen we. Met geen woord wordt gerept over het accurate onderzoek van Van Beek naar hoe traagheid en culturele afstand integratie belemmeren, maar ook hoe verschillende factoren integratie snel bevorderen.” De Wilde citeert hier een column van Nausicaa Marbe in de Telegraaf

Nu kan ik, net als Bessems deed voor de gegevens criminaliteit en afkomst, op zoek gaan naar de precieze cijfers. Hij ontkracht daarmee de bewering van De Haas en Lucassen dat die cijfers er niet zijn. En voor wat betreft die 45%, over dat cijfer is geen discussie mogelijk. 45% van de asielzoekers dat leest De Wilde verkeerd. De Haas en Lucassen schrijven in hun artikel in de Volkskrant dat: “van de asielzoekers die in 2014 een verblijfsvergunning kregen zo’n 45 procent een fulltime baan heeft.” Daarbij verwijzen ze naar cijfers van het CBS. Dit is geen ‘nattevingerconclusie’ maar gebaseerd op cijfers.

Waar het fout gaat bij Van de Beek maar ook bij Lucassen en De Haas in hun reactie en bij De Wilde in haar korte bijdrage, is dat correlatie met causaliteit wordt verward. Om dat uit te leggen een voorbeeld dat Ionica Smeets enkele jaren geleden gaf. Als je naar de cijfers van de ijsconsumptie kijkt en je legt daar het aantal doden door verdrinking langs, dan zal je zien dat als er veel ijs gegeten wordt, er meer mensen verdrinken. Dan zal er geroepen worden dat de ijsverkoop aan banden gelegd moeten worden. Immers minder ijsconsumptie leidt tot minder doden door verdrinking. Een onterecht conclusie. Dat de cijfers een gelijk patroon vertonen noemen we correlatie. Er is echter geen directe link tussen die twee rijen cijfers, geen causaal verband: met de een als oorzaak voor de andere. De verklaring voor beide rijen cijfers is de temperatuur. Die verklaart zowel de hogere ijsconsumptie als de verdrinkingsdoden.

Van de Beek en in zijn kielzog De Wilde noemen ‘culturele afstand’ en dan vooral het islamitisch zijn, als reden voor mindere prestaties. Want van alle migranten scoren de vluchtelingen die vooral uit de islamitische landen Afghanistan, Syrië en Eritrea komen het minst. Er is correlatie. Dat wil echter niet zeggen dat de ‘cultuur’ de oorzaak is. In de hierboven genoemde prikker met  mijn reactie op Van de Beek gaf ik al een mogelijke andere verklaring. Hij vergelijkt onvergelijkbare groepen. Iemand die hier komt omdat een werkgever hem vraagt of die hier komt studeren, heeft aan heel andere uitgangspositie. Die uitgangspositie is een veel realistische verklaring dan ‘culturele’ afstand’. In hun antwoord doen Lucassen en De Haas hetzelfde. Ook zij zoeken in de cijfers en halen iets eruit wat in hun kraam te pas komt. Wat ze daarbij voor hebben op Van de Beek, is dat zij groepen aanwijzen die het ondanks dezelfde culturele achterstand, wel ‘goed doen’. Dat is een signaal dat ‘cultuur’ wellicht niet zo’n goede verklaring is.

Rijen gegevens naast elkaar leggen en daar dan verbanden in zien, is geen wetenschap. Een wetenschapper denkt na over een probleem en formuleert dan een theorie. Vervolgens gaat de wetenschapper bekijken of de theorie standhoudt. In het geval Van de Beek: ik zie dat groep x minder geïntegreerd is. Mijn theorie is dat dit een gevolg is van ‘culturele afstand’ want …. en dan de redenen waarom. Met die theorie en de verklarende redenen zou hij dan in bijvoorbeeld de cijfers kunnen duiken. Dan zouden de groepen die Lucassen en De Haas noemen, aanleiding moeten zijn om de theorie aan te passen want wellicht is er iets waardoor deze groepen afwijken van de cultuur. Als een dergelijke verklaring er niet is, dan is de theorie weerlegd en moet hij op zoek naar een andere verklaring. Ook de gegevens over criminaliteit en herkomst die er niet zouden zijn maar die Bessems heeft gevonden, zeggen niets over het ‘crimineler’ zijn van bepaalde en ook niets over hun afstand tot ‘onze cultuur’. Zo is er ook correlatie tussen leeftijd en het plegen van een criminele daad: jeugdigen maken zich meer schuldig aan criminaliteit. De meeste migranten zijn jong dat kan de hogere cijfers bij migratiegroepen verklaren. Maar ook dat is een theorie die nader onderzocht moet worden.

Volgens wetenschapsfilosoof Karl Popper zou je bij dat onderzoeken van je theorie juist moeten zoeken naar de ontkrachting van je theorie. Want alleen door een theorie te ontkrachten sluit je zaken uit en kom je dichter bij de echte verklaring. Dit maakte hij duidelijk met zijn zwanen voorbeeld: als je wilt bewijzen dat alle zwanen wit zijn, dan moet je juist zoeken naar zwanen met een andere kleur. Witte zwanen vind je immers in overvloed. Echter alleen de vondst van een anders gekleurde zwarte zwaan, leidt tot meer kennis: niet alle zwanen zijn wit. Voor Popper is wetenschap niet het zoeken naar zekerheid, maar het wegnemen van onzekerheid.

Wat zowel Van de Beek, als De Haas, Lucassen en De Wilde gemeen hebben, en daarmee kom ik bij de filosofische uitdaging, is dat ze een wereldbeeld hebben, een bepaalde manier van kijken naar de wereld en de mens. Ze hebben allemaal een beeld van wat goed is. Ze hebben allemaal een beeld van hoe een goede samenleving eruit moet zien? Dat hebben onze politieke partijen ook.  Alleen gaat het gesprek hier niet over. Neem de BBB, een van de partijen die deze week akkoord ging met ‘het strengste asielbeleid ooit’. Recentelijk schreef ik een prikker over een van de kernwaarden van de partij: “Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden. Wat u niet wil wat u geschiedt, doe dat een ander niet. Wees betrouwbaar, eerlijk, oprecht en respectvol. Iedereen is gelijk. Transparant, helder en open.” Neem de VVD: “Mensen zijn niet gelijk. We zijn allemaal uniek, en dus verschillend. Mensen zijn wel gelijkwaardig. Iedereen heeft dus evenveel recht op vrijheid en kansen, wat je geestelijke overtuiging, huidskleur, nationaliteit, seksuele geaardheid, geslacht of maatschappelijke positie ook is. Discriminatie is onaanvaardbaar.” Zo omschrijft de VVD haar liberale waarde Gelijkwaardigheid. Over deze zaken zou het gesprek over asiel moeten gaan. De BBB zou moeten uitleggen dat zij zelf ook zo behandeld zou willen worden als nu voor asielzoekers wordt voorgesteld. Hoe de aanpak waarvoor is gekozen eerlijk, oprecht en respectvol is. Als zij immers niet wil dat dit ook haar geschiedt, dan moeten ze het anderen ook niet willen aandoen. De VVD zou moeten uitleggen waarom asielzoekers niet bij ‘iedereen’ horen en waarom niet? Dit is het gesprek, de filosofische discussie die gevoerd moet worden.

Door die niet te voeren maar door te blijven hangen bij cijfers, waarbij iedereen de cijfers kan vinden die net in de eigen kraam te pas komen, raken we verder van elkaar verwijderd en stagneert alles. Door dit gesprek niet te voeren, raakt het grotere geheel buiten beeld. Zo wil Van de Beek het VN Vluchtelingenverdrag, het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Kinderrechtenverdrag opzeggen. Wellicht helpt dat om asielmigratie te verminderen. Asiel is een onderdeel van deze verdragen, deze verdragen zijn echter meer dan asiel. Zo regelt artikel 19 van het Verdrag inzake de rechten van het kind dat staten: “alle passende wettelijke en bestuurlijke maatregelen (neemt) en maatregelen op sociaal en opvoedkundig gebied om het kind te beschermen tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld, letsel of misbruik, lichamelijke of geestelijke verwaarlozing of nalatige behandeling, mishandeling of exploitatie, met inbegrip van seksueel misbruik, terwijl het kind onder de hoede is van de ouder(s), wettige voogd(en) of iemand anders die de zorg voor het kind heeft.” Nu is dit ook in de Jeugdwet geregeld en is de Grondwet ook op die manier te interpreteren maar die Jeugdwet kan worden gewijzigd. Als dit gebeurt, dan is er geen rechterlijke mogelijkheid meer om de overheid te dwingen kinderen te beschermen. Een Nederlandse rechter kan  immers niet toetsen aan de Grondwet.

De drie verdragen die Van de Beek wil afschaffen vormen de hoekstenen van de op rechten gebaseerde wereldorde. Een rechtsorde waarvan de Nederlandse regering, zo is in artikel 90 van de Nederlandse Grondwet bepaald, de ontwikkeling bevordert. ‘Dan wijzigen we de Grondwet toch op dit punt’, kun je tegenwerpen. Ja, dat kan. De vraag die je je vervolgens moet stellen, is hoe ziet de wereld er zonder die orde uit? Is een wereld zonder universele mensenrechten, zonder internationale rechtsorde een betere wereld?’ ‘Maar’, kun je weer tegenwerpen ‘wat maakt mij die wereld uit, als het goed is voor Nederland dan moeten we dat toch gewoon doen?’ Daarvoor een wedervraag: is een Nederland als paria die deze verdragen verwerpt beter af? Of om het wat toe te spitsen een vraag aan de VVD: hoe past dit in het gelijkwaardig zijn van ieder mens? Heeft iedereen dan nog evenveel rechten op vrijheid en kansen? Of aan de BBB is dit eerlijk, oprecht en betrouwbaar? Is dit, om de mantra van het NSC aan te halen, ‘goed bestuur’?

Nu maakt het opzeggen van deze verdragen geen deel uit van het akkoord van de coalitiepartijen. Maar ook bij dat akkoord kun je je de vraag stellen tot welke wereld dit leidt? Wat zeg je als je een land veilig verklaard waar nog steeds de machthebber die op de eigen bevolking schiet en ze bombardeert? Een land bovendien waar buurlanden Turkije en Israël te pas en te onpas bombarderen. Hoe ‘vanzelfsprekend ben je er voor elkaar’, om een van de vier kernwaarden van de BBB te benoemen als je het verblijf van mensen permanent tijdelijk maakt, want dat is wat je doet met het afschaffen van permanente verblijfsvergunningen? Of voor de VVD, hoe verdraagzaam (een van de liberale waarden, is een dergelijke maatregel? Of hoe verhoudt zich dit tot de liberale waarde vrijheid: “dat je je leven mag leiden zoals je dat zelf wilt,” zoals de VVD vrijheid omschrijft.

Dit gesprek moet in de volle breedte worden gevoerd. Want door pragmatisme, dat door dit kabinet ‘daadkracht’ wordt genoemd, zijn we in de problemen gekomen. Dit pragmatisme richtte en richt zich op het bestrijden van symptomen. Er wordt gedweild met de kraan open en soms lijkt het erop dat men niet eens weet dat er een kraan open staat. En nee, de asielzoekers zijn niet die openstaande kraan.

Appels, knollen en statistiek

“Wat betreft asielmigratie: bij de vaak gehoorde opmerking dat asiel slechts 10 tot 12 procent van de totale immigratie betreft, geeft Van de Beek een bijsluiter. Van de arbeidsmigranten is na tien jaar nog maar 21 procent in Nederland, van de studiemigranten 18 procent. Bij asielmigranten is dit 55 procent, bij gezinsmigranten 59 procent. Met andere woorden: ‘De bijdrage van asiel aan de bevolkingsgroei is veel groter dan op het eerste gezicht lijkt.’ En dat is van belang om te weten, ‘want geen andere vorm van immigratie belast de samenleving en verzorgingsstaat zozeer als asiel’.” zo lees ik in een interview met de Volkskrant Jan van de Beek in de Volkskrant.  Ik dacht: ‘Je hebt leugens, verdomde leugens en statistieken.’ En toen ik er wat verder indook dacht ik aan appels en peren waarmee knollen voor citroenen worden verkocht.

Van wie deze uitspraak over statistiek is, is onbekend. De Amerikaanse auteur Mark Twain schreef hem toe aan de Britse premier Benjamin Disraeli, maar, als je Wikipedia mag geloven, dan is de uitdrukking: “in geen enkel werk van Disraeli te vinden en de vroegste bekende verschijningen waren jaren na zijn dood. Er zijn verschillende andere mensen genoemd als bedenkers van het citaat, en het wordt vaak toegeschreven aan Twain zelf.” Ik moest denken aan deze uitspraak bij het lezen van het interview. Een interview over zijn nieuwe boek Migratiemagneet Nederland. Mythen. Feiten. Oplossingen. Even vooraf. Ik heb het boek nog niet gelezen en baseer me alleen op zijn uitspraken de Volkskrant en gedaan bij Bar Laat van 22 oktober 2024.

“Als je onderzoek doet, moet je proberen niet links en niet rechts te zijn maar zo zuiver mogelijk je onderzoek te doen en in de spiegel te kijken wat zijn mijn vooroordelen? Waar zou je kunnen struikelen?”  Aldus van de Beek bij Bar Laat. Hij wil ‘niet politiseren’. Nu is dat al een eerste spiegel waarin hij zichzelf wat vertekend waarneemt. De uitspraak over het belasten van de samenleving en de verzorgingsstaat door asielzoekers, is een politieke uitspraak. ‘Belasten’ is een waardeoordeel en waardeoordelen zijn politiserend. “We zitten op een omslagmoment. Het moet mogelijk zijn om een coalitie te smeden van flink wat EU-landen die af willen van het asielrecht in zijn huidige vorm,” in de Volkskrant, is politiseren. ‘Af willen’ van rechten is politiseren. “Je kunt wel zeggen: er wordt te weinig gebouwd, maar er is niet tegenop te bouwen. De kosten voor zorg lopen op, de onderwijskwaliteit daalt. Dat mag je best een crisis noemen.” Iets een crisis noemen is politiseren. Sterker nog, door te zeggen dat je niet wilt politiseren, politiseer je. Je politiseert omdat je als ‘neutraal en feitelijk’ bestempeld en daarmee iedereen die het anders ziet labelt als ‘bevooroordeeld en niet feitelijk’. Op dit punt is Van de Beek al ‘gestruikeld’ om zijn eigen woorden te gebruiken.

Hij noemt iedereen die naar een ander land gaat, migrant. En zo heb je dan arbeidsmigranten, studiemigranten en asielmigranten. Het verbaast me daarom dat hij de ‘vakantiemigranten’ niet heeft meegenomen. Die groepen gaat hij vervolgens met elkaar vergelijken op ‘bijdragen aan de samenleving’ en daarop scoren de asielmigranten het slechtst.  Ja, dank je de koekoek. Natuurlijk doen asielzoekers het slechter op de arbeidsmarkt dan mensen die hier naar toe worden gehaald door een werkgever en maken ze meer aanspraak op sociale voorzieningen dan mensen die hier komen studeren. Als je naar hier wordt gehaald om te werken heb je werk en als je naar hier komt om te studeren dan heb je geld om te overleven. Als vluchteling heb je dat niet. Dan begin je echt bij nul en omdat het gemiddeld bijna twee jaar duurt voordat je als statushouder ergens woont en dan pas mag beginnen met je inburgering, begin je eigenlijk diep in de min. En dus is het niet vreemd dat een veel groter deel van hen een beroep doet on sociale voorzieningen.

Natuurlijk is het percentage van de groep die asiel heeft verkregen dat na tien jaar nog hier woont, groter dan dat van degenen die hier komen voor arbeid of studie. Een studie duurt ongeveer vier jaar. Degenen die blijven hebben hier werk, een partner en waarschijnlijk allebei gevonden. Iets soortgelijks gaat ook op voor mensen die hier voor werk naartoe komen. De tijden dat je na veertig jaar trouwe dienst bij een werkgever met pensioen gaat, zijn allang voorbij. Na een jaar of vier ben je weer toe aan ‘een nieuwe uitdaging’ en die kan overal liggen. Iemand die asiel zoekt, komt hier omdat de persoon een veilig heenkomen zoekt, omdat het land van herkomst door oorlog of de politieke situatie voor de persoon te gevaarlijk is. In de landen waar het gros van de huidige vluchtelingen vandaan komen, landen als Afghanistan, Syrië en Eritrea, is nog steeds in oorlog of is de politieke situatie van dien aard dat velen hun leven er niet zeker zijn.

“‘Dan is er de factor culturele afstand tot het herkomstland. Als die te groot is, is dat nadelig voor integratie. Dat pakt slecht uit voor participatie op de arbeidsmarkt en leidt tot oververtegenwoordiging in criminaliteit. Wat helpt, zijn gemengde relaties.” En “ juist asielmigranten uit andere delen van Afrika en het Midden-Oosten, veelal moslims, hebben weerstand tegen gemengde relaties. Daar hapert de integratiemotor.” Aldus Van de Beek in de Volkskrant. Om te integreren moet de club waarin je verwacht wordt te integreren wel open staan voor je integratie. Het narratief waarvan Van de Beek hier de milde variant geeft, ze zijn ‘te verschillend’, en dat ook in steeds extremere mate door partijen als de BBB en de PVV wordt gehanteerd, draagt niet bij  aan het ‘open staan’ en het zal de belangstelling voor een gemengd huwelijk onder de kant van de geboortige Nederlanders, niet echt doen toenemen. Dat narratief is een self-fulfilling prophecy. 

Wat al deze groepen met elkaar gemeen hebben, is dat het mensen zijn die naar een ander land trekken. De reden voor vertrek naar dat andere land is echter zeer verschillend. Door ze op één hoop te gooien en te spreken over arbeidsmigratie, studiemigratie, asielmigratie worden onvergelijkbare groepen op één hoop gegooid en daarvan wordt de kwetsbaarste groep, de asielzoekers, het slachtoffer. Het wegpoetsen van deze verschillen is politiseren. Daar een bruinkleurig cultureel sausje over gieten is politiseren. Van de Beek vergelijkt appels met peren, verkoopt knollen voor citroenen en onderbouwt dit met statistiek.