De wens en de gedachte

Een wel heel bijzondere conclusie op basis van het Oekraïnereferendum werd getrokken door Gerry van der List in Elsevier. In zijn column De heilzame invloed van de volkswil onderschrijft hij dat referenda nadelen hebben, zeker in een vertegenwoordigende democratie als de Nederlandse. Van der List: “Het volk is in meerderheid nogal behoudend. Het heeft in elk geval een relatief scherp oog voor de nationale belangen.” Deze conclusie is om meerdere redenen bijzonder.

Het volkIllustratie:www.lambiek.net

Als eerste heeft bij dit referendum 32% van de stemgerechtigden de stem uitgebracht. Indien dit een representatieve steekproef was, dan zouden er wetenschappelijk verantwoorde uitspraken over het geheel gedaan kunnen worden. Het betreft echter geen steekproef. De opzet van het referendum is zodanig, dat het voor een tegen-stemmer duidelijk was wat doen. Een vóór-stemmer kon kiezen uit twee mogelijkheden: vóór stemmen of niet stemmen. Hoeveel van de niet-stemmers niet stemden, omdat ze tegen waren, is niet duidelijk en dat maakt dat er geen wetenschappelijk verantwoorde uitspraken over het geheel gedaan kunnen worden.

Ten tweede concludeert Van der List dat de meerderheid van het volk behoudend is. Waarop is deze conclusie gebaseerd? Dat kan niet op basis van de referendumuitslag. Waarom iemand stemt zoals hij stemt, is niet gevraagd en niet bekend. En iemand kan om progressieve of conservatieve reden zowel vóór als tegen stemmen.

Van der List concludeert dat het volk in meerderheid behoudend is. Misschien is dit zo of wellicht varieert die ‘behoudendheid’ per onderwerp? Misschien wil hij graag dat de meerderheid behoudend is, hard maakt hij het niet en op basis van de referendumuitslag kan dat ook niet.

De bijzonderheid neemt verder toe, als hij stelt dat die ‘behoudende meerderheid’ een ‘scherp oog’ heeft voor nationale belangen. Van der List doet het voorkomen alsof het nationaal belang een objectief vaststelbaar feit is, maar is dat wel het geval? Konden zowel voor- als tegenstanders niet met even veel recht en rede verdedigen dat hun positie ten opzicht van het associatieverdrag in het nationaal belang is?

Of is bij Van der List de wens, de vader van de gedachte? Wil hij zijn behoudende denkbeelden versterken door het volk achter zich te scharen en deze denkbeelden objectiveren door ze tot nationaal belang te bombarderen?

Verlichte islam

Vele politici en commentatoren zien de radicale islam als een islamitisch probleem. Het zou eigen zijn aan de islamitische leer. De Verlichting die het westen heeft gekend is, volgens deze politici en commentatoren, aan de islam voorbijgegaan en die leeft daarom nog in de Middeleeuwen. Zij zien een grote afstand tussen de islamitische en de westerse wereld.

 John Gray

Had het westen de Renaissance niet mede te danken aan de islamitische gebieden? Vervolgde christenen en joden vonden in het Moorse Spanje onder islamitische heerschappij een veilig heenkomen. Een heenkomen waar zij bovendien in aanraking kwamen met de werken van de oude Grieken en de erop voortbordurende Arabische wetenschappers. Zo heeft onder andere het denken en werk van de islamitische jurist, arts en filosoof Abū ‘l-Walīd Muḥammad ibn Aḥmad ibn Rushd, bij ons bekend onder de Latijnse naam Averroes, de christenlijk en westerse filosofie diepgaand beïnvloed. En kwam het in contact met het denken dan de klassieke Grieken Aristoteles en Plato.

De filosoof John Gray ziet nog een andere verbinding. In zijn boek Zwarte mis bespreekt Gray Sayyid Qutb. Volgens Gray is de radicale islam een ‘kind’ van het moderne denken, net zoals het communisme, het fascisme en het anarchisme. Gray komt tot de conclusie dat de radicale islam moderne kenmerken vermengt met oude: “De radicale islam is een moderne revolutionaire ideologie, maar ook een millennialistische beweging met islamitische wortels.”

Het millennialisme bestaat eruit dat de islam, net als trouwens het christendom, het geloof in het einde der tijden en de komst van het rijk van God/Allah centraal staat. Wie goed kijkt, of het wil zien, ziet altijd wel ‘signalen’ dat nu echt dé tijd is dat het gaat gebeuren. Of, en dat zien we ook bij IS, er worden daden verricht die als signalen in die richting worden verkocht.

Gray ziet veel invloeden van de moderne westerse revolutionaire ideologie in Qutbs denken. Gray: “Qutbs idee van een revolutionaire voorhoede die zich volledig zou wijden aan de omverwerping van corrupte islamitische regiemes en het stichten van een samenleving zonder formele machtsstructuren, ontleent niets aan de islamitische theologie en zeer veel aan Lenin. Qutbs beeld van revolutionair geweld als een zuiverende kracht heeft meer gemeen met de denkbeelden van de jakobijnen …” 

Zou Gray een punt hebben? Is de verlichting dan wel aan de islam voorbij gegaan of de radicale islam ook een kind van de Verlichting? Hoe ver staat de radicale islam werkelijk af van het westen?

 

Ausweis bitte!

Na de aanslagen in Brussel zijn ze weer terug. De grenscontroles tussen België en Nederland. Bij de grensovergangen op de grote snelwegen worden nu geregeld controles uitgevoerd en af en toe zijn die er ook bij kleinere overgangen. De beelden van de controles zien er indrukwekkend uit. Een lange rij auto’s die stuk voor stuk worden gecontroleerd en inzittenden die zich moeten legitimeren. Een zichtbaar voorbeeld van daadkracht.

grenscontrole-nwsFoto: www.gahetna.nl

Maar toch. De controles kosten veel inzet van de douane, de marechaussee en de politie, maar wat levert het op, behalve mooie beelden die daadkracht uitstralen en de inning van uitstaande boetes? Stopt het terroristen of belemmert het hen bij hun acties? Hoeveel effect heeft een grenscontrole als die leidt tot lange files die vervolgens worden gemeld bij de filemeldingen met de mededeling dat er een grenscontrole is? Welke terrorist zal dan met zijn auto, gevuld met explosieven en kalasjnikovs, aansluiten in de rij?

Hebben grenscontroles niet alleen zin als de rest van de grens hermetisch is afgesloten? Hoe hermetisch kun je grenzen afsluiten? Welke gevolgen zou totale controle hebben? Het zou in ieder geval leiden tot hele lange files. Voor de grote grensovergang op de A67 bij mijn woonplaats Venlo zou, gezien het aantal vrachtwagens die er per dag over deze weg rijdt, een file kunnen ontstaan tot aan de Belgische grens. Op Schiphol verwacht men al lange wachttijden voor de paspoortcontroles vanwege een gebrek aan marechaussees, zo viel in de Volkskrant te lezen.

Wat zal dit betekenen voor bijvoorbeeld de haven van Rotterdam? Een container voor Duitsland kan dan beter in Hamburg worden gelost, dat scheelt een grensovergang en dus veel tijd en controle. Wat betekent dit voor de nummer één logistieke hotspot Venlo? Als die container niet meer in Rotterdam komt, komt hij ook niet meer naar Venlo. Is er dan nog winst te behalen met het centraliseren van logistiek voor verschillende landen op één plek? Komen al die grote logistieke ‘dozen’ dan leeg te staan? Wat betekent dit voor de toenemende groep van grenswerkers?

Wat zou het behalve die geïnde boetes opleveren en dan vooral bij het bestrijden van het terrorisme? In de jaren zeventig en tachtig waren er in Europa talrijke terroristische organisaties actief. De grenzen werden toen nog stevig gecontroleerd en dat hield hen niet tegen. Zo zaten er geregeld leden van de Duitse RAF in Nederland. Werden er in Limburg aanslagen gepleegd door de IRA. Zou het nu wel lukken wat toen niet lukte, terroristen bij de grens te stoppen?

Amandla

“Goed, ze is erin doorgeslagen, maar ik vraag me af wat ik had gedaan als ik op straat gearresteerd zou worden, om niets, in het bijzijn van mijn kleine kinderen. Als ik keer op keer in de cel was gegooid, zonder proces en zonder dat ik wist wie er voor mijn kinderen zorgde … Winnie is in de gevangenis vernederd, getreiterd en gemarteld. Het verbaast mij niet dat zij daar hard en radicaal van werd. Daarmee wil ik niet goedpraten wat ze allemaal heeft gedaan, maar ik begrijp het wel.” Deze woorden van actrice Joanne Telesford zijn in Trouw te lezen. Telesford speelt Winnie Mandele in de musical Amandla Mandela.

AmandlaIllustratie: www.theatersinnederland.nl

Telesford toont begrip, zonder het goed te keuren, voor het radicaal worden van Winnie Mandela. Onzekerheid, vernedering, treitering en marteling dat is niet niks en zij begrijpt dat Winnie Mandela daar radicaal van kon worden.

Zou dat ook voor andere mensen gelden? Voor bijvoorbeeld onze islamitische medelanders? Medelanders die steeds worden aangesproken op gruwelijke daden van mensen die eenzelfde geloof hebben. Medelanders die de grootste slachtoffers zijn van alle beperkende maatregelen zoals preventief fouilleren, verscherpte grenscontroles. Medelanders die van volksvertegenwoordigers te horen krijgen dat hun geloof barbaars is. Volksvertegenwoordigers die twijfelen aan hun ‘loyaliteit’ aan het land. Loyaliteit die ze bij anderen als vanzelf aanwezig achten, maar is dat wel zo? En wat betekent dat, loyaal zijn aan je land.

Medelanders die vaak worden gepasseerd voor werk en daardoor gebruik moeten maken van sociale voorzieningen. Medelanders die vervolgens het verwijt krijgen dat ze ‘profiteren’ van deze voorzieningen, dat ze lui zijn. Medelanders die moeten integreren of inburgeren want ze horen er eigenlijk niet bij.

Wat zou dat met die medelanders doen? Zou dat hun denken, houding gedrag en gedrag beïnvloeden? Zouden ze zich daardoor gesterkt voelen in hun Nederlanderschap? Zou dat hun loyaliteit vergroten, als dat al nodig is? Zou dat hun vertrouwen in de rest van de samenleving en de overheid vergroten? Of zou dit bij velen van hen kunnen leiden tot onverschilligheid ten opzichte van de rest van de samenleving? Bij een kleinere groep tot verharding? Bij een klein deel tot radicalisme? En bij een enkeling tot criminele en terroristische daadkracht?

 

Provocerende puber

Scholen en leraren hebben het moeilijk met radicalisering en de gespletenheid in de klas. Gespletenheid door de totaal verschillende wereldbeelden. De ene groep wantrouwt westerse media en ziet overal complotten van de Verenigde Staten en Israel. De andere groep wantrouwt alles wat met moslims te maken heeft en ziet overal extremisten. In de Volkskrant een interview met Margalith Kleijwegt die in opdracht van het Ministerie van Onderwijs onderzocht hoe docenten omgaan met deze problematiek. In dit interview wordt de volgende vraag gesteld:“Stel een leerling roept dat het westen dit soort aanslagen over zichzelf afroept. Wanneer is zo’n opmerking een signaal van radicalisering en wanneer is het provocerend pubergedrag?”

provoceren

Foto: www.fcupdate.nl

Een zeer bijzonder vraag want er worden meteen twee mogelijke antwoorden bij gegeven: radicalisering of pubergedrag. Kleijwegt antwoordt: “Dat weet je niet” en geeft vervolgens een voorbeeld waaruit je kunt opmaken hoe moeilijk het is om te kiezen tussen de twee mogelijke antwoorden. Zijn dat echter de enige antwoorden? Wordt het niet interessant als de achtenvijftigjarige Henk, die van Ingrid, beweert dat het westen dit soort aanslagen over zichzelf afroept? Is Henk dan ook aan het radicaliseren of is er dan sprake van puberaal gedrag?

Wordt het niet nog interessanter als een wetenschapper en publicist een soortgelijke uitspraak doet? Ook in de Volkskrant een interview met rechtsfilosoof Afshin Ellian. Ellian maakt zich zorgen over het salafisme dat hij als zeer gevaarlijk beschouwt en hij ziet te weinig urgentie om het te bestrijden. Het interview sluit af met de volgende zinnen: “Als het salafisme echt groot wordt, is het steeds moeilijker te bestrijden. Dan bestaat het gevaar van gewelddadige conflicten. En daarom moet je ingrijpen nu het nog kan.” Staat hier niet met andere woorden hetzelfde als die leerling in de vraag roept, maar dan geprojecteerd in de toekomst en met iets wat er nu nog tegen gedaan kan worden?

Is het volgens Ellian niet al te laat als hij het volgende beweert: “Alle moslims krijgen met de paplepel ingegoten dat ze superieur zijn en het voorbeeld van Mohammed moeten volgen. En wat is dat voorbeeld? De profeet dwong mensen tot bekering, voerde de sharia in en stichtte een islamitische staat. Want alleen in een islamitische staat kun je de islamitische wetten toepassen”? Dit is geen radicale versie van de islam het is, aldus Ellian, dé islam.

Is Ellian een provocerende puber of is hij aan het radicaliseren, maar dan de andere kant op? Wie gaat het gesprek aan met dit radicalisme?

Achter de oren krabben

Columniste Elma Drayer ergert zich in de Volkskrant aan Peter Vandermeersch, de Vlaamse hoofdredacteur van de NRC: “Ik krabde me achter de oren. Hoe was het mogelijk dat de hoofdredacteur van een gerespecteerde krant zulke gemakzuchtige onzin uitkraamde? Alsof hoge werkloosheid en het lastig hebben (wat dat laatste ook mag betekenen) geheel logisch leiden tot terreurdaden. Alsof daar niet heel veel meer voor nodig is. Bijvoorbeeld een rotsvast geloof in een religieus utopia waarin alle neuzen dezelfde kant op staan, de Almachtige het laatste woord heeft en Israël compleet van de kaart zal zijn gevaagd. Alsof daar niet tevens een naaste omgeving voor nodig is die nauwelijks tegen dit gedachtegoed ingaat, en zo gedoogt dat het zich naar hartelust verspreidt.”

achter de oren krabben

Foto: zoom.nl

Inderdaad is er geen causaal verband tussen werkloosheid en ‘het lastig hebben en terrorisme’. Dat was ook niet wat de hoofdredacteur beweerde, die beweerde dat het een voedingsbodem is. Nu kan er veel groeien op een voedingsbodem, maar moet er dan niet eerst een zaadje wordt geplant? Wat is dan dat zaadje?

Is dat, zoals Drayer het omschrijft ‘een rotsvast geloof in een religieus utopia waarin alle neuzen dezelfde kant op staan’? Zijn er niet heel veel mensen die geloven in een religieus utopia? Zijn de grote monotheïstische religies (en stromingen) niet gebouwd op een dergelijk utopia? Zouden er dan niet veel meer terroristen moeten zijn?

Zouden er naast religieus terrorisme ook andere vormen van terrorisme zijn? Beatrice de Graaf onderscheidde in haar DWDD college vier golven en dit religieus jihadistisch terrorisme behoorde bij de vierde golf. De andere drie golven waren de anarchistische, de nationalistische (gericht op onafhankelijkheid) en de revolutionaire (links georiënteerd en soms bestreden door van overheidswege gesanctioneerd rechts contraterrorisme).

Drayer lijkt de ‘naaste omgeving’ mede schuldig te verklaren. Die ‘gaat nauwelijks tegen dit gedachtegoed in en gedoogt zo de verspreiding’. Hoeveel invloed zou de naaste omgeving hebben op deze jongeren? Hoeveel invloed hebben ouders op puberende kinderen en jong volwassenen? Zeker als die ouders niet echt worden geholpen door de samenleving waarin zij wonen, omdat zij in daad en in woorden vaak worden buitengesloten?

Zou Drayer zich niet ook achter de oren moeten krabben om ‘de gemakzuchtige onzin’ die ze zelf uitkraamt?

Niet in mijn naam!

Artsen zonder Grenzen (AzG) en de VN vluchtelingenorganisatie UNHCR werken niet langer mee aan het vervoer van aangekomen vluchtelingen naar ‘detentiecentra’. Centra die, volgens AzG, eerder een gevangenis lijken omdat de mensen de centra wel in mogen, maar niet meer uit. En niet alleen daarom: “We staan het niet toe dat onze hulp wordt aangewend voor een grootschalige uitzettingsoperatie en we weigeren deel uit te maken van een systeem dat lak heeft aan de humanitaire noden van vluchtelingen”, zo citeert de Volkskrant landencoördinator Marie Elisabeth Ingres van AzG. De UNHCR noemt het zelfs interneringskampen.

Kamp MoriaFoto: www.trouw.nl

AzG en de UNHCR spreken niet over centra in Noord-Korea, bij onze ‘koninklijke’ vrienden uit Saoudi-Arabië of een Russische Goelag. Nee de centra waar deze gerespecteerde organisaties over spreken, zijn de ‘Europese’ centra waarin vluchtelingen worden ‘opgevangen’. Verlaten die mensen niet hun huis en haard omdat dat huis, die haard én hun leven wordt bedreigd door oorlogsgeweld? Is het niet wrang om deze mensen op te sluiten en te ‘interneren’ om de woorden van de UNHCR te gebruiken?

Zijn westerse landen, waaronder Nederland, niet medeschuldig aan dat oorlogsgeweld? Medeschuldig omdat zij nu bombarderen? Medeschuldig omdat zij eerst onder de vlag van het ‘brengen van democratie’, en later de ‘oorlog tegen terrorisme’ ingrijpen waar en wanneer ze maar willen? Medeschuldig omdat ze zich met woorden inzetten voor vrijheid en democratie, maar met hun daden en geld een andere boodschap verkondigden en verkondigen? Een boodschap waarbij toevoer van grondstoffen zoals aardolie en verkoop van wapens, een belangrijke rol speelden en spelen? Medeschuldig omdat niet het belang van de mensen in die landen centraal stond en staat, maar dat wat zij denken dat in hun economisch belang is? Maakt dat het ‘interneren’ en gevangenzetten van vluchtelingen niet extra wrang?

Is dit niet een vrije, open, inclusieve, democratische samenleving onwaardig? Voor de Ballonnendoorprikker in ieder geval veel, veel, veel te wrang en veel, veel, veel te onwaardig. Hij schaamt zich voor de handelwijze van de Europese landen! Hij schaamt zich voor de Europese leiders die dit hebben afgesproken! Hij schaamt zich voor de Nederlandse regering die hiermee heeft ingestemd! Hij schaamt zich voor de Nederlandse minister-president die een belangrijke rol heeft gespeeld bij het tot stand komen van deze ‘oplossing’! Hij schaamt zich voor Nederlandse volksvertegenwoordigers en bestuurders die dit vol trots staat te verdedigen en te promoten! Hij schaamt zich diep en roept uit: NIET IN MIJN NAAM!

En aan de vluchtelingen biedt hij zijn welgemeende excuses aan voor hetgeen hen wordt aangedaan.

Stanford prison en de terrorist

“Technologische mogelijkheden die onze vrijheden ernstig schaden. En waar we erg behoudend zijn om ze te gebruiken. Terecht als je naar de experts luistert. We geven er te veel voor op. Het houdt terroristen niet tegen. Zij zijn vaak early adapters als het om vernieuwende technieken gaat. Altijd een stapje voor op ons staatsapparaat.” Dit schrijft Niels Hagen in een rake column op zijn weblog. De column heeft als titel Laat je niet door angst leiden en is geschreven naar aanleiding van de aanslagen in Brussel en de reacties erop. Hij haalt Beatrice de Graaf aan die, in haar DWDD college, terroristen ‘early adapters’ noemt.

Terroristen zijn volgens De Graaf heel snel met nieuwe technieken en ontwikkelingen. Ze noemt terroristen echter ook de ‘klunzen’ en de ‘losers van de geschiedenis die liever een short cut nemen dan gebruik te maken van de trage molens van de democratische besluitvormingsprocessen’. Terroristen zijn geen existentiële bedreiging voor onze open, inclusieve samenleving. Sterker, die inclusieve samenleving is volgens haar het beste wapen tegen iedere vorm van terrorisme.

Als die open inclusieve samenleving werkelijk de beste verdediging is tegen terrorisme, zouden we daar dan niet veel meer op moeten inzetten? Wat zeggen woorden als autochtoon, allochtoon, inburgeren, integreren en integratie? Hoe open en inclusief is onze samenleving als dergelijke woorden de boventoon voeren? Is dat niet veeleer exclusiverend?

Hoe exclusiverend is de taal die politici, beleidsmakers, opiniemakers en in hun navolging vele mensen gebruiken? Sommigen bewust, vaak ook onbewust zoals bleek tijdens een recente uitzending van Pauw met het ‘minderproces’ als onderwerp. Als je het goed doet ben je een Nederlander, doe je iets verkeerd, dan ben je Marokkaan. Welk effect heeft dat op mensen?

Wat zeggen snelle reacties van politici en opiniemakers waarin een link wordt gelegd tussen terrorisme en de islam? Woorden zoals: “ Dit heeft met de islam te maken en we hebben iemand nodig die daartegen optreedt,” van Wilders.  Zijn dit woorden die passen bij een inclusieve samenleving?

Zou het gebruik van deze woorden en vervolgens het beleid dat erop wordt gemaakt, niet ertoe kunnen leiden dat er ‘losers van de geschiedenis’ worden gecreëerd? Het beroemde Stanford prison experiment liet zien dat mensen heel soepel een rol aannemen en dan tot de meeste extreme daden in staat zijn. De Amerikaanse misdaden in Abu Graib bevestigden dit. Zou het exclusiverend taalgebruik er niet voor kunnen zorgen dat mensen in een rol worden ‘geduwd’ en vervolgens gedrag gaan vertonen dat de ‘duwers’ bij die rol vinden horen? Zou dit niet ook een deel van het probleem kunnen zijn?

Complexer door te versimpelen

In de Volkskrant een bijdrage van de filosoof Stephan Huijboom met als titel De machtsstrijd om het Nederlanderschap begint. In zijn bijdrage stelt hij, in navolging van Willem Schinkel die dat een week eerder deed, het gebruik van woorden als ‘Marokkaan’ en ‘Allochtoon’ ter discussie, omdat die woorden niet neutraal zijn.

uitnodigingIllustratie: jijislief.nl

Volgens Huijboom draait het uiteindelijk: “om de vraag of Nederlanders die ‘allochtoon’ genoemd worden, ooit als onderdeel gezien kunnen worden van ‘de Nederlandse cultuur’. Kan dat nu, over vijftig jaar, over 150 jaar, of nooit? Bovendien: wie bepaalt dat? Nederlanders die zichzelf ‘autochtoon’ noemen?” Een Volkskrantlezer, die zich EddieValliant noemt, meent dat het betoog van Huijboom onderuit wordt gehaald: “… door uitspraken van allochtone Nederlanders zelf die zeggen zich niet als Nederlander te willen zien en hun kinderen opvoeden als Marokkaan of Turk.” Huijboom draait, volgens deze lezer, oorzaak en gevolg om.

Deze lezer raakt hiermee een bijzonder punt. Wat is hier de oorzaak en wat het gevolg? Bezorgt het onderscheid autochtoon versus allochtoon de laatsten het gevoel nooit bij Nederland te kunnen horen? Een gevoel dat ze krijgen omdat ze steeds worden aangesproken op hun herkomst of de herkomst van hun (voor)ouders? Of zijn allochtonen die zeggen zich niet als Nederlander te zien, er de oorzaak van dat ze niet als Nederlander worden gezien?

Zou het onderscheid autochtoon versus allochtoon in aanmerking komen als beginpunt? Wie heeft dit taalkundig onderscheid met grote sociale en maatschappelijke gevolgen gecreëerd? Zijn het de allochtonen die zijn begonnen zich allochtoon te noemen? Wie heeft termen als ‘inburgering’ en ‘integratie’ geïntroduceerd? Termen waarvan, net als van de woorden ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’ een uitsluitende werking uitgaat. Woorden die mensen verdelen in plaats van verbinden. Woorden die, door de werkelijkheid te versimpelen, haar in feite complexer maken? Versimpelen, door mensen in groepen te verdelen die op een of andere manier net iets anders lijken. Complexer maken, omdat hierdoor groepen tegenover elkaar komen te staan.

Zou het niet beter zijn, om iedereen die een Nederlands paspoort en dus de Nederlandse nationaliteit, heeft ook gewoon Nederlander te noemen en alle andere benamingen weg te laten? Zou dat niet verbinden? Zelfs als EddieValliant gelijk heeft? Want waarom in dat geval niet een afwijzing beantwoorden met een uitnodiging?

Nederland gidsland

Nederland als gidsland en dus voorbeeld voor de wereld. Nederland het meest progressieve land van de wereld dat zich altijd en overal druk maakte om de mensenrechten, om abortus, euthanasie. Het land met het meest liberale softdrugsbeleid en zo zijn er vast nog meer voorbeelden te noemen. Dat is, sinds het begin van deze eeuw, iets van het verleden. Of niet?

De TegenpartijIllustratie: tweedekamer.blog.nl

De Duitse deelstaatverkiezingen hielden de journalistieke gemoederen flink bezig. Zo ook die van Afshin Ellian. In Elsevier schrijft hij over de titanenstrijd tussen twee Duitse vrouwen. Aan de ene kant bondskanselier Angela Merkel en aan de andere kant Frauke Petry van de AfD. Hij vergeet voor het gemak dat het Duitse politieke spectrum ook nog andere partijen bevat. Partijen die ook verkiezingen wonnen en verloren. Al houdt Ellian een slag om de arm omdat de AfD eerst maar eens moet bewijzen een blijvertje te zijn.

Eén zin in zijn column viel op: “De Duitse media moeten nog veel leren van wat in Nederland sinds de opkomst van Pim Fortuyn is gebeurd.” Dit naar aanleiding van de oproep van Petry aan de Duitse media om etiketten ‘rechts-nationalistisch’ of ‘rechts-populistisch’ niet meer voor haar partij te gebruiken, omdat de AfD een gewone volkspartij is net als alle andere. Hij adviseert de Duitse media om ‘te leren’ van Nederland na Fortuyn. Stelt Ellian hier Nederland ten voorbeeld aan Duitsland? Nederland weer als gidsland?

Wat moeten de Duitse media, en in het verlengde van de media, de Duitsers leren? Dat dergelijke etiketten niet geplakt moeten worden? Dan is Nederland een erg slecht voorbeeld. Want is Nederland vrij van het plakken van deze en andere etiketten? Populist, extreem rechts, fascist ze vallen geregeld.

Moeten ze de gespeelde verontwaardiging die er vaak op volgt, onder de knie krijgen? De oproep om de uitspreker van de f-woord te ontslaan? Of moeten ze aan de slag met de vertaling van woorden als nep-parlement, demoniseren, theedrinkende knuffelaar of minder, minder, minder? Moeten ze op zoek naar ministers die niet links, niet rechts, maar recht door zee zijn?

Of moeten ze hiervan leren dat dit een heilloze weg is? Dat ze alles moeten doen om de Nederlandse weg niet in te slaan en om te keren als dat nog kan? Dus Nederland als gidsland hoe het niet moet? Wat moeten de Duitse media en de Duitsers leren van Nederland?