De zoon van God en de hel op Aarde

“Dit team zal hopelijk net op tijd een eind maken aan het oprukkende totalitarisme en de schrijnende polarisatie tussen mensen, landen en werelddelen. Als we de sterren en planeten mogen geloven, dan lijkt dit initiatief ondersteund te worden.” Aldus Eric Huysmans in een artikel van zijn hand in het blad Paravisie. Ik kreeg het onder ogen via een bericht van de auteur op LinkedIn. Het ‘team’ waar hij over spreekt is het team Trump dat nu de regering van de Verenigde Staten vormt. Waar dat totalitarisme uit bestaat: “De westerse wereld bevond zich (hopelijk klopt deze verleden tijd) op een gevaarlijke koers richting vernietiging van zichzelf, de hele wereld met zich meeslepend. De steeds sterkere censuur, medische terreur, valse narratieven en samenballing van macht, dreigden de reeds zeer imperfecte democratie helemaal omver te werpen en in totalitarisme te storten.” Een bijzondere redenering.

Bijzonder maar Huysmans is niet de enige die dit hoopt en verwacht: “Präsident Trump zeigt uns den Weg. Und wenn wir nicht als komplette Idioten in die Geschichte eingehen wollen, sollten wir seinem Beispiel folgen. Green Deal, USAID, WHO, reißt alles nieder und gebt uns stattdessen DOGE, damit wir diese verachtenswerten globalitären Menschenfeinde bekämpfen können.” Aldus Europarlementariër Christine Anderson. Maar terug naar Huysmans.

“Als we de reguliere media mogen geloven, wat ik niet doe, dan zou maar liefst 87% van de Nederlanders voorkeur voor Harris hebben gehad. Het lijkt me heel sterk, maar als het waar is dan zou dat tamelijk treurig zijn en een teken dat nog steeds erg veel mensen kritiekloos meegaan in wat hen door de reguliere media wordt voorgeschoteld. Kritisch en logisch nadenken en het inzetten van ons onderscheidingsvermogen en onze intuïtie zijn tekenen van een meer ontwikkeld bewustzijn. Daar zou het dan nog niet zo best mee gesteld zijn, zeg ik hier maar even tamelijk direct.” Kritisch en logisch nadenken en het inzetten van ons onderscheidingsvermogen klinkt mij als muziek in de oren. Huysmans onderbouwt zijn betoog vervolgens door de horoscoop van de regering Trump te raadplegen. En daarbij komt hij tot de conclusie dat: “veel hoop voor de transformerende slagkracht van de VS (Mars, Pluto, Eris, Uranus) op het gebied van groepsbewustzijn, groepsdienstbaarheid en nieuwe sociale structuren (Waterman). Daarnaast zullen oude wonden en hopelijk het gezondheidsstelsel geheeld worden en veel vrouwelijke energie vrijgemaakt worden (Venus, Eris en de Zwarte Maan). Ook zal een lange periode van misleiding en bedrog (Neptunus) worden beëindigd in Vissen, waarmee een overgang wordt ingeluid naar een even zo lange Neptunus-cyclus van 164 jaar. Hierin zal deze ‘verborgen christus’ de spirituele ontwikkeling van de mensheid een nieuwe impuls geven naar een hoger/completer bewustzijn van de werkelijke werkelijkheid (Mercurius) en van wie wij in essentie zijn (ziel/hoger zelf/monade/spirit). Dit alles zal intelligent worden ondersteund door het Hogere Zelf van de aarde (Venus).” Mij zeggen al die verwijzingen naar planeten en sterren niet veel tot niets, maar als je het allemaal leest, dan zou je echt gaan geloven dat Trump door God gezonden is.

Mijn kritisch en logisch nadenken en het inzetten van mijn onderscheidingsvermogen, leidt echter tot een heel ander resultaat. Net als Huysmans zie ik: “Valse narratieven en samenballing van macht (die) de reeds zeer imperfecte democratie helemaal omver(willen) werpen en in totalitarisme (willen) storten.” Ik kijk niet naar de sterren maar concentreer me op het ondermaanse hier op aarde en dan vooral op de personen.

Als je je zorgen maakt over de medische terreur, dan vraag ik me af hoe je, zoals Huysmans doet, Vivek Ramaswami kunt toejuichen. De man is de oprichter van Roivant Sciences. “We develop transformative medicines and technologies by building agile, focused companies called Vants,” aldus de site van het bedrijf. En dat niet om jou en mij er beter van te maken maar om: the discovery, development, and commercialization of new medicines,“ opnieuw uit te vinden.

Ik zie Peter Thiel, de man waaraan vice-president Vance zijn baan te danken heeft. De man achter Palantir Technologies. “We make products for human-driven analysis of real-world data,” zo is te lezen op de site van het bedrijf. “To achieve this, we build platforms for integrating, managing, and securing data on top of which we layer applications for fully interactive human-driven, machine-assisted analysis.“Dat klinkt mooi. De naam van het bedrijf doet me echter het ergste vrezen. Palantiri komen voor in Tolkiens Lord of the Rings. Het zijn zogenaamde kijkstenen waarmee de gebruiker contact kon zoeken met ander gebruikers van de stenen. Een gebruiker met een sterke wilskracht kon via zo’n steen bijna elke plek in Midden-Aarde bekijken. Voor degenen die de drie films hebben gezien. bVia die steen probeert de kwade heer Sauron informatie te achterhalen via de hobbit Pippin. Door tijdig ingrijpen van tovenaar Gandalf mislukt het. ‘Interactieve mensgestuurde machineondersteunde analyse’ of een kijkje in je ziel om te achterhalen wat je wilt of beter nog, om je aan te praten wat je moet willen.

Ik zie Musk die de Amerikaanse overheid min of meer heeft overgenomen als ware het een bedrijf en die met droge ogen Adolf Hitler parafraseert: “ All we’re really trying to do here is restore the will of the people through the president, and what we’re finding is that there’s an unelected bureaucracy. … If the will of the president is not implemented and the president is representative of the people, that means the will of the people is not being implemented, and that means we don’t live in a democracy, we live in a bureaucracy,“ Goebbels en Hitler zouden het niet beter kunnen zeggen. Het plaatst Trump boven de wet en gooit daarmee een Massive Ordenanc Penetrator1 op de basis van de rechtsstaat. En dat is dat in een rechtsstaat niemand boven de wet staat. Ook de heerser niet.

Ik zie Mark Zuckerberg. Een man zonder principes die alles doet voor een dollar meer. De man die, zoals hij zelf zei, gaat: “samenwerken met president Trump om regeringen over de hele wereld tegen te werken die achter Amerikaanse bedrijven aan zitten en meer willen censureren. (…) Europa heeft steeds meer wetten die censuur institutionaliseren en het moeilijk maken om daar iets innovatiefs op te bouwen. Latijns-Amerikaanse landen hebben geheime rechtbanken die bedrijven kunnen bevelen om dingen stilletjes te verwijderen.”In het libertaire narratief dat Thiel, Musk, Zuckerberg en de andere tech-miljardairs aanhangen is het beschermen van burgers tegen misbruik door deze bedrijven alle vrijheid te geven en is te tegengaan van ‘flooding the zone’ met onzin en onwaarheid, een vorm van censuur. Jammer genoeg gaan velen mee in dit valse narratief, zoals Europarlementariër Christine Anderson laat zien. Als rijke ondernemers pleiten voor een zo klein mogelijke overheid, zo min mogelijk regels en rigoureus in de bureaucratie gaan hakken dan maak ik me als ‘gemiddelde burger’ zorgen. Zorgen omdat de geschiedenis laat zien dat vooral die ‘gemiddelde burger’ daar de dupe van wordt. De grotere overheid en die bureaucratie is er namelijk om de machtsongelijkheid tussen die ‘gemiddelde burger’ en rijke, machtige individuen die politici met veel geld paaien, te verminderen.

Daar waar Math Herben het moest doen met ‘een lijntje met Pim’ pretendeert Trump dat hij de wedergeboorte van Jesus is en door God gezonden om de mensheid te redden. Iets wat Huysmans met sterrenwichelarij onderbouwt. De door ‘God gezonden nieuwe Jesus’ in het Witte Huis die, onder een, zo betoogt Huysmans, krachtig gesternte opereert, is bezig om met: “Valse narratieven en samenballing van macht … de reeds zeer imperfecte democratie helemaal omver(te) werpen en in totalitarisme (te) storten.” Deze ‘zoon van God’ werkt niet aan het paradijs maar aan een hel op Aarde.

1De Massive Ordnance Penetrator (MOP) is een bom van de Amerikaanse luchtmacht. De bom is het zwaarste conventionele (niet-nucleaire) wapen van de Amerikaanse strijdkrachten en is de opvolger van de MOAB (Massive Ordnance Air Blast, ook wel Mother of All Bombs genoemd). De bijna 14.000 kilogram zware bom kan alleen door een B-2-stealthvliegtuig geworpen worden.

De ‘Nedermusk’ in Arnout Jaspers

Bij Wynia’s Week speculeert Arnout Jaspers, die zichzelf wetenschapsjournalist noemt, er in een artikel verlekkerd op los wat een Musk-olifant in de Nederlandse overheidsporseleinkast zou kunnen bereiken. “Een Nedermusk zou in een enkele werkweek met een rood potlood door die lijst kunnen gaan en een half miljard bezuinigen,” Concludeert Jaspers. Voor een wetenschapsjournalist zaagt hij planken van dik hout.

Bron: goncalmayossolsona.blogspot.com. Vertaling: In de kantine krijgt het kind dat geen ham heeft een dubbele portie chips krijgt.
OK, maar wat zijn de oplossingen voor de grote onderwijsuitdagingen?
En als er chips overblijft, is het dubbele rantsoen voor iedereen.

Jaspers: “Ambtenaren in een moderne verzorgingsstaat behoren tot de meest geprivilegieerde bevolkingsgroepen ooit. Hun rechtspositie combineert een comfortabele salariëring en zorgvuldig gedoseerde werklast met gewapend betonnen ontslagbescherming en kleinzerigheid als secundaire arbeidsvoorwaarde.”  En iets verderop vervolgt hij: “De VS hoeft zeker niet in alle opzichten een voorbeeld voor Nederland te zijn, maar een scheut Amerikaanse ontslagkracht in onze arbeidsverhoudingen is broodnodig. Zou hij weten dat de rechtspositie van het overgrote deel van de ambtenaren na de in werking treden van de Wet normalisering rechtspositie van ambtenaren  per 2020 in niets verschilt van dat van een werknemer in het bedrijfsleven? Zou hij weten dat de salariëring van ambtenaren zeker niet slechts is maar dat er met een vergelijkbare opleiding en ervaring vooral voor mensen met een HBO of WO werk- en denkniveau, in het bedrijfsleven meer te verdienen is.

Jaspers: “Een leidinggevende die zijn of haar stem verheft schept een ‘onveilige omgeving’ en kan er op rekenen dat, geheel volgens wettelijke procedures, de poten onder diens stoel worden weggezaagd door rancuneuze ondergeschikten. Want ‘zo ga je niet met Ons Soort Mensen om’. Khadija Arib en Dennis Wiersma kunnen er over meepraten.” Zou hij weten dat Arib en Wiersma geen ambtenaren waren, niet tot de ambtelijke organisatie behoren en dus geen leidinggevenden waren? En voor wat betreft de ambtenaren. Bij conflicten is het, net als in het bedrijfsleven, meestal de persoon in de lagere organieke positie die het veld moet ruimen.

Jaspers gaat verder: “Het kwalijkste is de immuniteit van ambtenaren die knoeiwerk afleveren. Nooit wordt er iemand ontslagen, laat staan vervolgd, zelfs niet na de meest vreselijke incompetentie. Nederland was in shock dat een kind tijdenlang mishandeld kon worden door de pleegouders tot het bijna overleed, terwijl heel het jeugdhulpverleningscircus langs elkaar heen werkend wegkeek.” Op dat ‘jeugdhulpverleningscircus ’kom ik dadelijk terug. Kan wetenschapper Jaspers met bewijzen staven dat er ‘nooit iemand wordt ontslagen na knoeiwerk’? Ik ken voldoende voorbeelden aanstellingen die na de proeftijd niet werden verlengd.

Jaspers: ‘Volstrekt voorspelbaar zal dit schandalige falen voor niemand binnen die organisatie persoonlijke consequenties hebben, ‘want zo gaan wij niet met onze mensen om.’ Integendeel, het zal gebruikt worden als argument dat de desbetreffende instanties nog meer geld moeten krijgen, om nog meer ambtenaren aan te stellen, want ze kunnen nu immers hun taak niet aan?” Weer de vraag naar bewijzen. Die levert Jaspers niet. Hij beweert door populistische praat te herhalen.

Dan het ‘jeugdhulpverleningscircus’. Daar geeft Jaspers ‘de Musk in spé’ alvast een tip: “Bij de jeugdzorg gaat de helft van het personeel eruit, te beginnen met de hoogste salarisschalen. Dat zijn namelijk bijna allemaal mensen die alleen maar zitten te vergaderen en anderen van hun werk te houden. ‘Intervisie’ wordt verboden. Niet iedereen zal bekend zijn met dit begrip uit de geestelijke gezondheidszorg: dit houdt in, dat werknemers in die sector structureel met elkaar vergaderen over hoe het de afgelopen tijd ging op hun werk, en hoe ze dat ervaren hebben. Een normaal mens doet dat eventueel thuis, maar in die sector wordt daar een flink deel van de werktijd voor ingeruimd, naast uiteraard alle team-, sector- stuurgroep- en verbeterplan-vergaderingen.”  Zou Jaspers weten dat bijna de volledige jeugdhulpverlening tot de private sector behoort? Zou hij weten dat zijn voorstel ertoe leidt dat er na zijn maatregel niet alleen geen ‘managers meer zitten te vergaderen maar ook geen gedragswetenschappers, behandelcoördinatoren en vertrouwensartsen meer actief zijn. En dat je, om tot de helft te komen, ook een flink deel van de Jeugdzorgwerkers, de dan ‘duurst betaalden’ moet ontslaan? Ik wens de ‘Nedermusk’ veel succes met deze maatregel.

Ja, in de jeugdhulpverlening gaat wel eens wat fout en als je de media volgt dan lijkt het alsof er heel veel fout gaat. Het vele dat er goed gaat haalt de kranten namelijk niet. En je zou maar de afweging moeten maken om een kind uit huis te laten plaatsen. Doe je het niet en gaat het fout, dan had je eerder moeten ingrijpen en niet ‘langs elkaar heen werkend weg moeten kijken’. Doe je het wel dan is er ook geen garantie dat het daarna goed gaat met het kind. Je zou maar moeten kiezen uit mogelijkheden die allemaal goed of fout kunnen gaan want een garantie op ‘goed’ is er niet.

Zou Jaspers weten dat intervisie belangrijk is?  Nee,  dat weet hij niet want het is: “Vergaderen over hoe het de afgelopen tijd ging op hun werk, en hoe ze dat ervaren hebben.” Met intervisie toets je jouw handelen met collega’s die in eenzelfde positie zitten. Dat doe je om van elkaar te leren want wellicht had je anders kunnen handelen en dat kun je dan weer meenemen bij een volgend geval. Maar wellicht ook niet. Het lijkt mij lastig om dit thuis op de bank te doen. Behalve dan als er thuis op de bank iemand naast je zit die hetzelfde werk doet.

Dat er veel beter kan, staat buiten kijf. Dat betere ga je echter niet bereiken op de manier die Jaspers voorstelt. Wellicht is dat wel te bereiken door een grotere overheid. Een rijksoverheid die de markt uit de (jeugd)zorg haalt en de verantwoordelijkheid ervoor naar zich toetrekt.

Jaspers heeft nog meer ‘goede’ ideeën. “Bij het ministerie van Onderwijs kan driekwart van de ambtenaren ontslagen worden. Onderwijs wordt namelijk gegeven op scholen. De bijdrage van het ministerie daaraan is nihil, of negatief door alle voorschriften en administratieve en woke onzin die ze produceren. Die ontslagen ambtenaren kunnen dan les gaan geven en zo het lerarentekort ongedaan maken. Eigenlijk hoeft dat ministerie alleen maar te bestaan uit een Onderwijsinspectie en een financiële afdeling die het geld naar de scholen overmaakt. Of je dat nog een ministerie noemt, is een kwestie van smaak. De Voedsel- en Warenautoriteit is ook geen ministerie.” Ik vraag me af of de leerlingen gebaat zijn bij die voormalige ambtenaren als leraar. Het gros van de mijnwerkers was ook niet geschikt voor een baantje bij het CBS dat als compensatie voor de mijnsluiting naar Limburg kwam. Het lijkt mij sterk dat al die ambtenaren die Jaspers overbodig wil maken, geschikt zijn voor het vak van leerkracht.

Onderwijs wordt inderdaad, zoals Jaspers terecht schrijft, op school gegeven. Maar als er geen ministerie is, waarop controleert de Inspectie dan? De wet is daarvoor veel te grofmazig. Zonder ministerie moet de minister zelf de ministeriele regelingen en wetswijzigingen schrijven en de casus Faber laat zien dat ‘beleid zijn’ niet automatisch tot deugdelijke wetsvoorstellen leidt. Wie handhaaft dan de wet? Nu inspecteert de inspectie en het ministerie bepaalt welke actie daarop wordt ondernomen. De Inspectie is hierbij te vergelijken met de officier van justitie, het ministerie vervult de rol van rechter. Het lijkt me niet aan te bevelen om beide rollen bij dezelfde organisatie onder te brengen. Of moet die minister dat ook doen? Als, zoals de bedoeling is, iedere school minstens één keer per vier jaar moet worden geïnspecteerd, dan zijn dat meer dan 3.000 inspectierapporten en besluiten per jaar. Ik wens de minister veel succes met het lezen en beoordelen van een kleine 60 rapporten per week, of net geen negen per dag (inclusief) weekend.

Het is voor Jaspers voldoende dat het geld naar de scholen wordt overgemaakt. Dat getuigt van veel vertrouwen in de mensheid in het algemeen en schoolbestuurders in het bijzonder. Nu ben ik voor het geven van vertrouwen aan mensen en dus ook aan schoolbesturen. Echter, om te kunnen beoordelen of het geld rechtmatig en doelmatig wordt ingezet, is enige verantwoording nodig. Hoe verhoudt zich dit tot bijvoorbeeld een bijstandsgerechtigde die  moet zich binnenstebuiten keren om zijn net € 16.000 bedragende uitkering te verantwoorden? Als Jaspers dan toch zoveel vertrouwen in de mensheid heeft, dan is er veel meer te verdienen door bijstands- en andere uitkeringsgerechtigden te vertrouwen.

Nog  een ‘goed’ ideeën van Jaspers:  “Alle adviesraden die ‘gevraagd en ongevraagd’ advies leveren aan de regering worden opgeheven. Zoals daar zijn: de Wetenschappelijke Klimaatraad, de Wetenschappelijke Adviesraad, de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie, de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, de Onderwijsraad, de Adviesraad Migratie, de Hoge Raad voor de Adel, en nog tientallen meer. Allemaal hebben die een stuk of tien leden, een secretariaat en een kantoor, en met z’n allen produceren ze een stroom van rapporten en foto-ops voor bewindslieden.” En zo gaat hij verder: “Ik ken geen voorbeeld van een rapport van zo’n Raad dat niet onderin ambtelijke bureaulades verdwenen is. Rapporten die politieke impact hebben zijn altijd afkomstig van ad-hoc commissies, zoals die van de commissie-Remkes over de stikstofellende.” Ook hier maakt Jaspers een populistische karikatuur van de werkelijkheid. Al deze raden produceren rapporten en die rapporten worden door bestuurders, politici en ambtenaren gebruikt om keuzes te maken. Ze hebben politieke impact alleen duurt het vaak lang voordat die impact merkbaar is. Ze vormen vaak de basis onder de argumentatie in een memorie van toelichting bij een wetsvoorstel. En ja, Remkes stikstofrapport had politieke impact. Zoveel impact dat er het rapport van de commissie Remkes uit 2022, een gevolg van de uitspraak in 2019 van de rechter over de programmatische aanpak stikstof (PAS) nog steeds niet tot maatregelen heeft geleid. En als je dat rapport doorleest, en dan vooral de voor wetenschappers en wetenschapsjournalisten interessante voetnoten, dan kom je daar verschillende verwijzingen tegen naar rapporten van een van die door Jaspers zo verfoeide ‘raden’.

Eén idee dat populist Jaspers een ‘Nedermusk’ aan de handen doet is zou in aangepaste vorm wellicht wel iets kunnen verbeteren: “De publieke omroep, NPO, reduceren we tot 1 tv- en 1 radiozender. Alleen nieuws, actualiteiten en docu’s, en overdag educatieve programma’s. Geen reclame. Al het andere kan door de commerciële zenders gedaan worden. De totaal achterhaalde omroepen worden allemaal opgeheven.” Alleen zal Jaspers vervolgens klagen over juist de docu’s en educatieve programma’s want die zullen al snel ‘te woke’ zijn.

(On)gezond verstand

“Laat Baudet de leiding nemen in een openbaar debat over dit onderwerp, waarbij emotie niet mag overheersen. Laten we praten over cijfers, feiten en resultaten. Laten we ophouden met het creëren van slachtoffers waar er geen zijn. Veiligheid is geen vraagstuk van links of rechts, maar van realisme. En realisme is wat Nederland nodig heeft. Laat het gezond verstand zegevieren!” Zo eindigt een artikel van Mark Jongeneel bij de Dagelijkse Standaard. Ik heb grote twijfels of met het realisme van Baudet, zoals Jongeneel het noemt, het gezonde verstand zegeviert.

Volgens Baudet, zo lees ik wordt: “ het begrip “etnisch profileren” vaak misbruikt (…) om elke vorm van selectief handelen door de politie te demoniseren.” Maar: “Als je kijkt naar de statistieken dan blijkt dat bepaalde groepen vaker betrokken zijn bij criminaliteit.”   Dat is, zo betoogt Jongeneel een feit en geen mening. En tot zover klopt het. Bepaalde groepen zijn oververtegenwoordigd in bepaalde vormen van criminaliteit. Zo zijn belastingontduikers vaak miljonairs. Als de politie op basis van statistieken handelt dan is dat: “niets meer of minder dan het toepassen van wiskunde op veiligheidsbeleid.” Dat maakt het logisch, aldus Baudet en in zijn verlengde Jongeneel, om: “Als algoritmes laten zien dat personen met bepaalde kenmerken (zoals leeftijd, locatie of criminele voorgeschiedenis) vaker betrokken zijn bij strafbare feiten, dan is het logisch dat de politie zich daarop richt.” Want, zo gaat Jongeneel verder: “We kunnen ons niet veroorloven om sentimentele ideeën over gelijkheid boven praktische oplossingen te plaatsen. Als we willen dat iedereen veilig is, moeten we accepteren dat sommige maatregelen ongemakkelijk voelen. Maar dat betekent niet dat ze oneerlijk zijn.”  En: “Critici beweren dat dit soort methodes leidt tot discriminatie en een zelfversterkende cyclus van marginalisering,” die verkondigen onzin want: “Discriminatie is wanneer je mensen behandelt op basis van wie ze zijn, niet op basis van wat ze hebben gedaan of waarschijnlijk zullen doen.” Dit is dus, zo betoogt Jongeneel gezond verstand. Maar dan toch even.

Critici die zeggen dat op deze manier handelen zelfbevestigend is, praten geen onzin. Als je om, Baudets eufemisme te gebruiken, statistisch profileert en alle miljonairs op belastingfraude gaat onderzoeken, dan zul je veel frauderende miljonairs vinden en daardoor zal uit de statistieken blijken dat het percentage frauderende miljonairs nog toeneemt. Dat is nog niet eens het meest kromme aan Jongeneels en Baudets betoog.

Discriminatie is wanneer je mensen behandelt op basis van wie ze zijn, niet van wat ze hebben gedaan, schrijft Jongeneel terecht en hij volgt Baudet daarin. Vervolgens pleit hij ervoor om mensen te behandelen op basis van bepaalde kenmerken zoals leeftijd, locatie en wat ze zijn en niet van wat ze hebben gedaan. De gegevens uit een bepaald bestand zeggen namelijk niets over de daden van de persoon die wordt aangehouden. Ze zeggen iets over een verzameling eerder aangehouden personen. Als een agent iemand staande houdt op basis van wat Baudet ‘statistisch profileren noemt, gebeurt die aanhouding dan op basis van wat die persoon heeft gedaan? Nee, die persoon wordt niet aangehouden op basis van wat hij of zij heeft gedaan, maar op basis van wie hij of zij is. Jongeneel en Baudet zeggen daarmee in feite dat iedere miljonair een belastingontduiker is. Ze verklaren de daden van een deel van de miljonairs, van toepassing op alle miljonairs.

Dit is veel meer dan ‘ongemakkelijk. Dat kun je eufemistisch ‘statistisch profileren noemen, het is discriminatie van mensen op oneigenlijke gronden en daarmee etnisch profileren. Als de ervaringen uit het verleden ons iets leren, dan is het dat een dergelijke aanpak er niet toe leidt dat ‘iedereen veilig is’.

De kronkels van Cliteur

“Maar bewijzen De Volkskrant, Kraak en de rechtbank Rotterdam daarmee niet dat zij zelf in de ban verkeren van een racistische opvatting? De opvatting namelijk dat alleen witte mensen niet voor hun eigen achtergestelde status mogen opkomen maar zwarte mensen en gele mensen wel?” Die vragen stelt Paul Cliteur in een artikel bij De Dagelijkse Standaard. En in zijn bijzondere betoog komt hij tot de conclusie dat er: “ten aanzien van de verdeling van rechten tussen zwart blank (of, zoals de wokies willen: zwart en wit) (…) geen verschil (zou) moeten zijn. Maar dat verschil maken zij dus wel. Dus discrimineren zij.”

Cliteur schrijft zijn bijzondere artikel naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant van Haro Kraak over de veroordeling van twee, zoals Kraak hen noemt White Lives Matter-extremisten. “Tjonge, dus de jongens die White Lives Matter op de Erasmusbrug projecteerden zijn “extremisten”. Eén, twee, drie, vier – bij het vierde woord zitten we al in de partijdige verslaggeving door De Volkskrant,” verzucht Cliteur en gaat verder: “Vinden Haro Kraak en De  Volkskrant de Amsterdamse demonstraties voor “Black Lives Matter” van enkele jaren geleden (waar zelfs de burgemeester aan meedeed) ook “extremisten”?” Cliteur verwijt Kraak en de Rotterdamse rechtbank dat ze discrimineren en zoekt de verklaring daarvoor in zelfhaat: “kennelijk is er een moment gekomen waarop deze mensen zijn gaan denken: “we moeten onszelf zo gaan haten dat we onszelf moeten gaan ‘discrimineren’.”  Hij komt tot de conclusie dat: “als je vindt dat “Black Lives Matter” (…). Als je vindt dat “Yellow Lives Matter” (…). Dan moet je ook vinden dat “White Lives Matter” (…).” In de basis heeft hij gelijk want alle leven doet ertoe. Daarbij doet huidskleur er niet toe. Of zoals ik een jaar of acht geleden schreef: All lives matter.

Nu vraag je je wellicht af wat er dan zo bijzonder is aan het betoog van Cliteur. Het bijzondere is dat Cliteur niet verder kijkt dan de woorden: als Black Lives Matter niet discriminerend is, dan is White Lives Matter ook niet discriminerend, Iedereen mag immers, zo betoogt hij terecht: “voor hun eigen achtergestelde status (…) opkomen.”  Hij betoont zich hier een uitstekende leerling van de intersectionele leer. De leer die betoogt dat verbeteringen beginnen bij het verbeteren van de situatie van de meest achtergestelde.

“Nu weet ik ook wel wat het antwoord is van De Volkskrant, Kraak en de rechtbank Rotterdam op mijn kritiek. Het is het antwoord dat zij op elke vorm van redelijke kritiek geven. Dat antwoord is: “maar die jongens zijn extreemrechts, antisemitisch, neonazistisch, fascistisch, racistisch”. Enfin, de hele riedel wordt van stal gehaald.” En gaat hij verder: “Oké, ik ga daar even for the sake of argument in mee. Niet dat ik dat echt denk, want wat ik echt denk is dat het hier om marginale groepjes gaat. Inderdaad, niet een echt groot gevaar.” Dan is de aanpak van de rechter en Kraak verkeerd, zo betoogt hij en vervolgens geeft hij zijn oplossing: “zorg dat je deze “extreemrechtse” groeperingen geen kans geeft om groter te worden. En die kans geef je hen wél door hen discriminatoir te behandelen. Immers dan toon je door je eigen gedrag aan dat zij in feite wel een punt hebben. Waar geen extreemrechts bestaat stimuleer je het dan.”

Die vlieger gaat echter niet op. Black Lives Matter vraagt aandacht voor de achtergestelde positie van niet blanken. De organisatie wil die achterstelling opheffen en komen tot een samenleving waar iedereen gelijkwaardig is, waar je huidskleur of afkomst niet bepalend zijn voor de manier waarop je in heden wordt behandeld en voor de manier waarop je je toekomst vorm kunt geven. White Lives Matter daarentegen, voert geen strijd om de achtergestelde positie van blanken te verbeteren. De club strijdt voor het behoud van de blanke machtspositie en blanke dominantie. Dat is, niet alleen for the sake of argument een strijd voor ongelijkwaardigheid, voor discriminatie op basis van huidskleur en afkomst en daarmee extreemrechts, neonazistisch, fascistisch, racistisch.

Om deze reden kan Black Lives Matter wel en White Lives Matter niet. Het zijn niet de woorden die door de Rotterdamse rechter zijn gewogen maar de denkbeelden van de mensen die deze woorden gebruiken. Die denkbeelden zijn niet gelijk. White Lives Matter anders behandelen dan Black Lives Matter is daarmee geen discriminatie maar juist het bestrijden van discriminatie. Of deze manier van bestrijden de juiste is, dat is een heel andere vraag. Toch bijzonder dat een rechtsfilosoof als Cliteur dit niet ziet of wil zien en zich bediend van zo’n kronkelige redenering.

Dwaze dwaallichten

“Dus, als je de volgende keer een linkse activist hoort schreeuwen dat de AfD het nieuwe nazi-Duitsland is, herinner die persoon dan aan dit gesprek. Weidel en Musk hebben de waarheid laten zien: de AfD heeft niets, maar dan ook níets, met nazisme te maken. Het is hoog tijd om de leugens te ontmaskeren en de werkelijke agenda van de gevestigde orde te doorzien.” Met die woorden eindigt een artikel van Michael van der Galien bij De dagelijkse standaard. Ik moet denken aan dwazen, dwaallichten en dwaze dwaallichten.

Even voor de duiding. Wat een dwaas is, zal ieder van jullie wel weten. Maar toch, een dwaas is, volgende Van Dale, een: “gek, blijk gevend van gebrek aan gezond verstand.” Een dwaallicht is een blauwachtig, beweeglijk lichtverschijnsel dat boven moerassen en poelen kan verschijnen en waarin onze voorouders dolende zielen zagen die de levenden probeerden te lokken. Vanwege de alliteratie zou ‘dwaze dwaallichten’ zomaar een titel kunnen zijn van een Suske en Wiske album. Dat is niet het geval. De reeks avonturen van het duo kent wel een album met als titel Het laatste dwaallicht. Dit even terzijde.

Dwazen, dwaallichten en dwaze dwaallichten daar moest ik aan denken toen ik in het artikel las dat Alice Weidel, de leidster van de Duitse politieke partij Alternative für Deutschland (AfD), in haar gesprek met Musk betoogde dat: “Adolf Hitler niet de ‘rechtse boeman’ was die de geschiedenisboeken van hem hebben gemaakt, maar eerder een socialist in hart en nieren.” Volgens Michael van der Galien, de auteur van het artikel is dit: “het meest controversiële, maar misschien ook het meest overtuigende argument,” dat aantoont dat AfD niet racistisch, antisemitisch noch een nazi-club is. Het socialistische gehalte van Hitler wordt met vier argumenten onderbouwd.

Als eerste: “Staatsinterventie in de economie: Het Hitler-regime nationaliseerde grote delen van de Duitse industrie. Bedrijven kwamen feitelijk onder controle van de staat, een klassiek socialistisch principe.” Ja Hitlers nazi’s intervenieerden in de economie. Dat deden ze echter niet door de Duitse industrie te nationaliseren of met andere woorden tot staatseigendom te maken. Die bedrijven bleven in private handen, in de handen van de grootindustriëlen zoals de Krupps, de Boschs en de Oetkers. Die verdienden er groot geld aan over de ruggen van de arbeiders. Het economische model van Nazi-Duistland lijkt verdacht veel op het Russische oligarchenmodel. Een model waar ook de Verenigde Staten onder Trump met de met hem samenwerkende techgiganten als Musk en Zuckerberg, steeds meer op begint te lijken. Dit lijkt niet op het socialistische idee van arbeiders die de vruchten van hun arbeid onder elkaar verdelen en die het in de bedrijven voor het zeggen hebben.

Het tweede argument: “Centrale planning en controle: De nazi-economie werd gekenmerkt door strikte centrale planning, inclusief prijscontrole en productiequota—fundamentele principes van socialistische systemen.” Centrale planning was de manier waarop de communisten eerst in de Sovjet Unie en later in de rest van Oost-Europa, probeerden goederen te verdelen onder hun burgers. Dat maakt centrale planning echter nog geen ‘fundamenteel principe van socialistische systemen’. En zelfs als het wel een van de fundamenten van een socialistisch systeem is, dan wil dat nog niet automatisch zeggen dat overal waar centraal gepland wordt, sprake is van socialisme. Als alle vissen rood zijn en rood dus een fundamenteel principe van een vis is, dan wil dat niet automatisch zeggen dat alles wat rood is meteen ook een vis is.

Het derde argument: “Sociale welvaart en werkgelegenheid: Programma’s als de “Volksarbeit” voor werkverschaffing en de verplichte vakantie (Kraft durch Freude) draaiden op het socialistische idee dat de staat verantwoordelijk is voor de arbeidersklasse.” Die verantwoordelijkheid voor de arbeidersklasse, of nog breder voor iedere burger, staat ook verankerd in de Nederlandse Grondwet. Die stelt in artikel 20 eerste lid dat: “De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid,” en in het derde lid dat: “Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, (…) een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege” hebben. Maakt dat Nederland een socialistisch land? Ook hier weer de hypothetische rode vissen.

Dan het laatste argument: “Propaganda en onderwijs: De manier waarop de nazi’s propaganda inzetten en het onderwijssysteem hervormden om hun ideologie te verspreiden, lijkt op de socialistische benadering om de jeugd te indoctrineren.” Ook hier kan ik weer over rode vissen beginnen, want dat geldt ook voor deze redenering. Daar komt bij dat iedere overheid, of iedere groep die een ideologie wil verspreiden het onderwijs zo vormgeeft dat het maximale kans op indoctrinatie biedt. Dat is ook een van de redenen dat de Nederlandse katholieken en protestanten in de negentiende en begin twintigste eeuw zo hard vochten voor het bijzonder onderwijs. Voor het fameuze artikel 23 dat ervoor zorgde dat religieus georiënteerde scholen op staats financiering konden rekenen. Zo konden de scholen met belastinggeld worden ingezet voor de religieuze indoctrinatie van kinderen.

Het nationaal-socialisme had niets, behalve dan dat het de term in haar naam gebruikt, gemeen met het socialisme. Die term werd gebruikt als lokkertje net zoals Wilders het woord vrijheid in de naam van zijn eenmanspartij gebruikt. De vrijheid die Wilders wil, is net zo vrij als dat het nationaalsocialisme socialistisch was. Het nationaalsocialisme was de Duitse vorm van fascisme. Een fascisme vermengt met virulente haat tegen alles wat als niet Duits werd gezien. En van die grote groep die als niet Duits werden gezien, waren de communisten en socialisten de eersten die werden bestreden gevolgd door de joden, Roma en Sinti.

Weidel en in zijn kielzog Van der Galien laten met een dergelijke redenering een gebrek zien aan gezond verstand en dus van dwaasheid. In hun dwaasheid laten ze hun bijzonder licht schijnen op het troebele en donkere nationaalsocialistische Duitse verleden. Met dat bijzondere licht proberen ze mensen voor hun ideeën te lokken. Het zijn dwaze dwaallichten.

Zuckerberg, Goebbels en de deugdenleer

“Goed zijn in morele zin.”  De eerste betekenis die de digitale van Dale geeft voor het woord deugd, de tweede betekenis is: “goede eigenschap.”  Deugdenethiek is een tak van de filosofie die stoeit met de vraag hoe te leven? Die vraag kwam bij mij op toen ik las dat Mark Zuckerberg aankondigde dat zijn bedrijf Meta ging stoppen met factchecken. Dat factchecken door professionals heeft, zo betoogt hij: “het vertrouwen meer kwaad dan goed gedaan,”  omdat ze: “politiek bevooroordeeld’ zijn, zo las ik in de Volkskrant de uitgeschreven versie van zijn boodschap. Bijzonder. Trouwens een heel bijzondere boodschap.

Bijzonder omdat een oordeel iets anders is dan een feit. In de aanloop naar de laatste Tweede Kamerverkiezingen beweerde Dilan Yeşilgöz er door ‘nareis op nareis’ duizenden mensen naar Nederland kwamen. Na controle van de cijfers bleek dat er de afgelopen jaren jaarlijks nog geen 200 nareis op nareis aanvragen werden ingediend en het aantal mensen dat na zo’n verzoek wordt toegelaten, nog lager is. De door Yeşilgöz als ‘feit’ gepresenteerde boodschap, werd gecheckt en bleek fictie. Nu zijn er mensen, Trump is er daar een van, die er ‘alternatieve feiten’ op nahouden. Zo verkondigt hij nog steeds het ‘alternatieve feit’ dat de verkiezingswinst in 2020 van hem is gestolen door fraude. Een ‘alternatief feit’ is echter niets meer en niets minder dan een mening. Nu kan het best zijn dat de ‘factchecker’ een politieke richting aanhangt die anders is dan Yeşilgöz of dan Zuckerberg. Een aanhanger van Yeşilgöz zal die uitspraak niet zo snel gaan checken. Maar dat doet voor het feit niet ter zaken. Wat Zuckerberg hier eigenlijk zegt, is dat er geen feiten zijn. Dat alle feiten ‘meningen’ zijn. Hij toont zich daarmee een volwaardige doorgeschoten postmodernist. Postmodernisme is een filosofische stroming waarvoor, zoals ik in een recente prikker aangaf: “de realiteit een sociale constructie is, een verhaal in een bepaalde taal, tijd en plaats.” En in de doorgeschoten vorm, waarvan Zuckerberg hier getuigt, leidt die ertoe dat iedereen zijn eigen waarheid heeft en dat wetenschap ook maar gewoon een mening is.

Dat is niet het enige bijzondere en ‘postmoderne’ aan zijn boodschap. Zuckerberg: “Er is een wijdverspreid debat geweest over de mogelijke schade van online content. Regeringen en gevestigde media hebben steeds meer aangedrongen op censuur. Veel hiervan is duidelijk politiek, alhoewel er wel degelijk slecht materiaal te vinden is – drugs, terrorisme, uitbuiting van kinderen.” Censuur is: “toezicht van een overheid of kerk op voor publicatie bestemde teksten, films, voorstellingen enz., met de mogelijkheid om die te verbieden of er delen uit te schrappen.” Van censuur was en is geen sprake. Er was geen sprake van overheidstoezicht op welke publicatie dan ook.. Wat Zuckerberg hier beweert is dat overheden en gevestigde media de vrijheid van meningsuiting wilden inperken. Daarvan was en is geen sprake. Niemand vroeg om censuur ook de gevestigde media niet

Wat overheden en ‘gevestigde’ media wel deden en doen, is waarschuwden voor beïnvloeding en manipulatie via platforms als Facebook. De overheden waarschuwden voor een bekende uitspraak van de nazi-propagandaminister Joseph Goebbels die bij platforms als Facebook, Instagram en X in de programmatuur zijn ingebouwd: ‘Een leugen die eenmaal uitgesproken wordt, blijft een leugen maar een leugen die duizend keer verteld wordt, wordt waarheid.’ Die platforms willen je binden en het bijzondere, vreemde en afwijkende trekt de aandacht. Een boodschap zoals: ‘de Clintons runnen een pedofielennetwerk vanuit de kelder van een pizzeria in Washington’ is te absurd voor woorden. Zo absurd dat velen het lezen en delen en het, om Goebbels aan te halen: ‘na duizend keer waarheid wordt’.  Zo werd ook Trumps oproep ‘stop the steal’ uit 2020 voor velen ‘de waarheid’ terwijl het een ‘alternatief feit’ of beter nog, een leugen is. En door de manier waarop dergelijke platforms werken, is de kans veel groter dat je eerder duizend keer de ‘pizzagate-leugen’ of ‘stop the steal’ ziet, dan dat je leest of ziet wat er feitelijk aan de hand is.

Door consequent van censuur te spreken, doet Zuckerberg het voorkomen alsof hij strijdt voor de vrijheid van meningsuiting. Zuckerberg: “Tot slot gaan we samenwerken met president Trump om regeringen over de hele wereld tegen te werken die achter Amerikaanse bedrijven aan zitten en meer willen censureren. (…) Europa heeft steeds meer wetten die censuur institutionaliseren en het moeilijk maken om daar iets innovatiefs op te bouwen. Latijns-Amerikaanse landen hebben geheime rechtbanken die bedrijven kunnen bevelen om dingen stilletjes te verwijderen.” Ook hier weer een postmodern ‘alternatief feit’ dat voor velen al een echt ‘feit’ is geworden omdat de wet van Goebbels ook hier zijn werk al heeft gedaan. De Europese Unie maakt geen wetten om te ‘censureren’. Europa maakt wetten om de privacy en de gegevens van haar inwoners te beschermen. Dat is een gevaar voor dergelijke bedrijven omdat ze leven van onze gegevens. Die gebruiken ze om je nog langer op hun platform te laten rondhangen en al doende nog meer reclame door je mik te duwen. Die wetten beperken niemand om de eigen mening te verkondigen en zelfs niet om die als ‘alternatief feit’ te poneren. Latijns-Amerikaanse landen (hier wordt Brazilië bedoeld) hebben geen ‘geheime rechtbanken’ die bedrijven bevelen. Brazilië heeft rechters die de wetten van het land handhaven. Een van die wetten is dat een bedrijf een vertegenwoordiger moet hebben in het land. Iemand die aanspreekbaar is voor de daden van het bedrijf. Musk weigerde dat en daarom werd X op zwart gezet. Niet omdat er onwelgevallige berichten op werden geplaatst. En laat je voor wat betreft die ‘innovatie’ waar Zuckerberg het over heeft, geen rad voor ogen draaien. Iedere innovatie van dergelijke platforms is erop gericht om je nog afhankelijker te maken van het platform. Niet om jouw leven beter te maken.

Geheel zonder ‘inhoudscontrole’ wordt het toch niet. Zuckerberg: “We gaan onze teams voor (…) inhoudsbeoordeling verhuizen uit Californië en vestigen in Texas. (…) Het zal het vertrouwen vergroten als dit werk wordt gedaan op plaatsen waar minder zorgen bestaan over de vooringenomenheid van onze teams.”  Een bijzondere maatregel. Zou het ter voorkoming van het slechte materiaal: ‘drugs, terrorisme, uitbuiting van kinderen, uitmaken waar dat gebeurt? Mogen kinderen in Texas meer of minder worden uitgebuit dan in Californië? Het lijkt mij trouwens dat de vooringenomenheid tegen Facebooks ‘controleteams’ in Texas groter is dan in Californië. Maar ik ben geen Amerikaan dus ik kan het verkeerd hebben. Als die relatie tussen plaats en vooringenomenheid er echt is, loopt Zuckerberg dan niet het risico dat er elders geklaagd gaat worden over vooringenomenheid? Of zou die maatregel te maken hebben met het zich: “ontdoen (…) van een heleboel beperkingen op onderwerpen als immigratie en gender.” Iets dat, zo gaat Zuckerberg verder: “begon als een beweging om meer inclusief te zijn,” maar dat: “steeds vaker (wordt) gebruikt om meningen de kop in te drukken en mensen met andere ideeën buiten te sluiten. Dat is te ver gegaan. Daarom wil ik ervoor zorgen dat mensen hun overtuigingen en ervaringen kunnen delen op onze platforms.”  Dan loopt hij nu het risico dat een andere groep hun overtuigingen en ervaringen niet meer kunnen delen zonder te worden overstelpt met een rivier van stront.

Over rivier van stront gesproken. De kans dat je op Facebook wordt overspoeld door een rivier van stront groeit flink. Facebook past haar: “filters aan, zodat we de hoeveelheid censuur op onze platforms drastisch verminderen. Dat is een uitruil. Het betekent dat we minder slechte dingen gaan ondervangen, maar we zullen ook minder onschuldige berichten en accounts per ongeluk weghalen.”  Over die filters zegt hij iets eerder in zijn verhaal aanhalend op het voorkomen van het hierboven genoemde ‘slechte materiaal’ het volgende: “We nemen dat zeer serieus en ik wil er zeker van zijn dat we er verantwoordelijk mee omgaan. Dus bouwden we allerlei complexe systemen om inhoud te modereren. Maar het probleem met complexe systemen is dat ze fouten maken. Zelfs als ze per ongeluk maar 1 procent van de berichten censureren, zijn dat miljoenen mensen. We hebben een punt bereikt waarop er gewoon te veel fouten worden gemaakt, ….” Die ene procent fouten is te veel en om dat te voorkomen wordt die 99% ‘stront’ ook vrijgegeven.

De kans om als facebookgebruiker te verzuipen in een rivier van stront wordt nog groter. Zuckerberg:“Een tijd lang vroegen onze gebruikers om minder politiek, omdat het mensen gestrest maakte. Dus zijn we gestopt met het aanbevelen van deze posts. Maar het voelt alsof we in een nieuw tijdperk zitten. (…) Dus we gaan dit geleidelijk terugbrengen op Facebook, Instagram en Threads”.  In één passage van een modernist naar een doorgeschoten postmodernist. Mensen vroegen om aanpassing en daarom werd iets aangepast. Een handeling gebaseerd op feiten, de vraag van mensen. Nu ‘voelt’ hij iets ‘een nieuw tijdperk’ en past daarom iets aan. Met dat handelen op een ‘gevoel’ toont hij zich een goede leerling van premier Schoof en een waarlijk doorgeschoten postmodernist want het ‘gevoel’ van de doorgeschoten postmodernist is de werkelijkheid. Resultaat hiervan is dat nu iedere Facebookgebruiker ‘politieke aanbevelingen’ krijgt.Gelukkig wordt daarbij wel geprobeerd: “de gemeenschappen vriendelijk en positief te houden.”  Zou het Zuckerberg lukken het risico op enshittification het hoofd te bieden.  Het: “patroon waarin online producten en diensten (leiden aan) kwaliteitsvermindering. Aanvankelijk creëren leveranciers aanbiedingen van hoge kwaliteit om gebruikers aan te trekken, vervolgens degraderen ze die aanbiedingen om zakelijke klanten beter van dienst te zijn en degraderen ze hun diensten uiteindelijk aan gebruikers en zakelijke klanten om de winst voor aandeelhouders te maximaliseren” , zoals Wikipedia het definieert.

Terug naar waarmee ik begon de deugdenethiek en de vraag hoe te leven. Voor Aristoteles is deugd het handelen omwille van een doel op een manier die als goed. Dat handelen is situationeel. Een deugd is het midden tussen twee tegenovergestelde extremen. Bijvoorbeeld tussen moed en lafheid. Wat het midden is, kan per situatie verschillen. Als geoefend zwemmer langs de kant blijven staan als iemand verdrinkt in een diepe rivier, getuigt van lafheid en van een innerlijk gebrek aan deugd. Dat ligt heel anders als de persoon op de wal niet kan zwemmen. Met je handelen bepaal je de positie en die positie laat de innerlijke component van je deugdzaamheid zien. Je deugd blijkt uit dat wat jij goed vindt in een bepaalde situatie. In het geval van de zwemmers, is deugdzaam handelen doen wat in je mogelijkheden ligt. Niemand zal het de niet-zwemmer niet deugdzaam handelen dat hij of zij niet in het water is gesprongen. De zwemmer kan dat verwijt wel verwachten.

“De recente verkiezingen voelen als een cultureel omslagpunt,” aldus Zuckerberg. Een moment dus om met je eigen deugd, het eerste aspect, opnieuw je positie in die nieuwe cultuur te bepalen. Laten we Zuckerberg eens langs de lat leggen van de vier kardinale deugden. En nee kardinaal wil niet zeggen dat het iets met de katholieke of welke kerk dan ook te maken heeft. Kardinaal komt van het Latijnse woord cardo dat scharnierpin betekent. Vier centrale deugden. Als eerste voorzichtigheid in de zin van op de juiste manier handelen in de juiste situatie op het juiste moment. Als tweede rechtvaardigheid als in juist en eerlijk handelen in een situatie. Als derde moed als in uithoudingsvermogen, toewijding en het vermogen om angst, onzekerheid en intimidatie onder ogen te zien. En als laatste matigheid als in zelfbeheersing. Voor Zuckerberg lijken deze deugden samen te vallen met dat wat de sterkste verlangt: ‘u vraagt wij draaien’ Eerst was dat moderatie van berichten en nu zijn dat ‘rivieren van stront’. Zuckerberg heeft geen interne deugd, geen eigen innerlijk of morele kompas. Het juiste, rechtvaardige, moedige en matige is dat wat anderen en dan vooral degenen met de macht wil.

Wil de ‘witte man’ nu opstaan

Er kop noch staart aan krijgen, een uitdrukking voor er geen verband in zien. In de eigen staart bijten, een uitdrukking voor iets waarmee je jezelf benadeelt. En als laatste een aal bij de staart hebben, een uitdrukking voor met iets bezig zijn dat bijna zeker zal mislukken. Aan die drie uitdrukkingen met een staart erin moest ik denken na het lezen van een interview met  Siela Ardjosemito-Jethoe bij De Kanttekening. Ardjosemito-Jethoe is, zo lees ik: “een expert op het gebied (van) diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid.” Ze gaat vanaf februari aan de slag als bureauhoofd Inclusie en Diversiteit bij de gemeente Amsterdam en vervulde een soortgelijke rol in het directieteam van de Universiteit van Leiden en later bij Avans Creative Innovation.

“Er is sprake van een scheefgroei in systemen die er zijn opgebouwd. Die systemen werken voor mensen die deze systemen hebben gemaakt en voor mensen die op hen lijken. De ongelijkheid is verweven in deze systemen. Het is dus lastig om te herkennen dat de scheefgroei er is, sterker nog, we zien als samenleving de scheefgroei als normaal.”  Zo beantwoordt de antropoloog en socioloog Ardjosemito-Jethoe in een interview bij De Kanttekening de vraag: “Hoe werken racisme en discriminatie door in de hedendaagse samenleving?” Daarom is het, zo betoogt ze: “belangrijk om de systemen ter discussie te stellen. Waar zit die ongelijkheid in de systemen? Hoe gaan we dit tegen? Wat is daarvoor nodig?”

Het eerste wat er nodig is, zo betoogt ze, is: “om de geschiedenis in te duiken. West-Europese samenlevingen maken al eeuwenlang onderscheid tussen mensen op basis van etniciteit; witheid werd verheerlijkt. In Europa was de rassenleer lange tijd een wetenschap. Johann Friedrich Blumenbach heeft reeds in de achttiende eeuw zijn ‘theorie’ hierop losgelaten. Later nam Arthur de Gobineau het stokje over en werd onder andere het antisemitisme hiermee vergoelijkt.”  Inderdaad deelde Blumenbach de mensheid in wat hij vijf rassen noemde, in. Dat is echter wat anders dan een ‘rassenleer’ die het ene ras boven het andere plaatste. Dat is iets waar Blumenbach zich tegen verzette. Bijzonder om de rassenleer met hem te laten beginnen. Dit even terzijde.

Dat heeft geleid tot superioriteitsdenken: “Forum voor Democratie promoot deze ideeën. De PVV niet expliciet, toch laat deze partij zich leiden door superioriteitsdenken. … Denk aan die motie van Bente Becker. Of aan de opmerking van minister Mona Keijzer dat antisemitisme onderdeel is van de islamitische cultuur.”  Maar: “Veel vaker is het zo dat het superioriteitsdenken in het onderbewuste een rol speelt. Het besluit van een werkgever om mensen met een Arabisch of Turks klinkende achternaam niet aan te nemen bijvoorbeeld. Of om studenten met een migratieachtergrond te discrimineren bij het vinden van een stageplek. Of denk aan een kunstdocent die GroenLinks stemt, maar van leerlingen van kleur verwacht dat ze minder goed presteren.” Die mensen: “vinden dat ze goede mensen zijn en daarom kunnen ze niet racistisch zijn. Maar als je ze vraagt wat ze hebben gedaan om antiracistisch te zijn, dan blijft het stil. Ze doen allerlei dingen die racistisch zijn, maar zeggen dan: ‘Ja, maar ik heb ook zwarte vrienden, mijn zwager is …’, enzovoort. Als je hen op racisme wijst worden ze boos en schieten ze meteen in de verdediging: ‘Ik ben geen racist.’”  Van de systemen is zo nu het probleem verplaatst naar de personen. Aan deze redenering van Ardjosemito-Jethoe kan ik kop nog staart krijgen.

Die verplaatsing naar de personen bijt zich in de eigen staart als Ardjosemito-Jethoe naar oplossingen zoekt. Als de systemen het probleem zijn, dan zou je de oplossing moeten zoeken in de aanpassing van de systemen. Ardjosemito-Jethoe  zoekt ze in: “gecontroleerde ruimtes, ruimtes waar je met elkaar afspraken kan maken, waarin men bekend is met elkaar. Denk aan de werkvloer, de school en de sportvereniging. Daar kan je alles zo organiseren met elkaar, dat alle mensen het gevoel krijgen er bij te horen. Wat is hiervoor nodig? Hoe word je een inclusieve school of een inclusieve werkplek? Hoe ontvang je feedback, hoe spreek je de ander aan op zijn gedrag? Hoe doen we dit samen?’” De systemen moeten worden veranderd door de mensen op inclusiviteits- en diversiteitstrainingen te sturen. Als het de mensen zijn die hun gedrag moeten veranderen, zijn dan niet de mensen racisten?

En daarmee zijn we er.  Ja, er zijn mensen die racist zijn. Voor de overgrote meerderheid geldt dat echter niet. Die moeten echter wel op dergelijke trainingen. Trainingen met als theoretische basis het door Kimberlé Crenshaw ontwikkelde concept intersectionaliteit en dat Ardjosemito-Jethoe kort uitlegt: “Witte vrouwen, mensen van kleur, personen die lhbtq+ zijn of pan (mensen die aantrekking voelen naar personen, ongeacht of dit nou een vrouw, een man of non-binair iemand is, red.), mensen met een fysieke uitdaging, neurodiverse mensen et cetera en elke intersectie die je op deze marges maar kan bedenken,” al snel buiten de boot vallen ten opzichte van de witte man. Immers:  “Je hebt een achterstand als je vrouw bent, of een persoon van kleur. En een dubbele achterstand als je het allebei bent. Het systeem benadeelt je als je werk, een woning, een stage of iets anders zoekt. Je kunt er bijna geen grip op krijgen.”  En wie is het probleem bij een dergelijke manier van redeneren: iedere groep die onder je staat op wat ik éerder de ellende-ladder noemde. Onderaan die ladder staat de witte man, een treetje erboven de witte vrouw en die zitten daarmee al vrij snel in het beklaagdenbankje. Zij zijn het probleem. Zij hebben wit privilege. En daar zit je dan als witte in Amsterdam en krijg je van bureauhoofd Ardjosemito-Jethoe te horen dat jij het probleem bent en moet veranderen. En dan wordt er snel achteraan gezegd: ‘nee niet jij persoonlijk’. Maar wie dan? Wie is dan die ‘witte man’ die het probleem is? Wil de ‘witte man’ nu opstaan?

“Voor mij is het belangrijk dat deze grote theoretische concepten niet theorie blijven. Het is belangrijk om kennis in te zetten bij ‘normale’ gesprekken.” Aldus Ardjosemito-Jethoe. Als het theoretisch concepten zoals intersectionaliteit en begrippen als wit privilege de basis blijven voor het streven naar een prettige werkvloer en samenleving voor iedereen, dan hebben we de aal bij de staart. Ja, als je naar de Nederlandse samenleving kijkt, dan zijn ‘witte mannen’ oververtegenwoordigd op belangrijke posities in de samenleving. Dat komt echter niet door hun huidskleur maar door hun machtspositie en vooral door de machtsposities die hun voorouders wisten te bereiken. Zo kom je de naam Tjeenk-Willink of Korthals-Altes in politiek, bestuurlijk en juridisch Nederland in verschillende generaties tegen. En voor degenen die deze namen niets zeggen: we hebben inmiddels al drie generaties De Mol in televisieland en dat is daar niet de enige familie. Die ‘De Mols’ hebben hun werk niet te danken aan hun huidskleur maar aan John de Mol.

De De Mols zijn er een heel duidelijk voorbeeld van dat mensen een voorkeur hebben voor mensen die op hen lijken. Die voorkeur is een gevolg van miljoenen jaren evolutie en draaide niet zo zeer om het hebben van een voorkeur maar eerder om afkeur. Om te overleven moesten mensen samenwerken. Het risico van samenwerken is dat je bedrogen kunt worden. Om het risico op bedrog te verkleinen, dat kon immers tot je dood leiden, selecteerden onze voorouders onbewust op gelijkenis met henzelf. Dat gebeurde al in de eerste seconde dat mensen elkaar tegenkwamen. In die seconde werd bepaald of de ander een vriend of vijand zou kunnen zijn. Treuzelen, en dat doe je als je een dergelijke keuze maakt op basis van ratio, kon immers je dood betekenen. Die speer in de handen van de ander zit immers binnen een paar tellen in je lijf.  En hoe meer de ander op je leek, hoe groter de kans was dat hij als ‘vriend’ werd ingedeeld. Dat mechanisme heeft onze voorouders goed geholpen en zit in ieder van ons ingeslepen. De eerste indruk is bepalend. Dat is het mechanisme dat ervoor zorgt dat ‘Mark’ meer kansen op een stageplek heeft dan ‘Mohammed’. ‘Mark’ heeft het geluk dat er meer ‘Marken’ zijn die een stagiaire zoeken dan ‘Mohammeds’. Dit mechanisme zorgt ervoor dat De Mol, De Mols kiezen en als er geen ‘De Mols’ zijn dan is er vast wel een ‘John’ en heeft ‘Jamal’ pech. Die irrationele keuze wordt daarna rationeel onderbouwd.

Dit discrimineren, onderscheid maken, doet ieder mens want het heeft ons, zoals gezegd, miljoenen jaren geholpen. Tegenwoordig zorgt het echter voor problemen. Het zorgt ervoor dat ‘Mohammed’ en ‘Jamal’ minder kansen hebben. Dat is te verhelpen. Bij dat verhelpen gaat intersectionaliteit en wit privilege niet helpen. Die zorgen er namelijk voor dat, zoals Ardjosemito-Jethoe constateert:  “veel witte mensen (…)  zich dit toch persoonlijk aan(trekken). Ze voelen zich aangevallen.” Ardjosemito-Jethoe vervolgt: “En dan heb je geen gesprek.” Daarbij gaat het volgens Ardjosemito-Jethoe: “niet zozeer om iemands intenties, maar om de consequenties.” Echter, door op dit menselijk gedrag het stempel ‘racisme’ te plakken en te spreken van ‘wit privilege’ gaat het gesprek juist over de intenties en niet over de consequenties.

Erg in hebben

“Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt.” De laatste woorden van het verhaal Piramide van de Venlose schrijver Fons Wijers. Het verhaal staat in zijn pas uitgekomen verhalenbundel Ricardo’s lot.  De woorden kwamen bij me op toen ik, zoals veel gebeurt in deze periode van het jaar, aan het terugdenken was wat er het aflopende jaar allemaal is gebeurd. Die woorden staan voor mij model voor het afgelopen jaar. Of beter nog, voor de afgelopen twintig jaar.

Eerst even naar het verhaal Piramide. De hoofdpersoon vertelt aan zijn dokter dat hij op reis gaat naar Egypte. Die dokter vindt dat, gezien de conditie van de man, geen goed idee en sluit zijn betoog af met de woorden: “Dus als u me vraagt of een dergelijke reis verantwoord is, moet ik u teleurstellen.” De man gaat toch en sterft vervolgens bijna van benauwdheid tijdens een bezoek aan een piramide. Hij overleeft het en kijkt aan het einde van de dag uit het raam van zijn hotelkamer en realiseert zich: “dat ademhalen natuurlijk gewoon vanzelf behoort te gaan, zonder nadenken.” Want en daarmee eindigt het verhaal: “Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt.”  Een mooi kort verhaal waarvan de bundel van Wijers er veel meer bevat.

Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt, als het vanzelfsprekend is. Als je er ‘erg in hebt’ dan gaat het niet goed. Voor de man in het verhaal betreft dit de ademhaling. Die ging in de piramide niet vanzelf, het kostte moeite. In onze democratische rechtsstaat is het precies hetzelfde. Pas als iets niet goed gaat, zoals bij de Toeslagenaffaire, dan heb je er ‘erg in’. Dan merk je dat iets wat je als gewoon veronderstelde, niet vanzelf gaat. Als je het nieuws een beetje volgt dan krijg je de indruk dat er in onze democratische rechtsstaat tegenwoordig veel is waar we ‘erg in’ hebben en dat niet goed gaat. Als je het taalgebruik mag geloven dan leven we in een crisistijd. Milieucrisis, stikstofcrisis, energiecrisis, wooncrisis, asielcrisis, veiligheidscrisis want we moeten ons voorbereiden op een oorlog en zo’n crisis leidt al snel tot een kabinetscrisis. Ieder probleem wordt meteen een crisis en het is aan de overheid om die op te lossen. Op te lossen door volgens het ene uiterste, stevige maatregelen te nemen en volgens het andere uiterste zich er niet mee te bemoeien want dat lost de markt zelf wel op.

Volgens premier Schoof, zo vertelt hij in een interview in de Volkskrant, is: “Het belangrijk dat Nederland een relatief stabiel bestuur heeft,” want: “het is super onrustig in de wereld.” Nu maakt zijn kabinetsploeg alles behalve een stabiele en zelfs geen ‘relatief stabiele’ indruk. Het getuigt van weinig stabiliteit om pas aangenomen wetten, zoals de Spreidingswet weer in te trekken en om bijna afgeronde trajecten om een uitdaging aan te pakken, zoals bij de aanpak van het stikstofprobleem, bij het grof vuil te zetten. Het getuigt van weinig ‘stabiliteit’ door bij de aanpak van veel problemen alle ballen op innovatie te zetten en vervolgens te bezuinigingen op wetenschap en innovatie. Dit even terzijde.

Een nadeel van ‘er geen erg in hebben omdat het goed gaat’, is dat de waardering voor dat goed gaan verdwijnt. Dat er goed drinkwater uit de kraan komt is vanzelfsprekend. Dat die vanzelfsprekendheid onder druk staat door de grote hoeveelheid stikstof en nog meer door het gebruik van pesticiden verdwijnt dan naar de achtergrond. Van een andere orde, dat we in een democratische rechtsstaat wonen is vanzelfsprekend. Zo vanzelfsprekend dat Plasterk, die mogelijke kabinetten moest onderzoeken adviseerde om: “te onderzoeken of er overeenstemming is of kan worden bereikt tussen de partijen PVV, VVD, NSC en BBB over een gezamenlijke basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtsstaat.”  Zo vanzelfsprekend dat die partijen dat vervolgens ook nog gingen doen. Onze democratische rechtsstaat is onderhandelbaar. Onze Grondwet moet gewaarborgd worden. Ik dacht altijd dat de Grondwet de waarborging was van en voor onze democratische rechtsstaat.

Verdwijnende waardering van grondrechten omdat het goed gaat, bleek ook uit de discussie over het demonstratierecht die naar aanleiding van demonstraties van Exctinction Rebellion begin 2024 losbarstte. Die club maakte, zo betoogde Lilian Helder van de BBB, ‘misbruik van het demonstratierecht en moest daarom maar tot ‘criminele organisatie’ worden bestempeld. Politieke partijen die het demonstratierecht willen beperken omdat de boodschap die de groep verkondigd hen niet aanstaat. Ze realiseren zich niet dat het laten horen van een boodschap nu juist precies de kern van het demonstratierecht is

Waar het goed mee gaat, is het stigmatiserend, discriminatoir en soms zelfs racistische discours dat sinds het begin van deze eeuw over Nederland wordt uitgestort en waar Wilders al zo’n twintig jaar de belangrijkste vertolker van is. In maart van dit jaar gaf BBB-voorvrouw Van der Plas een voorbeeld dat het goed gaat met dit discours toen ze bij OP1 beweerde dat: “de groepen mensen die hier het meest asiel aanvragen dat zijn landen als Syrië, Eritrea Jemen dat zijn wel echt landen die een joden haat hebben die tot diep in hun ziel zitten.” Nogal stigmatiserend en discriminerend en wat mij daarbij het meeste trof was dat de presentatoren het gewoon lieten passeren. Geen verontwaardiging, geen vraag naar bewijs. Ze zwegen als het graf. In mei deed Mona Keijzer, partijgenoot van Van der Plas en nu minister in het kabinet Schoof, bij Jeroen en Sophie een soortgelijke uitspraak: “Wat je ziet is dat veel asielmigranten komen uit landen met een islamitisch geloof. We weten dat daar jodenhaat onderdeel is bijna van de cultuur.” Daarom was er in het coalitieakkoord opgenomen dat de Holocaust onderdeel moet worden van de inburgering. Gelukkig was er toen wel iemand die tegengas gaf, de schrijver Arnon Grunberg vond het: “kwalijk. Dat is precies wat je niet moet doen… En dit vind ik eigenlijk ook nog schandelijk omdat over de ruggen van zes miljoen vermoorde joden hier symboolpolitiek wordt bedreven” Naar aanleiding van Keijzers uitspraak verzuchtte ik dat: “Als er dan toch ergens ‘nadrukkelijk kennis van de Holocaust’ bijgebracht moet worden, dan zijn de onderhandelaars van het coalitieakkoord een goede plek om te beginnen.”   

Na de gebeurtenissen in Amsterdam van 7 november bleek dat het stigmatiseren en discrimineren niet alleen iets van de PVV en BBB is. Onder de het-moet-benoemd-worden-vlag stigmatiseerden naast deze partijen ook de VVD en het kabinet Schoof er vrolijk op los. Er was sprake van een ‘integratieprobleem’ van mensen die hier geboren en getogen zijn. Om dat aan te pakken moet de ene vorm van discriminatie, antisemitisme, zwaarder worden bestraft dan andere vormen. Die gebeurtenissen werden ook aangegrepen om het demonstratierecht te beperken. Demonstreren werd voor het gemak ongeveer gelijkgesteld aan relschoppen. Trouwens niet alleen tegen het demonstratierecht er werd gepleit voor het verbieden van de instagrampagina Cestmocro omdat die “onze jeugd vergiftigt met haat en antisemitisme,” aldus BBB-Kamerlid Henk Vermeer en het wordt niet gemodereerd. Een aantasting van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van drukpers. “Als dit onze samenleving vertegenwoordigt, dan sta ik met de rug naar de samenleving,” schreef ik naar aanleiding hiervan.

Eind november bleek hoe ‘goed’ het in Nederland gaat met het stigmatiserende, discriminerende en naar racisme riekende discours. Het bleek zo tot in de ‘genen’ van het gros van politiek Nederland doorgedrongen dat naast de vier regeringspartijen ook de SP, het CDA, de ChristenUnie en de SGP er geen been in zagen een discriminerende en stigmatiserende  motie aan te nemen. Een motie die de overheid oproept tot etnisch profileren. Pas nadat er ophef over ontstond leken enkele partijen zich te realiseren waar ze voor hadden gestemd. Zelfs de indiener van de motie liet van zich horen. Niet met een verontschuldiging, nee door de partijen die tegen de motie stemden de mantel uit te vegen. Die partijen maken zich schuldig aan het: “cancellen van een onwelgevallige mening.” Die partijen en: “een aantal feitenvrije columns en kwalijke bijdragen,” zijn de schuld. Daarin werden: “een aantal woorden uit de motie uit context,” getrokken. Zo is op de VVD site te lezen.

Het gaat zo goed met het stigmatiserende en discriminerende discours dat grote groepen mensen er geen erg in  hebben hoe giftig en schadelijk dit discours is. Die schade wordt nog vergroot omdat het discours wordt gebruikt om de bijl te zetten in de wortels van onze democratische rechtsstaat en grote groepen hebben niet eens in de gaten dat er aan die wortels wordt gehakt. Ze hebben het niet in de gaten omdat de verworvenheden ervan zo vanzelfsprekend zijn dat men zich een wereld zonder niet kan voorstellen.  Zo bleek uit een reportage van de NOS in juni 2024 dat een grote groep jongeren democratie niet belangrijk vindt en autoritaire bestuursmodellen aantrekkelijk vindt omdat die, in tegenstelling tot een democratie, snel resultaten bereiken. Op de vraag of leiders gekozen moeten worden antwoordde een jeugdige: “het liefst wel gekozen. Maar stel het gaat helemaal mis dan is dat wel een optie.”  Ik dacht en schreef vervolgens: “vergeef hen, ze weten niet wat ze wensen.” Een autocratie ‘aanschaffen’ is zo gebeurd, afschaffen is wat lastiger. Voor een democratie geldt precies het omgekeerd: afschaffen is zo gebeurd, ze weer aanschaffen is een heel ander verhaal.

“Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt.” Met betogen die de bijl zetten aan de wortels van onze democratische rechtsstaat gaat het zo goed dat ze steeds minder opvallen. Een zeer zorgelijke ontwikkeling. Ik hoop dat deze prikker eraan bijdraagt dat het giftige en schadelijke van dergelijke betogen wel weer gaan opvallen. Ik hoop dat ze ertoe leiden dat steeds meer mensen als de hoofdpersoon in Wijers’ verhaal Piramide ‘staan te hijgen’ omdat ze wat nu het nieuwe normaal lijkt te worden, niet normaal vinden en zich ertegen uitspreken.

Eigen BBBetutteling eerst

“BBB is tegen toenemende betutteling van de overheid. Het voorstel “Nicotinee” legt extra druk op ondernemers, is nadelig voor de grensregio’s en stimuleert de illegale handel. BBB wil géén nationale regels bovenop Europese wetgeving. BBB pleit voor inzet op Europees niveau.” Aldus een bericht van de BBB dat ik op LinkedIn tegenkwam. De partij vindt het voorstel van Nicotinee als de Nederlandse overheid het overneemt, betutteling. Een bijzondere passage in een bijzonder bericht.

Bron: Flickr

“Wij vinden dat het niet de taak is van de overheid om de persoonlijke vrijheden van mensen te beperken op basis van wat de overheid denkt dat beter voor ons is,” aldus BBB- en voormalig PVV-Kamerlid Lilian Helder in het bericht waar ze spreekt over roken en rookwaren. Het is de taak van de overheid om ons te beperken in hun persoonlijke vrijheid omdat ze denkt dat het goed voor ‘ons’ is. De verkeersregels beperken mij in mijn vrijheid. Ik mag niet met 200 kilometer per uur over de linker weghelft scheuren. Die vrijheid heb ik niet. Ik moet rechts rijden en moet me aan de geldende maximumsnelheid houden. Ik moet me daaraan houden omdat dit goed voor ‘ons’ is. Ik mag ook niet vrolijk schietend met een Kalasjnikov rondlopen of christal meth maken en verkopen. Als ik dat allemaal al zou willen. Ik mag geen medemens als slaaf houden. Ik mag, als werkgever, mensen die voor mij werken niet met 20 tegelijk in een krot van een woning stoppen. Helaas gebeurt dat wel. Ik mag dat niet omdat de overheid vindt dat dit niet goed is voor ‘ons’.

‘Maar ik mag toch zelf weten wat ik in mijn lichaam stop,’ kun je nu tegenwerpen. Dan werp ik tegen: ‘maar geldt dat dan niet ook voor harddrugs?’ De BBB denkt van niet zo is te lezen in het genoemde verkiezingsprogramma. “Het onvoldoende bestrijden van harddrugsgebruik in de steden … tot criminele drugsnetwerken op het platteland.”  Even voor de beeldvorming, ook op het door de partij zo bejubelde platteland wordt flink ‘geslikt, gespoten en gesnoven’, dit naast dat er daar ook flink ‘gezopen’ wordt. Dat is niet voorbehouden aan de grote steden. Dit even terzijde. Het gebruik van harddrugs wil de partij bestrijden. Maar, beste BBB, ook dat is een beperking van de persoonlijke vrijheid van mensen. Ook hier ‘bepaalt’ de overheid wat ‘betere voor ons’ is en ‘betuttelt’ zij. Als de BBB consequent was in haar redenering, dan zou ze ook het verbod op harddrugs ‘betuttelend’ vinden of ook pleiten voor het bestrijden van de rook en vape-verslaving. Want waarom is de ene drug illegaal en de andere niet?

“In plaats van te verbieden, moeten we wat ons betreft Europees aan de slag en landelijk vooral inzetten op voorlichting, preventie en begeleiding voor wie wil stoppen.” Maar beste BBB, waarom zou de overheid je wel moeten helpen met het stoppen? Als het je eigen keuze is om te vapen en verslaafd te raken, waarom dan geld besteden aan voorlichting en preventie? Waarom moet de overheid je dan begeleiden bij het stoppen? Als het een eigen keuze is om te gaan vapen en verslaafd te raken, moet je dan ook niet zelf de gevolgen daarvan aanvaarden en zelf opdraaien voor de kosten van de begeleiding? Moet je dan ook niet opdraaien voor de kosten van de gezondheidszorg als je ziek wordt door je gedrag? Opdraaien door die zelf te betalen of door een veel hogere verzekeringspremie te betalen waarin die kosten worden doorberekend? Want waarom zou ik daarvoor moeten opdraaien?

Het is juist wel de taak van de overheid om te ‘betuttelen’ om zo de vrijheid voor ons allen te vergroten. ‘Het doel van de staat is de vrijheid,” zoals op de sokkel van het beeld van Spinoza in Amsterdam. Een tekst die Spinoza’s filosofie samenvat. Maar ja, wat jezelf wil verbieden is logisch. Of om het wat anders te formuleren eigen betutteling eerst. Of om in BBB termen te blijven eigen BBBetutteling eerst.

Brainrot

Nee, nee en nog eens nee!!! We gaan NIET over tot de orde van de dag. Want als dit tegenwoordig de orde van de dag is, dan vraagt dat om verstoring van die orde. Dat is wat ik dacht toen ik hoorde dat de Tweede Kamer een motie van VVD Kamerlid Bente Becker heeft aangenomen. Een motie die duidelijk maakt hoe rot politiek Den Haag is. Een discriminerende en stigmatiserende motie die vraagt om aangifte bij de politie en dan verder onderzoek door justitie. Helaas is dat niet mogelijk want in de Kamer mogen politici zeggen wat ze willen. Alleen de voorzitter kan hen corrigeren en eventueel schorsen.

In die aangenomen motie wordt de regering verzocht: “om gegevens over culturele en religieuze normen en waarden van Nederlanders met een migratieachtergrond bij te houden, bijvoorbeeld door het SCP te vragen dit (periodiek) te onderzoeken.” Dit omdat, aldus de indiener: “data over de normen en waarden en mogelijke acties die hieruit voortvloeien in (gesloten) religieuze gemeenschappen van overheidswege weinig bestudeerd worden,” en dat: “data over normen en waarden inzicht kan bieden in de culturele integratie van Nederlanders met een migratieachtergrond en behulpzaam is om gericht problemen aan te pakken en lessen te trekken uit positieve ontwikkelingen.” Dat klinkt mooi ‘positieve ontwikkeling’. Dat is het echter niet. Deze motie pleit voor etnisch profileren. Dit is niet het enige voorbeeld van discriminerende voorstellen vanuit de partijen die nu de regering vormen. Ik schreef er al eerder over.

Er is echter nog meer dat problematisch is met deze motie. Volgens Becker en de partijen die de motie ondersteunen ligt het probleem bij ‘(gesloten) religieuze gemeenschappen. Om dit te kunnen ‘bestuderen’ en dan vooral de ‘acties’ die uit de ‘normen en waarden voortvloeien’, moeten gegevens van alle Nederlanders met een migratieachtergrond worden bijgehouden. Daarmee wordt gesuggereerd dat alleen migranten  religieuze opvattingen kunnen hebben die tot ‘verkeerde acties’ kunnen leiden. Alsof mensen zonder migratieverleden geen lid kunnen zijn van een ‘(gesloten) religieuze gemeenschap’ en ‘verkeerde acties’ in de zin kunnen hebben.

Een stap verder. Alsof alleen ‘(gesloten) religieuze gemeenschappen’ tot verkeerde acties in staat zijn. Varkenskoppen en vuurwerk om te voorkomen dat asielzoekers worden opgevangen, de gewelddadige acties tegen anti-zwarte-piet-demonstranten en het storten en verbranden van afval door boeren als vorm van protest, zijn voorbeelden dat in niet (gesloten) religieuze gemeenschappen iets schort aan normen en waarden. Sterker nog, het indienen en aannemen van deze motie laat zien dat er zelfs bij de meerderheid van de Tweede Kamerleden iets schort aan de ‘normen en waarden’.

Als Becker en haar collega’s die instemden met deze motie dan toch iets willen onderzoeken, dan stel ik een grondig zelfonderzoek voor. Een onderzoek waarbij ze hun denken en handelen eens langs hun eigen zo hoog geachte ‘normen en waarden’ leggen. Hoe ‘liberaal’ is deze motie en is hun handelen? Hoe verhoudt zich dit tot het vodje met de ‘basislijn over rechtsstatelijkheid’? En als ik ze een idee aan de hand mag doen, wellicht kunnen ze eens onderzoeken of ze lijden aan brainrot? Dat Engelse woord van het jaar. Dus naar de mogelijke ‘negatieve psychologische en cognitieve effecten’ veroorzaakt door ‘internetinhoud van lage kwaliteit’.