Uitgelicht

‘Opwarming door verkoeling’

‘Een stukje vlees kan ik wel op mij buik schrijven.’ Dat was wat ik dacht toen ik net terug van vakantie las dat we, om het milieu te redden en de planeet leefbaar te houden, toch echt moeten stoppen met het eten van vlees. Kranten en televisie-uitzendingen, neem Jinek van 12 augustus, worden volgeschreven, gepraat en gefilmd over dit onderwerp. Enige redding voor mijn stukje vlees is, zoals Max Pam in de Volkskrant schrijft, de wetenschap: “Er dient een koe te komen die niet meer ruft en nauwelijks nog bruine vlaaien bakt. Een schone, duurzaam gemodificeerde koe, die nog slechts een enkele keutel in landschap achterlaat.” Als we maar geen vlees meer eten dan komt het wel goed. Dus laat die vleestax maar komen! Of… .

Absurditeit ten top indoor ski in Dubai. Bron Flickr

Nu is het ‘morgen’ al 2030 en het vraagt een flinke gedragsverandering om iedereen ‘van het vlees’ af te krijgen. En zoals we uit ervaring weten, is het veranderen van gedrag zeer lastig. Stoppen met roken, nooit meer een wijntje of een lekkere pils of Weizen, dat ligt lastig. Om voor 2030 iedereen van het vlees af te krijgen, dat vraagt een flinke inspanning. Maar stel dat het lukt, wat dan?

Als we de cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving erop naslaan dan zien we dat die uitstoot in 2017 op net geen 200 Mton CO2-equivalent uitkwam. De landbouw neemt daar bijna eenzevende deel,  zo’n 28 Mton van voor haar rekening. Hiervan komt 20 Mton voor rekening van methaan, het gas dat de koetjes uitboeren en -poepen. Dat is wat we als land maximaal besparen als we geen vlees meer eten en het ook niet meer ‘produceren’. Produceren is in deze een wat vreemd woord, we hebben het immers niet over auto’s maar over levende wezens. Om tot de in Parijs afgesproken 55% reductie in 2030 te komen, missen we dan nog zo’n 90 Mton. Dan moeten er op andere plekken nog flinke slagen worden geslagen. Dan is er toch nog iets anders nodig.

Even naar die andere uitstoot kijken. “In Nederland komt het grootste deel van de CO2-uitstoot voor rekening van de grotere bedrijven. Maar ook binnen die groep zijn de verschillen erg groot. Ruim 50 procent van die uitstoot wordt veroorzaakt door maar tien bedrijven: energiecentrales, Tata Steel, Chemelot, Yara en de raffinaderij van Shell.” Zo publiceerde de NOS vorig jaar.  Maar wacht eens even, waarom beginnen we dan niet bij deze bedrijven? Nee niet door hen het land uit te drijven of het werken onmogelijk te maken. Nee, helpen om hun uitstoot fors te verminderen. Een gerichte inspanning met onze universiteiten en kennisinstituten en zo samen zoeken naar manieren om die uitstoot fors te verminderen, liefst tot nul. Die manieren kunnen we vervolgens ook beschikbaar stellen aan kleinere bedrijven en aan bedrijven in andere landen.

Zou die weg niet veel sneller tot een veel groter succes leiden? Een succes waar ook andere landen nog wat aan hebben? Dat moet toch tot de mogelijkheden behoren. Zeker als je bedenkt dat de elektriciteitssector weer ongeveer de helft van die uitstoot voor haar rekening neemt. Een deel daarvan kan zo worden vervangen door zonnecellen en windmolens. ‘Maar als de zon dan niet schijnt?’ Ja, daarvoor moeten we aan een oplossing werken en waterstof is daarvoor een goede kandidaat, ik schreef er al eerder over. Met een gezamenlijke inspanning van bedrijven en kennisinstellingen en liefst niet per land maar met alle landen samen, moet het mogelijk zijn om deze techniek binnen de tien jaar die ons nu nog resten, tot een succes te maken. De geschiedenis laat zien dat zoiets kan.  Zo ontwikkelden Westerse wetenschappers in de Tweede Wereldoorlog, binnen drie jaar een atoombom. Lukte het de Sovjets om vrij snel een satelliet, hond en een mens de ruimte in te schieten en lukte het de Amerikanen als antwoord daarop om binnen een jaar of acht op de maan te lopen.

Zouden onze politici niet leiderschap moeten toen door niet alleen uit te spreken dit te willen bereiken, maar er ook de middelen voor beschikbaar te stellen. En vooral, door die bedrijven aan te spreken op hun verantwoordelijkheid, ook hun financiële verantwoordelijkheid. Maar ja, waar vind je dergelijke politici?

Moeten we dan als individu niets doen? Nee, natuurlijk moeten we verspilling voorkomen, kunnen een onsje minder vlees eten en kunnen we profiteren van de bovenstaande ontwikkeling. Die zorgt er immers ook voor dat we onze auto’s op waterstof kunnen laten rijden. En, als we wat verder in de uitstootcijfers duiken, dan zien we ook iets wat we kunnen laten. Naast CO2 en methaan dragen ook fluorhoudende gassen bij aan het broeikaseffect. En wat zien we daar? Het gebruik daarvan is sinds eind vorige eeuw fors afgenomen van bijna 14 Mton CO2-equivalent tot zo’n 2,5 Mton nu. Een succes, maar met een bijzonder randje. Het spul dat ervoor verantwoordelijk is, HFK of fluorkoolwaterstoffen, wordt gebruikt in de airco’s. Bijna de gehele tegenwoordige uitstoot komt voor rekening van ‘Gebruik koeling’ en de uitstoot hiervan groeit sinds begin deze eeuw fors. Bijzonder om te constateren dat we, om het erg cru te formuleren, ons individueel verkoelen door ons collectief te verhitten

Wolven en lemmingen

Nog even over voormalig PvdA-leider Wouter Bos, waarover ik gisteren schreef. Bos in de Volkskrant over zijn campagne ervaringen: “Of het niet wat luxer kon in de verpleeghuizen, of die arme zusters niet wat beter betaald konden worden, waarom er nog maar een beperkt aantal behandelingen in het pakket zaten, of die wachtlijsten niet omlaag konden. En o ja, waarom die premie nu al weer moest stijgen, dat was toch schandalig, vond ik ook niet? Het waren van die momenten die alle politici zullen herkennen, omdat je weet dat het dan het makkelijkste is om maar even met de onvrede mee te echoën terwijl je ook weet dat je eigenlijk de burger op zo’n moment streng moet toespreken en een beetje moet opvoeden.” Legt Bos hier niet de vinger op de zere plek en ook op zijn eigen gebrek aan leiderschap?

wolf-963081_960_720

Illustratie: Pixabay

De politicus die leider van het land wil zijn en maar wat gaat ‘mee-echoën’ in plaats van die ‘jengelende’ burger te wijzen op zijn tegenstrijdige wensen. ‘Mee-echoën’ om te voorkomen dat je een keizer verliest of om het in moderne termen te formuleren” luisteren naar de burger, dichtbij de burger zijn. Zorgt ‘mee-echoën’ ervoor dat je dichtbij bent en luistert? neem je de burger zo serieus? Hoe zou die burger je vervolgens beoordelen als zijn premie na de verkiezingen verder stijgt en/of het aantal behandelingen nog verder wordt beperkt? Zorgt dergelijk gedrag niet juist voor verbreding van die ‘kloof’ tussen burger en politiek? 

Ja meneer Bos, op zo’n moment moet u de tijd nemen voor die burger en met hem in gesprek gaan. Luisteren naar wat hij zegt en vervolgens uitleggen dat meer behandelingen en beter betaalde zusters geld kosten dat ergens vandaan moet komen. En dat ergens is de zorgpremie. Of, en dat is een keus die we in Nederland niet maken, van de belastinginkomsten. In dat laatste geval zouden de zorgkosten eerlijker verdeeld worden en zouden ook de Shells meebetalen. In dat gesprek kunt u vervolgens aangeven welke keuze u maakt en waarom u die keuze maakt en niet een andere. In zo’n gesprek luistert u echt naar die burger, neemt u hem serieus. 

Op dat soort gesprekken zit in ieder geval één burger te wachten. Die burger is wegduikende leiders of beter lijders, zoals ik al eens schreef, moe. Die walgt van die meehuilers met de wolven van het ‘volkssentiment’ en als lemmingen achter de ‘stem van het volk’ aanrennen op zoek naar een ‘kiezer’.   

‘Echte vrouwen’

Voor de ‘redding van de wereld’ zouden vrouwen het voor het zeggen moeten krijgen. Dat is in het kort (en wellicht een klein beetje overdreven) wat de schrijfster van bijvoorbeeld Brokeback Mountain Annie Proulx in Trouw beweert. Op de vraag of vrouwen beter in staat zijn het evenwicht te bewaren en we dus beter vrouwelijke leiders kunnen kiezen antwoordt ze: “Vroeger (…) zou ik dat onzin hebben gevonden. Maar nu weet ik dat niet meer zo zeker. Vrouwen staan vanwege hun vermogen kinderen te baren dichter bij de natuur, ervaren de natuur anders dan mannen. Vrouwen weten van tuinieren en zaaien en laten groeien. Mannen leven in boardrooms en kantoren.”

tuinieren

Foto: Men’s Health

Laten we de twee argumenten van Proulx, kinderen kunnen krijgen en tuinieren, eens wat nader bekijken. Inderdaad is kinderen krijgen hard werken en vaak een pijnlijke ervaring.  De mannelijke kant van de ervaring is trouwens ook geen pretje, hulpeloos toezien hoe de natuur haar werk doet, je geliefde hard werkt en pijn leidt zonder dat je wat kunt doen. Dat ‘meepuffen’ klinkt leuk, maar voegt het echt wat toe? Die vrouwelijke ervaring wordt tegenwoordig vaak onderdrukt door medicatie. Wat maakt dat vrouwen, na het doorstaan van die ervaring, dichter bij de natuur staan? En wat is de relatie tussen die ervaring en het geschikter zijn van vrouwen als leiders?

Dan het tuinieren. Ik zal de laatste zijn om te beweren dat alle mannen iets weten van ‘zaaien en laten groeien’ en dat er vrouwen zijn die er ‘iets’ van weten. Ik ken echter veel vrouwen die er niets van weten, die hun ‘handen niet vuil’ durven te maken en bang zijn om een nagel te breken. Net zoals ik veel mannen ken die er heel veel van weten. En ook hier weer, wat maakt mensen die weten van ‘tuinieren’ tot betere leiders?

Als in een ‘kantoor wonende’ man kan ik u, mevrouw Proulx, meedelen dat ik er heel veel vrouwen tegenkom. Sterker nog, in de sector waarin ik werk, kom ik meer vrouwen dan mannen tegen.

Beste mevrouw Proulx, u mag best vinden dat vrouwen geschikter zijn als leiders. Uw onderbouwing van deze mening blinkt uit door een gebrek aan deugdelijke bewijsvoering en een overdaad aan generalisaties. Het antwoord dat u geeft als de interviewer verwijst naar leiders als Thatcher, May, Clinton en Merkel, maakt uw argumentatie er trouwens niet sterker op. U serveert hen af met “Die zijn opzettelijk blind.” Het zijn dus eigenlijk geen ‘echte’ vrouwen.

Wisdom of the crowd

De PvdA-fractie in het Europees Parlement pleit voor het kwijtschelden van een fors deel van de Griekse schulden. Dit valt te lezen in de Volkskrant. Die schuld zou, volgens de fractie, maximaal 100 procent van het Bruto Binnenlands Product mogen bedragen. Dit zou betekenen dat een slordige €140 miljard aan schulden kwijtgescholden moeten worden, een astronomisch bedrag. Volgens fractieleider Paul Tang is dit wel nodig om ervoor te zorgen dat Griekenland financieel weer op eigen benen kan staan: “We zijn nu al zes jaar met de Griekse crisis bezig. Ik wil niet dat Griekenland over zes jaar nog steeds onder Europese curatele staat.”

griekenlandIllustratie: www.welingelichtekringen.nl

Tangs partijgenoot en minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, reageert kort en duidelijk en gooit het voorstel in de prullenbak: “Nu bijna 150 miljard euro kwijtschelden, daarvoor is zeer begrijpelijk geen enkel draagvlak in de eurolanden die dat zouden moeten betalen.” Ook economisch snijdt het volgens Dijsselbloem geen hout: “Tang kijkt ten onrechte alleen naar de omvang van de schuld en niet naar de zeer lage rente en de lange tijd die Griekenland krijgt om deze af te lossen.” Een partij, twee opvattingen. Goed dat er ook binnen partijen verschillend wordt gedacht. Welke PvdA-ers het ‘economisch’ beste voorstel doet, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de argumentatie van Dijsselbloem, het draagvlak.

Draagvlak is een politiek ‘toverwoord’. Voordat een besluit wordt genomen, wordt eerst onderzocht wat de mensen ervan vinden. Daarna wordt er een oplossing gezocht die tegenmoet komt aan de ideeën en wensen van wat de grootste groep vindt. Waar komt toch de idee vandaan dat besluiten op draagvlak moeten kunnen rekenen? Dat een meerderheid van de bevolking zich erin moet kunnen vinden? Ja, het lijkt op en top democratisch om dát te doen waar een meerderheid zich in kan vinden. Je maakt gebruik van de ‘Wisdom of the crowd’. Klopt het wel dat een door een meerderheid gedragen besluit ook het beste of wijste besluit is wat je kunt nemen? Of zou John Stuart Mill gelijk hebben toen hij schreef: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.”

Hebben onze volksvertegenwoordigers en onze regering niet als taak om de de beste, wijste  besluiten te nemen? Als dat een besluit is waar het overgrote deel van de mensen zich in kan vinden is het mooi meegenomen. Als dat niet het geval is, is het een impopulair besluit, is het dan niet aan de volksvertegenwoordigers en de regering om dit besluit uit te leggen en er zo draagvlak voor te creëren en leiderschap te tonen?

Wereldkampioen ‘leider’

Oh jee, dat wordt een groot probleem voor mij. Ik mag Obama, Poetin of zelfs Merkel niet beter vinden dan Mark Rutte. Stel je voor dat we premier Wilders krijgen, dan wordt het probleem voor mij nog veel groter. Want wat lees en hoor ik,  Ebru Umar vindt dat iemand met een Nederlands paspoort een buitenlandse leider niet ‘beter’ mag vinden dan de Nederlandse premier.

CollignonIllustratie: http://www.volkskrant.nl

Nu heb ik gelukkig alleen een Nederlands paspoort. Maar als je toevallig ook nog Brits staatsburger bent en je vindt Cameron beter, dan zou je dat in moeten leveren, zo vindt Umar. Nu denkt zij natuurlijk niet aan die Britse expat, maar eerder aan een Turkse gelukzoeker.

Volgens de ‘Wet van Umar’, leef ik al bijna mijn hele leven in de gevarenzone. Sinds ik mag kiezen, vond ik Olof Palme beter dan Ruud Lubbers. Wim Kok was beter dan Lubbers maar haalde het niet bij Nelson Mandela. Daarna werd het een ramp: Jan-Peter Balkenende. Nu had hij geluk dat ook in het buitenland veel slechte leiders rondliepen zoals onder andere Blair en Bush jr. Gelukkig hadden we de Braziliaan Lula. Nu zitten we opgescheept met ‘teflon lachebekje’ Rutte die zelfs ik slechter vind dan Erdogan. Wat niet wil zeggen dat ik het met Erdogan eens ben, verre van dat zelfs. Als leider is hij wel beter. Gelukkig hebben we nu de Canadees Justin Trudeau die in alle opzichten beter is.

Eist Umar niet hetzelfde als de door haar zo gehate Erdogan? Erdogan wil dat alle Turken de loftrompet over hem steken. Komt het van Nederlanders eisen om hun premier beter te vinden dan andere buitenlandse leiders niet op hetzelfde neer? Wellicht mogen we van Umar wel een binnenlandse oppositieleider beter vinden dan de premier. Komt dat er dan niet als vanzelf op neer dat de beste leider altijd uit Nederland komt? Dat de Nederlandse premier altijd wereldkampioen ‘leider’ is?

Gelukkig is het nog niet zover en het is te hopen dat Ebru Umar nooit haar zin krijgt. Als zij wel haar zin krijgt, dan hoop ik dat er nog een land in de wereld is dat een Nederlandse politieke vluchteling op wil nemen.

Leadership from behind

In Dagblad de Limburger roept Sjoerd Mossou de voetbalsupporter op om in actie te komen. Volgens hem laten tienduizenden zich in de stadions gijzelen door een klein groepje idioten. Hij adviseert deze tienduizenden: “Loop massaal het stadion uit. Zing een ander – veel beter – lied. Ga in discussie met je buurman. Breng de humor terug in plaats van dat verstikkende oliedomme gebrek aan relativering. Verzin een ludieke actie.” Nu denk ik dat juist dat kleine deel dat ‘poppen ophangt’ etcetera, denkt dat dit ludiek is, een vorm van humor. Volgens Mossou is het verleidelijk en ook deels terecht om naar de KNVB, de club of de overheid te wijzen.

leiderschapIllustratie: www.michellesmirror.com

In de Volkskrant heeft Max Pam een ander, wellicht aanvullend idee: “Zo kan iedereen die getuige is van een voetbalwedstrijd waarbij zich ongeregeldheden voordoen en die daar op de een of andere manier niet tegen is opgestaan, worden beschouwd als een lid van een criminele organisatie.” En om dit kracht bij te zetten, stelt hij voor om de stadionbezoekers borg te laten betalen. Die krijgen ze terug als alles goed gaat, anders niet.

Opvallend is dat beide heren de eigen verantwoordelijkheid van de stadionbezoeker aanspreken. Dat is deels ook terecht. En als niets anders werkt, dan is dat een laatste redmiddel. Laatste, omdat er ook andere zijn. Laten we eens naar de beroepsgroep van Mossou en Pam kijken. Zou het niet meer verslaan van wedstrijden door alle media, een één na laatste redmiddel kunnen zijn? Dit betekent geen TV-gelden voor de clubs en sterk verminderde aantrekkelijkheid voor sponsors.

En met die sponsors komen we bij het op twee na laatste redmiddel. Wat als sponsors zich om die reden terugtrekken? En dan de scheidsrechters? Die kunnen een wedstrijd staken of niet laten beginnen. En daar weer voor de spelers en trainers. Wat zou er gebeuren als die niet verder spelen? En daarvoor de clubs. Zouden die gasten die zich misdragen niet de deur uit kunnen zetten? Het is immers hun huis. Indien nodig kunnen ze hiervoor politieondersteuning vragen. En daar weer voor de voetbalbond. Zou die geen gedragsregels kunnen uitvaardigen hoe te handelen in een dergelijke situatie?

Toont echt leiderschap zich niet juist in moeilijke tijden? Zien we niet een schrijnend gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsbesef? Maar ja, waarom zou het voetbal een uitzondering zijn op het algehele gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsgevoel bij bestuurders, in de politiek en de samenleving? Zien we daar niet ook vormen van hooliganisme en wegduiken? Van het ontwijken en ontduiken van verantwoordelijkheid? Is dit het nieuwe ‘leadership from behind’?

The essence of leadership

“Want er zijn niet alleen West-Europese landen die weer gaan controleren aan de grenzen, maar ook blijven de Midden- en Oost-Europese lidstaten dwarsliggen als het gaat om het opvangen van vluchtelingen. In het verenigd Europa overheersen, te midden van een van de zwaarste crises in zijn bestaan – zo niet de zwaarste – de nationale reflexen, waar men ook kijkt.” Een citaat uit een artikel van Arie Elshout in de Volkskrant. Het artikel handelt over de vluchtelingenproblematiek in Europa en de deadline van twee maanden die premier Rutte (als EU-voorzitter) en EU-president  Tusk hebben gesteld voor het oplossen van die problematiek. Deze problematiek lijkt nog het meest op een Gordiaanse knoop van scheepstouw die de twee met een aardappelschilmesje willen doorhakken.

Eisenhower 2Illustratie: www.relatably.com

De Amerikaanse generaal en president Dwight D. Eisenhower voorzag dat het veiligheidsprobleem in Europa alleen opgelost kon worden door een soort ‘Verenigde Staten van Europa’. Maar daarvoor was echt leiderschap met visie nodig en daarom verzuchtte hij dat de leiders die hij zag ‘te voorzichtig, te bang en te lui waren en teveel persoonlijke ambitie hadden’.

Is de Europese samenwerking niet ooit begonnen om de aartsvijanden Frankrijk en Duitsland zo aan elkaar te binden dat een oorlog tussen beide onmogelijk zou worden. Dus om dat veiligheidsprobleem op te lossen. Begonnen met zes landen in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Een samenwerking tussen de twee genoemde landen, Italië en de Benelux. Uiteindelijk gegroeid tot de Europese Unie bestaande uit 28 landen. En het is gelukt, er is geen oorlog meer geweest tussen de twee erfvijanden. En op dit punt en ook nog op andere is de Unie een doorslaand succes. Het lijkt steeds meer op de ‘voorspelling’ van Eisenhower.

De Unie kan de  laatste jaren maar weinigen bekoren. Landelijke politici geven af op ‘Brussel’ waarvan ze bevoegdheden terug willen. Wordt Europa voor de betere politici niet pas interessant als de landelijke carrière erop zit en er nog wat goedbetaalde tijd tot het pensioen moet worden overbrugd? Als de ambitie is gedoofd? Vertonen de huidige leiders niet dezelfde gebreken als die Eisenhower in zijn tijd waarnam? Welke politicus of bestuurder van enig statuur zet zich met ziel en zaligheid in voor de Unie en onderbouwt dit met een gepassioneerd betoog?

All of the great leaders have had one characteristic in common: it was the willingness to confront unequivocally the major anxiety of their people in their time. This, and not much else, is the essence of leadership,” aldus de Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith. Ontbreekt het niet aan echt leiderschap?