Een stukje geschiedenis

Vandaag op Radio 1 twee items over de komende verkiezingen voor de tweede kamer. Het eerste meldde dat de ‘scholierenvakbond’ LAKS ook mee gaat doen aan de verkiezingen en zich gaat focussen op jongeren en onderwijs. Het tweede meldde de naam van lijsttrekker Nieuwe Wegen, de nieuwe partij van Jaques Monasch. Triomfantelijk werd er gemeld dat het geen beroepspoliticus is. One issue partijen, nieuwe partijen en volledig opgeschoonde oude partijen, straks is een ruime meerderheid van de Tweede Kamerleden nieuw. Een onderwerp waar vaker aandacht voor is.

Evans.jpg

Toen ik dit hoorde moest ik denken aan het boek De eeuw van de macht. Europa 1815-1914 van Richard J. Evans. In dit boek besteedt hij natuurlijk ook aandacht aan ontluikende en ontwikkelende democratieën. Hij constateert dat Frankrijk en Italië na 1870 een snelle opvolging van kabinetten kenden. Een Franse kabinetsleider hield het gemiddeld nog geen jaar uit, zijn evenknie in Italië iets langer. Bovendien ontstonden er steeds weer nieuwe partijen. Dit stond in schril contrast met de situatie in bijvoorbeeld Engeland en Duitsland. Het eerste wat je dan denkt is dat Frankrijk en Italië in die tijd instabiel waren. Volgens Evans was dit echter niet het geval. De premiers wisselden zich dan wel snel af, de meesten bleven wel actief als minister, premier was een rol die een minister erbij vervulde. Politici en bestuurders kenden een zeer lange levensduur, het waren, zo zouden we nu zeggen, beroepspolitici. De stabiliteit van het systeem zat in de mensen die erin actief waren en belang hadden bij dat systeem.

Terug naar onze tijd. Ook nu kennen we een keur aan nieuwe partijen. Net als toen, zijn er ook nu one issuepartijen. Het kabinet Rutte II redt het de volle vier jaar of dat ook het komende kabinet is gegeven staat nog in de sterren. Het lijkt dus nog niet op het Italië of Frankrijk van eind negentiende eeuw. Mocht het zover komen, wie zorgt er dan voor de stabiliteit? Ervaren politici ontbreken dan immers.

Write your own (version of) history

De leider van het PVV-smaldeel in de Eerste Kamer, Marjolein Faber, doet niet onder voor haar evenknie in de Tweede kamer. In Vrij Nederland besteedt Max van Weezel aandacht aan haar optreden in die Eerste Kamer. Syrische vluchtelinge zijn gelukzoekers, “Busladingen vol profiteurs uit de islamitische woestijn dringen onze dorpen en steden binnen om na het verkrijgen van een verblijfsstatus een ingericht huis te krijgen met de bijbehorende uitkering en verwentoeslagen.” Ronkend, voor de betreffende mensen denigrerend taalgebruik waar Geert Wilders nog een puntje aan kan zuigen, of zoals Van Weezel schrijft: “vergeleken met Marjolein Faber is Geert Wilders een watje.” 

reconquistaIllustratie: Recursos Humanidades

Heel bijzonder wordt het als zij de ‘toestand in de wereld’ en vooral het Midden-Oosten verklaart. Volgens Faber probeerde het Westen daar orde op zaken te stellen en: “ondertussen worden wij in onze eigen achtertuin aangerand, verkracht, neergestoken, neergeschoten en opgeblazen.” Maar dat is eigenlijk niets nieuws voor Faber:“als ik kijk in 1.400 jaar geschiedenis, blijkt dat de islam 1.400 jaar geleden vanuit het Arabisch schiereiland naar het Westen is getrokken. We zien een spoor van verkrachtingen, moord en oorlog.”

Herschrijft Faber hier eigenhandig de geschiedenis? Past zij hier de geschiedenis aan, aan de denkbeelden van haar partij? Welke ‘zaken’ probeerden ‘wij’ op orde te stellen? De situatie in Irak voor de inval door Bush de Tweede? Of was die inval van Bush de Tweede een poging de zaken van Bush de Eerste op orde te krijgen? Of probeerde Bush de Eerste de in ongerede geraakte zaken van de oorlog tussen Iran en Irak op orde te stellen? Of was de oorlog tussen die beide landen waarbij Irak geld en wapens van het Westen kreeg, een poging om de door de Iraanse revolutie in het ongerede geraakte orde, te herstellen? Een revolutie die het gevolg was van Westerse (Amerikaanse) pogingen om de zaken, het regime van de Shah, op orde te houden? En zo kan nog wel even worden doorgegaan en niet alleen voor Irak en Iran.

En ja, de islam werd in haar beginjaren ook met het zwaard verspreid. Een islamitische veldheer drong aan op bekering van de bevolking van veroverde gebieden en daarbij zijn de nodige slachtoffers gevallen. Verschilt dit van de manier waarop de katholieke en later ook de protestantse heersers met de bevolking van veroverd gebied omgingen? Lieten die de bevolking de vrije ‘godsdienstkeuze’? Werden joden en moslims door de katholieke ver- of moet ik zeggen heroveraars van Spanje niet gedwongen bekeerd? Dit terwijl zij, net als voor het katholieke juk gevluchte Europeanen, onder moslim heerschappij in voorspoed en veiligheid konden leven.

Zwarte Piet fundamentalisme

Beste George Arakel,

Met veel belangstelling heb ik uw artikel bij Joop met als titel Vijf feiten die aantonen dat Zwarte Piet racistisch is’ gelezen. Laat ik ook even voorop stellen dat het voor mij niets uitmaakt welke kleur Piet heeft. Het valt me trouwens op dat het vooral een discussie is tussen mensen die niet meer in Sinterklaas geloven, maar wel ‘geloven’ in Zwarte Piet. De ene kant gelooft dat Piet zwart moet zijn en de andere kant dat Piet racistisch is omdat hij zwart is. Een geloof dat van beide kanten fundamentalistische karaktertrekken vertoont. Nee, het gaat mij om de vijf ‘feiten’ die voor u het racistische karakter van Zwarte Piet aantonen.

Uw eerste ‘feit’ is een blanke, als Zwarte Piet verklede, mevrouw die met een Surinaams accent praat. Voor u bewijst dit het koloniale en racistische verleden van Piet. Ik zie er even vanaf dat er ook blanke Surinamers zijn die ‘met een Surinaams accent’ spreken. Het gaat mij erom dat u een algemene conclusie trekt uit één voorbeeld. Is dat wel verantwoord? Bewijst dit dat de eerste Piet ook met een dergelijk accent sprak? Nu ben ik in mijn leven ook Zwarte Pieten tegen gekomen die gewoon Nederlands spraken of zelfs het mooie Venlose dialect. Dat zou dus ook kunnen betekenen dat Piet een Nederlander of zelfs ‘unne Venlonaer’ is. Gaat u hier niet te kort door de bocht?

Uw tweede ‘feit’ zijn de neo-nazi’s die: “met hart en ziel Zwarte Piet verdedigen en dat als gelegenheid gebruiken om allochtonen en, vooral, zwarte mensen verbaal en fysiek aan te vallen.” Daarom moet Zwarte Piet wel koloniaal en racistisch zijn, zo betoogt u, want neo-nazi’s zetten hem als instrument in. Zijn de valse noten van een slecht saxofonist dan ook de verantwoordelijkheid van het instrument?

Er worden aan de lopende band donkere mensen voor Zwarte Piet uitgemaakt,” uw derde feit. Dat mensen iemand voor ‘Zwarte Piet’ uitmaken, zegt iets over die mensen, niet over Zwarte Piet. Marokkanen maken, als ik het mag geloven, blanke Nederlanders ‘aan de lopende band’ uit voor kaas, ook een vorm van racistisch profileren. Betekent dat dan ook dat een kaas racistisch is?

Bij uw vierde feit combineert u het laatste feit met het knechtschap van Piet: “Want feitelijk worden donkere mensen dan uitgemaakt voor knecht, en laat dat nou iets uit de geschiedenis zijn.” Wist u dat het verleden ook zeer veel blanke knechten kende? Honderd jaar geleden had iedere boer en niet alleen een boer, knechten en ‘dienstmeisjes’ in de vrouwelijke vorm.

Als laatste ‘feit’ de weigering om een zwarte Sinterklaas toe te laten. Zegt dat niet veeleer iets over de overspannen reacties van de overheid? Overspannen reacties gebaseerd op juist die ‘fundamentalistische gelovigen van beide kanten?

Als uw ‘feiten’ al iets aantonen, zou het dan niet juist die overspannenheid zijn? Overspannenheid die het belemmert om feit van fictie te onderscheiden, die het denken belemmert?

Eerlijke geschiedschrijving

Het is er! Het verkiezingsprogramma van de nieuwe politieke partij DENK. Speciale aandacht vraagt de partij voor de zwarte bladzijden uit het Nederlandse verleden. Zo wil de partij formele excuses voor het slavernijverleden. Ook is de partij: “Vóór het dekoloniseren van onze straatnamen, bruggen, tunnels en musea, door kolonisatoren niet meer te vereren.” Dit wordt gevolgd door een voorbeeld: “De Coentunnel is vernoemd naar de wrede kolonisator Jan Pieterszoon Coen.”

saddamFoto: NRC

Het neerhalen van ‘onwelgevallige’symbolen uit het verleden komt vaker voor. Na de val van de Sovjet Unie werden vele beelden van Stalin, Lenin en monumenten ter ere van de grootheid van het Sovjetrijk van hun sokkel gerukt en vernield. Het eerste wat de Amerikanen deden toen ze Bagdad innamen, was het beeld van Saddam Hoessein van zijn sokkel trekken. De Taliban vernietigden de twee Boeddha’s van Bamyan en IS vernielde recentelijk nog tweeduizend jaar oude overblijfselen in Palmyra.

Het bijzondere aan de geschieduitingen in de openbare ruimte is, dat die altijd door de overwinnaars worden ‘geschreven’. Zo werden er in de jaren na de Tweede Wereldoorlog veel straatnamen vernoemd naar ‘prominente slachtoffers’ van de bezetting. Vanaf het moment dat nog levende verzetslui begonnen te sterven, kregen zij hun straatnaambordjes. Monumenten weerspiegelen de ‘algemene opinie’ van het moment waarop ze worden geplaatst. Hetzelfde geldt voor straatnamen. Zo is de Coentunnel in de jaren zestig gebouwd en vernoemd naar de toen nog populaire ‘Hollandse’ zeeheld. Straatnamen, monumenten en ook gebouwen maken het verleden tastbaar en laten zien hoe er over het verleden werd gedacht.

Het verleden van de Zeven Provinciën en later Nederland kan niet los worden gezien van de reizen naar de Oost en de West, trouwens de geschiedenis van de Oost en de West ook niet. Die reizen werden gemaakt in een heel andere tijd met hele andere opvattingen over goed en kwaad. Coen is inderdaad ook een wrede kolonisator, als we hem vanuit één bepaald huidig perspectief bekijken. Doen we Coen en met hem niet alle voorvaderen onrecht aan als we ze naast de morele maatlat van 2016 leggen?

DENK is: “Vóór het stimuleren van een ‘kleurrijk’ een eerlijker perspectief in de geschiedschrijving, door het opzetten van een faculteit voor Afro-Caribische en Indische geschiedschrijving.”  Dat het DENK’s perspectief van de geschiedenis kleurrijk wordt geloof ik wel, maar hoe eerlijk wordt die geschiedschrijving als hedendaagse opvattingen daarbij overheersen?

Fabeltjeskrant-wetenschap?

Bij De Correspondent las ik een week geleden een artikel van Rufus Kain. In de titel van het artikel stelde hij  de centrale vraag: “Waarom wereldmuziek een vorm van westerse geschiedvervalsing is.” ‘Witte’ westerse muzikanten die iets overnemen uit andere landen en culturen en er succes mee hebben worden onderdeel van de popmuziek, de ‘originele’ muzikant zit in het bakje wereldmuziek en blijft onbekend.

In het artikel behandeld hij bubbling als voorbeeld. Een uitvinding van twee muzikanten van Antilliaans afkomst uit Den Haag die niemand kent. “Bubbling is een van de hoekstenen van dancemuziek. Hardwell, jaren Nederlands nummer-één-dj, begon bij bubbling. Wereldhits van Major Lazer zijn er ook op gebaseerd. De bubblingbeat is nu Nederlands trots, maar de Antilliaanse bedenkers ervan zijn na 25 jaar nog onbekend bij het grote publiek. We nemen hun stijl over én distantiëren ons van ze.” 

fabeltjeskrantIllustratie: Mediasmarties

In gesprek met de lezers kwam al snel het begrip ‘cultural appropriation’ of wel culturele toe-eigening, voorbij waarover ik al eerder schreef. In het verdere verloop van het gesprek gaf Kain aan dat het zijn uitdaging was om: “wereldmuziek, bubbling en westerse geschiedvervalsing samenbrengen in één essay.” Westerse Geschiedvervalsing? Hoezo? Wie geeft er bewust een verkeerde voorstelling van zaken? Wikipedia levert alle informatie over de geschiedenis van bubbling, zelfs meer dan Kain.

Het komt wel vaker voor dat ontdekkers onbekend zijn bij mensen, zo kent vrijwel iedereen Marc Zuckerberg of Page en Brin van Google. Wat niemand weet is dat zij zonder Tim Berners-Lee niets hadden bereikt. Berners-Lee is de grondlegger van het wereldwijde web en hij is er niet rijk mee geworden. Dat de meeste mensen dit niet weten en de uitvinders van bubbling niet kennen, is dat geschiedvervalsing? Het is hooguit onwetendheid. Als Hardwell beweerde en ermee wegkwam dat hij bubbling of Elvis dat hij de Rock & Roll uitvond, dat zou geschiedvervalsing zijn.

Het artikel en het gesprek met Kain gaf mij het gevoel dat het niet zozeer ging om de uitvinders van bubbling te eren of een les muziekgeschiedenis te geven. Maar het lijkt er meer op dat er iets moet worden ‘bewezen’. Dat ‘iets’ is een vooropgezette plan van de ‘witte westerse (liefst boze) man’ om de wereld te domineren.

Dit gevoel werd nog versterkt toen ik ook bij De Correspondent een artikel las van Malique Mohamud: “de (linkse) liberalen stellen de verkeerde vragen. Waarom hebben we het niet over de oorzaken? Waar is het historische besef? Waar is de koloniale geschiedenis? En wat is de historische context van onze economische welvaart? Waarom concentreert die zich bij een minderheid?” Volgens Mohamud kostte “Het gebrek aan historische kennis en gevoel voor causaliteit (…) Hillary Clinton en daarmee de Democraten de verkiezing.”

Ja, waarom concentreert welvaart zich bij een minderheid? Daar zijn in het verleden al aardig wat boeken over geschreven. Karl Marx gaf hier in zijn belangrijkste werk Daß Kapital een goede verklaring voor. Recenter gaf Thomas Piketty in zijn boek Kapitaal in de eenentwintigste eeuw en Joseph Stiglitz in zijn boek The Price of Inequality er er ook een hele goede verklaring voor.

Alleen krijg ik het gevoel dat Mohamud bedoelt dat de welvaart bij weer die ‘witte (boze) man’ terecht is gekomen. De titel van zijn artikel (Hoe we de angsten van witte mensen serieus kunnen nemen) maakt dit in ieder geval heel plausibel. Waar komt toch het generaliserende beeld vandaan dat ‘witte mensen’ boos en bang zijn? De antwoorden op de vragen die ‘(linkse) liberalen’ niet stellen, moeten onderbouwen dat er een vooropgezet plan is van de ‘witte westerse (alweer boze) man’ om de wereld te exploiteren? Als dat plan er zou zijn, hoe komt het dan dat veel van die ‘witte mannen’ niet tot de minderheid behoren waar de welvaart zich concentreert? En waar komt die groep ‘zwarte (blije) mannen’ vandaan is die in welvaart leven? Of zijn dat alleen maar ‘excuustruussen’?

Mohamud en Kain haken aan bij het denken over de ‘witte onschuld’ van Gloria Wekker zoals zij dat in het begin van dit jaar bij De Correspondent uiteenzette; het denken dat ook Sunny Bergman in haar greep heeft zoals ik vorige week schreef. Is dit denken niet een mening of een redenering, aangezien een deugdelijke onderbouwing wordt niet geleverd? Wekker verwijst in haar Correspondent-artikel naar het ‘cultureel archief’ van Edward Said waarmee West-Europese landen: “de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.” Waar is dat ‘bijna zeshonderd jaar oude Risk-opdrachtkaartje’, waarover ik eerder schreef, waaruit dit blijkt? Er wordt onderling verwezen naar elkaars mening, maar hiervoor geldt niet dat iets ‘waar’ of ‘feit’ wordt als je het maar vaak genoeg herhaald. Het krijgt pas gewicht als het wordt onderbouwd met documenten en bronnen die aantonen dat er sprake is van een vooropgezet plan van die ‘witte man’. Een plan dat tevens een ‘paragraaf’ bevat over hoe dit bij alle ‘witte mannen’ wordt ingeplant.

Dat er in Nederland te weinig aandacht wordt besteed aan het verleden, in het bijzonder het verleden van gekleurde Nederlanders, zal ik als historicus niet ontkennen, dit moet evenwichtiger. Die lacune wordt niet opgelost door er ongefundeerd op los te theoretiseren zonder een degelijke bodem. Peter Sloterdijk beschrijft het treffend in zijn boek Het Kristalpaleis uit 2006 (orginele Duitse uitgave is van 2004). Ook Sloterdijk erkent dat een meer ‘symetrisch wereldbeeld’ zoals hij het noemt nodig is. Het schiet echter te ver door als: ”Men (…) intussen zo vrij (is) om te stellen dat de Europeanen in oktober 1492 door Caribische inboorlingen ontdekt werden. Voor de bedroefde ontdekkers bleek het voortaan raadzaam om gegevens te verzamelen ter bestudering van hun bezoekers; deze archieven hoeven alleen nog geëvalueerd te worden.”

Is het denken van Kain, Mohamud, Wekker en Bergman  niet een vorm van fabuleren? Fabuleren dat leidt tot een pseudo-wetenschappelijke Fabeltjeskrant, een schadelijke Fabeltjeskrant omdat hij ‘witte boze mannen’ zelf creëert? Fabuleren met een tweede kwalijke kant, de ontkenning of zelfs maar twijfel eraan wordt door de aanhangers ervan gezien als een bevestiging ervan, de ontkenner/twijfelaar leidt immers aan ‘witte superioriteit’. Is het daarmee niet op twee manieren een gevaarlijke self fulfilling prophecy?

Europese ‘Risk opdracht’

“West-Europese landen hebben eeuwen deelgehad aan een algemeen Europees ethos – een ‘cultureel archief,’ zoals Edward Said het noemt in zijn boek. Lees hier Edward Saids boek. Culture and Imperialism (1993) – waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.” Een zin uit een artikel van Gloria Wekker bij de Correspondent van begin dit jaar, waaraan ik een artikel wijdde. ‘Oud nieuws’ dat weer actueel werd toen ik voor het schrijven van mijn brief aan Sunny Bergman Wekkers artikel nog eens las.

riskFoto: eBay

Begin dit jaar legde ik hier de link naar het imperialisme, het bouwen van grote rijken. Iets wat niet specifiek Europees is. Nu viel me iets anders op in deze zin. Europese landen ‘die de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en volkeren te onderwerpen’. Waaruit blijkt dat dit ‘een plicht’ was?

Dat West-Europeanen de wereldzeeën bevoeren, valt niet te ontkennen. Dat hierbij gebieden onder Spaanse, Portugese, Hollandse, Engelse, Franse controle werden gebracht evenmin. Avonturiers en handelslieden uit de genoemde landen, gingen op zoek naar de bron van ‘Oosterse’ producten. Dat deden zij waarschijnlijk om minder afhankelijk te zijn van Italiaanse steden die de handel tot die tijd domineerden als laatste schakel in de ‘zijderoute’. Zij wilden de ‘tussenpersoon’ uitschakelen en zelf meer winst maken.

Belangrijke voorwaarde voor dit zoeken van een andere route naar Indië en China, was het geloof (dat een feit is geworden) dat de aarde rond was, zo beweert de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in zijn boek Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering. Volgens Sloterdijk ligt de periode van globalisering achter ons. Voor Sloterdijk is globalisering het in kaart brengen en verbinden van de gehele wereld. Een proces onder Europese dominantie. Die periode begon met de tocht van Columbus in 1492 en eindigde in 1945. De hele wereld was immers ontsloten en de Europese dominantie beëindigd.

Redenerend vanuit het heden, zou je, zoals Wekker doet, kunnen beweren dat de Europeanen een op een plan gebaseerde plicht hadden om de volkeren te onderwerpen. Wil er werkelijk sprake zijn van plan en plicht, dan moet er ergens een bijna zeshonderdjarig ‘Risk-opdrachtkaartje’ opduiken dat ondertekend is door alle toenmalige Europese heersers met een verhaal dat alle Europeanen moest inspireren. Sloterdijk hierover: “op geen enkel moment is er zoiets geweest als een gemeenschappelijk plan voor een Europese verovering van de wereld, zodat er in actu ook nooit behoefte is geweest aan een gecentraliseerd inspirerend verhaal over het handelen van een veroverend collectief.” 

Wekker lijkt de geschiedenis aan te willen passen aan haar huidige mening over het heden. Totdat het ‘risk opdrachtkaartje er is, hou ik me vast aan Sloterdijk.

‘Aflaten’ en ‘afpersen’

Het CDA wil: “een stevig debat over onze gedeelde waarden, de betekenis van burgerschap of rechtvaardigheid in onze samenleving.” Gisteren besteedde ik aandacht aan de gedeelde normen en waarden en  vroeg mij af of de partij een debat wilde of les wilde geven in ‘burgerschap’. Laten we vandaag eens kijken naar een debat over rechtvaardigheid. Een van mijn favoriete onderwerpen, waarover ik al eerder schreef.

aflaat

Foto: CuBra

Wat voor het CDA rechtvaardig is, wordt niet duidelijk. Het verkiezingsprogramma geeft geen definitie en haakt niet aan bij het rechtvaardigheidsdebat in de wetenschap. Jammer, want dan zou de positie van de partij in het debat duidelijk worden.

Dan maar op een indirecte manier, via de vluchteling. “Het huidige vluchtelingenverdrag is op deze problematiek en omvang niet geschreven en moet daarom worden aangepast, om meer opvang in de regio en tijdelijke opvang elders mogelijk te maken.” De regio was al vaag, elders is nog vager en biedt slechts één zekerheid: het is niet hier. Wordt het probleem zo niet bij andere landen gelegd? Landen  die er ook niet om hebben gevraagd. Landen die er zelf veelal niet al te best voor staan, alleen met de opvang van vluchtelingen op te zadelen en als rijk en welvarend land alleen wat geld over te maken? Landen ‘in de regio’ die trouwens al het overgrote deel van alle vluchtelingen opvangen. Is dat een van die:  “… solide en houdbare oplossingen nodig om nieuwe drama’s te voorkomen”? Is dit afkopen via ‘aflaten’ de nieuwe manier waarop de christelijke naastenliefde wordt vormgegeven? Nog belangrijker, hoe rechtvaardig is dit afkopen via ‘aflaten’?

Als er in een land waaruit veel mensen zijn gevlucht eindelijk vrede is, dan moet het verplicht alle vluchtelingen uit Nederland terugnemen. Want: “landen die niet meewerken krijgen geen ontwikkelingshulp en komen niet in aanmerking voor handelsverdragen of andere vormen van samenwerking.” Het CDA volgt hier de VVD. Hoe rechtvaardig is deze neokoloniale vorm van ‘afpersen’?

Gelukkig blijft de deur op een kiertje staan voor vluchtelingen die ‘werkelijk in nood verkeren.’ De Syriër hoort daar waarschijnlijk niet bij. De ‘werkelijke vluchteling’ krijgt: “een ontheemdenstatus, waarbij … vanaf het begin af aan eerlijk en duidelijk wordt vermeld dat het verblijf hier tijdelijk is.” Als er vrede is in het land van herkomst, moet hij weer terug om dat land mee op te bouwen. Hoe menselijk is die onzekere ‘ontheemdenstatus? Onzeker omdat die ieder moment kan worden ingetrokken. Hoe rechtvaardig is het om zo iemands leven moeilijk tot onmogelijk te maken?

 

Culturele toe-eigening

Ooit, heel lang geleden vond iemand het wiel uit. Zijn naam is niet bekend. Zo is er ook iemand geweest die is begonnen met het winnen en gebruiken van ijzer. De drukpers werd door Gutenberg uitgevonden, James Watt de stoommachine. Allemaal uitvindingen die een stroom aan nieuwe producten en ontwikkelingen mogelijk maakten.

culturele-toe-eigeningFoto: www.newstatesman.com

Die ontwikkeling kon alleen op gang komen omdat anderen konden voortborduren om de initiële ontdekking van de uitvinders. Pas als de uitvinding wordt gedeeld kan er worden doorontwikkeld. Hetzelfde geldt ook voor wetenschap, filsofie, kunst, muziek, literatuur. Ook daar is sprake van voortbouwen en voortontwikkelen op het werk van anderen. En ook radicaal afzetten tegen het voorgaande, zoals de punk eind jaren zeventig zich afzette tegen de gelikte muziek van die tijd, kan alleen op de schouders van degenen die vooraf gingen. Zij vormen de inspiratiebronnen. Logisch toch?

Tegenwoordig niet meer voor iedereen. Tegenwoordig zijn er mensen die inspiratiebronnen voor zichzelf willen houden. Nou ja voor zichzelf, voor mensen met eenzelfde kleur of etnische achtergrond. De eerste rappers waren Afrikaans-Amerikanen, volgens deze mensen is rap dus zwart en kunnen alleen zwarten deze muziek met het juiste gevoel en respect gebruiken. Anderen moet er daarom van af blijven. Een blanke schrijver die een Chinees opvoert, dat kan niet. Een blanke kan zich immers niet inleven in een Chinees en weet niet hoe het is om Chinees te zijn tussen de blanken. Zet geen indianentooi op als je geen Indiaan bent, je weet immers niet waar die voor staat. Volgens deze mensen mag deze ‘cultural appropriation’ of in goed Nederlands ‘culturele toe-eigening’, niet.

Zouden deze mensen dan ook geen gebruik meer maken van een auto? De verbrandingsmotor aan de basis van de auto was immers een uitvinding van blanke Duitsers en Fransen. Boeken drukken, niet doen als kleurling, Gutenberg was immers blank! Willen ze ook stoppen met voetballen? Dit is immers een Engelse uitvinding. Laten ze het denken van Aristoteles, Kant, Marx, Smith of Mill links liggen omdat het blanken waren? Zouden ze het driedelig pak weren?

Absurd? Ja, want een dergelijke manier van denken blokkeert ontwikkeling.

Darwin misbruikt

Soms lees je iets en dan vraag je je af of degene die het schrijft, of in dit geval uitspreekt, wel weet waar hij, in dit geval zij, het over heeft. Zo lees ik bij Joop dat de leidster van de Alternative fur Deutschland (AfD), Frauke Petry heeft gezegd dat ‘een Darwinistisch conflict tussen Europeanen en ‘proletariërs uit de Afro-Arabische wereld’ onvermijdelijk’ is.

darwin

Foto: www.cambridge.org

Darwin schreef zijn beroemde boek On The Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life. In dat hele boek is nergens sprake van een strijd tussen levende wezens, zelfs niet tussen mensen. Het boek gaat niet over ‘oorlogen’ en conflicten tussen mensen. Het handelt over levende wezens en hoe die zich evolueren. Hoe zij die het beste aangepast zijn aan de omgeving waarin zij moeten leven, overleven. Hoe eenzelfde diersoort die op verschillende eilanden leeft, op subtiele wijze van elkaar verschillen. Verschillen die nodig zijn om op dat specifieke eiland meer kans te hebben om te overleven. Neem de mens. Rond de evenaar biedt een huid met veel pigment betere overlevingskans, bij de polen een juist een huid met weinig pigment.

De strijd die Darwin beschrijft is er een van de lange adem, van geleidelijke aanpassing. Aanpassingen die vaak door toeval zijn ontstaan. Het dier dat door toeval een afwijking heeft die voordeel oplevert, heeft meer kans om te overleven en is aantrekkelijk als ‘huwelijkspartner’. Op die manier wordt die aanpassing langzaam algemeen. En dit proces zal zich blijven herhalen. De aan de omstandigheden het beste aangepaste ‘afwijkingen’ zullen overleven dat is de boodschap van Darwin.

Dat is de manier waarop Darwin in een latere uitgave van zijn boek de uitspraak ‘Survival of the fittest’ gebruikt. Een uitspraak die niet van hem is. Wat moet ik me voorstellen bij een Darwinistisch conflict waar Petry het over heeft? Welk ‘genetisch voordeel’ hebben de Europeanen of de ‘proletariërs uit de Afro-Arabische wereld’. Wie is er ‘beter aangepast’?

Bedoelt Petry wellicht een Spenceriaans conflict naar Herbert Spencer die de uitspraak ‘Survival of the Fittest’ heeft gemunt? Spencer trok een parallel tussen de biologie en de economie. Hij zag een strijd tussen rijk en arm, die door rijk zou worden gewonnen wat tot eliminatie van arm zou leiden als de overheid niet zou ingijpen. Volgens Spencer was rijk beter aangepast om te overleven. Spencer stond daarmee aan de basis van het sociaal darwinisme. Is het deze strijd die Petry ziet ontstaan? Dan zou ze moeten spreken van een sociaal -darwinistische strijd.

Als ze dit bedoelt, aan welke kant staat zij dan? Welke garantie hebben de Grieken dan dat zij niet het volgende slachtoffer van deze oorlog worden? En de armen in haar Duitsland? Hebben die niet meer gemeen met de ‘proletariërs uit de Afro-Arabische wereld’ dan met bijvoorbeeld de familie Albrecht van de Aldi?

Schuimende samenleving

Er komt een Kleurijke Top 100, zo valt te lezen bij Joop. Een lijst van honderd mensen die, zoals de initiatiefnemers Raja Felgata en Khalid Ouaziz het uitdrukken, goed is voor diversiteit: “wij laten Nederlanders zien die al dan niet met een culturele achtergrond, het verschil maken. Die geloven in de kracht van diversiteit en verbinding. Rolmodellen. Helden.” Dit is nodig: “Onze samenleving staat in brand en bestaat uit parallelle samenlevingen. Ooit begonnen met kleine haardvuurtjes door politici als Hans Janmaat en Pim Fortuyn, om aangewakkerd te worden door Geert Wilders en opiniemakers die vrijheid van meningsuiting misbruiken om rechtse en racistische geluiden mainstream te maken.” En daarover maken de initiatiefnemers zich zorgen.

schuimFoto: vanmeeuwen.com

Dat er tegengas wordt gegeven tegen racistische geluiden is een goede zaak en als deze lijst daarbij kan helpen, stel ze dan op. Of het lukt om de parallelle samenlevingen de nek om te draaien en te komen tot één samenleving? De filosoof Peter Sloterdijk beschrijft in zijn boek Sferen. Band II – Schuim  het geloof in die eenheidsamenleving als volgt: “Ze presenteren zichzelf als betoverde ruimten die profiteren van imaginaire immuniteit en magisch gekleurde wezens- en keuzegemeenschap” een geloof in sprookje dus.

Volgens Sloterdijk moet, wie serieus over een samenleving wil spreken: “zich buiten het terrein van de wij-beneveling begeven. Pas als men daarin geslaagd is, zal men inzien dat ‘samenlevingen’ of volken zelf veel vlottender, tweeslachtiger, poreuzer en promiscuer zijn dan hun homogene namen suggereren,” Bestaat niet iedere samenleving uit ‘parallelle samenlevingen’? Is niet ieder gezin, bedrijf, vereniging, vriendenclub een samenleving op zichzelf? Samenlevingen met eigen kenmerken, woorden en gebruiken die parallel naast en met elkaar functioneren, of ‘microsferen’ zoals Sloterdijk ze noemt. Een sameneleving is: “een aggregaat van microsferen … van verschillend formaat, die net als afzonderlijke bellen in een schuimberg aan elkaar grenzen en in lagen op of onder elkaar liggen, zonder dat ze echt voor elkaar bereikbaar of effectief van elkaar gescheiden zijn.”

De samenleving als schuim, een mooie metafoor omdat schuim niet kan branden. Sterker, het wordt door de brandweer gebruikt om branden te blussen. Zou het bestaan van juist die parallelle samenlevingen, microsferen of schuimbellen en -belletjes er niet voor zorgen dat een samenleving leefbaar blijft? Zou een mens niet juist verdwalen of verwezen zonder die ‘microsferen’? Verdwalen in samenlevingen die zich zien als een grote eenheid of eenheidsworst?

Beste Raja Felgata en Khalid Ouaziz, zouden we niet juist die ‘parallelle samenlevingen moeten koesteren? Is het echte probleem niet juist het denken in eenheid, het geloof in die “magisch gekleurde wezens- en keuzegemeenschap” ? Ligt dat niet juist aan de basis van het ‘racistisch’ denken? Moeten we de schuimbellen niet koesteren om een brand te voorkomen?