Het oog op de bal

Deskundig gelul of gelul van een deskundige? Die vraag stelde ik me toen ik hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans bij BarLaat het volgende hoorde zeggen over het vonnis dat de Franse politica Marine Le Pen trof:Hier komen dus de rechter en de democratie tegenover elkaar te staan en je wilt de ruimte zo open mogelijk houden voor het publieke debat. Iedereen moet zich kandidaat kunnen stellen want de kiezer moet als rechter optreden en niet de rechter.1Ik viel van mij stoel.

bron: Flickr

De rechter en de democratie tegenover elkaar? Ik dacht het niet. Democratie en rechtsstaat botsen hier niet. Stel ze had een moord gepleegd. Is het dan ook aan de kiezer om hierover te oordelen? Als politici de wet overtreden, en dat deed Le Pen volgens de Franse rechter, dan moeten ze gestraft worden net als iedere andere burger. Voor het vervolgen van misdrijven hebben we in Nederland het openbaar Ministerie en in Frankrijk het Bureau du Procureur. Die klagen namens de staat aan en vervolgens is het in Frankrijk net als in Nederland aan de rechter om een uitspraak te doen. Als de wetgever ontzegging van het passief en/of kiesrecht onderdeel van die straf heeft gemaakt, dan kan de rechter dit als straf opleggen. Stel ze had een moord gepleegd op. Als de procedure Voermans gevolgd zou zijn, dan zou er een snaar zijn geraakt. Namelijk een rechtsstatelijke en grondwettelijke. Dan zouden voor politici andere regels gelden dan voor iedere andere burger. Dan betekent populariteit onschendbaarheid. Dat lijkt me niet de kant die we op moeten.

Toen ik weer op was gekrabbeld viel ik stijl achterover toen ik op LinkedIn een post van de faculteit Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit van Leiden zag. Een post waarin Voermans uitspraken zonder commentaar en kritische kanttekening worden aangehaald. Bijzonder!

Enigszins hersteld van die val achterover las ik het Commentaar van Peter Giesen in de Volkskrant. Terecht constateert hij dat: “ Het (…) de rol van de rechter (is) om wetten toe te passen, niet om aan politiek te doen. Als een scheidsrechter van een voetbalwedstrijd in de tweede minuut een zware overtreding constateert, zal hij de rode kaart moeten trekken, ook al beïnvloedt hij daarmee het verloop van de wedstrijd.” Bijzonder in zijn betoog is dan weer dat hij het discutabel vindt dat: “Le Pen is uitgesloten op basis van het oordeel van één rechter, wiens oordeel in hoger beroep ongedaan kan worden gemaakt.” Dit is niet discutabel. Daar is die rechter voor aangenomen en de wetgever heeft dat zo bepaald. En ja, in hoger beroep kan er anders worden besloten. Als dat gebeurt, dan is dat de nieuwe situatie en moeten we van daaruit verder. Daarop vooruitlopen heeft geen zin want het zou net zo goed kunnen dat de rechters in hoger beroep het vonnis bekrachtigen of zelfs nog zwaarder straffen.

Het zijn bijzondere tijden. Tijden waarin het lastig is om het oog op de bal te houden. Zelfs voor mensen wiens werk het is.

1 Vanaf ongeveer minuut 14.54.

Von Kreyfelts’ stropop

“Dus laten we stoppen met het heilige aura rond ‘de pers’ alsof die vanzelfsprekend boven alle kritiek verheven is. Journalisten zijn geen priesters. En wie de vrijheid van meningsuiting alleen verdedigt zolang het uit zijn eigen kring komt, is niet voor vrijheid, maar voor controle.” aldus Max von Kreyfelt in een artikel op LinkedIn. Bij het lezen van het artikel moest ik denken aan een stropop en dat schreef ik er ook onder. Een stropopredenering of stropop is een manier van redeneren waarbij je niet het werkelijke standpunt van je tegenstander weerlegt, maar een karikaturale variant ervan. Het is een drogredenering, een redenering die niet correct is maar wel aannemelijk lijkt.

bron: Flickr

Volgens Von Kreyfelt, zo begint hij zijn artikel, is: “Vrijheid van meningsuiting is geen persvrijheid—en het wordt tijd dat we dat hardop zeggen.” Volgens Von Kreyfelt leidt dit: “tot een hardnekkige verwarring in het publieke debat.” En dat is dat : “vrijheid van meningsuiting (…) hetzelfde als persvrijheid,” is. Vrijheid van meningsuiting is er voor iedereen en dat is, volgens Von Kreyfelt: “het fundamentele recht om iets te vinden, iets te zeggen, te choqueren, te verwarren, te confronteren. Zonder voorafgaande toestemming, zonder angst voor vervolging.” Deze definitie is correct op de woorden ‘zonder angst voor vervolging’ na. Persvrijheid is zo betoogt Von Kreyfelt: “een professioneel privilege: de ruimte voor journalisten en mediakanalen om te publiceren zonder staatsinmenging, zonder censuur, zonder dreiging. Het is een noodzakelijke pijler onder een gezonde democratie.” En hij vervolgt: “Maar het is géén schild tegen kritiek, géén vrijbrief voor misleiding, en zéker geen eigendomsrecht op de waarheid.”

Dit lijkt het een feitelijk verhaal. Artikel 6 eerste lid van onze Grondwet stelt dat: “Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren,” en lid 2 en 3 verbreden dit tot alle mogelijke middelen waarmee je je gedachten of gevoelens kunt openbaren. Het eerste lid gaat echter nog verder: “behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Door deze toevoeging kun je wel worden vervolgd voor de gedachten of gevoelens die je uit. Welke geuite gedachten of gevoelens strafbaar zijn, wordt geregeld in het Wetboek van strafrecht. Zo zijn smaad, laster en het oproepen tot geweld strafbaar. Het wordt je niet vooraf verboden om je mening te uiten, je kunt er na het uiten echter wel voor worden bestraft.

Von Kreyfelt: “Willen we een volwassen democratie, dan moeten we dit onderscheid scherp trekken. De vrije meningsuiting hoort bij de burger. De persvrijheid hoort bij een beroepsgroep. De eerste is een mensenrecht. De tweede is een beroepsvoorrecht. En de één mag nooit worden ingezet om de ander te beperken.” Dit is onzin. De vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid zijn één en dezelfde. Ze stoelen allebei op hetzelfde artikel 6 van de Grondwet en zijn allebei een grondrecht. De vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid zijn twee kanten van dezelfde medaille. Zonder vrijheid van meningsuiting is er geen vrijheid van pers en zonder vrijheid van pers en dus ook radio of televisie (artikel 6 tweede lid) of welk ander middel dan ook (artikel 6 derde lid) wordt het uiten van een mening erg lastig. Dan rest alleen je eigen stem. Persvrijheid is een grondrecht geen beroepsvoorrecht. Persvrijheid is er voor iedereen. Iedereen, niet alleen een journalist, kan publiceren zonder staatsinmenging. Journalisme is geen recht, het is een manier van werken voor het verzamelen, beoordelen en publiceren van informatie.

Volgens Von Kreyfelt: “gedragen veel gevestigde media zich alsof hun persvrijheid hen automatisch tot hoeder van de meningsvrijheid maakt. Alsof kritiek op hén gelijkstaat aan een aanval op de democratie. Ze framen zichzelf als het baken van redelijkheid en ratio, en iedereen die daar buiten valt—te radicaal, te ongehoord, te ongefilterd—wordt weggezet als bedreiging.” En hij gaat verder: “juist in naam van “de vrije pers” worden tegenwoordig meningen onderdrukt. Schrijvers worden geweerd van podia. Academici worden gecanceld. Onafhankelijke platforms worden weggezet als gevaarlijk, omdat ze zich onttrekken aan de codes van de institutionele journalistiek. En ironisch genoeg zijn het vaak journalisten zelf die oproepen tot het deplatformen van andere stemmen.” Dat journalistieke media schrijvers of wetenschappers niet vragen om deel te nemen aan een praatprogramma of hun artikelen niet plaatsen, wil niet zeggen dat de vrijheid van meningsuiting wordt onderdrukt of dat zij ‘gecanceld’ worden. Mijn vrijheid om een stuk te schrijven betekent niet automatisch dat een krant dat stuk moet plaatsen. Het is aan het medium om te bepalen wat het plaatst en wat niet. Als mijn bijdrage daar buiten valt, wil dat nog niet zeggen dat het betreffende medium mij als een bedreiging van haar redelijkheid ziet.

Ik ben trouwens erg benieuwd welk platform dan ‘onafhankelijk is’? Een vraag die ik Von Kreyfelt ook stelde maar waarop ik tot op heden nog geen antwoord heb. En ja, platforms die zich onttrekken aan de journalistieke codes en die kunnen gevaarlijk zijn. Door dit woord te gebruiken wekt Von Kreyfelt de suggestie dat een journalistiek medium afhankelijk is en dat klopt. Maar dat geldt voor ieder platform of medium. Daarin verschilt Twitter niet van de Volkskrant of de Ballonnendoorprikker. Ja ook de Ballonnendoorprikker is afhankelijk. Het hangt namelijk af van mij, de schrijver die de Ballonnendoorprikker als pseudoniem gebruikt. Zonder die schrijver was er geen Ballonnendoorprikker.

En daarmee hebben we de stropop: de karikaturale vertekening van de werkelijkheid. Van de grondwettelijke werkelijkheid en van de journalistieke werkelijkheid. In onze Grondwet zijn de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van pers twee kanten van deze medaille. Ze staat niet tegenover elkaar. Het is van tweeën een. Kranten die iets niet plaatsen of talkshows die iemand niet uitnodigen maken zich niet schuldig aan het beperken van de vrijheid van meningsuiting. Er is geen plicht voor een medium om alles wat wordt ingezonden, te plaatsen. Het staat ieder medium daarin vrij eigen keuzes te maken. De suggestie dat er ‘onafhankelijke platforms’ zijn, en dat die tegenover de ‘afhankelijke journalistieke platforms’ staan, is onzin. Het zal best dat een enkele journalist zich ‘boven alle kritiek verheven’ vindt. Het beeld dat de complete journalistieke wereld zich zo ziet, is een zeer grote vertekening van de werkelijkheid. Deze karikatuur schets Von Kreyfelt omdat hij vindt dat journalistieke media te weinig aandacht besteden aan bepaalde gedachten en gevoelens. Dat kan en mag hij vinden en die gedachte of mening mag hij uiten en dat doet hij ook. Net zoals ik hem erop mag wijzen dat hij hierbij gebruik maakt van een stropop, mag vragen naar onderbouwing en ik het gebruik van een stropopredenering schadelijk mag vinden.

Wilders en de waarheid

“Het is schandalig wat hier gebeurt. Minister Keijzer kondigde in februari al een wetsvoorstel aan om de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen af te schaffen, een maatregel die rechtvaardig is en de Nederlandse woningzoekenden eindelijk een eerlijke kans geeft. Maar wat doen die linkse, eigenwijze gemeenten? Ze negeren het simpelweg.“Zo lees ik in een artikel van Michael van der Galien bij De Dagelijkse Standaard. Bij dat bericht een tweet van enigst PVV-er van Nederland Geert Wilders met de boodschap: “Roep die gemeenten tot de orde @minister_vro Keijzer het is totaal onaanvaardbaar dat ze dwars gaan.” Want zo sluit hij af: “De afspraak is dat de voorrang voor statushouders voor huurwoningen verdwijnt en met minder nemen we geen genoegen.” Die stoute gemeenten. Of ligt het anders?

De vraag stellen is hem beantwoorden. Het ligt anders. Het bijzondere is dat Wilders in de tweede vragende zin die tussen de beide genoemde zinnen staat, al aangeeft dat hij met die eerste de plank mis slaat. Die zin luidt: En waarom duurt het zo lang met die wet?” Er is geen sprake van een schandaal omdat niets gemeenten belet om statushouders voorrang te geven.

Ja, minister Keijzer heeft een plan en dat is die voorrangspositie van statushouders wettelijk te verbieden. Daartoe heeft ze een wetsvoorstel opgesteld. Met het opstellen van een wetsvoorstel verandert er niets. Er verandert pas iets als dat wetsvoorstel door de Tweede – en Eerste Kamer is aangenomen, de koning het heeft bekrachtigd en als het vervolgen is bekendgemaakt in de Staatscourant. Dan is een wet pas een wet. Zo is het bepaald in hoofdstuk 5 eerste paragraaf van onze Grondwet. Tot die tijd is de oude wet van kracht en onder huidige wet staat het gemeente vrij om statushouders voorrang te geven.

Dat Van der Galien dit niet weet kan, want ondanks dat iedere Nederlander geacht wordt de wet te kennen, zijn er maar weinig Nederlanders die aan deze voorwaarde voldoen. En bij die weinigen hoor ik niet. Ook ik ken niet alle wetten. Van der Galien en Wilders verspreiden misleidende en onjuiste informatie. Doen ze dat omdat ze de Grondwet echt niet kent, dan verspreiden ze misinformatie. “Bij misinformatie draait het om valse of misleidende informatie die niet goed wordt begrepen en wordt verspreid zonder verdere schadelijke bedoelingen. De verspreider is er niet van op de hoogte dat de informatie onjuist is, maar het effect van de verspreiding kan nog steeds schadelijk zijn voor de samenleving.” Wilders laat dan zien dat hij niet geschikt om als Kamerlid te fungeren. Niet geschikt omdat je mag verwachten dat een Kamerlid dat informatie naar buiten brengt naar vermogen controleert of die informatie juist is of niet. Dat was in dit geval heel eenvoudig. Een blik in onze Grondwet en het was duidelijk. Dat niet alleen. Wilders, en Van der Galien in zijn kielzog, maken zich schuldig aan smaad, het: “opzettelijk iemands eer of goede naam aanrand(en), door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven.” Aldus artikel 261 eerste lid van het Wetboek van strafrecht.

Doen ze dat bewust, en in het geval Wilders kan ik me niet voorstellen dat Wilders dit niet weet, dan is er sprake van een bewuste actie. Dan is hij te kwader trouw en dan verspreidt hij desinformatie: “doelbewust misleidende informatie,” die: met kwade bedoelingen,” wordt verspreid met de intentie: om willens en wetens meningen te beïnvloeden, geld te verdienen of de samenleving, democratie of volksgezondheid te schaden.” In dit geval om onze democratie te schaden. Schaden door mede-overheden in een kwaad daglicht te zetten waardoor het vertrouwen in de overheid wordt ondermijnd. Die worden als onbetrouwbaar weggezet. Wilders maakt zich dan schuldig aan laster, zo is te lezen in artikel 262 eerste lid van het Wetboek van strafrecht. Hij pleegt: “het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt, wetende dat het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is,”

Het wachten is op een gemeente die aangifte doet. In dat geval kan de straf die op smaad of laster staat met een derde worden verhoogd, zo regelt artikel 267 van het Wetboek van strafrecht.

De O van … ONBENUL

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) waarschuwt ervoor dat statushouders nog langer in een asielzoekerscentrum blijven zitten als zij geen voorrang meer krijgen bij het verkrijgen van een sociale huurwoning en zelf op zoek moeten naar woonruimte. “BBB-minister Keijzer zegt verrast te zijn door de reactie van het COA,” zo las ik in de Volkskrant. En ik hoorde het trouwens ook via NPO Radio1 waar ze het vreemd vond dat ze de reactie van het COA uit de krant moest vernemen. Daardoor ben ik dan weer verrast en daarbij moest ik denken aan de uitspraak “ik heb me een o’tje vergist.” van Appie Happie.

Nee, niet die supermarktketen maar de stripheld verzonnen door tekenaar Dick Bruynesteyn. Begin jaren zeventig verschenen er 8 albums van Appie Happie. Appie was speler van het legendarische voetbalteam De taaie tijgers. Een team met spelers met bijzondere namen. Namen waarin je sporticonen uit die tijd kon herkennen. Neem de super snelle Henri Buitenzorg wiens naam verwijst naar een fameus renpaard uit die periode of de middenvelder Pietje Peelee. De meest illustere spelers waren Dinges I en Dinges II. In mijn jeugd figureerde Appie Happie op de strippagina van het Dagblad voor Noord-Limburg. Ik moest aan Appie Happie denken omdat ik me een serie in die krant kan herinneren van Appie die ook andere sporten deed. Een daarvan was honkbal. En zoals een stripheld betaamd, was Appie daar ook goed in. Zo goed dat hij als slagman steeds aangaf waar hij de bal naartoe sloeg. Alleen ging het het mis en Appie verontschuldigde zich met: “ik heb me een o’tje vergist.” Op een van de reclameborden langs het veld stond de naam van een sponsor met twee o’s erin en de bal vloog er bij de verkeerde o uit. Vanwege die o’s moest ik aan Appie Happy denken. Toen ik Keijzer hoorde spreken, en ook de reactie van collega verantwoordelijk voor asiel, Faber, moest ik aan veel woorden die met een o beginnen denken en zo kwam ik bij Appie Happie. Ik moest denken aan onkunde. Of was het onwetendheid, onbekwaamheid of nog erger onverschilligheid, onwil, onbeschoftheid en onbetrouwbaarheid.

Keijzer kan dan wel boos zijn dat ze iets uit de krant moet vernemen. Ze moet boos zijn op zichzelf. Boos op zichzelf omdat zij een wetsvoorstel indient dat gevolgen heeft voor een andere overheidsdienst, het COA. Als dat het geval is, dan vraag je die dienst vooraf om aan te geven welke impact jou plannen hebben op werkzaamheden van die dienst. Keijzer heeft dit niet gedaan en dat is onkunde en onbekwaamheid.

Zij had moeten weten dat bijna 19.000 van de bijna 72.500 plekken in Asielzoekerscentra (AZC) worden bezet door statushouders. Statushouders mogen blijven en zouden een AZC moeten verlaten en doorstromen naar reguliere huisvesting. Ondanks die voorrangspositie van statushouders gaat dat maar zeer moeizaam omdat er te weinig plekken zijn waar ze kunnen gaan wonen. Die gebrekkige uitstroom is een van de redenen waarom we zoveel asielzoekerscentra in dit land hebben. Ruim een kwart van de mensen in die opvang, horen er niet maar omdat er geen woonruimte is, blijven ze in de opvang. Ik schreef hier al eerder een Prikker over. Zonder die voorrangspositie en de hulp bij het vinden van huisvesting, zal het aantal statushouders in de asielopvang alleen maar groter worden want dan wordt de uitstroom nog veel geringer. Dit had Keijzer moeten weten. Als ze het niet weet is ze onwetend. Als ze het wel weet maar doet alsof haar neus bloed, is ze onbetrouwbaar.

Keijzer: “zegt een ‘beetje meer creativiteit’ van de uitvoeringsinstantie te verlangen. ” Maar beste minister Keijzer, het COA heeft geen rol of taak in de huisvesting van statushouders. Het COA vangt asielzoekers op. Dat het COA ook de statushouders die nog geen reguliere woonruimte hebben, opvangt, is omdat deze statushouders anders op straat staan en onder de brug moeten slapen. Als er één overheidsorganisatie is die creatief zoekt naar mogelijkheden om mensen op te vangen dan is dat het COA. Probleem is alleen dat omwonenden’ vervolgens gaan protesteren daarbij gesteund en aangemoedigd door regeringspartijen als de partij van Keijzer en de PVV. Protesten waardoor bestuurders zoals Keijzer hun keutel intrekken en getuigen van onbekwaamheid. Dat maakt de opmerking van Keijzer onbeschoft.

Er is meer”. Keijzer: “geeft aan veel te verwachten van woningdelen, omdat ‘onze eigen’ twintigers en dertigers dat ook doen, ‘en we dat normaal vinden.’” Er is inderdaad niets mis met het delen van een woning. ‘Onze eigen twintigers en dertigers’ die dit doen, doen dit met vrienden. Hoeveel vrienden die voldoende worden vertrouwd om een woning mee te delen zou een statushouder na twee jaar verblijf in een AZC hebben? Bovendien vergemakkelijkt de wetgeving het delen van woningen niet. Zo’n woning moet aan nogal wat eisen voldoen alvorens die door mensen ‘gedeeld’ mag worden. Het overgrote deel van de huurwoningen voldoet hier niet aan. Onwetendheid of onverschilligheid?

Keijzer spreekt over gelijke kansen. Die zouden er door de voorrangspositie van de statushouders niet zijn en daarmee zijn statushouders bevoorrecht. De positie van statushouders is echter alles behalve bevoorrecht. De overgrote meerderheid van de statushouders spreekt geen Nederlands, laat staan dat ze het lezen en schrijven. Met hun inburgering mogen ze pas beginnen als ze hun verblijfsstatus na gemiddeld anderhalf jaar in een AZC krijgen. Beginnen met inburgeren kan pas echt als je weet waar je gaat wonen. Om van werk (vrijwillig of betaald) maar te zwijgen. Ze hebben geen ouders, broers, zussen, ooms, tantes, trainers van de voetbalclub om hen een beetje op weg te helpen. En ze hebben zeker geen ouders waarbij ze kunnen blijven wonen. Als ze dit niet weet, is ze onwetend. Zo over mensen met een enorme achterstandspositie spreken getuigt van onverschilligheid met hun lot en suggereren dat statushouders een voorrangspositie hebben is onbeschoft.

En nee, het is niet normaal dat onze kinderen van twintig en dertig geen eigen woonruimte kunnen vinden. Daar statushouders min of meer de schuld van geven is onbehoorlijk en onbeschoft. Maar het ergste van dit alles is dat Keijzer minister van Volkshuisvesting is. Daar moet zij iets aan doen. Daar is zij voor verantwoordelijk maar het blijft alleen bij woorden. Als ze echt wil dat woningdelen een oplossing is, dan kan zij dat makkelijk maken. Dat Keijzer over voorrang begint en niet doet wat binnen haar mogelijkheden ligt, is onkunde, onbekwaamheid of onwil.

De o’s gaan verder dan Keijzer alleen. Haar collega Faber van Asielzaken zet haar kaarten op ‘doorstroomlocaties’ waar statushouders kunnen wachten op een permanente woning. Alleen zijn er geen doorstroomlocaties en het vinden ervan is ongeveer net zo lastig als het vinden van een plek voor een AZC. ‘Doorstroom’ suggereert dat er van daaruit naar iets anders wordt ‘gestroomd’. Maar laat dat andere, woonruimte, nu net het probleem zijn. In plaats van de energie op het echte probleem, te weinig woonruimte, te richten, steken deze ministers energie in oplossingen die de problemen alleen maar verergeren: onkunde, onverschilligheid en onbetrouwbaarheid.

“Een derde deel van alle geplande nieuwbouw kan mogelijk niet doorgaan door stikstofregels. Dat zegt de vereniging van bouwbedrijven Bouwend Nederland,” aldus een artikel op de site van de NOS. En daarmee komen we bij een volgende minister, Wiersma van landbouw en het echte probleem. “Bouwend Nederland roept het kabinet op de uitstoot van stikstof bij de bron aan te pakken. Dat kan, zegt de vereniging, bij de boeren, de industrie en de bouw.” En op dat gebied is er sprake van een omgekeerde Echternach processie: twee stappen vooruit, drie achteruit. Het probleem is al jaren bekend en de oplossingen zijn ook niet zo moeilijk te bedenken. Sterker nog, ze worden al meer dan veertig jaar genoemd. Alleen ontbrak het al die jaren en ontbreekt het nog steeds aan de wil om er iets aan te doen. Na tegen de spreekwoordelijke muur te zijn gelopen met het zoveelste geitenpaadje (de Programma Aanpak Stikstof), wilde het laatste kabinet Rutte eindelijk het echte probleem aanpakken. BBB frontvrouwe Van der Plas gaf het hiervoor gereserveerde geld prijs en minister Wiersma gooide het voorbereidende werk hiervoor in de prullenbak en zoekt naar het zoveelste geitenpaadje. Onkunde, onbekwaamheid, onwil,

Onbetrouwbaar, onkunde, onbehoorlijk, onbeschoft, onbekwaamheid of onwil? Welk woord past het beste hierbij? Oh, er is nog een woord met een o dat alles samenvat. Een woord met twee betekenissen die allebei passen. Als eerste: “volslagen gebrek aan begrip, kennis of inzicht.” En als tweede: “zeer dom mens.” Dat woord is: ONBENUL

De don en The Don

Miljardair en Amazon-oprichter Jeff Bezos wil de opiniepagina’s van zijn krant naar zijn hand zetten. Tot afgrijzen van veel van zijn werknemers besloot Bezos dinsdag dat er voortaan alleen nog opiniestukken mogen verschijnen die het belang van ‘persoonlijke vrijheden en de vrije markt’ verdedigen.” Zo is te lezen in de Volkskrant. In de Verenigde Staten maken ze zich erg druk over vrijheid. Terecht dat vrijheid centraal wordt gesteld. Toch gebeurt er iets bijzonders.

Bron: flickr.com

Een tekenend voorbeeld hiervan gaven de Amerikaanse president Trump en zijn vicepresident Vance bij hun ontvangst van de Oekraïense president Zelensky op vrijdag 28 februari 2025. Zelensky kreeg door de beide heren de mantel uitgeveegd. De Oekraïners vechten voor hun vrijheid en Trump en Vance verwijten Zelensky dat hij de wereldvrede op het spel zet en een derde wereldoorlog riskeert. Heel bijzonder om de aangevallen partij te verwijten met vuur te spelen. Dat lijkt verdacht veel op het beschuldigen van de verkrachte vrouw dat ze een te kort rokje droeg.

De Oekraïners, onder leiding van Zelensky vechten voor vrijheid in de ouderwetse interpretatie. Trump, Vance, Musk en nu ook Bezos maken zich druk om een verkeerd geïnterpreteerde moderne interpretatie van vrijheid. In haar boek Vrijheid. Een woelige geschiedenis beschrijft Annelien de Dijn aan de hand van de negentiende-eeuwse schrijver Francs Lieber in het kort de beide interpretaties. De Dijn: “Wat is vrijheid dan? In plaats van deze vraag rechtstreeks te beantwoorden begon Lieber, zoals het een professioneel academicus betaamt, met een lange uitweiding over de geschiedenis van vrijheid. In het bijzonder wilde hij duidelijk maken dat de definitie van vrijheid sinds de oudheid wezenlijk veranderd was. ‘Wat de antieken onder vrijheid verstonden’, schreef hij. ‘verschilde wezenlijk van wat wij, modernen, burgerlijke vrijheid noemen.’ Voor de antieken was vrijheid gebaseerd ‘op de mate van deelname aan het bestuur.’ Daardoor beschouwden ze vrijheid als iets wat alleen te verwezenlijken was in en via de staat. De modernen begrepen vrijheid echter totaal anders, op een manier die vrijwel tegenover de antieke denkwijze stond. Moderne mensen stelden vrijheid gelijk aan ‘de bescherming van het individu en het ongestoord handelen van de samenleving in haar kleinere en grotere kringen.’ In tegenstelling tot de antieken geloofden de modernen dan ook dat vrijheid niet te verwezenlijken viel via de staat maar door de staat uit het leven van individuen te weren.1

De ‘oude interpretatie’ van vrijheid is een randvoorwaarde. Alleen als mensen zelf invloed hebben op hoe ze worden bestuurd, ontstaat er ruimte om je als individu te ontplooien, kun je als individu tot op zekere hoogte ‘ongestoord handelen in kleinere of grotere kringen’. Dat zelf beïnvloeden hoe je wordt bestuurd, kan alleen via de staat. De Oekraïners vechten voor de vrijheid om zelf deel te nemen aan hun eigen bestuur. Zij vechten voor hun eigen staat en voor het recht om die op hun eigen manier vorm te geven. Zij vechten tegen Poetin die zijn manier van besturen aan hen wil opdringen en sinds Zelenski’s bezoek aan Trump, vechten zij ook tegen Trump. Want ook die wil hen een manier van besturen opdringen.

Trump en de zijnen hangen een doorgeschoten versie van de moderne interpretatie aan. Het ‘vrije individu’ dat op een ‘vrije markt’ handelt zonder tussenkomst van wie of wat dan ook. Voor velen roept dat een positief beeld op: ‘ik kan doen wat ik wil, niemand die me daarbij hindert.’ De andere zijde van deze medaille is echter dat dit niet alleen voor ‘ik’ geldt, maar ook voor iedere andere mens. Aangezien niet iedere mens even sterk is en over dezelfde mogelijkheden beschikt, leidt dit tot het recht van de sterkste. Dat Vance, Musk en Trump zo tekeer gaan tegen de Europese Unie (EU) is omdat de EU niet wil meewerken aan het ‘recht van de sterkste’. De EU wil regels waaraan iedereen zich houdt en vooral regels die de zwakkeren, en dat is het gros van de mensen, ook de mensen die nu met Trump weglopen, beschermen tegen de sterkere. Die sterkeren dat zijn precies de bedrijven van Musk, Bezos, Zuckerberg, Thiel en anderen.

Het beroep van Trump, Vance en hun volgelingen op vrijheid en vooral de vrijheid van meningsuiting is misplaatst. De ‘sociale’ mediaplatforms zijn veel, maar niet het summum van de vrijheid van meningsuiting. Sociale tussen aanhalingstekens omdat deze platforms alles zijn maar niet sociaal. Ze tasten juist onze vrijheid aan door onbeperkt gegevens van ons te verzamelen, die te verkopen aan de hoogste bieder en in het geval van Musks X je ook nog te bestoken met halve en hele onwaarheden. De platforms zijn zo geprogrammeerd dat ze je vrijheid beknotten met als doel om je langer door de door hun bepaalde en aangeboden berichten te laten scrollen. Ze zijn verslavend en als een verslaafde iets niet is, dan is het vrij.

Het recht van de sterkste is precies ook waarvan we getuige waren tijdens het bezoek van Zelenski aan Trump. Trump en Vance hadden zich voorgenomen om Zelensky duidelijk te maken dat hij niets te vertellen heeft, dat hij geen macht heeft en dat hij god op z’n blote knieën mocht bedanken dat hij op bezoek mocht komen. ‘Bedanken’ want Zelensky en in zijn kielzog alle Oekraïners moesten zich realiseren dat ze niets voorstellen in de wereld van sterke mannen. Schrijnend voorbeeld hiervan de volgende uitspraak van Trump: “Let me tell you, Putin went through a hell of a lot with me. He went through a phony witch hunt where they used him.“ De ‘they’ die, volgens Trump, Poetin gebruikten waren de democraten onder Hillary Clinton en Biden. Nogal cru om de wel oog te hebben voor de hel waar Poetin al of niet door is gegaan en de werkelijke hel van de oorlog met de vele slachtoffers niet te noemen.

In Trumps wereld van ‘sterke mannen’ staat hij bovenaan op de ‘apenrots’ en dansen alle anderen, ook Poetin, naar zijn pijpen. Dat zou voor iedereen voldoende garantie moeten zijn. Trumps wereldbeeld lijkt verdacht veel op de maffia. Een apenrots met bovenaan ‘don Corleone. In de onderwereld is het gevaarlijk om te vertrouwen op het ‘woord’ van de ‘don’. Er wordt immers continu aan zijn stoelpoten gezaagd en uiteindelijk is de ‘don’ ook maar gewoon een mens die een keer overlijdt. Het overlijden van het hoofd van een maffiafamilie leidt meestal tot oorlog en strijd. En wat voor de ‘don’ geldt, geldt ook voor ‘the Don.’ Na zijn verscheiden als president op welke manier dan ook, komt er een andere en misschien zit die wel niet bovenop de rots.

Dit geschreven hebbend, kwam er één vraag bij mij op: wat als Trump niet bovenaan op de apenrots staat? Wat als, zoals menigeen suggereert, hij bij Poetin ‘onder de plak zit? Dan zou Xijin Ping bovenaan op de rots zitten.

1Annelien de Dijn, Vrijheid. Een woelige geschiedenis, pagina 318-319

Unieke geschiedenis en dezelfde mens

Om vicepresident van de Verenigde Staten te worden, hoef je niets bijzonders gestudeerd te hebben of te weten. Je moet alleen voor die functie gevraagd worden door iemand die president wil worden. Of, en dat is bij de huidige vicepresident J.D. Vance het geval, je wordt door iemand met een hele grote bak geld aanbevolen aan iemand die president wil worden. Eenmaal in die positie heb je invloed, luisteren mensen naar je en nemen ze je serieus ook al braak je de grootste onzin uit. Een vooraanstaand historicus Niall Ferguson beschuldigen van historisch analfabetisme is er zo een, zo las ik in een artikel van Michael van der Galien bij De Dagelijkse Standaard.

Auteur onbekend – US-Army images. Wikipedia

Ferguson plaatste op X een bericht waarin hij president George H.W. Bush aanhaalt. Die zei op 4 augustus 1990 het volgende: “I’m not going to discuss what we’re doing in terms of moving forces, anything of that nature. But I view it very seriously, not just that but any threat to any other countries, as well as I view very seriously oud determination to reverse out this agression. And pleas believe me, there are an awfull lot of countries that are in total accord with what I’ve just said, and I salute them. They are staunch friends and allies, and we will be working with them all for collective action. This will not stand. This will not stand, this aggression ageinst Kuwait.” Voor de jongeren onder mijn lezers de volgende toelichting. Bush sprak deze woorden twee dagen nadat het Irak van Saddam Hussein Koeweit was binnengevallen en had bezet. Ferguson plaatste zijn bericht naar aanleiding van de recente uitspraken van de Amerikaanse president Trump die erop neerkwamen dat Oekraïne zelf verantwoordelijk is voor de Russische inval in het land. Een uitspraak die van een vergaande vorm van ‘analfabetisme’ getuigt. Dit even terzijde, terug naar de reactie van Vance.

What is Niall’s actual plan for Ukraine? Another aid package? Is he aware of the reality on the ground, of the numerical advantage of the Russians, of the depleted stock of the Europeans or their even more depleted industrial base? Instead, he quotes from a book about George HW Bush from a different historical period and a different conflict. That’s another currency of these people: reliance on irrelevant history.” Vance heeft een punt dat een citaat uit een boek een oorlog niet beëindigd. Maar dat is dan ook zo ongeveer het enige punt dat hij heeft.

Want realiseert Vance zich dat realiteit waar Bush in 1990 mee te maken had? Is hij zich ervan bewust dat die geschiedenis in deze niet irrelevant is? Dat de situatie in beide gevallen grote overeenkomsten vertoont. In 1990 was Saddam Hussein gefrustreerd over de manier waarop de buurlanden Irak het vel over de oren trokken voor wat betreft het terugbetalen van leningen. Leningen die Irak had afgesloten om de in 1988 geëindigde oorlog tegen Iran te financieren. Die buurlanden, waaronder Koeweit, financierden Irak om ieders vijand Iran te bestrijden. Toen de oorlog voorbij was en Saddam vroeg of er wat gedaan kon worden aan die leningen, liep hij tegen een muur van onbegrip. Geen legitieme reden om een land aan te vallen maar dat is toch wat hij deed. Hij viel Koeweit binnen, een land dat hij toch al beschouwde als een provincie van Irak. In 2022 en ook al eerder was Vladimir Poetin gefrustreerd over de manier waarop hij door het Westen werd behandeld. Die hielden geen rekening met de Russische grootsheid en gunden het land geen ‘eigen achtertuin’. Geen reden om een land binnen te vallen maar toch is dat wat Poetin deed. Hij viel Oekraïne binnen, een land dat in zijn ogen alleen bestond als onderdeel van het grote en machtige Russische rijk.

Maar er is meer. Koeweit was volledig overlopen en de Iraaks numerieke overmacht was kolossaal. Zo kolossaal Koeweit na twee dagen volledig in Iraaks bezit was. Met de Arabische voorraad was het niet goed gesteld om over de Arabische industriële basis maar te zwijgen. Die bestond niet. Dat weerhield Bush er niet van om op te treden en samen met andere landen een grote troepenmacht te verzamelen die de Iraakse troepen vrij snel uit Koeweit bonjourde. Oekraïne vecht ook tegen een numeriek sterkere vijand. En ja, Europa (de Europese Unie) had weinig voorraden en een beperkte militaire industrie. Dat kun je de Unie verwijten. Feit is echter dat de Europese Unie nooit met militaire bedoelingen is opgericht. Het militaire deel vonden de Europese landen in de NAVO. Pas in 1993 werd er een begin gemaakt met gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Iets wat maar moeilijk van de grond kwam omdat ieder land toch ook eigen buitenlands en militair beleid wilde voeren. Dit terzijde.

It is lazy, ahistorical nonsense to attack as “appeasement” every acknowledgment that America’s interest must account for the realities of the conflict.” Beste meneer Vance, de realiteit van het conflict is dat Rusland in tegenstelling tot wat uw ‘capo’ Trump beweert, een soeverein land is binnengevallen. Net als Irak in 1990. In tegenstelling tot Trump, wees zijn verre voorganger Bush wel met de vinger naar de agressor en deed er vervolgens alles aan om die daad van agressie ongedaan te maken. In tegenstelling tot de verre voorganger Bush beloont uw regering agressie en trapt het de aangevallen partij verder in een hoek.

For three years, President Trump and I have made two simple arguments: first, the war wouldn’t have started if President Trump was in office; second, that neither Europe, nor the Biden administration, nor the Ukrainians had any pathway to victory. This was true three years ago, it was true two years ago, it was true last year, and it is true today.” Voor een regering die het de ‘feiten deal’ zoals Vance schrijft, een bijzondere uitspraak. Het enige feit in deze hele bewering, is dat Trump inderdaad al drie jaar roept dat de oorlog niet was uitgebroken als hij president zou zijn geweest. Dat is het enige feit in deze bewering. Dat de oorlog niet zou zijn uitgebroken is een hypothese die altijd een hypothese zal blijven omdat die situatie zich nooit meer zo voor zal doen. Bijzonder is dat hij Oekraine verwijt dat het geen ‘pathway to victory’ had en heeft. Zo’n weg had Koeweit. Wat hij doet door te zeggen dat het Oekraïne geen pad naar de overwinning had en heeft, is de schuld van de oorlog in de schoenen van de Oekraïners schuiven. Natuurlijk hadden zij geen pad naar de overwinning, ze waren niet van plan om een oorlog met Rusland te beginnen. Ze zijn erin verzeild geraakt en strijden nu om te overleven tegen een, zoals u terecht zegt vijand met numerieke voordelen.

Bovendien ligt er een enorm grote beer op de weg naar een Europese en/of Oekraïense overwinning. Die beer is het Russische nucleaire arsenaal van zo’n 6.000 kernkoppen. Die zorgen ervoor dat Poetin niet kan verliezen. Die wapens maken een succesvolle Oekraïense en Europese opmars naar Moskou onwaarschijnlijk. Oekraïne kan niet winnen.

We believe the continued conflict is bad for Russia, bad for Ukraine, and bad for Europe. But most importantly, it is bad for the United States,”aldus Vance. Een van de weinige punten in het hele betoog van Vance die kloppen. Maar is vrede toegeven aan agressie? De geschiedenis laat zien dat een agressor agressief blijft en alleen door kracht kan worden gestopt. Hem zijn zin geven, en buigen voor agressie zoals Trump doet, gaat een agressor niet stoppen. Die zal de nieuwe situatie weer ter discussie stellen wetende dat agressie loont. “(T)he United States retains substantial leverage over both parties to the conflict.” een van de andere weinige punten die kloppen. De oude Bush zette die macht in om de agressor te bestraffen. Trump zet die macht in om agressie te belonen. En dat stemt somber. Want wie stopt de Amerikaanse agressie?

Het historisch analfabetisme om deze ervaringen uit het verleden te negeren. Ja, het heden is uniek en anders dan iedere andere situatie uit het verleden. Wat de geschiedenis ons leert is dat de menselijke natuur en het menselijk handelen niet uniek is. Dat is verdomde consequent en dat is precies waar Ferguson met zijn bericht op duidt.

De zoon van God en de hel op Aarde

Dit team zal hopelijk net op tijd een eind maken aan het oprukkende totalitarisme en de schrijnende polarisatie tussen mensen, landen en werelddelen. Als we de sterren en planeten mogen geloven, dan lijkt dit initiatief ondersteund te worden.” Aldus Eric Huysmans in een artikel van zijn hand in het blad Paravisie. Ik kreeg het onder ogen via een bericht van de auteur op LinkedIn. Het ‘team’ waar hij over spreekt is het team Trump dat nu de regering van de Verenigde Staten vormt. Waar dat totalitarisme uit bestaat: “De westerse wereld bevond zich (hopelijk klopt deze verleden tijd) op een gevaarlijke koers richting vernietiging van zichzelf, de hele wereld met zich meeslepend. De steeds sterkere censuur, medische terreur, valse narratieven en samenballing van macht, dreigden de reeds zeer imperfecte democratie helemaal omver te werpen en in totalitarisme te storten.” Een bijzondere redenering.

Bijzonder maar Huysmans is niet de enige die dit hoopt en verwacht: “Präsident Trump zeigt uns den Weg. Und wenn wir nicht als komplette Idioten in die Geschichte eingehen wollen, sollten wir seinem Beispiel folgen. Green Deal, USAID, WHO, reißt alles nieder und gebt uns stattdessen DOGE, damit wir diese verachtenswerten globalitären Menschenfeinde bekämpfen können.” Aldus Europarlementariër Christine Anderson. Maar terug naar Huysmans.

Als we de reguliere media mogen geloven, wat ik niet doe, dan zou maar liefst 87% van de Nederlanders voorkeur voor Harris hebben gehad. Het lijkt me heel sterk, maar als het waar is dan zou dat tamelijk treurig zijn en een teken dat nog steeds erg veel mensen kritiekloos meegaan in wat hen door de reguliere media wordt voorgeschoteld. Kritisch en logisch nadenken en het inzetten van ons onderscheidingsvermogen en onze intuïtie zijn tekenen van een meer ontwikkeld bewustzijn. Daar zou het dan nog niet zo best mee gesteld zijn, zeg ik hier maar even tamelijk direct.” Kritisch en logisch nadenken en het inzetten van ons onderscheidingsvermogen klinkt mij als muziek in de oren. Huysmans onderbouwt zijn betoog vervolgens door de horoscoop van de regering Trump te raadplegen. En daarbij komt hij tot de conclusie dat: “veel hoop voor de transformerende slagkracht van de VS (Mars, Pluto, Eris, Uranus) op het gebied van groepsbewustzijn, groepsdienstbaarheid en nieuwe sociale structuren (Waterman). Daarnaast zullen oude wonden en hopelijk het gezondheidsstelsel geheeld worden en veel vrouwelijke energie vrijgemaakt worden (Venus, Eris en de Zwarte Maan). Ook zal een lange periode van misleiding en bedrog (Neptunus) worden beëindigd in Vissen, waarmee een overgang wordt ingeluid naar een even zo lange Neptunus-cyclus van 164 jaar. Hierin zal deze ‘verborgen christus’ de spirituele ontwikkeling van de mensheid een nieuwe impuls geven naar een hoger/completer bewustzijn van de werkelijke werkelijkheid (Mercurius) en van wie wij in essentie zijn (ziel/hoger zelf/monade/spirit). Dit alles zal intelligent worden ondersteund door het Hogere Zelf van de aarde (Venus).” Mij zeggen al die verwijzingen naar planeten en sterren niet veel tot niets, maar als je het allemaal leest, dan zou je echt gaan geloven dat Trump door God gezonden is.

Mijn kritisch en logisch nadenken en het inzetten van mijn onderscheidingsvermogen, leidt echter tot een heel ander resultaat. Net als Huysmans zie ik: “Valse narratieven en samenballing van macht (die) de reeds zeer imperfecte democratie helemaal omver(willen) werpen en in totalitarisme (willen) storten.” Ik kijk niet naar de sterren maar concentreer me op het ondermaanse hier op aarde en dan vooral op de personen.

Als je je zorgen maakt over de medische terreur, dan vraag ik me af hoe je, zoals Huysmans doet, Vivek Ramaswami kunt toejuichen. De man is de oprichter van Roivant Sciences. “We develop transformative medicines and technologies by building agile, focused companies called Vants,” aldus de site van het bedrijf. En dat niet om jou en mij er beter van te maken maar om: the discovery, development, and commercialization of new medicines,“ opnieuw uit te vinden.

Ik zie Peter Thiel, de man waaraan vice-president Vance zijn baan te danken heeft. De man achter Palantir Technologies. “We make products for human-driven analysis of real-world data,” zo is te lezen op de site van het bedrijf. “To achieve this, we build platforms for integrating, managing, and securing data on top of which we layer applications for fully interactive human-driven, machine-assisted analysis.“Dat klinkt mooi. De naam van het bedrijf doet me echter het ergste vrezen. Palantiri komen voor in Tolkiens Lord of the Rings. Het zijn zogenaamde kijkstenen waarmee de gebruiker contact kon zoeken met ander gebruikers van de stenen. Een gebruiker met een sterke wilskracht kon via zo’n steen bijna elke plek in Midden-Aarde bekijken. Voor degenen die de drie films hebben gezien. bVia die steen probeert de kwade heer Sauron informatie te achterhalen via de hobbit Pippin. Door tijdig ingrijpen van tovenaar Gandalf mislukt het. ‘Interactieve mensgestuurde machineondersteunde analyse’ of een kijkje in je ziel om te achterhalen wat je wilt of beter nog, om je aan te praten wat je moet willen.

Ik zie Musk die de Amerikaanse overheid min of meer heeft overgenomen als ware het een bedrijf en die met droge ogen Adolf Hitler parafraseert: “ All we’re really trying to do here is restore the will of the people through the president, and what we’re finding is that there’s an unelected bureaucracy. … If the will of the president is not implemented and the president is representative of the people, that means the will of the people is not being implemented, and that means we don’t live in a democracy, we live in a bureaucracy,“ Goebbels en Hitler zouden het niet beter kunnen zeggen. Het plaatst Trump boven de wet en gooit daarmee een Massive Ordenanc Penetrator1 op de basis van de rechtsstaat. En dat is dat in een rechtsstaat niemand boven de wet staat. Ook de heerser niet.

Ik zie Mark Zuckerberg. Een man zonder principes die alles doet voor een dollar meer. De man die, zoals hij zelf zei, gaat: “samenwerken met president Trump om regeringen over de hele wereld tegen te werken die achter Amerikaanse bedrijven aan zitten en meer willen censureren. (…) Europa heeft steeds meer wetten die censuur institutionaliseren en het moeilijk maken om daar iets innovatiefs op te bouwen. Latijns-Amerikaanse landen hebben geheime rechtbanken die bedrijven kunnen bevelen om dingen stilletjes te verwijderen.”In het libertaire narratief dat Thiel, Musk, Zuckerberg en de andere tech-miljardairs aanhangen is het beschermen van burgers tegen misbruik door deze bedrijven alle vrijheid te geven en is te tegengaan van ‘flooding the zone’ met onzin en onwaarheid, een vorm van censuur. Jammer genoeg gaan velen mee in dit valse narratief, zoals Europarlementariër Christine Anderson laat zien. Als rijke ondernemers pleiten voor een zo klein mogelijke overheid, zo min mogelijk regels en rigoureus in de bureaucratie gaan hakken dan maak ik me als ‘gemiddelde burger’ zorgen. Zorgen omdat de geschiedenis laat zien dat vooral die ‘gemiddelde burger’ daar de dupe van wordt. De grotere overheid en die bureaucratie is er namelijk om de machtsongelijkheid tussen die ‘gemiddelde burger’ en rijke, machtige individuen die politici met veel geld paaien, te verminderen.

Daar waar Math Herben het moest doen met ‘een lijntje met Pim’ pretendeert Trump dat hij de wedergeboorte van Jesus is en door God gezonden om de mensheid te redden. Iets wat Huysmans met sterrenwichelarij onderbouwt. De door ‘God gezonden nieuwe Jesus’ in het Witte Huis die, onder een, zo betoogt Huysmans, krachtig gesternte opereert, is bezig om met: Valse narratieven en samenballing van machtde reeds zeer imperfecte democratie helemaal omver(te) werpen en in totalitarisme (te) storten.” Deze ‘zoon van God’ werkt niet aan het paradijs maar aan een hel op Aarde.

1De Massive Ordnance Penetrator (MOP) is een bom van de Amerikaanse luchtmacht. De bom is het zwaarste conventionele (niet-nucleaire) wapen van de Amerikaanse strijdkrachten en is de opvolger van de MOAB (Massive Ordnance Air Blast, ook wel Mother of All Bombs genoemd). De bijna 14.000 kilogram zware bom kan alleen door een B-2-stealthvliegtuig geworpen worden.

De ‘Nedermusk’ in Arnout Jaspers

Bij Wynia’s Week speculeert Arnout Jaspers, die zichzelf wetenschapsjournalist noemt, er in een artikel verlekkerd op los wat een Musk-olifant in de Nederlandse overheidsporseleinkast zou kunnen bereiken. “Een Nedermusk zou in een enkele werkweek met een rood potlood door die lijst kunnen gaan en een half miljard bezuinigen,” Concludeert Jaspers. Voor een wetenschapsjournalist zaagt hij planken van dik hout.

Bron: goncalmayossolsona.blogspot.com. Vertaling: In de kantine krijgt het kind dat geen ham heeft een dubbele portie chips krijgt.
OK, maar wat zijn de oplossingen voor de grote onderwijsuitdagingen?
En als er chips overblijft, is het dubbele rantsoen voor iedereen.

Jaspers: “Ambtenaren in een moderne verzorgingsstaat behoren tot de meest geprivilegieerde bevolkingsgroepen ooit. Hun rechtspositie combineert een comfortabele salariëring en zorgvuldig gedoseerde werklast met gewapend betonnen ontslagbescherming en kleinzerigheid als secundaire arbeidsvoorwaarde.”  En iets verderop vervolgt hij: “De VS hoeft zeker niet in alle opzichten een voorbeeld voor Nederland te zijn, maar een scheut Amerikaanse ontslagkracht in onze arbeidsverhoudingen is broodnodig. Zou hij weten dat de rechtspositie van het overgrote deel van de ambtenaren na de in werking treden van de Wet normalisering rechtspositie van ambtenaren  per 2020 in niets verschilt van dat van een werknemer in het bedrijfsleven? Zou hij weten dat de salariëring van ambtenaren zeker niet slechts is maar dat er met een vergelijkbare opleiding en ervaring vooral voor mensen met een HBO of WO werk- en denkniveau, in het bedrijfsleven meer te verdienen is.

Jaspers: “Een leidinggevende die zijn of haar stem verheft schept een ‘onveilige omgeving’ en kan er op rekenen dat, geheel volgens wettelijke procedures, de poten onder diens stoel worden weggezaagd door rancuneuze ondergeschikten. Want ‘zo ga je niet met Ons Soort Mensen om’. Khadija Arib en Dennis Wiersma kunnen er over meepraten.” Zou hij weten dat Arib en Wiersma geen ambtenaren waren, niet tot de ambtelijke organisatie behoren en dus geen leidinggevenden waren? En voor wat betreft de ambtenaren. Bij conflicten is het, net als in het bedrijfsleven, meestal de persoon in de lagere organieke positie die het veld moet ruimen.

Jaspers gaat verder: “Het kwalijkste is de immuniteit van ambtenaren die knoeiwerk afleveren. Nooit wordt er iemand ontslagen, laat staan vervolgd, zelfs niet na de meest vreselijke incompetentie. Nederland was in shock dat een kind tijdenlang mishandeld kon worden door de pleegouders tot het bijna overleed, terwijl heel het jeugdhulpverleningscircus langs elkaar heen werkend wegkeek.” Op dat ‘jeugdhulpverleningscircus ’kom ik dadelijk terug. Kan wetenschapper Jaspers met bewijzen staven dat er ‘nooit iemand wordt ontslagen na knoeiwerk’? Ik ken voldoende voorbeelden aanstellingen die na de proeftijd niet werden verlengd.

Jaspers: ‘Volstrekt voorspelbaar zal dit schandalige falen voor niemand binnen die organisatie persoonlijke consequenties hebben, ‘want zo gaan wij niet met onze mensen om.’ Integendeel, het zal gebruikt worden als argument dat de desbetreffende instanties nog meer geld moeten krijgen, om nog meer ambtenaren aan te stellen, want ze kunnen nu immers hun taak niet aan?” Weer de vraag naar bewijzen. Die levert Jaspers niet. Hij beweert door populistische praat te herhalen.

Dan het ‘jeugdhulpverleningscircus’. Daar geeft Jaspers ‘de Musk in spé’ alvast een tip: “Bij de jeugdzorg gaat de helft van het personeel eruit, te beginnen met de hoogste salarisschalen. Dat zijn namelijk bijna allemaal mensen die alleen maar zitten te vergaderen en anderen van hun werk te houden. ‘Intervisie’ wordt verboden. Niet iedereen zal bekend zijn met dit begrip uit de geestelijke gezondheidszorg: dit houdt in, dat werknemers in die sector structureel met elkaar vergaderen over hoe het de afgelopen tijd ging op hun werk, en hoe ze dat ervaren hebben. Een normaal mens doet dat eventueel thuis, maar in die sector wordt daar een flink deel van de werktijd voor ingeruimd, naast uiteraard alle team-, sector- stuurgroep- en verbeterplan-vergaderingen.”  Zou Jaspers weten dat bijna de volledige jeugdhulpverlening tot de private sector behoort? Zou hij weten dat zijn voorstel ertoe leidt dat er na zijn maatregel niet alleen geen ‘managers meer zitten te vergaderen maar ook geen gedragswetenschappers, behandelcoördinatoren en vertrouwensartsen meer actief zijn. En dat je, om tot de helft te komen, ook een flink deel van de Jeugdzorgwerkers, de dan ‘duurst betaalden’ moet ontslaan? Ik wens de ‘Nedermusk’ veel succes met deze maatregel.

Ja, in de jeugdhulpverlening gaat wel eens wat fout en als je de media volgt dan lijkt het alsof er heel veel fout gaat. Het vele dat er goed gaat haalt de kranten namelijk niet. En je zou maar de afweging moeten maken om een kind uit huis te laten plaatsen. Doe je het niet en gaat het fout, dan had je eerder moeten ingrijpen en niet ‘langs elkaar heen werkend weg moeten kijken’. Doe je het wel dan is er ook geen garantie dat het daarna goed gaat met het kind. Je zou maar moeten kiezen uit mogelijkheden die allemaal goed of fout kunnen gaan want een garantie op ‘goed’ is er niet.

Zou Jaspers weten dat intervisie belangrijk is?  Nee,  dat weet hij niet want het is: “Vergaderen over hoe het de afgelopen tijd ging op hun werk, en hoe ze dat ervaren hebben.” Met intervisie toets je jouw handelen met collega’s die in eenzelfde positie zitten. Dat doe je om van elkaar te leren want wellicht had je anders kunnen handelen en dat kun je dan weer meenemen bij een volgend geval. Maar wellicht ook niet. Het lijkt mij lastig om dit thuis op de bank te doen. Behalve dan als er thuis op de bank iemand naast je zit die hetzelfde werk doet.

Dat er veel beter kan, staat buiten kijf. Dat betere ga je echter niet bereiken op de manier die Jaspers voorstelt. Wellicht is dat wel te bereiken door een grotere overheid. Een rijksoverheid die de markt uit de (jeugd)zorg haalt en de verantwoordelijkheid ervoor naar zich toetrekt.

Jaspers heeft nog meer ‘goede’ ideeën. “Bij het ministerie van Onderwijs kan driekwart van de ambtenaren ontslagen worden. Onderwijs wordt namelijk gegeven op scholen. De bijdrage van het ministerie daaraan is nihil, of negatief door alle voorschriften en administratieve en woke onzin die ze produceren. Die ontslagen ambtenaren kunnen dan les gaan geven en zo het lerarentekort ongedaan maken. Eigenlijk hoeft dat ministerie alleen maar te bestaan uit een Onderwijsinspectie en een financiële afdeling die het geld naar de scholen overmaakt. Of je dat nog een ministerie noemt, is een kwestie van smaak. De Voedsel- en Warenautoriteit is ook geen ministerie.” Ik vraag me af of de leerlingen gebaat zijn bij die voormalige ambtenaren als leraar. Het gros van de mijnwerkers was ook niet geschikt voor een baantje bij het CBS dat als compensatie voor de mijnsluiting naar Limburg kwam. Het lijkt mij sterk dat al die ambtenaren die Jaspers overbodig wil maken, geschikt zijn voor het vak van leerkracht.

Onderwijs wordt inderdaad, zoals Jaspers terecht schrijft, op school gegeven. Maar als er geen ministerie is, waarop controleert de Inspectie dan? De wet is daarvoor veel te grofmazig. Zonder ministerie moet de minister zelf de ministeriele regelingen en wetswijzigingen schrijven en de casus Faber laat zien dat ‘beleid zijn’ niet automatisch tot deugdelijke wetsvoorstellen leidt. Wie handhaaft dan de wet? Nu inspecteert de inspectie en het ministerie bepaalt welke actie daarop wordt ondernomen. De Inspectie is hierbij te vergelijken met de officier van justitie, het ministerie vervult de rol van rechter. Het lijkt me niet aan te bevelen om beide rollen bij dezelfde organisatie onder te brengen. Of moet die minister dat ook doen? Als, zoals de bedoeling is, iedere school minstens één keer per vier jaar moet worden geïnspecteerd, dan zijn dat meer dan 3.000 inspectierapporten en besluiten per jaar. Ik wens de minister veel succes met het lezen en beoordelen van een kleine 60 rapporten per week, of net geen negen per dag (inclusief) weekend.

Het is voor Jaspers voldoende dat het geld naar de scholen wordt overgemaakt. Dat getuigt van veel vertrouwen in de mensheid in het algemeen en schoolbestuurders in het bijzonder. Nu ben ik voor het geven van vertrouwen aan mensen en dus ook aan schoolbesturen. Echter, om te kunnen beoordelen of het geld rechtmatig en doelmatig wordt ingezet, is enige verantwoording nodig. Hoe verhoudt zich dit tot bijvoorbeeld een bijstandsgerechtigde die  moet zich binnenstebuiten keren om zijn net € 16.000 bedragende uitkering te verantwoorden? Als Jaspers dan toch zoveel vertrouwen in de mensheid heeft, dan is er veel meer te verdienen door bijstands- en andere uitkeringsgerechtigden te vertrouwen.

Nog  een ‘goed’ ideeën van Jaspers:  “Alle adviesraden die ‘gevraagd en ongevraagd’ advies leveren aan de regering worden opgeheven. Zoals daar zijn: de Wetenschappelijke Klimaatraad, de Wetenschappelijke Adviesraad, de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie, de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, de Onderwijsraad, de Adviesraad Migratie, de Hoge Raad voor de Adel, en nog tientallen meer. Allemaal hebben die een stuk of tien leden, een secretariaat en een kantoor, en met z’n allen produceren ze een stroom van rapporten en foto-ops voor bewindslieden.” En zo gaat hij verder: “Ik ken geen voorbeeld van een rapport van zo’n Raad dat niet onderin ambtelijke bureaulades verdwenen is. Rapporten die politieke impact hebben zijn altijd afkomstig van ad-hoc commissies, zoals die van de commissie-Remkes over de stikstofellende.” Ook hier maakt Jaspers een populistische karikatuur van de werkelijkheid. Al deze raden produceren rapporten en die rapporten worden door bestuurders, politici en ambtenaren gebruikt om keuzes te maken. Ze hebben politieke impact alleen duurt het vaak lang voordat die impact merkbaar is. Ze vormen vaak de basis onder de argumentatie in een memorie van toelichting bij een wetsvoorstel. En ja, Remkes stikstofrapport had politieke impact. Zoveel impact dat er het rapport van de commissie Remkes uit 2022, een gevolg van de uitspraak in 2019 van de rechter over de programmatische aanpak stikstof (PAS) nog steeds niet tot maatregelen heeft geleid. En als je dat rapport doorleest, en dan vooral de voor wetenschappers en wetenschapsjournalisten interessante voetnoten, dan kom je daar verschillende verwijzingen tegen naar rapporten van een van die door Jaspers zo verfoeide ‘raden’.

Eén idee dat populist Jaspers een ‘Nedermusk’ aan de handen doet is zou in aangepaste vorm wellicht wel iets kunnen verbeteren: “De publieke omroep, NPO, reduceren we tot 1 tv- en 1 radiozender. Alleen nieuws, actualiteiten en docu’s, en overdag educatieve programma’s. Geen reclame. Al het andere kan door de commerciële zenders gedaan worden. De totaal achterhaalde omroepen worden allemaal opgeheven.” Alleen zal Jaspers vervolgens klagen over juist de docu’s en educatieve programma’s want die zullen al snel ‘te woke’ zijn.

(On)gezond verstand

“Laat Baudet de leiding nemen in een openbaar debat over dit onderwerp, waarbij emotie niet mag overheersen. Laten we praten over cijfers, feiten en resultaten. Laten we ophouden met het creëren van slachtoffers waar er geen zijn. Veiligheid is geen vraagstuk van links of rechts, maar van realisme. En realisme is wat Nederland nodig heeft. Laat het gezond verstand zegevieren!” Zo eindigt een artikel van Mark Jongeneel bij de Dagelijkse Standaard. Ik heb grote twijfels of met het realisme van Baudet, zoals Jongeneel het noemt, het gezonde verstand zegeviert.

Volgens Baudet, zo lees ik wordt: “ het begrip “etnisch profileren” vaak misbruikt (…) om elke vorm van selectief handelen door de politie te demoniseren.” Maar: “Als je kijkt naar de statistieken dan blijkt dat bepaalde groepen vaker betrokken zijn bij criminaliteit.”   Dat is, zo betoogt Jongeneel een feit en geen mening. En tot zover klopt het. Bepaalde groepen zijn oververtegenwoordigd in bepaalde vormen van criminaliteit. Zo zijn belastingontduikers vaak miljonairs. Als de politie op basis van statistieken handelt dan is dat: “niets meer of minder dan het toepassen van wiskunde op veiligheidsbeleid.” Dat maakt het logisch, aldus Baudet en in zijn verlengde Jongeneel, om: “Als algoritmes laten zien dat personen met bepaalde kenmerken (zoals leeftijd, locatie of criminele voorgeschiedenis) vaker betrokken zijn bij strafbare feiten, dan is het logisch dat de politie zich daarop richt.” Want, zo gaat Jongeneel verder: “We kunnen ons niet veroorloven om sentimentele ideeën over gelijkheid boven praktische oplossingen te plaatsen. Als we willen dat iedereen veilig is, moeten we accepteren dat sommige maatregelen ongemakkelijk voelen. Maar dat betekent niet dat ze oneerlijk zijn.”  En: “Critici beweren dat dit soort methodes leidt tot discriminatie en een zelfversterkende cyclus van marginalisering,” die verkondigen onzin want: “Discriminatie is wanneer je mensen behandelt op basis van wie ze zijn, niet op basis van wat ze hebben gedaan of waarschijnlijk zullen doen.” Dit is dus, zo betoogt Jongeneel gezond verstand. Maar dan toch even.

Critici die zeggen dat op deze manier handelen zelfbevestigend is, praten geen onzin. Als je om, Baudets eufemisme te gebruiken, statistisch profileert en alle miljonairs op belastingfraude gaat onderzoeken, dan zul je veel frauderende miljonairs vinden en daardoor zal uit de statistieken blijken dat het percentage frauderende miljonairs nog toeneemt. Dat is nog niet eens het meest kromme aan Jongeneels en Baudets betoog.

Discriminatie is wanneer je mensen behandelt op basis van wie ze zijn, niet van wat ze hebben gedaan, schrijft Jongeneel terecht en hij volgt Baudet daarin. Vervolgens pleit hij ervoor om mensen te behandelen op basis van bepaalde kenmerken zoals leeftijd, locatie en wat ze zijn en niet van wat ze hebben gedaan. De gegevens uit een bepaald bestand zeggen namelijk niets over de daden van de persoon die wordt aangehouden. Ze zeggen iets over een verzameling eerder aangehouden personen. Als een agent iemand staande houdt op basis van wat Baudet ‘statistisch profileren noemt, gebeurt die aanhouding dan op basis van wat die persoon heeft gedaan? Nee, die persoon wordt niet aangehouden op basis van wat hij of zij heeft gedaan, maar op basis van wie hij of zij is. Jongeneel en Baudet zeggen daarmee in feite dat iedere miljonair een belastingontduiker is. Ze verklaren de daden van een deel van de miljonairs, van toepassing op alle miljonairs.

Dit is veel meer dan ‘ongemakkelijk. Dat kun je eufemistisch ‘statistisch profileren noemen, het is discriminatie van mensen op oneigenlijke gronden en daarmee etnisch profileren. Als de ervaringen uit het verleden ons iets leren, dan is het dat een dergelijke aanpak er niet toe leidt dat ‘iedereen veilig is’.

De kronkels van Cliteur

“Maar bewijzen De Volkskrant, Kraak en de rechtbank Rotterdam daarmee niet dat zij zelf in de ban verkeren van een racistische opvatting? De opvatting namelijk dat alleen witte mensen niet voor hun eigen achtergestelde status mogen opkomen maar zwarte mensen en gele mensen wel?” Die vragen stelt Paul Cliteur in een artikel bij De Dagelijkse Standaard. En in zijn bijzondere betoog komt hij tot de conclusie dat er: “ten aanzien van de verdeling van rechten tussen zwart blank (of, zoals de wokies willen: zwart en wit) (…) geen verschil (zou) moeten zijn. Maar dat verschil maken zij dus wel. Dus discrimineren zij.”

Cliteur schrijft zijn bijzondere artikel naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant van Haro Kraak over de veroordeling van twee, zoals Kraak hen noemt White Lives Matter-extremisten. “Tjonge, dus de jongens die White Lives Matter op de Erasmusbrug projecteerden zijn “extremisten”. Eén, twee, drie, vier – bij het vierde woord zitten we al in de partijdige verslaggeving door De Volkskrant,” verzucht Cliteur en gaat verder: “Vinden Haro Kraak en De  Volkskrant de Amsterdamse demonstraties voor “Black Lives Matter” van enkele jaren geleden (waar zelfs de burgemeester aan meedeed) ook “extremisten”?” Cliteur verwijt Kraak en de Rotterdamse rechtbank dat ze discrimineren en zoekt de verklaring daarvoor in zelfhaat: “kennelijk is er een moment gekomen waarop deze mensen zijn gaan denken: “we moeten onszelf zo gaan haten dat we onszelf moeten gaan ‘discrimineren’.”  Hij komt tot de conclusie dat: “als je vindt dat “Black Lives Matter” (…). Als je vindt dat “Yellow Lives Matter” (…). Dan moet je ook vinden dat “White Lives Matter” (…).” In de basis heeft hij gelijk want alle leven doet ertoe. Daarbij doet huidskleur er niet toe. Of zoals ik een jaar of acht geleden schreef: All lives matter.

Nu vraag je je wellicht af wat er dan zo bijzonder is aan het betoog van Cliteur. Het bijzondere is dat Cliteur niet verder kijkt dan de woorden: als Black Lives Matter niet discriminerend is, dan is White Lives Matter ook niet discriminerend, Iedereen mag immers, zo betoogt hij terecht: “voor hun eigen achtergestelde status (…) opkomen.”  Hij betoont zich hier een uitstekende leerling van de intersectionele leer. De leer die betoogt dat verbeteringen beginnen bij het verbeteren van de situatie van de meest achtergestelde.

“Nu weet ik ook wel wat het antwoord is van De Volkskrant, Kraak en de rechtbank Rotterdam op mijn kritiek. Het is het antwoord dat zij op elke vorm van redelijke kritiek geven. Dat antwoord is: “maar die jongens zijn extreemrechts, antisemitisch, neonazistisch, fascistisch, racistisch”. Enfin, de hele riedel wordt van stal gehaald.” En gaat hij verder: “Oké, ik ga daar even for the sake of argument in mee. Niet dat ik dat echt denk, want wat ik echt denk is dat het hier om marginale groepjes gaat. Inderdaad, niet een echt groot gevaar.” Dan is de aanpak van de rechter en Kraak verkeerd, zo betoogt hij en vervolgens geeft hij zijn oplossing: “zorg dat je deze “extreemrechtse” groeperingen geen kans geeft om groter te worden. En die kans geef je hen wél door hen discriminatoir te behandelen. Immers dan toon je door je eigen gedrag aan dat zij in feite wel een punt hebben. Waar geen extreemrechts bestaat stimuleer je het dan.”

Die vlieger gaat echter niet op. Black Lives Matter vraagt aandacht voor de achtergestelde positie van niet blanken. De organisatie wil die achterstelling opheffen en komen tot een samenleving waar iedereen gelijkwaardig is, waar je huidskleur of afkomst niet bepalend zijn voor de manier waarop je in heden wordt behandeld en voor de manier waarop je je toekomst vorm kunt geven. White Lives Matter daarentegen, voert geen strijd om de achtergestelde positie van blanken te verbeteren. De club strijdt voor het behoud van de blanke machtspositie en blanke dominantie. Dat is, niet alleen for the sake of argument een strijd voor ongelijkwaardigheid, voor discriminatie op basis van huidskleur en afkomst en daarmee extreemrechts, neonazistisch, fascistisch, racistisch.

Om deze reden kan Black Lives Matter wel en White Lives Matter niet. Het zijn niet de woorden die door de Rotterdamse rechter zijn gewogen maar de denkbeelden van de mensen die deze woorden gebruiken. Die denkbeelden zijn niet gelijk. White Lives Matter anders behandelen dan Black Lives Matter is daarmee geen discriminatie maar juist het bestrijden van discriminatie. Of deze manier van bestrijden de juiste is, dat is een heel andere vraag. Toch bijzonder dat een rechtsfilosoof als Cliteur dit niet ziet of wil zien en zich bediend van zo’n kronkelige redenering.