Fijne feestdagen meneer Rutte

Beste premier Rutte,

ik hoorde dat ik politiek correct ben en dat ik de Nederlandse identiteit te grabbel gooi of me ervoor schaam. Waarom? Omdat ik u en alle andere mensen op deze wereld fijne feestdagen wil wensen. Het zijn volgens u geen feestdagen, we zijn immers in Nederland en daar vieren kerst. Dat hoort, volgens u, bij de Nederlandse traditie en cultuur en dus moeten we elkaar fijne Kerstdagen wensen.

kersteiFoto: https://www.facebook.com/happyei.bv/?fref=nf

Laten we het religieuze aspect even buiten beschouwing. Al kan ook dat ter discussie worden gesteld omdat onze zeer verre nog heidense voorvaderen rond deze tijd ook een feest vierden. Een feest verbonden met de lichtwende, u weet wel dat de dagen weer langer gaan worden. Laten we het daar niet over hebben. Dan raken we de joods-christelijke wortels van onze cultuur zoals we het nu zien. Als historicus weet u vast ook wel dat daar vroeger heel anders over werd gedacht en dat joden en christenen niet veel met elkaar ophadden. Bovendien is ons heden beïnvloed door veel meer zaken dan het joodse en christelijke.

Beste meneer Rutte, wat er nu wordt gevierd is het kerstfeest en dat duurt twee dagen. Als ik u fijne feestdagen toewens, wens ik u dan niet hetzelfde toe als wanneer ik u een fijne kerst wens? In het eerste geval benadruk ik de twee dagen die het feest duurt, in het tweede geval het feest dat wordt gevierd. Het wordt door menigeen ook wel gecombineerd en die wensen je dan fijne kerstdagen. Wellicht zijn er zelfs mensen, ik ben ze nog niet tegengekomen maar wil het niet uitsluiten, die je fijne kersfeestdagen toewensen. Waarom gooi ik de ‘Nederlandse cultuur’ te grabbel als ik u fijne feestdagen toewens en niet als ik u fijne kerstdagen toewens?

Beste meneer Rutte, maakt u zo niet van een mug een olifant? Of beter gezegd van niets een complete theatervoorstelling? Draagt u met uw uitspraken niet juist bij aan het ter discussie stellen van een traditie? Want wordt iets niet juist als een traditie betiteld als het ter discussie staat?

Beste meneer Rutte, als u zich toch zorgen maakt over ‘tradities’ wilt u uw partijgenoot Halbe Zijlstra er dan op attenderen dat de traditie van het paasei te grabbel wordt gegooid. Nee, niet door de HEMA die er ‘verstopeitjes’ van maakte, dit tot groot ongenoegen van Zijlstra. Meneer Rutte, de kerstdagen worden overspoeld met ‘paaseitjes in kerstversiering’ en die drukken zo de ‘traditionele kerstkransjes weg.

Postadres ‘witte Nederlandse cultuur

Beste meneer Kartosen-Wong, op de site Joop bekritiseert u de criticasters van de documentaire ‘Wit is ook een kleur’ van Sunny Bergman. “De documentaire roept kennelijk al op voorhand zoveel ongemak op bij sommige critici dat zij zich in allerlei bochten wringen om deze te diskwalificeren,” zo schrijft u en daarom begrijpen zij de kern ervan niet. U hoopt toch dat: “witte Nederlanders zich dit realiseren en daardoor openstaan voor de inzichten die de documentaire aandraagt,” omdat die bewustwording uiteindelijk bijdraagt aan het oplossen van het probleem.

racisme

Beste meneer Kartosen-Wong,  wat is het probleem dat moet worden opgelost? Volgens mij komt het erop neer dat iedereen zich moet realiseren dat hij of zij vooroordelen heeft, dat er bij voorkeur wordt gekozen op gelijkenis en niet op verschil. Heel menselijk gedrag, dat onwenselijke gevolgen kan hebben. Net zoals we ons als samenleving moeten realiseren dat we heel voorzichtig moeten zijn met het baseren van beleidskeuzes op statistische gegevens.

Als ik u en de uwen moet geloven ligt het anders, dan is dat ‘ingebouwd racisme’ in de ‘westerse cultuur’ het probleem. “Uiteindelijk wordt ‘witte Nederlandse cultuur’ als voortbrenger van dergelijke vooroordelen aangeklaagd, en niet de individuele witte Nederlander wiens denken en handelen daar onbewust door worden gestuurd, zo schrijft u.

Een cultuur die een gevolg is van een ‘cultureel archief’ van de West-Europese landen: “waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen,” zoals Gloria Wekker bij De Correspondent beweert. Een bijzondere, of eigenlijk dubieuze, theorie omdat ze uitgaat van een vooropgezet plan van ‘witte West-Europeanen’ om de wereld te domineren. Alleen is de ‘plan-kaart’ of, zoals ik eerder schreef, het ‘Risk-opdrachtkaartje‘ nooit gevonden en lijkt het erop dat geschiedenis wordt aangepast aan het door u en de uwen gewenste frame. Bijzonder om nog een tweede reden en dat is dat ontkennen of ter discussie stellen van die theorie geen zin heeft, want dan lijd je aan ‘witte onschuld’ en daarmee toon je het gelijk aan van de theorie.

Als mensen zich niet aangesproken hoeven te voelen, wie dan wel? Waaruit bestaat een cultuur als ze niet uit mensen bestaat? Wie koestert dan dat: “nationale zelfbeeld van een moreel superieure Nederlandse cultuur en samenleving,” zoals u schrijft? Wat is dan het ‘postadres van de witte Nederlandse cultuur?

Zou het kunnen dat u en de uwen zoals Sunny Bergman, Mitchell Esajas, Charlene Hiwat-Kortstam, Gloria Wekker en anderen, eens in de spiegel zouden moeten kijken? Niet letterlijk om de huidskleur te bekijken, maar figuurlijk om uw eigen denken en de theorie die eraan ten grondslag ligt eens kritisch te beschouwen?

Democratie is stemmen!?

Volgens wiskundig ingenieur Kees Pieters kan onze democratie via de partij GeenPeil wennen aan de politiek van de eenentwintigste eeuw, zo valt te lezen bij ThePostOnline. Dat wordt, zo blijkt uit zijn betoog, de eeuw van de directe democratie. Volgens Pieters zijn kamerleden voor veel zaken niet meer nodig.

parlementFoto:www.isgeschiedenis.nl

Zo hoeven kamerleden geen rol meer te spelen in het vormen van een opinie en die uitdragen. Volgens Pieters liet men dit vroeger over aan een: “kleine goed opgeleide elite, die het parlement bevolkte.” Nu is: “iedereen in Nederland goed opgeleid,” Kamerleden zijn daarom niet meer nodig, iedereen kan zijn eigen opinie vormen. Dan de belangrijke functie van de volksvertegenwoordiging, die van wetgever: “Met de mogelijkheden van het huidige internet kan iedereen op elk ogenblik op elke plek stemmen. Net zoals de burger vandaag geen reisbureau meer nodig heeft om zijn reis te boeken, heeft de kiezer geen parlementslid meer nodig om te stemmen. GeenPeil vervult hier in de politiek dezelfde rol als Booking.com in de reiswereld.” Alleen de controlerende rol van de volksvertegenwoordiger blijft overeind, aldus Pieters. Sterker nog, die is: “Omdat de overheid haar takenpakket de afgelopen halve eeuw aanzienlijk heeft uitgebreid,” veel groter geworden. Daarom heeft het GeenPeil-model, dat zich volgens Pieters focust op de controlerende taak, de toekomst.

Nu kon vroeger ook iedereen zichzelf een mening vormen, alleen was er minder informatie beschikbaar en was die informatie lastig bereikbaar. Beide problemen zijn opgelost, maar is het daardoor makkelijker om een afgewogen mening te vormen? Is nu juist niet het tegenovergestelde een probleem, te veel, vaak tegenstrijdige informatie en zelfs desinformatie? Denk bijvoorbeeld aan de hoogopgeleide vaccinatieweigeraars.

Ja, er wordt uiteindelijk gestemd, maar is het traject dat aan het stemmen vooraf gaat, het opstellen, bespreken en amenderen van een wetsvoorstel niet juist de belangrijkste taak van een kamerlid? Wie gaat dit nuttige werk doen als de kamerleden dit laten liggen?

Maakt Pieters, in navolging van GeenPeil, de rol van de wetgever niet erg klein? Is het niet een verarming van de samenleving als democratie alleen maar wordt beperkt tot JA of NEE zeggen?

Money rules

De Italianen mogen zich binnenkort in een referendum uitspreken over een grondwetswijziging. Net als bij het brexitreferendum wordt er weer naar de financiële markten verwezen. Hoe zouden die reageren op de uitslag en het al dan niet vertrekken van premier Renzi. Neem Emile Knossen bij Elsevier“Aan het politieke referendum zitten vooral veel mogelijke financiële gevolgen vast. Het Italiaanse bankensysteem staat op knappen door 360 miljard euro aan slechte kredieten. De kans dat banken dat geld ooit terugzien is klein en volgens de Financial Times kunnen acht banken, deels als gevolg van politieke instabiliteit, zelfs omvallen.” Dus Italianen bedenk wat u stemt!?

vogl

Wie lijdt er werkelijk schade als die banken omvallen en slechte kredieten niet ingevorderd kunnen worden?

Hebben verkiezingen werkelijk zoveel invloed op het wel en wee op de financiële markt? Hoe groot is de invloed van de politiek, de overheden, op de financiële markten? Ja, overheden lenen geld om hun schulden te financieren, maar is dat invloed? Ja, er is een Europees stelsel  van centrale banken onder aanvoering van de Europese Centrale Bank. Hoeveel invloed en macht heeft de overheid, nationaal of Europees, op het doen en laten van de centrale banken?

Volgens Joseph Vogl weinig, zoals hij beschrijft in zijn boek Het financiële regime. Sterker nog, volgens Vogl is het precies omgekeerd: de politiek staat onder controle van de centrale banken. Centrale banken die op geen enkele wijze verantwoording hoeven af te leggen aan de bevolking. Dit terwijl besluiten van de bank de levens van alle Europeanen beïnvloeden en de centrale banken in de basis toch ‘overheid’ zijn. Centrale banken die de inflatie in toom moeten houden, dus de prijzen stabiel. Of zoals Vogl het beschrijft: “Daarin heeft zich een beslissingsmacht opgehoopt die zichzelf afschermt van gekozen regeringen en instituties, om zich geheel te richten naar de eisen van de financiële markten en hun agenten.”

De centrale banken in dienst van de belangen van de financiële markten? Inflatie vermindert de waarde van geld, wie zou er dan het meeste belang hebben bij lage inflatie? Vogl: “Met de fixatie op monetaire en prijsstabiliteit – en de lage prioritering van andere economische en politieke voorkeuren, zoals werkgelegenheid – wordt bovendien een programma voor de verdeling vastgelegd dat de winstbelangen van banken, financiële instituten, investeringsmaatschappijen, portfoliofinanciering, crediteurenkartels en grote kapitaalvermogens structureel en voor langere duur vooropstelt.”

Zou de uitkomst van het Italiaanse referendum dit kunnen veranderen?

C’est le ton qui fait la musique

Beste Mitchell Esajas,

met veel belangstelling heb ik uw pleidooi bij Joop gelezen. Ik deel uw constatering dat het recht om je mening te laten horen door te demonstreren onder druk staat. Dat autoriteiten te snel en te veel gebruik maken van het argument dat de ‘openbare orde’ in gevaar is. Uw constatering dat vooral tegenstanders van zwarte piet zo monddood worden gemaakt, is niet geheel conform de werkelijkheid laat Bart de Koning bij De Correspondent zien. Die ‘overdrijving’ is u vergeven.

U sluit Uw pleidooi af met vijf punten die iemand concreet kan doen om jullie te steunen. Met het schrijven van dit stuk, voldoe ik al aan uw eerste suggestie, je stem laten horen door iets te schrijven. Zoals ik al schreef, wordt het recht om te demonstreren de laatste jaren te veel beperkt en beknot. Autoriteiten lijken bang en angst is volgens het gezegde, een slechte raadgever. Zeker in een democratie. Dat was niet altijd het geval. De Koning haalt in zijn artikel de liberale minister van Justitie uit de jaren zestig Carel Polak aan: “De democratie is niet een staatsvorm voor bange mensen, niet voor mensen die voor elke politieke beweging of elke politieke verandering angstig zijn. Wij mogen niet de orde en rust bij voorbaat stellen boven de vrijheid van het woord en de vrijheid van meningsuiting. Ook de vrijheid van degenen, die er prijs op stellen, dergelijke mensen te horen, moeten wij zo veel mogelijk eerbiedigen. In dit geval hebben wij dat gesteld boven bij voorbaat een vrees voor het verstoren van de orde.” Deze woorden zouden de huidige bestuurders zich goed in de oren moeten knopen.

Ik zou zelfs nog een stap verder willen gaan. In een sterke, vrije en democratische samenleving hoort het uiten van je mening in het openbaar, in de openbare ruimte tot de openbare orde. Het kan er dus nooit een verstoring van zijn. De eenzame ‘Erdogan-demonstrant’ en de zwarte sinterklaas die De Koning noemt, hadden nooit opgepakt mogen worden. Iets wat ook voor ‘anti-koningshuis-demonstranten’ geldt die bijvoorbeeld tijdens prinsjesdag in woord of op een bord laten horen dat zij tegen het koningshuis zijn. Met tweehonderd mensen door Rotterdam lopen en je mening laten horen, is geen verstoring van de openbare orde. Dat zou het wel worden, als die tweehonderd bijvoorbeeld blijven lopen op een rotonde, geweld gebruiken of zaken vernielen.

spijkers

Illustratie: DickStolk

Nog een stap verder, maar dit is puur gebaseerd op mijn gevoel. Om de openbare orde te handhaven, zet de politie bij demonstraties en ook bij risicowedstrijden in het voetbal (weet ik als vaste tribuneklant bij VVV-Venlo) zichtbaar veel politie en ME in. Juist die zichtbare macht, roept bij mij gevoelens van onveiligheid op. Omdat ik dat voel, kan ik mij voorstellen dat er meer mensen zijn die dat zo voelen. Ik hoop dat ik hiermee ook uw tweede suggestie, personen in machtsposities verantwoordelijk houden voor hun daden, heb getackeld.

Uw volgende twee suggesties sla ik even over en ga naar uw laatste, het verdedigen van het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting en betoging met alle benodigde middelen. Ook daar vindt u mij aan uw zijde als u bedoelt dat dit recht met alle vreedzame middelen moet worden verdedigd. Dat geweld slechts in uiterste noodzaak is toegestaan. Van een uiterste noodzaak is pas sprake als fouten van bestuurders niet meer door de rechter worden hersteld. Als kritiek op het optreden van bestuurders onmogelijk is en leidt tot gevangenisstraf.

Resten nog twee punten en hier wordt het iets problematischer.  De Kinderombudsman, de VN en het College voor de Rechten van de Mens hebben geoordeeld dat zwarte piet een discriminerende en raciale karikatuur is van zwarte mensen. Is dat wel zo? Neem de uitspraak van de Kinderombudsman, die concludeert dat: “… de huidige vorm van Zwarte Piet als onderdeel van het Sinterklaasfeest kan bijdragen aan pesten, uitsluiting of discriminatie en daarmee in strijd is met artikel 2, 3 en 6 IVRK. De Kinderombudsman concludeert daarom dat Zwarte Piet zodanig aangepast moet worden dat gekleurde kinderen geen negatieve effecten meer ervaren en dat ieder kind zich veilig en goed voelt bij het Sinterklaasfeest. Door Zwarte Piet te ontdoen van discriminerende en stereotyperende kenmerken kan er van hem een figuur gemaakt worden die recht doet aan het plezier dat zovelen beleven aan de Sinterklaastraditie en die tegelijk in overeenstemming is met de rechten van alle kinderen in Nederland.” het College voor de Rechten van de Mens komt tot een soortgelijke conclusie. ’Kan bijdragen’ is wat anders dan ‘is een raciale discriminerende karikatuur’. Ik lees hier dat zwarte piet zo kan worden opgevat, dat wil niet zeggen dat expliciet de bedoeling is. Dat geconstateerd hebbende, ben ik het met de Kinderombudsman en waarschijnlijk ook met u eens, dat zwarte piet moet worden aangepast. Want als iets kan bijdragen aan pesten, uitsluiting en discriminatie, ook al is dat niet de intentie ervan, dan moet er iets aan gebeuren. Dat iets lijkt een aanvang te hebben genomen er schijnen nu, naast zwarte, ook roetveeg- en kleurenpieten rond te lopen. Nog niet overal, maar het begin is gemaakt. Of dit (snel) genoeg is, daar kun je over twisten, dat het een begin is, niet.

In dit derde punt gebruikt u het begrip ‘witte privilege’, en uw vierde punt draait om dit begrip. Ik citeer: “Erken je witte privilege en gebruik het door in witte dominantie omgevingen (in je familie, op school, op werk) racisme en discriminatie ter discussie te stellen, juist als het oncomfortabel is.” Met dat ter discussie stellen van discriminatie en racisme, heb ik geen problemen, ook daar vindt u mij aan uw zijde. Dat nog niet iedereen gelijke kansen heeft en dat achtergrond (kleur, religie) daar een rol in speelt, daarvan ben ik me terdege bewust. Dat donker gekleurde mensen, maar ook bijvoorbeeld moslims het lastiger hebben dan mensen met een lichte huidskleur dat is zo en dat is lastig te doorbreken. Mensen zoeken immers naar herkenning, naar iets van zichzelf in de ander. Een andere huidskleur zet iemand dan al op een achterstand. Ik zeg bewust mensen, want dit is niet iets van alleen ‘witte’ mensen. Zo zoeken mensen met buitenlandse wortels bijna altijd een partner met dezelfde wortels. Dit moeten we samen veranderen door het inderdaad ter discussie te stellen en vooral door het gesprek erover aan te gaan.

Lastiger wordt als ik mijn witte privilege moet erkennen. Een privilege is een wettelijk toegestaan recht, een voorrecht aldus Vandale. Als ik erken dat ik zo’n privilege heb, dan erken ik meteen dat u dat (voor)recht niet heeft en daar wringt het. Onze wetgever geeft ons terecht allen dezelfde rechten, niemand heeft daarmee een privilege.

“Dat vele Nederlanders volhouden dat het Sinterklaasfeest in haar huidige hoedanigheid ondanks de schending van burgerrechten van vreedzame antizwarte pietdemonstranten, ondanks de racistische en agressieve bedreigingen van ‘Pietofielen’, ondanks oordelen van mensenrechtenorganisaties en ondanks de toenemende militarisering van het Sinterklaasfeest een onschuldig en gezellig kinderfeestje is, is het ultieme voorbeeld van witte onschuld.” Op het begrip ‘witte onschuld’ kom ik straks terug, nu deze passage. Vermengt u hier niet twee zaken die niets met elkaar te maken hebben behalve het moment waarop ze plaatsvinden? Dat bestuurders de rechten van demonstranten en het recht om te demonstreren schenden, heeft niets met het sinterklaasfeest te maken en zegt niets over het al dan niet racistisch zijn. Dat mensen die tegen zwarte piet demonstreren racistisch en agressief worden benaderd, zegt ook niets over het feest, het zegt iets over mensen die dat doen. In zijn bijdrage op JoopVijf feiten die aantonen dat Zwarte Piet racistisch is’ doet George Arakel hetzelfde. In mijn reactie op Arakel vroeg ik hem of: “de valse noten van een slechte saxofonist dan ook de verantwoordelijkheid (zijn) van het instrument.” Zo’n manier van argumenteren en onderbouwen is naar mijn stellige overtuiging contraproductief. Hierdoor worden vele goedwillende mensen in een de ‘racistische’ hoek gedrongen die er niet thuis horen en die zullen zich daar tegen verzetten. Het vergroot de afstand en maakt het daarmee moeilijker om gezamenlijke grond te vinden. Dat verzet begint immers met het afwijzen van alles wat u te zeggen heeft. En dat is precies wat er nu gebeurt. Dat racistisch en agressief benaderen zijn daar de extreme uitingen van.

Hiermee kom ik bij het begrip witte onschuld dat u van Gloria Wekker heeft overgenomen: “een dominant zelfbeeld van Nederlanders die zichzelf als open, tolerant en progressief zien en dus fundamenteel niet-racistisch. Dit terwijl Nederland 400 jaar een koloniale natie is geweest.” In januari van dit jaar zette mevrouw Wekker haar denkbeelden bij De Correspondent uiteen. Mevrouw Wekker schrijft daar in grote woorden en met ‘lange halen’ de Nederlandse geschiedenis en de gevolgen daarvan voor het heden. Met lange halen ben je snel thuis. Dat is ook bij haar het geval en dat gaat gepaard met een flinke versimpeling van het verleden. In een eerste reactie op dit artikel heb ik haar gewezen op het toch wat complexer zijn van de geschiedenis en op het niet typisch westers zijn van imperiale en koloniale neigingen en het superioriteitsdenken. In een tweede reactie stelde ik haar gebruik van de geschiedenis voor doelen in het heden ter discussie en concludeerde dat Wekker de geschiedenis aan lijkt te willen passen aan haar huidige mening over het heden.

Aan dat versimpelen van de geschiedenis, in dit geval van de slavernij tot ‘wit is dader en zwart is slachtoffer’, maakte ook documentairemaakster Sunny Bergman zich schuldig in haar ingekorte versie van haar Van der Leeuwlezing in de Volkskrant. In mijn open brief aan haar aanleiding hiervan beschreef ik het als volgt: “Slavernij is echter geen blanke uitvinding. Het is een menselijke uitvinding waaraan alle kleuren mensen zich schuldig maakten en het slachtoffer van waren. Ik weet niet of u nog weet van het Europese feodale stelsel, een stelsel met vele horigen en dat is een andere naam voor ‘slaaf’. Zo waren er ook vele blanke slaven in de Arabische wereld en werden vele donkere mensen door andere donkere mensen gevangen of ontvoerd en tot slaaf gemaakt. Ik weiger echter om de complexiteit van het verleden te vereenvoudigen tot ‘zwart’ tegen ‘wit’ met ‘wit’ als bij voorbaat fout.”

Wekker kent navolgers. Recent schreven Rufus Kain en Malique Mohamud artikelen  bij De Correspondent. Kain over bubbling en in de discussie met de lezers die erop volgde vertelde hij over de uitdaging waarvoor hij stond: “wereldmuziek, bubbling en westerse geschiedvervalsing samenbrengen in één essay.” Mohamud over de verklaringen van het verlies van Clinton. Hij miste de essentiële vragen: “Waar is het historische besef? Waar is de koloniale geschiedenis? En wat is de historische context van onze economische welvaart? Waarom concentreert die zich bij een minderheid?”

Beste meneer Esajas, zou het kunnen dat het terugbrengen van de complexe werkelijkheid tot zwart (goed) tegen wit (fout, tenzij je erkent dat je door ‘witte’ kleur schuldig bent want dan verlies je je witte onschuld), leidt tot een zwart-wit-discussie? Een discussie waarbij beide partijen zich ingraven en verharden in hun eigen gelijk? Een discussie waarbij verschillen worden uitvergroot en positieve ontwikkelingen als de roetveeg- en kleurenpieten van twee kanten de kop in worden gedrukt.

Een discussie waarbij mensen als ik, hun mond het liefst houden omdat ze door beide partijen worden geslagen en geschopt. Immers, omdat ik erken dat zwarte piet mensen kan kwetsen, krijg ik met dezelfde agressie te maken en wordt ik gezien als een overloper, een ‘collaborateur’ om deze beladen term te gebruiken. Omdat ik aan de andere kant mijn ‘witte privilege’ niet erken en beken dat ik schuldig ben aan het hebben van ‘witte onschuld’, behoor ik voor u tot het kamp van de vijand. Dit terwijl we hetzelfde doel voor ogen hebben: een samenleving waarbij ieder mens even veel waarde heeft, waar iedereen ongeacht afkomst, kleur of religie er mag zijn en van zich mag laten horen. Bovendien is de kans groot dat u mijn weigering zult uitleggen als juist het leiden aan die ‘witte onschuld’, want de redenering achter die ‘witte privilege’ of de ‘witte superioriteit’ is zodanig dat het onmogelijk is om aan te tonen dat ze nergens op is gebaseerd. Dat wordt in die redenering namelijk gezien als een symptoom van het hebben ervan. Dit schreef ik ook al in mijn brief aan mevrouw Bergman.

‘C’est la ton qui fait la musique’ aldus een mooi Frans spreekwoord. Zou het kunnen dat u met uw boodschap meer zou bereiken, dat die tot mooiere muziek zou leiden’ als u de ‘toon’ aanpast door oneigenlijke argumenten achterwege te laten en door ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’ achterwege te laten? Want naast verdeeldheid richten deze termen de aandacht op het verleden en dat is weinig productief. Wellicht zou u eens het interview met de filosoof Kwame Anthony Appiah met de Belgische wedsite MO moeten lezen? Ik schreef hier gisteren een artikel over op mijn website. Omdat ze passen in mijn brief aan u, herhaal ik de laatste zinnen: “Of zoals de filosoof Kwame Anthony Appiah het in een goed en verhelderend interview met de Belgische site MO zegt: “verbinding proberen creëren op basis van verleden, zorgen vandaag bijna altijd voor uitsluiting van minderheden. Moeten we niet met z’n allen werken aan de toekomst, aan nieuwe verhalen die ons binden in plaats van oude te herschrijven?  “Daarom zijn toekomstgerichte verhalen veel interessanter, omdat zo veel verschillende verledens er een plaats in kunnen vinden,” zoals Appiah het zegt.

Als het de bedoeling is om ieder mens als even waardevol individu te zien, is het dan verstandig om de nadruk op kleurverschil te leggen, dat gebeurt immers bij het gebruik van termen als ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’? Want wat gebeurt er met iets waar je de nadruk op legt?

Beste meneer Esajas, net zoals ik ook al aan mevrouw Bergman liet weten, wil ik graag met u werken aan een betere wereld die ieder mens als een even waardevol individu ziet. Dat wordt alleen moeilijk als ik mijn ‘witte privilege moet erkennen. Dan werken we naast en deels tegen elkaar aan dat goede doel en dat zou jammer zijn. Wilt u hierover het gesprek met mij aangaan?

Met vriendelijke groet, De Balonnendoorprikker

Nieuwe verhalen

We leven in onzekere tijden. Voor velen vormt de komst van vele immigranten de bron van onzekerheid. Immigranten met andere gewoonten en gebruiken veranderen het straatbeeld, de muziek, het eten, de taal, de manier waarop we met elkaar omgaan. Veel mensen die immigrant worden genoemd, zijn geen immigrant, zij hebben de Nederlandse nationaliteit.

appiah

Illustratie: Kleding online insider

Het leven in onzekere tijden is van alle tijden, alleen moeten wij leven in deze onzekere tijd. Levend in onzekerheid houden veel mensen vast aan zaken die zekerheid geven en die zekerheid ligt voor veel mensen in het verleden. De onzekerheid uit vervlogen tijden zijn ze vergeten, die zijn verdrongen door de nostalgische beelden van die goede oude tijd. Dan wordt er, zoals vele politici doen, verwezen naar de joods-christelijke cultuur, pleit een politicus voor het verbieden van de islamitische gebedsoproep omdat dit niet in de westerse traditie past en worden boerka’s en boerkini’s bestreden. Dan lees je in partijprogramma’s: “De Nederlandse cultuur is leidend’” en “Nationale feestdagen blijven onaangetast, dus geen Suikerfeest,” (VNL). “Nederland weer van ons,”  en “Nederland de-islamiseren,” (PVV). Of een lofzang op die geweldige Nederlanders (CDA) en hun geweldige land, hun kernwaarden en glorieus verleden (VVD). Weer andere partijen   willen het verleden herschrijven en ‘zuiveren’ van ongewenste gebeurtenissen en elementen (Denk).

Als historicus zou ik blij moeten zijn met al die aandacht voor het verleden, alleen voel ik die blijdschap niet. Politici en politiek gaan namelijk niet over het verleden, politiek is gericht op de toekomst. Politici die zich met het verleden bezighouden zaaien tweedracht. Tweedracht tussen mensen die ‘geloven’ dat hun voorvaderen onderdeel uitmaakten van dat glorieuze verleden en mensen die later in dit land aankwamen. Worden die laatsten zo niet tweederangs burgers? Zaait dit niet verdeeldheid terwijl politiek en politici juist verbinding zouden moeten zoeken? Of zoals de filosoof Kwame Anthony Appiah het in een goed en verhelderend interview met de Belgische site MO zegt: verbinding proberen creëren op basis van verleden, zorgen vandaag bijna altijd voor uitsluiting van minderheden.

Moeten we niet met z’n allen werken aan de toekomst, aan nieuwe verhalen die ons binden in plaats van oude te herschrijven?  “Daarom zijn toekomstgerichte verhalen veel interessanter, omdat zo veel verschillende verledens er een plaats in kunnen vinden,” zoals Appiah het zegt.

Write your own (version of) history

De leider van het PVV-smaldeel in de Eerste Kamer, Marjolein Faber, doet niet onder voor haar evenknie in de Tweede kamer. In Vrij Nederland besteedt Max van Weezel aandacht aan haar optreden in die Eerste Kamer. Syrische vluchtelinge zijn gelukzoekers, “Busladingen vol profiteurs uit de islamitische woestijn dringen onze dorpen en steden binnen om na het verkrijgen van een verblijfsstatus een ingericht huis te krijgen met de bijbehorende uitkering en verwentoeslagen.” Ronkend, voor de betreffende mensen denigrerend taalgebruik waar Geert Wilders nog een puntje aan kan zuigen, of zoals Van Weezel schrijft: “vergeleken met Marjolein Faber is Geert Wilders een watje.” 

reconquistaIllustratie: Recursos Humanidades

Heel bijzonder wordt het als zij de ‘toestand in de wereld’ en vooral het Midden-Oosten verklaart. Volgens Faber probeerde het Westen daar orde op zaken te stellen en: “ondertussen worden wij in onze eigen achtertuin aangerand, verkracht, neergestoken, neergeschoten en opgeblazen.” Maar dat is eigenlijk niets nieuws voor Faber:“als ik kijk in 1.400 jaar geschiedenis, blijkt dat de islam 1.400 jaar geleden vanuit het Arabisch schiereiland naar het Westen is getrokken. We zien een spoor van verkrachtingen, moord en oorlog.”

Herschrijft Faber hier eigenhandig de geschiedenis? Past zij hier de geschiedenis aan, aan de denkbeelden van haar partij? Welke ‘zaken’ probeerden ‘wij’ op orde te stellen? De situatie in Irak voor de inval door Bush de Tweede? Of was die inval van Bush de Tweede een poging de zaken van Bush de Eerste op orde te krijgen? Of probeerde Bush de Eerste de in ongerede geraakte zaken van de oorlog tussen Iran en Irak op orde te stellen? Of was de oorlog tussen die beide landen waarbij Irak geld en wapens van het Westen kreeg, een poging om de door de Iraanse revolutie in het ongerede geraakte orde, te herstellen? Een revolutie die het gevolg was van Westerse (Amerikaanse) pogingen om de zaken, het regime van de Shah, op orde te houden? En zo kan nog wel even worden doorgegaan en niet alleen voor Irak en Iran.

En ja, de islam werd in haar beginjaren ook met het zwaard verspreid. Een islamitische veldheer drong aan op bekering van de bevolking van veroverde gebieden en daarbij zijn de nodige slachtoffers gevallen. Verschilt dit van de manier waarop de katholieke en later ook de protestantse heersers met de bevolking van veroverd gebied omgingen? Lieten die de bevolking de vrije ‘godsdienstkeuze’? Werden joden en moslims door de katholieke ver- of moet ik zeggen heroveraars van Spanje niet gedwongen bekeerd? Dit terwijl zij, net als voor het katholieke juk gevluchte Europeanen, onder moslim heerschappij in voorspoed en veiligheid konden leven.

Vaandelvlucht Georgina Verbaan

In maart worden de honderdvijftig Tweede Kamerleden weer gekozen. De partijen stellen hun verkiezingsprogramma’s op en stellen hun kieslijsten samen. De lijsten met daarop de verkiesbare kandidaten met bovenaan de naam van de lijsttrekker. Mensen die zich graag graag willen inzetten voor het algemeen belang. Mensen die alleen al daarvoor respect verdienen. Alhoewel?

verbaan

Illustratie: Bontkragen

De Partij voor de Dieren ruimt op haar kieslijst plek in voor ‘prominente’ (een andere woord voor bekende) Nederlanders die de partij en haar ideeën een warm hart toedragen. Deze personen worden als lijstduwer op de lijst opgenomen. Wie dit zijn? Onder andere schrijver A.F.Th. van der Heijden, Zanger Dinand Woesthoff, Babette van Veen en Georgina Verbaan. Ze moeten u en mij verleiden om op de partij te stemmen. De gedachte is dat als A.F.Th. of Dinand deze partij steunt, dan kun je als literatuurliefhebber of Nederpop-liefhebber natuurlijk niet achterblijven.

Natuurlijk mogen ‘bekende Nederlanders’ ook een politieke voorkeur hebben, mogen ze die uiten en zich voor een partij inzetten. Een klein probleem, Dinand, A.F.TH en Mensje van Keulen (ook zij doet mee) zijn niet van plan om de Kamer in te gaan. Nee, ze staan er alleen op om meer kiezers te trekken. Deze ‘kandidaat-Kamerleden’ stoppen al voordat ze zijn begonnen. Ze verkwanselen je stem al vóór ze is uitgebracht. Stemmen op Mensje of Dinand zijn stemmen op Lammert van Raan, Frank Wassenberg of Femke Merel Arisen, mensen die u, net als ik, waarschijnlijk niet kent, maar wel de mensen die er met uw stem op Dinand vandoor gaan. Zij hebben iets wat Dinand niet heeft, de wil om de Kamer in te gaan.

Babette, Mensje en A.F.Th. en anderen geven nu al aan dat ze zich niets van uw stem aan zullen trekken. Waarom zouden we dan nog op hen stemmen? Steun je partij financieel, doe mee als campagnemedewerker of in een reclamespotje, maar ga niet op een lijst staan als je niet in de Kamer wilt. Dat is kiezersbedrog of nog erger vaandelvlucht!

Multiculturalistische onzin?

“De term ‘multiculturalist’ lijkt in sommige kringen vandaag de dag wel een scheldwoord geworden te zijn,” zo schrijft Gert Jan Geling in een artikel bij ThePostOnline. Dit terwijl het multiculturalisme in Nederland in veel kringen nog springlevend is, zo beweert hij. In zijn artikel betoogt Geling dat multiculturalisme een onliberale ideologie is terwijl het jarenlang populair is geweest in liberale kringen en was het: “de achterliggende ideologie aan de hand waarvan we decennialang hebben geprobeerd onze diverse samenleving te managen.” En die ideologie luidde dat de overheid niet alleen de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen dient te erkennen, nee: “zij dient hierin verder te gaan, en deze culturele en religieuze groepen in stand te houden, waarbij de unieke groepsidentiteit gekoesterd wordt.”

integratie

Illustratie: Plazilla

De overheid die als plicht heeft om de groep koptische Egyptenaren, winti Surinamers of sjiitische Irakezen in stand te houden? Wanneer is dit ooit een doel van het overheidsbeleid geweest? Als dat zo was, waarom heeft de katholieke kerk dan geen aanspraak gemaakt op ‘overheidshulp’ om de leegloop van de kerken tegen te gaan? Dat zou inderdaad strijdig zijn met de liberale nadruk op het individu. Maar, maakt Geling hier niet een karikatuur van de werkelijkheid?

In zijn boek De Nieuwe Democratie bespreekt de socioloog Willem Schinkels ook de kritiek op het multiculturalisme. Een multiculturalisme dat in zijn ogen nooit heeft bestaan. Volgens Schinkels was het doel van wat achteraf multiculturalisme is genoemd, hetzelfde als het doel sla van het huidige beleid: “Het was gericht op assimilatie. … Het ging uit van het idee dat mensen het makkelijkst hogerop komen wanneer ze dat doen vanuit hun eigen kracht. Die werd, net als tegenwoordig heel essentialiserend, als ‘hun eigen cultuur’ gezien. Het idee was dat vervolgens mensen, wanneer ze succesvol waren en tot ‘maatschappelijke emancipatie’ kwamen, die ‘eigen cultuur’ vanzelf achter zich zouden laten en aangepast zouden zijn.” Daarom was de erkenning van de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen belangrijk. Dit nieuwe beleid dat nodig was omdat dat ‘gastarbeiders’ niet terug gingen, was gebaseerd op een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van 1979

Beleid dat door de achtereenvolgende kabinetten Lubbers door CDA, VVD en PvdA werd gedragen en waar de overige partijen in de Tweede Kamer in meegingen, de CD van Hans Janmaat uitgezonderd. Beleid dat juist zeer goed aansloot bij het liberalisme, het ging immers uit van het zich ontwikkelende individu.

Verkoopt Geling, net als vele andere ‘critici van het multiculturalisme’ geen multiculturalistische onzin?

Bier, sigaretten en wiet

Hangt u op de bank met een biertje of gaat u er dagelijks voor naar de kroeg? Laat u uw werk of school schieten om nog even een fles jonge klare naar binnen te werken? Drinkt u er lekker op los? Vervalt u met andere woorden in ledigheid omdat het in Nederland legaal is om alcohol te kopen en te drinken? Denken sommigen van jullie erover om de stap van drank naar misdaad te maken?

Volgens René van Rijckevorsel, plaatsvervangend hoofdredacteur van Elsevier, gaat dat wel gebeuren als de teelt van wiet legaal wordt: “Een overheid die drugs voorziet van een stempel van goedkeuring, zegt tegen zijn burgers: blow er lekker op los, blijf lekker in je luie bank hangen, school is niet belangrijk.” Van Rijckevorsel richt zich in zijn artikel in Elsevier tot het VVD-congres alwaar VVD’ers uit Zuid-Nederland pleiten voor regulering van de wietteelt. Een bijzondere redenering.

alcohol

Illustratie: DrugsForum.info

Alcohol is, net als tabak ,legaal te gebruiken. Geeft de overheid daarmee een ‘stempel van goedkeuring’? Een pakje sigaretten bevat al jaren teksten als: ‘Roken is dodelijk’ al dan niet aangevuld met ‘Roken is schadelijk en brengt u en anderen om u ernstige schade toe’ en ‘Rokers sterven jonger’. Teksten die er verplicht op moeten staan. De overheid heft extra accijns op tabak en ook op alcohol om het gebruik te ontmoedigen. Tabaksreclames zijn verboden, alcoholreclames zijn aan beperkende regels gebonden. De overheid initieert en subsidieert vele anti-rook en anti-drinkcampagnes. Lijkt de overheid hiermee niet te willen zeggen ‘doe het niet, het is niet goed voor u’ en legt de vrijheid van het gebruik bij de burger?

Als we dit vergelijken met de teelt en het gebruik van wiet, wordt het wrang. Teelt en handel is verboden, gebruik niet. Van Rijckevorsel is bang dat legalisering leidt tot: “‘staatswiet’ met mindere werking en illegale wiet die je knock-out slaat.” Aan de teelt en het product worden nu geen eisen gesteld, nu kan er dus ook knock-out wiet zijn en mildere. Tabaksfabrikanten moeten nu meewerken aan de ontmoediging van hun product (de teksten op de pakjes), wietfabrikanten niet. Tabak en alcoholgebruik worden ontmoedigd via accijnzen, wietgebruik is accijnsvrij.

Ja, bij overmatig gebruik van wiet liggen psychoses en schizofrenie op de loer. Bij overmatig alcoholgebruik levercirrose en Korsakov. Bij overmatig tabaksgebruik diverse vormen van kanker. En als softdrugs: “vooral funest (zijn) voor de zwakkeren in de samenleving,”  geldt dat dan niet ook voor alcohol en tabak?

Het gebruik van tabak en alcohol is door alle maatregelen flink verminderd. Zou hetzelfde niet ook kunnen gebeuren met wiet?