Basisinkomen

In de Volkskrant een interview met filmmaker Mari Sanders. Sanders zit al sinds zijn geboorte in een rolstoel en heeft een Wajonguitkering. Met die uitkering hoeft Sanders zich geen zorgen te maken over zijn inkomen. Zijn vrienden vinden dat hij: “dat geld van de overheid  (gebruikt) om z’n hobby te subsidiëren.” Ze vinden dat hij moet kiezen, of zelfstandig filmmaker of een Wajonguitkering.

mari-sanders

Foto: www.startfoundation.nl

De Wajonguitkering bedraagt 75% van het minimumloon, geen vetpot, en is bedoeld om van te leven. Horen bij dat leven niet ook hobby’s of mogen uitkeringsgerechtigden geen hobby’s hebben?  Zou hij ook moeten kiezen tussen postzegels verzamelen en een Wajonguitkering? Want ook postzegels verzamelen kan naast een hobby ook een beroep zijn, alleen heet je dan handelaar. Natuurlijk, als die films flink geld opleveren, dan is het niet meer dan terecht dat een deel ervan wordt gekort op zijn uitkering.

Ook uitkeringsinstantie UWV heeft Sanders ontdekt en uitgenodigd voor een gesprek over zijn mogelijkheden om aan het werk te gaan. Dit geheel conform de Participatiewet. Maar ja, het UWV kan hem niet helpen aan een baan als filmmaker, wel bijvoorbeeld aan het: “mooi inpakken van bonbons,” aldus Sanders. Vreemd dat Sanders wordt gevraagd om te participeren, te werken als tegenprestatie voor zijn Wajonguitkering. Vreemd want participeert hij dan niet al door het maken van films? Ja, het is ook wat hij graag doet, is dat een probleem? Mag je hobby niet je werk zijn? Hij vult zijn uitkering aan met filmverdiensten. Hij zit niet lui achter geraniums omdat zijn financiële kostje toch al is gekocht. Dit terwijl de ‘morele druk’ van zijn vrienden en de regelgeving hem daar wel toe dwingen.

Wat als we het geval Mari Sanders eens van een andere kant bekijken en de uitkering van Sanders een basisinkomen noemen. Een basisinkomen waarvan tegenstanders zeggen dat het mensen lui maakt. Dan zien we een gemotiveerde man die zijn passie najaagt met enig succes, hij vult zijn basisinkomen aan. We zien iemand die plezier heeft in zijn leven en zijn werk/hobby.

Zou het het op deze positieve manier, naar Sanders en met hem naar alle mensen kijken, niet veel meer resultaat opleveren? Een manier waarbij vertrouwen in de mens het uitganspunt is? Toch maar beginnen met een basisinkomen?

Directe verkiezingen!?

“Alle grote problemen van deze tijd worden veroorzaakt of versterkt door ongrijpbaar wanbeleid. Zowel op lokaal, nationaal als EU-niveau. Zonder drastisch ingrijpen leidt deze ondemocratische bestuurswijze onherroepelijk tot maatschappelijke onrust en volksopstand.” Zo betoogt Uri van As op de site Opniez. De oorzaak volgens Van As: “Onze overheidsbestuurslagen zitten boordevol incompetente functionarissen. Bestuurders die in het bedrijfsleven acuut zouden mislukken. Mensen die hun functie en promoties niet danken aan kennis, inzicht en daadkracht maar aan de baantjescarroussel van hun partij.” En de oplossing: “Schaf indirecte verkiezingen af. Geef burgers een volwaardige stem.” Want: “Zouden Nederlanders in staat zijn geweest hun eigen bestuurders te kiezen dan had niemand ooit gehoord van PvdA-burgemeester Geke Faber. Dan bestond er geen kloof tussen de elite en het volk.”

falende-politici

Foto: speld.nl

Beste heer Van As, ik kan een heel eind met u meegaan. Veel problemen worden beïnvloed door beleid. En de resultaten van beleid worden door de ene groep als wenselijk gezien en door de andere als onwenselijk. Inderdaad zijn er naast competente en daadkrachtige bestuurders ook incompetente functionarissen. Inderdaad kan het zijn dat beiden, zowel de competente als de incompetenten in het bedrijfsleven zouden kunnen mislukken, maar ook slagen. Net zoals succesvolle bestuurders uit het bedrijfsleven in ‘overheidsdienst’ kunnen mislukken en mislukkelingen uit het bedrijfsleven kunnen slagen.

Beste meneer Van As, uw oplossing om fucntionarissen rechtstreeks te kiezen, zal dit probleem niet oplossen. Wellicht zouden we dan inderdaad nooit gehoord hebben van Geke Faber. Daarvoor in de plaats zouden we anderen kennen. Dwaallichten met charisma en mooie verhalen die mensen wisten te overtuigen van hun ‘kwaliteiten’ en die er in de praktijk niets van zouden bakken. Kijk eens naar het land waar zo ongeveer iedere publieke functie middels verkiezingen wordt verdeeld, de Verenigde Staten. Is er in dat land geen sprake van een ‘kloof tussen elite en het volk’? De Amerikaanse geschiedenis kent naast vele competente ook veel incompetente en corrupte publieke bestuurders die vervolgens nog worden herkozen. En daarnaast vele politici die dansen naar de pijpen van mensen met geld.

Beste meneer Van As, u heeft een hoge pet op van Nederlanders bij het kiezen van eigen bestuurders. Waarom denkt u dat Nederlanders dit beter zouden kunnen dan Amerikanen?

Leestip voor autoriteiten

Je kunt er deze week niet omheen, de vloggers. Om de jeugdigen met een camera die filmpjes maken en zo ‘beroemd’ willen worden. Sommigen maken onschuldige filmpjes zoals ’10 irritantste opmerkingen van ouders’ van Dylan Haegens. Anderen filmen hun ‘dagelijkse’ leven. En omdat dit vooral vreselijk saai is, ‘leuken ze het op’ door anderen uit te dagen. Zo rukte de politie massaal uit om een vechtpartij tussen twee rivaliserende vloggende rappers of rappende vloggers te voorkomen. Of door anderen lastig te vallen zoals het geval is in de Zaanse wijk Poelburg.

provo

Foto: www.socialisme21.be

De autoriteiten hebben het maar wat lastig met vooral de laatste groep vloggers. Die zorgen voor overlast want er wordt wel eens wat beklad en er worden mensen lastig gevallen. Een Zaans raadslid stelde de overlast door een vlogger en zijn vrienden aan de kaak en kon daardoor op extra aandacht van hen rekenen. Door deze extra aandacht voelde zij zich bedreigd en deed daarop aangifte. De Zaanse burgemeester kreeg de wind van voren dat zij niet voldoende optrad net als de politie. Ook riep de politie om extra bevoegdheden om de ‘relschoppers’ aan te pakken. Zelfs premier Rutte, al staande in campagnemodus en met het oog en oor bij de Wilderskiezer, heeft zich erover over uitgesproken en noemde de jongeren: “tuig van de richel.” Op de (a)sociale media zijn de verwijten, verwensingen en bedreigingen aan het adres van vloggers niet van de lucht.

Dit doet me denken aan de jaren zestig. Niet dat ik die bewust heb meegemaakt. “Het lijkt wel alsof met het bijeenbrengen van de jeugdstijlen ook alle tradities van wantrouwen, onbegrip en bestrijding bij politie en justitie eveneens werden gebundeld. Daarop kon het spel beginnen en de hoofdstedelijke autoriteiten speelden het verschrikkelijk slecht. Ze snapten niets van de spelregels, ook al werden die hen soms uitgelegd, … .” Zo beschrijft P. de Rooy de strijd tussen provo en later de hippies en de Amsterdamse autoriteiten in de jaren zestig. (In: Wederopbouw Welvaart en Onrust, H.W von der Dunk e.a. pagina 138-139). De provos en hippies dat was langharig tuig (nog niet van de richel). Daar moest hard tegen worden opgetreden. Die moesten worden kaalgeschoren en naar werkkampen. Mariniers uit Den Helder voegden zelfs de daad bij het woord en sloegen de op de Dam slapende hippies van het plein af.

De later verketterde criminoloog Buikhuisen weidde in de jaren zestig zijn proefschrift aan provo en gaf handvatten hoe om te gaan met deze jeugdigen (het citaat hierboven gaat als volgt verder: “compleet met verwijzingen naar de passages over relpreventie uit de dissertatie van Buikhuisen.” Een leestip  voor de huidige autoriteiten?

Shoot the messenger!

Als de boodschap je niet bevalt dan is het tegenwoordig, trouwens vroeger ook, de boodschapper in discrediet te brengen. Tegenwoordig is dat aan de orde van de dag. Door de persoon af te vallen, hoef je immers niet op de inhoud in te gaan en kun je braaf in je eigen wereld blijven leven. Bij ThePostOnline geeft Sietske Bergsma daar een mooi voorbeeld van.

Rigthon

Foto: www.npo.nl

Bij Pauw werd afgelopen week gesproken over de foto van het Syrische jongetje Alan Kurdi die vorig jaar de vluchtelingencrisis symboliseerde. Bergsma valt over Volkskrantjournaliste Nathalie Righton heen: “De mevrouw van de Volkskrant die bij Pauw de foto koesterde, is een vrouw die ik goed ken, nou ja haar type, in groepjes. Ik zie ze dan samen. Ze houden die moederlijke glans over zich terwijl ze over hun werk praten, hun ogen wijd open, ze hebben hun huisjes mooi op orde, doen ‘liever even een frisje’, zien er verzorgd uit, maar dan wel nog van die laarzen over hun broek, dat dan weer wel. Ze hebben dode kindjes op het strand nodig, of een bebloed kindje in een ambulance om ‘nog wat te voelen bij de oorlog in Syrië”. Zo’n tuttebel, slaapkamergeleerde en vooral ‘grachtengordel’ type hoef je niet serieus te nemen.

Bergsma kent Righton goed, nou ja haar type. Is dat wel zo? Heeft ze zich verdiept in de journalistieke carrière en werk van Righton? Zou ze weten dat Righton zonder bescherming van welk leger dan ook, door Afghanistan heeft gereisd om daar verslag te doen van de ‘oorlog tegen het terrorisme’? Eigenlijk zoals het een goed journalist betaamt. Dat zij daar die mooie woorden van onze Haagse politici, zoals ‘opbouwmissie en vredebrengen’, in de praktijk heeft gezien? Dat zij de slachtoffers heeft gezien en gesproken? Dat zij dode kinderen heeft gezien en vervolgens ook heeft gezien hoe weinig dit teweeg bracht bij de (meer dan gemiddelde) Nederlander. Iets wat ook voor de vluchtelingen aan de Europese grens leek te gelden, tot die beroemde foto. Toen pas kwam er beweging.

Kent Bergsma ‘mensen als Righton’ echt?  Een van haar laatste zinnen suggereert anders: “Mensen die nog aan elkaar moeten bewijzen dat een dood kind erg is, zijn niet erg empathisch, maar bang voor een oordeel.” Wrang om zoiets over Righton te schrijven. Maar ja, je hoeft het zo niet over de inhoud te hebben.  Zou het kunnen dat Bergsma bang is voor een oordeel?

Geheime complotten

Complotten, samenzweringen veel mensen zien ze overal. In Nederland is het ‘geloof in een links complot’ groot. Onderzoeker Robert Grimes heeft onderzoek gedaan naar complotten en vooral naar hun houdbaarheid.

complotIllustratie: complotdenken.wordpress.com

Geheel volgens verwachting vraagt een complot dat lang verborgen moet blijven om weinig mensen die ervan weten. Wil je dat je geheim vijf jaar houdt, dan moet je het aan niet meer dan 2.531 mensen vertellen. Bij een geheim dat het honderd jaar moet uithouden, moeten niet meer dan 125 mensen betrokken zijn. Grimes komt tot deze cijfers op basis van populaire voorbeelden zoals de maanlanding.

Ik moest aan dit onderzoek denken toen ik las dat in Turkije weer 50.000 ambtenaren op non actief waren gezet vanwege de mislukte staatsgreep van juli. Daarmee zijn er in totaal al 130.000 ambtenaren ontslagen en zijn hun diploma’s ingenomen. En dan betreft het nog alleen maar ambtenaren en alleen maar in Turkije. In de beeldvorming in de media lijkt het alsof de Turkse regering iedere ‘aanhanger’ van Gülen verdenkt van betrokkenheid. Dan hebben we het over miljoenen mensen.

Als je zoveel mensen ontslaat en van alles uitsluit, dan moet je toch enig bewijs tegen ieder van hen hebben.Zoveel mensen die ‘betrokken’ zouden zijn bij de couppoging. En een coup pleeg je niet van vandaag op morgen, die vraagt om een flinke voorbereidingstijd dan kom je er niet met een weekje. Zeker niet met zoveel mensen die erbij betrokken zijn.

Gezien het grote aantal betrokken mensen komt de vraag op hoe het komt dat er uberhaupt een coup is gepleegd? Had die niet al uitgelekt moeten zijn voordat hij plaatsvond? Wellicht is de coup uitgelekt voordat hij plaatsvond en heeft de Turkse regering hem plaatslaten vinden om nu de teugels aan te trekken?

Nee, dat is denken in complotten. Want zouden er ook bij dat complot zouden niet zoveel mensen betrokken moeten zijn, dat het, volgens het onderzoek van Grimes, al zo ongeveer uit had moeten komen?

Trouw aan een land

Bij The PostOnline bekritiseert columnist Ralph Posset cultuurhistoricus en oud-hoogleraar Gerard Rooijakkers. Volgens Rooijakkers zorgen de sterke familiebanden ervoor dat Turken loyaal blijven aan Turkije. Volgens Posset is dit: “een absoluut kulargument. Je bent niet trouw aan een land dat in jouw ogen slecht voor jouw familie zorgt. … Het heeft er alles mee te maken dat men wel met voeten in de Nederlandse klei staat maar dat hun hart nog steeds klopt voor het Ottomaanse rijk.”  Een land dat je familie slecht behandelt, is je trouw niet waard. Een interessante redenering van Posset.

trouw aan je land

Illustratie: www.considerati.com

Laten we eens met de redenering van Posset naar de Nederlandse situatie kijken. Als een land slecht slecht voor jou en de familie zorgt, dan verdient dat land je trouw niet. Zou het kunnen dat velen die in dit land ‘allochtoon’ worden genoemd en zo met woorden buiten de samenleving worden gezet, niet zo’n warme band hebben met Nederland? Als je steeds te horen krijgt dat er nog iets schort aan je ‘inburgering’. Als je steeds wordt aangesproken op, en je moet distantiëren van het gedrag van anderen die tot ‘dezelfde groep’ behoren. Als je als groep en probleem wordt gezien en niet als individu. Zou je dan de indruk kunnen krijgen dat dat land ‘slecht voor je zorgt’? Zou je je dan af kunnen vragen of dat land je ‘trouw’ wel waard is?

Zou het dan kunnen dat je hart meer klopt voor een land dat jij ooit hebt verlaten? Of zelfs een land dat je ouders of grootouders ooit hebben verlaten? Een land dat je alleen maar kent van die jaarlijkse vakantie als iedereen blij is elkaar weer te zien en alles leuk lijkt. Een land dat je verder kent van de televisiezenders uit dat land. Televisiezenders die, net als de Nederlandse, een vertekend beeld van de werkelijkheid geven. Een land dat je hierdoor warmere gevoelens bezorgt dan het land waar je woont.

Zou de redenering van Posset, dat een land dat slecht voor je is, je trouw niet waard is, een kern van waarheid bevatten? Met dat verschil dat het land niet Turkije is, in het voorbeeld van Posset, maar Nederland?

‘Islamitisch hoofddoekje’

‘Geen islamitische hoofddoekjes in een publieke functie’, dat is een van de programmapunten van de PVV. Een programma met als titel en motto: ‘Nederland weer van ons’ en dat roept meteen de vraag op wie die ‘ons’ is, maar daar wil ik het niet over hebben. Het gaat mij over dat islamitisch hoofdoekjesverbod in publieke functies.

hoofddoekje

Foto: www.moossie.nl

Hoe kun je aan een hoofddoekje zien dat het ‘islamitisch’ is? Welke kenmerken heeft zo’n hoofddoekje en waarin verschilt het van andere hoofddoekjes? Natuurlijk bedoelt de PVV wat anders. Ze bedoelt dat het dragen van islamitische religieuze uitingen door mensen in een publieke functie, verboden moet worden en het dragen van een hoofddoekje is zo’n uiting. Net zoals het dragen van een kruisje een christenlijk religieuze uiting is, een sikh een tulband draagt en zo heeft iedere religie haar symbolen.

Bedoelt de PVV dat religieuze uitingen niet meer gedragen mogen worden door mensen in publieke functies? Dat zou wel consequent zijn. Als immers alleen het dragen van uitingen van één religie verboden zou zijn, dan discrimineert de overheid immers. Zou de PVV er dan ook voor willen ijveren om de verwijzing naar god in de aanhef van iedere Nederlandse wet (‘Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz’) te verwijderen? Door de ambtseed aan de passen en alleen af te sluiten met ‘Dat verklaar en beloof ik’ en dus ‘Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’  niet meer toe te staan? ‘God almachtig’ is trouwens een goede vertaling van  ‘Allahoe akbar’.

Waarschijnlijk bedoelt de PVV dat niet. Het programma verwijst alleen naar islamitische symbolen en lijkt zich niet druk te maken over de bevoorrechting van de christenlijke god door de overheid zelf. Roept de partij de overheid op om te discrimineren op basis van religie? Of wil de partij ook de Grondwet aanpassen en daarin op laten nemen welke religie wel onder de godsdienstvrijheid valt en welke niet? En nog een stap verder, wil de partij de islam de status van godsdienst ontnemen? Dan ben ik benieuwd naar de onderbouwing van die keuze.

De jaren zestig revisited

Tot 31 augustus mogen personen die ‘niet correct gekleed, met respect voor moreel gedrag en secularisme, hygiëne en veiligheid’ de stranden niet op.” Een uitspraak van een Franse burgemeester zo lijkt uit een artikel bij Elsevier. Als we het woord ‘secularisme’ weglaten, zou het zo een uitspraak kunnen zijn van een burgemeester uit de jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw of nog eerder.

BadmodeIllustratie: www.zwemkleding.nl

Een tijd dat mensen steeds schaarser gekleed genoten van zon, zee en strand. De tijd toen de bikini haar intrede deed en nog wat later het topless of zelfs naakt zonaanbidden. Bloot was immers aanstootgevend, niet hygienisch en zou de veiligheid van de persoon in kwestie of van anderen op het strand kunnen schaden. Een aantasting van de morele waarden.

Het is echter een uitspraak van een Franse burgemeester in 2016. Hij gebruikt dezelfde argumenten om bedekt zonaanbidden en zwemmen in een boerkini te verbieden. Als bedekt nu niet hygienisch, veilig en moreel correct is, betekent dan dat bloot het wel is?

Of zit de crux juist in dat ene extra woord secularisme? Maar als het seculiere karakter van openbare stranden in het geding is, worden dan ook kettinkjes met kruizen verboden? Zwemmen met een keppeltje? In het openbaar op het strand bidden voor een maaltijd? Het luiden van de aanpalende kerkklok? Wordt dan ook de zonderling die het woord van de Heer verkondigt, de toegang tot het strand ontzegt? Mogen de oude (of jonge) nonnetjes in hun habijt dan ook niet meer over het strand lopen? Erg lastig wordt het dan met getatoeeerde religieuze symbolen, zouden die dan juist wel bedekt moeten worden? Dit zijn immers ook allemaal daden die ‘het seculiere karakter, van de openbare ruimte aantasten. Als secularisme de crux is en het beperkt zich tot de boerkini, is er dan niet sprake van ongelijke behandeling?

Nu zou ik niemand willen adviseren om in een boerkini te gaan zwemmen, sterker nog, ik zou niemand willen adviseren hoe hij zich moet kleden. Behalve als die persoon het me direct vraagt. En zou een overheid dat al helemaal niet moeten doen? Zijn we vergeten dat het verzet van de burgemeesters uit de vorige eeuw tegen de bikini vergeefs was? Dat het juist sterker verzet opriep? Net zoals het verzet tegen lange haren, juist meer langharigen opleverde?

Zou het met moslims niet hetzelfde zijn? Dat hun geloof zo hun identeit wordt in plaats van een onderdeel van hun identiteit?

Curvy en hörny

Al vaker schreef ik over de kracht van taal. Taal die mensen kan in- of buitensluiten. Woorden waarmee de gebruikers (of de uitvinders) ervan een positieve draai willen geven aan iets wat eigenlijk als minder niet zo positief wordt gezien. Zo schreef ik over het woord ‘participatiesamenleving’ en integratie en inburgering het gebruik van de woorden autochtoon en allochtoon. Vandaag een luchtigere variant van verhullend taalgebruik.

CurvyFoto: www.vrouwblog.nl

Alhoewel luchtiger? Is het juist minder luchtig zijn niet het probleem van wat de, in de financiële problemen verkerende modeketen, MS Mode ‘curvy vrouwen’ noemt? Toch vreemd dat die keten in de problemen zit, terwijl de eigenaar een half jaar geleden de failliete boedel van V&D over wilde nemen, maar daar gaat het nu niet om.

Nu kenmerkt het menselijk lichaam in het algemeen en het vrouwelijke iets meer dan het mannelijke, zich door rondingen en welvingen. De ene vrouw heeft wat grotere dan de andere, ze is wat gevulder, maar ze hebben ze allemaal. ‘Curvy’, het klinkt exotiser en vriendelijker dan ‘gezet’, ’fors’, of het eerder gebruikte bijvoeglijk naamwoord ‘voller’. Bovendien is het korter dan ‘vrouwen met een grote kledingmaat’. Over het gebruik van het woord ‘dik’ zullen we maar zwijgen.

‘Curvy,’ een creatieve vervorming van het Engelse woord ‘curve’ dat: “1. gebogen lijn, kromme, curve, boog 2. bocht (in weg) 3. ronding, welving (van vrouw),” betekent. In dit geval de derde betekenis, dus een vrouw met rondingen en welvingen.

Als ‘curvy vrouw’ staat voor de wat forsere, wat gezettere, vollere vrouw, hoe moeten we dan de slankere vrouw noemen? Niet gewelfd maar hoekig, of in goed Nederengels ‘Angly vrouw’? Of wellicht moeten we naar het Zweeds kijken, een hoek is een hörn en dat maakt het de ‘hörny vrouw’. Of gaat dat de marketingmensen te ver?

Wetenschappelijke waarheden

Volgens socioloog Ruud Koopmans, in een interview in De Groene Amsterdammer, is discriminatie een gevolg van de radicalisering. Hij draait daarmee de veel gehoorde verklaring om, dat radicalisering een gevolg is van discriminatie. Koopmans baseert zich op zijn onderzoeken die laten zien dat bijna de helft van de moslims fundamentalistische ideeën zouden aanhangen en negatief denken over joden en homo’s. Bert Brussen vraagt bij ThePostOnline aandacht voor dit interview omdat het: “bomvol herkenbare observaties en verfrissende wetenschappelijke waarheden,” bevat. Waarheden?

Waarheid

Foto: www.geheugenvannederland.nl

Wetenschap is een manier om de werkelijkheid beter te begrijpen. Een manier die gebruik maakt van theorieën en hypotheses. Een wetenschapper stelt een theorie of een hypothese op, een vooronderstelling. Vervolgens gaat hij onderzoek doen, experimenten uitvoeren. Dat onderzoek en die experimenten bevestigen of ontkennen zijn hypothese of theorie. De theorie is een verklaring van de werkelijkheid en niet de werkelijkheid. In de wetenschap is er één zekerheid en dat is dat alles voorlopig is.

Koopmans is een socioloog en de sociologie is, net als alle sociale- en menswetenschappen, een toegepaste wetenschap. Een wetenschap die naast dat ze is gericht op het verwerven van kennis van de werkelijkheid, ook gericht is op het beïnvloeden van die werkelijkheid. Economen, ook sociale wetenschappers, ontwerpen modellen waarmee zij het effect van maatregelen willen voorspellen. Die voorspellingen beïnvloeden vervolgens keuzes die worden gemaakt. Via hun onderzoek en publicaties beïnvloeden ze zo de beleidskeuzes.

Bovendien geldt voor sociologen hetzelfde als wat Churchill over economen zei: “Zet twee economen samen en je krijgt twee tegengestelde meningen. Behalve als een van de twee Lord Keynes is, dan krijg je er drie.” En dat is niet erg want zit de vooruitgang niet juist in een (al dan niet wetenschappelijk) gesprek of discussie over de verschillen.

Of zou Koopmans, zoals Brussen, lijkt te betogen ‘goddelijke inzichten’ hebben? Of zijn het gewoon inzichten die goed in de ‘theorieën van Brussen passen?