Economie volgens Van Klaveren (1 van 7)

Bij ThePostOnline geeft Joram van Klaveren van de nieuwe ‘klassiek-liberale’ partij VNL, zijn economische visie. Daar waar GroenLinks voorman Jesse Klaver pleit voor minder, pleit hij voor meer economisme. In ongeveer 650 woorden zet hij zijn visie op de wereld in het algemeen en de economie in het bijzonder neer. Het kost mij helaas meer dan zes keer zoveel woorden om er wat van te zeggen. Zes keer zoveel omdat hij relaties legt die er niet zijn en zaken beweert die hij niet onderbouwt. In verschillende delen, zal ik zijn bijzondere kijk op economie onderzoeken, bevragen en van kritische noten voorzien. Dit kost meer dan één A-4tje, laat staan in 140 tekens omdat achter de redeneringen van Van Klaveren een hele grote, gecompliceerde en genuanceerde wereld schuilgaat. Laat ik beginnen met mijn hoop uit te spreken dat Van Klaveren niet representatief is voor politici in het algemeen en de andere 149 kamerleden in het bijzonder. Dat zou te denken geven. Deze woorden komen tot jullie in verschillende prikkers die ieder zijn gewijd aan een specifiek punt uit het betoog van Van Klaveren. Het zijn er zeven en om de dag komt er een. Plak ze allemaal achter elkaar en je hebt een lange analyse van de economische plannen van Van Klaveren.

Van KlaverenFoto: www.dagelijksestandaard.nl

Verleden, heden, toekomst

Van Klaveren start met een ronkende passage: “Door in te zetten op de fundamentele uitgangspunten voor welvaart: vrij ondernemerschap, individualisering, lage belastingen, deregulering en het principe van prijsbepaling door vraag en aanbod. Kortom, inzetten op meer economische vrijheid,” zullen we: “inkomens creëren, welvaart vergroten en armoede verkleinen.”  Het leest lekker weg en lijkt logisch en past in het dominante neoliberale discours. Maar toch. Van Dale geeft een “toestand van maatschappelijke voorspoed,” als betekenis voor welvaart. Zijn de door Van Klaveren genoemde zaken fundamentele uitgangspunten voor welvaart? Kan er zonder deze ‘fundamentele uitgangspunten’ geen welvaart zijn? En welvaart voor wie? Heeft welvaart wel uitgangspunten? Als we naar het verleden kijken, dan zijn er diverse rijken en landen geweest waar het maatschappelijk voorspoedig ging, neem het Romeinse rijk, de Inca’s of het oude Egypte. Kenden deze vrij ondernemerschap? Was individualisering er niet ver te zoeken? Speelde de markt niet een heel marginale rol, laat staan de vrije markt? Van Klaveren lijkt te denken dat het huidige economische systeem met een belangrijke rol voor de vrije markt en ondernemers, altijd heeft bestaan. Hij kent aan het huidige economische systeem eeuwigheidswaarden toe die het niet heeft. Niet naar het verleden en waarschijnlijk ook niet naar de toekomst. Want zou het niet toevallig zijn dat de economische ontwikkeling, precies nu wij leven, haar eindpunt heeft bereikt?

Free to choose

Het basisinkomen krijgt steeds meer aandacht. Een burgerinitiatief is al door bijna 50.000 mensen ondertekend. In Zwitserland zijn ze al een stapje verder. Daar wordt een referendum gehouden over het invoeren van een basisinkomen. Peter de Waard besteedt hier zijn column in de Volkskrant aan. Het Zwitserse basisinkomen zou 2.500 frank per maand bedragen en moet in de plaats komen van andere sociale regelingen zoals pensioenen, werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, bijstand, studiebeurzen en kinderbijslag.

basisinkomenIllustratie: www.flickr.com

De Waard gebruikt een rekensom om de onbetaalbaarheid van het basisinkomen aan te tonen: “Nu verdient een Zwitsers echtpaar met allebei een parttime baan van 50 procent in het onderwijs ieder 3.500 frank: samen 7.000 frank. Wie na de invoering van een basisinkomen geen dief van de eigen portemonnee wil zijn, kiest ervoor een van de parttimers fulltime te laten werken voor 7.000 frank, waarna de ander thuis nog eens 2.500 binnenhaalt: samen 9.500 frank.” Het gezin zou zo netto 2.500 frank meer te besteden hebben en wie moet dat betalen?

Maakt De Waard niet een basisfout door alleen de partner die niet werkt een basisinkomen toe te rekenen in laats van aan beiden? Maar dat zou de onbetaalbaarheid nog verhogen omdat het gezin dan 5.000 frank meer te besteden heeft. Alle reden dus om tegen een basisinkomen te zijn. Zeker als er: “…geen mensen meer zijn te vinden voor vuil en onaangenaam werk, dat nu vaak laagbetaald is.”

Of toch niet? Het basisinkomen moet ergens uit worden betaald en dat kan alleen maar uit belastinginkomsten. Andere inkomsten heeft een overheid niet. Zou een basisinkomen niet betekenen dat die werkende partner meer belasting moet betalen om zijn eigen en het basisinkomen van zijn partner mee te betalen? Dat het belastingstelsel veel progressiever wordt dan het nu is? Dat aftrekposten, zoals de hypotheekrente-aftrek, vervallen. Dat hij voor een fulltime functie dan netto geen 7.000 frank overhoudt, maar wellicht maar 2.500 of zelfs maar 2.000? In dat laatste geval heeft het gezin net zoveel te besteden als voor de invoering van het basisinkomen. En zou het voor mensen met een topinkomen niet kunnen betekenen dat hun besteedbaar inkomen zelfs daalt?

Maakt De Waard niet de fout om te suggereren dat een basisinkomen is bedoeld om iedereen iets extra’s te geven? Is het niet bedoeld om mensen een redelijk bestaan en meer keuzevrijheid te bieden? De vrijheid om minder te werken, anders te werken of om niet te werken?

En over dat vuile werk hoeft hij zich geen zorgen te maken. Als het echt noodzakelijk is, dan zal de beloning stijgen waardoor mensen het toch gaan doen. Of, en dat zou beter zijn, het wordt geautomatiseerd. Nu kan het tegen lage beloning omdat mensen geen keus hebben, met een basisinkomen is die keuze er wel.

En ’t werd zomer

“De overheid als grote herverdeler, als bezorger van banen en een basisinkomen. Een overheid die ondernemers hun winsten afroomt en verwacht dat zij risico’s voor lief nemen. Een droomwereld waar de overheid zorgt en regelt, waar nivelleren een nationale feestdag heeft en waar kleinschalige landbouw 7 miljard mensen voedt.”  Dat is het grote ‘linkse’ wensdenken volgens Roderick Veelo in zijn column op RTL Z.

Zwaluw.jpgFoto: zoom.nl

In die column verwijt hij ‘links’ dat het onmogelijke zaken belooft, dat weet en eenmaal aan de macht deze beloften moet breken dus liegt. Hij vraagt zich af waarom het vertrouwen van links in de overheid nog fier overeind staat na alle ellende die de overheid heeft veroorzaakt. Want de crisis is immers een gevolg van het beleid van de Amerikaanse regering dat iedere Amerikaan een eigen huis zou moeten bezitten, aldus Veelo. Dit heeft immers tot al die rommelhypotheken geleid. Is het beloven van zaken die niet waar worden gemaakt alleen iets van ‘links’ of is dit eigen aan de politiek?

Ja, inderdaad heeft overheidsbeleid in Amerika de weg vrijgemaakt voor rommelhypotheken die uiteindelijk tot de financiële en economische crisis hebben geleid. Alleen, zouden daar niet wat stappen tussen zitten? Was dat beleid niet gebaseerd op het ‘rechtse’ neoliberale vrije-markt-utopisme? Het absolute vertrouwen in de vrije markt en het absolute wantrouwen in de overheid? Leidde dit beleid er niet toe dat de overheid de rol van toezichthouder op de markt slechts zeer beperkt invulde? En bood dat de banken en financieel dienstverleners niet de mogelijkheid om veel verder te gaan in het verlenen van kredieten dan goed voor hen en voor de kredietontvangers was?

Kwam deze crisis niet van ‘rechts’? En is dat ‘rechtse’ neoliberale vrije-markt-utopisme niet nog steeds dominant in politiek en bedrijfsleven? Heeft het niet werkelijke hervormingen weten tegen te houden?

Liet de periode tussen 1945 en pak weg 1970 zien wat een actieve overheid kon bereiken: welvaartsgroei voor iedereen bij een beperkte inkomens- en vermogensongelijkheid, welvaarts- en economische groei, innovatie gebaseerd op overheidsinvesteringen? Zou het ‘linkse’ vertrouwen in de overheid hierop gebaseerd zijn?

Inderdaad kon het Griekse Syriza haar belofte niet waarmaken, het strijden tegen een ‘rechtse’ neoliberale overmacht. ‘Een zwaluw maakt nog geen zomer,’ luidt het spreekwoord. Wat als Syriza de eerste zwaluw is? Inmiddels is er Podemos in Spanje doet Jesse Klaver het goed in Nederland, hebben we Corbyn in Engeland en Sanders in de VS. Zou het toch zomer worden?

Creativiteit en voorspelbaarheid

Adviezen heb je in soorten en maten. Soms lees je er een en vraag je je af wat ze nu bedoelen. Het rapport Winnaars van morgen, opgesteld onder leiding van de KNVB is er zo een. Tenminste, dat wat erover in de Volkskrant is verschenen.

Met de voor velen in Nederland belangrijkste bijzaak, het voetbal, gaat het immers niet zo goed. Komende zomer ontbreekt Nederland op het Europees kampioenschap waar de helft van alle landen aan deel neemt. Nederlandse clubs schoppen in de Europese competities geen deuk in een pakje boter. Ook is, volgens de deskundigen, het voetbal in de Eredivisie niet om aan te zien.

VoetbalFoto: www.bet.nl

Vele nationale en internationale toptrainers zijn gevraagd om hun mening en inbreng. Hun analyse en advies: “laat jullie voetbalcultuur niet los, de cultuur van aanvallend, dominant, creatief en positief arrogant voetbal, maar het moet beter. Jullie zijn te voorspelbaar, in je aanvallende en creatieve voetbal.” En toen kwamen de vraagtekens. ‘Te voorspelbaar in je creativiteit’? Creativiteit: het vermogen om iets te scheppen. Iets dat er niet was, iets nieuws. Hoe kun je te voorspellen zijn in creativiteit? Creativiteit is toch onvoorspelbaar?

“En we moeten stoppen met al die balletjes achteruit en breed. De bal moet goed en functioneel vooruit. Middenvelders in het jeugdvoetbal kijken vaak niet eens meer naar voren, en aanvallers rekenen niet eens meer op de bal.” Een uitspraak van de technisch manager van de KNVB, Jelle Goes. Hier is ‘voorspelbaarheid’ te lezen en een gebrek aan ‘creativiteit’. Zou dat de werkelijke analyse zijn? Dit lijkt een goede beschrijving van het Nederlandse voetbal.

Even naar het andere uiterste, naar Barcelona. De club van Messi. De club die wordt geroemd om haar creatieve voetbal. Alleen ontbrak die creativiteit een paar wedstrijden en zag het er in de kwartfinale van de Champions League tegen Atletico Madrid behoorlijk voorspelbaar uit. Het leek wel het Nederlands elftal, Ajax (met als extreem voorbeeld de wedstrijd tegen De Graafschap waar de club het kampioenschap miste) of een andere Nederlandse club. Rondspelen om de bal in bezit te hebben. Oorzaak, de creatieve spelers Messi en Neymar waren niet in vorm. Is creativiteit niet afhankelijk van creatieve individuen als Messi, Neymar en vroeger Maradonna, Cruijff en Pelé? Spelers die iets doen wat niemand verwacht?

Naast een geniaal voetballer en trainer is Cruijff ook bekend om zijn vele uitspraken. Uitspraken zoals: ‘De basis is de bal zo snel mogelijk onder controle krijgen, zodat je iets meer tijd hebt om te kijken.’ Een waarheid als een koe. Alleen heb je daar weinig aan als je speelt tegen super fitte spelers als die van Atletico Madrid. Door hun fitheid zijn ze eerder bij je en heb je nog steeds te weinig tijd om goed rond te kijken. Dat bewees de halve finale wedstrijd van die club tegen Bayern München. De Bayern spelers werden zo opgejaagd dat hen de tijd ontbrak om te kijken. En ook bij Bayern waren de ‘Messi’s’ er niet (Robben) of onder de maat (Ribéry). Is creativiteit dan toch afhankelijk van individuen?

De verbetertips: “… de kwaliteit van trainers, cursussen, het opleiden van echte verdedigers, hogere weerstand door sterkere competities te formeren, waarin de besten elkaar vaker treffen.” Dit lezend, denk ik aan Manchester City,  Chelsea. Teams die bestaan uit grote, sterke en fitte spelers. Spelers met een conditie om twee wedstrijden achter elkaar te spelen. Ze hebben alles behalve creativiteit. Dit lezend denk ik aan structuur, organisatie en discipline, aan alles behalve creativiteit. Creativiteit voelt zich niet thuis in structuren, zou dat niet ook voor voetballers gelden? Zou je creatieve voetballers niet vrij moeten laten en ze niet vangen in structuren? Neem Cruijff, die liep waar hij wilde, waar hij dacht dat het nodig was en deed vanaf die plek iets wat niemand verwachte. Sterker nog, hij werd niet eens op die plek verwacht. En Maradonna, die was ook niet aan een positie te binden en gebonden. Doet Messi nu niet precies hetzelfde? Zwerft hij niet ook over het veld?

Dit schrijvend, moet ik denken aan het boek De Barbaren van Alessandro Baricco. In dit boek beschrijft Baricco het steeds oppervlakkiger worden van de samenleving. Het draait steeds meer om de kick van het moment en niet om diepgang. Om snelheid in plaats van creativiteit en schoonheid. Ook het voetbal komt in dit boek aan de orde in de persoon van Roberto Baggio. Voor degenen van jullie die het niet weten of niet meer weten, Roberto Baggio was een geniale ouderwetse nummer tien. Een spelmaker om je vingers bij af te likken, omdat hij oplossingen verzon die niemand zag en die niemand kon uitvoeren. Alleen jammer dat hij een van de spelers was die in de beslissende strafschoppenreeks in de finale van het WK van 1994 namens Italië een strafschop miste.

Baggio was een geniale specialist en die werden en worden steeds minder gewaardeerd. Generalisten zijn gevraagd. De back moet kunnen aanvallen en een voorzet geven, de centrale verdediger moet inschuiven, de aanvaller mee verdedigen. Ze moeten dus vooral fit zijn, veel lopen, de middenvelders nog het meest. Allemaal hebben ze een goede basistechniek, ze kunnen de bal redelijk snel onder controle krijgen en als ze de bal niet hebben, snel bij de man met bal zijn. Ze kunnen veel maar zijn niet creatief. Die opkomende back is blij dat hij de achterlijn haalt en slingert de bal dan blind voor. Hij heeft niet de rust en het overzicht van een ouderwetse buitenspits als John van ’t Schip. De rust en het overzicht om tijdens het hollen en draven rond te kijken waar de bal het beste naar toe kan. Maar ja, de John van ’t Schips verdedigden veel minder mee, ze spaarden hun energie. Alleen dat kan tegenwoordig niet meer, je moet immers mee verdedigen. Die middenvelder holt, weet misschien wel waar de bal naar toe moet, maar heeft niet de techniek en de rust om die man voor hem, op het verkeerde been te zetten en zo de ruimte te creëren om de bal daar te krijgen. Baggio kon dat wel. Maar ja, Baggio was grote delen van de wedstrijd afwezig. Dan leek het of hij droomde. Dat kan tegenwoordig niet meer, hij zou moeten meeverdedigen, gaten trekken, ruimtes afdekken. Daarom zat hij, tot groot verdriet van Baricco en anderen, in de latere jaren van zijn carrière, veel op de bank.

Tegenwoordig moet alles snel en daarover zegt Baricco het volgende: “Om ervoor te zorgen dat er alles kan gebeuren op elk deel van het veld, moet je snel rennen, snel spelen, snel denken. Middelmatigheid is snel. Genialiteit is traag. In middelmatigheid vindt het systeem een snelle omgang van ideeën en handelingen; in de genialiteit, in de diepzinnigheid van de edelste individu, wordt dat ritme doorbroken.” Waar zullen de verbetertips toe leiden? Tot creativiteit of voorspelbaarheid? Kun je genialiteit en creativiteit opleiden?

Zou een Cruijff doorbreken in voetbal waar de nadruk ligt op structuur, organisatie, discipline en vooral grote en sterke spelers? Welke trainer zou nu het gedrag van de jonge Cruijff accepteren, zou accepteren dat een broekie van zeventien zegt hoe het moet? De laatste eigenwijze topspeler (Clarence Seedorf) die ons land heeft voortgebracht, werd al op jonge leeftijd verdreven naar het buitenland en heeft nooit een belangrijke rol in het Nederlands elftal vervuld. Lezen we niet genoeg berichten van ‘lastige jeugdspelers’ die bij de topclubs de deur worden gewezen? Spelers als Oussama Tannane. Een creatieve dwarsligger, niet van het niveau Cruijff of Messi, maar wel eentje die iets bijzonders doet. Is de opgave niet om creatieve eigenwijze spelers de ruimte te geven? Ruimte die zij nodig hebben, maar er niet moet zijn voor alleen eigenwijze types?

Heeft Messi niet het geluk gehad dat Cruijff de lijnen had uitgezet bij Barcelona? Lijnen die ruimte boden voor Messi. De vraag is alleen of de ervaren, eigenwijze, oude Cruijff zijn jonge zelf de ruimte zou hebben geboden om tegen hem in te gaan?

En de boer, hij ploegde voort

“Tweederde boeren verdwijnt.” Een alarmerende kop waarmee Dagblad de Limburger op maandag 9 mei opende. Tussen nu en twintig jaar staat dit in Midden-Limburg te gebeuren, zo blijkt uit een onderzoek van de Rabobank Midden-Limburg. Het verdienmodel van bulkproductie tegen lage kostprijs heeft zijn langste tijd gehad. “De boer van de toekomst moet zich richten op onderscheidende producten en nichemarkten, marketing en innovatie,” zo valt te lezen. Dat vraagt om ondernemerschap en daaraan ontbreekt het bij de boeren. Daarom gaat de bank masterclasses ondernemerschap aanbieden.

PloegenFoto: nl.kverneland.com

Ter geruststelling van eenieder die hierdoor in paniek raakt. Tweederde van de boeren is allang gestopt. Dat het aantal boeren vermindert, is iets wat al bijna twee eeuwen aan de gang is. Het is al zo oud als de Industriële revolutie. Sterker nog, het is nog ouder. Niets nieuws onder de zon dus. In 2000 waren er nog 97.000 boerenbedrijven, in 2014 nog maar 65.000. Sinds 1950 daalt het aantal boerenbedrijven met gemiddeld 15 per dag. Dit alles leert het CBS ons.

Dat de resterende boerenbedrijven groter worden, is ook niets nieuws. De benodigde investeringen in gebouwen en materialen zijn immers hoog. Omdat dergelijke kapitaalintensieve investeringen goedkoper worden naarmate de productie hoger is, is het logisch dat de bedrijven groter worden.

Boeren zijn gemiddeld ouder dan de algemene bevolking. Als we de leeftijdsopbouw van de boeren  bekijken, dan was de meerderheid van de boeren in 2007 ouder dan 50 jaar. Door sterfte en vanwege ouderdom verdwijnt zo al een fors deel van de boeren. Zou het niet kunnen zijn dat dit veelal kleinere wat verouderde boerenbedrijven zijn? Bedrijven waarvan de gronden worden opgekocht door een jongere boer die hectares nodig heeft om te groeien?

Hebben boeren aan de afzetkant niet te maken met zeer grote inkoopcombinaties die hun macht gebruiken om prijzen te verlagen? En ook met consumenten die lage prijzen gewend zijn?

Bieden de ‘nichemarkten’ hoop? Hoeveel boeren en tuinders kunnen zich richten op een nichemarkt voordat die verzadigd is en de prijzen gaan dalen? Hoeveel ‘onderscheidende producten’ zijn er te verzinnen waarvoor een markt is? Hoe onderscheidend is een aardappel of gerst? Zijn die nichemarkten trouwens niet al bezet door innoverende en ondernemende boeren?

Geld voor het boerenbedrijf niet nog steeds dat je heel groot moet zijn op de bulkmarkt en dat dit ‘heel groot’ steeds groter wordt? Of met een klein bedrijf groot op een nichemarkt en dat dit klein ook steeds groter wordt?

The perfect circle

Een bijzondere uitspraak van het IJslandse parlementslid en hacker Brigitta Jóhnsdóttir: “Ik weet dat ik bespioneerd word vanwege mijn betrokkenheid bij Wikileaks en Snowden. Ik kan er niets tegen doen omdat het zo alomvattend is. En het ergste is dat iedereen die me belt dus ook wordt gevolgd. Iedereen die me schrijft ook.” Zij doet deze uitspraak in de Tegenlicht-documentaire Offline als luxe waarin aandacht wordt besteed aan het ‘permanent online zijn’. Wellicht kunnen we Jóhnsdóttir een dienst bewijzen door haar allemaal een brief te schrijven?

Apple CupertinoFoto: www.quotenet.nl

Volgens Jóhnsdóttir is het internet van een vrijplaats verworden tot een plaats waar grote bedrijven en ook overheden informatie over ons verzamelen en bewaren. Waar we zijn, met wie we contact hebben, waar onze interesses liggen, alles is interessant. En met het ‘internet of things’ zal dat alleen maar meer worden. Interessant voor overheden om onze ‘veiligheid’ in de ‘oorlog tegen het terrorisme’ en voor bedrijven omdat zij die informatie kunnen benutten en verkopen. Of zoals ze het zelf noemen, ons opmaat van dienst te kunnen zijn, onze vragen te beantwoorden voordat we de vraag gesteld hebben (‘anderen die dit boek kochten, kochten ook de volgende boeken’).

Positief? Een hele grote ‘maar’ die goed naar voren komt in het boek De Cirkel van Dave Eggers. Eggers voert dit namelijk tot in het extreme door: totale transparantie, alles wat je doet is openbaar. Het bedrijf ‘The Circle’ staat centraal, een bedrijf gevestigd in een cirkelvormig gebouw… . Het heeft iets ontwikkeld waardoor alle gezeur met wachtwoorden overbodig is. Het bedrijf wordt hierdoor het enige bedrijf dat alle informatie beheert en er flink aan verdient. Het monopoliseert informatie en niet alleen informatie, ook de democratie. Zo ontstaat op het eerste gezicht een blije vrolijke samenleving.

‘The Circle’ is een bedrijf zoals Facebook of Google graag willen zijn. Ook overheden en vooral hun veiligheidsdiensten zouden deze positie graag innemen: de machthebber over informatie. Het alziende oog. Het panopticum van Bentham, de cirkelvormige gevangenis met de bewakers in een toren in het midden.

Hoe past dit in ons vrijheidsbegrip? Je weet dat je altijd wordt bekeken en dat alles wat je doet, zegt en schrijft, wordt gezien. Wat betekent dit voor ons gedrag? ‘Als je niets verkeerd doet, heb je niets te vrezen’, is het obligate en veel gebruikte antwoord op deze angst. Alleen hoe weet je of je niets verkeerd doet? Want wat vandaag niet verkeerd is, kan morgen anders zijn. Woorden kunnen anders worden opgevat dan ze bedoeld zijn. Zou de spontaniteit hiermee verloren gaan?  Als we de Franse filosoof Michel Foucault (zie zijn boek Discipline, toezicht en straf. De geboorte van de gevangenis) mogen geloven, disciplineert ‘gezien worden’. Dat zou jammer zijn, want dan verliest het leven een van de charmes.

Waarom zou het nieuwe Apple hoofdkantoor een cirkelvorm hebben?

Back to the Future

“Begrijp me goed: ik ben hier niet tegen. Maar het werkt zo niet, ben ik bang. Lonen laten zich niet zo gemakkelijk omhoog praten, ook niet als vakbonden zich hard zouden maken voor een loongolf.” Zo betoogt Frank Kalshoven in zijn wekelijkse column in de Volkskrant. Dat ‘het’ waar hij over schrijft is een flinke loonsverhoging die ervoor zou moeten zorgen dat de binnenlandse bestedingen stijgen en dat tevens het grote handelsoverschot kleiner wordt. Volgens Kalshoven gaat het niet werken omdat de arbeidsmarkt ruim is en: “Op een ruime arbeidsmarkt pleiten voor een loongolf – omdat het macro-economisch lekker zou uitkomen – is wel begrijpelijk. Maar het gaat niet gebeuren.”

Back to the Future DeLorean Time Machine

Illustratie: en.wikipedia.org

Volgens de nu gebruikelijke economische theorieën heeft Kalshoven gelijk. Een te groot aanbod zorgt voor lage prijzen. Maar wat als er een permanent overaanbod is op de arbeidsmarkt? Wat als de de automatisering en robotisering tot minder werk leidt? Welke oplossingen bieden die modellen dan? Bieden ze wel oplossingen of moet er vanuit een ander paradigma naar oplossingen worden gezocht?

Dat laatste doet Paul Mason, economieredacteur bij Channel 4 News in zijn laatste boek Postkapitalisme. Een gids voor de toekomst. Hij betoogt dat het kapitalistische systeem op zijn einde loopt omdat steeds meer producten uit ‘informatie’ bestaan. Mason zoekt oplossingen voorbij de huidige kapitalistische economische modellen. Geen kapitalisme? Dat klinkt vreemd, we zijn immers niet anders gewend en de enige concurrent, het communisme, heeft bijna dertig jaar geleden het loodje gelegd. Zoals Mason terecht betoogt, is het kapitalisme pas iets van de laatste 250 jaar. De mensheid heeft eeuwen zonder gekund. In het boek beschrijft Mason het ontstaan van het kapitalisme en, in navolging van de Russische econoom Kondratieff, de verschillende ongeveer vijftig jaar durende cycli. Cycli met eerst een periode van voorspoed en ontwikkeling en daarna een ongeveer even lange periode van stagnatie en crises.

Een cyclus begint met een innovatie, denk aan de stoommachine, de spoorwegen maar ook aan de arbeidsdeling van Taylor en de lopend band van Ford. Dit trekt kapitaal omdat investeren hierin lucratief is. Het kost echter ook arbeid en om daar een plek voor te vinden worden nieuwe ‘markten’ ontwikkeld. Tegenwoordig zijn dat diensten en vooral diensten die eerst gratis waren zoals hulp in de huishouding, kinderopvang en ouderenzorg. Diensten die vroeger tot het huishouden behoorden. Als de markt verzadigd is, op het hoogtepunt van de cyclus, rendeert het kapitaal niet meer en dat gaat op zoek naar rendement. Dat zijn meestal financiële producten: er wordt geld met geld gemaakt. Tegenwoordig bijvoorbeeld de bundels van verschillende hypotheken, rentes en andere -swaps en dergelijke. Dit gaat een tijdje goed en dan klapt de financiële markt. Waarna een nieuwe cyclus begint.

De belangrijkste innovatie nu, is informatie. Informatie heeft tegenwoordig als kenmerk dat zij oneindig en onbeperkt wordt gedeeld en dat betekent dat de prijs ervan naar nul neigt en het dus gratis is. Kapitalisme kan hier, volgens Mason, niet mee omgaan omdat het een systeem is dat is gebaseerd op schaarste. Als een machine van €1 miljoen oneindig lang producten en dus oneindig veel kan maken, dan bedragen de machinekosten per product €1 miljoen gedeeld door oneindig en dat neigt naar € 0, dus gratis.

De enige manier waarop kapitalisme er wel mee kan omgaan, is via een monopolie en dat is wat we tegenwoordig zien. Facebook monopoliseert informatie die mensen er gratis in hebben gestopt. Google, Apple maar ook bijvoorbeeld Appie Heijn met de bonuskaart, doen precies hetzelfde. Zij monopoliseren informatie die zij gratis hebben gekregen. En die berg informatie neemt, volgens Mason, de komende jaren alleen nog maar toe. Omdat steeds meer apparaten aan het internet worden gekoppeld, het Internet of things. Het monopoliseren van informatie leidt in een netwerksamenleving tot steeds meer wrevel en die wrevel leidt tot wiki-oplossingen. Gezamenlijk ontwikkelde producten die geen eigenaar kennen en die gratis beschikbaar zijn. Producten zoals Linux, Android en Wikipedia waaraan mensen met veel energie werken zonder er ook maar een cent aan te verdienen. Hoeveel rendement kan kapitaal maken op gratis?

Een tweede reden waarom Mason voorbij het kapitalisme zoekt, heeft te maken met de ecologische crisis, gecombineerd met de bevolkingscrisis, groei in met name Afrika en vergrijzing in de rest van de wereld. Volgens Mason kan die crisis niet worden opgelost door de markt en dus niet binnen het kapitalisme. Die crisis vraagt om een ‘open source’ aanpak. Een aanpak waarbij we voort kunnen borduren op elkaars werk. Het kapitalisme, met een belangrijke rol voor eigendom en patenten, maakt een dergelijke aanpak onmogelijk

Een overgang naar postkapitalisme gaat niet van de ene op de andere dag, daar gaan jaren overheen. Het feodalisme is immers ook niet van de ene op de andere dag verdwenen. Mason ziet vier topdoelstellingen op de korte termijn voor zijn postkapitalisme-project. Het terugdringen van de CO2 uitstoot, het stabiliseren van het financiële systeem, het bieden van materiële voorspoed en als laatste het afstellen van de technologische ontwikkeling op het terugdringen van ‘noodzakelijke arbeid’. Dit laatste om de transitie naar een geautomatiseerde economie te bevorderen en daarmee een samenleving waarin werk niet langer belangrijk is. De vrije beschikbaarheid van informatie is voor deze doelstellingen cruciaal. Zijn beleidsvoorstellen bevatten daarom het stimuleren van WIKI oplossingen, het beteugelen of socialiseren van monopolies en ook het financieel systeem.

Terug naar de arbeidsmarkt. Die is ruim en Mason pleit voor nog veel meer ruimte. Hij wil immers een samenleving waarin werk geautomatiseerd is, een arbeidsvrije samenleving. Volgens de huidige economische logica is loonsverhoging een manier om die ruimte te creëren. Als arbeid duurder wordt, zal er sneller naar een machinale, dus geautomatiseerde oplossing worden gezocht. Probleem is alleen, zoals Kalshoven aandraagt, dat de arbeidsmarkt al ruim is en naar verwachting ruim zal blijven. Bovendien is de arbeidersmacht zeer beperkt omdat de positie van vakbonden sinds de jaren tachtig ernstig is uitgehold. Een gebeurtenis die Mason ook beschrijft. Wie dwingt die hogere lonen af? Toch hoeft de zwakke vakbondsmacht geen belemmering te zijn. De acties voor een verhoogd minimumloon in de VS, kennen successen. Successen met als keerzijde dat er banen door verdwijnen en er weer nieuwe moeten komen. Laagwaardige banen die Mason ‘bullshit banen’ noemt zoals boodschappen inpakkers, banen zoals de oude Melkert-, en ID banen in Nederland. Banen zoals ze nu gecreëerd moeten worden om de Participatiewet een succes te laten zijn. Mason wil af van de centrale rol van arbeid.

Een van de maatregelen die Mason bepleit, is het basisinkomen. Dit laatste tenminste voor zo lang als nodig. Want als bijna alles gratis is, dan is inkomen overbodig. Zou een basisinkomen voor krapte op de arbeidsmarkt kunnen zorgen omdat mensen hun ‘bullshit baan’ opzeggen of gedeeltelijk stoppen met werken? Krapte waardoor de innovatie die nodig is om de geautomatiseerde economie dichterbij te brengen, wordt aangewakkerd?

Het interessante van Mason is dat hij buiten de gebaande paden kijkt en zoekt. Alhoewel buiten de gebaande paden? In hoeverre verschilt de ideale netwerksamenleving van Mason waarin delen centraal staat, van de oude pre-kapitalistische samenleving? Het ‘netwerk’ was veel kleiner, maar delen en gezamenlijkheid stonden daarin centraal. Misschien moeten we de verbouwde DeLorean Van Emmett Brown (Doc) uit Back to the Future lenen en net als Marty McFly teruggaan naar het verleden om daar ideeën en contouren voor de toekomstige samenleving op te doen.

Het regent in Engeland

“Langer werken, stelt hij bovendien, was vroeger heel gewoon, en in China nog steeds.” De reactie van de Britse minister van Volksgezondheid Jeremy Hunt op de staking van ziekenhuisartsen in opleiding, de junior doctors. Die staken omdat de minister een zevendaagse gezondheidszorg wil zonder extra personeel en geld. De werkweek van de artsen is nu begrensd op 72 uur, die gaat vervallen. Dit roept de vraag op of er in Engeland dan dagen zijn waarop er geen zorg is. Daar gaat het nu niet om. Het gaat om de uitspraak van Hunt.

regenFoto: www.urban75.org

Vroeger was het onthoofden van criminelen heel gewoon en in Saoedi-Arabië en bij IS is dat nog steeds heel gewoon. Dus maar weer invoeren? Vroeger was er een absolute vorst en hadden we als ‘gepeupel’ niets in te brengen en in Noord-Korea is dat nog steeds het geval. Dus maar weer invoeren? Vroeger hadden we een kerkelijke inquisitie die heidenen en zondaars strafte en in Pakistan en bij IS is dat nog steeds zo. Dus maar weer invoeren? Eenzelfde redenering als Hunt: ‘in China werken ze langer en vroeger was dat ook hier heel gewoon.’ Zet Hunt hier anderhalve eeuw aan beschaving bij het vuilnis?

Niet alleen beschaving. De geschiedenis van de verkorting van de arbeidstijd leert dat door die verkorting de arbeidsproductiviteit toenam. Zweden denkt er mede daarom over om de werkdag te verkorten van 8 naar 6 uur. De medewerkers hebben dan meer energie en kunnen zich beter concentreren. Wat zou het terugdraaien ervan betekenen voor de arbeidsproductiviteit?

Dezelfde geschiedenis leerde ons ook dat het aandeel bedrijfsongevallen flink verminderde door het verkorten van de arbeidstijd. Logisch als je de Zweden mag geloven, meer energie en betere concentratie voorkomt fouten en ongelukken. Zou minister Hunt geopereerd willen worden door een arts die aan zijn 8-ste uur begint die week? Wat zou dit betekenen voor de gezondheid van mensen en de kosten van de zorg? In ieder geval moeten de artsen dan nog langer werken.

Van de Franse Beeldhouwer Auguste Rodin is de uitspraak: “Beschaving is niet meer dan een verflaagje dat bij de minste regen verdwijnt.”  Zou die Engelse regen aan ons voorbij gaan?

De doorbraak naar duurzaam

Een klein artikeltje in Dagblad de Limburger van donderdag 17 maart, maakte gewag van de wensen van de PvdA voor 2026. Dan mogen er, als het aan die partij ligt, alleen nog maar elektrische auto’s rijden. Volgens de krant lacht de VVD zich dood om dit plan. In het artikel wordt kamerlid Barbara Visser aangehaald, die heeft het over een: “oorlogsverklaring richting acht miljoen automobilisten, gebaseerd op een groot wensdenken en een blanco cheque om al deze auto’s op kosten van de overheid te vervangen. Ambities zijn altijd mooi, maar dit heeft meer weg van een kip die zonder kop rondrent in het groene sprookjesbos.” 

TeslaFoto: www.elektrischeauto.nl

Een mooi staaltje beeldspraak van deze VVD politica. Een staaltje dat past in de Twittercratie. Ze spreekt van een ‘oorlogsverklaring’ aan de automobilisten. Hoe komt zij erbij dat dit een oorlogsverklaring is? De automobilist kan toch gewoon in de auto blijven rijden, alleen wordt die aangedreven door een andere energiebron. En het vervangen van een auto voor een nieuwe, is niets bijzonders. Dat zal iedere automobilist eens in de zoveel jaar doen.

Zou het trouwens niet kunnen zijn dat de werkelijkheid de VVD en zelfs de PvdA inhaalt? Dat de doorbraak van duurzaam sneller gaat dan beide partijen denken? Het zou kunnen als we een gelijknamige documentaire van Tegenlicht mogen geloven. Want wat belemmert de doorbraak van de elektrische auto?  Wat als de accu zo goed wordt dat je er makkelijk 800 kilometer mee kunt rijden? En dat het opladen of wisselen van de accu net zo snel gaat als het tanken van 60 liter benzine?  Wat als de prijs van een elektrische auto ongeveer gelijk is aan een op brandstof rijdende? Wat als de fabrieken groter worden en op volle capaciteit gaan produceren waardoor de prijzen gaan dalen? Waarom zou vervanging van het autopark dan door de overheid betaald moeten worden?

Is tien jaar hiervoor een korte periode? De Amerikaanse econoom Robert J. Gordon deed voor zijn boek The Rise and Fall of American Growth. The U.S. Standard of Living since the Civil War onderzoek naar de economische groei in de Verenigde Staten. Hij schenkt hierbij heel veel aandacht aan de implementatie van nieuwe uitvindingen en technieken zoals de gloeilamp, de trein, de verbrandingsmotor, de auto, de WC enzovoorts. Neem de auto, in nog geen twintig jaar tijd (tussen 1910 en 1930) had bijna ieder Amerikaans gezin een auto.

Is tien jaar dan te kort als we ons realiseren dat de belangrijkste investeringen er al liggen? Namelijk de wegen en het elektriciteitsnetwerk. Als zelf energie opwekken via bijvoorbeeld zonne-energie, steeds goedkoper wordt? Als veel mensen nu al denken over de aanschaf van een elektrische auto? Hoe zou het autopark er dan over tien jaar uitzien?

Destructie van creativiteit

Creatieve destructie, de continue innovatie waarbij nieuwe technieken oude vernietigen. Nieuwe efficiëntere technieken waardoor er steeds minder arbeid nodig is om een product te produceren. Het kapitalisme draait erop. De auto vervangt paard en wagen. De wasmachine die de wastijd met uren bekort.

PolluxIllustratie: http://www.sounds-venlo.nl

Tegenwoordig worden veel internet-bedrijven en diensten gezien als voorbeelden van creatieve destructie. Denk aan Uber en de taxi, Amazon en winkelen, en diensten als Spotify bij het luisteren naar muziek. Deze internetbedrijven kunnen over het algemeen rekenen op een positieve pers. Ze zorgen ervoor dat markten worden opengegooid en producten in prijs dalen. Ze worden gezien als vernieuwend en creatief.

Toch kent deze creativiteit en vernieuwingsdrang ook een keerzijde. “Van een miljoen streams houd ik 20 dollar over, ik vind dat misdadig.” Een uitspraak van de Amerikaans singer-songwriter Dayna Kurtz in een interview met de Volkskrant. In dit interview beschrijft Kurtz de situatie van vele goede en talentvolle muzikanten. CD’s verkopen niet meer door de streaming diensten als Spotify waar de artiest dus niets aan verdiend en ook zalen betalen steeds minder voor een optreden. Voor de meeste muzikanten is het sappelen voor weinig geld. Kurtz: “Ik verdien niet meer dan iemand in de McDonalds.” In de VS is muzikant worden alleen nog weggelegd voor rijkeluiskinderen met ouders die alles betalen, aldus Kurtz.

Dit kun je afdoen als gezeur van verliezers. Net als de paardenverkoper en de wagenmaker verloren met de uitvinding van de auto. Zo zijn er ook nu mensen die hun baan verliezen of waarvoor hun baan veranderd. Veel administratief werk vervalt door automatisering. De taxichauffeur moet maar wennen aan de nieuwe mores. Of niet?

Gebeurt er met de muzikant niet iets wat Uber bij de taxichauffeurs doet? Het werk van de chauffeur is niet verandert met de komst van Uber, net als het werk van Kurtz niet is veranderd door de komst van Spotify. Spotify maakt zelf geen muziek, het biedt muziek van anderen aan. Het vervangt de rol van de plantenmaatschappij als distributeur van muziek. Alleen die andere rol van de platenbaas, het financieren van muzikanten zodat ze een nieuwe cd kunnen maken, neemt het niet over. Spotify verdient veel geld via abonnementen en de artiest krijgt een habbekrats De internetbedrijven zijn miljoenen en vaak zelfs miljarden waard, de artiest is vogelvrij.

De Venlose muzikant Frans Pollux maakte zijn cd Neet vergaete de bloome water te gaeve via crowdfunding. Een creatief voorbeeld om te voorkomen dat de creatieve destructie leidt tot destructie van creativiteit? In ieder geval tot een mooie CD.