Wie een kuil graaft

Als werkloze en bijstandsgerechtigde word je flink achter de veren gezeten om betaald werk te zoeken. Om je daarbij te helpen is een hele ‘industrie’ opgezet. Als bijstandsgerechtigde kom je in aanraking met gemeentelijke werkcoaches of werkconsulenten, je moet allerlei trainingen volgen zoals sollicitatietrainingen en CV-pimpcursussen. Als werkloze moet je verplicht een aantal brieven schrijven, is er ondersteuning van re-integratiecoaches al dan niet ingehuurd.

kuilFoto: www.ad.nl

“Haast geen enkele maatregel die het CPB is tegengekomen, leidt tot meer werkgelegenheid. Het ontzorgen van werkgevers als ze een arbeidsgehandicapte in dienst nemen? Geen effect. Ambtenaren bijscholen over wat wel en niet werkt? Geen effect. Intensievere samenwerking met uitzendbureaus? Onduidelijk wat dat doet.” De korte samenvatting in Trouw van de resultaten van dit activerende arbeidsmarktbeleid dat gemeenten en UWV loslaten op mensen zonder betaald werk. Trouw haalt het onderzoeksrapport Kansrijk arbeidsmarktbeleid van het Centraal Planbureau aan.

‘Geen effect’ voor de lieve som van meer dan één miljard euro. Gemeenten ontvangen ruim €600 miljoen voor het activeren van bijstandsgerechtigden en het UWV geeft ruim €500 miljoen uit aan re-integratieactiviteiten voor werklozen en arbeidsongeschikten. Dus stoppen met al die inspanningen. Is het verbazend dat het geen effect heeft om mensen te begeleiden bij het zoeken naar werk, dat er niet is?  Was er voldoende werk, dan zouden vele werklozen niet werkloos zijn. Als er tien werklozen zich voor één baan melden, wordt er hooguit één aangenomen. Daar kan geen CV-pimpcursus of sollicitatietraining wat aan veranderen. Zou het bovendien kunnen dat degene die voor die ‘trainingen’ de beste kans had, die na de trainingen nog steeds heeft?

Minister Asscher denkt er anders over: “Daarbij lijkt een effect van 0,1 procent niet veel, maar het gaat dan wel om zevenduizend banen.”Inderdaad is 7.000 banen niet niks. Alleen, wat kosten die banen? Landelijk wordt er ruim één miljard euro aan re-integratieactiviteiten uitgegeven. Dat is ruim € 140.000 per baan. Stel al die 7.000 gelukkigen ontvangen een modaal inkomen, in 2016 is dat € 36.000 bruto. Hiervan komt dus ook nog weer eens € 12.000 terug via belastingen en premies. Dus om iemand een baan met een inkomen van € 24.000 te bezorgen, wordt bijna zes keer zijn salaris uitgegeven? Hoe efficiënt is dit?

Natuurlijk is er nog een ander effect. Door dat miljard aan re-integratie te vertimmeren, zijn die vele consulenten, coaches en managers toch maar mooi van de straat. Die verdienen eraan. Maar hoe bevredigend is het, om werk te verrichten dat geen effect heeft? Om week na week een kuil te graven en met het zand uit die kuil de kuil van vorige week weer dicht te gooien?

Druk, druk, druk

‘De basis is de bal zo snel mogelijk onder controle krijgen, zodat je iets meer tijd hebt om te kijken,’ aldus Johan Cruijff. Doe iets sneller dan hou je meer tijd over voor iets anders. Voor een voetballer is dat anders, om je heen kijken en vervolgens de juiste keus maken. En dat gaat niet alleen op voor de voetballer.

Toch is er iets vreemds aan de hand. Ondanks alle moderne technieken waardoor alles steeds sneller gaat, heeft menigeen een gebrek aan tijd. Je krijgt de ‘bal’ steeds sneller onder controle en toch heb je geen tijd om ‘om je heen’ te kijken. Hoe kan dit? Die vraag houdt Ignaas Devisch bezig in zijn interessante en makkelijk te lezen boek Rusteloosheid. Pleidooi voor een mateloos leven. Hoe kan het dat de zoektocht naar rust niet tot rust leidt, hooguit tot rusteloosheid?

DevischIllustratie: www.uitinvlaanderen.be

Devisch onderscheidt drie ontwikkelingen: versnelling, secularisering en individualisering die zorgen voor permanente druk. De moderne technieken, de snellere sociale en economische processen, de ‘pingen’ op je telefoon, het flexwerk zorgen voor versnelling. Die versnelling maakt dat de mens met meer dingen tegelijk bezig is, verdichting noemt Devisch dit. Versnelling en verdichting zorgen voor onrust. De voetballer heeft de bal sneller onder controle, maar door de fittere en sterkere tegenstander mist hij nog steeds de tijd om te kijken. Om die onrust te lijf te gaan, wordt bijvoorbeeld een cursus time-management, yoga, een training communicatieve vaardigheden enzovoorts gevolgd. Dit zorgt voor een gevulde werktijd en trouwens ook voor gevulde vrije tijd, want versnelling en verdichting werken ook in de vrije tijd door.

Als dit de oorzaak was van de drukte, dan was het eenvoudig op te lossen: langzamer lopen of minder doen. Dat dit niet gebeurt, komt, volgens Devisch, omdat de westerse mens van nature rusteloos is. Die rusteloosheid is een gevolg van de secularisatie. Secularisatie betekent voor Devisch vooral een andere manier van omgaan met tijd. De seculiere mens weet dat het leven op aarde, zijn enige is. Er is geen ‘leven na de dood’ en dat betekent dat alles in dit leven moet gebeuren. De film The Bucket list illustreert dit, volgens Devisch goed, een lijst met activiteiten die je toch echt nog moet doen voordat je sterft. En omdat de wereld een ‘global village’ is, weet en zie je steeds meer dingen om op die lijst te zetten.

Als laatste de individualisering. Waar voor onze voorouders veel keuzes vastlagen, je vader was slager, dus jij werd ook slager, je was huisvrouw en dat was ook het lot van je dochter, maakt ieder nu zijn eigen keuzes. Het: “heeft te maken met ons verlangen iets of iemand te willen zijn,” zo schrijft Devisch. Alleen wie is die zelf en blijft die steeds hetzelfde? Devisch: We bouwen onze identiteit op door onszelf te vergelijken met anderen. Zo concurreren we met elkaar om liefde, ‘likes’ op Facebook en ‘volgers’ op Twitter of andere fora. Niet zozeer wie of wat we zijn doet ertoe, maar wie we zijn in verhouding tot anderen.” En dit vergelijken is een continuproces. Een proces dat door de Franse filosoof René Girard mimetische begeerte is genoemd. Die begeerte wakkert die rusteloosheid en onrust nog verder aan.

‘Druk, druk, druk’ is het meest voorkomende antwoord op de vraag hoe het met iemand gaat. Hoe dan die druk te ontvluchten? Devisch kiest een compleet andere benadering. Want: De ‘oplossingen’ die tot doel hebben de rusteloosheid te bestrijden … lijken geen structurele uitweg te bieden.” Het zijn manieren om de wereld te ontvluchten en dat lukt wellicht even, of je moet kluizenaar worden. Bij terugkomst in de wereld blijkt er niets te zijn veranderd en draaf je weer mee in het ‘eeuwige gejaag’. Devisch kiest ervoor om de positieve kanten van die rusteloosheid te benaderen, het mateloze. Want juist in het mateloze van de mens zit ook het creatieve, het scheppende, het vernieuwende. Ze brengen de mens tot grootse daden. Maar: “Het blijft echter noodzakelijk die mateloosheid ter discussie te blijven stellen opdat die geen maatschappelijke norm of plicht wordt.”

Of moeten we toch naar de gevatte reactie van Theo Maassen op het antwoord ‘druk, druk, druk’. luisteren: ‘Als je het drie keer kunt zeggen, heb je het niet druk,’?

De vorige oorlog

Op de site JOOP pleit journalist Clarice Gargard ervoor om blanke mensen wit te noemen. Door het woord ‘blank’ worden witte mensen: “… neutraal, de standaard, het beginpunt, de oerknal, het baken van waaruit het licht der objectiviteit stroomt. En zo worden ‘blanke’ mensen in de taal als superieur gesteld tegenover ‘anderen.”  Door ‘wit’ te gebruiken wordt deze bevoorrechte positie verlaten. Zij wil via het taalgebruik een historische scheefheid recht zetten. Dat kan maar is er niet iets anders om je druk over te maken? In haar betoog schrijft zij iets opmerkelijks als het gaat over kolonialisme. Zij schrijft: “ in principe is het wereldwijd vrij not done om een gebied binnen te vallen en te stellen dat het nu van jou is (tenzij je Rusland bent). Maar zouden we daarom de nasleep van die eeuwenlange onderdrukking niet meer voelen?”

neokolonialisme

Illustratie: www.siliconafrica.com

Bij kolonialisme wordt al snel aan de Europese ‘verovering’ van de wereld gedacht. Was niet juist een belangrijk kenmerk van kolonialisme dat je een gebied binnenwandelde en vervolgens verklaarde dat het vanaf dat moment van jou was? Was dat in vroeger eeuwen niet gewoon ‘business as usual’? En niet alleen moderne westerse landen zoals Engeland, Frankrijk en Nederland. Hoeveel oorlogen zijn er in de geschiedenis niet gevoerd tussen koninkrijken en vorstendommen? Oorlogen met als doel het grondgebied van de ander te bezitten, er een kolonie van te maken. Hoeveel grote beschavingen en wereldrijken zijn niet ten onder gegaan, omdat ze werden bezet, gekoloniseerd, door anderen die na de strijd verklaarden: dit is van ons? Wat te denken van het Sumierische rijk, het Perzische rijk? De Griekse stadstaten die ‘kolonie’ werden van het Romeinse rijk. Een rijk dat ook weer ten onder ging omdat Germaanse volkeren Rome bezetten? Wat te denken van de kolonisatie van China door de Mongolen? En niet alleen China, half Eurazië werd door de Mongolen ‘gekoloniseerd’.

Tegenwoordig lijkt het inderdaad ‘not done’ om gebieden binnen te trekken en te zeggen: dit is van ons. Behalve dan voor Poetin. Gargard gaat uit van de stabiliteit en integriteit van landsgrenzen. Het internationaal recht gaat daar ook van uit.  Zou het kunnen dat de tegenwoordige tijd een tijdelijke uitzondering is op de normale situatie?

Of een neokoloniale modernisering van de oude situatie? Neem de invallen in Irak en Afghanistan. Inderdaad, er werd niet gezegd: ‘en dit is nu van ons!’ Eerder een indirecte manier van overheersing, waarbij er op papier sprake is van zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Is dit niet gewoon neokolonialisme?

Wacht nog eens. Hoe zit het met economisch kolonialisme? Het opkopen van onder andere grond en mijnrechten door grote bedrijven en niet alleen westerse? Opkopen voor een veel te lage prijs, verkocht door corrupte bestuurders ten koste van de bevolking? Is dat niet een nieuwe manier om te stellen ‘dit is van mij’? Is dit niet gewoon kolonialisme met andere middelen? Kolonialisme waarbij de slachtoffers alle kleuren hebben en in ieder land wonen.

Zou Gargard haar energie niet beter kunnen richten op deze huidige neokoloniale oorlog?

Appels en peren

In Trouw een sympathiek pleidooi van Wouter Beekers en Jochem Westert voor een bijstand die ‘bijstaat’. Een bijstand met meer aandacht voor de bijstandsgerechtigden. Met recht op positieve prikkels: “Bijvoorbeeld dat de werkzaamheden aantoonbaar bijdragen aan de ontwikkeling van mensen, dat de arbeidsomstandigheden goed zijn en dat de werkzaamheden niet vernederen … zodat bijstandsgerechtigden weer ‘met opgeheven hoofd’ de samenleving in kunnen gaan.”

appels en perenFoto: www.vanbeek.com

In hun betoog stippen ze, het door ‘links’ bepleite, onvoorwaardelijke basisinkomen aan. Een situatie die in hun ogen na de invoering van de bijstand was ontstaan. En waarvan een onderzoekscommissie in 1993 constateerde dat er sprake was van georganiseerde oplichting, calculerend gedrag en het ontlopen van werk. “De pleidooien voor een basisinkomen getuigen dus van weinig historisch besef,” zo schrijven de beide heren. Hier rammelt hun betoog.

Friedrich van Hayek en Milton Friedman, bepleitten een basisinkomen. Zij noemde het een negatieve inkomstenbelasting. Beide heren zijn nu niet bepaald links te noemen en stonden aan de basis van het economisch beleid van Reagan en Thatcher, die ook niet bekend stonden om hun linkse sympathieën. Rammelt er wellicht iets aan het historisch en economisch besef van de heren?

Kenmerkt het basisinkomen zich niet juist door de onvoorwaardelijkheid? Dat iedereen het krijgt zonder voorwaarden en dus ook zonder de voorwaarde dat er naar werk wordt gezocht? Is het bij een onvoorwaardelijk basisinkomen niet juist aan de ontvanger zelf wat hij verder nog met zijn leven doet? En is werk dan een keuze die gemaakt kan worden, maar waar ook van kan worden afgezien, die dus kan worden ontlopen? Is het calculeren niet een van de kenmerken van een basisinkomen? Calculeren wat het beste bij de dromen en wensen van het individu past? Werken, studeren, zorgen voor iemand, vrijwilliger bij de sportclub, helemaal niets doen of een combinatie. Rammelt de vergelijking van het basisinkomen met de bijstand? Als de bijstand als basisinkomen zou hebben gefunctioneerd, dan waren verwijten als ‘het ontlopen van werk’ en ‘calculerend gedrag’ misplaatst.

De bijstand is nooit bedoeld als een onvoorwaardelijk basisinkomen. Kenmerk van de bijstand was en is, dat je er alleen voor in aanmerking komt, als je zelf (of je partner) geen inkomsten uit arbeid of andere bron van inkomsten hebt. Een tijdelijke ondersteuning waarbij je de plicht hebt om te zoeken naar betaald werk: het einddoel. En juist vanwege de beperkingen en voorwaarden, is de bijstand bevattelijk voor (georganiseerde) oplichting, calculerend gedrag en kan worden geconstateerd dat er bijstandsgerechtigden zijn die (het zoeken naar) werk ontlopen.

Vergelijken Beekers en Westert appels met peren?

Resistance is futile

Patriottisme, vaderlandsliefde, daarvoor pleit het CDA. In Trouw reageert Hans Janssens, hoofdcommunicatie van het CDA, in een warrig betoog op een column van Hans Goslinga in dezelfde krant. Als het erbij blijf de: “rechtsstaat, democratie, vrijheid en menselijke waardigheid te koesteren en uit te dragen,” dan zal Janssens op veel bijval kunnen rekenen.

BorgIllustratie: quotesgram.com

Blijft het daarbij? Goslinga bekritiseerde CDA leider Buma, die pleitte voor gezonde vaderlandsliefde met de dominantie van de joods-christelijke cultuur als fundament van onze samenleving. Volgens Goslinga moet de overheid zich verre houden van het uitdragen van een publieke moraal. Het publiek is immers pluriform. Volgens Janssens bieden: “Waarden en tradities (…) houvast in een wereld die razendsnel verandert en globaliseert.” En kan: “Alleen een samenleving die trots is op de eigen waarden en tradities, (…) van nieuwkomers verwachten dat zij deze ook willen delen.” Als die dominante joods-christelijke cultuur iets is wat bij het patriotisme hoort, gaan Janssens en Buma dan niet veel te ver? Hoe gezond is dergelijke vaderlandsliefde?

Is het niet veeleer ondanks, dan dankzij de christelijke cultuur dat  we trots kunnen zijn op de democratie, de rechtstaat, de vrijheid en de menselijke waardigheid? Zijn onze democratie, de rechtstaat, de vrijheid en menselijke waardigheid niet juist het resultaat van de strijd tegen de religie en tegen god? Een strijd om mensen zelf na te laten denken over hun leven en hun toekomst.

Verwachten zij dan ook dat ik die ‘waarden en tradities’ uitdraag? Dat ik daar trots op moet zijn? Welke christelijke en joodse waarden zijn dat dan? Hebben die twee stromingen niet een jarenlange niet zo fraaie geschiedenis? Zie bijvoorbeeld het denken van Luther over joden dat vorige week weer in het nieuws was. Maar ook welke tradities? Zijn dat die van de katholieke kerk, de joods orthodoxe, de remonstranten, de pinkstergemeente of nog andere?

Verwachten zij van nieuwkomers dan dat zij assimileren? Dat zij hun eigen waarden en tradities verloochenen? Of om de Borg, een van de vijanden van de Federation in de latere Start Trek reeksen, aan te halen: “We are the Borg. You will be assimilated. Resistance is futile.” Met als enig verschil dat de Borg: “biological and technological distinctiveness”  toevoegen aan hun eigen, het CDA lijkt die te willen uitbannen. Gelukkig weten captain Picard en zijn vrouwelijke collega Janeway, de Borg te verslaan. Waaruit blijkt dat ‘resistance’ niet ‘futile’ is. Als dit het streven van het CDA is, hoort u dan ook bij de resistance?

Spel met/zonder grenzen

“Een permanent en principieel open-grenzenbeleid kan in heel Europa de contrarevolutie ontketenen waarvan we nu overal in Europa helaas de contouren al zien.” De laatste zin uit een interessant artikel van Henri Beunders in Trouw. Beunders constateert terecht dat het broedt en gist in de wereld ten zuiden van Europa en dat hierdoor mensen op drift raken. “En als de boel ontploft in Egypte, Libië of Nigeria, reken dan maar met een half tot heel miljard Afrikanen, of nog meer: hun aantal zal in 2050 verdubbeld zijn tot 2,5 miljard, China en India samen dus,” aldus Beunders om de situatie nog wat bedreigender te maken. Op drift naar de stad, naar andere Afrikaanse landen maar ook naar Europa, want dat heeft ‘een goede pers’ in Afrika. Bovendien liggen Amerika of Australië voor een tocht per rubberboot te ver weg. In dit artikel verwijt hij mensen die Europa’s buitengrenzen open willen houden voor migranten en vluchtelingen, naïviteit. Naïviteit kan ‘contrarevolutionaire’ gevolgen hebben voor onze democratie en de verzorgingsstaat, volgens Beunders, kernelementen van onze politieke cultuur. Hij pleit daarom voor het sluiten van de grenzen.

Spel zonder grenzen

Illustratie: www.huisvanalijn.be

Nu wordt die ‘verzorgingsstaat’ al door de achtereenvolgende regeringen afgebroken en omgebouwd naar een ‘participatiesamenleving’ en ligt de huidige democratie ook onder vuur. Over deze afbraak van die kernelementen van onze politieke cultuur door onze politieke cultuur wil ik het niet hebben. Net zoals Beunders ‘open grenzen’ kritisch bevraagd, is het ook mogelijk om ‘gesloten grenzen’ kritisch te bevragen. Welke gevolgen heeft het sluiten van de Europese buitengrenzen?

Als eerste de vraag waar die buitengrens precies ligt? Waar moet het hek, die nieuwe ‘Berlijnse muur’ maar dan om mensen buiten te houden, worden geplaatst? Niet alle EU-landen zijn Schengenlanden, een zestal landen van de EU waaronder het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld niet. En andersom niet alle Schengenlanden zijn EU landen, Noorwegen, Liechtenstein, IJsland en Zwitserland bijvoorbeeld niet. Nu is daar wel uit te komen. Alleen komen de vluchtelingen en migranten nu met rubberbootjes. Hoe stop je die? Wat als vluchtelingen niet meer in gammele rubberbootjes komen, maar met een grote vrachtvaarder de Noordzee opvaren op weg naar Rotterdam? Terugslepen naar internationale wateren?

Maar wat als dat schip dan ineens zinkt? Laten we die mensen dan in de Noordzee verdrinken? Worden er met alle landen afspraken gemaakt zoals nu met Turkije zijn gemaakt? Wat dan te doen met luchthavens als bijvoorbeeld Schiphol? Wat als ik als vluchteling vanuit Afghanistan een vlucht boek naar Brazilië met een overstap op Schiphol en ik vraag op Schiphol asiel aan? Of een vliegtuig met migranten wordt ‘gekaapt’ en vliegt het Europese luchtruim binnen? Zijn gesloten grenzen zo niet alleen te bereiken als er wordt geaccepteerd dat er aan die grenzen vele doden zullen vallen? En niet alleen omdat hun bootje midden op zee omslaat, nee ook omdat Europa zelf zal moeten doden om die grenzen dicht te houden? Zou dit in het ergste geval kunnen betekenen dat die half miljard Afrikanen, of een deel ervan, gewapend en al, de Europese grens zullen bestormen, een oorlog dus?

Beunders heeft gelijk dat ‘open grenzen’ en iedereen van harte welkom heten, niet zal werken. Als zijn half miljard Afrikanen naar de EU komen, dan betekent dit een verdubbeling van de bevolking. Zou de oplossing dan niet moeten worden gezocht in ademende grenzen? Grenzen die open staan voor zowel vluchtelingen als arbeidsmigranten? Voor arbeidsmigranten door bijvoorbeeld te werken met arbeidsvergunningen voor bepaalde tijd. Arbeidsvergunningen die aan te vragen zijn in de landen van herkomst? Niet alleen voor de ‘hoogopgeleide ICT nerd’ maar ook en vooral voor lager- of niet opgeleiden? Maar vooral ademende grenzen door eerlijke handel? Waarbij eerlijk wat anders is dan vrije handel. Waarbij Afrikaanse landen beperkingen op mogen leggen aan westerse producten om zo hun eigen bedrijvigheid te beschermen en op te bouwen. Want is eerlijk delen van welvaart en welzijn op alle niveaus niet een onmisbaar onderdeel van een structurele oplossing?

Eye wish, Pearl of ‘Gans Anders’?

‘Nederland is een verzorgingsstaat en daarin zijn we veel te ver doorgedraaid. Zo ver dat mensen geen initiatief en verantwoordelijkheid meer nemen. Niet voor het schoon en sneeuwvrij houden van hun eigen stoepje. Niet meer voor het poetsen van het huis van je oude moeder, als die het zelf niet meer kan. Heb je geen werk dan houd je je hand op want je hebt immers recht op die uitkering. In dit land word je van wieg tot graf verzorgd. Heb je ergens een probleem, maak je geen zorgen de overheid neemt het van je over en lost het op. Hoog tijd dat daar iets aan wordt gedaan. Dat mensen weer zelf verantwoordelijkheid nemen, dat de werkloze van die bank komt en wat gaat doen, al is het in eerste instantie vrijwillig. Dat die oudere zelfredzaam blijft en zich inzet voor een ander. Dat kinderen en buren verantwoordelijkheid nemen voor ouders en buurtgenoten. Of eigenlijk dat we verantwoordelijkheid nemen voor elkaar. Maar niet alleen voor elkaar, ook voor onze leefomgeving. Die moeten de bewoners zelf schoon, veilig en heel houden. Dat er niet zoveel naar de overheid wordt gekeken. Dat we een participatiesamenleving worden waarin ieder zijn steentje bijdraagt, het liefst via betaald werk want dan participeer je pas echt.’  

cave

Illustratie: johnveldhuis.com

In iets meer dan tweehonderd woorden staat hier het nu populaire discours beschreven. Een discours dat is, en wordt vertaald in steeds meer wetten. Zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet en de Jeugdwet. Maar wat als dit, zowel de ‘verzorgingsstaat’ als de ‘participatiesamenleving’ frames zijn. Brillen waarmee we naar de wereld kijken? Neem bijvoorbeeld de brief van de voorzitters van DWARS, ROOD, de Jonge Socialisten en FNV Jong in de Volkskrant. Een brief die ze afsluiten met de woorden “Het zijn jongeren die vol willen meedraaien in de maatschappij. Werkgevers, maak geen misbruik van hun positie door ze tegen stageloon, of zelfs tegen helemaal geen loon, in te zetten om productief werk te doen. Neem ze aan, gun ze een goede start van hun carrière!” Woorden uit een betoog dat ademt dat je alleen met betaald werk participeert in de samenleving en zij zijn niet de enigen.

Een andere bril

‘De sociale wetgeving zoals die vanaf de Noodwet ouderdomsvoorziening, later uitgebouwd tot de Algemene ouderdomswet (AOW), van Drees is opgebouwd, was en is bedoeld om mensen in hun kracht te zetten. Om mensen in lastige situaties, zoals werkloosheid, hun onafhankelijkheid en zelfstandigheid te laten behouden zodat ze ook in die lastige situaties als vrij persoon kunnen blijven deelnemen en handelen. Dat ze niet afhankelijk worden en blijven van de goedertierenheid van hun kinderen, buren of kerkgenootschap. Dat ze, zoals dat tegenwoordig heet, volwaardig kunnen blijven participeren in de samenleving.’ 

Zouden deze bijna negentig woorden, de bril kunnen zijn waarmee vanaf de jaren vijftig is gebouwd aan een wetgevingsstelsel dat nu ‘verzorgingsstaat’ wordt genoemd? Is de kern hiervan niet de zelfstandigheid van het individu om zelf zijn leven in te richten? Ter verdediging van die ‘Noodwet van Drees’ zoals hij werd genoemd, sprak premier Drees de hoop uit dat deze moest uitgroeien: “… tot een regeling, die vaste rechten geeft, vaste rechten, die een redelijk zelfstandig bestaan kunnen waarborgen.” Met soortgelijke woorden kondigde de koning bij de Troonrede in 2013 de ‘participatiesamenleving aan: “In deze tijd willen mensen hun eigen keuzes maken, hun eigen leven inrichten en voor elkaar kunnen zorgen.”

Meer overeenkomst

Ook in de manier waarop georganiseerd wordt, zijn verrassende overeenkomsten te zien. Neem het organiseren van de gezondheidszorg, de zorg voor de jeugd en de ondersteuning van individuen en gezinnen. Er wordt gewerkt met wijkteams die kort op de problemen moeten zitten, zonder ze over te nemen. Die moeten werken aan het weerbaar maken van het individu en het gezin en die hierbij de buren en familie betrekken. Die alert moeten zijn op problemen en die zo vroeg moeten signaleren, dat er snel wat aan gedaan kan worden. Die in de haarvaten van de samenleving moeten zitten. Die voor de bewoners van de wijk het logische aanspreekpunt moeten zijn als ze ergens mee zitten. Zo wordt inhoud gegeven aan de participatiesamenleving. Maar dit lijkt ook verdacht veel op de wijkzorg die vanaf de jaren vijftig tot in de jaren tachtig actief was. Die was opgebouwd als een onderdeel van de nu vervloekte ‘verzorgingsstaat’. Hoe verhoudt dit zo vroeg mogelijk, liefst al voor de geboorte, signaleren van problemen, en het in de haarvaten van de samenleving zitten, zich eigenlijk tot die eigen verantwoordelijkheid en de terugtredende overheid?

Hetzelfde doel, dezelfde middelen maar toch een heel ander frame, een heel andere kijk op de wereld. ‘Als eenzelfde aanpak geschikt is, wat maakt dat frame, die bril of kijk dan uit’, zou je kunnen vragen. Zou het voor een werkloze medemens wat uitmaken of hij wordt gewantrouwd als een ‘luie uitvreter’, iemand die de kantjes ervan afloopt en die profiteert van het ‘zuurverdiende’ geld van anderen, als een potentieel fraudeur? Of…, omdat hij buiten zijn schuld om, zijn baan heeft verloren, een lot dat ons allemaal kan treffen; dat hij nu even financiële hulp nodig heeft om zichzelf, en eventueel zijn gezin, deze moeilijke tijd te laten overleven; dat we weten dat hij er alles aan zal doen om zo snel mogelijk weer in zijn eigen levensonderhoud te voorzien? Zou het voor een hulpbehoevende oudere uitmaken of hij als een kostenpost wordt gezien, waarvan de kosten zo laag mogelijk moeten blijven; als een last voor zijn familie, buurt en samenleving; en ook als een mogelijke fraudeur of profiteur? Of dat hij wordt gezien als een mens die door ongemakken is getroffen en daarom onze hulp nodig heeft; als een persoon en mens die iets bijdraagt gewoon door er te zijn? Zou dat verschil maken? Als dat verschil maakt, welke boodschap zendt de overheid dan nu uit?

‘Gans’ Anders

Even terug in de tijd. Bij de bouw van wat nu de ‘verzorgingsstaat’ wordt genoemd, werkten liberalen, sociaal-democraten en christen-democraten (al waren die toen verdeeld over meerdere partijen), gebroederlijk samen. De liberalen vanuit vrijheid, de sociaal-democraten vanuit gelijkheid en de christen-democraten vanuit broederschap. Wat zien we terug van vrijheid, gelijkheid en broederschap? Hoe liberaal is het om iemands vrijheid te beknotten door hem afhankelijk te maken van de goedertierenheid van zijn familie en buren? Familie die steeds vaker ver weg woont. Hoe liberaal is het om iemands vrijheid te beperken, zoals nu gebeurt met werklozen en bijstandsgerechtigden? Hoe gelijk ben je nog als je afhankelijk bent van de goedertierenheid van familie en buren? Als je als werkloze bijstandsgerechtigde vanuit de hoogte wordt bekeken en met woorden en daden in de grond wordt getrapt? Hoe sociaaldemocratisch en broederlijk is dat? Hoe broederlijk is het als je door de zorg voor je naaste en alle andere ‘verplichtingen (werk, vrijwilliger etcetera) er zelf aan onderdoor gaat?

Nu werken die stromingen gebroederlijk samen aan de ‘participatiesamenleving’. Wat zou er gebeuren als ze de brillen afzetten? Als die drie stromingen zouden kijken vanuit vrijheid, gelijkheid en broederschap? Zou dat leiden tot beter beleid en wetten? Zou een onvoorwaardelijk basisinkomen dan tot de mogelijkheden behoren? Een basisinkomen dat net voldoende is om op een karige manier rond te komen. Tot de mogelijkheden behoren omdat het de vrijheid van mensen om zelf keuzes te maken, vergroot? Keuzes gebaseerd  op eigen wensen en plannen en veel minder vanuit nood gedreven? Tot de mogelijkheden behoren omdat het ieders startpunt voor het maken van keuzes gelijker maakt, ook de keuze om te studeren? Gelijker omdat niemand zich zorgen hoeft te maken om het rondkomen? Tot de mogelijkheden behoren omdat het de broederschap bevordert? Bevordert omdat het mensen de gelegenheid geeft om zich zonder schuldgevoel en inkomensvrees voor een ander in te zetten? Om dit echt vanuit het hart te doen en zich dan ook niet schuldig te voelen als dat betekent dat de persoon geen betaald werk verricht.

Of dat tot de mogelijkheden behoort is de vraag. Komt op die vraag niet alleen een antwoord als de Eye wish en Pearl brillen worden afgezet en ‘Gans Anders*’ wordt gekeken.

*Gans is Venloos voor helemaal

Het eeuwige heden

Eeuwenlang stond het verleden centraal. De toekomst lag immers vast: de terugkomst van de Verlosser, dus volstond herhalen van wat de voorvaderen deden. Vanaf de verlichting kwam de toekomst steeds meer in beeld. Door God af te wijzen, was de mens immers verantwoordelijk voor zijn eigen toekomst en de mensheid moest vooruit naar die toekomst. Het heden, maar ook het verleden werden gezien als fase in de ontwikkeling naar die toekomst. Over wat dat einddoel was, kon je van mening verschillen. Voor de een was dat een communistische heilstaat en voor de ander een vrije markt. Maar ja, met de val van de muur, was er geen strijd meer, was de toekomst bereikt, en werd de geschiedenis, door Francis Fukuyama beëindigd, verklaard en brak het eeuwige heden uit.

 

safranski

De filosoof Rüdiger Safranski komt op een andere manier tot eenzelfde conclusie. In het interessante boek Tijd. Hoe tijd en mens elkaar beïnvloeden onderzoekt hij de tijd. In hoofdstuk vier constateert hij iets bijzonders. Prikkels zorgen bij een mens voor opwinding. Door de ‘toegenomen gelijktijdigheid’ het ‘real time’ niet becommentarieerd meekrijgen van vanalles in de wereld, krijgt de moderne mens steeds meer prikkels. Door die hoeveelheid treedt er gewenning op en is er steeds een hogere dosis nodig om opgewonden te raken. Volgens Safranski zorgt dat voor een opwaardering van het heden. Dus door de vele prikkels lijkt de mens in het eeuwige heden te leven.

Hoe verhoudt zich dat tot de vele aandacht voor het verleden? Bijvoorbeeld voor het anti-semitisme van de grondvester van het protestantisme, Maarten Luther. Of de slavernij en het kolonialisme die nog steeds in de belangstelling staan. Maar ook de radicale islamitische aandacht voor het glorieuze verleden van de islam en de westerse misdaden van de afgelopen eeuwen.

Is dit werkelijke aandacht voor het verleden of zijn er hedendaagse bedoelingen? Is de aandacht voor Luthers antisemitisme niet voor hedendaags gebruik? Net als de aandacht voor slavernij, het  kolonialisme en de westerse misdaden tegen de islamieten? Bedoelingen om het huidige eigen gelijk en het eigen goede te benadrukken?

De toekomst lijkt er in ieder geval bekaaid af te komen. Het vluchtelingenprobleem, de voort etterende financiële crisis, de milieucrisis, de toekomst van de Europese samenwerking? Waar zijn de inspirerende verhalen om mensen voort te stuwen? Zitten we werkelijk in het eeuwige heden? Dan moeten we ons volgens John F. Kennedy toch echt zorgen maken: “Verandering is de wet van het leven. En degenen die alleen kijken naar het verleden of het heden zullen zeker de toekomst missen.”

‘Loonslaven’ fabriek

In de Volkskrant werd de vraag gesteld hoe houdbaar het advies Ons Onderwijs 2032 is. Deze vraag wordt door verschillende mensen beantwoord; ook de door voorzitter van het Platform Onderwijs 2032 de opstellers van het advies, Paul Schnabel. Bij  De Correspondent wordt de vraag gesteld hoe inhoud te geven aan het vak burgerschapsvorming, een onderdeel van het kerncurriculum dat het advies voorstelt.

loonslavenFoto: www.brekend.nl

Burgerschapsvorming als kernvak? Is met dit vak het doel van het onderwijs verworden tot een middel? Want was het doel van het onderwijs niet om jeugdigen de bagage mee te geven om hun weg te vinden in hun leven. Een leven samen met anderen in onze democratische samenleving? Dus om volwaardig burger van die samenleving te kunnen zijn? Om ze de daarvoor benodigde kennis en vaardigheden bij te brengen? En zou het totale curriculum niet het middel zijn om dat doel te bereiken? Dit roept de vraag op, wat dan het nieuwe doel van het onderwijs is?

Een curriculum dat: “belangrijk (is) voor leerlingen die naar de universiteit willen, maar evengoed voor toekomstige loodgieters en cateraars,” aldus Schnabel en dat verder bestaat uit Nederlands, Engels, Wiskunde en Digitale Vaardigheden. Voor wat het laatste vak betreft de vraag wie er dan wie, wat moet leren? Want leren de ervaringen niet dat leerlingen dit zich makkelijk zelf eigen maken en hierin veel vaardiger zijn dan leraren? Is het doel dan de groei van de economie? En draagt het onderwijs bij door het leveren van voldoende arbeidskrachten? Is het met andere woorden een ’loonslaven’ fabriek?

Waarom zijn er nieuwe vaardigheden nodig? Waren, en zijn juist voor onze democratie, maar ook voor de economie, kritische, creatieve en zelfdenkende mensen nodig die zich in een ander kunnen inleven? Stimuleer je creativiteit niet juist door kinderen kennis te laten maken met andere culturen, of dat nu huidige of vergane culturen zijn? Zou dat ook de nieuwsgierigheid, verbeeldingskracht en het empathisch vermogen vergroten? Zijn dat, om Schnabel aan te halen, nu juist de vaardigheden die belangrijk zijn “voor leerlingen die naar de universiteit willen, maar evengoed voor toekomstige loodgieters en cateraars?” Die vooral van belang zijn voor toekomstige kritische, creatieve, zelf denkende burgers in een democratische samenleving?

Lange, gevoelige tenen

In de avondshow Pauw pleitte cabaretier Hans Theeuwen ervoor om de Turkse president Erdogan tot op het bot te beledigen. Erdogan heeft dit, volgens Theeuwen, verdiend omdat hij zich niets gelegen laat liggen aan de vrijheid van meningsuiting. Zeker nu Erdogan een Duitse komiek, Jens Böhmermann, heeft aangeklaagd en de Duitse regering heeft verzocht om dit ook te doen vanwege het beledigen van een staatshoofd.

lange tenenFoto: melodymusic62.wordpress.com

Natuurlijk had Erdogan niet moeten reageren op het satirische lied Erdowie, erdowo, Erdogan dat de aanleiding vormde voor deze rel. Een lied dat eigenlijk meer was bedoeld om de handelswijze van de Europese unie en in het bijzonder bondskanselier Merkel, aan de kaak te stellen. Door er aandacht aan te besteden wordt het immers groter. Er worden stukjes over geschreven en de ‘Pauws’ besteden er aandacht aan.

Dat komt natuurlijk omdat Erdogan wil dat iedereen in Turkije, en het liefst ook in de rest van de wereld, naar zijn pijpen danst. Dat iedereen hem ziet als de almachtige sultan en leider van de Turken en liefst ook de islamitische wereld. Zou hij dan niet iets moeten doen aan de kalief van IS-land? Een kalief heeft toch een hoger gezag dan een sultan, emir of koning? Natuurlijk draait het hem alleen maar om macht. Natuurlijk heeft hij lak aan een vrije pers en welke oppositie dan ook en stopt hij mensen in het gevang die hem tegenspreken. Natuurlijk wordt onder zijn leiding Koerdisch gebied gebombardeerd en vallen daarbij nodeloos veel onschuldige slachtoffers. Natuurlijk gebruikt hij Syrische en andere vluchtelingen als machtsmiddel. Natuurlijk chanteert hij de Europese leiders, maar laten die zich niet ook maar al te graag chanteren in de hoop dat hij hun probleem maskeert? Natuurlijk liet hij een megalomaan paleis bouwen waar Ceaucescu jaloers op zou zijn. Waarschijnlijk verrijkt hij ook zichzelf en zijn familie. Natuurlijk heeft Erdogan veel te lange en gevoelige tenen. Maar is dat niet gewoon als je geen tegenspraak duldt en gewend bent dat iedereen naar je pijpen danst?

Allemaal waar en daarvoor verdient Turkije dat er zeer terughoudend zaken worden gedaan met het land. Daarvoor verdient hij dat zijn daden flink worden uitvergroot en op de hak genomen door cabaretiers, humoristen en columnisten. Verdient hij daarvoor niet onze bestuurlijke afwijzing? Verdient hij daarvoor harde woorden van EU regeringsleiders? En daartegen verdienen vooral de Turkse opposanten onze steun?

Zouden cabaretiers als Theeuwen hun toorn niet beter kunnen richten op de hypocrisie van de eigen leiders? Vandaar ook het lied gericht aan Merkel en eigenlijk aan alle EU leiders. Want laten die het op moreel gebied niet flink afweten. Beste Hans en andere cabaretiers en grappenmakers, neem Rutte op de hak, haal hem door de mangel, maar doe het wel op inhoud. Beledigen en kwetsen is een zwaktebod en een zichzelf respecterend cabaretier onwaardig.