Ibrahim in Nederlands gevang

Vandaag is het le Quatorze Juillet, de Franse nationale feestdag. Op deze dag in 1789 bestormde een woedende menigte Parijzenaars de Bastille, de Parijse gevangenis. Die bestorming leidde de Franse revolutie in. De revolutie van liberté, egalité, fraternité of op z’n Nederlands vrijheid, gelijkheid en broederschap. Begrippen die hun vertaling kregen in de universele verklaring van de rechten van de mens en die werden vertaald in de grondwet, ook de Nederlandse.

Bastille

Illustratie: Wikipedia

Aan die grondwet moest ik denken toen ik in de Volkskrant een bericht las over de uitzetting van criminele vreemdelingen. “Criminele vreemdeling wordt maar zelden uitgezet, rechters bemoeilijken intrekken verblijfsstatus,” zo luidt de kop boven het artikel. In deze krant ook het verhaal van de zevenentwintig jarige Ibrahim uit Gouda die na vierentwintig jaar in Nederland te hebben gewoond, wordt uitgezet vanwege een roofoverval en een zware mishandeling. Het is de laatste jaren regeringsbeleid om criminele vreemdelingen sneller uit te zetten. Alleen werkt de rechter, zo valt in het artikel te lezen, niet mee. Het Europese hof heeft in een uitspraak bepaald dat de overheid moet: “motiveren dat een vreemdeling een ‘daadwerkelijk en actueel gevaar’ vormt. Een veroordeling op zich is (…) onvoldoende bewijs.” Menigeen zal nu denken, waar bemoeit die Europese rechter zich mee, uitzetten die criminelen! Advocaten denken daar anders over, die: “ betwijfelen of het zinvol is verblijfsvergunningen in te trekken als vreemdelingen al tientallen jaren in Nederland zijn. In de praktijk verdwijnen zij dan vaak hier in de illegaliteit.”

Ik moest, zoals gezegd, aan de Nederlandse grondwet denken toen ik dit las en dan vooral aan artikel 1“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Wordt de criminele Ibrahim met een Marokkaans paspoort gelijk behandeld met de criminele Henk die dezelfde feiten heeft gepleegd en in het bezit is van een Nederlands paspoort? Henk kan niet het land worden uitgezet, zoals nu wel met Ibrahim dreigt te gebeuren. Moet Ibrahim niet, net als Henk, gewoon het Nederlandse gevang in?

Jammer voor Ibrahim dat hij zich bij het gerecht niet kan beroepen op de grondwet, dat is in Nederland immers onmogelijk. Hij wordt ongelijk behandeld en daarmee gediscrimineerd.

Zwijgen is goud

De Europese politiek en media zijn nu al ruim twee weken in de ban van Erdogan. De oproep van Hans Theeuwen om Erdogan tot op het bot te beledigen, wordt door velen nagevolgd. De arrestatie van Ebru Umar door de Turkse politie gooide verder olie op het vuur en schijnt tot een diaree aan verwensingen te hebben geleid. Aan de ene kant critici van Umar die hun blijdschap lieten blijken en aan de andere kant mensen die verder scholden op de Turkse president en degenen die blij waren met die arrestatie. Politici die vervolgens een duit in het zakje doen en dit in de kamer nog eens dunnetjes over doen.

zwijgenIllustratie: plazilla.com

Allemaal zich beroepend op de democratie en vooral de vrijheid van meningsuiting. Een vrijheid die onze voorvaderen hebben bevochten en waarvoor levens zijn geofferd. Een vrijheid die mensen niet op elkaar hebben ‘veroverd’, maar op de overheid. Die vrijheid is in onze Grondwet opgenomen en regelt dat de overheid ons niet mag belemmeren in het uiten van onze opvattingen.

De overheid mag iemand niet belemmeren om iemand te beledigen. Dat wil niet zeggen dat er lukraak beledigd mag worden zoals nu het geval lijkt. In het verkeer tussen personen wordt dit beperkt door artikel 137 van het Wetboek van strafrecht. De beledigde kan aangifte doen en dan kan vervolging worden ingesteld en bepaalt de rechter of er sprake was van opzettelijke belediging zoals bedoeld in het genoemde artikel.

Wat wordt er bereikt met het elkaar de huid vol schelden en het beledigen van elkaar en je daarbij beroepen op de vrijheid van meningsuiting? Wat is dan die vrijheid van meningsuiting waard? Dat recht waar onze voorvaderen voor hebben gestreden? Welke dienst wordt onze hoogstaande democratische idealen, zoals die vrijheid van meningsuiting, bewezen als ze worden misbruikt voor iets laags als elkaar beledigen? Wat zijn die idealen dan nog waard?

‘Ik zeg wat ik denk’ is tegenwoordig mode. Het recht hebben om je mening te uiten, wil niet zeggen dat iedere mening ook geuit moet worden. Zeker niet als die mening bestaat uit schelden en beledigen. Zou het zwijgrecht niet wat meer gebruikt moeten worden? Want: spreken is zilver, zwijgen is goud!

Debat, partijen en parlement

In de Volkskrant stelt Willem van Ewijk een bijzondere vraag naar aanleiding van het Oekraïnereferendum. Een referendum waardoor er eindelijk een debat over de inhoud en niet over ‘poppetjes’ werd gevoerd. Eindelijk een debat tussen mensen die het niet met elkaar eens zijn. Eindelijk een debat over concreet beleid, zo constateert Van Ewijk, alleen jammer dat het was over een verdrag dat al getekend was.

debat

Foto: dspace.library.uu.nl

Zo’n debat smaakt naar meer, want dat is: “waar een gezonde democratie op draait: het voortdurende debat”, zoals Van Ewijk terecht constateert.  Alleen: “Het is een ideaal natuurlijk, maar iets waar de Tweede Kamer al lang niet meer in uitblinkt”  Het debat wordt, aldus Van Ewijk, nu beheerst door het kleine groepje Nederlanders dat lid is van een politieke partij. En dan stelt hij de vraag: “Als burgers niet meer debatteren via politieke partijen, waarom houden we dan zo krampachtig vast aan die parlementaire democratie?” Op de vraag wat er dan voor in de plaats moet komen, geeft hij geen antwoord, maar daar gaat het nu niet om.

Een bijzondere vraag, omdat er een relatie wordt gelegd tussen het publieke debat, politieke partijen en het parlement. Eerst de relatie tussen het publieke debat en politieke partijen. Van Ewijk lijkt het publieke debat te beperken tot de het debat in de Tweede Kamer. Is dat niet heel erg beperkt? Die partijen zouden het debat moeten voeren en dat doen ze niet. Is het publieke debat niet het gesprek tussen burgers op straat, in kranten, via Facebook en Twitter, via sites als www.ballonnendoorprikker.nl? Zijn politieke partijen hierbij onmisbaar?

Dan de relatie tussen politieke partijen en de parlementaire democratie. Van Ewijk lijkt te suggereren dat partijen cruciaal zijn in een parlementaire democratie. De Grondwet kent geen politieke partijen. Die kent parlementsleden die: “stemmen zonder last (artikel 67 lid 3). Zij zijn vrij om naar eigen oordeel en goeddunken te stemmen. Zou een parlementaire democratie kunnen functioneren zonder politieke partijen? Gewoon 150 landgenoten die we kiezen en die ons representeren, of ze representatief kunnen uitloten naar de ideeën van David van Reybrouck?

En daarmee zijn we aanbeland bij de relatie tussen parlement en publiek debat.  Parlementsleden moeten het publieke debat volgen, vragen stellen en op basis van de argumenten voor en tegen en hun eigen opvattingen, een keuze maken. Een keuze die niet overeen hoeft te komen met de ideeën en wensen van de meerderheid. Want het publieke debat kan eeuwig doorgaan, op enig moment moet er echter worden besloten en daarvoor worden die 150 mensen gekozen. Zou onze parlementaire democratie zo kunnen werken?

Twee ei is een Halbe ei

Bied als winkelbedrijf ‘verstop-eitjes’ aan en spreek van ‘voorjaarsfeest’ en dat is het begin van het einde van: “waar we als land voor staan.” Een uitspraak van VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Dit naar aanleiding van reclame van de HEMA. Want: “Als de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam afscheid neemt van Pasen, dat onderdeel uitmaakt van onze maatschappij, dan glijden we langzaam af.” Want: “Pasen en Pinksteren hóren bij Nederland. Dat vind ik, ook al ben ik zelf niet religieus. Als je daar aanstoot aan neemt, dan ben je toch intolerant? Pasen hoort erbij, net als gelijkheid tussen man en vrouw en tussen homo’s en hetero’s.” Zijlstra maakt zich zorgen om de ondergang van een christelijke natie. De eitjes zijn voor hem een voorbeeld van een dreigende islamitische onderwerping.

paaseieren2Illustratie: koken.vtm.be

Beste meneer Zijlstra. Is de HEMA daadwerkelijk zo’n belangrijke poot ‘onder alles waar we als land voorstaan’? Waarom begint u dan geen actie om het bedrijf terug te kopen van de Britse eigenaar Lion Capital? Het zou immers toch niet mogen zijn dat deze belangrijke drager van ‘alles’ waar Nederland voor staat, in buitenlandse handen is? Want wat als de Britten de HEMA verkopen aan een sjeik uit een van de Golfstaten?

Is het huidige Pasen geen ‘verchristelijkte’ voortzetting van voorchristelijke lentefeesten, gewijd aan het leven en de vruchtbaarheid? Net zoals ook Kerst een ‘heidense’ geschiedenis kent. Zou de HEMA met haar voorjaarsfeest niet een verdere vernieuwing kunnen zijn? Of beter, een moderne manier van teruggrijpen op een oeroude traditie?

Meneer Zijlstra, als u Pasen en Pinksteren op gelijke hoogte stelt met de gelijkheid tussen man en vrouw en homo’s en hetero’s, waarom dan geen voorstel tot wijziging van de Grondwet? En vervolgens een Paas- en Pinksterenwet waarin formaat, smaak, gewicht etcetera van het paasei kan worden vastgelegd. De hoeveelheid spijs en suiker op een Paasbrood. Zou politieke bemoeienis dit Pasen en Pinksteren goed doen?

Moet de politiek zich niet verre houden van bemoeienis met tradities en volksfeesten, zeker als ze zijn gelieerd aan een godsdienst? Want loopt zij daardoor niet het risico de ene godsdienst boven de andere te plaatsen? En is dat niet in strijd met onze Grondwet.