Uitgelicht

Welvaartsstaat en/of verzorgingsstaat?

“Ik kies, mede op basis van de bijdragen van Lex Hoogduin en Rutger van den Noort, voor het opgeven van de verzorgingsstaat om de welvaartsstaat te herstellen! De terugtredende overheid (die beiden bepleiten) zal de eigen verantwoordelijkheid van de burgers vergroten en hen aanzetten tot méér initiatief, méér keuzes en méér ondernemerschap. Dat zal tot meer welvaart leiden.” Deze conclusie trekt Henk Strating bij Opiniez uit een debat over de verzorgingsstaat. Strating is duidelijk. Hij kiest de welvaartsstaat boven de verzorgingsstaat. Maar wat als er niet gekozen hoeft te worden? Zou het niet én kunnen zijn in plaats van of? 

Een prent ter gelegenheid van het Kinderwetje van Van Houten uit 1874. De eerste maatregelen ter verbetering van de levensomstandigheden van mensen. Bron: Wikipedia.

Laten we eens in de geschiedenis duiken. Als we dat doen dan zien we vooral schrijnende armoede en ellende aan de ene kant en flinke rijkdom aan de andere kant. Die ene, arme kant omvatte het overgrote deel van de mensheid. Die rijke kant bestond uit enkele families. Daartussen een klein clubje mensen die het redelijk had. Veel van die armen werkten. Als ze geen werk hadden of niet konden werken, dan waren ze afhankelijk van de goedertierenheid van vooral de kerken. Je succes of falen hing vooral af van de plek en de situatie waarin je werd geboren. Was je van adel dan was je kostje gekocht. Waren je ouders keuterboer, dan was dat je lot. Hoe hard je ook werkte, hoe goed je ook je best deed en hoe je je ‘eigen verantwoordelijkheid’ invulde, wat je ook ondernam, het deed er zeer weinig tot niets toe. Je lot lag al bij je geboorte vast. Geen welvaartsstaat en zeker geen verzorgingsstaat.

Met de industriële revolutie gingen we een nieuw tijdperk in. Werken op het land werd werken in de fabriek. Wat er slechts marginaal tot bijna niet veranderde, was de invloed van je geboorteplek en situatie. Als zoon van een arbeider werd je arbeider. Tenminste, als er werk was. Was dat er niet, dan was je afhankelijk van de nog steeds vooral kerkelijke armenzorg. Had je het geluk dat je ouders ondernemer waren, dan had je wat meer keus. Voor sommigen een tijd van grote welvaart, voor de meesten was het sappelen tot schrale armoede. Zeker geen welvaartsstaat en al helemaal geen verzorgingsstaat.

Aan het einde van de negentiende eeuw begon er wat te veranderen. De staat begon zich de ellende aan te trekken en vaardigde wetten uit om de ergste uitwassen te voorkomen. Zo werd kinderarbeid verboden en werd de arbeidstijd begrensd. Het begin van wat uitgroeide tot de verzorgingsstaat. Een begin dat een vervolg kreeg met bijvoorbeeld de sociale woningbouw. Dit om de leefomstandigheden te verbeteren. Wetgeving om te voorkomen dat ouderen, die niet meer konden werken, afhankelijk werden van hun familie of de kerk voor hun eten. Wetten om armoede bij ziekte of ongeval te voorkomen. Wetgeving ter verzekering van inkomen bij arbeidsverlies. 

Dit werd wat we achteraf de verzorgingsstaat zijn gaan noemen. Een ontwikkeling die niet is ingezet om, zoals Strating schrijft: “dat de overheid voor de burgers moet zorgen en hun risico’s zo veel mogelijk moet afwenden.” Nee, wet- en regelgeving en maatregelen om schrijnende armoede en ziekte en sterfte als gevolg van armoede te bestrijden. Maatregelen om mensen een wat menswaardiger bestaan te bezorgen. En wat schetste de verbazing? Het menswaardigere bestaan zorgde ervoor dat de zoon van de arbeider de kans kreeg om meer te worden dan een arbeider. En dat gebeurde dan ook. Verzekerd van een basis namen steeds meer mensen initiatief, ze kozen, ze ondernamen en dat leidde tot een toename van de welvaart. Met het invoeren van die maatregelen, die verzorgingsstaat, nam de welvaart van iedereen toe. De verzorgingsstaat en de welvaartsstaat gingen hand in hand.

Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw wordt er gemorreld aan die verzorgingsstaat. De voorzieningen worden kariger of verdwijnen. Allemaal met als ideologisch sausje dat die regelingen betuttelend zijn en dat mensen pas initiatief nemen als ze er zelf voor staan. Dit geheel volgens Stratings manier van denken. Wat we sinds die tijd zien is dat de welvaart stagneert. Dat er steeds meer mensen in armoede leven. En er is niets zo dodelijk voor eigen initiatief als armoede. 

Natuurlijk is het goed om te kijken of alle regelingen nog wel bij de tijd passen. Natuurlijk moeten we kijken en zoeken naar alternatieve manieren die beter bij het huidige tijdsgewricht passen. Een basisinkomen kan dan een interessante optie zijn. Maar als de geschiedenis ons iets leert dan is dat dan niet dat het én is in plaats van of? Dat welvaartsstaat en verzorgingsstaat hand in hand gaan?

Neuken voor volk en vaderland

Het genootschap, of hoe je het moet noemen, de ‘Nederlandse Leeuw’ hield afgelopen weekend een conferentie, meeting of vergadering. Doel van die bijeenkomst was het formuleren van oplossingen voor prangende problemen en moeten we de bijeenkomst daarom een ‘healing’ noemen? Aan het eindrapport met vierentwintig ‘oplossingen’ wordt nog gewerkt, maar de top tien is al wel bekend. Geheel in moderne ‘Trumpstijl’ via een tweet. Een bijzondere lijst.

Leeuw

Foto: Pixabay

Nou ja, bijzonder? De meeste ‘oplossingen’ zijn niet nieuw. Inkomenseisen voor wie in een probleemwijk wil komen wonen, heeft al een lange baard. Een baard met flink vuil erin omdat het de vraag is of het een kwestie van ‘willen’ wonen is. Willen suggereert een keus en wat als die keus er niet is? Het perspectief bij migratie op de gevolgen voor Nederland? Daar is vorig jaar een regeerakkoord over volgeschreven. Verder veel wat al vanuit een specifieke politieke hoek is aangevoerd. Zoals pas na vijf jaar toegang tot de verzorgingsstaat en beperkte immigratie om de ‘integratieproblemen’ op te lossen. Problemen die nooit opgelost zullen worden omdat voor deze hoek iedereen met een bepaalde religie nooit zal integreren, zelfs niet als een ander punt, een ‘verlichte nederislam’ ontwikkelen, succesvol zal zijn.

Echt bijzonder is het tweede punt op de lijst: “Stimuleer de Nederlandse bevolkingsgroei en geef aandacht aan grote gezinnen.” Ja het staat er echt, de Nederlandse bevolking moet groeien. Ik hoop dat het ‘uitgewerkte eindrapport’ duidelijk maakt welke problemen daarmee opgelost moeten worden én waarom bevolkingsgroei dé oplossing is voor deze problemen?

Als de bevolking moet groeien zijn er dan niet ook andere oplossingen mogelijk? Immigratie is dan ook een mogelijkheid. Is het dan niet vreemd dat een migratiebeperking ook een oplossing is? Die twee oplossingen spreken elkaar tegen. Waarom dan de toegang tot de verzorgingsstaat beperken? Door die toegang ruim te houden is Nederland wellicht aantrekkelijk voor immigranten.

Of is het juist een bepaald segment van de bevolking dat moet groeien? Het ‘fiere, van smetten vrije blanke’ segment? Moet dat groeien en wordt daar het adagium: neuken voor volk en vaderland?

Spel met/zonder grenzen

“Een permanent en principieel open-grenzenbeleid kan in heel Europa de contrarevolutie ontketenen waarvan we nu overal in Europa helaas de contouren al zien.” De laatste zin uit een interessant artikel van Henri Beunders in Trouw. Beunders constateert terecht dat het broedt en gist in de wereld ten zuiden van Europa en dat hierdoor mensen op drift raken. “En als de boel ontploft in Egypte, Libië of Nigeria, reken dan maar met een half tot heel miljard Afrikanen, of nog meer: hun aantal zal in 2050 verdubbeld zijn tot 2,5 miljard, China en India samen dus,” aldus Beunders om de situatie nog wat bedreigender te maken. Op drift naar de stad, naar andere Afrikaanse landen maar ook naar Europa, want dat heeft ‘een goede pers’ in Afrika. Bovendien liggen Amerika of Australië voor een tocht per rubberboot te ver weg. In dit artikel verwijt hij mensen die Europa’s buitengrenzen open willen houden voor migranten en vluchtelingen, naïviteit. Naïviteit kan ‘contrarevolutionaire’ gevolgen hebben voor onze democratie en de verzorgingsstaat, volgens Beunders, kernelementen van onze politieke cultuur. Hij pleit daarom voor het sluiten van de grenzen.

Spel zonder grenzen

Illustratie: www.huisvanalijn.be

Nu wordt die ‘verzorgingsstaat’ al door de achtereenvolgende regeringen afgebroken en omgebouwd naar een ‘participatiesamenleving’ en ligt de huidige democratie ook onder vuur. Over deze afbraak van die kernelementen van onze politieke cultuur door onze politieke cultuur wil ik het niet hebben. Net zoals Beunders ‘open grenzen’ kritisch bevraagd, is het ook mogelijk om ‘gesloten grenzen’ kritisch te bevragen. Welke gevolgen heeft het sluiten van de Europese buitengrenzen?

Als eerste de vraag waar die buitengrens precies ligt? Waar moet het hek, die nieuwe ‘Berlijnse muur’ maar dan om mensen buiten te houden, worden geplaatst? Niet alle EU-landen zijn Schengenlanden, een zestal landen van de EU waaronder het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld niet. En andersom niet alle Schengenlanden zijn EU landen, Noorwegen, Liechtenstein, IJsland en Zwitserland bijvoorbeeld niet. Nu is daar wel uit te komen. Alleen komen de vluchtelingen en migranten nu met rubberbootjes. Hoe stop je die? Wat als vluchtelingen niet meer in gammele rubberbootjes komen, maar met een grote vrachtvaarder de Noordzee opvaren op weg naar Rotterdam? Terugslepen naar internationale wateren?

Maar wat als dat schip dan ineens zinkt? Laten we die mensen dan in de Noordzee verdrinken? Worden er met alle landen afspraken gemaakt zoals nu met Turkije zijn gemaakt? Wat dan te doen met luchthavens als bijvoorbeeld Schiphol? Wat als ik als vluchteling vanuit Afghanistan een vlucht boek naar Brazilië met een overstap op Schiphol en ik vraag op Schiphol asiel aan? Of een vliegtuig met migranten wordt ‘gekaapt’ en vliegt het Europese luchtruim binnen? Zijn gesloten grenzen zo niet alleen te bereiken als er wordt geaccepteerd dat er aan die grenzen vele doden zullen vallen? En niet alleen omdat hun bootje midden op zee omslaat, nee ook omdat Europa zelf zal moeten doden om die grenzen dicht te houden? Zou dit in het ergste geval kunnen betekenen dat die half miljard Afrikanen, of een deel ervan, gewapend en al, de Europese grens zullen bestormen, een oorlog dus?

Beunders heeft gelijk dat ‘open grenzen’ en iedereen van harte welkom heten, niet zal werken. Als zijn half miljard Afrikanen naar de EU komen, dan betekent dit een verdubbeling van de bevolking. Zou de oplossing dan niet moeten worden gezocht in ademende grenzen? Grenzen die open staan voor zowel vluchtelingen als arbeidsmigranten? Voor arbeidsmigranten door bijvoorbeeld te werken met arbeidsvergunningen voor bepaalde tijd. Arbeidsvergunningen die aan te vragen zijn in de landen van herkomst? Niet alleen voor de ‘hoogopgeleide ICT nerd’ maar ook en vooral voor lager- of niet opgeleiden? Maar vooral ademende grenzen door eerlijke handel? Waarbij eerlijk wat anders is dan vrije handel. Waarbij Afrikaanse landen beperkingen op mogen leggen aan westerse producten om zo hun eigen bedrijvigheid te beschermen en op te bouwen. Want is eerlijk delen van welvaart en welzijn op alle niveaus niet een onmisbaar onderdeel van een structurele oplossing?

Eye wish, Pearl of ‘Gans Anders’?

‘Nederland is een verzorgingsstaat en daarin zijn we veel te ver doorgedraaid. Zo ver dat mensen geen initiatief en verantwoordelijkheid meer nemen. Niet voor het schoon en sneeuwvrij houden van hun eigen stoepje. Niet meer voor het poetsen van het huis van je oude moeder, als die het zelf niet meer kan. Heb je geen werk dan houd je je hand op want je hebt immers recht op die uitkering. In dit land word je van wieg tot graf verzorgd. Heb je ergens een probleem, maak je geen zorgen de overheid neemt het van je over en lost het op. Hoog tijd dat daar iets aan wordt gedaan. Dat mensen weer zelf verantwoordelijkheid nemen, dat de werkloze van die bank komt en wat gaat doen, al is het in eerste instantie vrijwillig. Dat die oudere zelfredzaam blijft en zich inzet voor een ander. Dat kinderen en buren verantwoordelijkheid nemen voor ouders en buurtgenoten. Of eigenlijk dat we verantwoordelijkheid nemen voor elkaar. Maar niet alleen voor elkaar, ook voor onze leefomgeving. Die moeten de bewoners zelf schoon, veilig en heel houden. Dat er niet zoveel naar de overheid wordt gekeken. Dat we een participatiesamenleving worden waarin ieder zijn steentje bijdraagt, het liefst via betaald werk want dan participeer je pas echt.’  

cave

Illustratie: johnveldhuis.com

In iets meer dan tweehonderd woorden staat hier het nu populaire discours beschreven. Een discours dat is, en wordt vertaald in steeds meer wetten. Zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet en de Jeugdwet. Maar wat als dit, zowel de ‘verzorgingsstaat’ als de ‘participatiesamenleving’ frames zijn. Brillen waarmee we naar de wereld kijken? Neem bijvoorbeeld de brief van de voorzitters van DWARS, ROOD, de Jonge Socialisten en FNV Jong in de Volkskrant. Een brief die ze afsluiten met de woorden “Het zijn jongeren die vol willen meedraaien in de maatschappij. Werkgevers, maak geen misbruik van hun positie door ze tegen stageloon, of zelfs tegen helemaal geen loon, in te zetten om productief werk te doen. Neem ze aan, gun ze een goede start van hun carrière!” Woorden uit een betoog dat ademt dat je alleen met betaald werk participeert in de samenleving en zij zijn niet de enigen.

Een andere bril

‘De sociale wetgeving zoals die vanaf de Noodwet ouderdomsvoorziening, later uitgebouwd tot de Algemene ouderdomswet (AOW), van Drees is opgebouwd, was en is bedoeld om mensen in hun kracht te zetten. Om mensen in lastige situaties, zoals werkloosheid, hun onafhankelijkheid en zelfstandigheid te laten behouden zodat ze ook in die lastige situaties als vrij persoon kunnen blijven deelnemen en handelen. Dat ze niet afhankelijk worden en blijven van de goedertierenheid van hun kinderen, buren of kerkgenootschap. Dat ze, zoals dat tegenwoordig heet, volwaardig kunnen blijven participeren in de samenleving.’ 

Zouden deze bijna negentig woorden, de bril kunnen zijn waarmee vanaf de jaren vijftig is gebouwd aan een wetgevingsstelsel dat nu ‘verzorgingsstaat’ wordt genoemd? Is de kern hiervan niet de zelfstandigheid van het individu om zelf zijn leven in te richten? Ter verdediging van die ‘Noodwet van Drees’ zoals hij werd genoemd, sprak premier Drees de hoop uit dat deze moest uitgroeien: “… tot een regeling, die vaste rechten geeft, vaste rechten, die een redelijk zelfstandig bestaan kunnen waarborgen.” Met soortgelijke woorden kondigde de koning bij de Troonrede in 2013 de ‘participatiesamenleving aan: “In deze tijd willen mensen hun eigen keuzes maken, hun eigen leven inrichten en voor elkaar kunnen zorgen.”

Meer overeenkomst

Ook in de manier waarop georganiseerd wordt, zijn verrassende overeenkomsten te zien. Neem het organiseren van de gezondheidszorg, de zorg voor de jeugd en de ondersteuning van individuen en gezinnen. Er wordt gewerkt met wijkteams die kort op de problemen moeten zitten, zonder ze over te nemen. Die moeten werken aan het weerbaar maken van het individu en het gezin en die hierbij de buren en familie betrekken. Die alert moeten zijn op problemen en die zo vroeg moeten signaleren, dat er snel wat aan gedaan kan worden. Die in de haarvaten van de samenleving moeten zitten. Die voor de bewoners van de wijk het logische aanspreekpunt moeten zijn als ze ergens mee zitten. Zo wordt inhoud gegeven aan de participatiesamenleving. Maar dit lijkt ook verdacht veel op de wijkzorg die vanaf de jaren vijftig tot in de jaren tachtig actief was. Die was opgebouwd als een onderdeel van de nu vervloekte ‘verzorgingsstaat’. Hoe verhoudt dit zo vroeg mogelijk, liefst al voor de geboorte, signaleren van problemen, en het in de haarvaten van de samenleving zitten, zich eigenlijk tot die eigen verantwoordelijkheid en de terugtredende overheid?

Hetzelfde doel, dezelfde middelen maar toch een heel ander frame, een heel andere kijk op de wereld. ‘Als eenzelfde aanpak geschikt is, wat maakt dat frame, die bril of kijk dan uit’, zou je kunnen vragen. Zou het voor een werkloze medemens wat uitmaken of hij wordt gewantrouwd als een ‘luie uitvreter’, iemand die de kantjes ervan afloopt en die profiteert van het ‘zuurverdiende’ geld van anderen, als een potentieel fraudeur? Of…, omdat hij buiten zijn schuld om, zijn baan heeft verloren, een lot dat ons allemaal kan treffen; dat hij nu even financiële hulp nodig heeft om zichzelf, en eventueel zijn gezin, deze moeilijke tijd te laten overleven; dat we weten dat hij er alles aan zal doen om zo snel mogelijk weer in zijn eigen levensonderhoud te voorzien? Zou het voor een hulpbehoevende oudere uitmaken of hij als een kostenpost wordt gezien, waarvan de kosten zo laag mogelijk moeten blijven; als een last voor zijn familie, buurt en samenleving; en ook als een mogelijke fraudeur of profiteur? Of dat hij wordt gezien als een mens die door ongemakken is getroffen en daarom onze hulp nodig heeft; als een persoon en mens die iets bijdraagt gewoon door er te zijn? Zou dat verschil maken? Als dat verschil maakt, welke boodschap zendt de overheid dan nu uit?

‘Gans’ Anders

Even terug in de tijd. Bij de bouw van wat nu de ‘verzorgingsstaat’ wordt genoemd, werkten liberalen, sociaal-democraten en christen-democraten (al waren die toen verdeeld over meerdere partijen), gebroederlijk samen. De liberalen vanuit vrijheid, de sociaal-democraten vanuit gelijkheid en de christen-democraten vanuit broederschap. Wat zien we terug van vrijheid, gelijkheid en broederschap? Hoe liberaal is het om iemands vrijheid te beknotten door hem afhankelijk te maken van de goedertierenheid van zijn familie en buren? Familie die steeds vaker ver weg woont. Hoe liberaal is het om iemands vrijheid te beperken, zoals nu gebeurt met werklozen en bijstandsgerechtigden? Hoe gelijk ben je nog als je afhankelijk bent van de goedertierenheid van familie en buren? Als je als werkloze bijstandsgerechtigde vanuit de hoogte wordt bekeken en met woorden en daden in de grond wordt getrapt? Hoe sociaaldemocratisch en broederlijk is dat? Hoe broederlijk is het als je door de zorg voor je naaste en alle andere ‘verplichtingen (werk, vrijwilliger etcetera) er zelf aan onderdoor gaat?

Nu werken die stromingen gebroederlijk samen aan de ‘participatiesamenleving’. Wat zou er gebeuren als ze de brillen afzetten? Als die drie stromingen zouden kijken vanuit vrijheid, gelijkheid en broederschap? Zou dat leiden tot beter beleid en wetten? Zou een onvoorwaardelijk basisinkomen dan tot de mogelijkheden behoren? Een basisinkomen dat net voldoende is om op een karige manier rond te komen. Tot de mogelijkheden behoren omdat het de vrijheid van mensen om zelf keuzes te maken, vergroot? Keuzes gebaseerd  op eigen wensen en plannen en veel minder vanuit nood gedreven? Tot de mogelijkheden behoren omdat het ieders startpunt voor het maken van keuzes gelijker maakt, ook de keuze om te studeren? Gelijker omdat niemand zich zorgen hoeft te maken om het rondkomen? Tot de mogelijkheden behoren omdat het de broederschap bevordert? Bevordert omdat het mensen de gelegenheid geeft om zich zonder schuldgevoel en inkomensvrees voor een ander in te zetten? Om dit echt vanuit het hart te doen en zich dan ook niet schuldig te voelen als dat betekent dat de persoon geen betaald werk verricht.

Of dat tot de mogelijkheden behoort is de vraag. Komt op die vraag niet alleen een antwoord als de Eye wish en Pearl brillen worden afgezet en ‘Gans Anders*’ wordt gekeken.

*Gans is Venloos voor helemaal

Clash of Civilizations

“De verzorgingsstaat moet er vooral óók toe inspireren dat mensen participeren, de participatiesamenleving moet er vooral óók toe leiden dat we de verworvenheden van de verzorgingsstaat wijs en behoedzaam inzetten.” Woorden van Anne Buskens (directeur/bestuurder van de welzijnsorganisatie Traject) in Dagblad de Limburger van dinsdag 29 november 2015. Die samenlevingen moeten elkaar vinden in de ‘zoektochtsamenleving’ zoals ze die Maastricht noemen. Een samenleving die de uitdaging heeft: “de goede wil samen goed te kanaliseren.” Omdat, volgens Buskens de meeste mensen van goede wil zijn.

clash of civilizationsIllustratie: www.reddit.com

Het duizelt mij. Hebben wij niet maar één samenleving op het grondgebied van Nederland en maakt niet iedereen daar deel van uit? En participeert daar niet iedereen in die in Nederland woont?

Hoe ziet dat eruit, die verschillende ‘samenlevingen’ die met elkaar strijden en samenwerken? Een nieuwe versie van HuntingtonsClash of Civilizations’? Een botsing tussen verschillende overheidsinstanties en door de overheid gesubsidieerde en betaalde instellingen die ieder vanuit hun eigen belang met elkaar in strijd en samenwerking gaan om het goede voor en met de burger te doen?

Alleen wat is dat goede? En wie bepaalt dat? Zijn dat die op verschillende wetten gebaseerde ‘samenlevingen’?  Zijn dat die ‘samenlevingen’ en hun instanties waar de welzijnsorganisaties voorbeelden van zijn? Wordt dat opgelegd aan de mensen? Zijn die wetten, zoals de Participatiewet, waarop die samenlevingen zijn gebaseerd niet voorbeelden van gestold wantrouwen? Gaat het dominante denkmodel over mensen niet uit van wantrouwen? Hoe zit het dan met de vrijheid van mensen om zelf hun geluk te kiezen?

Geeft Buskens niet de sleutel voor een veel simpelere oplossing. Als de meeste mensen van goed wil zijn, waarom dan niet uitgaan van die goede wil? Wat zou er gebeuren als je de mensen van goede wil de vrijheid en ruimte geeft? Dat vraagt het afzweren van het denkmodel dat uitgaat van wantrouwen en dat is lastig. Experimenten met basisinkomen tonen echter aan dat uitgaan van het goede, goede resultaten oplevert voor zowel mens als samenleving.

Zou dit geen betere oplossing zijn dan de ‘Clash of Civilizations’?