Let’s talk about money, money …

Geld. Wie het heeft uitgevonden daar zullen er nooit achter komen. Dat maakt ook niet uit. Wat we er in ieder geval over kunnen zeggen is dat het op vertrouwen is gebaseerd en dat het meerdere functies vervult. 

Zo is het een middel dat het ruilen van goederen vergemakkelijkt. Door geld te gebruiken wordt het voor mij makkelijk om een broek of schoenen te verkrijgen. Zonder geld zou ik in gesprek moeten met de kleer- of schoenmaker en moeten uitvinden of zij een ‘beleidsadvies’ kunnen gebruiken, want dat is het product waarin ik in mijn werkzame leven handel. Nu is de kans klein dat zij behoefte hebben aan zo’n advies. Dat zou het voor mij heel omslachtig maken om een broek of schoenen te verkrijgen. Geld maakt dat makkelijk, het maakt ‘uitgesteld’ ruilen mogelijk. De schoen- of kleermaker ruilt het paar schoenen of de broek tegen geld en van dat geld kunnen zij op het moment dat zij dat willen iets anders verkrijgen. Dan ruilen zij bijvoorbeeld het geld tegen een brood bij de bakker. Bijkomend voordeel hierbij is dat geld ook een rekenmiddel is. Dat voorkomt dat de schoen- of kleermaker bij de bakker moet onderhandelen hoeveel broden een broek of en paar schoenen waard zijn. 

Romeinse munten. Bron: Pixabay

Eeuwenlang bestond geld uit materialen (goud en zilver) die als waardevol werden gezien. Een munt bevatte een bepaalde hoeveelheid van het materiaal en daardoor kon je er overal mee betalen. Zo kon er bijvoorbeeld in het oude India worden betaald met munten uit het Romeinse Rijk. Die hoeveelheid edelmetaal gaf vertrouwen. Tegenwoordig bestaat geld uit vrij waardeloze materialen. Het papier waarop dollars en euros worden gedrukt is veel minder waard dan het bedrag dat erop staat. Toch accepteren we het. We accepteren het zolang we het vertrouwen hebben dat het zijn waarde behoudt of in ieder geval slechts zeer langzaam verliest. Dat wordt anders als ik voor mijn euro morgen nog maar voor een halve euro boodschappen kan doen. Als dat gebeurt dan zal ik vragen om iets wat wel waarde behoudt. Dan vraag ik om goud, zilver of geld uit een ander land dat wel ‘waarde vast’ is. 

Nu hebben we voor grote delen van Europa een en dezelfde munt, de euro. Dat was vroeger wel anders. Als je in de beurs van een laat Middeleeuwse koopman keek, dan trof je diverse soorten munten aan. Veel steden sloegen hun eigen munt maar omdat die munt die hoeveelheid goud of zilver bezat, kon je er toch overal mee betalen. Het kwam geregeld voor dat de hoeveelheid goud of zilver naar beneden werd bijgesteld. Dan zat je met twee munten die er hetzelfde uitzagen (bijvoorbeeld dezelfde ‘koning’ erop) maar die toch verschilden in waarde. Dan maakt die ene euro voor veel landen het betalen een stuk makkelijker. 

Toch wordt aan dat gemak getornd en dan bedoel ik niet door mensen als Baudet die willen dat Nederland de euro verlaat en weer een eigen munt invoert. Nee, het tornen komt van een geheel andere kant. Van de kant van cryptomunten. Digitale munten uitgegeven door …, ja door wie eigenlijk. Nou bijvoorbeeld door Facebook. Dat bedrijf maakte bekend dat het vanaf 2020 een eigen cryptomunt uitbrengt, de libra. Al is uitbrengen een vreemd woord voor iets wat je niet vast kunt pakken. Nu zijn we er tegenwoordig al aan gewend dat je geld niet meer vastpakt. Het meeste geld is immers giraal en bestaat alleen op papier of eigenlijk als ‘nullen en enen’ in een computerbestand. Alleen kan ik die ‘nullen en enen’ uit de muur trekken in de vorm van een briefje van twintig euro.

Een goede ontwikkeling? Een late Middeleeuwer zal, afgezien van het digitale aspect ervan, niet vreemd opkijken dat een machthebber, zoals Facebook, een eigen munt gaat uitgeven. Dat is hij immers gewend.  En, in tegenstelling tot in zijn tijd, zal het omrekenen van de ene naar de andere munt makkelijk zijn. Dat zal zijn ‘mobieltje’ voor hem doen. Alleen zal die  late Middeleeuwer nog ergens van opkijken. Hij zal opkijken van een andere functie van geld. Hij zal ‘betoverd’ staan te kijken hoe geld zich tegenwoordig magisch lijkt te vermenigvuldigen. Geld verdienen met geld, dat is nieuw voor hem. Voor hem was geldlenen en uitlenen een zonde. Een goed christen mocht zich daar niet aan bezondigen. Voor een lening moest je bij niet-christenen zijn en dan vooral bij joden want ook in de islam ligt rente in rekening brengen lastig.

  Met dat nieuwe zijn we aangekomen bij het scheppen van geld. Vroeger was dat voorbehouden aan de centrale bank van een land. Die bepaalde hoeveel geld er in omloop was. Daar kwamen later de normale banken bij. Die creëren snel geld door mij bijvoorbeeld een hypotheek of een lening te verstrekken. Tegenwoordig  scheppen ook gewone bedrijven zoals autoproducenten maar ook de Wehkamp, op diezelfde manier geld. Gevolg hiervan is aan de ene kant dat de hoeveelheid geld enorm is toegenomen en aan de andere kant dat de schuldenberg gigantische proporties heeft aangenomen. 

Daar zijn de afgelopen tien jaar de ‘cryptomunten’ bijgekomen en nu start Facebook met haar eigen munt, de libra. En, als dat een beetje loopt dan volgen vast nog andere bedrijven. Ik begon ermee dat geld is gebaseerd op vertrouwen. Dat vertrouwen in de oude munten zat in het erin verwerkte  goud of zilver. Bij ons huidige geld biedt de overheid dat vertrouwen. Moet ik bij de libra vertrouwen op Facebook? Wat als het slecht gaat met het bedrijf, zelfs zo slecht dat het failliet gaat? Dan zullen de bezitters hun libra omruilen in goud, zilver, euros of dollars. Trouwens hoe kom ik aan een libra? Moet ik die niet kopen met mijn zuur verdiende euros? Euros die Facebook, maar vooral Zuckerberg en de andere aandeelhouders, dan alvast in bezit hebben. Die hebben zo toch maar weer mooi een manier gevonden om zich ten koste van de Jan Modaal en Jo Sixpack te verrijken.

Bron: Flickr

Een bijzondere naam trouwens libra. Die suggereert iets van vrij zijn van vrijheid. Welke vrijheid die ik nu niet heb, biedt die libra mij? De enige die er ‘vrijheid’ bij krijgen in de vorm van euros en dollars zijn Zuckerberg en zijn aandeelhoudersvrienden.

Vervloeken en verketteren

In de Volkskrant van zaterdag 21 april een artikel over de moderatoren van Facebook. Dat zijn er zo’n 1.100 en die werken vanuit Berlijn, Zij beoordelen alle bijdragen en verwijderen de bijdragen die echt niet door de beugel kunnen. Voor het karige minimumloon moeten zij alle bagger lezen en beoordelen. Nogal slecht betaald voor een tech-multinational met een extreem rijke eigenaar. Met de Uber-chauffeurs in het achterhoofd lijkt dit gebruik te zijn in de tech-business, maar daar wil ik het niet over hebben. Wel over de conclusie van de moderatoren:  Nederlandse Facebookgebruikers blinken uit in haatberichten.

schelden

Illustratie: Wikimedia Commons

In dezelfde krant een artikel waarin  Jesper Jansen, een student filosofie die de titel ‘ boze blanke man’ als geuzenaam draagt, figureert. Jansen verzet zich fel tegen de ‘feministische ideologie’, tegen de ‘Gendernazi’s’ en de ‘Social Justice Wariors’ die hele leugens en halve waarheden verkondigen en al 150 jaar lang negatief te doen over mannen. 

De twee artikelen raken elkaar als in het interview met Jansen de naam van schrijver Phillip Huff valt. Huff had het gewaagd om kritiek te hebben op het, om de Volkskrant te citeren: “immens populaire maar ook ‘vrouwonvriendelijke wereldbeeld’ van Peterson. Het stokpaardje van de psycholoog – ‘de natuur is ongelijk, dus de maatschappij ook’ – zou volgens Huff bij Peterson vooral ten koste gaan van vrouwen.” Als Huff ter sprake komt dan gaat Jansen los: “Wat een loser, wat een pathetisch ‘kijk mij eens zien deugen’ stuk onderkruipsel.” 

Is een aanval op de persoon niet een zwaktebod? Is dit niet een schoolvoorbeeld van wat er mis is in, in ieder geval, Nederland? Iemand brengt een boodschap die je niet bevalt en in plaats van in te gaan op die boodschap, die boodschap kritisch tegen het licht te houden en te wijzen op alternatieven of op gebreken in de redenering van de ander, wordt de boodschapper afgebrand. Hij is een loser en een ‘pathetisch stuk onderkruipsel’. Tja, op wat zo iemand verteld, hoef je in te gaan, dat is bijvoorbaat al onzin. 

Mag je van een student filosofie niet een andere reactie verwachten?

Huxley, Orwell en twee Russen

“Lig je languit op de bank te chillen begint je horloge te piepen: je beweegt te weinig. Voor de derde opeenvolgende dag alweer, dus je weet dat je gegevens automatisch worden doorgestuurd naar Apple, waar je je zorgverzekering hebt afgesloten. De data worden uiteraard ook toegevoegd aan je medische dossier dat veilig in de iPhone 20 is opgeslagen. Je voelt de onrust in je opborrelen. En dan, een nieuw piepje: stress op komst”  De eerste alinea van een uitgebreid artikel in de Volkskrant over de opmars van data in de gezondheidszorg. 

1984

Illustratie: Flickr

Bij die stress kan ik me iets voorstellen. Al die ‘piepjes’ die je eraan herinneren dat je iets moet, daar zou ik stress van krijgen. Zeker als de zorgverzekeraar dat ook allemaal registreert en het verwerkt in de premie die ik moet betalen. Leven volgens de ‘piepjes’ betekent minder premie want ik loop minder risico. Vanuit het oogpunt van de gezondheidszorg en vooral de beheersing van de kosten ervan is dat het ‘Walhalla’. Toch geeft dit mij, om een passend Duits woord te gebruiken een ‘unheimisch’ gevoel. 

Ik krijg er Huxliaanse ‘brave-new-world-beelden’ gecombineerd met Orwelliaanse ‘1984-beelden’ bij. De ‘piepjes’ als het soma uit Huxleys Brave new World. Als ik ze volg leef ik lang, gezond en gedraag ik me vooral verantwoord. “Mensen voelen een verantwoordelijkheid naar hun gezin, naar hun bedrijf, hun omgeving: ik kan het me niet permitteren niet in de gaten te houden of ik gezond ben,” zoals Erik de Heus CEO van Skinvision het in het artikel zegt.  Wiens leven leef ik dan? Mag ik niet voor ‘mezelf’ leven en daarin de keuzes maken die mij een goed gevoel geven? Een goed gevoel maar wellicht ook slecht voor mijn gezondheid?

Orwells 1984 komt om de hoek kijken bij ‘Apple waar je je zorgverzekering hebt afgesloten.’ Wil ik dat mijn verzekeraar alles weet en vooral meet? Een andere ‘deskundige, Lucien Engelen van het Radboudumc, maakt zich daarover geen zorgen: “Ik heb nog altijd meer vertrouwen in de grote techbedrijven dan in twee Russen op een zolder die ergens een appje in elkaar knutselen.” Nu was mijn vertrouwen in de ‘goedertierenheid’ van techbedrijven nooit erg groot, door de onthullingen rond Facebook van de afgelopen weken, is dat er niet beter op geworden. Toeval wil dat die ‘grote techbedrijven’ waar Engelen zoveel vertrouwen in heeft, eerst heel klein waren en zijn ontstaan uit ‘appjesknutselaars’ op zolders en in garages. Google door Page en de Rus Brin, Facebook door Zuckerberg en nog wat studiegenoten, Apple door Jobs en Wozniak, Microsoft door Gates, Amazon door Bezos.

Een wijze raad

“Ga naar iemand toe en ga het gesprek met hem aan.”

Dit hoorde ik vandaag iemand zeggen die met pensioen ging en zijn collega’s bedankte voor jaren van prettige samenwerking. Het was hem opgevallen dat er sinds de invoering van de moderne communicatiemiddelen zoals mail, Twitter, WhatsApp enzovoort, steeds slechter wordt gecommuniceerd. Zaken waarvoor je vroeger even bij iemand binnenliep of belde, worden nu per mail of app afgedaan. Volgens de afscheidnemende had hij ervaren dat die nieuwe communicatiemiddelen tot steeds meer misverstanden leiden. Misverstanden die in een eenvoudig gesprek zouden zijn voorkomen. Een laatste advies van een pensionado.

pensionado

Foto: Pixabay

In de Volkskrant legt de ‘bewust digibete burger’ Olaf Tempelman, een verband tussen de ‘burnout-epidemie’ en de stress van het digitaal communiceren via dezelfde media en middelen. Tempelman: “Die smartphones zitten immers de hele dag overal doorheen en eisen constant de aandacht op van mensen die net goed en wel met iets bezig zijn. De een is een betere multitasker dan de ander, echter: dat het constant springen van het ene naar het andere digitale tuintje terwijl je ook nog ‘je echte werk’ moet doen funest is voor de energie en aandachtsspanne van ieder gewoon mens, dat is al in flink wat onderzoeken aangetoond.” Een verklaring die hij miste in de lijst die de deskundigen gaven voor die epidemie waarop hij zich afvroeg: “Mij zul je niet horen beweren dat al die deskundigen zwijggeld hadden gekregen van Mark Zuckerberg, maar ik dacht wel: wanneer begint er nou eens iemand over al dat digitale speelgoed?”

Misverstanden, stress, een burnoutepidemie, ‘Facebook-verslaving’, altijd bereikbaar zijn en meteen moeten reageren, dat is allemaal niet positief. Voeg daarbij de oorlogen die mensen op Facebook en Twitter tegen elkaar uitvechten. Vetes waarbij mensen elkaar tot op het bot vernederen en verketteren en zich opsluiten in hun eigen ‘bubbel’ en helemaal niet meer in contact komen met mensen in een andere ‘bubbel’? Hoe komt het dat we die nieuwe communicatiemedia dan ‘sociale media’ noemen? Wat is er sociaal aan? Is dat niet veeleer asociaal?

Zullen we ophouden om Facebook en Twitter sociale media te noemen? Zullen we de aanbeveling van de pensionado uit de eerste zin eens wat vaker in de praktijk brengen? Een wijze raad?

The perfect circle

Een bijzondere uitspraak van het IJslandse parlementslid en hacker Brigitta Jóhnsdóttir: “Ik weet dat ik bespioneerd word vanwege mijn betrokkenheid bij Wikileaks en Snowden. Ik kan er niets tegen doen omdat het zo alomvattend is. En het ergste is dat iedereen die me belt dus ook wordt gevolgd. Iedereen die me schrijft ook.” Zij doet deze uitspraak in de Tegenlicht-documentaire Offline als luxe waarin aandacht wordt besteed aan het ‘permanent online zijn’. Wellicht kunnen we Jóhnsdóttir een dienst bewijzen door haar allemaal een brief te schrijven?

Apple CupertinoFoto: www.quotenet.nl

Volgens Jóhnsdóttir is het internet van een vrijplaats verworden tot een plaats waar grote bedrijven en ook overheden informatie over ons verzamelen en bewaren. Waar we zijn, met wie we contact hebben, waar onze interesses liggen, alles is interessant. En met het ‘internet of things’ zal dat alleen maar meer worden. Interessant voor overheden om onze ‘veiligheid’ in de ‘oorlog tegen het terrorisme’ en voor bedrijven omdat zij die informatie kunnen benutten en verkopen. Of zoals ze het zelf noemen, ons opmaat van dienst te kunnen zijn, onze vragen te beantwoorden voordat we de vraag gesteld hebben (‘anderen die dit boek kochten, kochten ook de volgende boeken’).

Positief? Een hele grote ‘maar’ die goed naar voren komt in het boek De Cirkel van Dave Eggers. Eggers voert dit namelijk tot in het extreme door: totale transparantie, alles wat je doet is openbaar. Het bedrijf ‘The Circle’ staat centraal, een bedrijf gevestigd in een cirkelvormig gebouw… . Het heeft iets ontwikkeld waardoor alle gezeur met wachtwoorden overbodig is. Het bedrijf wordt hierdoor het enige bedrijf dat alle informatie beheert en er flink aan verdient. Het monopoliseert informatie en niet alleen informatie, ook de democratie. Zo ontstaat op het eerste gezicht een blije vrolijke samenleving.

‘The Circle’ is een bedrijf zoals Facebook of Google graag willen zijn. Ook overheden en vooral hun veiligheidsdiensten zouden deze positie graag innemen: de machthebber over informatie. Het alziende oog. Het panopticum van Bentham, de cirkelvormige gevangenis met de bewakers in een toren in het midden.

Hoe past dit in ons vrijheidsbegrip? Je weet dat je altijd wordt bekeken en dat alles wat je doet, zegt en schrijft, wordt gezien. Wat betekent dit voor ons gedrag? ‘Als je niets verkeerd doet, heb je niets te vrezen’, is het obligate en veel gebruikte antwoord op deze angst. Alleen hoe weet je of je niets verkeerd doet? Want wat vandaag niet verkeerd is, kan morgen anders zijn. Woorden kunnen anders worden opgevat dan ze bedoeld zijn. Zou de spontaniteit hiermee verloren gaan?  Als we de Franse filosoof Michel Foucault (zie zijn boek Discipline, toezicht en straf. De geboorte van de gevangenis) mogen geloven, disciplineert ‘gezien worden’. Dat zou jammer zijn, want dan verliest het leven een van de charmes.

Waarom zou het nieuwe Apple hoofdkantoor een cirkelvorm hebben?

Back to the Future

“Begrijp me goed: ik ben hier niet tegen. Maar het werkt zo niet, ben ik bang. Lonen laten zich niet zo gemakkelijk omhoog praten, ook niet als vakbonden zich hard zouden maken voor een loongolf.” Zo betoogt Frank Kalshoven in zijn wekelijkse column in de Volkskrant. Dat ‘het’ waar hij over schrijft is een flinke loonsverhoging die ervoor zou moeten zorgen dat de binnenlandse bestedingen stijgen en dat tevens het grote handelsoverschot kleiner wordt. Volgens Kalshoven gaat het niet werken omdat de arbeidsmarkt ruim is en: “Op een ruime arbeidsmarkt pleiten voor een loongolf – omdat het macro-economisch lekker zou uitkomen – is wel begrijpelijk. Maar het gaat niet gebeuren.”

Back to the Future DeLorean Time Machine

Illustratie: en.wikipedia.org

Volgens de nu gebruikelijke economische theorieën heeft Kalshoven gelijk. Een te groot aanbod zorgt voor lage prijzen. Maar wat als er een permanent overaanbod is op de arbeidsmarkt? Wat als de de automatisering en robotisering tot minder werk leidt? Welke oplossingen bieden die modellen dan? Bieden ze wel oplossingen of moet er vanuit een ander paradigma naar oplossingen worden gezocht?

Dat laatste doet Paul Mason, economieredacteur bij Channel 4 News in zijn laatste boek Postkapitalisme. Een gids voor de toekomst. Hij betoogt dat het kapitalistische systeem op zijn einde loopt omdat steeds meer producten uit ‘informatie’ bestaan. Mason zoekt oplossingen voorbij de huidige kapitalistische economische modellen. Geen kapitalisme? Dat klinkt vreemd, we zijn immers niet anders gewend en de enige concurrent, het communisme, heeft bijna dertig jaar geleden het loodje gelegd. Zoals Mason terecht betoogt, is het kapitalisme pas iets van de laatste 250 jaar. De mensheid heeft eeuwen zonder gekund. In het boek beschrijft Mason het ontstaan van het kapitalisme en, in navolging van de Russische econoom Kondratieff, de verschillende ongeveer vijftig jaar durende cycli. Cycli met eerst een periode van voorspoed en ontwikkeling en daarna een ongeveer even lange periode van stagnatie en crises.

Een cyclus begint met een innovatie, denk aan de stoommachine, de spoorwegen maar ook aan de arbeidsdeling van Taylor en de lopend band van Ford. Dit trekt kapitaal omdat investeren hierin lucratief is. Het kost echter ook arbeid en om daar een plek voor te vinden worden nieuwe ‘markten’ ontwikkeld. Tegenwoordig zijn dat diensten en vooral diensten die eerst gratis waren zoals hulp in de huishouding, kinderopvang en ouderenzorg. Diensten die vroeger tot het huishouden behoorden. Als de markt verzadigd is, op het hoogtepunt van de cyclus, rendeert het kapitaal niet meer en dat gaat op zoek naar rendement. Dat zijn meestal financiële producten: er wordt geld met geld gemaakt. Tegenwoordig bijvoorbeeld de bundels van verschillende hypotheken, rentes en andere -swaps en dergelijke. Dit gaat een tijdje goed en dan klapt de financiële markt. Waarna een nieuwe cyclus begint.

De belangrijkste innovatie nu, is informatie. Informatie heeft tegenwoordig als kenmerk dat zij oneindig en onbeperkt wordt gedeeld en dat betekent dat de prijs ervan naar nul neigt en het dus gratis is. Kapitalisme kan hier, volgens Mason, niet mee omgaan omdat het een systeem is dat is gebaseerd op schaarste. Als een machine van €1 miljoen oneindig lang producten en dus oneindig veel kan maken, dan bedragen de machinekosten per product €1 miljoen gedeeld door oneindig en dat neigt naar € 0, dus gratis.

De enige manier waarop kapitalisme er wel mee kan omgaan, is via een monopolie en dat is wat we tegenwoordig zien. Facebook monopoliseert informatie die mensen er gratis in hebben gestopt. Google, Apple maar ook bijvoorbeeld Appie Heijn met de bonuskaart, doen precies hetzelfde. Zij monopoliseren informatie die zij gratis hebben gekregen. En die berg informatie neemt, volgens Mason, de komende jaren alleen nog maar toe. Omdat steeds meer apparaten aan het internet worden gekoppeld, het Internet of things. Het monopoliseren van informatie leidt in een netwerksamenleving tot steeds meer wrevel en die wrevel leidt tot wiki-oplossingen. Gezamenlijk ontwikkelde producten die geen eigenaar kennen en die gratis beschikbaar zijn. Producten zoals Linux, Android en Wikipedia waaraan mensen met veel energie werken zonder er ook maar een cent aan te verdienen. Hoeveel rendement kan kapitaal maken op gratis?

Een tweede reden waarom Mason voorbij het kapitalisme zoekt, heeft te maken met de ecologische crisis, gecombineerd met de bevolkingscrisis, groei in met name Afrika en vergrijzing in de rest van de wereld. Volgens Mason kan die crisis niet worden opgelost door de markt en dus niet binnen het kapitalisme. Die crisis vraagt om een ‘open source’ aanpak. Een aanpak waarbij we voort kunnen borduren op elkaars werk. Het kapitalisme, met een belangrijke rol voor eigendom en patenten, maakt een dergelijke aanpak onmogelijk

Een overgang naar postkapitalisme gaat niet van de ene op de andere dag, daar gaan jaren overheen. Het feodalisme is immers ook niet van de ene op de andere dag verdwenen. Mason ziet vier topdoelstellingen op de korte termijn voor zijn postkapitalisme-project. Het terugdringen van de CO2 uitstoot, het stabiliseren van het financiële systeem, het bieden van materiële voorspoed en als laatste het afstellen van de technologische ontwikkeling op het terugdringen van ‘noodzakelijke arbeid’. Dit laatste om de transitie naar een geautomatiseerde economie te bevorderen en daarmee een samenleving waarin werk niet langer belangrijk is. De vrije beschikbaarheid van informatie is voor deze doelstellingen cruciaal. Zijn beleidsvoorstellen bevatten daarom het stimuleren van WIKI oplossingen, het beteugelen of socialiseren van monopolies en ook het financieel systeem.

Terug naar de arbeidsmarkt. Die is ruim en Mason pleit voor nog veel meer ruimte. Hij wil immers een samenleving waarin werk geautomatiseerd is, een arbeidsvrije samenleving. Volgens de huidige economische logica is loonsverhoging een manier om die ruimte te creëren. Als arbeid duurder wordt, zal er sneller naar een machinale, dus geautomatiseerde oplossing worden gezocht. Probleem is alleen, zoals Kalshoven aandraagt, dat de arbeidsmarkt al ruim is en naar verwachting ruim zal blijven. Bovendien is de arbeidersmacht zeer beperkt omdat de positie van vakbonden sinds de jaren tachtig ernstig is uitgehold. Een gebeurtenis die Mason ook beschrijft. Wie dwingt die hogere lonen af? Toch hoeft de zwakke vakbondsmacht geen belemmering te zijn. De acties voor een verhoogd minimumloon in de VS, kennen successen. Successen met als keerzijde dat er banen door verdwijnen en er weer nieuwe moeten komen. Laagwaardige banen die Mason ‘bullshit banen’ noemt zoals boodschappen inpakkers, banen zoals de oude Melkert-, en ID banen in Nederland. Banen zoals ze nu gecreëerd moeten worden om de Participatiewet een succes te laten zijn. Mason wil af van de centrale rol van arbeid.

Een van de maatregelen die Mason bepleit, is het basisinkomen. Dit laatste tenminste voor zo lang als nodig. Want als bijna alles gratis is, dan is inkomen overbodig. Zou een basisinkomen voor krapte op de arbeidsmarkt kunnen zorgen omdat mensen hun ‘bullshit baan’ opzeggen of gedeeltelijk stoppen met werken? Krapte waardoor de innovatie die nodig is om de geautomatiseerde economie dichterbij te brengen, wordt aangewakkerd?

Het interessante van Mason is dat hij buiten de gebaande paden kijkt en zoekt. Alhoewel buiten de gebaande paden? In hoeverre verschilt de ideale netwerksamenleving van Mason waarin delen centraal staat, van de oude pre-kapitalistische samenleving? Het ‘netwerk’ was veel kleiner, maar delen en gezamenlijkheid stonden daarin centraal. Misschien moeten we de verbouwde DeLorean Van Emmett Brown (Doc) uit Back to the Future lenen en net als Marty McFly teruggaan naar het verleden om daar ideeën en contouren voor de toekomstige samenleving op te doen.