Fabeltjeskrant-wetenschap?

Bij De Correspondent las ik een week geleden een artikel van Rufus Kain. In de titel van het artikel stelde hij  de centrale vraag: “Waarom wereldmuziek een vorm van westerse geschiedvervalsing is.” ‘Witte’ westerse muzikanten die iets overnemen uit andere landen en culturen en er succes mee hebben worden onderdeel van de popmuziek, de ‘originele’ muzikant zit in het bakje wereldmuziek en blijft onbekend.

In het artikel behandeld hij bubbling als voorbeeld. Een uitvinding van twee muzikanten van Antilliaans afkomst uit Den Haag die niemand kent. “Bubbling is een van de hoekstenen van dancemuziek. Hardwell, jaren Nederlands nummer-één-dj, begon bij bubbling. Wereldhits van Major Lazer zijn er ook op gebaseerd. De bubblingbeat is nu Nederlands trots, maar de Antilliaanse bedenkers ervan zijn na 25 jaar nog onbekend bij het grote publiek. We nemen hun stijl over én distantiëren ons van ze.” 

fabeltjeskrantIllustratie: Mediasmarties

In gesprek met de lezers kwam al snel het begrip ‘cultural appropriation’ of wel culturele toe-eigening, voorbij waarover ik al eerder schreef. In het verdere verloop van het gesprek gaf Kain aan dat het zijn uitdaging was om: “wereldmuziek, bubbling en westerse geschiedvervalsing samenbrengen in één essay.” Westerse Geschiedvervalsing? Hoezo? Wie geeft er bewust een verkeerde voorstelling van zaken? Wikipedia levert alle informatie over de geschiedenis van bubbling, zelfs meer dan Kain.

Het komt wel vaker voor dat ontdekkers onbekend zijn bij mensen, zo kent vrijwel iedereen Marc Zuckerberg of Page en Brin van Google. Wat niemand weet is dat zij zonder Tim Berners-Lee niets hadden bereikt. Berners-Lee is de grondlegger van het wereldwijde web en hij is er niet rijk mee geworden. Dat de meeste mensen dit niet weten en de uitvinders van bubbling niet kennen, is dat geschiedvervalsing? Het is hooguit onwetendheid. Als Hardwell beweerde en ermee wegkwam dat hij bubbling of Elvis dat hij de Rock & Roll uitvond, dat zou geschiedvervalsing zijn.

Het artikel en het gesprek met Kain gaf mij het gevoel dat het niet zozeer ging om de uitvinders van bubbling te eren of een les muziekgeschiedenis te geven. Maar het lijkt er meer op dat er iets moet worden ‘bewezen’. Dat ‘iets’ is een vooropgezette plan van de ‘witte westerse (liefst boze) man’ om de wereld te domineren.

Dit gevoel werd nog versterkt toen ik ook bij De Correspondent een artikel las van Malique Mohamud: “de (linkse) liberalen stellen de verkeerde vragen. Waarom hebben we het niet over de oorzaken? Waar is het historische besef? Waar is de koloniale geschiedenis? En wat is de historische context van onze economische welvaart? Waarom concentreert die zich bij een minderheid?” Volgens Mohamud kostte “Het gebrek aan historische kennis en gevoel voor causaliteit (…) Hillary Clinton en daarmee de Democraten de verkiezing.”

Ja, waarom concentreert welvaart zich bij een minderheid? Daar zijn in het verleden al aardig wat boeken over geschreven. Karl Marx gaf hier in zijn belangrijkste werk Daß Kapital een goede verklaring voor. Recenter gaf Thomas Piketty in zijn boek Kapitaal in de eenentwintigste eeuw en Joseph Stiglitz in zijn boek The Price of Inequality er er ook een hele goede verklaring voor.

Alleen krijg ik het gevoel dat Mohamud bedoelt dat de welvaart bij weer die ‘witte (boze) man’ terecht is gekomen. De titel van zijn artikel (Hoe we de angsten van witte mensen serieus kunnen nemen) maakt dit in ieder geval heel plausibel. Waar komt toch het generaliserende beeld vandaan dat ‘witte mensen’ boos en bang zijn? De antwoorden op de vragen die ‘(linkse) liberalen’ niet stellen, moeten onderbouwen dat er een vooropgezet plan is van de ‘witte westerse (alweer boze) man’ om de wereld te exploiteren? Als dat plan er zou zijn, hoe komt het dan dat veel van die ‘witte mannen’ niet tot de minderheid behoren waar de welvaart zich concentreert? En waar komt die groep ‘zwarte (blije) mannen’ vandaan is die in welvaart leven? Of zijn dat alleen maar ‘excuustruussen’?

Mohamud en Kain haken aan bij het denken over de ‘witte onschuld’ van Gloria Wekker zoals zij dat in het begin van dit jaar bij De Correspondent uiteenzette; het denken dat ook Sunny Bergman in haar greep heeft zoals ik vorige week schreef. Is dit denken niet een mening of een redenering, aangezien een deugdelijke onderbouwing wordt niet geleverd? Wekker verwijst in haar Correspondent-artikel naar het ‘cultureel archief’ van Edward Said waarmee West-Europese landen: “de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.” Waar is dat ‘bijna zeshonderd jaar oude Risk-opdrachtkaartje’, waarover ik eerder schreef, waaruit dit blijkt? Er wordt onderling verwezen naar elkaars mening, maar hiervoor geldt niet dat iets ‘waar’ of ‘feit’ wordt als je het maar vaak genoeg herhaald. Het krijgt pas gewicht als het wordt onderbouwd met documenten en bronnen die aantonen dat er sprake is van een vooropgezet plan van die ‘witte man’. Een plan dat tevens een ‘paragraaf’ bevat over hoe dit bij alle ‘witte mannen’ wordt ingeplant.

Dat er in Nederland te weinig aandacht wordt besteed aan het verleden, in het bijzonder het verleden van gekleurde Nederlanders, zal ik als historicus niet ontkennen, dit moet evenwichtiger. Die lacune wordt niet opgelost door er ongefundeerd op los te theoretiseren zonder een degelijke bodem. Peter Sloterdijk beschrijft het treffend in zijn boek Het Kristalpaleis uit 2006 (orginele Duitse uitgave is van 2004). Ook Sloterdijk erkent dat een meer ‘symetrisch wereldbeeld’ zoals hij het noemt nodig is. Het schiet echter te ver door als: ”Men (…) intussen zo vrij (is) om te stellen dat de Europeanen in oktober 1492 door Caribische inboorlingen ontdekt werden. Voor de bedroefde ontdekkers bleek het voortaan raadzaam om gegevens te verzamelen ter bestudering van hun bezoekers; deze archieven hoeven alleen nog geëvalueerd te worden.”

Is het denken van Kain, Mohamud, Wekker en Bergman  niet een vorm van fabuleren? Fabuleren dat leidt tot een pseudo-wetenschappelijke Fabeltjeskrant, een schadelijke Fabeltjeskrant omdat hij ‘witte boze mannen’ zelf creëert? Fabuleren met een tweede kwalijke kant, de ontkenning of zelfs maar twijfel eraan wordt door de aanhangers ervan gezien als een bevestiging ervan, de ontkenner/twijfelaar leidt immers aan ‘witte superioriteit’. Is het daarmee niet op twee manieren een gevaarlijke self fulfilling prophecy?

Punk en het neoliberalisme

“Right now ha, ha, ha, ha, ha. I am an anti-Christ. I am an anarchist. Don’t know what I want, but I know how to get it. I want to destroy the passerby.”  De eerste zinnen van de song Anarchy in the UK van de Sex Pistols, de legendarische Engelse punkband van de jaren zeventig. Punk, die losgeslagen extreem linkse anarchisten die niets moesten hebben van de kapitalistische samenleving. Punkmuziek, je hoefde geen instrument te kunnen bespelen om in een band te spelen, kon je dat wel dan was het meegenomen en leverde het verrassende muziek op, zoals bij The Clash.

In de tijd dat de Sex Pistols dit zongen, veranderde het kapitalisme waartegen de punks zich afzetten. Het veranderde omdat het neoliberalisme dominant werd. Het economische denken dat de vrije markt heilig verklaart en de rol van de overheid zo klein mogelijk wil hebben. Het denken dat ervoor zorgde dat de kapitaalmarkten en de handel werden geliberaliseerd en dat belastingen flink werden verlaagd. Dit alles met als resultaat dat de winsten van bedrijven, en daarmee het dividend voor hun eigenaren, de lucht in schoten. Dit ten koste van de zekerheid en lonen van de arbeiders en met vele nadelige gevolgen voor het milieu. Het denken dat de mens als kapitaal en productiemiddel aan de ene kant en als willoze consument aan de andere kant. Zou je het neoliberalisme als de punk van het economisch denken kunnen zien? Als de anarchist die lak heeft aan de mensheid?

dead-kennedysIllustratie: www.youtube.com

Het resultaat van dit neoliberale beleid werd al in 1981 toegelicht door de Californische punkband Dead Kennedys in hun song We’ve got a bigger problem now met de woorden: “You’ll go quitely to boot camp. They’ll shoot you dead, make you a man. Don’t you worry, it’s for a cause Feeding global corporations’ claws.”  En zijn nu in 2016. Zijn de ‘claws’ van de ‘Global corporations’ niet weldoorvoed en net als iedere extreme eter, willen ze steeds meer en in steeds grotere porties? De slachtoffers van het neoliberale beleid roeren zich. Ze stemmen voor een Brexit. Maken Trump president van de Verenigde Staten en hopen dat hij, dit boegbeeld van neoliberaal beleid, hun lot verandert. Zou hij als president doen, wat hij als ondernemer naliet?

Zou dat gebeuren in een wereld die wordt gedomineerd door die ‘global corporations’? Of moeten we luisteren naar Kill the Poor van weer de Dead Kennedys: “The sun beams down on a brand new day. No more welfare tax to pay. Unsightly slums gone up in flashing light. Jobless millions whisked away. At last we have more room to play. All systems go to kill the poor tonight”? Beloven de woorden die Trump sprak over Latino’s en de moslims niet weinig goeds? Zouden zij het eerste het door de Dead Kennedys bezongen lot van de ‘poor’ ondergaan?

Nieuwe voorspellende punk zal er helaas niet meer komen. “Punk’s not dead, It just deserves to die When it becomes another stale cartoon,” zoals de Kennedys in Chickenshit Conformist zongen toen ze zagen dat ook in de punkscene ‘a hairstyle’  de plaats innam van een ‘lifestyle’. Met als zichtbare uitwassen de t-shirts van de godfathers van de punk, de Ramones bij de Primark in het rek.

Iedereen met pensioen!

“Toen ik 51 jaar werd (en werkzaam was in het onderwijs) kon ik zeggen: Over 10 jaar kan ik met pensioen. Toen ik 55 jaar werd kon ik zeggen: Over 10 jaar kan ik met pensioen. Toen ik 57 jaar werd kon ik zeggen: Over 10 jaar kan ik met pensioen.’Als ik volgend jaar 58 word, kan ik nog steeds zeggen: Over 10 jaar kan ik met pensioen. Toch?” Dit schrijven van Ietje Lentink uit Stroe is te lezen in de brievenrubriek in de Volkskrant.

pensioenIllustratie: OP DE KORREL – WordPress.com

Zij is niet de enige die reageert op het verder verhogen van  de AOW-leeftijd. Zo pleit Joop van Well in dezelfde krant ervoor om de pensioenleeftijd afhankelijk te stellen van de zwaarte van het werk en het aantal gewerkte jaren. Zowel Lentink als Van Well stellen impliciet de vraag hoe eerlijk of rechtvaardig dit is? Lentink met betrekking tot de vergelijking met collega’s die het geluk hadden en hebben ietsjes ouder te zijn, soms zelfs maar één dag. Van Well met betrekking tot de lichamelijke zwaarte van werk. Je kunt natuurlijk ook de vraag stellen naar de geestelijke zwaarte van werk en dan kan het werk van een ambtenaar achter een bureau waar Van Well over schrijft ook zwaar en slopend zijn.

Diverse politieke partijen willen, wellicht om grijze kiezers te trekken, de pensioenleeftijd weer terugbrengen naar 65 jaar. Dus zal dit een belangrijk thema worden in de verkiezingscampagne. Ouderen en jongeren zullen hun belangen bepleiten net als kantoorklerken en bouwvakkers. Oudere werklozen zullen inbrengen dat zij door verschuiving van de pensioendatum in een hopeloos parket komen te zitten. En iedereen zal een punt hebben. En iedere groep zal binnen de politieke partijen ook gehoor vinden.

Met het hebben van een punt en het vinden van gehoor, is het probleem niet opgelost. Alleen hoe doe je al deze punten recht? Zou dit kunnen binnen het huidige denkmodel over leven en werken? Een model waarin werk de belangrijkste rol inneemt, terwijl dat voor steeds minder mensen zekerheid biedt?

Zou het mogelijk zijn om iedereen ‘met pensioen’ te sturen? Een basisinkomen en het dan aan het individu laten wanneer en hoe hij dit aanvult?

Positieve innovatie

D66 is een optimistische partij, zo blijkt uit het artikel van Tweede Kamerlid Kees Verhoeven bij ThePostOnline. De partij ziet de uitdagingen en de grote werkloosheid en andere ellende. Ze verschilt, van andere partijen omdat: “D66 kijkt naar de toekomst en kiest naast optimisme voor innovatie. Innovatie is goed voor onze economie, zorgt voor nieuwe banen en leidt tot oplossingen voor de grote vragen van onze tijd.” Dit terwijl andere partijen, volgens Verhoeven met het vingertje gaan wijzen: “Zo beschimpt de PVV de islam en de Europese Unie. Zo beschouwt het CDA de ‘individualisering’ als het moderne kwaad. Zo legt de SP alle schuld bij de markt en zo doet GroenLinks alsof de wereld ten onder gaat aan vrijhandel.”

innovatie

Foto: www.motor-talk.de

Inderdaad leidt innovatie tot nieuw werk en dus tot andere banen. Webdisigners bestaan zo’n vijfentwintig jaar. Van een App-ontwikkelaar hadden we vijftien jaar geleden nog nooit gehoord. En zo zijn er vele soorten werkzaamheden die pas van recente datum zijn. Werkzaamheden mogelijk gemaakt door innovatieve ontwikkelingen zoals het internet en de computer. Dit is de rooskleurige, optimistische kant van de innovatiemedaille.

De andere, minder rooskleurige kant van die medaille is dat innovatie ook tot vernietiging van werk en dus tot het verlies van oude banen leidt. Door innovatieve ontwikkelingen zoals de mechanisering van de landbouw is de productie flink verhoogd terwijl het aantal mensen werkzaam in die sector is verschrompeld. Door de automatisering en robotisering in bijvoorbeeld de metaalindustrie zijn veel oude banen verloren gegaan en nam het aantal mensen werkzaam in die sector af. De PC leidde tot het verdwijnen van de typekamer en dus de functie van typist.

Twee kanten van de innovatie-medaille waarbij het aantal nieuwe banen kleiner is dan het aantal banen dat verloren gaat. Dan maar geen innovatie meer? Of zou er van uit een heel ander frame naar innovatie moeten worden gekeken? Een frame waarin de mens centraal staat en innovatie het leven vergemakkelijkt? Een frame waarin economie en de rol die werk inneemt een heel andere is? Is, met andere woorden, het denken over werk en economie niet toe aan een innovatie?

Oei, ik groei!

Zou ‘evenwichtige groei in balans met de wereld om ons heen’ mogelijk zijn? De econoom Tim Jackson denkt in zijn boek Prosperity without Growth van niet: “To resist growth is to risk economic and social collaps. To persue it relentlessly  is to endanger the ecosystems om which we depend for long-term survival.”

groene-groei

Foto: ESB

D66 denkt daar in haar  verkiezingsprogramma anders over. De partij wil naar een ‘toekomstbestendige’ economie en die: “is schoon en gebouwd op de grote kansen die duurzaamheid biedt.” De partij is niet tevreden met de verwachte economische groei: “Meer en schonere groei, met al haar voordelen voor iedereen, ligt binnen handbereik.” Want: “Wij (D66) zijn ervan overtuigd dat er geen grenzen aan de groei zijn, maar wel aan wat de aarde aankan.” 

Economische groei is belangrijk, volgens D66: “Groei geeft zuurstof. Een samenleving zonder groei bloeit niet. Groei zorgt voor dynamiek en voor kansen. Kansen op werk, op zelfstandigheid en zelfverwezenlijking. En heel basaal: groei zorgt voor de middelen om te investeren in onderwijs, in zorg, in elkaar. Wij willen schone groei. Groei die houdbaar is, evenwichtig en in balans met de wereld om ons heen. Een toekomstbestendige economie is schoon en gebouwd op de grote kansen die duurzaamheid biedt.”

Inderdaad, in onze op schulden gebaseerde economie is groei van essentieel belang. Die groei zorgt er namelijk voor dat de aangegane schulden betaalbaar blijven. Op de in de toekomst te verwachten groei kun je vooruitlopen door te lenen. Een lening waarvan je de rente en aflossing betaalt, uit die te verwachten groei. De economische crisis maakte duidelijk hoe kwetsbaar dit een samenleving maakt. Valt de groei weg, dan moet de lening even goed worden betaald en het geld dat daarvoor nodig is, moet ergens anders vandaan komen. Er moet dan worden bezuinigd. Bezuinigingen remmen vervolgens de groeimogelijkheden en zo raak je van de regen in de drup.

Volgens de filosoof Peter Sloterdijk (in zijn boek Sferen band 2 III Schuim) is onze samenleving de schaarste voorbij en is groeien om schaarste tegen te gaan en armoede te bestrijden, niet nodig. Volgens Jackson is de mens bang voor zijn eigen leegheid of onbeduidendheid. Die leegheid maskeert hij met producten. Producten als een manier om je als mens te onderscheiden van de groep, of er juist bij te horen.

Ons wereldbeeld is echter gebaseerd op schaarste en: “bedient zich van scherp ingestelde schaarste-optieken om zichzelf te observeren,” aldus Sloterdijk. Met andere woorden, we zien de wereld door een ‘schaarste-bril’ en de enige schaarste die we niet zien is de schaarste aan schaarste. Zou hij gelijk hebben?

Een fundamentele vraag aan D66: met welk doel moet de economie groeien?

 

Common sense

In de Volkskrant maakt Derk Jan Eppink zich zorgen over de Brexit. Hij concludeert dat de personen die, zowel aan Britse als aan Europese kant, een belangrijke rol gaan spelen, niet van ‘onbesproken’ gedrag zijn. Dat vergroot zijn vrees dat het ‘gezond verstand’ het onderspit gaat delven tegen de rancune. Hij vreest “dat het interne markt-concept – vrij verkeer van goederen, diensten, werknemers en kapitaal – uit elkaar valt.” Dit kan voor Nederland slecht uitpakken: “Een economische breuk staat haaks op het Nederlands belang. Dat vereist nieuwe, inventieve vormen van samenwerking die verbinden.” 

gezond-verstandIllustratie: Iris Papilio – WordPress.com

Daarom ziet Eppink wel wat in: “het voorstel van een ‘Noordzee Unie’.  … Landen aan de Noordzee, zoals Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Denemarken en Noorwegen, bespreken gemeenschappelijke aspecten van de Noordzee. Neem: scheepvaart, veiligheid, milieu, (wind)energie, havens.” Begrijp ik het goed?  Ja, dat is waar Eppink voor pleit: “de Noordzee moet een baken van vrijhandel blijven, met de maritieme blik op de wereld. Er is geen enkele economische reden om eeuwenoude handelstradities rond de Noordzee te ontwrichten, alleen omdat Brussel boos is.” 

Zou deze Noordzee-Unie, naast de Europese Unie moeten bestaan? Dan zouden alle lidstaten lid zijn van twee unies behalve de Britten. Welk voordeel zou dat bieden? Hoe verhoudt dit zich trouwens tot de afspraak dat handelsverdragen alleen gezamenlijk worden afgesloten?

Of stelt Eppink voor om de Europese Unie, dat ‘interne markt-concept’, op te heffen ten faveurs van een Noordzee Unie? Een Unie die vooral de Nederlandse handelsbelangen lijkt te dienen. Waarom zou Duitsland uit de EU treden en in deze Noordzee Unie zonder Frankrijk? Ja, de Britten zijn een belangrijke Duitse handelspartner, dat zijn de Fransen ook, zelfs nog een grotere. Een Unie zonder Oostenrijk, Polen Tsjechië, Hongarije, allemaal belangrijke handelspartners van Duitsland die wel bij de EU horen en niet bij Eppink’s Noordzee Unie. Waarom zou België kiezen voor een nieuwe unie zonder haar belangrijkste Europese handelspartner Frankrijk?

Beste meneer Eppink, u vreest dat de andere landen de: “Britten straffen om uittreding van andere EU-landen af te schrikken.” Zijn het niet de Britten zelf die zich hebben ‘gestraft’ door, als handel zo belangrijk is, met hun’gezonde verstand’ ervoor te kiezen de Europese Unie, het ‘interne markt-concept’, te verlaten? Een Unie waar zeven van hun tien belangrijkste handelspartners deel van uitmaken.

Arbeidsrechtenjurist: stem VVD!

Gisteren vroeg ik mij af of de VVD wel gelooft in de kracht van onze vrije democratische samenleving. Dit naar aanleiding van een passage in het VVD-verkiezingsprogramma. Iets verder in het verkiezingsprogramma wil de VVD bereiken dat meer mensen een vaste baan krijgen, werk moet zekerder worden. Een goed streven en:  “Daarvoor is nodig dat cao’s niet meer algemeen verbindend worden verklaard. Bedrijven die niet betrokken zijn bij de totstandkoming van een cao, vallen niet verplicht onder die cao. Dit geeft ruimte om zelf afspraken te maken over jouw contract,” aldus de VVD. Dit komt neer op het afschaffen van Collectieve Arbeidsovereenkomsten (CAO) en het breken van het kleine beetje macht dat vakbonden nog hebben. Dit is volgens de partij nodig: “ Want door starre wet- en regelgeving worden steeds minder vaste banen aangeboden.”

caoFoto: van ANP bij www.bnr.nl

Welke werkende kent zijn arbeidscontract en de onderliggende CAO tot in detail? Als er geen CAO meer is om op terug te vallen, moet over alle onderdelen in het contract worden onderhandeld. Welke werknemer is daartoe in staat? Wie is er voldoende juridisch onderlegd om een dergelijk gesprek met een bedrijf of instelling aan te gaan? En van diegenen die dat zijn, wie zou er hetzelfde resultaat als in een CAO uit kunnen slepen?  Welke horeca-medewerker met een MBO niveau drie diploma of universitair geschoolde natuurkundige kan dit? Wie beschikt er over voldoende juridische kennis, onderhandelingsvaardigheden en positie om hier een succes van te maken? Met positie bedoel ik dat er geen tien of meer anderen in de rij staan voor die baan.

Voor een werkzoekende die het zich kan veroorloven, kan een jurist arbeidsrechten wellicht uitkomst bieden. Die zorgt in ieder geval voor de juridische kennis en dan moet jezelf alleen de onderhandelingsvaardigheden (wellicht ook in te huren) en de positie hebben. Je kunt je dan afvragen hoe je binnenkomt als je een jurist en een onderhandelaar meeneemt naar je sollicitatiegesprek.

Zou dit werkelijk leiden tot meer vaste contracten? Wellicht wel. Want zou dat niet leiden tot ‘vaste’ contracten zonder zekerheid? Een beetje werkgever heeft een jurist arbeidsrechten in dienst of huurt deze in. In het overgrote deel van de gevallen zal dat voldoende zijn om een vast contract op te stellen dat zonder meerkosten voor de werkgever eenvoudig kan worden opgezegd. Brengt deze ‘flexibele wetgeving’ ook de door VVD gewenste werkzekerheid?

Oh ja, het zal ook leiden tot meer werk en wellicht vaste banen, voor juristen arbeidsrecht. Of zouden die als ZZP’er aan de slag gaan?

Krenten en de pap

Jubilerend Volkskrantcolumnist Frank Kalshoven besteedt zijn column Het spel en de knikkers aan de vraag van de kersverse nobelprijswinnaar Ben Feringa om meer geld, liefst één miljard euro, voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Dat is onderzoek waarvan het nog maar de vraag is of, en zo ja wat het ooit aan nuttigs oplevert. Dergelijk onderzoek is internationaal en reslutaten ervan zijn openbaar.

krentenFoto: www.qualitynuts.be

Waarom zou je daar geld in steken? Jij stopt er geld in en iedereen kan de revenuen ervan plukken. “Platte kostencalculatie leert dat het dan voordelig is om die andere landen de kosten te laten dragen van dat fundamentele onderzoek, en zelf alleen geld uit te geven aan het toepassen van de elders ontwikkelde kennis.” In het kort, laat anderen die dure initiële investering doen, als er iets met potentie uitkomt, dan springen we erop. De krenten uit de pap halen dus. Maar om er krenten uit te kunnen halen, moet er wel pap zijn. Iemand moet in fundamenteel wetenschappelijk onderzoek investeren. Wat als iedereen deze redenering volgt? Als iedereen zit te wachten op de krenten en niemand investeert in de pap? Dan stokt de ontwikkeling van de wetenschap. Dan stokt de motor van de vooruitgang. Is een dergelijke ‘platte kostencalculatie’ niet erg egoïstisch?

Gelukkig constateert Kalshoven dat er een andere reden is om er toch geld aan te besteden: “Wetenschap is mensenwerk en goede wetenschappers verkeren graag in de fysieke nabijheid van excellente wetenschappers. … De baten bestaan uit extra economische groei op de wat langere termijn. Topwetenschap trekt bedrijvigheid aan.”  En dan is het, volgens Kalshoven: “zaak de winstkansen te spreiden en ruim extra wetenschapsgeld uit te delen. Een miljard is een prima begin.” 

Dan investeer je in een papfabriek en is de kans groter dat ‘krentenkenners’ zich melden bij je fabriek. Ook een goede reden, maar toch. Zou het niet van krenterigheid getuigen als een rijk en ontwikkeld land als Nederland voor wat de pap betreft op zijn krent bleef zitten en bleef afwachten om elders de krenten uit de pap te halen?

Collectieve energie

Neoliberalen en libertariers hebben een grenzenloos vertrouwen in de werking van de vrije markt. Bemoei je niet met de markt, laat iedereen zijn eigen belang najagen en dan krijg je het beste resultaat. Dat resultaat is het algemeen belang en dat is de optelling van die individuele belangen. Hieraan moest ik denken toen ik in de Volkskrant las dat stroomproducent Engie enkele gascentrales sluit. “Omdat het productieproces in gascentrales kostbaarder is dan dat van kolengestookte centrales raken die centrales steeds meer marktaandeel kwijt aan de meer vervuilende kolencentrales.” Schonere gascentrales worden gesloten en vervuilende kolencentrales blijven open?

cassidy

“Als we de ware functie van het prijsmechanisme willen begrijpen, moeten we dit zien als een (…) mechanisme waarmee informatie wordt gecommuniceerd. … Het wonder bestaat erin dat in het geval van schaarste van een bepaalde grondstof, zonder dat er een bevel wordt gegeven, zonder dat meer dan misschien een handvol mensen de oorzaak weet, tienduizenden mensen wier identiteit ook door maandenlang onderzoek niet achterhaald kan worden, ertoe worden aangezet deze grondstof of de hieruit vervaardigde producten spaarzamer te gaan gebruiken; dat wil zeggen dat ze zich in de goede richting bewegen.” Zo omschreef Friedrich Hayek, een van de grondleggers van dit denken, de werking van de vrije markt. In zijn boek Wat als de markt faalt?, waaruit dit citaat afkomstig is, noemt John Cassidy dit ‘het telecommunicatiesysteem van Hayek’. Dient de stroommarkt het algemeen belang?

De overheid is al actief, zij stimuleert de opwekking van duurzame vormen van elektriciteit (wind- en zonne-energie). Hayek zou foei zeggen en dat lijkt energiedeskundige Sjak Lomme te beamen als hij zegt dat dit de markt verstoort. Een verstoring die wel bijdraagt aan het algemene belang, minder vervuiling. Nu is het overschot aan stroom niet alleen een gevolg van de verstoring door zonne- en windenergie. Stroomproductie was tot het eind van de vorige eeuw een publieke taak. Lokale en provinciale energiebedrijven zorgden voor voldoende stroom voor hun inwoners. Onder neoliberale druk is op Europees niveau besloten er een markt van te maken waarop bedrijven met elkaar concurreren. Bedrijven die zoeken naar maximaal rendement. Als de verwachtingen zijn dat de vraag naar stroom groeit met bijvoorbeeld tien procent, dan gaan al die bedrijven bijbouwen. Ieder bedrijf wil het grootste deel van die groei krijgen en dat heeft tot gevolg dat de capaciteit met meer dan tien procent toeneemt. Er worden dus teveel centrales gebouwd. En omdat kolenstroom het goedkoopste in productie is, bouwen traditionele stroombedrijven kolencentrales want die leveren het meeste winst op. De stroombedrijven handelen op dezelfde manier als de Amerikaanse ziekenhuizen die de econoom Robert J. Gordon in zijn boek The Rise and Fall of American Growth beschrijft.

Engie handelt in het eigen belang, net als de andere stroomproducenten. Kolenstroom is goedkoper, dus produceren we die en maken we meer winst, logisch toch. Toch leidt dit najagen van het eigen belang niet tot het gewenste maatschappelijk belang, namelijk minder luchtvervuiling. Cassidy noemt dit rationele irrationaliteit: “Een situatie waarin handelen uit rationeel eigen belang op de markt tot resultaten die maatschappelijk gezien irrationeel en inferieur zijn.” De stroomproducent die het maatschappelijk belang najaagt en zijn kolencentrales sluit, ziet zijn winst verdampen en waarschijnlijk zijn klanten weglopen. Weglopen omdat hij een hogere prijs voor stroom moet rekenen dan de andere producenten. De producenten zitten gevangen in een prisoners dilemma.

In zijn boek geeft Cassidy een voorbeeld van zo’n dilemma. Een voorbeeld dat, heel toepasselijk, gaat over stroom en kolen. In dit voorbeeld strijden twee bedrijven A en B met een kolencentrale om de plaatselijke energiemarkt. Ze maken allebei jaarlijks 20 miljoen winst. In het stadje is echter verzet tegen de uitstoot van rook door de twee centrales. Dit leidt tot veel juridische procedures waardoor de winst daalt van 20 naar 10 miljoen. Nu maakt de techniek het mogelijk om de uitstoot van de rook te voorkomen. Het installeren van deze techniek verlaagt de winst van 20 naar 15 miljoen, maar de elektriciteitsprijs moet dan wat worden verhoogd.

Wat moeten de bedrijven doen, wat is de rationele keuze? Is dat de techniek te installeren, dat zorgt immers voor meer winst. Maar het ene bedrijf weet niet wat het andere doet. Als A het wel doet en B niet dan kan B tegen een lagere prijs leveren en zal daarmee een groter markt aandeel krijgen en dus meer winst maken. In het voorbeeld daalt dan de winst van A tot 5 miljoen en B maakt meer winst, 20 miljoen. Rationeel handelend vanuit hun eigen belang zouden beide bedrijven kiezen voor niet installeren. Je weet dat je winst 10 is en hebt kans op 20, terwijl je bij installeren weet dat je winst 5 bedraagt en je hebt kans op 15. Lijkt de werkelijkheid van de stroombedrijven niet sprekend op dit voorbeeld? Hoe uit dit dilemma te komen?

Een mogelijkheid. De betreffende bedrijven gaan met elkaar aan tafel zitten en spreken af om alleen kolencentrales te sluiten en ook welke. Hierdoor neemt de winstgevendheid van alle stroombedrijven af, maar verandert hun concurrentiepositie ten opzichte van elkaar niet. ‘Kartelvorming! Dan maken ze meteen afspraken om de stroomprijs te verhogen om de winst op peil te houden,’ hoor ik u roepen. Inderdaad, dat is een risico. Zou die tafel trouwens niet geleid kunnen worden door de overheid?

Willen we dat risico niet lopen dan moet de overheid optreden. Als kolenstroom goedkoper is dan gasstroom, zou dan het duurder maken van kolenstroom door extra belasting, niet ook kunnen helpen? Dan betaalt de vervuiler en is de kans groot dat kolencentrales sluiten omdat er minder kolenstroom wordt gekocht. Sluiting van kolencentrales kan ook worden afgedwongen door ‘kolenstroom’ te verbieden.

Of zou voortzetten van het stimuleren van zonne- en windenergie een oplossing kunnen zijn? Een overheid die individuen, groepen burgers en zelfs gemeenten stimuleert om selfsupporting te worden door ook flink te investeren in de ontwikkeling van elektriciteitsopslag. Individuen en collectieven die onafhankelijk worden van de markt. Maar wacht eens, lijkt dat niet op vroeger?

Prijskaartje van het leven

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft onderzocht wat alcoholgebruik de Nederlandse samenleving kost: jaarlijks zo’n 2,3 tot 2,9 miljard euro, zo is bij Trouw te lezen. Belangrijkste kostenposten zijn de vroegtijdige sterfte (2,1 miljard), productiviteitsverlies (1,9 miljard), verlies in kwaliteit van leven (1,1 miljard), de inzet van politie en justitie (1,5 miljard) en nog wat posten. Om die kosten wat te verlagen, zijn drie beleidsmaatregelen doorberekend, het verdubbelen van de accijns, een kwart minder verkooppunten en een totaal verbod op alcoholreclame. Het verbieden van alcohol is niet onderzocht. Indrukkenwekkende cijfers van een gerenomeerd instituut, maar toch.

alcoholFotot: www.veelzijdigmaleisie.nl

Neem de vroegtijdige sterfte. Wanneer is sterfte vroegtijdig? En hoe bereken je de kosten van één jaar korter leven? Als sterven geld kost, maakt het dan wat uit wanneer iemand sterft? Is de sterfte van een achttienjarige duurder dan iemand van veertig of tachtig?

Het productiviteitsverlies komt vooral door: “de tien uren per jaar waarin Nederlanders er als gevolg van alcohol op hun werk de aandacht niet bij hebben, of helemaal niet kunnen werken, zorgen hiervoor.” Inderdaad maakt een ‘houten kop’ het lastiger om je te concentreren op je werk. Hoeveel leveren de contacten die je hebt opgedaan tijdens dat met alcohol besprenkelde bedrijfsfeest, die verenigingsavond, het concert van Beyoncé of een avondje uit in de kroeg op? Uit ervaring weet ik dat er onder het genot van alcohol hele mooie initiatieven en ideeën kunnen ontstaan. Hoe tel je de opbrengsten van deze lastig in geld uit te drukken zaken mee

Wellicht spreek je de man of vrouw van je dromen aan, iets wat je zonder die vijf glazen bier niet zou hebben gedaan en geeft de erop volgende verliefdheid je een hele tijd vleugels? En ook de drankavonden met vrienden die je in je verdere leven blijven helpen en steunen. Is hiermee bij het bepalen van de gevolgen voor de ‘kwaliteit van leven’ ook rekening gehouden?

En ja, de inzet van politie en justitie kost geld. Die inzet levert de direct en indirect betrokken mensen wel inkomen op. Inkomen dat ongeveer even groot is als deze kosten.

Nee, ik hou hier geen pleidooi om flink te gaan borrelen, verre van dat zelfs. Waar het mij om gaat is het omrekenen van alles in geld en economische gevolgen. Wordt de wereld er beter van als aan alles een prijskaartje hangt? Zeker als aan veel belangrijke zaken, geen prijskaartje kan worden gehangen. Bestaat het leven niet uit meer dan alleen de economische kosten en baten van iets?