Basisinkomen

In de Volkskrant een interview met filmmaker Mari Sanders. Sanders zit al sinds zijn geboorte in een rolstoel en heeft een Wajonguitkering. Met die uitkering hoeft Sanders zich geen zorgen te maken over zijn inkomen. Zijn vrienden vinden dat hij: “dat geld van de overheid  (gebruikt) om z’n hobby te subsidiëren.” Ze vinden dat hij moet kiezen, of zelfstandig filmmaker of een Wajonguitkering.

mari-sanders

Foto: www.startfoundation.nl

De Wajonguitkering bedraagt 75% van het minimumloon, geen vetpot, en is bedoeld om van te leven. Horen bij dat leven niet ook hobby’s of mogen uitkeringsgerechtigden geen hobby’s hebben?  Zou hij ook moeten kiezen tussen postzegels verzamelen en een Wajonguitkering? Want ook postzegels verzamelen kan naast een hobby ook een beroep zijn, alleen heet je dan handelaar. Natuurlijk, als die films flink geld opleveren, dan is het niet meer dan terecht dat een deel ervan wordt gekort op zijn uitkering.

Ook uitkeringsinstantie UWV heeft Sanders ontdekt en uitgenodigd voor een gesprek over zijn mogelijkheden om aan het werk te gaan. Dit geheel conform de Participatiewet. Maar ja, het UWV kan hem niet helpen aan een baan als filmmaker, wel bijvoorbeeld aan het: “mooi inpakken van bonbons,” aldus Sanders. Vreemd dat Sanders wordt gevraagd om te participeren, te werken als tegenprestatie voor zijn Wajonguitkering. Vreemd want participeert hij dan niet al door het maken van films? Ja, het is ook wat hij graag doet, is dat een probleem? Mag je hobby niet je werk zijn? Hij vult zijn uitkering aan met filmverdiensten. Hij zit niet lui achter geraniums omdat zijn financiële kostje toch al is gekocht. Dit terwijl de ‘morele druk’ van zijn vrienden en de regelgeving hem daar wel toe dwingen.

Wat als we het geval Mari Sanders eens van een andere kant bekijken en de uitkering van Sanders een basisinkomen noemen. Een basisinkomen waarvan tegenstanders zeggen dat het mensen lui maakt. Dan zien we een gemotiveerde man die zijn passie najaagt met enig succes, hij vult zijn basisinkomen aan. We zien iemand die plezier heeft in zijn leven en zijn werk/hobby.

Zou het het op deze positieve manier, naar Sanders en met hem naar alle mensen kijken, niet veel meer resultaat opleveren? Een manier waarbij vertrouwen in de mens het uitganspunt is? Toch maar beginnen met een basisinkomen?

Karikaturale discussie

Als je je eigen standpunt kracht wil bijzetten en het ontbreekt je aan argumenten, dan kun je nog altijd een karikatuur maken van je tegenstrevers. De Amerikaanse verkiezingscampagnes staan er bol van. Ook student health economics, policy & law aan de Erasmus Universiteit Sebastiaan van Meggelen kan er wat van.

efficientieindezorg

Illustratie: medischeethiek.blogse.nl

In de Volkskrant zet hij zijn bezwaren tegen het afschaffen van de eigen bijdrage in de zorg uiteen. Zijn eerste en enige argument: “Zonder eigen risico wordt de zorg feitelijk gratis. Wanneer dit het beleid wordt, zullen wij in 2040 als land en als individu de helft (!) van ons inkomen uitgeven aan zorg, waar dat nu ongeveer 15 procent is.” Ik schreef er eergisteren ook over. 

Beste Sebastiaan, ook met eigen bijdrage zal in 2040 veel meer dan die vijftien procent aan zorg worden uitgegeven. Het aantal hulpbehoevenden zal stijgen en daarmee de kosten ervan. Dat meerdere zal iemand moeten betalen, of er moeten mensen afzien van zorg omdat ze de eigen bijdrage niet kunnen betalen. Je kunt je afvragen of zorg mijden verstandig is. De vraag is of we het grootste deel door de zorgbehoevenden laten betalen via een eigen bijdrage, wat erg cru is als je chronisch ziek bent, of dat ‘gezonden’ solidair zijn. Of er moeten echt goedkope, innovatieve manieren van zorg worden ontwikkeld. En een tweede of, en dat is ook een mogelijkheid, als er op een andere manier naar gezondheidszorg in de laatste levensfase wordt gekeken.

En Sebastiaan, ook zonder eigen bijdrage wordt de zorg niet gratis, zelfs niet feitelijk. Het enige wat er verandert is de financiering ervan. Daar valt het kleine beetje eigen bijdrage weg en wordt het deel dat uit premies en belastingen wordt betaald wat groter. En wie betalen die premies en belastingen?

Sebastiaan, daarna vlieg je uit de bocht en verwijt je je tegenstrevers iets wat ook voor je eigen standpunt geldt. Volgens jou betekent afschaffing van de eigen bijdrage: “… terug naar de jaren tachtig en negentig. Weet u nog, de tijd van het ziekenfonds en particuliere verzekeringen, waarin de rijken meer en betere zorg kregen dan Jan Modaal.”  Onstaat juist door die eigen bijdrage niet een tweedeling tussen degenen die het kunnen betalen en zorg blijven krijgen en degenen die het niet kunnen betalen en dus geen zorg krijgen? Net zoals uitgeklede verplichte basispakketten en aanvullende pakketten waarvoor vrij kan worden gekozen, tot een tweedeling leiden?

Sebastiaan, echt karikaturaal wordt het als je je tegenstrevers verwijt dat ze terug willen naar: “De tijd dat u, wanneer het budget van een ziekenhuis op was, tot het volgende jaar moest wachten voor uw behandeling, wat leidde tot wachtlijsten van hier tot Tokio.” Ook in het huidige systeem zijn er wachtlijsten. Wachtlijsten zijn geen gevolg van een eigen bijdrage, maar van organisatiekeuzes. Organisatiekeuzes kun je via financiële prikkels sturen. Alleen wat is het verband tussen een eigen bijdrage en deze organisatiekeuzes. Zou je niet ook zonder eigen bijdrage en marktwerking bedrijfsmatig, efficient en doelmatig kunnen werken en met marktwerking en eigen bijdrage verspillend zoals de Amerikaanse econoom Robert J. Gordon aantoont?  Ik hoop dat de Erasmus Universiteit je beter leert beargumenteren en nadenken dan op deze karikaturale manier.

Zorgen over betaalbare zorg

Met de Tweede Kamerverkiezingen in aantocht komen de politieke partijen met hun plannen voor de toekomst. Een onderwerp dat veel voorkomt is de zorg en dan vooral het eigen risico. Diverse partijen (PVV, 50-plus, SP en GroenLinks) pleiten voor afschaffing van het eigen risico. Kees Kraaijeveld bepleit in Vrij Nederland juist voor het behoud van het eigen risico. Kraaijeveld: “Als Nederlanders zich zorgen maken over de betaalbaarheid van de zorg, is het schrappen van het eigen risico dan een goed idee? Natuurlijk niet. Het eigen risico is in 2008 juist ingevoerd om de zorg betaalbaar te houden.” Bovendien maakt het eigen risico mensen bewust van de kosten: “Het eigen risico is een manier om mensen die zorg consumeren te laten voelen dat zorg geld kost. Dat helpt. Zelfs een eenvoudig en relatief laag eigen risico als het onze voorkomt al ruim een half miljard euro per jaar aan zorguitgaven. ‘Remgeld’ noemen economen dat.” 

eigen-bijdrage

Illustratie: www.bbtk.org

Op enkele punten kunnen vragen worden gesteld bij het betoog van Kraaijeveld. Als eerste een aantal vragen bij de economische redenering. Economische redeneringen zijn valide als mensen een keus hebben: koop ik brood bij de bakker of de supermarkt? Hoeveel keus heb ik als ik een been breek? Heb ik dan de keus om niet naar de dokter te gaan? Is gezondheid niet té belangrijk om zo’n economische redenering op los te laten?

De ‘economische redenering’ is gebaseerd op de aanname dat mensen voor iedere scheet naar de dokter gaan en er zo veel kostbare tijd en geld wordt besteed aan mensen die eigenlijk niets mankeren, behalve dan misschien aandachtstekort. Klopt die aanname wel? En zouden er voor dat aandachtsprobleem geen andere oplossingen zijn?

Weegt het ‘remgeld’ en dus het niet of later naar een dokter gaan op tegen de mogelijke vervolgschade ervan? ‘Remgeld’ zou effectief zijn als het bij de toegangspoort wordt geheven, dus bij de huisarts, dat zou ook de ‘aandachtszoeker’ kunnen remmen. Een bezoek aan de huisarts is echter vrij van eigen bijdrage. Een eigen bijdrage is pas aan de orde als de huisarts doorverwijst naar een specialist of iets voorschrijft. Dus als er iets is geconstateerd en als ik die specialist niet bezoek of het medicijn niet haal, omdat ik de eigen bijdrage niet kan betalen. Vervolgschade omdat ik de penicillinekuur tegen de tekenbeet niet afhaal vanwege de eigenbijdrage en ik vervolgens ten prooi val aan lyme? Weegt die schade op tegen de extra inkomsten van de eigen bijdrage?

Als laatste vragen over de zorgen om de betaalbaarheid. In de zorg zijn er twee soorten betaalbaarheid. Kraaijeveld maakt zich zorgen om de macro-betaalbaarheid: kunnen we als land, de totale kosten van de zorg nog wel blijven betalen, de vijfduizend euro per hoofd van de bevolking waar Kraaijeveld het over heeft en waarvan het eigen risico maar een klein deel is, de rest is premie- en vooral belastinggeld. Zouden bij deze betaalbaarheid draagkracht en rechtvaardigheid centraal moeten staan?

De andere betaalbaarheid is de micro-betaalbaarheid. Kan ik als burger de vezekeringspremie en vooral de eigen bijdrage betalen? Als ik chronisch ziek ben en van een klein inkomen moet rondkomen, dan is driehondervijfentachtig euro, ruim dertig euro per maand, veel geld. Zeker omdat ik al van tevoren weet dat ik ze moet betalen en er dus van ‘remmen’ geen sprake is. Om welke betaalbaarheid zouden mensen zich het meeste zorgen maken?

Don’t mention the War

Dit is niet het moment voor vergezichten, noch voor debatten over de structuur van de Unie – daar lopen de meningen te ver voor uiteen.”  Zo valt te lezen in de papieren Volkskrant van zaterdag 17 september. Waarvoor is het dan wel de tijd? Het is tijd voor concrete oplossingen, voor daadkracht en eenheid. Dit is, volgens de Volkskrant de uitkomst van de EU-top in Bratislava. Alleen door concrete problemen op te lossen kan de EU het vertrouwen van de burgers terugwinnen.

De landen van de EU zijn het niet eens over de toekomst van de Unie. Over wat ze samen met elkaar willen en of ze wel iets met elkaar willen. Meer of minder Unie? Verdeeldheid alom. De oplossing voor die verdeeldheid? “Don’t mention the War,” om Basile Fawlty te citeren. Het er vooral niet over hebben. Wat wel? Concrete problemen oplossen zoals het vluchtelingenvraagstuk. Of de grensbewaking. Impulsen voor de economie en dan vooral digitaal. Meer samenwerking op het gebied van defensie.

Als je niet weet wat je samen wilt, hoe bepaal je dan wat een passende oplossing is voor een van die concrete problemen? Neem de economie. Stel, er wordt veel gezamenlijk geld gepompt in de Roemeense en Bulgaarse economie en vervolgens stappen beide landen vrolijk uit de Unie. Dan zou ik me wel bestolen voelen. Of die grensbewaking, is het daarvoor niet van belang om te weten waar de grens van de Unie ligt? Wie erbij hoort en wie niet?

Toen ik dit las, moest ik aan Alice denken. Alice die door Wonderland dwaalt en de Chesire kat tegenkomt en dan vraagt Alice: “Would you tell me, please, which way I ought to go from here?” Waarop de kat antwoordt: “That depends a good deal on where you want to get to.” Waarop Alice vervolgt met: “ I don’t much care where.” De kat antwoordt: “Then it doesn’t matter which way you go.” Alice weer: “So long as I get SOMEWHERE.” En dan sluit de kat af met de legendarische woorden: “Oh, you’re sure to do that, said the Cat, if you only walk long enough.” 

Of hopen de EU-landen dat het met die concrete maatregelen gewonnen vertrouwen ineens voor eenheid en en gezamenlijk doel zorgt?

Gelijkheid en geweld

Een tijd geleden las ik het boek De kunst van het vreedzaam vechten van Hans Achterhuis en Nico Koning. Een boek waarin de schrijvers  oorzaken van geweld en de manier waarop de mens geweld door de eeuwen heen heeft beteugeld, onderzoeken. Zij zien gelijkheid als een van de belangrijkste oorzaken van geweld.

Als de beteugeling van geweld van boven komt, dan is er, volgens hen, sprake van een verticale beschavingsorde. Dit was eeuwen lang de manier om het onderling geweld in een clan, stam, dorp, stad of rijk te beteugelen. Beteugelen door ongelijkheid aan te brengen. Het gezag kwam van boven en werd uiteindelijk gesanctioneerd door een god of de goden. In sommige culturen werd aan de hoogste leider zelfs een goddelijke status toegekend. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Egyptische farao’s maar ook de Chinese en Japanse keizers. Dit zorgde voor stabiliteit en meestentijds voor interne vrede, meestentijds maar niet altijd. Rebellie tegen een heerser betekende dan vaak ook rebellie tegen de heersende godsdienst en dat zorgde voor een flinke drempel. Maar te brute uitoefening van gezag, het ontstaan van een concurrerende religie, ideologie of identiteit of langdurige onvrede over de manier waarop de macht wordt uitgeoefend, waren en zijn de drie hoofdoorzaken waarom mensen in opstand komen.

vreedzaam-vechten

Wat zien we als we naar onze huidige westerse samenleving kijken? Dan zien we dat gelijkheid samen met vrijheid de basis vormt van die samenleving. Onze samenleving kent, in de woorden van Achterhuis en Koning een horizontale beschavingsorde. De orde wordt niet van bovenaf afgedwongen en gesanctioneerd, dat kan immers niet tussen gelijken. De eerste artikelen van onze grondwet handelen over gelijkheid en vrijheid. Als gelijkheid een van de belangrijkste oorzaken van geweld is, zoals de auteurs beweren, hoe komt het dan dat onze samenleving die is gebaseerd op gelijkheid, toch relatief vreedzaam is? Volgens de auteurs is dit een gevolg van een proces van modernisering. Een proces dat ervoor heeft gezorgd dat in de westerse wereld de verticale ordening is vervangen door horizontale vormen van beschavingsordening. We hebben manieren gevonden om zonder de hiërarchie toch geweld te beteugelen. Hierbij moeten we denken aan beschavingsordening via: “… de rechtsorde, de marktorde, de wetenschap, de sport, de overlegcultuur en de democratische procedures.” Dit zijn manieren om de gevaren van gelijkheid te beteugelen en beheersen.

Laten we eens wat verder kijken? Lijkt er dan niet een vorm van verticale ordening te groeien in onze samenleving die horizontaal van aard is? Kijken we naar de marktorde dan zien we dat hier onder invloed van het neoliberalisme een verticale ordening te ontstaan tussen rijk en arm. De groeiende tweedeling tussen tussen de 1% en de overige 99%, zoals Joseph Stiglitz het noemt in zij  boek The Price of Inequality noemt, lijkt die richting op te wijzen. En voor wat betreft de Verenigde Staten toont Stiglitz aan dat die 1% ook de rechtsorde, de (economische en sociale) wetenschap, en de democratische procedures naar hun hand aan het zetten zijn. Barber noemt het in Consumed. How Markets Corrupt Children, Infantilize Adults & Swallow Citizens Whole het ‘consumer capitalism’ en komt tot eenzelfde conclusie.

Kijken we naar de politieke discussie dan is er steeds sprake van ‘elite’ en ‘volk’ die tegenover elkaar staan. Al is niet duidelijk wie  wanneer tot ‘volk’ of ‘elite’ behoort. Het denken in ‘elite’ en ‘volk’ is dat niet denken in verticale structuren? En als we kijken naar verschillende migranten, in hoeverre kennen de landen waaruit de migranten zijn geëmigreerd een verticale ordening? Zou dat een reden kunnen zijn voor wrijving tussen migrant en ‘land van aankomst’?

Een westerse wereld met een horizontale ordening en nu lijkt er onder de grote druk van de markt een nieuwe verticale ordening te ontstaan. Wat zou dat voor de westerse samenleving betekenen?  Achterhuis en Koning laten zien dat dit knellen in het verleden vaak gepaard gingen met veel geweld tenzij andere factoren een dempend effect hadden. Zou de manier waarop solidariteit of, zoals ik eerder schreef, empathie en compassie wordt vormgegeven niet een belangrijke ‘geweldsdempende’ factor kunnen zijn?

Geen woorden maar daden

Minister van Financiën Dijsselbloem roept in de Volkskrant bedrijven en hun commissarissen op om iets aan de almaar stijgende salarissen en bonussen van de topbestuurders te doen. Dijsselbloem: “Koppel de stijging van topsalarissen aan de stijging van de lonen in de cao. Volg voor de variabele beloning voor topbestuurders het maximum van 20 procent dat inmiddels geldt in de financiële sector en bij staatsdeelnemingen.”  Volgens Dijsselbloem moet er iets gebeuren: “Het maatschappelijk debat hierover zal niet snel verstommen. Integendeel, het raakt aan de onvrede over de kloof tussen ‘de elite’ en de gewone burgers. Als we één samenleving willen blijven vormen, zullen de bestuurders en commissarissen zich rekenschap moeten geven van die onvrede.”

bonusIllustratie: www.joop.nl

Het zou inderdaad goed zijn als bestuurders en commissarissen van bedrijven zich wat gelegen zouden laten liggen aan de onvrede die ontstaat over de beloning en bonussen van hun bestuurders. Maar… .

Is het niet de taak van de overheid om te zorgen voor rust en orde in de samenleving? En dus ook om in te grijpen als die rust en orde worden bedreigd? Om hiertegen preventieve maatregelen te nemen? In de strijd tegen het terrorisme neemt de overheid die rol zeer serieus en vragen ministers en overheidsdiensten steeds meer bevoegdheden die de privacy van mensen schenden.

Ligt de taak om die maatschappelijke onrust door te hoge bonussen en beloningen te voorkomen niet ook bij de overheid en dus op het bordje van minister Dijsselbloem en vooral van zijn staatssecretaris Wiebes? Door de inzet van het belastinginstrument heeft de overheid uitstekende papieren om die onrust te voorkomen. Een extra belasting schijf van bijvoorbeeld tachtig of negentig procent voor inkomens (inclusief bonussen) boven bijvoorbeeld de bekende ‘Balkenendenorm’ zou wonderen verrichten. De kloof in inkomen zou hierdoor flink worden verkleind en daarmee ook het risico op onvrede. Bovendien zou het een welkome aanvulling betekenen op de belastinginkomsten.

Absurd? Dergelijke tarieven waren tot in de jaren zeventig heel gebruikelijk. Nederland kende een toptarief van tweeënzeventig procent, de Verenigde Staten een van eenennegentig procent  het Verenigd Koninkrijk spande de kroon met vijfennegentig procent.

Beste minister Dijsselbloem, als u zich werkelijk zorgen maakt, handel en hef belasting: geen woorden maar daden!

 

Sympathy is what we need my friend

Minister Schippers van Volksgezondheid hield dit jaar de H.J. Schoo-lezing georganiseerd door Elsevier. De minister sprak niet over haar beleidsterrein, maar hield een pleidooi voor het beschermen van onze kernwaarden. Dit omdat ze zich zorgen maakt om haar dochter: “Die zorgen gaan over de vrijheid die mijn dochter zal hebben om haar eigen keuzes te kunnen maken. Over de vrijheid die mijn dochter zal hebben om zelf te kunnen beslissen hoe zij wil leven en wie zij liefheeft. Om zelf te beslissen waarin zij wil geloven. Om haar eigen identiteit te kunnen bepalen. Wat zij wil worden, wat zij wil doen, hoe zij zich wil kleden.” Schippers wil terecht dat haar dochter zelf mag kiezen wat ze met haar leven wil.

Rare bird

Illustratie: www.youtube.com

Die toekomst wordt, volgens Schippers bedreigd door de politieke islam en de: “vaak hoogopgeleide mensen die bereid zijn tot dat compromis op onze kernwaarden.” Van die compromissen zijn anderen, homo’s, transgenders, vrouwen, mensen die kiezen anders te zijn, moslimvrouwen die meer vrijheid willen, kwetsbaren in onze samenleving de dupe.

Om die bedreiging het hoofd te bieden wil Schippers juist de kracht van de vrijheid inzetten, want, zo schrijft Schippers: “onze propositie is beter! Onze vrijheid is nú, onze kansen kun je nú pakken, onze welvaart kun je nú hebben, jouw kinderen kunnen het beter krijgen dan jij nu. Je mag nu van het leven genieten, muziek luisteren, een feestje vieren, jezelf ontplooien, verliefd worden.”  Uitgaan van de kracht van vrijheid, daar kan Schippers op mijn steun rekenen. Ik hield immers al eerder een pleidooi voor leiderschap dat uitgaat van de kracht van onze vrije, open democratische samenleving.

Alleen slaat een dergelijk pleidooi dood als het niet vergezeld gaat van empathie en compassie met degenen in onze samenleving die het minder hebben getroffen. Degenen waarvoor er geen of slechts kleine kansen zijn omdat ze voor een dubbeltje geboren zijn. Degenen met een andere dan een blanke huidskleur. Diegenen die door jaren van neoliberaal beleid, geen deel hebben aan ‘onze welvaart’ en waarvan de kinderen het waarschijnlijk niet beter krijgen. Diegenen die de vrijheid hebben, maar die het aan de mogelijkheid, of de vermogens zoals Martha Nussbaum en Amartya Sen het noemen, ontbreekt om van die vrijheid gebruik te maken. Schippers maakt zich hierbij terecht druk om de islamitische vrouw die vrijheid wil, maar er zijn veel meer mensen die het aan het vermogen ontbreekt om van die vrijheid gebruik te maken. Empathie en sympathie gevolgd door acties om hen die vermogens te geven.

Alleen slaat een dergelijk pleidooi dood als het niet wordt vergezeld van empathie en compassie met degenen buiten onze samenleving die het minder hebben getroffen. Daarvoor is, beste minister Schippers, een veel beter verhaal nodig dan de ‘opvang in de regio’ die ook u lijkt te bepleiten. Want die regio bestaat bijvoorbeeld uit landen als Turkije, Saoedie-Arabië en Iran. Landen die, en daar verzet u zich tegen, geld in: “koranscholen en moskeeën (pompen) om deze vijandige gedachten te verspreiden.” Landen die zich weinig tot niets aan de vrijheden waarvoor u terecht pleit, gelegen laten liggen.

Is die politieke islam wel de grootste bedreiging voor onze vrijheden? Is de onmacht van onze politieke leiders om empathie en sympathie met de achterblijvers in en buiten onze samenleving vorm te geven en iets aan hun situatie te verbeteren, niet een grotere vijand? En zou die onmacht gekoppeld aan de overreactie van vele politici, opiniemakers en ook gewone burgers op die politieke islam niet een veel grotere bedreiging zijn voor die vrijheden dan de politieke islam? Neem bijvoorbeeld de PVV die moskeeën en islamitische scholen wil sluiten en de koran wil verbieden. Ideeën die strijdig zijn met onze grondwet en onze vrijheden. Een partij die virtueel meer dan dertig kamerzetels heeft, meer dan eenvijfde van de kiezers. Dat is een veelvoud van het aantal politiekislamieten en door dat grote aantal ‘potentiële aanhangers’ nemen andere partijen ideeën over.

“And sympathy. Is what we need my friend. And sympathy. Is what we need. And sympathy. Is what we need my friend, ‘cause there’s not enough love to go round. Gevolgd door: “Now half the world. Hits the other half. And half the world. Has all the food. And half the world, lies down and quietly starves, ‘cause there’s not enough love to go round.” Aldus Rare Bird eind jaren zestig van de vorige eeuw. Een vooruitziende blik of is er sindsdien niet veel veranderd?

 

Verslaafd en borderline

Een van de opdrachten bij de Jeugdwet die per 1 januari 2015 van kracht werd, is zoveel mogelijk proberen te normaliseren. In plaats van de jeugdige uit zijn omgeving te lichten en hem te ‘behandelen’, moet gekeken worden hoe de jeugdige met zijn omgeving kan omgaan én de omgeving met de jeugdige. Of zoals in de memorie van toelichting beschreven staat:”Aan dit wetsvoorstel ligt de visie op de pedagogische civil society ten grondslag waarin ieder kind een veilige omgeving om zich heen heeft, waarin de school, de naschoolse opvang, de sportclub en de buurt een belangrijke rol spelen. Investeren in een positieve opvoeding, talentontwikkeling, een succesvolle schoolloopbaan en doorstroom naar werk ligt aan de basis van welbevinden, economische zelfstandigheid en democratisch burgerschap. Algemene jeugdvoorzieningen zoals de kinderopvang, de jeugdgezondheidszorg, scholen, sportclubs, buurthuizen, jongerenwerk en vrijwillige inzet dragen bij aan een positief opgroei- en opvoedklimaat.” De wetgever wil dat de samenleving problemen met jeugdigen zoveel mogelijk oplost. Dat is een nobel streven en daar kan niemand iets op tegen hebben. In ’t Schaep met de 5 pooten werd immers al gezongen: “We benne op de wereld om mekaar om mekaar om mekaar om mekaar te helpen, nietwaar?”

DSM V

Wat als de Belg, Dirk de Wachter, gelijk heeft? Hij vergelijkt in zijn boek ‘Borderlinetimes. Het einde van de Normaliteit’ onze samenleving met de stoornis Borderline: “BPS of Borderline Personality Disorder is ‘een diepgaand patroon van instabiliteit en intermenslijke relatie, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties… .” Hoe normaal is de samenleving?

De bijbel voor psychische of psychosociale stoornissen de DSM V bevat naast borderline ook verslaving als stoornis. Iemand is verslaafd als hij drie of meer van de volgende zeven kenmerken vertoont binnen twaalf maanden:

  1. Tolerantie treedt op, dat wil zeggen dat er steeds meer van het verslavende middel nodig is om het gewenste effect te bereiken of dat steeds minder effect optreedt bij het gebruik van eenzelfde hoeveelheid van het verslavende middel;
  2. Er treden ontwenningsverschijnselen op, specifiek voor dat middel, of er worden gelijksoortige middelen genomen om de ontwenningsverschijnselen het hoofd te bieden;
  3. Het middel wordt in steeds grotere hoeveelheden genomen, over een langere tijd dan eigenlijk de bedoeling was;
  4. Er is de drang om te stoppen met het middel, verschillende (mislukte) pogingen zijn ondernomen om te stoppen, te minderen;
  5. Veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van het middel en/of het gebruiken van het middel;
  6. Belangrijke sociale activiteiten, werk en/of vrijetijdsbesteding worden opgegeven of verminderd voor het middelengebruik;
  7. Ook al weet de persoon dat het middel dat wordt genomen zorgt voor fysieke of psychologische aandoeningen of verslechtering daarvan, hij of zij blijft doorgaan met het gebruik ervan.

De DSM V is er om een individu te beoordelen, maar wat als de samenleving langs deze kenmerken wordt gelegd. Economische groei is de norm en die groei moet het liefst stevig en robuust zijn. Als de groei een half procent is dan noemen we het zwakke groei en we vergelijken ons altijd met landen die een hogere groei hebben. Die doen het beter. Met een beetje fantasie kun je beweren dat onze samenleving aan het eerste criterium voldoet.

Als de economie krimpt, dan ontstaat paniek en slaat de stress toe. Ook het tweede kenmerk, de ontwenningsverschijnselen, lijkt van toepassing.

Hoe hoger de groei, hoe beter het wordt beoordeeld. Groei wordt beoordeeld in vergelijking met andere landen en andere perioden. Het streven is daarbij om het beter te doen. Ik ben geen psycholoog en kan daarom niet goed beoordelen of daarmee wordt voldaan aan het derde kenmerk.

Het vierde kenmerk is slechts bij een klein deel van de samenleving te herkennen en nog zeker niet doorgedrongen tot politici en bestuurders. De samenleving zit nog in de ontkenningsfase: nee, wij zijn niet verslaafd. Economische groei staat centraal in politiek en beleid. In  verkiezingstijd komt dit bijvoorbeeld tot uiting en gaat het debat vooral over een paar tienden meer of minder economische groei bij het uitvoeren van de maatregelen uit de verkiezingsprogramma’s. Hierbij vervult het Centraal Plan Bureau de rol van ‘onafhankelijk scheidsrechter’. Alsof de modellen die hierbij worden gebruikt vrij van waarden en interpretaties zijn. Dus ja, veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van economische groei en daarmee aan het vijfde kenmerk.

Als het daarbij tegenzit, dan moet er worden bezuinigd en dat gebeurt vooral op zaken waarvan het economische rendement lastig tot niet te berekenen is, zaken zoals cultuur, sport en natuurbeheer. Zaken die wel belangrijk zijn voor het functioneren van een samenleving (zesde kenmerk).

Ook is bij een groot deel van de samenleving inmiddels het besef doorgedrongen dat we, het voor ons overleven zo belangrijke milieu, schoon water, schone lucht, schone bodem, de vernieling in helpen als het zo door gaat. Dat de grondstoffenvoorraad zo snel wordt uitgeput dat het leven van onze kinderen en kleinkinderen in gevaar komt. Het besef is er maar het wordt nog steeds verdoofd door het geloof in het technisch vernuft, de technologische ontwikkeling zal de reddende engel zijn en voor alle problemen oplossingen vinden.

Kan de conclusie worden getrokken dat onze samenleving niet alleen aan borderline lijdt, maar ook nog verslaafd is? Zouden de problemen met de jeugdigen voor een deel niet een gevolg kunnen zijn van deze ‘ziekte’ van de samenleving?

Oorlog en Vrede

“Behalve dat de handelsblokken elkaar dwars gaan zitten door hun valutakoersen te manipuleren, zullen ze elkaar nu ook blijven bestrijden met tarifaire (importheffingen) en non-tarifaire (regelgeving) handelsbarrières. En daar kwam gisteren nog een andere oorlog bij zodat in economische zin de totale oorlog bijna een feit is.” Aldus Peter de Waard in de Volkskrant. Die andere oorlog is gestart met de naheffing van dertien miljard die de EU gisteren aan Apple op heeft gelegd. En dat allemaal omdat TTIP niet doorgaat.

oorlog en vredeIllustratie: www.geschiedenis.nl

Dus omdat TTIP er niet komt, breekt er een volledige, totale economische oorlog uit. Economische anarchie en dat is slecht voor iedereen behalve het internationale bedrijfsleven: “Zij hebben de wereld als hun speelveld en gedijen bij oorlogen. Zo lang de grootmachten ruziën, zit het wel snor met hun voornemen zo weinig mogelijk belasting te betalen en zo veel mogelijk winst op te potten voor de aandeelhouders.” De Waard legt een verband tussen handelsverdragen en belastinginning. “ Als mondiaal afspraken worden gemaakt over uniforme handels- en belastingregels kunnen ze niet langer de machtsblokken tegen elkaar uitspelen,” aldus De Waard. Zonder verdragen als TTIP wordt belastingontwijking nog makkelijker.

Daar wordt ook anders over gedacht. Op de site RTLZ schetst Hella Hueck een heel ander beeld. De titel vat het kernachtig samen: “Belasting ontwijken wordt makkelijker door TTIP.”  Hueck: “Het heffen van belasting wordt gezien als een belangrijk onderdeel van de soevereiniteit van een land. Daarom maken de meeste landen bij het afsluiten van internationale handelsverdragen een uitzondering (‘carve-out’) : bedrijven mogen staten niet voor een arbitragehof slepen als het om belasting gerelateerde zaken gaat. Onderzoekers namen honderden ISDS-zaken onder de loep en nu blijkt dat in 24 gevallen landen toch gedaagd zijn over belastingwetgeving. Daar zijn ook gevallen bij waarbij het bedrijven is gelukt hun belastingaanslagen aan te vechten en te verlagen.” Nederland speelt hierbij een belangrijke rol vanwege de vele ‘brievenbussen op de Zuidas’. Met TTIP wordt belastingontwijking makkelijker. Dus ook zonder ruzie, met ‘vrede’ via verdragen ‘gedijt belastingontwijking door het bedrijfsleven’.

Handels- en belastingregels of niet, het bedrijfsleven gedijt bij economische Oorlog en Vrede? Of zouden de Apples van deze wereld in de problemen komen in een ‘oorlogssituatie’? Want wat als ze zich, gelokt door lage belastingen, vestigen op Barbados en de VS en de rest van de wereld, verhogen het importtatrief op de iPhone? Of als belastingontwijkers door een boycot getroffen worden vanwege ‘on Amerikaans’ gedrag?

Verkiezingen

In Trouw komt filosoof Ger Groot tot de conclusie dat verkiezingsprogramma’s de kiezer ook niet echt helpen. Hij pleit er dan ook voor om naar de persoon van de politicus te kijken: “In het onderhandelingsproces komt het op zíjn inslag en karakter aan, veel meer dan op de voornemens van zijn partij. Wat doet híj in de moeilijke en onvoorziene omstandigheden van de praktische politiek? Bewijst hij, zelfs wanneer hij de helft van zijn verkiezingsprogramma overboord kiepert, desondanks voor zijn kiezers een betrouwbare persoon te zijn?” Dan heb je niets aan programma’s ook al passen ze op één a-viertje.

Rawls

Maar hoe beoordeel je de woorden en daden van de politicus? Hoe vergelijk je politici onderling? En hoe verklein je het risico dat je wordt verleid door mooie woorden ter verdediging van verschrikkelijke daden? Hoe voorkom je dat de menselijkheid in bijvoorbeeld de zorg, wordt opgeofferd aan het streven naar economische groei. Groei die ook nog eens scheef wordt verdeeld.

In zijn belangrijke werk Een Theorie van Rechtvaardigheid pleit de filosoof John Rawls voor rechtvaardigheid als billijkheid. Hij formuleert twee beginselen. Een: “Elke persoon dient gelijke rechten te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele rechten, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen.” Twee: “Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze (a) het meest ten goede komen aan de minst bevoordeelden, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder gelijke voorwaarden van billijke gelijkheid van kansen.”

Hoe zou het boerkinidebat verlopen met deze beginselen als leidraad? Hoe zou dan de pleitbrief om belastingverlaging van de Amerikaanse techbedrijven worden beoordeeld?  Met welke redenering en argumenten zou een politicus komen om een maatregel die tot meer ongelijkheid leidt, te bepleiten? Hoe zou een politicus een keuze die tot een schevere verdeling van de welvaart leidt, verdedigen?

Wellicht is het een idee om deze beginselen in een verkiezingsdebat eens centraal te stellen en de deelnemers dan een viertal casusses voor te leggen? Bijvoorbeeld twee handelend over de afgelopen vier jaar en twee vraagstukken die de komende jaren spelen. Het proberen waard?