Terroristen, Soleimani en Trump

Afgelopen maandag keek ik weer eens naar De Wereld Draait Door. De dood van de Iraanse generaal Soleimani werd uitgebreid besproken. In dat gesprek viel mij iets op. Iets wat in alle berichtgeving over deze zaak opvalt. Wat mij opviel? De onevenwichtigheid in woordgebruik waarmee er wordt gesproken.

Bron: cosmoschronicle.com

Een voorbeeld. Generaal Soleimani wordt met alle gemak ‘in en in slecht’ neer gezet. Hij is een ‘terrorist’ en het ‘meesterbrein’ achter veel terroristische aanslagen. Als we kijken wat er is gebeurd dan zien we een daad van terreur uitgevoerd in opdracht van de president van de Verenigde Staten. Terreur is volgens de Van Dale: “georganiseerd politiek geweld.” Een vorm van terrorisme dus. Dat is, volgens dezelfde Van Dale: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.” Er wordt een generaal van het Iraanse leger vermoord of geliquideerd want een andere benaming is er niet voor het doden van iemand zonder dat er een rechter aan te pas is gekomen. Een moord die is bedoeld om een regering en/of een bevolking onder druk te zetten. In dit geval zelfs twee regeringen, die van Iran en Irak. En misschien zelfs drie bevolkingen, naast het Iraanse en Iraakse ook het Amerikaanse. Met andere woorden: georganiseerd politiek geweld. Ik hoor niemand die de Amerikaanse actie bestempelt als terrorisme. Als er met medeweten en medewerking van Irak was geprobeerd om Soleimani te arresteren om hem voor de rechter te brengen en hij was gedood omdat hij zich hier gewelddadig tegen verzet had, dan was het een ander verhaal.

Sterker nog, in een ander televisieprogramma, het nieuwe programma Op1 horen we de Nederlandse minister van defensie Bijleveld verklaren dat ze ‘er begrip voor heeft dat de liquidatie is gebeurd.’ Een Nederlandse minister die begrip heeft voor terreur, voor een terroristische daad geïnitieerd door de Amerikaanse president! Dit terwijl de Nederlandse regering, zo is in artikel 90 van de Nederlandse Grondwet vastgelegd, de ontwikkeling van de  internationale rechtsorde  moet bevorderen. Als ‘begrip hebben’ voor een liquidatie door een land (de Verenigde Staten)van een regeringsfunctionaris van een ander land (Iran) op het grondgebied van een derde land (Irak) zonder medeweten en goedkeuring van dat derde land de ‘ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert’, wat is die ‘internationale rechtsorde’ dan anders dan het recht van de sterkste? Als de Nederlandse regering de grondwet serieus neemt dan zou ze de Amerikaanse president aanspreken op het schenden van de international rechtsorde. Dan zou ze schande spreken van deze terreur daad. Jammer, want hierdoor komt onze rechtstaat en democratie in een verkeerd daglicht te staan en verzwakken we onze kracht. 

Er is meer onevenwichtigheid.  Die Soleimani was geen heilig boontje. Hij zal best verantwoordelijk zijn voor de nodige doden in Iran en erbuiten. Dat zijn de huidige Amerikaanse president en zijn voorgangers ook. Zo startte zijn voorganger Bush op onrechtmatige gronden en met leugens als onderbouwing een oorlog tegen Irak. Een oorlog met zeer veel doden tot gevolg. Een oorlog die aan de basis ligt van de huidige chaos in Irak. Als dat maakt dat Soleimani ‘terrorist’ mag worden genoemd, hoe moeten we Trump en zijn voorgangers dan bestempelen?

Ja, Iran probeert zijn invloed in de omringende landen te vergroten en er bevriende mensen aan de macht te krijgen. Hierin speelde Soleimani een belangrijke rol. Als we de huidige berichten mogen geloven dan was hij het meesterbrein eracht. Hij zou zelfs achter de oprichting van Hezbollah en Hamas zitten. Dat lijkt me wel erg veel eer voor de man. Dat Iran zich‘bemoeit’ met de ‘binnenlandse aangelegenheden’ in andere landen staat buiten kijf. Bijvoorbeeld Libanon, Syrië, Irak en Jemen. Maar waarin verschilt het land daarin van Rusland, de Verenigde Staten, Saoedi -Arabië, Turkije en zelfs Nederland? Je ‘bemoeien’ met andere landen en daar je ‘invloed’ vergroten is het streven van de buitenlandse politiek van alle landen. En bij dat streven worden ook wel eens groepen in een land gesteund die op minder goede voet staan met de regering van dat land.  Zo heeft Orban van Hongarije warme banden met Wilders. Waarom zou Iran geen buitenlandse politiek bedrijven en de Verenigde Staten en alle andere landen wel?

‘Feestzaal Nederland’

Volgens Constanteyn Roelofs gaat het slecht met de traditie. Bij Elsevier schrijft hij: “Over de nationale mythes hoeven we het niet eens te hebben: een systeembombardement van postmoderne ideologen heeft verklaard dat alles wat waarde, structuur en zingeving geeft racistisch, koloniaal, imperialistisch en seksistisch is.” In zijn artikel maakt Roelofs zich zorgen over die tradities maar vooral over het conservatisme. Conservatisme is: “het behouden, doorgeven en versterken van deze elementen.” Gevolg hiervan: “Nederlanders zijn eenzamer dan ooit, in toenemende mate ongeletterd en hoewel de bevolking hoger is opgeleid dan ooit leest niemand meer een boek.” En dat conservatisme hangt in de touwen. Dit terwijl het conservatieve verhaal nodig is: “het liberalisme vertelt maar het halve verhaal, namelijk dat van vrijheid en economie, maar niet van de zaken die een natie bindt.”

Jocushaan. Bron Wikipedia

Nu is er net een nieuw jaar begonnen. De dagen lengen weer en we kunnen verlangend uitkijken naar wat er komen gaat. In de Volkskrant schrijft Iñaki Oñorbe Genovesi over de stortvloed aan themadagen die het jaar 2020 ons te bieden heeft. Zo er een Internationale Herdenkingsdag van de Slachtoffers van Slavernij en de trans-Atlantische Slavenhandel. Goed dat we hier aandacht aan besteden al vraag ik me wel af waarom de trans-Atlantische slavenhandel apart wordt genoemd? Dan lijkt het alsof er slaven en slaven waren. Ik zou liever aandacht besteden aan hedendaagse slavernij. Want, ondanks dat slavernij in de hele wereld is afgeschaft, zijn er nog zo’n 21 miljoen slaven. Tenminste, dat las ik in het boek Het kwaad van Julia Shaw. Daarin las ik ook dat een slaaf tegenwoordig zo’n $ 90 kost en zijn eigenaar gemiddeld  $ 36.000 oplevert. Dan hebben we meteen ook de reden waarom slavernij nog bestaat. Naast nuttige zaken om aandacht aan te besteden zijn er ook volkomen nutteloze zaken die met een dag worden ‘gevierd’. Neem Wereld Nutelladag (5 februari) of de dag van de komkommer (1 juli). 

Bij verlangend vooruit kijken denk ik echter meer aan Vastelaovend en het Venlose Zomerparkfeest. Gebeurtenissen die een jaar kleur en vooral vaste ankerpunten geven. Je verheugt je erop. Nadeel van dat ‘verlangen’ is dat de tijd er sneller door lijkt te gaan. Twee gebeurtenissen die mij en met mij vele andere mensen ‘waarde, structuur en zingeving’ bieden. Het Zomerparkfeest sinds 1977. De Vastelaovend wordt al heel lang gevierd. Als we ‘osse Venlose Jocus’ mogen geloven werd het al 1349 gevierd. Het is dus al eeuwen oud.

Geen ‘nationale myhen’ want de feesten worden niet in het gehele land gevierd. Bovendien zou ‘nationale mythe’ geen juiste benaming zijn voor Vastelaovend omdat de ‘mythe’ ruim aan de ‘natie’ vooraf ging. Nu is dat laatste niet uitzonderlijk. Veel tradities die binnen een natie worden gevierd, zijn ouder dan de natie. Naties zijn trouwens niet de enigen die deze ‘techniek’ gebruiken. Het christendom is groot geworden door deze ‘culturele toe-eigening’ avant la lettre. Zo is de kerstboom die we nu weer het huis uit kieperen, overgenomen van de Germanen en Romeinen. “De groene boom kondigde ook de nieuwe lente aan, een tijd van bloei. Daarom zetten de Germanen tijdens de midwinternacht, de kortste dag van het jaar, een groene boom neer. Vaak in het midden van het dorp. Deze werd dan versierd met appeltjes en andere attributen, die het begin van een nieuw seizoen aanduidden.” Zo is te lezen op de site Historiek. Of neem de naamdagen van katholieke heiligen die ‘toevallig’ samenvielen met een ‘heidens feest’. Dat maakte het accepteren van het geloof wat makkelijker.

Als er iets bijzonder is aan ‘tradities’ dan zijn het wel de ontwikkelingen die ze door maken. Een traditie die zich niet aanpast, is gedoemd te verdwijnen. Neem de Vastelaovend. Die is in de basis nog steeds hetzelfde maar als er niets aan was veranderd, toegevoegd dan was uitgekomen wat in het liedje 2011 uit 1998 werd bezongen: “2011 – Ik bin de nieje prins, ik bin de ganse raod. D’n optoch bin ik ouk, en staon ik langs de straot, dan speul ik muzikant en bin ik mien publiek. Ik lach en böëk as kloon, det mak mich gans allein uniek. 2011, Vastelaovend bin ik zelf.” Het lied werd geschreven in een tijd dat de traditie werd ‘bedreigd’. De schrijver vreesde dat hij in 2011 de enige was die nog Vastelaovend viert.- Daarvan is nu geen sprake meer, de traditie heeft zich vernieuwd zonder het oude te verwerpen. Nieuwe activiteiten waarvan het lijkt alsof ze al ‘eeuwen’ worden gevierd, hebben hun plek gekregen. De muziek vernieuwde zich naar de smaak van de jeugd zonder oude helden als de vorig jaar overleden Sjraar Peetjens te vergeten. We zullen hem zondag 23 februari 2020 missen. Dan verzamelen we ons weer bij Motown om te luisteren naar, maar vooral mee te zingen (of wat daarvoor door moet gaan) met Minsekinder. 

En ja, alle verwijten: “racistisch, koloniaal, imperialistisch en seksistisch” worden ook over deze traditie uitgestort. Die begrijpen echter de kern van de Vasteloavend niet. Twee jaar geleden liep er een hele reeks ‘prinsessen’ mee in de optocht. Zij vonden het tijd worden voor een ‘prinses’ als leider van de de Venlose Vasteloavend. Dan kun je twee dingen doen. Je proberen ‘in te vechten’ om de woorden van premier Rutte aan te halen. Dan zou het kunnen dat je op weerstand stuit. De tweede optie is veel eenvoudiger. Niets weerhoudt hen ervan om een ‘prinses’ uit te roepen en zo de traditie uit te breiden en te vernieuwen. De deelname van de groep prinsessen zou hier een eerste stap in kunnen zijn. Het ‘nieuwe’ en het ‘oude’ zullen zich dan tot elkaar moeten verhouden en dat zal de traditie verrijken.

Het Zomerparkfeest laat zien dat “de xtc-festivals van de D66-liberalen van nu,” uit kunnen groeien tot veel meer dan dat. Het is een evenement van verbroedering en ‘samen’. De hele zaak draait op vrijwilligers en laat zien wat je door samen te werken kunt bereiken. Begonnen als een klein feestje in de Heutszstraat. Ja ook in Venlo is een straat vernoemd naar Heutsz. Het feest verhuisde al snel naar het Julianapark alwaar wat ‘obscure’ bandjes ‘herrie’ maakten op een oplegger. De woorden ‘obscuur’ en ‘herrie’ werden gebezigd door het overgrote deel van de ‘Venlonaere’. Die moesten in de beginjaren niets hebben van dat feest voor ‘hanenkammen’ en ‘losgeslagen’ jeugdigen. Inmiddels is het niet meer weg te denken en zal het park vanaf 13 augustus 2020 weer vier dagen volstromen en zal ‘jong en oud’ genieten van muziek, dans, theater, literatuur, film en natuurlijk een hapje en een drankje. Maar vooral genieten van elkaar omdat we elkaar weer zullen ontmoeten. Ik verheug me al op de zondag onder die grote boom aan die tafel met vrienden. In die veertig jaar heeft het Zomerparkfeest zich ontwikkeld tot een ‘traditie’ die Venlo (ver)bindt. Van een ‘xtc-festival van D66-liberalen’ naar iets van en voor iedereen.

Zomerparkfeest 2016. Eigen foto

Tradities beginnen ergens en ontwikkelen zich of ze worden vergeten. Ze behouden dat wat goed wordt gevonden, hun kern, want die vervult een behoefte. Ze passen hun ‘uiterlijk vertoon’ aan aan de tijd. Doen ze dat niet dan verworden ze tot een anachronisme. Dan verdwijnen ze en worden ze vervangen door iets nieuws wat de achterliggende behoefte vervult. Met tradities die verdwijnen hoeven we geen medelijden te hebben. Nu zijn het Zomerparkfeest en ook Vastelaovend tradities die mensen binden, maar niet alle mensen. Lang niet alle ‘Venlonaere’ hebben iets met deze ‘tradities’. 

Terug naar Roelofs. Hij mist ‘zaken die de natie binden’. Hij lijkt het ‘bindmiddel’ van een natie in het verleden en in ‘gedeelde tradities’ te zoeken. In een gezamenlijke geschiedenis en het ‘samen’ dezelfde feestjes op steeds dezelfde manier vieren. Nu zijn naties van zeer recente datum. De meeste zijn nog geen tweehonderd jaar oud. Als je hun verhalen hoort, lijken ze echter al eeuwen oud. Alles wat er ooit op het grondgebied is gebeurd, zeker als dat groots is of positief, wordt al snel tot de ‘geschiedenis’ van de natie gerekend. Zo maakt het ‘VOC-gebeuren’ een belangrijk deel uit van de geschiedenis van Nederland. Dit terwijl de VOC al was opgeheven voordat Nederland als huidige natie ontstond. Die verhalen en erbij horende ‘rituelen’ zijn bedoeld om mensen te binden en liefst nog ‘trots’ te laten zijn op de natie. En ja, die verhalen staan onder druk. Tegenover die positieve verhalen worden negatieve verhalen verteld. Heutsz, van die straat waar het eerste Zomerparkfeest werd gehouden, werd van held een volkerenmoordenaar. Iets soortgelijks als Coen overkwam. Een ‘natie’ baseren op dergelijke verhalen, maakt haar kwetsbaar en ‘uitsluitend’ en is dat niet wat er nu gebeurt? Door te hameren op de ‘leidende joods-christelijke’ cultuur worden mensen buiten gesloten. Mensen die hier al lang wonen, deel uitmaken van de samenleving en ook niet meer weg willen. Bovendien wordt daarbij vergeten dat de grootste vervolgers van de joden christelijke wortels hadden.

Een paar Prikkers geleden schreef ik over identiteit. Ik haalde daar de filosoof Kwame Anthony Appiah aan. Appiah adviseerde landen om een ‘productieve identiteit’ te formuleren. Een identiteit die: “krachtig genoeg is om betekenis te geven aan burgerschap en flexibel genoeg om gedeeld te worden door mensen met verschillende religieuze en etnische bindingen.” Een ‘nationaal bindend verhaal’ dat niet is gebaseerd op ‘duizend jaar geschiedenis’ en ‘tradities’ maar op waarden. Appiah noemde er een: “Nederland is een land dat niet wordt gedefinieerd door religie.” Een waarde die rechtstreeks uit onze Grondwet (artikel 6) komt. En laat er daarin nog een paar meer staan. In Nederland is iedereen gelijk (artikel 1), komt iedereen in aanmerking voor een publieke functie (artikel 3), heb je stemrecht om volksvertegenwoordigers te kiezen (artikel 4)), mag iedereen vrij zijn mening uiten (artikel 7), mag je je eigen ‘clubje’ beginnen (artikel 8) en kijken we naar elkaar om (artkel 20). Zouden dit niet betere aanknopingspunten zijn om een ‘natie te binden’? Betere aanknopingspunten dan een geïdealiseerd en geromantiseerd verleden en een feestje als ‘koningsdag’, een feestje zonder verdere inhoudt. Zijn deze waarden niet eigenlijk de kern van de ‘traditie Nederland’? Onder deze waarden kan iedereen zijn ‘naaldboom’ het huis in slepen om iets te vieren. Kerstmis, chanoeka, het suikerfeest en de Venlose Vastelaovend, het kan allemaal in ‘ons land’. Net zoals het ook kan dat je je tot geen van die ‘feesten’ verhoudt. Nederland als een ‘feestzaal’, die iedereen de ruimte biedt om ‘zijn eigen feestje’ te vieren.  Maar wel verwacht dat iedereen zijn eigen ‘slingers’ ophangt.

Nederland en/in Europa

“Nederland is in hoog tempo bezig de zeggenschap over de eigen essentiële belangen over te hevelen naar een EU zonder democratisch mandaat. De gevolgen daarvan zijn verstrekkend. Dit schrijft Kees de Lange in een artikel bij Opiniez. Volgens de Lange worden er systematisch bevoegdheden overgedragen naar de Europese Unie en hierdoor wordt de Nederlandse soevereiniteit uitgehold. 

Bron: Pixabay

De Lange vraagt zich af hoe dit kon gebeuren en in die zoektocht komt hij bij de Grondwetswijziging van 1953. Bij die wijziging werd het Nederlands recht ondergeschikt gemaakt aan internationaal recht. En dit leidt er nu, volgens De Lange toe dat: “de eigen soevereiniteit en de soevereiniteit van de eigen bevolking als basis van onze samenleving worden verkwanseld en hoe bijna zonder enige diepgaande discussie standaard gehandeld wordt, niet tegen de sinds 1953 strikte letter, maar wel tegen de geest van onze eigen Grondwet.” Dit is tegen het zere been van De Lange immers: “verandering in soevereiniteit (kan) dan en slechts dan plaatsvinden indien met instemming van de burgers.” En die burger wordt gepasseerd: “Het verkwanselen van de directe belangen van de Nederlandse burger zonder diezelfde burger zelfs maar te raadplegen is een politieke wanvertoning en een democratische doodzonde van de eerste orde.” Zo, die kunnen onze politici in hun zak steken.  

Alhoewel. Is het wel zo dat ‘het volk’ niet geraadpleegd is? Als je een referendum als enige manier ziet om ‘het volk’ te raadplegen, dan is dat slechts twee keer gebeurd. Een eerste keer over de ‘Europese grondwet’ en een tweede keer over een associatieverdrag met de Oekraïne. Zowel de ‘Grondwet’ als het associatieverdrag bevatte geen overdracht van soevereiniteit, er werden dus geen ‘belangen verkwanseld’. De ‘Grondwet’ was niets meer dan een bundeling van al gemaakte afspraken en de bevoegdheid om een associatieverdrag te sluiten, had de EU al.

Als we kijken naar alle overdrachten van welke bevoegdheid dan ook, dan zijn die genomen volgende in Nederland geldende regels van het spel. Neem de Grondwetswijziging van 1953, die is twee keer in de Tweede Kamer behandeld en aangenomen. Tussen die twee behandelingen in zaten verkiezingen waar ‘het volk’  zich kon uitspreken. 

‘Ja, maar dan moet het volk wel weten dat dit staat te gebeuren’, zou je kunnen tegenwerpen en het is maar helemaal de vraag of ‘het volk’ het allemaal wel wist. Als we de beeldvorming van de laatste jaren bezien, dan rijst er een beeld op van ‘gekonkel in achterkamertjes’ waar wordt besloten om Nederland steeds verder Europa in te ‘rommelen’.  

Een beeld dat het tegenwoordig goed doet, maar gebeurde het ook zo? Europa en verdere Europese integratie was vast niet het ‘belangrijkste’ verkiezingsthema. Dat de politieke partijen er niet open over waren, is bezijden de waarheid. “De Europese gemeenschappen worden uitgebreid met Groot-Brittannië, Ierland, Noorwegen en Denemarken en andere demokratische Europese landen die de doelstellingen van de E.E.G. onderschrijven. De uitbreiding van de E.E.G. met Groot-Brittannië zal niet ten koste gaan van de steun aan arme landen.” Zo valt te lezen in het verkiezingsprogramma van de PvdA in 1967. En het VVD-programma voor de verkiezingen van hetzelfde jaar lezen we het volgende: “Dit streven brengt mee, dat in de nabije toekomst de E.E.G. met andere Europese landen zal moeten worden uitgebreid. De komende Europese Gemeenschap zal zowel naar binnen als naar buiten een liberale politiek moeten voeren.” In 1989 lezen we in het PvdA-programma het volgende: “Nederland heeft ook verantwoordelijkheden en belangen in internationaal verband. Nederlandse burgers zullen hoe langer hoe meer EG-burgers en wellicht op den duur zelfs burgers van een groter civiel Europa worden.” En in het programma van het CDA voor de verkiezingen van 1989 lezen we: “Eén aspect verdient nog bijzondere aandacht omdat het de politieke agenda in toenemende mate zal bepalen. Het betreft de eenwording van de Europese markt tegen 1992. Deze heeft een belangrijke signaalfunctie: ‘signaal’ omdat reeds eerder belangrijke stappen zullen zijn gezet, terwijl uiteraard niet alle beslissingen en maatregelen in 1992 zullen zijn afgerond. Niettemin zal ook Nederland de gevolgen van ‘Europa 1992’ voelen: de gemaakte afspraken zullen het nationale beleid beïnvloeden.” 

Deze partijen hebben jarenlang de verkiezingen gewonnen en kregen samen vaak bijna driekwart van alle stemmen. Kun je dan volhouden dat er sprake was van ‘gerommel in achterkamertjes’? Dat er soevereiniteit werd overgedragen zonder instemming van ‘het volk’? 


In der Beschränkung zeigt sich der Meister

“De bevordering van emancipatie van LHBTI en mensen met een beperking is belangrijk en door verschillende maatschappelijke groeperingen onder de aandacht gebracht. Er worden verschillende maatregelen tegen discriminatie genomen zoals de aanvulling van artikel 1 van de Grondwet tegen discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en een beperking.” 

Een van de zaken waar het pas gestarte kabinet mee aan de slag gaat, dat staat tenminste in het regeerakkoord.

discriminatie

Foto: Flickr

Goed dat de gelijke behandeling van mensen en het voorkomen van discriminatie van mensen op grond van hun sexualiteit of eventuele beperking ter hand wordt genomen. Artikel 1 van de Grondwet luidt nu: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Als ik het goed begrijp, worden seksuele voorkeur en beperking aan dit lijstje toegevoegd. Toch een kritische noot hierbij. Niet bij het doel, maar het middel dat het kabinet wil inzetten, het aanpassen van dit artikel.

Wordt het artikel in de Grondwet sterker door er nieuwe categorieën aan toe te voegen? Waar eindigt het toevoegen van categorieën? Hoe zit het met ouderen, jeugdigen, mensen met flaporen, grote neuzen, dikke derrières? Moeten die ook aan het lijstje worden toegevoegd? Gebeurt er door het toevoegen van groepen en categorieën niet iets bijzonders, namelijk dat juist de nadruk wordt gelegd op deze groepen en categorieën? Worden zij zo niet ongelijk behandeld terwijl juist gelijke behandeling het doel is?

Zou het niet veel sterker zijn om, als de Grondwet toch moet worden gewijzigd, de gehele laatste zin weg kunnen laten en het artikel beperken tot ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld”? Maakt dat het artikel niet veel sterker omdat het precies dat zegt wat we bedoelen, namelijk dat iedereen in gelijke gevallen gelijk wordt behandeld. Dat ongelijke behandeling niet mag? En als er dan echt toch een tweede zin moet zijn, zou die dan niet beperkt moeten worden tot ‘Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toegestaan’?

Een kort maar krachtig artikel. Zou dat niet een beter middel zijn om dat doel te bereiken. Of om een Duits spreekwoord aan te halen dat het nog beter uitdrukt:

In der Beschränkung zeigt sich der Meister.

Godsdienstideologie

Mensen mogen van alles vinden, maar ik mag ook zeggen dat de islam niet onder de grondwettelijke vrijheid zou mogen vallen.”

Een uitspraak van Geert Wilders zo valt te lezen bij Elsevier. De islam zou volgens Wilders verboden moeten worden omdat het geen religie is maar een ideologie. Als ik het goed begrijp wil Wilders eerst vastleggen dat de islam geen religie is, maar een ideologie. Als het dan een ideologie is, dan moet die ideologie vervolgens worden verboden. Kun je een ideologie wel verbieden? Is er een verschil tussen een ideologie en een religie?

MarxFoto: Wikimedia Commons

Een religie of godsdienst is: “het geheel van plechtigheden en leerstellingen van een godsverering.” Kijken we naar de betekenis van ideologie dan lezen we in de Van Dale: “het geheel van beginselen en denkbeelden van een stelsel.” Aan de ene kant ‘plechtigheden en leerstellingen’ en aan de andere kant ‘beginselen en denkbeelden’. Een ideologie wordt ook wel eens een ‘leer’ genoemd. Zo wordt het Marxisme ook wel de leer van Marx genoemd en die leer heeft leerstellingen. Het christendom is gebaseerd op de leer van Christus. Beiden beroepen zich op iets bovenmenselijks. Marx op een ‘wetmatigheid’ in de geschiedenis, het christendom op een groot en onkenbaar iets genaamd god. Beiden beroepen zich op iets ‘bovenmenselijks’ waar je in gelooft of niet. Een marxist gelooft in de geschiedkundige wetmatigheid, een christen in god. Beiden zijn overtuigingen om het leven te bezien of een levensovertuiging de: “beginselen waarnaar je je leven inricht.”

Als we onze grondwet erop naslaan dan lezen we in artikel 6 eerste lid: “Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet.” Beschermt de grondwet hiermee niet ook levensovertuigingen die Wilders ideologie noemt? Zijn religie en ideologie niet twee zijden van dezelfde medaille?

‘Vrije kwestie’

De vier partijen die onderhandelen over een nieuw kabinet lijken het eens te zijn over de medisch, ethische kwesties. Dat valt tenminste op te maken uit de berichtgeving in het AD. Het uitlekken van dit compromis zorgt weer voor enige ruzie tussen de partijen, maar daar wil ik het niet over hebben. In de Volkskrant wordt oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas gevraagd naar zijn mening. Weisglas:

“…dit is een goede zaak, zeker als het gaat om voltooid leven. Daarover moet een diepgaande maatschappelijke discussie worden gevoerd. Het is echt een vrije kwestie waarover ieder individueel Kamerlid moet stemmen.”

bruggen slaan

Foto:  1024 × 683 – flickr.com 

Een vrije kwestie waarbij ieder Kamerlid het hart moet volgen en stemmen naar wat dat ingeeft. Weisglas heeft groot gelijk dat het goed is dat dit een vrije kwestie is. Toch wringt er iets in de uitspraak van Weisglas. Betekent iets benoemen tot een vrije kwestie niet ook automatische dat er ‘onvrije’ kwesties zijn? Kwesties waarbij Kamerleden niet individueel mogen stemmen en mogen doen wat het hart hen ingeeft?

Hoe verhouden zich ‘onvrije’ kwesties tot de Grondwet? Die regelt immers in artikel 67 lid 3 dat haar leden stemmen zonder ‘last’. Dat houdt in dat de Kamerleden vrij zijn om bij de stemming hun geweten te volgen, dat niemand hen kan opdragen een bepaald standpunt in te nemen of een bepaalde keuze te maken. De Grondwet maakt hiermee alle kwesties vrij en verbiedt ‘onvrije’ kwesties. Hoe serieus nemen onze volksvertegenwoordigers hun werk als ze zich een last op laten leggen?

Een proefproces beginnen tegen bijvoorbeeld het komende regeerakkoord? Oh nee, in Nederland is het niet mogelijk om je in een proces te beroepen om de Grondwet. Zou dat iets voor de Kamer zijn om wel mogelijk te maken?

Ibrahim in Nederlands gevang

Vandaag is het le Quatorze Juillet, de Franse nationale feestdag. Op deze dag in 1789 bestormde een woedende menigte Parijzenaars de Bastille, de Parijse gevangenis. Die bestorming leidde de Franse revolutie in. De revolutie van liberté, egalité, fraternité of op z’n Nederlands vrijheid, gelijkheid en broederschap. Begrippen die hun vertaling kregen in de universele verklaring van de rechten van de mens en die werden vertaald in de grondwet, ook de Nederlandse.

Bastille

Illustratie: Wikipedia

Aan die grondwet moest ik denken toen ik in de Volkskrant een bericht las over de uitzetting van criminele vreemdelingen. “Criminele vreemdeling wordt maar zelden uitgezet, rechters bemoeilijken intrekken verblijfsstatus,” zo luidt de kop boven het artikel. In deze krant ook het verhaal van de zevenentwintig jarige Ibrahim uit Gouda die na vierentwintig jaar in Nederland te hebben gewoond, wordt uitgezet vanwege een roofoverval en een zware mishandeling. Het is de laatste jaren regeringsbeleid om criminele vreemdelingen sneller uit te zetten. Alleen werkt de rechter, zo valt in het artikel te lezen, niet mee. Het Europese hof heeft in een uitspraak bepaald dat de overheid moet: “motiveren dat een vreemdeling een ‘daadwerkelijk en actueel gevaar’ vormt. Een veroordeling op zich is (…) onvoldoende bewijs.” Menigeen zal nu denken, waar bemoeit die Europese rechter zich mee, uitzetten die criminelen! Advocaten denken daar anders over, die: “ betwijfelen of het zinvol is verblijfsvergunningen in te trekken als vreemdelingen al tientallen jaren in Nederland zijn. In de praktijk verdwijnen zij dan vaak hier in de illegaliteit.”

Ik moest, zoals gezegd, aan de Nederlandse grondwet denken toen ik dit las en dan vooral aan artikel 1“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Wordt de criminele Ibrahim met een Marokkaans paspoort gelijk behandeld met de criminele Henk die dezelfde feiten heeft gepleegd en in het bezit is van een Nederlands paspoort? Henk kan niet het land worden uitgezet, zoals nu wel met Ibrahim dreigt te gebeuren. Moet Ibrahim niet, net als Henk, gewoon het Nederlandse gevang in?

Jammer voor Ibrahim dat hij zich bij het gerecht niet kan beroepen op de grondwet, dat is in Nederland immers onmogelijk. Hij wordt ongelijk behandeld en daarmee gediscrimineerd.

Zwijgen is goud

De Europese politiek en media zijn nu al ruim twee weken in de ban van Erdogan. De oproep van Hans Theeuwen om Erdogan tot op het bot te beledigen, wordt door velen nagevolgd. De arrestatie van Ebru Umar door de Turkse politie gooide verder olie op het vuur en schijnt tot een diaree aan verwensingen te hebben geleid. Aan de ene kant critici van Umar die hun blijdschap lieten blijken en aan de andere kant mensen die verder scholden op de Turkse president en degenen die blij waren met die arrestatie. Politici die vervolgens een duit in het zakje doen en dit in de kamer nog eens dunnetjes over doen.

zwijgenIllustratie: plazilla.com

Allemaal zich beroepend op de democratie en vooral de vrijheid van meningsuiting. Een vrijheid die onze voorvaderen hebben bevochten en waarvoor levens zijn geofferd. Een vrijheid die mensen niet op elkaar hebben ‘veroverd’, maar op de overheid. Die vrijheid is in onze Grondwet opgenomen en regelt dat de overheid ons niet mag belemmeren in het uiten van onze opvattingen.

De overheid mag iemand niet belemmeren om iemand te beledigen. Dat wil niet zeggen dat er lukraak beledigd mag worden zoals nu het geval lijkt. In het verkeer tussen personen wordt dit beperkt door artikel 137 van het Wetboek van strafrecht. De beledigde kan aangifte doen en dan kan vervolging worden ingesteld en bepaalt de rechter of er sprake was van opzettelijke belediging zoals bedoeld in het genoemde artikel.

Wat wordt er bereikt met het elkaar de huid vol schelden en het beledigen van elkaar en je daarbij beroepen op de vrijheid van meningsuiting? Wat is dan die vrijheid van meningsuiting waard? Dat recht waar onze voorvaderen voor hebben gestreden? Welke dienst wordt onze hoogstaande democratische idealen, zoals die vrijheid van meningsuiting, bewezen als ze worden misbruikt voor iets laags als elkaar beledigen? Wat zijn die idealen dan nog waard?

‘Ik zeg wat ik denk’ is tegenwoordig mode. Het recht hebben om je mening te uiten, wil niet zeggen dat iedere mening ook geuit moet worden. Zeker niet als die mening bestaat uit schelden en beledigen. Zou het zwijgrecht niet wat meer gebruikt moeten worden? Want: spreken is zilver, zwijgen is goud!

Debat, partijen en parlement

In de Volkskrant stelt Willem van Ewijk een bijzondere vraag naar aanleiding van het Oekraïnereferendum. Een referendum waardoor er eindelijk een debat over de inhoud en niet over ‘poppetjes’ werd gevoerd. Eindelijk een debat tussen mensen die het niet met elkaar eens zijn. Eindelijk een debat over concreet beleid, zo constateert Van Ewijk, alleen jammer dat het was over een verdrag dat al getekend was.

debat

Foto: dspace.library.uu.nl

Zo’n debat smaakt naar meer, want dat is: “waar een gezonde democratie op draait: het voortdurende debat”, zoals Van Ewijk terecht constateert.  Alleen: “Het is een ideaal natuurlijk, maar iets waar de Tweede Kamer al lang niet meer in uitblinkt”  Het debat wordt, aldus Van Ewijk, nu beheerst door het kleine groepje Nederlanders dat lid is van een politieke partij. En dan stelt hij de vraag: “Als burgers niet meer debatteren via politieke partijen, waarom houden we dan zo krampachtig vast aan die parlementaire democratie?” Op de vraag wat er dan voor in de plaats moet komen, geeft hij geen antwoord, maar daar gaat het nu niet om.

Een bijzondere vraag, omdat er een relatie wordt gelegd tussen het publieke debat, politieke partijen en het parlement. Eerst de relatie tussen het publieke debat en politieke partijen. Van Ewijk lijkt het publieke debat te beperken tot de het debat in de Tweede Kamer. Is dat niet heel erg beperkt? Die partijen zouden het debat moeten voeren en dat doen ze niet. Is het publieke debat niet het gesprek tussen burgers op straat, in kranten, via Facebook en Twitter, via sites als www.ballonnendoorprikker.nl? Zijn politieke partijen hierbij onmisbaar?

Dan de relatie tussen politieke partijen en de parlementaire democratie. Van Ewijk lijkt te suggereren dat partijen cruciaal zijn in een parlementaire democratie. De Grondwet kent geen politieke partijen. Die kent parlementsleden die: “stemmen zonder last (artikel 67 lid 3). Zij zijn vrij om naar eigen oordeel en goeddunken te stemmen. Zou een parlementaire democratie kunnen functioneren zonder politieke partijen? Gewoon 150 landgenoten die we kiezen en die ons representeren, of ze representatief kunnen uitloten naar de ideeën van David van Reybrouck?

En daarmee zijn we aanbeland bij de relatie tussen parlement en publiek debat.  Parlementsleden moeten het publieke debat volgen, vragen stellen en op basis van de argumenten voor en tegen en hun eigen opvattingen, een keuze maken. Een keuze die niet overeen hoeft te komen met de ideeën en wensen van de meerderheid. Want het publieke debat kan eeuwig doorgaan, op enig moment moet er echter worden besloten en daarvoor worden die 150 mensen gekozen. Zou onze parlementaire democratie zo kunnen werken?

Twee ei is een Halbe ei

Bied als winkelbedrijf ‘verstop-eitjes’ aan en spreek van ‘voorjaarsfeest’ en dat is het begin van het einde van: “waar we als land voor staan.” Een uitspraak van VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Dit naar aanleiding van reclame van de HEMA. Want: “Als de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam afscheid neemt van Pasen, dat onderdeel uitmaakt van onze maatschappij, dan glijden we langzaam af.” Want: “Pasen en Pinksteren hóren bij Nederland. Dat vind ik, ook al ben ik zelf niet religieus. Als je daar aanstoot aan neemt, dan ben je toch intolerant? Pasen hoort erbij, net als gelijkheid tussen man en vrouw en tussen homo’s en hetero’s.” Zijlstra maakt zich zorgen om de ondergang van een christelijke natie. De eitjes zijn voor hem een voorbeeld van een dreigende islamitische onderwerping.

paaseieren2Illustratie: koken.vtm.be

Beste meneer Zijlstra. Is de HEMA daadwerkelijk zo’n belangrijke poot ‘onder alles waar we als land voorstaan’? Waarom begint u dan geen actie om het bedrijf terug te kopen van de Britse eigenaar Lion Capital? Het zou immers toch niet mogen zijn dat deze belangrijke drager van ‘alles’ waar Nederland voor staat, in buitenlandse handen is? Want wat als de Britten de HEMA verkopen aan een sjeik uit een van de Golfstaten?

Is het huidige Pasen geen ‘verchristelijkte’ voortzetting van voorchristelijke lentefeesten, gewijd aan het leven en de vruchtbaarheid? Net zoals ook Kerst een ‘heidense’ geschiedenis kent. Zou de HEMA met haar voorjaarsfeest niet een verdere vernieuwing kunnen zijn? Of beter, een moderne manier van teruggrijpen op een oeroude traditie?

Meneer Zijlstra, als u Pasen en Pinksteren op gelijke hoogte stelt met de gelijkheid tussen man en vrouw en homo’s en hetero’s, waarom dan geen voorstel tot wijziging van de Grondwet? En vervolgens een Paas- en Pinksterenwet waarin formaat, smaak, gewicht etcetera van het paasei kan worden vastgelegd. De hoeveelheid spijs en suiker op een Paasbrood. Zou politieke bemoeienis dit Pasen en Pinksteren goed doen?

Moet de politiek zich niet verre houden van bemoeienis met tradities en volksfeesten, zeker als ze zijn gelieerd aan een godsdienst? Want loopt zij daardoor niet het risico de ene godsdienst boven de andere te plaatsen? En is dat niet in strijd met onze Grondwet.