Pleidooi voor nieuwsgierigheid en tolerantie

De 254ste en laatste prikker van 2017. Tijd om terug te blikken? Nee, en toch ja. Nee, niet op het afgelopen jaar, dat doet Sander van Walsum in de Volkskrant op een goede manier. Van Walsum verhaalt over de roep van dit jaar om het verleden aan te passen aan het heden door straten en gebouwen te vernoemen en beelden te verwijderen. Hij concludeert dat vroeger zaken normaal waren die we nu abnormaal vinden.  Daarom is het beter “verleden in zijn eigen taal (te laten) spreken. … Dat is beduidend interessanter dan aantonen dat het huis van het verleden door dwaallichten werd bewoond.” 

De zijderoutes

Een juiste constatering, maar over het nabije verleden van het aflopende jaar wil ik het niet hebben. En ja, ik ga wat verder terug in het verleden en dat doe ik aan de hand van het boek De zijderoutes van Peter Frankonpan. En dan vooral één passage eruit:

“Terwijl de moslimwereld enthousiast bezig was met innovatie, vooruitgang en nieuwe denkbeelden, bleef een groot deel van Europa hangen in mistroostigheid; het ontbrak er aan middelen, maar ook aan de nieuwsgierigheid.”

Nieuwsgierigheid naar elkaar en de wereld. Want die moslimwereld was tolerant voor andersgelovigen. Joden, christenen, boeddhisten en andere geloven hadden over het algemeen niets te vrezen. Nieuwsgierigheid en tolerantie voor andersgelovigen, waren ook de kenmerken van het Romeinse en het Perzische rijk die eeuwenlang standhielden en waar de welvaart een grote vlucht nam.

Nieuwsgierigheid en tolerantie die in het toenmalige Europa ontbraken. In Europa ging men op in het orthodoxe christendom en was de blik naar binnen gericht: “De heilige Augustinus had weinig op met wetenschap en onderzoek. ‘Mensen willen kennis-om-de-kennis’, had hij misprijzend geschreven ‘hoewel ze aan die kennis niets hebben’. Nieuwsgierigheid was in zijn woorden weinig anders dan iets ziekelijks.” De leer van Augustinus vervulde in het Europese christendom een belangrijke rol.

Nieuwsgierigheid als voedingsbodem voor een welvarende samenleving, want welvarend dat was die moslimwereld. Europa kwam pas in beeld toen men ook hier nieuwsgierig werd. Nieuwsgierig werd en ging onderzoeken en reizen. Toen er een einde kwam aan de religieuze orthodoxie en vooral  toen er een einde kwam aan de religieuze twisten en oorlogen. Toen tolerantie intrad.

Daarom in deze 254ste prikker een pleidooi voor nieuwsgierigheid en tolerantie.

Beste mevrouw Simons,

“Als zwarte vrouw ben ik me bewust van denigrerend taalgebruik. Het voorval met Martin Simek is een klassiek voorbeeld van hoe over vluchtelingen denigrerend wordt gesproken in de media en hoe aanstootgevend dat is voor hen en voor zwarte mensen.”

Dat zegt u, Sylvana Simons, in een interview met het AD. U geeft in dit interview aan dat: “Het is vermoeiend om continu bezig te zijn leugens over mij te ontkrachten.” Dat er leugens worden verspreid is volgens u geen toeval: “Daar is hard aan gewerkt door media die mijn woorden verdraaien en extreemrechtse websites die nepnieuws brengen. Het is een actieve campagne om alles van mij uit de context te halen. Nog steeds wordt alles wat ik zeg en doe negatief ontvangen en zo vertaald in de media.’’

Gaypride

Foto: Flickr

U heeft een punt als u beweert dat er veel mensen zijn die alles wat u zegt verdraaien, die verdraaiing vervolgens uitvergroten en u zo in een kwaad daglicht stellen. Zoek op sites als TPO en De Dagelijkse Standaard en het regent voorbeelden. Dat u hier veel last van heeft, kan ik me heel goed voorstellen. Alleen is hier weinig aan te doen, dat is het maatschappelijke klimaat van tegenwoordig. Een klimaat waarin snel scoren ten koste van anderen hoogtij viert.

Weinig, maar niet niets. Het enige wat we eraan kunnen doen, is ons niet te verlagen tot het met ‘gelijke wapens’ terugslaan. Door ons niet schuldig te maken aan verdraaien van de woorden en bedoelingen van anderen. Schort het daar bij u ook niet aan?

Zo ageerde u tegen uitspraken van de heren Derksen en Van der Gijp bij Voetbal Inside. Van der Gijp had het gewaagd om te zeggen dat hij liever naar darts kijkt dan naar het trouwen van twee homo’s, waarvan Gordon er eentje was. Dat is wat anders dan “walgt van homoseks” dat u ervan maakt. Derksen omschrijft de Gaypride volgens u als een ‘bloemencorso’ van ‘heren met een veer in hun reet.” Iemand die een blik werpt op de botentocht kan er vele conclusies uit trekken, ook de ‘veren’ van Derksen. Maakt een dergelijke mening over de Gaypride of het niet willen kijken naar Gordon gaat Trouwen iemand meteen homofoob?

Ik begon mijn brief niet voor niets met het citaat waarin u refereert aan het ‘voorval’ met Martin Simek. Een citaat waarin u precies dat doet wat u andere verwijt. Als u het interview met Simek nog eens terugkijkt, dan ziet u iemand die enorm begaan is met de vluchtelingen die in Italië aankomen. Je ziet iemand die moeite heeft met de oneerlijkheid, ze het liefste allemaal wil helpen en dan op hele vertederende manier zegt: “ik heb af en toe die zwartjes meegenomen.” Niets denigrerends en dat bevestigt hij ook als u  hem ernaar vraagt, waarna u aangeeft geen moeite te hebben met het gebruik van het woord zwart. Maakt u door uw uitspraak waarmee ik begon, niet ook schuldig aan ‘ uitvergroten’ en ‘in een kwaad daglicht stellen’ van in dit geval Martin Simek?

Beste mevrouw Simons, hoe staat u als ‘aanklager’ als u hetzelfde handelt als degenen die u ‘aanklaagt’?

Het ene bezette gebied is het andere niet

“Alsof Rusland de strijd om de Krim niet gewonnen heeft en de strijd met andere middelen moet worden overgedaan. Omdat de VVD de huidige grenzen van Rusland niet erkent en uitgaat van de pre-2016 grenzen, is ieder bouwwerk buiten deze grenzen illegaal. Daardoor worden ook de Marinestad Sebastopol, het historische Jalta met het Lavidiapaleis, het zomerverblijf van de vroegere tsaren aangemerkt als ‘bezet gebied’.” Logisch dat de VVD de grenzen zoals die in 2016 zijn ontstaan niet erkent, zul je zeggen. De Russen hebben de Krim immers via een daad van agressie veroverd en agressie mag niet worden beloond.

Jeruzalem

Foto: Pixabay

Op de site Opiniez maakt Uri van As zich druk over het in zijn ogen “anti-Israëlische stemgedrag” van Nederland in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Die vergadering stemde over een resolutie die de Amerikaanse erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël veroordeelt en oproept om het besluit om de Amerikaanse ambassade naar die stad te verplaatsen, ongedaan te maken. Nederland stemde “ondanks alle waarschuwingen van de Amerikaanse regering,” voor deze aangenomen resolutie. Van As: “Alsof Israël de Zesdaagse Oorlog niet gewonnen heeft en de strijd met andere middelen moet worden overgedaan. Omdat de VVD de huidige grenzen van Israël niet erkent en uitgaat van de pre-1967 grenzen, is ieder bouwwerk buiten deze grenzen illegaal. Daardoor worden ook de oude stad in Jeruzalem, de Kotel en de Tempelberg aangemerkt als ‘bezet gebied’.” Ja, dezelfde passage waarmee ik begon maar die ik heb ‘herschreven’ naar een andere situatie.

In 1940 kon je zo’n zelfde passage maken met betrekking tot de Duitse verovering van Nederland. En in 1990 met betrekking tot de Iraakse verovering van Koeweit. In beide gevallen werd die verovering ongedaan gemaakt door een ‘internationale coalitie’. In al die gevallen zou je ook kunnen zeggen dat de strijd door een partij is gewonnen en dat het zinloos is om de strijd met andere middelen over te doen. ‘The winner takes it all’, zong Abba immers.

Ik denk niet dat Van As de Russische verovering van de Krim zal goedkeuren. Ook kan ik me niet voorstellen dat hij de Duitse verovering van Nederland noch de Iraakse inpalming van Koeweit goedkeurde. Waarom dan wel een pleidooi om de Israëlische verovering van gebied dan maar te accepteren en te zien als ‘eerlijk veroverd gebied’?

Baudet, Beethoven en barbaren

“Ik lees al jaren geen kranten meer. De televisie heb ik twaalf jaar geleden de deur uitgedaan. Netflix: ik kijk dat allemaal nooit. Ik leef als een 19de-eeuwer. Als ik wat zie ben ik ’s nachts onrustig, bangig. Reclames ook: ik vind het allemaal zo indringend.” Een uitspraak van Thierry Baudet in een interview met de Volkskrant. Of we waarde aan deze uitspraak moeten hechten? Iets verder in het interview legt hij uit waarom hij Facebook en Twitter gebruikt: “Het is nodig omdat de gewone media zo slecht zijn, omdat er zo’n gekleurde berichtgeving is, omdat je niet meer door die politieke correctheid heen kan breken.” Je zou de vraag kunnen stellen hoe Baudet weet dat die media zo slechts zijn als hij ze al tien jaar niet meer raadpleegt en er alles aan doet om erin te verschijnen? Daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om zijn kijk op de samenleving.

Baricco

“Wat wij onze kinderen toch aandoen, door ze die afgrijselijke populaire popcultuur maar op te leggen. In plaats dat wij Shakespeare en Puccini onderwijzen, wordt het gestimuleerd dat ze staan te schuren op schoolfeesten met Lil’ Kleine of hoe dat ook heet.” Vroeger was het allemaal beter, zo lijkt Baudet te zeggen. “Elegantie, puurheid en maat, die de basisprincipes van onze kunst vormden, maken geleidelijk plaats voor een nieuwe, frivole en pompeuze stijl die wordt gehanteerd door de oppervlakkige talenten van onze tijd. Hersenen die door opvoeding en gewoonte, nergens anders aan kunnen denken dan aan kleren, mode, roddels, romans lezen en morele losbandigheid zijn nauwelijks in staat te genieten van ingewikkeldere, minder koortsachtige geneugten van de wetenschap en de kunst.” Aldus een negentiende eeuwse kunstcriticus die Alessandro Baricco in zijn zeer lezenswaardig boek De barbaren citeert. Baudet zou het hem zo na kunnen zeggen. De Criticus gaat verder: “Beethoven schrijft voor dié hersenen, en daarin schijnt hij tamelijk succesvol te zijn, als ik de lofuitingen moet geloven die ik overal hoor opkomen voor dit laatste werk van hem.” Beethoven als de Lil’ Kleine van begin negentiende eeuw. Voor de negentiende eeuwse criticus was het vroeger ook allemaal beter.

Als we de lijn van Baudet en de criticus volgen, dan moet er ooit heel vroeger een tijd zijn geweest, dat alles perfect was. Zij sluiten aan bij een lange traditie die de geschiedenis als achteruitgang ziet. Een traditie die teruggaat tot de Griekse schrijver Hesiodos die dit verval, voor zover bekend, als eerste onder woorden bracht met zijn gouden, zilveren, bronzen en ijzeren geslachten.

Baudet zou het boek van Baricco eens moeten lezen. Hij ziet net als Baricco ‘barbaren’ die de hem geliefde en bekende wereld bedreigen. Baricco ziet ‘barbaren’ in de boekenwereld, in de wijnindustrie en het voetbal waarover ik al eerder schreef. In het laatste hoofdstuk blikt Baricco vanuit 2026 terug op de tijd dat hij het boek schreef en spreekt waarderend over die ‘barbaren: “Van die barbaren ontvangen we een lay-out van de wereld die is aangepast aan de ogen die we hebben, een mentaal ontwerp dat geschikt is voor onze hersenen, en een hoopvol plot dat is opgewassen tegen ons hart, bij wijze van spreken.” Geen achteruitgang, ook geen vooruitgang trouwens, maar aanpassen aan nieuwe opstandigheden.

Jozef en de moslims

In Zwolle staat de grootste levende kerststal van Nederland. In de stal staan mensen die het verhaal rond de geboorte van Jezus moeten uitbeelden. Jozef, Maria, de drie wijzen, de herdertjes die bij nachte lagen, allemaal mensen van vlees en bloed. Of de os, ezel en schapen ook van vlees en bloed zijn, weet ik niet. Als u dat wilt weten, moet u maar zelf gaan kijken. Nu is er iets met deze levende kerststal. De organisator geeft aan dat moslims niet welkom zijn om een van de rollen te spelen.

Gladiator

Illustratie: Flickr

Moslims zijn wel welkom: “als vrijwilliger voor bijvoorbeeld het opbouwen van het evenement en ook het inschenken van koffie en thee in de kerk is geen enkel probleem.” Zo is te lezen in de Stentor. Volgens Cees Scholten, de mede-organisator van het evenement, is het: “voor een moslim, denk ik, lastig om ons beeld van kerst naar voren te brengen. Wie geen christen is, kan bijvoorbeeld moeilijk de rol van bijvoorbeeld Jozef (uitbeelden). Je moet de bezoekers het kerstverhaal kunnen uitleggen.”

Nu gebeurt het in de wereld van film en theater wel vaker dat iemand een rol moet spelen. Het is immers het werk van een acteur om een rol, en niet zichzelf, te spelen. Tom Cruise als aanhanger van de Scientology kerk die de klassieke Duitser Claus Schenk von Stauffenberg speelt in de film Valkyrie. Ben Kingsley die een prachtige vertolking neerzet van de Indiër Mahatma Gandhi. De Nieuw-Zeelandse acteur Russell Crowe die de Romein van Hispaniaanse afkomst Maximus Decimus Meridius speelt in de film Gladiator. Abbie Chalgoum die Jesus speelde bij de Passiespelen in Tegelen. Allemaal zeer geloofwaardige vertolkingen door mensen uit een heel andere tijd en cultuur. Als kijker leef je met hen mee. Je voelt de pijn van Maximus als hij zijn vrouw en kind zwart geblakerd en opgehangen aantreft. Waarom zou een islamiet dan niet de rol van Jozef kunnen spelen? Waarom moet dat een christen zijn?

Even wat anders. De grondlegger van die religie wordt immers pas in die stal geboren. De religie die zich zijn naam toe-eigende ontstond pas veel later. Iedereen in die stal hing daarom een andere religie aan dan het christendom. Als we de redenering van Scholten volgen, kunnen christenen dan wel een rol spelen in een kerststal?

 

PS. voor alle liefhebbers van de film Gladiator en vooral de muziek klik hier voor het mooiste muziekfragment Elysium

De mug en de ‘collateral damage’

Ruim een maand geleden plakte iemand posters op de pilaren van een brug in Maastricht. Posters met daarop de tekst: “It’s okay to be white.” Dat was volledig aan mij voorbij gegaan totdat ik in de Volkskrant een bespreking las over drie boeken over alt-right. De posters hebben er niet lang gehangen en in die korte tijd had iemand white doorgestreept en vervangen door “anything but racist.” Volgens de recensent van deze boeken, Hassan Bahara: “klonk bij de Nederlandse afdeling van de site 4chan een stevige bulderlach. Missie geslaagd. Want dit was de bedoeling: linkse ‘gutmenschen’ tegen de schenen schoppen en verwarren met een tekst die het blank zijn viert.” 4Chan schijnt een van de alt-right groepen te zijn die de wereld rijk is.

Kanonnen

Foto: Wikimedia Commons

Wat de motieven van de poster-plakker ook mogen zijn, er is niets mis met de tekst “It’s okay to be white.” Niets in deze tekst ‘viert’ het blank zijn. net zoals er niets mis is met de tekst:“ It’s okay to be anything but racist.” En er ook niets mis is met teksten die beweren dat er niets mis is met welke huidskleur dan ook. Als het immers niet ‘okay’ is om ‘white’ te zijn, dan zou er sprake zijn van racisme. Aan de teksten mankeert niets en toch mankeert er wel iets.

Degenen die de boodschap zenden, vinden wellicht dat blanken ‘superieur’ zijn, uit de tekst kun je dat niet opmaken. Waarom besluit iemand deze, op zich niets zeggende, posters te plakken? Wat verleidt iemand andersom de tekst aan te passen? Wat verleidt Bahara om te concluderen dat dit meer is dan: “een flauwe puberstreek van internettrollen. Maar dat is een onderschatting van het ernstige karakter van alt-right (is). Want dit is wat alt-right in een notendop werkelijk inhoudt: bloedserieus racisme dat ironie en humor als glijmiddel gebruikt om pseudowetenschappelijke ideeën over blanke superioriteit het publieke debat binnen te loodsen.” Door tegen de tekst te ageren, zelfs door hem aan te passen zoals in Maastricht gebeurde, roep je de verdenking op je dat je het niet ‘okay’ vindt om ‘white’ te zijn.

Alt-right moet serieus worden genomen en we moeten oppassen voor pseudowetenschappelijke ideeën over blanke superioriteit. Net trouwens als voor het spiegelbeeld ervan, de fabeltjeskrant-wetenschap van ‘witte onschuld’. Die ideeën moeten worden bestreden, maar dan wel op het juiste ‘slagveld’ en met gepaste ‘wapens’. Zou het helpen als er met een kanon, ’bloedserieus racisme dat humor als glijmiddel gebruikt’, wordt geschoten op een mug, deze onschuldige teksten? Schieten met een kanon vanwege de ‘bedoelingen’ van de afzender? Zou de ‘collateral damage’ van het schot niet veel groter zijn dan een dode mug?

Eskimo’s en rechten

“Je ziet dat er in Nederland behoorlijke hoeveelheden migranten binnenkomen. Iets aan mijn gevoel van rechtvaardigheid zegt: dat klopt niet. Het is bij de ­es­kimo’s ondenkbaar dat daar een bevolkingsgroep binnenkomt die gaat claimen dat zij dezelfde rechten hebben als de mensen die er al duizenden jaren wonen.”  Een ‘bijzondere’ uitspraak van ene Albert in een artikel bij Elsevier over ‘alternatief rechts’ in Nederland, over Erkenbrand een clubje waarvan de leden er om het neutraal uit te drukken ‘bijzondere ideeën op na houden. Laten we deze ‘bijzondere’ uitspraak eens onder de loep nemen.

Inuit

Foto: Wikimedia Commons

De meeste eskimo’s wonen op een plek waar niet veel mensen willen wonen. De klimatologische omstandigheden zijn, laten we het mild uitdrukken, niet de meest prettige die je op deze aarde kunt aantreffen. Dit terzijde. Als Albert zich ietsjes meer had verdiept in de geschiedenis van de Eskimo’s of liever Inuit zoals ze zich in Canada en Groenland noemen, dan had hij ontdekt dat het net even iets anders ligt. Dan had hij ‘ontdekt’ dat de Inuit inderdaad al duizenden jaren in de Poolstreken wonen. Net zoals het Amerikaanse continent werd bevolkt door Sioux, Dakota, de Irokezen, de Mohiingan en vele andere volkeren.

Als hij een beetje meer van de historie zou weten, dan zou hij ontdekken dat deze volkeren nu een marginale positie innemen in de landen waar ze wonen. Dan zou hij weten dat de laatste der Mohiingan in de film werd gespeeld door de Engels-Ierse acteur Daniel Day-Lewis. De laatste omdat dit volk is uitgestorven, of moeten we zeggen uitgemoord door de komst van West-Europeanen naar het continent wat nu Amerika heet.

Dan zou hij weten dat de overblijvers van deze volkeren, net als Inuit blij moeten zijn dat ze nog ‘rechten’ hebben. Wellicht zou hij dan hebben gehoord van de Indian Removal Act uit 1830. Een wet uit de koker van president Andrew Jackson. Een wet die de Cherokee van hun traditionele land verdreef en hen verplichtte om te verhuizen naar wat nu Oklahoma heet. Dan zou hij hebben gelezen dat deze ‘verhuizing’ de Trail of Tears wordt genoemd. Het ‘tranenspoor’ dat leidde tot de dood van 4.000 van de 15.000 Cherokee. Dan zou hij hebben gehoord van Wounded Knee, al was het maar via het lied van Redbone.

Dan zou hij weten dat de Inuit en de overblijvers van die andere oude volkeren alleen maar hebben moeten slikken. Dat ze nog steeds moeten ‘slikken’. De huidige president Trump heeft pas besloten om ze nog wat verder te beperken in hun rechten. Dit omdat de ‘belangen’ van de olie-industrie zwaarder wegen. Dat degenen die niet slikten, ‘stikten’ of beter gezegd werden verdreven of vermoord zoals de Cherokee’s. Dan zou hij weten dat hun rechten met voeten zijn getreden door een ‘behoorlijke hoeveelheid migranten’ die binnenkwamen. Sterker nog, die hen vaak niet eens als mens zagen.

Beste mevrouw Wekker

In haar column in de Volkskrant vergelijkt Elma Drayer de recente ontwikkelingen binnen de antiracisme beweging met godsdienstfanatici: “Wij hebben het licht gezien, de rest van de mensheid wandelt in duisternis. Wij hebben de waarheid in pacht.” Een godsdienstige sekte met een eigen heilige: “De Amsterdamse emeritus-hoogleraar Gloria Wekker, bijvoorbeeld. Haar naam wordt eerbiedig gepreveld, haar geschriften hebben langzamerhand de status van openbaringen waaraan niemand mag twijfelen.” Als u, Gloria Wekker de heilige bent dan is uw boek Witte Onschuld de bijbel of koran van die beweging.

Wekker

Gelovigen twijfelen niet aan de teksten in hun heilige boeken, ze willen ze liefst zo precies mogelijk naleven. Op dit punt is het denken van u vergelijkbaar met de heilige boeken. U laat geen ruimte voor andere verklaringen dan de uwe. Voor degenen die: “zich verre houdt van het ongeremde, onbehouwen racisme, en zich tegelijk niet actief wil teweerstellen tegen witte onschuld omdat dat onaangenaam en pijnlijk is en mogelijk vérstrekkende gevolgen zal hebben voor de eigen ‘onverdiende voordelen’, resteert een slecht geweten, dat vaak weggestopt moet worden, en dan geprojecteerd wordt op degenen die deze zaken aan de orde stellen. Ook resteert ongemak.” Zo schrijft u op bladzijde 264. Die verklaring van u is dat ’Witte onschuld’, witte onwetendheid die tot superioriteit leidt en zo tot ‘onverdiende voordelen’ ook wel ‘witte privileges’. Witte onschuld die haar oorsprong vindt in een cultureel archief dat het gevolg is van vierhonderd jaar kolonialisme, is de enige juiste verklaring voor onze huidige samenleving die, volgens u, diep racistisch is. Voor u ben ik daarmee een racist of een lafaard. Zou er niet ook een andere verklaring mogelijk zijn?

Beste mevrouw Wekker, ik zie ongelijkheid in behandeling in Nederland en wil samenwerken met iedereen die deze ongelijkheid mee wil wegnemen. En ja, ik stel me te weer tegen racistische schreeuwlelijken. Ik weiger echter ‘te geloven’ in uw theorie van ‘witte onschuld’ en het ‘culturele archief’ en kan me er dus ook niet ‘actief tegen teweerstellen’.

Ik ben het met u eens dat er meer aandacht moet zijn voor de geschiedenis en vooral voor verschillende perspectieven op die geschiedenis. In uw boek geeft u wat flarden van een perspectief waarin de transatlantische slavenhandel en de slavernij van Afrikanen centraal staat en verklaart dat tot de ‘waarheid’. In uw betoog gebruikt u uw kijk op het het heden, een volgens u diep racistische samenleving, om het verleden te verklaren. Die zeevaarders van vroeger moesten dus ook wel gewoon racisten zijn. En als zij racisten waren, dan was de hele toenmalige samenleving racistisch. Dit terwijl meer dan negentig procent van de mensen gewoon bezig waren om te leven en te overleven in hun kleine wereld die vaak niet groter was dan een straal van twintig kilometer om hun huis. Dat stukje wereld vormde hun perspectief en hun ‘culturele archief’. Zou het kunnen dat een andere verklaring dan uw ‘witte onschuld’ mogelijk is. Dat het ‘culturele archief’ veel gevarieerder is gevuld?

Rationeel in irrationele tijden?

“Ten overstaan van verbijsterde politici heeft de Britse minister voor Brexit David Davis verklaard dat de regering geen flauw idee heeft van de economische gevolgen van de uittreding uit de EU. De voorzitter van de commissie die zich over de Brexit buigt wilde van de minister weten of er onderzoek is gedaan naar de gevolgen. Nee, antwoordde David Davis, Geen enkel.” Dit las ik bij Joop en ik hoorde het eerder al op de radio. Verbazing alom hierover. Is die verbazing wel terecht?

Brexit.jpg

Illustratie: Brexit Panic | frankieleon | Flickr

Welke onderzoeker geloof je? In de aanloop naar het Brexitreferendum verscheen het ene na het andere onderzoek en rapport naar de economische gevolgen van een Brexit. Onderzoeken die economische ‘hel en verdoemenis’ voorspelden of een terugkeer van het ‘stenentijdperk werden afgewisseld met rapporten die voorspelden dat het tot de ‘hemel op aarde’ of een ‘brave new world’ zou leiden. Zo ongeveer te vergelijken met het onderzoek dat de PVV liet doen naar een Nexit, volgens dat onderzoek zou ieder huishouden er tienduizend euro op vooruitgaan bij een Nexit. Hoe de Brexit werkelijk uit zal vallen, weet nu nog niemand.

Een slagje verder. Onderzoek je niet iets als je wilt weten welke effecten dat iets zal hebben. Als je wilt weten of die handeling verstandig is, of je die handeling wel moet verrichten. Als ik wil overstappen van energieleverancier of bank, dan onderzoek ik welke voor- en nadelen de verschillende opties met zich meebrengen. Op basis van dat onderzoek neem ik dan een besluit waarbij ik weeg of bijvoorbeeld het milieu zwaarder weegt dan een klein financieel voordeel. Waarom zou je een onderzoek doen naar de gevolgen van een besluit als het besluit toch al is genomen? Er is immers al tot een Brexit besloten. Welke zin heeft onderzoek dan nog?

‘Om je voor te bereiden op de gevolgen,’ zou het antwoord kunnen zijn. Maar ja, welke gevolgen? Die van de zwartkijkers of de jubelaars? Zou het immers niet vreemd zijn als er nu wel een voor zowel voor- als tegenstanders geloofwaardige onderzoeker te vinden is?

Hoe verbaasd de reacties ook zijn, zou je, op grond van de genomen besluiten en omstandigheden, het handelen van minister Davis niet als rationeel kunnen noemen? Hij accepteert immers het voldongen feit en verspilt geen tijd en geld aan onderzoeken naar gevolgen van een genomen besluit dat niet terug wordt gedraaid. Hoe irrationeel het genomen besluit wellicht ook is.

…langs elkaar heen lopen

“Kortom, hoe groter de gemeente, hoe slechter de herkenbaarheid van de gemeenteraad en hoe zwaarder haar taak om democratische controle uit te oefenen.”

Dit schrijft Geerten Waling over gemeentelijke herindelingen bij Elsevier. Waling ziet twee bezwaren tegen herindeling.

Landgraaf

Illustratie: Wikimedia Commons

Zijn eerste bezwaar verwoordt hij als volgt: “De gemeenteraden worden weliswaar groter, maar staan ook verder op afstand van de burger. De herkenbaarheid die zo belangrijk is voor de lokale politiek valt daarmee deels weg.” Een bekend argument: de afstand tussen politiek en burger. Nu heb ik me eerder al eens afgevraagd of de afstand tussen kiezer en gekozene niet inherent is aan onze democratie. Afgevraagd of het vertegenwoordigen van het volk niet iets anders is dan het ‘verkondigen van de mening’ van het volk. Dat het vertegenwoordigen van het volk betekent handelen namens het gehele volk en dat daarvoor afstand tot de burger van belang is.

“Ook zijn de dossiers in grote gemeenten ingewikkelder en neemt de omvang van het ambtelijk apparaat toe.” Aldus het tweede bezwaar van Waling. Een wat vreemd bezwaar omdat gemeenten in de basis allemaal dezelfde opdracht hebben. Als het rijk taken, zoals de zorg voor de jeugd of de ondersteuning van hulpbehoevenden aan de gemeente toebedeelt, dan bedeelt zij dit aan alle gemeenten toe. Laat nu het rijk steeds meer zaken bij de gemeente neerleggen omdat de gemeente de ‘meest nabije overheid’ is. Betekent dit niet dat dossiers in kleine gemeenten net zo complex zijn als in grote gemeenten? Een kleine gemeente moet, net als een grote voorbereid zijn op rampen, moet er rekening mee houden dat een jeugdige zeer dure zorg nodig heeft en die dus beschikbaar hebben voor als dit zich voordoet. Het enige verschil, is het verschil in aantal, in grotere gemeenten betreft het meer gevallen, en dus geld.

Dat verschil in aantal en geld maakt ook dat een grotere gemeente meer specialisme in huis heeft. Iets wat de kwaliteit van het bestuur ten goede komt. Dat verschil maakt dat kleinere gemeenten samen moeten werken. Als mijn ervaring bij de gemeentelijke overheid me iets heeft geleerd, dan is het dat samenwerking zeer veel energie, tijd en geld kost. Iedere gemeente wil haar eigenheid of zoals ze dat dan noemen ‘couleur locale’ behouden. Dit houdt meestal in dat iedere gemeente overal over mee wil denken, praten en besluiten. Dit is te begrijpen want iedere gemeente is ook verantwoordelijk. Tot efficiënte samenwerking leidt het zelden. Het leidt meestal tot ‘zo dicht mogelijk langs elkaar heen lopen’. Zo proberen ze de opgave aan te passen aan de gemeente, de bestuurseenheid.

Waling pleit voor beter luisteren naar de bevolking, die meestal geen herindeling wil. Hij haalt het voorbeeld van Landgraaf aan, daar: “is inmiddels per referendum tegen de fusie gestemd.” Nu is Landgraaf zelf een fusiegemeente, zouden we hier niet uit kunnen concluderen dat mensen na verloop van tijd wennen aan het nieuwe en zich eraan hechten? Als dat zo is, zouden we in dit land dan in een keer de bestuurseenheid aanpassen aan de opgave?