Zweefgoeroes, popsterren of populisten

Volgens religie-journalist Anton de Wit moeten ‘we’ medelijden hebben met mensen die niet meer in God geloven, zo schrijft hij in een opiniërend stuk in de Volkskrant. Wie die ‘we’ zijn, maakt hij niet duidelijk. Of denkt hij dat alle lezers van de Volkskrant gelovig en liefst katholiek zijn, zoals een jaar of vijftig geleden het geval was? De Wit vergelijkt God met een grootmoeder die op zondag geen bezoek meer krijgt van haar kinderen en kleinkinderen. Hij noemt die kinderen en kleinkinderen van God zelfgenoegzaam. De Wit verwijt ‘ongelovigen’ dat ze op een verheven manier ‘vreugdedansjes’ doen op het graf van God.

kruistochtIllustratie: historianet.nl

Dat hij nog steeds met plezier in de kerk komt in God de vader of de grootmoeder gelooft, is aan hem. Net zoals het aan ongelovigen, atheïsten en ietsisten is, om hun weg te kiezen. Maar oproepen tot medelijden? Medelijden heb je met iemand die lijdt. Wie lijdt er? Waarom zou iemand die ongelovig is lijden en iemand die katholiek is niet? Creëert hij voor zichzelf niet een voetstuk door zijn oproep tot medelijden?

Verhoogt hij dit voetstuk niet nog wat verder door het afnemende geloof in God zorgelijk voor Nederland te noemen? Zorgelijk omdat: “Wie niet langer in God gelooft, ook dat leert de geschiedenis steeds opnieuw, gaat in de gekste dingen geloven; in allerhande zweefgoeroes, popsterren of populisten, in geld of macht of mode, of de Blijde Boodschap van de Vergoddelijkte Wetenschap. Vaak ook in een eigengereid mengelmoesje van dat alles, in een verstikkende warboel van modieuze wanen en ijdelheden?” Is een verheven positie van godsgelovigen wel terecht?

Zijn gelovigen in God gevrijwaard van het doen van de gekste dingen? Een geschiedenis vol kruistochten, heilige oorlogen en godsdienstoorlogen getuigt daar niet van en ook heden ten dage zijn er voldoende voorbeelden van gekheid in de naam van God of Allah. Zijn mensen die geloven in God vrij van het geloof in geld en macht? Is het geloof in God niet een ‘modieuze waan en ijdelheid’ van vroeger? En is het geloof in God nu helemaal vrij van waan en ijdelheid?

Zijn er onder de aanhangers van God niet veel verschillende stromingen, met allemaal hun eigen ‘zweefgoeroes, popsterren of populisten’. Kent de protestantse God niet vele verschillende soorten navolgers die allemaal hun eigen ‘hoge priester’ volgen? Kent het katholicisme niet ook zeer veel verschillende stromingen die allemaal hun eigen ‘heilige’ net iets heiliger vinden dan die van de anderen? Trouwens, welke van deze benamingen zou paus Leo X voor Luther hebben gekozen?

Van een voetstuk kun je vallen en hoe hoger het voetstuk, hoe pijnlijker de val. Doet De Wit God wel een plezier door gelovigen in hem op een voetstuk te plaatsen?

De doorbraak naar duurzaam

Een klein artikeltje in Dagblad de Limburger van donderdag 17 maart, maakte gewag van de wensen van de PvdA voor 2026. Dan mogen er, als het aan die partij ligt, alleen nog maar elektrische auto’s rijden. Volgens de krant lacht de VVD zich dood om dit plan. In het artikel wordt kamerlid Barbara Visser aangehaald, die heeft het over een: “oorlogsverklaring richting acht miljoen automobilisten, gebaseerd op een groot wensdenken en een blanco cheque om al deze auto’s op kosten van de overheid te vervangen. Ambities zijn altijd mooi, maar dit heeft meer weg van een kip die zonder kop rondrent in het groene sprookjesbos.” 

TeslaFoto: www.elektrischeauto.nl

Een mooi staaltje beeldspraak van deze VVD politica. Een staaltje dat past in de Twittercratie. Ze spreekt van een ‘oorlogsverklaring’ aan de automobilisten. Hoe komt zij erbij dat dit een oorlogsverklaring is? De automobilist kan toch gewoon in de auto blijven rijden, alleen wordt die aangedreven door een andere energiebron. En het vervangen van een auto voor een nieuwe, is niets bijzonders. Dat zal iedere automobilist eens in de zoveel jaar doen.

Zou het trouwens niet kunnen zijn dat de werkelijkheid de VVD en zelfs de PvdA inhaalt? Dat de doorbraak van duurzaam sneller gaat dan beide partijen denken? Het zou kunnen als we een gelijknamige documentaire van Tegenlicht mogen geloven. Want wat belemmert de doorbraak van de elektrische auto?  Wat als de accu zo goed wordt dat je er makkelijk 800 kilometer mee kunt rijden? En dat het opladen of wisselen van de accu net zo snel gaat als het tanken van 60 liter benzine?  Wat als de prijs van een elektrische auto ongeveer gelijk is aan een op brandstof rijdende? Wat als de fabrieken groter worden en op volle capaciteit gaan produceren waardoor de prijzen gaan dalen? Waarom zou vervanging van het autopark dan door de overheid betaald moeten worden?

Is tien jaar hiervoor een korte periode? De Amerikaanse econoom Robert J. Gordon deed voor zijn boek The Rise and Fall of American Growth. The U.S. Standard of Living since the Civil War onderzoek naar de economische groei in de Verenigde Staten. Hij schenkt hierbij heel veel aandacht aan de implementatie van nieuwe uitvindingen en technieken zoals de gloeilamp, de trein, de verbrandingsmotor, de auto, de WC enzovoorts. Neem de auto, in nog geen twintig jaar tijd (tussen 1910 en 1930) had bijna ieder Amerikaans gezin een auto.

Is tien jaar dan te kort als we ons realiseren dat de belangrijkste investeringen er al liggen? Namelijk de wegen en het elektriciteitsnetwerk. Als zelf energie opwekken via bijvoorbeeld zonne-energie, steeds goedkoper wordt? Als veel mensen nu al denken over de aanschaf van een elektrische auto? Hoe zou het autopark er dan over tien jaar uitzien?

Nederland gidsland

Nederland als gidsland en dus voorbeeld voor de wereld. Nederland het meest progressieve land van de wereld dat zich altijd en overal druk maakte om de mensenrechten, om abortus, euthanasie. Het land met het meest liberale softdrugsbeleid en zo zijn er vast nog meer voorbeelden te noemen. Dat is, sinds het begin van deze eeuw, iets van het verleden. Of niet?

De TegenpartijIllustratie: tweedekamer.blog.nl

De Duitse deelstaatverkiezingen hielden de journalistieke gemoederen flink bezig. Zo ook die van Afshin Ellian. In Elsevier schrijft hij over de titanenstrijd tussen twee Duitse vrouwen. Aan de ene kant bondskanselier Angela Merkel en aan de andere kant Frauke Petry van de AfD. Hij vergeet voor het gemak dat het Duitse politieke spectrum ook nog andere partijen bevat. Partijen die ook verkiezingen wonnen en verloren. Al houdt Ellian een slag om de arm omdat de AfD eerst maar eens moet bewijzen een blijvertje te zijn.

Eén zin in zijn column viel op: “De Duitse media moeten nog veel leren van wat in Nederland sinds de opkomst van Pim Fortuyn is gebeurd.” Dit naar aanleiding van de oproep van Petry aan de Duitse media om etiketten ‘rechts-nationalistisch’ of ‘rechts-populistisch’ niet meer voor haar partij te gebruiken, omdat de AfD een gewone volkspartij is net als alle andere. Hij adviseert de Duitse media om ‘te leren’ van Nederland na Fortuyn. Stelt Ellian hier Nederland ten voorbeeld aan Duitsland? Nederland weer als gidsland?

Wat moeten de Duitse media, en in het verlengde van de media, de Duitsers leren? Dat dergelijke etiketten niet geplakt moeten worden? Dan is Nederland een erg slecht voorbeeld. Want is Nederland vrij van het plakken van deze en andere etiketten? Populist, extreem rechts, fascist ze vallen geregeld.

Moeten ze de gespeelde verontwaardiging die er vaak op volgt, onder de knie krijgen? De oproep om de uitspreker van de f-woord te ontslaan? Of moeten ze aan de slag met de vertaling van woorden als nep-parlement, demoniseren, theedrinkende knuffelaar of minder, minder, minder? Moeten ze op zoek naar ministers die niet links, niet rechts, maar recht door zee zijn?

Of moeten ze hiervan leren dat dit een heilloze weg is? Dat ze alles moeten doen om de Nederlandse weg niet in te slaan en om te keren als dat nog kan? Dus Nederland als gidsland hoe het niet moet? Wat moeten de Duitse media en de Duitsers leren van Nederland?

‘Overwinning van de democratie’

In drie Duitse deelstaten werden afgelopen zondag verkiezingen gehouden voor het parlement. De nieuwe partij AfD komt in alle drie de parlementen. De kiesdrempel van 5% bleek geen belemmering voor deze nieuwe partij. Sterker nog, de partij haalde veel meer dan die 5%. In de deelstaat Saksen-Anhalt zelfs 20%. En zoals altijd na verkiezingen, zijn de druiven voor de verliezers zuur en staan de winnaars te jubelen. AfD is een van de winnaars, niet de enige.

AfD

Foto: ejbron.wordpress.com

In de Volkskrant was te lezen dat de leider van de AfD, Frauke Petry, de uitslag ‘een overwinning van de democratie’ noemde. Een bijzondere uitspraak want wie was dan de tegenstrever van de democratie?  Duitsland was ook voor gisteren toch gewoon een democratie waar geregeld volksvertegenwoordigers worden gekozen? Gisteren was het de beurt aan drie deelstaten om nieuwe volksvertegenwoordigers te kiezen.

Een korte, niets zeggende zin. Niets zeggend, maar wel suggestief? Want wilde de spreekster, mevrouw Petry, duidelijk maken dat haar partij de enige is die voor de democratie is? Dan kan ze niet echt spreken van een overwinning van de democratie, omdat haar partij nergens meer dan 20% van de stemmen haalde. Dan heeft de democratie toch verloren? Mocht de AfD over vier jaar minder stemmen halen, verliest de democratie dan?

Wilde Petry aangeven dat door de overwinning van haar partij een nieuw geluid een plek krijgt en dat dit hét geluid van het volk is? Een suggestie waarvan Wilders en de PVV in Nederland zich ook vaak bedienen. Kunnen andere partijen niet met evenveel recht verklaren namens het volk te spreken?

Manoeuvreert Petry met deze korte zin haar politieke tegenstrevers in het ‘ondemocratische’ kamp en eigent ze zichzelf en haar partij de democratie toe? Is de democratie niet van ons allemaal en veel te kostbaar om ze te laten toe-eigenen door welke partij dan ook?

Wat belangrijker is, is democratie niet veel meer dan verkiezingen? Gaat het niet veeleer om wat wij doen op al die  dagen dat er geen verkiezingen zijn? Of om de Amerikaanse filmmaker Michael Moore aan te halen: “Democracy is not a spectator sport, it’s a participatory event. If we don’t participate in it, it ceases to be a democracy.”

Iedere tijd zijn eigen strijd

“Die vlag klinkt misschien een beetje triviaal, maar het staat voor iets groters. Kijk naar de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Ook zij hebben hoofdstukken gekend van geweld, van aanslagen. Maar die vlag, dat is de trots op hun samenleving als geheel.” Een uitspraak van Akwasi Owusu Ansah, opgenomen in een artikel van Vera Mulder bij De Correspondent.  Mulder sprak Ansah om te spreken over het belang van volledige geschiedenis. Aanleiding tot het gesprek was het boek Roofstaat van Ewald Vanvugt. Een boek over de zwarte bladzijden van de Nederlandse geschiedenis dat binnenkort verschijnt.

slavernijIllustratie: www.averbode.be

En door volledige geschiedenis kan iedereen zich gerepresenteerd voelen. Ansah: “Het grootste probleem van het ontbreken van de zwarte randen in onze geschiedvertelling, is dat het ervoor zorgt dat minderheden in Nederland zich niet gerepresenteerd voelen.” Maakt Ansah hier niet dezelfde fout die aan de basis ligt van het probleem? Namelijk de zoektocht naar aan passende nationale geschiedenis die ons in het heden goed uitkomt? Is dat er niet de oorzaak van dat: “gevierde historische figuren die … verschrikkelijke daden op hun geweten hebben…” eenzijdig zijn belicht? Wordt de geschiedenis zo niet in dienst gesteld van het heden? Zouden we daar niet mee uit moeten kijken? Is die gezochte trots niet juist verblindend?

Zou er niet juist ruimte komen voor het verleden in al haar aspecten, als het wordt bestudeerd om haar eigen waarde? Neem een belangrijk onderwerp van het gesprek tussen Mulder en Ansah, de slavernij. In de huidige discussie overheerst het beeld van de foute blanke die de zwarte in slavernij hield. Waren er in de loop der geschiedenis alleen zwarten slaven en alleen blanken slavenbezitters? Of zouden er ook blanken slaven zijn geweest en zwarte bezitters? Was het lijfeigenschap niet ook een vorm van slavernij? Hoe is de slavernij uiteindelijk afgeschaft? Speelden daar niet zowel zwarten als blanken en wellicht ook wel Chinezen of Indiërs een rol in?

Zou dat kunnen betekenen dat samenlevingen vroeger ook grijs waren? Dat er dus goede en slechte mensen waren en vooral een hele grote groep ertussen in?

Slavernij is dan wel verboden, dat wil niet zeggen dat het niet meer bestaat. Moeten we ons niet veel drukker maken om hedendaagse vormen van slavernij en achterstelling? Want zullen ze ons over 100 jaar niet beoordelen op onze daden en veel minder op discussies over het verleden? Waarmee niet is gezegd dat kennis van het verleden onbelangrijk is, in tegendeel. Iedere tijd wordt herinnerd om zijn eigen strijd, wat is de huidige strijd?

Hoe zouden ze over 100 jaar over onze tijd spreken? Welke ‘held’ van nu zal er dan bij het vuilnis worden gezet en welke schlemiel zal held worden? Hoe zou er worden geoordeeld over bijvoorbeeld de omgang met vluchtelingen in de jaren tien van de eenentwintigste eeuw?

De illusionist

De kosten voor massamigratie zijn veel hoger dan de kosten van grenscontroles:“Een realistische raming van de kosten komt uit op een jaarlijks bedrag van twee tot vijf miljard euro. … De kosten van de opvang en verzorging van asielzoekers werd onlangs op 20 miljard euro per jaar geschat.” Een Duits instituut voor economisch onderzoek heeft deze berekening voor Duitsland gemaakt. Zo valt te lezen in Elsevier. Die 5 miljard euro steken schril af tegen de ‘alarmistische’ geluiden dat gesloten grenzen, zeer duur zouden zijn.

mindfuckIllustratie: www.burovoormuziek.nl

Nu komen er ieder jaar vluchtelingen, maar niet ieder jaar evenveel. In 2015 zullen de kosten verbonden met asielzoekers voor Duitsland best 20 miljard euro zijn geweest. Maar hoe hoog waren ze in 2014 en hoe hoog zullen ze in 2020 zijn? Het gaat mij niet om de bedragen en of die kloppen of niet. Zet twee economen in een ruimte en laat ze hiervoor een berekening maken en je krijgt drie verschillende uitkomsten.

De vraag die dit artikel oproept is van een andere orde. Met welk doel ‘vergelijk’ je de kosten van grenscontroles met die van de opvang en verzorging van asielzoekers? Welke suggestie wil je hiermee wekken? Zeker omdat het Duitse ‘berekeningen’ betreft en voor Nederland kan en zal dat heel anders liggen.

Wat is de relatie tussen het sluiten van grenzen en de opvang en verzorging van vluchtelingen? Willen grenscontroles zeggen dat vluchtelingen het land niet meer inkomen? Want dat is wat het artikel lijkt te suggereren. Nu hebben we na de Tweede Wereldoorlog een lange periode met grenscontroles gehad. In die tijd kwamen er ook vluchtelingen, denk onder andere aan de Hongaarse, de Tsjechoslowaakse en de Vietnamese.

Is het niet veeleer zo dat de kosten van grenscontroles bovenop die voor de opvang en verzorging van vluchtelingen komen? Tenzij we géén vluchteling meer toelaten. Dan moeten wel de internationale verdragen rondom de omgang met vluchtelingen worden opgezegd en onze wetgeving daaromtrent worden aangepast. En als alle landen dit doen, dan zit iedereen vast in het eigen land? Wat doen we dan als de dijken breken?

“Wahn ist kurz, die Reu ist lange,(kort is de illusie, lang de spijt)” aldus de Duitse dichter Friedrich von Schiller. Hoe lang en groot zou de spijt zijn als blijkt dat na het sluiten van de grenzen er ook vluchtelingen blijven komen. We moeten immers iedereen die zich aan de grens meldt en asiel aanvraagt, gewoon in procedure nemen. Dus ook worden opgevangen en verzorgd. Dan zitten we met dubbele kosten. Wat zou Elsevier willen bereiken met een dergelijk artikel? Toch oppassen voor de illusie die Elsevier lijkt te suggereren?

I’m leaving on a jet plane

PvdA-leider Diederik Samsom is blij met de afspraken die de Europese Unie met Turkije gaat maken. Samsom in Trouw: “Misschien is dit akkoord met Turkije wel een blauwdruk voor het reguleren van die andere routes.”  Wat houden die afspraken in? “6 miljard euro voor de opvangkampen in Turkije; opheffing van de visumplicht voor Turkse toeristen die naar Europa reizen; een versnelling van de onderhandelingen over het Turkse EU-lidmaatschap; en tot slot en niet het minst moet de EU evenveel Syrische vluchtelingen legaal uit Turkije overnemen als dat land er uit Griekenland terugneemt.” Zo valt te lezen in de Volkskrant.

Nu liggen er vele landen op de route naar de Europese Unie. Het is iets verder varen, maar ook vanuit Libanon, Egypte, Syrië, Egypte, Libië, Tunesië en ga zo maar door, kun je op een bootje stappen. Dus er kunnen nog veel van dergelijke afspraken volgen als we Samsom mogen geloven. Hierbij zijn vele vragen te stellen. Belangrijker dan deze vragen, zijn vragen bij de de afspraken. Welk probleem wordt er met deze afspraken opgelost? Wordt de komst van vluchtelingen naar Europa, het vluchtelingenprobleem opgelost? Of zouden er weer andere routes komen? Samsom lijkt daar wel van uit te gaan. Bovendien blijven er vanuit Turkije vluchtelingen komen, nu met het vliegtuig. En als er de komende maanden vanuit Turkije toch Syriërs per bootje naar Griekenland blijven gaan en die worden teruggebracht, komen er dan met dit akkoord evenveel vluchtelingen per vliegtuig? Ook als dit er één miljoen zijn?

Voor de Syriër blijft er zo een, zij het beperkte, route naar Europa bestaan. Maar wat biedt deze oplossing de Afghaanse, Irakese of Somalische vluchteling? Die kan Europa bijna niet meer in. Duwt Turkije die verder terug de regio in? Zodat die Afghaan uiteindelijk weer terug is bij de Taliban? Nu zou die Afghaan natuurlijk ook vanuit buurland Kirgizië per vliegtuig naar Amsterdam kunnen vliegen. Dat spaart hem een lange reis die strandt op het Turkse strand. Een reis die bovendien veel goedkoper is. Maar wordt hen dat niet onmogelijk gemaakt door Europese regels? Als iemand niet in een land wordt toegelaten, moet de vliegmaatschappij de terugreis betalen. Dus laten de vliegmaatschappijen alleen mensen met een geldig visum instappen. En laat vluchtelingen hier nu juist niet aan voldoen. Zou aanpassing van deze regels de mensensmokkel tegen woekerprijzen niet voorkomen? Zou dit niet veel ellende voorkomen? En zou het niet veel goedkoper zijn? Bovendien hoeven er dan geen afspraken te worden gemaakt met weinig democratische regeringen.

Belangrijker dan het vluchtelingenprobleem, is het probleem van de vluchteling. Wordt dat niet pas echt opgelost als het land van herkomst veilig is en voldoende levenskwaliteit biedt? En zullen er tot die tijd niet mensen blijven vluchten? Zeker als we blijven bombarderen.

Zijn in de tijd

Als jullie dit lezen, is hij weer voorbij en duurt het weer vier jaar tot de volgende. De schrikkeldag. En zoals tegenwoordig bij alles, moeten ook de kosten van een schrikkeldag worden berekend. €60 extra uitgaven en €47 extra inkomsten voor een gezin en dus kost die dag €13, aldus het NIBUD. We vinden tijd belangrijk en willen er het liefst meer van hebben. Zeker omdat we tegenwoordig het maximale moeten halen uit de schaarse tijd die ons is gegeven. Tijd is immers geld en je mag geen kostbare tijd verloren laten gaan.

SchrikkeldagIllustratie: nl.dreamstime.com

In Trouw besteedt Ger Groot er een column aan en concludeert dat met tijd niet valt te manipuleren. Wel constateert hij dat we collectief de grootste tijdswinst hebben geboekt met de spectaculaire stijging van de levensverwachting. Maar hoe spectaculair die stijging ook is, als je tijd is gekomen ontsnapt je niet. Geniet van de tijd die je is gegeven en bekommer je niet teveel om de prijs ervan, zo concludeert Groot. Een wijze raad?

Tijd vervult een belangrijke rol in onze samenleving en ons leven. Zou dat altijd zo zijn geweest? Of zouden onze voorvaderen een heel ander begrip van tijd hebben gehad? Of wellicht wel helemaal geen?

Volgens Hannah Arendt (The Human Condition) vormde, vóór de komst van het christendom, de samenleving (stam, familie) de kern van het denken. De stam of familie en het overleven ervan, stond centraal en daarop was alle actie gericht. Ook acties die een einde maakten aan het leven van een individu. Die stierf in het belang van het voortbestaan van de familie of stam. Min of meer vergelijkbaar met het huidige ‘vallen voor het vaderland’. En stammen en families hebben generaties de tijd. Het christendom daarentegen plaatste het (leven van het) individu centraal. Dit betekende een flinke beperking van de tijdshorizon en maakte tijd schaars. Die is immers beperkt tot één mensenleven. Daarin moet hét gebeuren.

Genieten we dan het meeste van betaald werk, de scholing ervoor of de zoektocht ernaar? Want besteden we daar niet het grootste deel van onze tijd aan? Door toegenomen levensverwachting wordt immers ook de pensioenleeftijd steeds hoger. “In de ene helft van ons leven offeren we ons leven op om geld te verdienen, in de andere offeren we geld om weer gezond te worden. En al die tijd gaan gezondheid en leven er zachtjesaan van door”,  zo omschreef de achttiende-eeuwse Franse filosoof en schrijver Voltaire het. Hollen we zo niet onze eigen staart achterna?

Zombie-jacht

De favoriete dystopie van de tegenwoordige filmmakers lijkt de zombie, de levende dode. Een dystopie is het tegengestelde van een utopie. Daar waar een utopie een toekomstige ideale samenleving beschrijft, beschrijft een dystopie een negatief toekomstbeeld. En tegenwoordig lijkt een zombie tot de favorieten te behoren van de filmmakers. Denk bijvoorbeeld aan de film World War Z en de tv-serie The Walking Dead.  Zombies die ontstaan omdat de mens bijvoorbeeld genetisch heeft zitten stoeien en er iets gruwelijk fout is gegaan, waardoor het grootste deel van de mensen zombies worden. De overgebleven mensen strijden vervolgens tegen de zombies en vaak ook tegen elkaar zoals in The Walking Dead. In die serie is een zombie levenloos, strompelt voort en voedt zich met het vlees en bloed van de levenden. Levenden die door een beet van een zombie zelf ook tot zombie verworden.

Tim Jackson

Illustratie: www.chrispacke.com

Nu waarschuwt de Duitse minister van financiën, Wolfgang Schäuble ons: “Door de toegenomen schulden ontstaan zeepbellen en wordt de economie als een zombie.” De economie als een levende dode die voortstrompelt en zich voedt door de levenden ‘uit te zuigen’, door ze in de schulden te steken. Volgens Schäuble hebben regeringen die met  stimulerende maatregelen de economie probeerden aan te jagen, hiermee de basis gelegd voor de volgende crisis. Ze hebben de zombie gevoed met schulden, die tot nieuwe zeepbellen leiden.

Een interessante en misschien wel passende vergelijking. Maar is die vergelijking niet nét iets anders dan Schäuble voorstelt? Want is het kapitalisme niet de zombie? Volgens Schäuble maken schulden de zombie. Zijn schulden niet een volgende manier van de zombie om zich te voeden en is groei niet het werkelijke voedsel van de zombie? Is krediet sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw niet de populaire manier om te groeien?

Zijn crises niet hét kenmerk van het kapitalisme? De Aziatische crisis, de Argentijnse crisis, de Roebelcrisis en dat zijn er nog maar drie in de vijftien jaar voor de bankencrisis die werd gevolgd door de eurocrisis. Zijn zeepbellen niet inherent aan het kapitalisme? Wie herinnert zich de Hollandse tulpenmanie, de zeepbel uit de Gouden zeventiende eeuw, nog?

Hoe nu deze ‘zombie’ te bestrijden? Schäuble stelt voor om te bezuinigen en de economie te hervormen. Hij zegt het niet, maar dat hervormen betekent deregulering en flexibilisering, omdat de markten de ruimte moeten krijgen. Daar moet de groei immers vandaan komen. Krijgt de zombie zo niet waar hij van leeft? Namelijk groei?

De Engelse econoom Tim Jackson geeft een goede analyse van onze huidige, op groei draaiende, economie. In Prosperity without Growth. Economics for a Finite Planet analyseert hij de werking van ‘de zombie’ al spreekt hij niet over zombies.

Volgens Jackson is de mens bang voor zijn eigen leegheid of onbeduidendheid. Die leegheid maskeert hij met producten. Zo zijn producten meer dan alleen producten, het zijn manieren om je als mens te onderscheiden van de groep, of er juist bij te horen. Tegenwoordig roepen producten sterke gevoelens op mensen en daardoor zijn ze dominant bij het bepalen van het succes of falen van een persoon, groep of samenleving.

Tegelijkertijd ziet hij de groeigerichtheid van de economie. Die gerichtheid is, volgens Jackson, eigen aan het streven naar efficiency:  “Efficiency stimuleert letterlijk groei. Het beperken van arbeid (en grondstoffen), zorgt voor het dalen van de kosten van producten. Hierdoor wordt de vraag gestimuleerd en daarmee ook de groei” (eigen vertaling).

De sociale logica om erbij te horen (om niet achter te blijven) en de economische fixatie op efficiency houden elkaar in de ‘ijzeren kooi van het consumentisme’, zoals Jackson het noemt. Volgens Jackson kunnen de problemen in onze samenleving (Schäubles zombie) alleen worden bestreden, door zowel aan de sociale logica als aan de economische fixatie op efficiency wat te doen.

De economische kant van de zombie, door onze economie in overeenstemming te brengen met ecologie. Hij denkt dan aan plafonds voor grondstoffengebruik en uitstoot van schadelijke stoffen. Plafonds met een verminderingsdoelstelling. Dit ondersteunt met fiscale maatregelen. Hierbij zouden de ontwikkelingslanden moeten worden geholpen. Ook zou de rol en de plek van arbeid in de samenleving moeten worden herzien. Het streven naar efficiency aan de ene kant en volledige werkgelegenheid aan de andere kant, jagen elkaar en daarmee de productie op.

En met arbeid komen we op het terrein van de sociale logica. Arbeid anders beoordelen, vraagt om een andere sociale logica. Anders dan werk beschouwen als toppunt van participatie. Anders denken over arbeid betekent ook werken aan andere, liefst sterkere sociale verbanden. Het belangrijkste waaraan, volgens Jackson, moet worden gewerkt is het verkleinen van ongelijkheid. Ongelijkheid versterkt, volgens Jackson, de statuscompetitie die de ‘zombie’ voedt.

Met wie gaan we op zombie-jacht met Schäuble of met Jackson?

Mensen maken de stad

“Het merk Limburg moet worden neergezet als een dynamisch, aantrekkelijk gebied om te wonen en te werken. We moeten toeristen, investeerders en talenten aantrekken en aan ons binden,” een uitspraak van Conny Moonen, directeur van Connect, een organisatie die provinciale subsidie krijgt om Limburg internationaal op de kaart te zetten. Zo valt te lezen in een artikel in Dagblad De Limburger van donderdag 25 februari 2016.

vlaaiFoto: www.1lmburg.nl

In hetzelfde artikel ziet Theo Bovens, de Limburgse commissaris van de koning, een mooie gelegenheid voor ‘Limburgpromotie’. In 2017 bestaat het Verdrag van Maastricht namelijk 25 jaar en dat kun je natuurlijk vieren. Bovens: “Ik ben hartstikke blij met al die discussies over de euro, een Grexit, een Brexit en de Unie. Dat brengt iedere keer de naam Maastricht in het nieuws. Dat is smullen voor de branding van Maastricht! Hoe meer ruzie over Europa, hoe beter voor de naam Maastricht.” Negatief of positief, het maakt niet uit, als je naam maar wordt genoemd, zo redeneert Bovens. Daar zullen ze in het ‘altijd stralende’ Fukushima wellicht anders over denken. Is reclame voor Maastricht wel promotie voor Limburg? Is Limburg niet veel meer dan Maastricht? Terechte vragen waar ik het niet over wil hebben.

Waarover wel? Iedere zichzelf respecterende stad of streek wil zich tegenwoordig profileren. De stad moet ‘in de markt’ worden gezet, vermarkt worden, zo luidt het devies.  En als je alle promotie voor steden mag geloven, dan is het overal prettig wonen, leuk werken, aangenaam en goed recreëren en fijn winkelen. En dat Moonen dat roept, is gezien zijn opdracht, niet zo vreemd. Hij smeert er immers iedere dag een boterham van. Maar als alle ‘promotie’ waar is, dan maakt het toch niets uit waar je gaat wonen, werken, recreëren  of winkelen? Het is immers overal goed?

Wat is het nut van ‘citymarketing’? Een spreuk als I Amsterdam is mooi verzonnen en lekker internationaal. Waarom steken overheden zoveel geld in ‘zelfpromotie’? Wat denken ze ermee te bereiken? En een veel interessantere vraag, wat wórdt ermee bereikt? Behalve dan dat de portemonnaies van reclamebureaus en organisaties als die van Moonen worden gevuld.

Een slagje dieper. Moet je een stad of streek wel met een ‘merk’ of een ‘product’ vergelijken?  Want vergelijk je dan niet mensen met producten? En zijn het nu juist niet de mensen die de stad maken en zijn zij daarmee niet de beste promotie? Mensen die vol trots vertellen over hun stad of dorp, de prachtige natuur, het rijke verenigingsleven, de historie enzovoorts. Als dat zo is, waarom wordt dat ‘reclamegeld’ dan niet in de gemeenschap geïnvesteerd?