Welkom! Of niet?

Als je in Nederland asiel zoekt en krijgt, dan krijg je in eerste instantie een verblijfsvergunning voor vijf jaar. Kun je dan nog niet veilig terug naar je land van herkomst, dan krijg je een permanente verblijfsvergunning. CDA en SGP willen dit anders, deze partijen willen de tijdelijke verblijfsduur oprekken naar zeven jaar. Veel vluchtelingen hebben een gebrek aan perspectief in Nederland. Bovendien: “het doel moet zijn dat na afloop van een oorlog mensen weer terug gaan om te helpen bij de wederopbouw,” zo beweert CDA-leider Buma in Elsevier. Door de tijdelijke status op te rekken, heeft de Nederlandse overheid meer tijd om vluchtelingen terug te sturen.

kikker

Van iemand die de asielstatus heeft gekregen, wordt verwacht dat hij zich snel de taal en gebruiken eigen maakt en op zoek gaat naar werk, hij moet ‘inburgeren’ en deel gaan nemen aan de Nederlandse samenleving. Zou het kunnen dat een tijdelijke status daarbij hindert?  Het kan immers zomaar gebeuren dat alle inspanningen die je als vluchteling in je inburgering stopt, na vijf jaar voor niets is geweest. Als de oorlog in je land van herkomst is beëindigd, moet je van Buma immers terug om dat land mee op te bouwen. Is dat niet dubbel? De Nederlandse overheid verplicht je om in te burgeren, maar geeft je geen zekerheid dat je mag blijven? Vluchtelingen moeten goed hun best doen, maar krijgen geen garanties, behalve dan als ze: “kunnen aantonen dat ze een inkomen hebben en voldoende zijn ingeburgerd.” 

De christelijke mannenbroeders Buma en Van der Staaij signaleren een gebrek aan perspectief en daarom willen zij de tijdelijke status verlengen. Als een gebrek aan perspectief het probleem is, zou daar dan niet wat aan moeten worden gedaan? Wie is er verantwoordelijk voor dat perspectief? Moet perspectief niet worden geboden? Heb je daar niet anderen voor nodig? Is dat niet juist een opgave van de samenleving die de vluchteling asiel biedt? Is dat niet juist de opgave waar de politiek in het algemeen en vooral de christelijke mannenbroeders die de naastenliefde hoog in het vaandel hebben staan in het bijzonder, aan moet werken? Aan een perspectief in Nederland en niet alleen vluchtelingen ‘na de oorlog’ uitzetten om te helpen bij de ‘wederopbouw’?

Zou een verlengde tijdelijke status het perspectief van de vluchteling verbeteren? Of, en dan draaien we het om, zou het gebrek aan perspectief niet een gevolg kunnen zijn van die tijdelijke status? Zou meteen een permanente status daarbij niet veel uitnodigender zijn? Zij die ‘na de oorlog’ terug willen om hun land van herkomst op te bouwen, zullen zich door die permanente Nederlandse status niet laten weerhouden.

Koopt Nederlandsche waar!?

Een paar dagen geleden schreef ik over VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer die de industrie weer terug wilde halen naar Nederland. Een nieuw kabinet zou het economische beleid van Trump moeten overnemen, zo betoogde De Boer. Op de site Opiniez ontvouwt Rutger van den Noort een plan om dit te bereiken. Hoe ziet dat plan eruit?

nederlandsche-waar

Illustratie: Uw Drie Kernen

Als eerste: “naast de inkopen van de Nederlandse overheid zelf, worden alle bedrijven verplicht om via een “Nederlandse leverancier-tenzij”-principe al hun inkopen te doen in Nederland.” Zo ontstaat er vanzelf weer een maakindustrie en die: “kan dan vervolgens groeien en zijn vleugels gaan uitslaan: de multinationals van de toekomst.” Zou hij dat werkelijk geloven? Wat let andere landen om een zelfde strategie te kiezen als de Nederlandse? Waar moet die Nederlandse maakindustrie dan haar vleugels uitslaan? Belgen kopen dan immers alleen maar Belgisch, Duitsers Duits, Russen Russisch enzovoort. Dat betekent dat voor een Nederlandse fabrikant de markt wordt beperkt tot Nederland, schaalvergroting zit er niet in. De kosten van mijn machine die makkelijk voor heel Europa kan produceren, moet ik dan terugverdienen op alleen de Nederlandse markt. Wat zou dat voor de prijzen van de producten betekenen?

Oh, nee ik hoef geen machine want Van den Noort lost dat op een andere manier op: “De gezonde bijstandtrekkers moeten vanuit de overheid worden gedwongen in de nieuwe fabrieken te werken (eerste jaar volledig betaald door de overheid, waarna bedrijven worden verplicht deze mensen over te nemen). Migranten die wachten op hun status worden daarnaast verplicht om in de nieuwe fabrieken te werken in ruil voor opvang.” Gedwongen werken, heet dat niet slavernij?  En als ik als bedrijf ‘gratis’ arbeiders krijg, waarom zou ik ze het tweede jaar dan betalen? Wat let me om ze er na een maandje uit te gooien en vervolgens nieuwe ‘gratis’ slaven van de overheid te nemen? Zou dat betekenen dat bijna iedereen op bijstandsniveau leeft? Wie moet dan allemaal die producten van die fantastische Nederlandse maakindustrie kopen?

“We moeten verder vooruit kijken. Het wordt tijd voor een nieuwe Nederlandse visie op werkgelegenheid. Met een gezonde dosis kapitalisme, met een gezonde dosis nationalisme en een gezonde dosis omkijken naar elkaar. Volledige werkgelegenheid in 2021 is geen utopie,” zo eindigt Van den Noort zijn betoog. Inderdaad het beeld dat hij oproept heeft niets van een utopie, het lijkt veel meer op een dystopie.

Wie is koning?

Sinterklaas lag nog voor de kust van Nederland te wachten totdat Maassluis tot een veilige zone was omgetoverd. Het is nog niet eens half november, en waarmee opende Dagblad De Limburger? Met een bericht dat het geld in de Limburgse ziekenhuizen bijna op is. Daarom zetten enkele ziekenhuizen een rem op operaties en stellen poliklinieken beperkt open. Andere, die nog wat reserves hebben, teren daarop in.

ziekenhuizen

Illustratie: www.ouderenhart.be

Beperkte openstelling betekent dat er wachtlijsten ontstaan. Alleen wordt dat gemaskeerd, want natuurlijk krijg je als patiënt een afspraak, het duurt alleen wat langer. Je wordt bij voorkeur naar het volgende jaar geschoven want dan is er weer budget. Al kan ik mij niet voorstellen dat het de ziekenhuizen lukt, om op basis van de ervaringen van dit jaar, volgend jaar budget te bedingen dat 16,6% hoger is dan dit jaar. Volgend jaar moet immers nog een maand van 2016 worden ingehaald en om dezelfde ellende als dit jaar te voorkomen, moet er budget voor een maand bij. En dan is nog geen rekening gehouden met de vergrijzing die tot hogere ziektekosten leidt. Voor 2018 kan het budget dan weer wat omlaag. Zou dit de ziekenhuizen lukken?

Nu begreep ik van marktapologeten dat wachtlijsten iets was van door de staat gereguleerde zorg. Nee, ook door ‘zorgverzekeraars’ gereguleerde zorg blijkt tot wachtlijsten te leiden. Marktwerking in de zorg was bedoeld om de kosten te verlagen en de kwaliteit ervan te verhogen. Onderdeel van die kwaliteit was het wegwerken van wachtlijsten.

Patiënten hebben geen directe relatie met ziekenhuizen, die loopt via een zorgverzekeraar die budgetafspraken maakt met ziekenhuizen. Als patiënt heb ik te maken met een zorgverzekeraar. In de zorg-in-natura-polis van verzekeraar VGZ lees ik: “Wij maken met zorgaanbieders afspraken over kwaliteit, prijs en service van de te leveren zorg. Uw belang staat daarbij voorop. En als u kiest voor een gecontracteerde zorgaanbieder scheelt dat u en ons in de kosten.” Gelukkig de klant is koning. Of lijkt dat maar zo?

Hoe verhoudt zich ‘mijn belang’ met de ‘wachtlijsten’? Ik heb een afspraak met die verzekeraar en daarbij staat mijn belang voorop en mijn belang is nu behandeld worden en niet doorgeschoven worden naar volgend jaar. Heb ik als verzekerde wel wat te maken met die ‘budgetafspraken’? Is dat niet iets tussen zorgverzekeraar en ziekenhuis, waar ik als patiënt buiten sta?

Patiënt of budget, wie is koning?

Fabeltjeskrant-wetenschap?

Bij De Correspondent las ik een week geleden een artikel van Rufus Kain. In de titel van het artikel stelde hij  de centrale vraag: “Waarom wereldmuziek een vorm van westerse geschiedvervalsing is.” ‘Witte’ westerse muzikanten die iets overnemen uit andere landen en culturen en er succes mee hebben worden onderdeel van de popmuziek, de ‘originele’ muzikant zit in het bakje wereldmuziek en blijft onbekend.

In het artikel behandeld hij bubbling als voorbeeld. Een uitvinding van twee muzikanten van Antilliaans afkomst uit Den Haag die niemand kent. “Bubbling is een van de hoekstenen van dancemuziek. Hardwell, jaren Nederlands nummer-één-dj, begon bij bubbling. Wereldhits van Major Lazer zijn er ook op gebaseerd. De bubblingbeat is nu Nederlands trots, maar de Antilliaanse bedenkers ervan zijn na 25 jaar nog onbekend bij het grote publiek. We nemen hun stijl over én distantiëren ons van ze.” 

fabeltjeskrantIllustratie: Mediasmarties

In gesprek met de lezers kwam al snel het begrip ‘cultural appropriation’ of wel culturele toe-eigening, voorbij waarover ik al eerder schreef. In het verdere verloop van het gesprek gaf Kain aan dat het zijn uitdaging was om: “wereldmuziek, bubbling en westerse geschiedvervalsing samenbrengen in één essay.” Westerse Geschiedvervalsing? Hoezo? Wie geeft er bewust een verkeerde voorstelling van zaken? Wikipedia levert alle informatie over de geschiedenis van bubbling, zelfs meer dan Kain.

Het komt wel vaker voor dat ontdekkers onbekend zijn bij mensen, zo kent vrijwel iedereen Marc Zuckerberg of Page en Brin van Google. Wat niemand weet is dat zij zonder Tim Berners-Lee niets hadden bereikt. Berners-Lee is de grondlegger van het wereldwijde web en hij is er niet rijk mee geworden. Dat de meeste mensen dit niet weten en de uitvinders van bubbling niet kennen, is dat geschiedvervalsing? Het is hooguit onwetendheid. Als Hardwell beweerde en ermee wegkwam dat hij bubbling of Elvis dat hij de Rock & Roll uitvond, dat zou geschiedvervalsing zijn.

Het artikel en het gesprek met Kain gaf mij het gevoel dat het niet zozeer ging om de uitvinders van bubbling te eren of een les muziekgeschiedenis te geven. Maar het lijkt er meer op dat er iets moet worden ‘bewezen’. Dat ‘iets’ is een vooropgezette plan van de ‘witte westerse (liefst boze) man’ om de wereld te domineren.

Dit gevoel werd nog versterkt toen ik ook bij De Correspondent een artikel las van Malique Mohamud: “de (linkse) liberalen stellen de verkeerde vragen. Waarom hebben we het niet over de oorzaken? Waar is het historische besef? Waar is de koloniale geschiedenis? En wat is de historische context van onze economische welvaart? Waarom concentreert die zich bij een minderheid?” Volgens Mohamud kostte “Het gebrek aan historische kennis en gevoel voor causaliteit (…) Hillary Clinton en daarmee de Democraten de verkiezing.”

Ja, waarom concentreert welvaart zich bij een minderheid? Daar zijn in het verleden al aardig wat boeken over geschreven. Karl Marx gaf hier in zijn belangrijkste werk Daß Kapital een goede verklaring voor. Recenter gaf Thomas Piketty in zijn boek Kapitaal in de eenentwintigste eeuw en Joseph Stiglitz in zijn boek The Price of Inequality er er ook een hele goede verklaring voor.

Alleen krijg ik het gevoel dat Mohamud bedoelt dat de welvaart bij weer die ‘witte (boze) man’ terecht is gekomen. De titel van zijn artikel (Hoe we de angsten van witte mensen serieus kunnen nemen) maakt dit in ieder geval heel plausibel. Waar komt toch het generaliserende beeld vandaan dat ‘witte mensen’ boos en bang zijn? De antwoorden op de vragen die ‘(linkse) liberalen’ niet stellen, moeten onderbouwen dat er een vooropgezet plan is van de ‘witte westerse (alweer boze) man’ om de wereld te exploiteren? Als dat plan er zou zijn, hoe komt het dan dat veel van die ‘witte mannen’ niet tot de minderheid behoren waar de welvaart zich concentreert? En waar komt die groep ‘zwarte (blije) mannen’ vandaan is die in welvaart leven? Of zijn dat alleen maar ‘excuustruussen’?

Mohamud en Kain haken aan bij het denken over de ‘witte onschuld’ van Gloria Wekker zoals zij dat in het begin van dit jaar bij De Correspondent uiteenzette; het denken dat ook Sunny Bergman in haar greep heeft zoals ik vorige week schreef. Is dit denken niet een mening of een redenering, aangezien een deugdelijke onderbouwing wordt niet geleverd? Wekker verwijst in haar Correspondent-artikel naar het ‘cultureel archief’ van Edward Said waarmee West-Europese landen: “de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.” Waar is dat ‘bijna zeshonderd jaar oude Risk-opdrachtkaartje’, waarover ik eerder schreef, waaruit dit blijkt? Er wordt onderling verwezen naar elkaars mening, maar hiervoor geldt niet dat iets ‘waar’ of ‘feit’ wordt als je het maar vaak genoeg herhaald. Het krijgt pas gewicht als het wordt onderbouwd met documenten en bronnen die aantonen dat er sprake is van een vooropgezet plan van die ‘witte man’. Een plan dat tevens een ‘paragraaf’ bevat over hoe dit bij alle ‘witte mannen’ wordt ingeplant.

Dat er in Nederland te weinig aandacht wordt besteed aan het verleden, in het bijzonder het verleden van gekleurde Nederlanders, zal ik als historicus niet ontkennen, dit moet evenwichtiger. Die lacune wordt niet opgelost door er ongefundeerd op los te theoretiseren zonder een degelijke bodem. Peter Sloterdijk beschrijft het treffend in zijn boek Het Kristalpaleis uit 2006 (orginele Duitse uitgave is van 2004). Ook Sloterdijk erkent dat een meer ‘symetrisch wereldbeeld’ zoals hij het noemt nodig is. Het schiet echter te ver door als: ”Men (…) intussen zo vrij (is) om te stellen dat de Europeanen in oktober 1492 door Caribische inboorlingen ontdekt werden. Voor de bedroefde ontdekkers bleek het voortaan raadzaam om gegevens te verzamelen ter bestudering van hun bezoekers; deze archieven hoeven alleen nog geëvalueerd te worden.”

Is het denken van Kain, Mohamud, Wekker en Bergman  niet een vorm van fabuleren? Fabuleren dat leidt tot een pseudo-wetenschappelijke Fabeltjeskrant, een schadelijke Fabeltjeskrant omdat hij ‘witte boze mannen’ zelf creëert? Fabuleren met een tweede kwalijke kant, de ontkenning of zelfs maar twijfel eraan wordt door de aanhangers ervan gezien als een bevestiging ervan, de ontkenner/twijfelaar leidt immers aan ‘witte superioriteit’. Is het daarmee niet op twee manieren een gevaarlijke self fulfilling prophecy?

Beste Sunny Bergman

Ik heb u hoog zitten als documentairemaakster. Uw werk raakt de tijdgeest en roept op tot discussie en gesprek omdat het een vaak andere invalshoeken biedt om naar zaken te kijken. Waarschijnlijk trekt mij dat, omdat ook ík zoek naar andere invalshoeken, omdat alternatieven en het gesprek erover ons verder helpen. Na het lezen van de ingekorte versie van uw Van der Leeuwlezing in de Volkskrant moet mij echter iets van het hart.

Ik mis in uw lezing de uitnodiging om het gesprek aan te gaan. Ik zal u proberen uit te leggen waarom. Ik krijg uit uw betoog namelijk het gevoel dat het niet uitmaakt wat ik zeg of inbreng. Wat ik zeg zult u, zo maak ik uit uw betoog op, altijd als een bevestiging van uw gelijk opvatten. Enkele voorbeelden.

handen

foto: Regina Coeli

Als ik zeg dat ik, in tegenstelling tot wat u schrijft, als blanke (volgens u witte), hoogopgeleide man, mijzelf niet als fragiel zie en als wel behorende tot een raciale categorie, dan loop ik het risico dat u zult antwoorden dat ik door zo te reageren blijk geef van ‘boosheid en verontwaardiging’, dat ik mij aangevallen voel omdat ik word beschuldigd van racisme en dat zijn nu precies de kenmerken van ‘white fragility’ dat u leent van Robin DiAngelo.

Het begrip ‘witte superioriteit’ dat u leent van Gloria Wekker. Ik beken, ik vind menig Wildersaanhanger ‘dom’, maar dat heb ik ook met VVD’ers, GroenLinksers, PvdA’ers, CDA’ers enzovoorts. Die opvatting baseer ik niet op hun politieke voorkeur, maar op de manier waarop ze hun meningen, plannen en opvattingen onderbouwen. Als iemand op een vraag op onderbouwing antwoordt: ‘dat heb ik gelezen op Facebook’ of ‘dat heeft …. gezegd’ of nog platter: ‘dat vind ik gewoon’, dan houdt het voor mij op. Als politieke partijen bijvoorbeeld het vluchtelingenprobleem willen oplossen via opvang in de regio en daarbij helemaal voorbij gaan aan het probleem van de vluchteling, dan houdt het op. Betekent dat meteen dat ik mezelf superieur vind en het daardoor moeilijker vind om mijn ‘witte’ superioriteit’ te onderzoeken?

Dan de vraag of ik ‘witte superioriteit’ heb, als ik het zo tenminste goed omschrijf? Heb je het, lijdt je eraan of wordt je erdoor verblind? Ik ben er in ieder geval nooit van uitgegaan dat ik wel die ‘neutrale scheidsrechter’ kon spelen. Ik identificeer mij en Nederland niet met een zelfbeeld van ‘klein, onschuldig land’. Als historicus ben ik me er terdege van bewust dat er in het verleden verschrikkelijke zaken gebeurden en dat ook mensen die uit het gebied dat nu Nederland heet, zich daaraan schuldig hebben gemaakt. Slavernij is echter geen blanke uitvinding. Het is een menselijke uitvinding waaraan alle kleuren mensen zich schuldig maakten en het slachtoffer van waren. Ik weet niet of u nog weet van het Europese feodale stelsel, een stelsel met vele horigen en dat is een andere naam voor ‘slaaf’. Zo waren er ook vele blanke slaven in de Arabische wereld en werden vele donkere mensen door andere donkere mensen gevangen of ontvoerd en tot slaaf gemaakt. Ik weiger echter om de complexiteit van het verleden te vereenvoudigen tot ‘zwart’ tegen ‘wit’ met ‘wit’ als bij voorbaat fout. Want dat is wat ik proef in het denken van u en Gloria Wekker.

Ik weiger mee te gaan in een dergelijke, zoals ik het zie, oversimplificering van de werkelijkheid. In een artikel bij de Correspondent zette Gloria Wekker haar denken begin dit jaar uiteen en in een reactie daarop heb ik mijn vragen erbij verwoord. Dat mensen mensen bevoordelen die veel op hen lijken, is niet iets wat alleen licht gekleurde mensen hebben. Denk maar eens aan de donker gekleurden die over hun kleurgenoten spreken als ‘brothers en sisters’. Dergelijk taalgebruik sluit ook mensen uit. Dat bevoordelen soms te ver gaat en tot discriminatie leidt, daar ben ik me terdege van bewust. Daarvoor wil ik mijn ogen niet sluiten en daar wil ik tegen strijden. In die strijd kunnen we ons vinden, maar niet als dat betekent dat ik mee moet in het denken van u en Wekker. Dat weiger ik. Ik weiger om, u te citeren, te: “accepteren dat we in mindere of meerdere mate gesocialiseerd zijn met witte superioriteit,” en dat wij ‘witte mensen’ dat moeten accepteren. Al denk ik dat dit u waarschijnlijk zal bevestigen in uw denken. Want net als het zetten van kanttekeningen bij  ‘white fragility’ zal ook het stellen van vragen en het ter discussie stellen van ‘witte suprematie’ worden gezien als een bevestiging van het hebben van, lijden aan of verblind zijn door die ‘witte suprematie’.

Mocht ik het mis hebben en u wilt toch het gesprek aangaan, neem contact met mij op.

Met vriendelijke groet,

de Ballonnendoorprikker

Zwarte Pieten met zwarte Piet

Op de opiniesite Joop een interessant artikel van docent Toegepaste Psychologie Henk Verhoeven. Verhoeven betoogt dat de Westerse cultuur superieur is en dan bedoelt hij niet: “klompen, oranje, Sinterklaas – met of zonder zwarte Piet – molens, nederwiet, ons gedoogbeleid of de Elfstedentocht. Evenmin dekken de Joodse of Christelijke elementen de lading. Oppervlakteverschijnselen of toevallige uitingsvormen bepalen niet de kern van die cultuur.” Voor hem blijkt de superioriteit van een cultuur uit: een samenleving zonder armoede, geweld en uitbuiting, goede gezondheidszorg en onderwijs voor je kinderen, individuele vrijheid, harmonieuze relaties met mensen om je heen en de mogelijkheid je leven zelf vorm te geven.”  Hij onderscheidt vier cultuurelementen: “het vermogen negatieve emoties te remmen, de kunst positieve emoties te activeren, rationaliteit en decentrale besluitvorming.”

zwarte-pietIllustratie: Catawiki

In opdracht van De Telegraaf is een onderzoek naar zwarte Piet uitgevoerd met als uitkomst: “driekwart van de mensen (is) niet voor aanpassing van het uiterlijk.” De Telegraaf lijkt te suggereren dat het eenvoudig is, een ruime meerderheid wil Zwarte Piet behouden en dan behouden we hem, democratisch toch? Dat er mensen zijn die zich diep gekwetst voelen, doet dan niet ter zake.

Nu behoort zwarte Piet, daar heeft Verhoeven het gelijk aan zijn zijde, niet tot de cultuur. Maar toch. Wat zien we als we het debat over zwarte Piet langs de vier cultuurelementen van Verhoeven leggen? Zien we dan niet heel veel mensen, zowel voor- als tegenstanders, die hun negatieve emoties moeilijk tot niet kunnen remmen? Overheersen die nu niet de positieve emoties: “creativiteit, initiatief, ondernemerschap, vooruitdenken en het optimistische geloof problemen aan te kunnen en projecten te realiseren”?

En dan de rationaliteit die: “impliceert ook humanisme; namelijk dat samenwerking verstandig is en geen zero-sum game is,” aldus Verhoeven. Aan de ene kant zijn er mensen die vinden dat zwarte Piet een belangrijk onderdeel van een sinterklaastraditie is die heeft niets met racisme heeft te maken. Aan de andere kant mensen voor wie zwarte Piet een kwetsend symbool van racisme en slavernij is. Hebben ze, vanuit hun perspectief bekeken niet allebei gelijk en kunnen ze alleen niet voorbij het eigen gelijk kijken? Zien ze het als een zero-sum game?

Wat zegt het als democratie wordt teruggebracht tot het JA of NEE zeggen? Is dat de beste manier van decentrale besluitvorming: “de overtuiging dat er niet één persoon is die onder alle omstandigheden, op alle momenten, alle soorten problemen kan oplossen, maar dat de hiervoor benodigde kwaliteiten verspreid zijn over veel mensen, en die dus op een georganiseerde manier in de besluitvorming betrokken moeten worden”?

Verhoeven concludeert als hij culturen langs deze maatstaf legt dat: “onze cultuur beter (is) dan alle andere culturen die ik ken (…en, o ja, Trump en Wilders zijn net zo slecht geïntegreerd in die cultuur als moslims die vrouwen besnijden of homo’s van flatgebouwen willen gooien..). Hoe geïntegreerd zijn de deelnemers aan het zwarten Pieten met zwarte Piet?

Utopische inspiratie

“Ik ben vandaag Parlermitaan op een andere manier dan gisteren en waarschijnlijk ook dan morgen,” een uitspraak van Leoluca Orlando de burgemeester van Palermo in de documentaire Tegenlicht van zondag 30 oktober 2016. Een documentaire over een bijzondere man die een bijzondere boodschap verkondigd. Een boodschap die lijkt te vloeken met de tijdgeest. Hij pleit voor mobiliteit als mensenrecht, een recht waardoor iedere wereldburger kan gaan en staan waar hij wil.

9789047708742

Een bijzondere uitspraak omdat die uitspraak ontwikkeling laat zien. De dynamiek van het leven. Dat overtuigingen van vandaag, morgen achterhaald kunnen zijn. Nu waren er in het verleden meer mensen de overtuiging toegedaan dat morgen er anders uit zou zien dan vandaag. Voor de een stond vandaag in het teken van de communistische heilstaat van morgen, voor de andere in het duizendjarige rijk en voor weer anderen in de absolute vrijheid van de markt.

Bij het zien van de documentaire moet ik denken aan De koning van Utopia. Nieuw licht op utopisch denken, het laatste boek van Hans Achterhuis. Na een jarenlang onderzoek naar grote, alles omvattende utopieën stond Achterhuis afwijzend tegen alles wat ook maar naar utopie rook. In dit boek komt hij daar een beetje op terug. Ik moest vooral aan de laatste passage uit het boek denken: “Deels gaat het hierbij om een herovering en verdediging van traditionele ruimtes en activiteiten, deels ook om de verovering van nieuwe vormen van gemeenschap. Vooral voor dat laatste is utopische inspiratie onmisbaar. Laten we niet alleen vasthouden aan de belangrijke waarden uit de traditie, maar ons ook richten op de toekomstige vernieuwing daarvan.” Een idee dat in schril contrast staat met de de diverse verkiezingsprogramma’s die vooral aan de traditie willen vasthouden. Programma’s die veelal pleiten voor het fysiek sluiten van grenzen en het emotioneel laten vallen van de luiken voor de noden elders.

Zou het recht op mobiliteit waarvoor Orlando pleit, niet een belangrijke vernieuwing kunnen zijn? Een utopische inspiratie? Alhoewel, met Schengen heeft Europa laten zien dat het kan. Een vernieuwing die iedereen de mogelijkheid geeft om te doen wat nu alleen aan de rijken is voorbehouden? Omdat: “Welcome is the best guaranty for safety,” zoals Orlando zegt? Of tonen we Orlando’s gelijk aan, dat ‘de rijken egoïsten zijn en de armen genereus’. Houden we grenzen en luiken gesloten en is morgen gelijk aan vandaag en liever nog aan gisteren?

De heilige Nederlander

Op de site Opiniez verwijt Peter van Dijken minister Bussemaker dat zij volhardt in linkse fouten. Van Dijken: “In plaats van hen (nieuwkomers) te wijzen op de welhaast onbegrensde mogelijkheden die het wonen in dit land met zich meebrengt, moedigt zij hen aan om vooral vast te blijven houden aan hun ideeën (over homo’s, vrouwen, Joden, andersdenkenden) die vijandig staan ten opzichte van de kernwaarden van onze maatschappij.” En: “Door deze opstelling laat links Nederland zien dat het blijft wegkijken en het wensdenken boven de ratio blijft stellen.” Nogal een verwijt en of Bussemaker dit wel of niet doet, daar gaat het mij niet om. Mij gaat het om de verhouding tussen ‘ideeën’ en de ‘kernwaarden’ van onze maatschappij.

voltaire

Illustratie: Citations et Pensées | QQ Citations

Van Dijken verwijt nieuwkomers dat zij vreemde ideeën hebben. Ideeën die niet stroken met onze kernwaarden. Is niet juist een van die kernwaarden dat iedereen zijn eigen opvattingen en ideeën mag hebben? Ook over homo’s, vrouwen, joden, islamieten, atheïsten enzovoort. Dat iemand mag vinden dat democratie een waardeloos en achterhaald principe is. Dat iemand mag vinden dat het enige recht van een vrouw het aanrecht is. Dat iemand mag vinden dat zwarten toch echt superieur zijn aan blanken. Dat iemand mag vinden dat homoseksualiteit is strijd is met de wetten van god of de natuur. Dat iedereen zijn leven op zijn eigen manier kan en mag vormgeven, zolang de wet maar geen geweld wordt aangedaan. Dezelfde wet die ook voor alle anderen geldt. Is die vrijheid niet de belangrijkste kernwaarde van onze maatschappij? Om Voltaire aan te halen: “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen.”

Is het niet juist Van Dijken die deze vrijheid en daarmee onze democratische samenleving geweld aan wil doen door van mensen die van elders komen te eisen dat zij ‘hun ideeën’ vervangen door ‘onze’? En nu we het over ‘onze’ hebben, zijn alle Nederlanders wel even tolerant voor homo’s, vrouwen, joden en andersdenkenden? Hoe tolerant is de SGP voor vrouwen? Hoeveel gelovige Nederlanders zijn er die homoseksualiteit als een ziekte zien? Zou er geen enkele Nederlander zijn die joden haat? En hoe tolerant we voor andersdenkenden zijn, is dagelijks te lezen op sites als joop.nl, ThePostOnline.nl en vele andere. Zijn Nederlanders wel zo heilig als Van Dijken ze afschildert?

‘Aflaten’ en ‘afpersen’

Het CDA wil: “een stevig debat over onze gedeelde waarden, de betekenis van burgerschap of rechtvaardigheid in onze samenleving.” Gisteren besteedde ik aandacht aan de gedeelde normen en waarden en  vroeg mij af of de partij een debat wilde of les wilde geven in ‘burgerschap’. Laten we vandaag eens kijken naar een debat over rechtvaardigheid. Een van mijn favoriete onderwerpen, waarover ik al eerder schreef.

aflaat

Foto: CuBra

Wat voor het CDA rechtvaardig is, wordt niet duidelijk. Het verkiezingsprogramma geeft geen definitie en haakt niet aan bij het rechtvaardigheidsdebat in de wetenschap. Jammer, want dan zou de positie van de partij in het debat duidelijk worden.

Dan maar op een indirecte manier, via de vluchteling. “Het huidige vluchtelingenverdrag is op deze problematiek en omvang niet geschreven en moet daarom worden aangepast, om meer opvang in de regio en tijdelijke opvang elders mogelijk te maken.” De regio was al vaag, elders is nog vager en biedt slechts één zekerheid: het is niet hier. Wordt het probleem zo niet bij andere landen gelegd? Landen  die er ook niet om hebben gevraagd. Landen die er zelf veelal niet al te best voor staan, alleen met de opvang van vluchtelingen op te zadelen en als rijk en welvarend land alleen wat geld over te maken? Landen ‘in de regio’ die trouwens al het overgrote deel van alle vluchtelingen opvangen. Is dat een van die:  “… solide en houdbare oplossingen nodig om nieuwe drama’s te voorkomen”? Is dit afkopen via ‘aflaten’ de nieuwe manier waarop de christelijke naastenliefde wordt vormgegeven? Nog belangrijker, hoe rechtvaardig is dit afkopen via ‘aflaten’?

Als er in een land waaruit veel mensen zijn gevlucht eindelijk vrede is, dan moet het verplicht alle vluchtelingen uit Nederland terugnemen. Want: “landen die niet meewerken krijgen geen ontwikkelingshulp en komen niet in aanmerking voor handelsverdragen of andere vormen van samenwerking.” Het CDA volgt hier de VVD. Hoe rechtvaardig is deze neokoloniale vorm van ‘afpersen’?

Gelukkig blijft de deur op een kiertje staan voor vluchtelingen die ‘werkelijk in nood verkeren.’ De Syriër hoort daar waarschijnlijk niet bij. De ‘werkelijke vluchteling’ krijgt: “een ontheemdenstatus, waarbij … vanaf het begin af aan eerlijk en duidelijk wordt vermeld dat het verblijf hier tijdelijk is.” Als er vrede is in het land van herkomst, moet hij weer terug om dat land mee op te bouwen. Hoe menselijk is die onzekere ‘ontheemdenstatus? Onzeker omdat die ieder moment kan worden ingetrokken. Hoe rechtvaardig is het om zo iemands leven moeilijk tot onmogelijk te maken?

 

Universitaire diversiteit

De Universiteit van Amsterdam is in de ban van diversiteit. Een diversiteitscommissie onder leiding van Gloria Wekker is aan het werk. Dit leidt tot veel discussie. In de Volkskrant pleit universitair docent conflictstudies aan de UvA Martijn Dekker voor een universiteit die ongelijkheid bestrijdt. Bestrijdt door ‘affirmative action’ zoals hij het noemt: het ondersteunen en soms bevoordelen van mensen die vanwege oorzaken buiten henzelf om, een achterstand hebben.

diversiteit

Foto: www.rectec.nl

Achterstanden veroorzaakt door vooroordelen, stereotypen en angsten. Achterstanden door je huidskleur of de sociale status van je ouders. Vanwege deze achterstanden leidt gelijke behandeling van mensen tot ongelijke resultaten: “als je het gelijkheidsbeginsel in die situatie gaat toepassen, dan komt dat voornamelijk ten goede van hen die al een voorsprong hebben.” Hiermee zet hij zich af tegen de filosoof Sebastien Valkenberg die in dezelfde krant pleit voor gelijke behandeling van iedereen: “Wat is het gelijkheidsbeginsel nog waard als het terzijde wordt geschoven zodra het even niet uitkomt?” Voor Valkenberg moet kwaliteit centraal staan.

Als aanhanger van de rechtvaardigheidstheorie van John Rawls en de erop voortbordurende  vermogensbenadering van Martha Nussbaum en Amartya Sen, kan ik mij vinden in het betoog van Dekker. Toch wringt er iets in Dekkers betoog en vooral in zijn gebruik van cijfers. Dekker: “Slechts 15 procent van de studenten (van de Universiteit van Amsterdam) heeft een zwarte, migranten- of vluchtelingenachtergrond, tegenover 51 procent van de jongeren in Amsterdam. Dit moet toch zelfs de grootste liberaal aan het denken zetten?” Dekker zou een punt hebben als die Universiteit alleen toegankelijk zou zijn voor inwoners van Amsterdam en als de inwoners van Amsterdam naar geen andere universiteit zouden kunnen. Dat is allebei niet het geval. De UvA staat open voor iedereen en Amsterdammers kunnen ook naar Groningen.

Is een vegelijking met de jeugdige bevolking van Amsterdam dan wel de juiste? Laten we de populatie van de UvA eens vergelijken met de Nederlandse bevolking. Nederland kent iets meer dan twee miljoen jeugdigen van vijftien tot vijfentwintig jaar (de studentenleeftijd) ongeveer 520.000 hiervan is allochtoon. Hiervan zijn er 340.000 niet westers (zwarte, migranten of vluchtelingen achtergrond), dat is zeventien procent. De situatie is daarmee lang niet zo dramatisch als Dekker schetst. Sterker nog, zou je niet kunnen concluderen dat de UvA er nog niet is maar wel goed op weg is?