‘Burgerparticipatie’

Via een LinkedIn-connectie kreeg ik een artikel van Anke Siegers onder ogen, getiteld Weg met die participatieladder. In plaats van die participatieladder voor burgerparticipatie, pleit zij voor de ‘Trap van Eigenaarschap’. De ladder en de trap zijn modellen die de overheid kan gebruiken om de verhouding tussen burger en overheid weer te geven. Siegers is aanhanger van de trap en anderen hangen de ladder aan. In de basis is er geen verschil tussen ladder en trap. Hoe hoger je erop klimt, hoe groter de rol voor de burger en hoe kleiner de rol van de overheid.

trap

Trap of ladder, daar gaat het me niet om. Siegers onderbouwt haar pleidooi voor de trap: “Mensen willen graag regie voeren en betrokken zijn in de besluitvorming wanneer het gaat over onderwerpen die hen aangaan. Alleen je mening mogen geven, in welke vorm dan ook, waarna nog andere mensen het besluit nemen, is niet meer voldoende. Daar is de inwoner van tegenwoordig te volwassen voor. Uiteraard zijn er mensen die zullen opperen, dat niet iedereen dat kan. Ook dat klopt. Echter, gezamenlijk kunnen mensen dit wel. Een combinatie van kaders aangeven, objectieve informatie delen en een beweging die ingezet wordt in bijvoorbeeld een vorm van een burgertop brengt alle kennis samen. Hierdoor ontstaat een wisdom of the crowd.” ‘Ladder-Aanhangers’ zouden ook hun ladder hiermee kunnen verdedigen. En daar gaat het wringen.

participatieladder

Illustratie: www.nieuwegein.nl

Samen weten we meer en samen komen we tot betere en gedragen besluiten. Dat is het idee achter ‘wisdom of the crowd’. Dat we samen meer weten klopt, maar leidt dat ook tot betere besluiten? Heeft de menigte niet vaak de neiging om vast te houden aan het bekende?  Wordt een genie niet vaak eerst miskend omdat zijn ideeën te ver af staan van de ‘wereld’ van de menigte?  Het overkwam onder andere Copernicus en Galileo Galilei.

Gaan die modellen niet uit van de ‘rationele’ mens? Een mens die op basis van rationele afwegingen tot een besluit komt. Spelen emoties tegenwoordig niet een zeer grote rol in besluitvorming?  Wordt besluitvorming niet overheerst door ‘charismatische goed gebekte’ mensen en is de ratio hieraan niet ondergeschikt? Charismatisch en goed gebekt, maar niet noodzakelijkerwijs het meest verstandig en wijs. Maar wel in staat om een ‘Copernicus’ te negeren.

Samen weten we meer, maar doen we samen met dat meer ook het beste? Of doen we het populairste?

Economie volgens Van Klaveren (6 van 7)

Vandaag het zesde deel uit de reeks van zeven artikelen over de economische visie die Joram van Klaveren bij The PostOnline verkondigde.

Welvaart en Armoede 

Inkomen en dan vooral nationaal inkomen zegt niets over welvaart of armoede in een land. Als een klein deel van de inwoners het inkomen verdelen en de rest heeft bijna niets, dan zal er geen sprake zijn van welvaart, wel van armoede. Het is dus ook belangrijk om te kijken hoe het inkomen, maar ook het vermogen wordt verdeeld over de inwoners van een land.

Armoede

illustratie: eunmask.wordpress.com

Het boek Capital in the Twenty-first Century van de Franse econoom Thomas Piketty plaatste inkomens- en vooral vermogensongelijkheid op de agenda. Meteen werd er geroepen dat het in Nederland wel meeviel met die ongelijkheid. Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) heeft de vermogensopbouw voor 2014 goed en beeldend in beeld gebracht en hieruit blijkt dat er ook in Nederland sprake is van grote vermogensverschillen en dat die -verschillen toenemen. Zo bezit 1,67% van de huishoudens 35% van het vermogen.

Nu wil een scheve verdeling van het vermogen niet meteen zeggen dat er sprake is van armoede, hooguit relatieve armoede ten opzichte van mensen in je omgeving. Er is meer, aan de onderkant groeit de armoede dit terwijl Van Klaverens neoliberale economische vrijheid, hoog in het vaandel stond en staat. Van Klaverens redenering dat armoedebestrijding en welvaartsvergroting het beste kan op de vrije markt, lijkt niet te werken. De ‘trickle down economics’, zoals de redenering achter dit denken wordt genoemd, werkt niet. Deze redenering gaat als volgt: zorg dat de vrije markt zijn werk kan doen en dat ondernemers succesvol en rijk kunnen worden.

Tot zover stemde theorie nog overeen met de praktijk. Die ondernemers pakken een groot stuk van de koek, maar zorgen er ook voor dat de koek groter wordt. Hier knelt het al, inderdaad pakken sommige ondernemers een groot (steeds groter) stuk van een koek die wel groeit, maar toch veel minder dan hij deed voordat dit beleid werd ingezet.

Waar het helemaal gaat knellen is het laatste deel van de redenering. Die luidt: omdat de totale koek groeit, zullen ook de armen profiteren. Hun deel van de koek groeit wellicht niet, maar omdat de koek groeit, gaan ze er toch op vooruit. De koek blijkt echter maar weinig te groeien en de groei die er is, wordt door de rijken ingepikt. Sterker nog, zij nemen ook nog een deel van de oude koek van de armen. Het grote verschil tussen geld en water is, dat water, als er niet wordt ingegrepen, naar beneden sijpelt. Geld niet, dat sijpelt naar boven.

Dit is een zesde artikel in een reeks van zeven. Klik hier om het eerste, het tweede, het derde, het vierde en het vijfde te lezen.

Invictus

Race can be erased,” is de conclusie van Mark van Vugt in Trouw. Hij haalt hiervoor een onderzoek aan waarbij mensen zich moesten herinneren wie wat zei over een basketbalwedstrijd. Het antwoord: ja, mensen wisten of het een man of vrouw was en welke huidskleur de persoon had. Toen de sprekers een shirt aantrokken van een van de twee clubs, wisten zij alleen nog van welke club de persoon was, het geslacht of de huidskleur was niet meer relevant. “Trek een oranje shirt aan en je huidskleur doet er niet meer toe, aldus Van Vugt: “Sport verbroedert, letterlijk. Jammer dat we er niet bij zijn op het EK voetbal!”

Jonah Lomu

Foto: www.1eyedeel.com

Toen ik dit las moest ik denken aan de documentaire The Sixteenth Man. Een documentaire over Zuid-Afrika dat bij het aantreden van Nelson Mandela als president in 1994, dreigde te vervallen in een bloedige burgeroorlog. Mandela zag het wereldkampioenschap rugby van 1995, dat in Zuid-Afrika werd gehouden, als een grote kans om blank en zwart te verzoenen en te verbroederen.

Rugby was in die jaren de sport van de blanken. Zwarten waren bij wedstrijden van de Springboks (de nationale ploeg) altijd voor de tegenstander. De ‘Bokken’ waren immers van de blanke vijand. Een vrijwel hopeloze uitgangssituatie die nog werd verergerd door de staat van het rugbyteam dat in de aanloop naar het WK een hopeloze indruk maakte. Toch werden de Springboks in 1995 wereldkampioen en het land schaarde zich als één man achter het team en de president. Die eenheid werd goed verwoord door aanvoerder Francois Pienaar toen hij direct na de wedstrijd antwoord gaf op de vraag: ‘Was dit onmogelijk geweest zonder de steun van de 63.000 fans?’ Pienaar antwoordde: “we werden niet gesteund door 63.000 Zuid-Afrikanen, maar door 43 miljoen.’  Voor de filmliefhebbers, de film Invictus geeft een iets geromantiseerd beeld van dezelfde gebeurtenis. De voice-over van de documentaire, Morgan Freeman, speelt Mandela.

En nu we het over die film hebben. Als Mandela te horen heeft gekregen dat de sportraad heeft besloten om het shirt en de naam Springboks af te schaffen, komt hij in actie. Zijn politiek assistente waarschuwt hem dat het volk (het zwarte deel) de Springboks haat en dat dit besluit goed zal vallen bij de achterban. Daarop antwoordt hij: “In this instance the people are wrong. And it is my duty as their elected leader to show them that.”  Waarop zijn assistente hem eraan herinnert dat hij zo het vertrouwen van zijn achterban verliest en zijn toekomst als leider op het spel zet. Waarop hij haar antwoordt: “The day that I‘m afraid to do that, is the day that I’m no longer fit to lead.”  Missen we dergelijk leiderschap? Zou de rassendiscussie dan anders verlopen?

Enige minpunt aan film en documentaire, is dat mijn favoriete rugby-speler de wedstrijd verloor en nooit wereldkampioen werd. De legendarische, helaas te vroeg overleden Nieuw-Zeelander Jonah Lomu. Vandaar zijn foto als eerbetoon.

 

Economie volgens Van Klaveren (5 van 7)

Vandaag het vijfde deel uit de reeks van zeven artikelen over de economische visie die Joram van Laveren bij The PostOnline verkondigde.

Inkomen

Die economische vrijheid, die vrije markt van vraag en aanbod zal, zo schrijft Van Klaveren: “inkomens creëren, welvaart vergroten en armoede verkleinen.” De econoom Jaap Van Duijn geeft specifiek Nederlandse cijfers voor de periode vanaf 1948. Hij doet dit per conjunctuurcyclus die hij in die periode onderscheidt. In de tabel zijn bevindingen.

conjunctuurcyslus

econ. groei

groei beroepsbev.

groei arbeidsprod.

1948 – 1956

5,3%

1,1%

4,4%

1957 – 1966

4,4

1,1

3,6

1966 – 1973

4,9

1,1

5,2

1974 – 1980

2,3

0,9

2,4

1981 – 1990

2,2

1,4

2,2

1991 – 2000

3,2

1,7

1,7

2001 – 2008

1,9

1,0

2,2

2009 – 2014

-0,4

0,4

0,5

Economische groei is het resultaat van de groei van de beroepsbevolking en een toename van de arbeidsproductiviteit. In de ideale situatie (volledige werkgelegenheid) is de economische groei precies gelijk aan de som van de andere twee. De situatie is echter zelden normaal. Zo zou de economie tussen 2009 en 2014 met 0,9% per jaar hebben kunnen groeien. Er is echter sprake van krimp. Dit is een gevolg van de toegenomen werkeloosheid waardoor een flink deel van de beroepsbevolking niet productief is. De grote groei van de beroepsbevolking na 1981 is vooral een gevolg van de toetreding van vrouwen op de arbeidsmarkt. Die kwam in de jaren negentig tot een hoogtepunt en dat verklaart ook voor een belangrijk deel de grotere economische groei na 1991.

Rijkdom
Illustratie: www.ans-online.nl

“Economisch onderzoeker Johan Norberg stelde al eens dat 3 procent groei onze economie, ons kapitaal en ons inkomen iedere 23 jaar verdubbelt. Is de groei twee keer zo groot dan gaat het om slechts 12 jaar. Een ongeëvenaarde welvaartsgroei die zelfs door de meest robuuste overheidsmaatregelen om inkomens te herverdelen, niet gehaald wordt. Sterker nog, het is gevaarlijk omdat hoge, nivellerende belastingen de broodnodige groei juist afremmen,” schrijft Van Klaveren. Als we kijken naar de laatste drie decennia waarin het door Van Klaveren voorgestelde beleid, leidend was en dat is het nu nog steeds, dan zien we dat dit een periode is met relatief geringe economische groei, zeker sinds 2001. Op basis van ‘rendementen uit het verleden’ lijkt het dat Van Klaverens beleid niet tot een extra toename van de welvaart leidt. De drie procent wordt alleen in het begin even gehaald.

Kijken we naar de periode tot 1980, dan zien we robuuste groeicijfers die bijna de hele periode boven de 3 procent liggen. In die periode lag het financieel kapitaal stevig aan banden, had de overheid een stevige vinger in de economische pap, werd het stelsel van sociale zekerheid opgebouwd, steeg de levensverwachting, kenden we nog een toptarief in de inkomstenbelasting van 60 procent en kende Nederland relatief geringe verschillen in inkomen en vermogen. Net als trouwens de rest van de westerse landen.

Sterker nog beleid met hoge, nivellerende belastingen en robuust overheidsbeleid om inkomens te herverdelen, lijkt betere resultaten te behalen. Betere resultaten voor wat betreft de groei van het nationaal inkomen, het creëren van inkomens voor mensen en het verkleinen van de armoede. Lees het boek 23 Dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme van de Zuid-Koreaanse econoom en docent aan de Cambridge University Ha-Joon Chang, en dan vooral Ding 7 vanaf pagina 81. “Met slechts een paar uitzonderingen, zijn alle landen die nu rijk zijn, inclusief Groot Brittannië en de Verenigde Staten – de veronderstelde bakermatten van vrijhandel en vrije markten – rijk geworden door een combinatie van protectionisme, subsidies en andere maatregelen die we nu de ontwikkelingslanden adviseren niet toe te passen. Vrijemarktbeleid heeft tot op heden weinig landen rijk gemaakt en zal er ook in de toekomst maar weinig rijk maken. Nee, van de markt alleen moet je het niet hebben als je welvaart en inkomens voor mensen wilt creëren en de armoede wilt verkleinen.

Dit is een vijfde artikel in een reeks van zeven. Klik hier om het eerste, het tweede, het derde en het vierde te lezen.

The colour of music

De nieuwe directeur van MOJO, Wilbert Mutsaers, gooide deze week weer een knuppel in het zwart/wit hoenderhok: Nederlandse festivals moeten kleurrijker. Er moet meer zwarte muziek worden geprogrammeerd: R&B, hiphop en de grote artiesten als Beyoncé en  Kanye West komen er nooit, wel stokoude rockers als Bruce Springsteen, the Rolling Stones en Paul McCartney. De festivals lopen zo: “het risico te vervreemden van het poppubliek, als daar geen poging wordt gedaan de grote zwarte muziek een plaats te geven.” Een paar dagen later geeft de rapper Fresku zijn analyse: “Maar we denken op een of andere manier dat pop wit is. Ten onrechte. We moeten niet onderschatten dat zwarte muziek in alles zit, maar dat toch altijd witte mensen het gezicht van een zwart genre worden.

Dead KennedysIllustratie: alibi.com

Waar komt toch de idee vandaan dat alles een afspiegeling moet zijn van ‘de samenleving’? Dat er evenveel mannen als vrouwen, gele rooie, blauwe en groene mensen, linkse als rechtse, ‘grachtengordel-‘ en ‘achterbuurtmensen’ enzovoorts, op tv en gast in talkshows moeten zijn? En nu ook muzikanten op festivals? Als artiesten op festivals een afspiegeling van de samenleving moeten zijn, dan claim ik ook een positie als ‘hoofdact’. Ik behoor tot de categorie vals zingende a-muzikalen en die moeten ook een plek hebben. Suggestie voor de programmeur, zet me als laatste dan is het terrein snel leeg.

Dat is natuurlijk absurd. Bij muziekfestivals draait het gelukkig om de muziek en het is aan de organisator om een programma samen te stellen. Een organisator van een hiphopfestival, zal Jan Smit niet programmeren. Dat is niet omdat Jan blank is, maar omdat hij geen hiphop maakt. De organisator zal ook de ‘zwarte’ band Living Colour niet uitnodigen omdat ze geen hiphop maken. Een organisator van een hardrockfestival zal Rihanna niet vragen, niet omdat ze zwart is, maar omdat zij geen hardrock speelt. Living Colour wordt wellicht wel gecontracteerd. Het Concertgebouworkest zal ook niet gevraagd worden voor Pinkpop. Richt ieder festival zich niet op een deel van het muzikale spectrum en betekent dit niet dat een ander deel er niet komt?

Heeft muziek een kleur of kent het verschillende stromingen als jazz, punk, new wave, hiphop enzovoorts? Wordt er niet al zolang als er muziek wordt gedraaid op de radio door artiesten geklaagd dat ze niet worden gedraaid en door fans dat ze hun muziek niet op de radio horen? Zo was mijn favoriete punkband Dead Kennedys zelden te horen op de radio. Zou de huidskleur van de artiest hierbij werkelijk een belangrijke rol spelen zoals Fresku beweert in zijn song Zo doe je dat? Of zou het aan de smaak van de discjockeys liggen of de kwaliteit van de muziek liggen?

Resistance is futile

Patriottisme, vaderlandsliefde, daarvoor pleit het CDA. In Trouw reageert Hans Janssens, hoofdcommunicatie van het CDA, in een warrig betoog op een column van Hans Goslinga in dezelfde krant. Als het erbij blijf de: “rechtsstaat, democratie, vrijheid en menselijke waardigheid te koesteren en uit te dragen,” dan zal Janssens op veel bijval kunnen rekenen.

BorgIllustratie: quotesgram.com

Blijft het daarbij? Goslinga bekritiseerde CDA leider Buma, die pleitte voor gezonde vaderlandsliefde met de dominantie van de joods-christelijke cultuur als fundament van onze samenleving. Volgens Goslinga moet de overheid zich verre houden van het uitdragen van een publieke moraal. Het publiek is immers pluriform. Volgens Janssens bieden: “Waarden en tradities (…) houvast in een wereld die razendsnel verandert en globaliseert.” En kan: “Alleen een samenleving die trots is op de eigen waarden en tradities, (…) van nieuwkomers verwachten dat zij deze ook willen delen.” Als die dominante joods-christelijke cultuur iets is wat bij het patriotisme hoort, gaan Janssens en Buma dan niet veel te ver? Hoe gezond is dergelijke vaderlandsliefde?

Is het niet veeleer ondanks, dan dankzij de christelijke cultuur dat  we trots kunnen zijn op de democratie, de rechtstaat, de vrijheid en de menselijke waardigheid? Zijn onze democratie, de rechtstaat, de vrijheid en menselijke waardigheid niet juist het resultaat van de strijd tegen de religie en tegen god? Een strijd om mensen zelf na te laten denken over hun leven en hun toekomst.

Verwachten zij dan ook dat ik die ‘waarden en tradities’ uitdraag? Dat ik daar trots op moet zijn? Welke christelijke en joodse waarden zijn dat dan? Hebben die twee stromingen niet een jarenlange niet zo fraaie geschiedenis? Zie bijvoorbeeld het denken van Luther over joden dat vorige week weer in het nieuws was. Maar ook welke tradities? Zijn dat die van de katholieke kerk, de joods orthodoxe, de remonstranten, de pinkstergemeente of nog andere?

Verwachten zij van nieuwkomers dan dat zij assimileren? Dat zij hun eigen waarden en tradities verloochenen? Of om de Borg, een van de vijanden van de Federation in de latere Start Trek reeksen, aan te halen: “We are the Borg. You will be assimilated. Resistance is futile.” Met als enig verschil dat de Borg: “biological and technological distinctiveness”  toevoegen aan hun eigen, het CDA lijkt die te willen uitbannen. Gelukkig weten captain Picard en zijn vrouwelijke collega Janeway, de Borg te verslaan. Waaruit blijkt dat ‘resistance’ niet ‘futile’ is. Als dit het streven van het CDA is, hoort u dan ook bij de resistance?

‘Loonslaven’ fabriek

In de Volkskrant werd de vraag gesteld hoe houdbaar het advies Ons Onderwijs 2032 is. Deze vraag wordt door verschillende mensen beantwoord; ook de door voorzitter van het Platform Onderwijs 2032 de opstellers van het advies, Paul Schnabel. Bij  De Correspondent wordt de vraag gesteld hoe inhoud te geven aan het vak burgerschapsvorming, een onderdeel van het kerncurriculum dat het advies voorstelt.

loonslavenFoto: www.brekend.nl

Burgerschapsvorming als kernvak? Is met dit vak het doel van het onderwijs verworden tot een middel? Want was het doel van het onderwijs niet om jeugdigen de bagage mee te geven om hun weg te vinden in hun leven. Een leven samen met anderen in onze democratische samenleving? Dus om volwaardig burger van die samenleving te kunnen zijn? Om ze de daarvoor benodigde kennis en vaardigheden bij te brengen? En zou het totale curriculum niet het middel zijn om dat doel te bereiken? Dit roept de vraag op, wat dan het nieuwe doel van het onderwijs is?

Een curriculum dat: “belangrijk (is) voor leerlingen die naar de universiteit willen, maar evengoed voor toekomstige loodgieters en cateraars,” aldus Schnabel en dat verder bestaat uit Nederlands, Engels, Wiskunde en Digitale Vaardigheden. Voor wat het laatste vak betreft de vraag wie er dan wie, wat moet leren? Want leren de ervaringen niet dat leerlingen dit zich makkelijk zelf eigen maken en hierin veel vaardiger zijn dan leraren? Is het doel dan de groei van de economie? En draagt het onderwijs bij door het leveren van voldoende arbeidskrachten? Is het met andere woorden een ’loonslaven’ fabriek?

Waarom zijn er nieuwe vaardigheden nodig? Waren, en zijn juist voor onze democratie, maar ook voor de economie, kritische, creatieve en zelfdenkende mensen nodig die zich in een ander kunnen inleven? Stimuleer je creativiteit niet juist door kinderen kennis te laten maken met andere culturen, of dat nu huidige of vergane culturen zijn? Zou dat ook de nieuwsgierigheid, verbeeldingskracht en het empathisch vermogen vergroten? Zijn dat, om Schnabel aan te halen, nu juist de vaardigheden die belangrijk zijn “voor leerlingen die naar de universiteit willen, maar evengoed voor toekomstige loodgieters en cateraars?” Die vooral van belang zijn voor toekomstige kritische, creatieve, zelf denkende burgers in een democratische samenleving?

Debat, partijen en parlement

In de Volkskrant stelt Willem van Ewijk een bijzondere vraag naar aanleiding van het Oekraïnereferendum. Een referendum waardoor er eindelijk een debat over de inhoud en niet over ‘poppetjes’ werd gevoerd. Eindelijk een debat tussen mensen die het niet met elkaar eens zijn. Eindelijk een debat over concreet beleid, zo constateert Van Ewijk, alleen jammer dat het was over een verdrag dat al getekend was.

debat

Foto: dspace.library.uu.nl

Zo’n debat smaakt naar meer, want dat is: “waar een gezonde democratie op draait: het voortdurende debat”, zoals Van Ewijk terecht constateert.  Alleen: “Het is een ideaal natuurlijk, maar iets waar de Tweede Kamer al lang niet meer in uitblinkt”  Het debat wordt, aldus Van Ewijk, nu beheerst door het kleine groepje Nederlanders dat lid is van een politieke partij. En dan stelt hij de vraag: “Als burgers niet meer debatteren via politieke partijen, waarom houden we dan zo krampachtig vast aan die parlementaire democratie?” Op de vraag wat er dan voor in de plaats moet komen, geeft hij geen antwoord, maar daar gaat het nu niet om.

Een bijzondere vraag, omdat er een relatie wordt gelegd tussen het publieke debat, politieke partijen en het parlement. Eerst de relatie tussen het publieke debat en politieke partijen. Van Ewijk lijkt het publieke debat te beperken tot de het debat in de Tweede Kamer. Is dat niet heel erg beperkt? Die partijen zouden het debat moeten voeren en dat doen ze niet. Is het publieke debat niet het gesprek tussen burgers op straat, in kranten, via Facebook en Twitter, via sites als www.ballonnendoorprikker.nl? Zijn politieke partijen hierbij onmisbaar?

Dan de relatie tussen politieke partijen en de parlementaire democratie. Van Ewijk lijkt te suggereren dat partijen cruciaal zijn in een parlementaire democratie. De Grondwet kent geen politieke partijen. Die kent parlementsleden die: “stemmen zonder last (artikel 67 lid 3). Zij zijn vrij om naar eigen oordeel en goeddunken te stemmen. Zou een parlementaire democratie kunnen functioneren zonder politieke partijen? Gewoon 150 landgenoten die we kiezen en die ons representeren, of ze representatief kunnen uitloten naar de ideeën van David van Reybrouck?

En daarmee zijn we aanbeland bij de relatie tussen parlement en publiek debat.  Parlementsleden moeten het publieke debat volgen, vragen stellen en op basis van de argumenten voor en tegen en hun eigen opvattingen, een keuze maken. Een keuze die niet overeen hoeft te komen met de ideeën en wensen van de meerderheid. Want het publieke debat kan eeuwig doorgaan, op enig moment moet er echter worden besloten en daarvoor worden die 150 mensen gekozen. Zou onze parlementaire democratie zo kunnen werken?

Niet in mijn naam!

Artsen zonder Grenzen (AzG) en de VN vluchtelingenorganisatie UNHCR werken niet langer mee aan het vervoer van aangekomen vluchtelingen naar ‘detentiecentra’. Centra die, volgens AzG, eerder een gevangenis lijken omdat de mensen de centra wel in mogen, maar niet meer uit. En niet alleen daarom: “We staan het niet toe dat onze hulp wordt aangewend voor een grootschalige uitzettingsoperatie en we weigeren deel uit te maken van een systeem dat lak heeft aan de humanitaire noden van vluchtelingen”, zo citeert de Volkskrant landencoördinator Marie Elisabeth Ingres van AzG. De UNHCR noemt het zelfs interneringskampen.

Kamp MoriaFoto: www.trouw.nl

AzG en de UNHCR spreken niet over centra in Noord-Korea, bij onze ‘koninklijke’ vrienden uit Saoudi-Arabië of een Russische Goelag. Nee de centra waar deze gerespecteerde organisaties over spreken, zijn de ‘Europese’ centra waarin vluchtelingen worden ‘opgevangen’. Verlaten die mensen niet hun huis en haard omdat dat huis, die haard én hun leven wordt bedreigd door oorlogsgeweld? Is het niet wrang om deze mensen op te sluiten en te ‘interneren’ om de woorden van de UNHCR te gebruiken?

Zijn westerse landen, waaronder Nederland, niet medeschuldig aan dat oorlogsgeweld? Medeschuldig omdat zij nu bombarderen? Medeschuldig omdat zij eerst onder de vlag van het ‘brengen van democratie’, en later de ‘oorlog tegen terrorisme’ ingrijpen waar en wanneer ze maar willen? Medeschuldig omdat ze zich met woorden inzetten voor vrijheid en democratie, maar met hun daden en geld een andere boodschap verkondigden en verkondigen? Een boodschap waarbij toevoer van grondstoffen zoals aardolie en verkoop van wapens, een belangrijke rol speelden en spelen? Medeschuldig omdat niet het belang van de mensen in die landen centraal stond en staat, maar dat wat zij denken dat in hun economisch belang is? Maakt dat het ‘interneren’ en gevangenzetten van vluchtelingen niet extra wrang?

Is dit niet een vrije, open, inclusieve, democratische samenleving onwaardig? Voor de Ballonnendoorprikker in ieder geval veel, veel, veel te wrang en veel, veel, veel te onwaardig. Hij schaamt zich voor de handelwijze van de Europese landen! Hij schaamt zich voor de Europese leiders die dit hebben afgesproken! Hij schaamt zich voor de Nederlandse regering die hiermee heeft ingestemd! Hij schaamt zich voor de Nederlandse minister-president die een belangrijke rol heeft gespeeld bij het tot stand komen van deze ‘oplossing’! Hij schaamt zich voor Nederlandse volksvertegenwoordigers en bestuurders die dit vol trots staat te verdedigen en te promoten! Hij schaamt zich diep en roept uit: NIET IN MIJN NAAM!

En aan de vluchtelingen biedt hij zijn welgemeende excuses aan voor hetgeen hen wordt aangedaan.

‘Overwinning van de democratie’

In drie Duitse deelstaten werden afgelopen zondag verkiezingen gehouden voor het parlement. De nieuwe partij AfD komt in alle drie de parlementen. De kiesdrempel van 5% bleek geen belemmering voor deze nieuwe partij. Sterker nog, de partij haalde veel meer dan die 5%. In de deelstaat Saksen-Anhalt zelfs 20%. En zoals altijd na verkiezingen, zijn de druiven voor de verliezers zuur en staan de winnaars te jubelen. AfD is een van de winnaars, niet de enige.

AfD

Foto: ejbron.wordpress.com

In de Volkskrant was te lezen dat de leider van de AfD, Frauke Petry, de uitslag ‘een overwinning van de democratie’ noemde. Een bijzondere uitspraak want wie was dan de tegenstrever van de democratie?  Duitsland was ook voor gisteren toch gewoon een democratie waar geregeld volksvertegenwoordigers worden gekozen? Gisteren was het de beurt aan drie deelstaten om nieuwe volksvertegenwoordigers te kiezen.

Een korte, niets zeggende zin. Niets zeggend, maar wel suggestief? Want wilde de spreekster, mevrouw Petry, duidelijk maken dat haar partij de enige is die voor de democratie is? Dan kan ze niet echt spreken van een overwinning van de democratie, omdat haar partij nergens meer dan 20% van de stemmen haalde. Dan heeft de democratie toch verloren? Mocht de AfD over vier jaar minder stemmen halen, verliest de democratie dan?

Wilde Petry aangeven dat door de overwinning van haar partij een nieuw geluid een plek krijgt en dat dit hét geluid van het volk is? Een suggestie waarvan Wilders en de PVV in Nederland zich ook vaak bedienen. Kunnen andere partijen niet met evenveel recht verklaren namens het volk te spreken?

Manoeuvreert Petry met deze korte zin haar politieke tegenstrevers in het ‘ondemocratische’ kamp en eigent ze zichzelf en haar partij de democratie toe? Is de democratie niet van ons allemaal en veel te kostbaar om ze te laten toe-eigenen door welke partij dan ook?

Wat belangrijker is, is democratie niet veel meer dan verkiezingen? Gaat het niet veeleer om wat wij doen op al die  dagen dat er geen verkiezingen zijn? Of om de Amerikaanse filmmaker Michael Moore aan te halen: “Democracy is not a spectator sport, it’s a participatory event. If we don’t participate in it, it ceases to be a democracy.”