Beste Sylvana Simons

“Ik beweer dat identiteitspolitiek iets van de afgelopen honderden jaren is. Alleen het was één dominante identiteit dus niemand had er een probleem mee.”

Een uitspraak van u, Sylvana Simons, in een gesprek met De Correspondent. Volgens u valt de identiteitspolitiek nu pas op omdat er andere identiteiten ‘on the scene’ zijn verschenen.

identiteit

Illustratie: Pixabay

Beste mevrouw Simons, onder welke steen heeft u gelegen? Was er in de voorgaande eeuwen werkelijk maar één dominante identiteit in Nederland en wat breder in Europa? Wellicht zijn de vele godsdienstoorlogen aan uw aandacht ontsnapt. Oorlogen met vele slachtoffers. Die godsdienststrijd vormde ook een belangrijk onderdeel van de Opstand tegen de ‘Spanjaard’. Een ‘Opstand’ die voor de streek en plaats waar ik woon, heel andere gevolgen had, dan voor Amsterdam en Holland. Het huidige Limburg en een groot deel van Brabant werden ‘generaliteitslanden’ genoemd, een soort kolonie avant la lettre. Godsdienst is zelfs tot ver in de twintigste eeuw en voor sommigen zelfs nog steeds een belangrijk onderdeel van hun identiteit. Iets waarmee ze zich onderscheiden van mensen met een andere of geen godsdienst.

Voor mij, als Venlonaer, is de Vastelaovend, een belangrijk onderdeel van mijn identiteit. Niet die van Maastricht of van de Brabantse Carnaval, nee de Venlose Vastelaovend. Ik zie mijn identiteit daarom als anders dan iemand uit Maastricht of Brabant en zeker dan van een Hollander. Waarbij ik met de Mestreechter op dit punt meer affiniteit heb dan met de Brabander en zeker dan met de Hollander. Op andere gebieden heb ik misschien weer meer gemeen met u of een Hollander dan met de anderen en misschien wel dan mijn mede Venlonaeren. Ik zou me zo kunnen voorstellen dat de waardering voor de politicus Wilders zo’n punt is.

Het valt me tegen dat iemand die terecht aandacht vraagt voor de geschiedenis en positie van de voormalige koloniën en haar inwoners, die aandacht vraagt voor diversiteit, die diversiteit in de geschiedenis van het gebied waar we nu wonen, niet lijkt te kennen. Sterker nog, die diversiteit lijkt te ontkennen.

Beste mevrouw Simons, het lijkt erop dat u ‘identiteit’ versmalt tot de kleur van iemands huid. Vindt u niet dat dit een wel erg smalle definitie is? Zijn er niet veel meer zaken die iemands identiteit bepalen dan alleen de huidskleur?

 

Met de kennis van straks …

“Onderzoekers hebben lijsten aangetroffen met namen en achtergronden van 1.500 sollicitanten; aan 225 van hen werd een baan bij de gemeente ontzegd omdat er vermoedens bestonden van homoseksualiteit. Ook als een sollicitant een homo in familie- of vriendenkring had, kon dat reden zijn die persoon te weren.”

De eerste alinea uit een artikel in de Volkskrant. Schande! Discriminatie! En: “het COC (vindt) nieuwe excuses op zijn plaats.” De uitspraken schande en discriminatie worden, net als de vraag om excuses, in het heden gedaan. De lijsten komen uit het verleden, ze zijn tijdens archiefonderzoek gevonden en hebben betrekking op de jaren vijftig van de vorige eeuw.

heksen

Illustratie: Pixabay

Als we even verder zoeken dan komen we ook lijsten tegen van mensen met echte of vermoede communistische sympathieën die geweerd moesten worden. Bij het doorzoeken van de archieven komen we wellicht ook de brieven tegen waarmee vrouwen ontslag werd aangezegd op het moment dat ze in het huwelijk traden. Gaan we iets verder terug dan zullen er vast ook wel ‘ketterlijsten’ te vinden zijn van de inquisitie of heksenlijsten. Allemaal activiteiten die ‘met de kennis van nu’ anders hadden gemoeten, daar zullen veel mensen het over eens zijn. Veel, niet allemaal want ook nu zijn er veel mensen die nog denken met de ‘kennis van toen’.

Aan die lijsten van ‘toen’ die met de ‘kennis van nu’ anders hadden gemoeten, kunnen we heel veel aandacht besteden. We kunnen gezagsdragers van nu er excuses voor laten maken of parlementaire onderzoeken aan wijden. Dat kan allemaal, het verandert echter niets aan het gegeven dat de ‘kennis van nu’, er ‘toen’ niet was. Dat men het ‘toen’ met de ‘kennis van toen’ moest doen. Alhoewel niet was? In sommige gevallen was de ‘kennis van nu’ er ‘toen’ ook, alleen was die kennis nog geen gemeengoed. Was die ‘kennis’ bekend bij een groep die men toen wellicht ‘extremisten’ noemde of ‘nieuwlichters’ die tegen de ‘traditie’ dachten en handelden.

Dat brengt mij bij iets ander. Zouden we van die lijsten kunnen leren, dat we eens goed moeten kijken naar de ‘lijsten van nu’? Of iets breder, naar zaken die nu voor ‘normaal’ doorgaan om dat ze met de ‘kennis van nu’ normaal lijken, maar waarvoor met de ‘kennis van straks’ straks excuses aangeboden moeten worden?

Hoe zal met de ‘kennis van straks’ gekeken worden naar bijvoorbeeld de ‘opvang in de regio’, het ‘inburgeringsexamen‘ of de ‘participatieverklaring’? Zaken waarbij je met de ‘kennis van nu’ al kunt zeggen dat men er in de toekomst schande van gaat spreken, alleen word je nu als ‘niet goed snik’ of ‘dromer’ weggezet als je er iets van zegt.

Onwetendheid is macht!?

‘Het is nooit goed of het deugd niet’, een uitspraak die mijn moeder vaker bezigde, maar dan in het Veldense dialect uitgesproken. Aan die uitspraak moest ik denken tijdens het lezen van de column van Asha ten Broeke in de Volkskrant. Ten Broeke schrijft over de reacties in de media op de bijdrage van Arjen Lubach aan de zwarte-pietendiscussie. Aan de ene kant bijval en aan de andere kant krijgt hij het verwijt dat hij zich op het schild hijst ten koste van ‘zwarte activisten’ die worden bedreigd. Het woord culturele toe-eigening wordt nog niet genoemd, maar daar lijkt het wel op.

Wekker

Wat moet je als blanke, al mag ik dat woord niet gebruiken omdat ik me dan een neutrale positie toedeel, dan doen? Ten Broeke geeft advies en dat advies haalt ze bij Gloria Wekker: “… het zich teweerstellen tegen witte onschuld, het zichzelf positioneren als wit, als een machtige raciale/etnische positie bezettend, het cognitief en emotioneel kennisnemen van de Nederlandse geschiedenis van imperialisme, van de vele vormen van wit privilege en dat privilege gebruiken om machtsverschillen te doorbreken…”  Kennis nemen van de geschiedenis, welke dan ook, is altijd goed. Ook ben ik me er terdege van bewust dat er machtsverschillen zijn die doorbroken moeten worden. Dat kost tijd en gezamenlijke strijd en inzet.

Meer moeite heb ik met de term witte onschuld. Die komt er volgens Wekker (pagina 31 van haar boek Witte Onschuld) op neer: “dat de epistemologie van de onwetendheid deel uitmaakt van een witte superieure staat waarbij het menselijk ras raciaal is verdeeld in volledige en onvolledige personen. Hoewel- of beter gezegd: juist doordat – ze de neiging hebben de racistische wereld waarin ze leven niet te begrijpen, zijn witte mensen in staat volledig te profiteren van deze raciale hiërarchieën , ontologieën en economieën.” Ja, er zijn mensen die zich superieur achten aan anderen, die anderen ‘onvolledig’ vinden. Die heb je echter in alle kleuren en religies. Om dit iedere blanke te verwijten, gaat mij veel te ver.

Meestal leidt kennis tot inzicht en tot een positie waarin de bezitter van die kennis de mogelijkheid heeft om te profiteren van het inzetten van die kennis. Vandaar de uitspraak kennis is macht. Wekker beweert het omgekeerde, onwetendheid is macht. Zou dat werkelijk zo zijn? Zou het werkelijk zo zijn dat de ‘witte’ het ‘spel winnen’ omdat ze het niet begrijpen?

Legers en vertrouwen in democratie

“De vrede in Europa, die we intussen al onwaarschijnlijk lang beleven, zou dus met een Europees leger nog meer worden veilig gesteld en extreem nationalistische of fascistische elementen weten zich bij voorbaat kansloos.”

Met die zin sluit Henk Witte zijn artikel bij Joop af. Witte pleit voor een Europees leger en dat kan en mag. Hij zal tegen- en medestanders op zijn weg vinden.

Leger

Foto: Pixabay

Of zo’n leger er wel of niet moet komen, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om een van de argumenten die Witte gebruikt: “Noch van de Russen, noch van de moslimwereld behoeven we, op wat individuele dwaallichten na, werkelijk bang te zijn. Het zijn vooral de ontwikkelingen binnen Europa zelf die op gespannen voet met onze vrije democratieën staan.” Dat Europese leger zou met name een rol moeten krijgen in het bestrijden van die extreem nationalistische of facistische elementen. Een rol die al begint met de afschrikking die uitgaat van zo’n leger. De afschrikking zou die elementen al de moed in de schoenen moeten doen zakken.

Lees ik het goed? Pleit Witte ervoor om dat leger met name binnenlands in te zetten? Pleit hij ervoor het leger in te zetten tegen binnenlandse politieke partijen en bewegingen? Wordt het leger zo geen speelbal van de politiek? Als we dit naar de Nederlandse situatie vertalen, dan zou het kunnen betekenen dat de vier partijen die het kabinet vormen, besluiten het leger in te zetten tegen het Forum voor Democratie. Je zou die partij immers ‘extreem nationalistisch’ kunnen noemen, net als trouwens de PVV en afhankelijk van je eigen ‘denkframe’ zou je ook het CDA, de VVD onder die noemer kunnen scharen. Lastig hierbij is dat die mede de regering vormen. Leiden Witte’s ideeën er niet toe dat het leger een binnenlandspolitiek instrument wordt? Zou het werkelijk verstandig zijn om die weg op te gaan?

Witte lijkt vooral te denken aan het inzetten van dat leger in andere Europese landen: “Sommige landen in Europa maken al een aardige beweging in de richting van een staat waarin democratie een ondergeschikte rol lijkt te gaan spelen.” Gaan dan de andere landen dat leger de opdracht geven om bijvoorbeeld Hongarije of Polen binnen te vallen om de regering aldaar af te zetten?

Is een van de kenmerken van een vrije democratie niet dat politieke meningsverschillen in het publieke domein worden bediscussieerd? Als iemand hierbij de wet overtreedt is het dan niet de taak van de politie en justitie om op te treden en van de rechter om recht te spreken? Zou een kenmerk van de Europese samenwerking niet moeten zijn dat een land dat de Europese democratische grondregels schendt, uit de EU wordt gezet en dus ook niet meer de vruchten van die samenwerking kan plukken? Getuigt het pleidooi van Witte niet van een gebrek aan vertrouwen in de kracht van de vrije democratie?

Gouden dwangbuis

“Ze wordt uitgehold door de globalisering. Na de financiële en economische crisis willen burgers de excessen van de globalisering bestrijden. Maar ze zien niet goed meer hoe ze dat via de democratie kunnen doen. Dus hebben ze de democratie gelaten voor wat ze was en zijn ze achter Trump en Farage aangelopen, die de natiestaat tegen de globalisering zijn gaan inzetten. Dit is een machtig wapen. Overal in Europa. In Groot-Brittannië en Amerika kon de democratie er weinig tegen doen.”

Dit antwoord geeft de filosoof Dieter Thomä bij NRC op de vraag waarom de democratie hapert.

Rodrik

Illustratie: Dani Rodrik’s weblog – Typepad

Toen ik dit las moest ik denken aan het boek The Glabalization Paradox van de econoom Dani Rodrik. Thomä beschrijft hier in het kort de paradox van Rodrik. Het spanningsveld tussen extreme globalisering (Rodrik noemt het hyperglobalisering), democratisch bestuur en de natiestaat.

Een al dan  niet democratische natiestaat alleen, gaat dat niet lukken, zo betoogt Rodrik. Wat er zonder samenwerking gebeurt, laat bijvoorbeeld het ‘dossier vennootschapsbelasting’ zien. Dan hoor je zinnen als ‘Om onze concurrentiepositie te behouden’, signalen dat je in een, zoals Rodrik het noemt, ‘gouden dwangbuis’ wordt genaaid door het geglobaliseerde bedrijfsleven. Een gouden dwangbuis omdat de vruchten van de globalisering kunnen worden geplukt zonder ook maar iets zelf te beslissen of sturen. Als je je niet in die ‘gouden dwangbuis’ wilt laten naaien, dan rest je een positie zoals Noord-Korea of ietsjes beter als je een wat groter land bent.

De enige manier die Rodrik ziet waarop natiestaten zich kunnen verweren tegen de globalisering is door samenwerken met en tussen de natiestaten, want alleen in samenwerking is de globalisering te beteugelen. Maar ja, samenwerking met andere landen, dat ligt gevoelig want de aanhangers van die natiestaat, Trump, Farage maar ook Wilders en Baudet, propageren vooral de ‘eigen kracht’ en de ‘alleingang’ want we kunnen het best alleen af. Een andere dan deze twee mogelijkheden ziet Rodrik voor een al dan niet democratische natiestaat niet.

Geen opbeurend bericht voor de  aanhangers van een Brexit, Nexit of welke alleingang dan ook. Of Rodrik moet iets over het hoofd zien.

“We are the Borg”

Bij de Volkskrant trekt historicus Willem Melching parallellen tussen het populisme van nu en het populisme van de jaren zestig van de vorige eeuw van D’66, de Boerenpartij en Provo. Zijn conclusie, de huidige ‘elite’ zou wat kunnen opsteken van de toenmalige elite door wat zaken over te nemen. Hij ziet twee punten waarop dat zou kunnen, Europa en de multi-culturele samenleving. Over die laatste schrijft hij:

“De multi-culturele samenleving is grotendeels mislukt, zelfs de optimist Merkel moest dat toegeven. Maar niemand in Europa zet deze kwestie op de agenda.”  

The Borg

Foto: Flickr

Mislukt? Is dat niet een wat vreemde constatering? “Met elementen uit verschillende culturen,” deze definitie geeft de Van Dale voor het woord multicultureel. Als we naar Nederland kijken dan zien we dat de Nederlandse samenleving bestaat uit elementen uit verschillende culturen. Dat er ‘elementen uit verschillende culturen’ in Nederland wonen is niet nieuw. Dat is altijd al zo geweest. De Friese cultuur is anders dan de Hollandse of de Limburgse. De ‘Limburgse cultuur’ bestaat niet, de Venlose cultuur is immers anders dan de Maastrichtse. Net zo bestaan de Hollandse of de Friese cultuur ook niet. 010 en 020, allebei Hollands en toch heel anders. Hierover schreef ik al eerder. Met andere woorden, is die ene Nederlandse cultuur niet een illusie?

Met de komst van mensen uit andere streken is de diversiteit nog verder toegenomen, is de samenleving nog diverser geworden. Er zijn nog meer elementen van verschillende culturen en is de samenleving als geheel nog multicultureler geworden. Is die multiculturele samenleving daarmee niet een feitelijke constatering? Hoe kan een feitelijke constatering mislukt zijn?

Wat er niet is gebeurd, is dat er één stamppot is ontstaan. Eén geheel van mensen die allemaal precies hetzelfde zijn, denken en doen. Als Melching dat bedoelt met een multiculturele samenleving, dan heeft hij gelijk, dat is mislukt. Als hij dat bedoelt, dan kun je je afvragen of dat ooit het doel van iemand is geweest? Een soort Borg uit de serie Star Trek:“We are the Borg. You will be assimilated. Resistance is futile. You’re biological and technoligical distinctiveness will be added to our own. Resistance is futile.” Als het van niemand een doel was, is het niet ontstaan ervan dan een mislukking?

Preken voor eigen parochie

“GroenLinks wil namelijk ‘de gewone man’ bereiken, want ‘identiteitspolitiek betekent in Nederland meestal het opsluiten van mensen in hun eigen groep’. Alsof al dat gepamper van de ‘gewone’, ‘hardwerkende’ en ‘bezorgde burger’ iets anders is dan identiteitspolitiek gericht op de dominante, witte meerderheid. … Terwijl GroenLinks dus haar hengel uitgooit in de drukste electorale vijver van Nederland vol gewone, witte vissen, wordt de blijkbaar abnormale, niet-witte kiezer in de netten van Denk en BIJ1 gedreven.”  Woorden van Joyce Brekelmans bij Joop als reactie op een interview met Jesse Klaver in de NRC. En dan vooral op de volgende passage:

“Als het alleen maar gaat over identiteit, migratie en andere sociaal-culturele thema’s, wint rechts. Wij willen vanaf nu de nadruk leggen op geld, werk en de macht van het bedrijfsleven.”

Mark Lilla

Als ik Brekelmans goed begrijp, dan betekent aandacht vragen  voor geld, werk en macht dat je je pijlen richt op ‘gewone witte vissen’. Dan laat je de ‘niet-witte kiezer’ aan zijn lot over of erger, je drijft ze in de netten van Denk en BIJ1. Zouden die ‘niet-witte kiezers’ niets met geld, werk en macht hebben?

In Nederland is er geen enkele ‘minderheid’ die de meerderheid heeft. De ‘niet-witte kiezer’, als die al als één blok te zien is, wat ik ten zeerste betwijfel, heeft zeker geen meerderheid. Betekent dit niet dat om iets te bereiken die ‘niet-witte kiezer’, altijd de samenwerking moet zoeken met ‘witte’ kiezers? Is een kenmerk van samenwerking niet dat er gegeven moet worden om te kunnen nemen? Dat er naar overeenkomsten gezocht moet worden in plaats van naar verschillen? Dat er gezamenlijke grond moet worden gezocht?

Dat zullen Denk en BIJ1 ook moeten doen, net zoals VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie dat nu ook hebben gedaan. Met alleen maar blijven hameren op anders zijn, op de eigen identiteit, het eigen gelijk en de verschillen met anderen, bereik je niets. Want zoals Mark Lilla zich op bladzijde 120 van het boek The Once and Future Liberal. After Identity Politics afvraagt: “Why should non-Xers give a damn about Xers, unless they believe they share something with them? Why should we expect them to feel anything at all?”

Beste mevrouw Brekelmans, net als de ‘niet-witte kiezers’ bestaat ook die  ‘dominante witte meerderheid’ niet. Roept u zo niet een schijntegenstelling op? Zou strijdt voor een een beter samenleving voor alle inwoners van dit land echt worden bereikt door te focussen op verschillen in ‘identiteit’? Leidt politiek gericht op ‘identiteit’ niet tot het failliet van een samenleving omdat het gericht is op het uitsluiten in plaats van het insluiten van mensen?

Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland

“Wellicht kunnen we de sinterklaastijd gebruiken om het tij te keren. Hoe? Door Sinterklaas te vragen om onze bestuurders, volksvertegenwoordigers en onszelf een dosis gezond, democratisch verstand en vooral een stevige portie moed te geven.” Hiermee eindigde mijn prikker van eergisteren. Dit omdat demonstraties (vrije meningsuitingen) steeds vaker worden verboden met een beroep op de openbare orde. Terwijl in een vrije democratische samenleving de vrije meningsuiting (en dus demonstraties) juist een belangrijk kenmerk is van de de niet verstoorde, dus normale orde.

Vrijheidsbeeld

Foto: Pixabay

Ik moest hieraan denken toen ik het volgende las bij Joop:

“Enkele relatief nieuwe extreemlinkse antiracistische actiegroepen bestaan voornamelijk uit actievoerders met een migrantenachtergrond. Zij strijden tegen (in hun ogen) racistische en koloniale symbolen in de Nederlandse maatschappij, zoals Zwarte Piet, de VOC, straatnamen en standbeelden. De bekendste actiegroepen hiervan zijn Kick Out Zwarte Piet en De Grauwe Eeuw.”

Dit is afkomstig uit het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 46 van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding.  Voor wie het wil controleren klik hier, vervolgens op de Download en kijk dan op pagina 8.

Nu heb ik zelf zo mijn bezwaren tegen de manier waarop deze actiegroepen het verleden selectief gebruiken en soms zelfs misbruiken voor hun strijd in het heden. Ook heb ik moeite met de hun manier van redeneren. Aan de andere kant voel ik mee met mensen die minder prettige gevoelens krijgen bij bijvoorbeeld zwarte piet, of die meer aandacht willen voor bijvoorbeeld de slavernij.

Kenmerk van een goed functionerende democratie is dat er een publiek debat is over gevoelige onderwerpen. Een debat waarbij iedereen zijn zegje mag doen. Waar de toon soms geagiteerd is en het volume soms hoog. Dat alles past en hoort erbij. Geweld hoort er niet bij en als we de in het Dreigingsbeeld genoemde clubs Kick Out Zwarte Piet en De Grauwe Eeuw iets moeten nageven dan is dat ze de strijd met woorden voeren. Dat ze zich keurig aan de spelregels van de democratie houden. Dat ze voor iedere demonstratie keurig een vergunning aanvragen. Complimenten daarvoor.

Wat mij wel zorgen baart is dat ze meestal worden bedreigd en dan niet op de overheid kunnen rekenen. Dat zij zo worden beperkt in hun recht om hun mening te uiten. Wat mij nog het meeste zorgen baart, is dat zij worden genoemd in een rapport over terrorismedreiging in Nederland uitgegeven door de overheid, door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Want is vrije meningsuiting een daad van terrorisme? Wat is er trouwens extreem links aan hun standpunten?

Ik neem in ieder geval de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding op in mijn ‘Dreigingsbeeld Anti-Democratie Nederland’.

PS. Zou deze Prikker ertoe leiden dat ik in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 47 verschijn?

Neutraliteit uitstralen

“Volgens het College voor de Rechten van de Mens is het maken van indirect onderscheid niet verboden, zolang daar goede redenen voor zijn, zoals het waarborgen van neutraliteit en objectiviteit middels een neutrale, uniforme gezagsuitstraling bij politieambtenaren.”

Een korte vertaling in de Volkskrant van de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens in een zaak aangespannen door Sarah Izat. Izat mocht bij het opnemen van aangiftes per ‘beeldverbinding’ geen hoofddoek dragen als ze een uniform droeg, dit terwijl ze dat wel mocht als ze geen uniform droeg. Dat was voor Izat reden om de zaak aanhangig te maken bij het College en dat gaf haar dus gelijk.

Kerk van het Vliegend Spaghettimonster

Illustratie: Wikipedia

Natuurlijk moet een politieagent herkenbaar zijn als politieagent. Alhoewel natuurlijk, een politieagent in burger, bijvoorbeeld van de recherche, is niet aan zijn kleding te herkennen. Die kan gewoon in spijkerbroek en t-shirt van zijn favoriete artiest werken. Mag een rechercheur wel een hoofddoek, keppel, kruis of vergiet dragen?

Het maakt mij niet uit of iemand al dan niet een hoofddoek, kruis, keppel, vergiet (ja, van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster)  draagt of welk ander kerkgenootschap dan ook aanhangt. Van mij en gelukkig ook van onze grondwet mag iedereen geloven en aanhangen wat hij wil. Het gaat mij erom of de neutraliteit en objectiviteit van de overheid wordt gewaarborgd door het verbieden van het zichtbaar dragen van religieuze of levensbeschouwelijke symbolen? Of omgekeerd, komt de neutraliteit en objectiviteit van de overheid in gevaar als een van haar vertegenwoordigers zichtbaar een symbool van zijn religie of levensbeschouwing draagt?

Kan een boete voor te snel rijden worden gegeven op een islamitische, sikh of Spaghettimonster manier? Of moet een politieagent met een hoofddoek, keppel, kruis of vergiet dezelfde wet handhaven op dezelfde manier? Zit de objectiviteit en neutraliteit van de overheid en dus ook van de politie niet juist in consequent en consistent gedrag en handelen en niet in de persoon en de de overtuigingen van de agent? Handelen gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving.

Zouden we de gedragscode uit 2011 die stelt dat zichtbare religieuze uitingen verboden zijn voor geüniformeerde agenten, niet moeten herzien? Zegt het jaartal 2011, met het eerste kabinet Rutte dat met gedoogsteun van de PVV aan de macht was, niet al genoeg over de achtergronden van deze richtlijn?

Nepnieuws of spinnen 2.0?

“Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) liet dinsdag weten dat ze in gesprek wil met technologiebedrijven om de dreiging van nepnieuws tegen te gaan.”

Een quote uit een artikel in de Volkskrant  een van de vele artikelen die deze week verschenen over ‘nepnieuws’. Het kabinet maakt zich er druk om en twee van de regeringspartijen (CDA en VVD) komen met een ‘plan’ om ‘nepnieuws’ te voorkomen.

Jack de Vries

Foto: Wikimedia Commons

In bijna alle artikelen over ‘nepnieuws’ wordt verwezen naar Rusland als een van de bronnen. “Voorafgaand aan de verkiezingen zijn tachtigduizend berichten vanuit Rusland op Facebook geplaatst met als doel de Amerikaanse presidentsverkiezingen te beïnvloeden. 126 miljoen Amerikanen zagen Russische berichten – 40 procent van de Amerikaanse bevolking. Twitter vond 2.752 accounts die direct zijn verbonden met Rusland.” Dat is even schrikken. Of toch niet?

Het beïnvloeden van het denken van mensen is al zo oud als de weg naar de Peel. Of, nee veel ouder, want er waren eerder mensen dan dat die weg er was. Neem het woord demagogie, “de kunst om de volksmassa te (mis)leiden, m.n. door retorische middelen.” Dit woord kent een oud-Griekse oorsprong. De oude Grieken gebruikten het woord demagoog voor politici met groot redenaarstalent van niet-aristocratische afkomst, zoals Cléon. Type het woord demagogie in op Wikipedia en je leest er: “Een politicus of andere volksleider die, doorgaans met minder goede bedoelingen, door middel van retorische middelen, leugenachtige voorstellingen en valse leuzen en slogans de volksmassa opruit en in beweging brengt wordt ook wel een demagoog of volksmenner genoemd.” In de zin erna wordt een twintigste-eeuws voorbeeld genoemd, Adolf Hitler.

Natuurlijk ment een demagoog als eerste zijn eigen volk. De buitenlandse component is echter nooit ver weg. Cléon was fel tegen de compromisvrede met Sparta en zijn acties zullen tot reacties in Sparta hebben geleid. Net zoals Hitler via zijn toespraken en machinaties niet alleen zijn ‘eigen volk’ probeerde te mennen. Moeten we het dan vreemd vinden dat Russen de Amerikanen proberen te beïnvloeden? Zouden de Amerikanen dat niet ook met de Russen, Chinezen en anderen proberen?

Ook de Nederlandse politiek is er niet vrij van. Als we de berichten mogen geloven, dan weet ook CDA-kamerlid Omtzigt van wanten. Als we wat verder teruggaan dan komen we uit bij het ‘draaikontje’ van Wouter Bos. Verzonnen door toenmalig CDA spindocter Jack de Vries.

Maar wacht eens even spindocter? Een: “adviseur of voorlichter van een politieke partij of een ambtsdrager die de opdracht heeft het beleid van zijn politieke opdrachtgever zo positief mogelijk te presenteren en te verdedigen of hem of haar daarin te coachen. Het doel is het gunstig stemmen van de publieke opinie.” Aldus Wikipedia dat tevens enkele methoden geeft die een spindoctor gebruikt. Een is wel zeer interessant: “Formuleren op een manier waarbij onbewezen zaken voor waarheid worden aangenomen.” Staat hier niet gewoon: ‘nepnieuws’ verspreiden? Hoe geloofwaardig klinkt dan de verontwaardiging van onze politici? Is het gebruik van (a)sociale media om te beïnvloeden niet gewoon spinnen 2.0?