Homeopaat Trump

“Als je een leraar hebt, die bekend is met wapens, zou dat een aanval heel snel kunnen beëindigen,” een uitspraak van de Amerikaanse president Donald Trump, zo las ik bij de Volkskrant. Trump deed deze uitspraak in een bijeenkomst in het Witte Huis ter herdenking van de laatste schietpartij in Florida. Het bewapenen van leraren zou daarmee de gevolgen van schietpartijen op scholen beperken.

pistol-1686697_960_720

Illustratie: pixabay.com

Trump onderbouwde zijn idee door te zeggen dat een gemiddelde schietpartij op een school drie minuten duurt terwijl de politie er gemiddeld vijf tot acht minuten over doet om op de plek te komen. Gewapende medewerkers zouden daarom sneller een eind kunnen maken aan een schietpartij. Dit betekent dat de meeste schietpartijen niet door de politie worden beëindigd maar door ‘anderen’. Als we, zo lijkt Trump te redeneren, nog meer ‘anderen’ bewapenen, dan wordt een schietpartij nog eerder beëindigd en vallen er waarschijnlijk minder slachtoffers.

Dat zou een logische redenering kunnen zijn. Ware het niet dat schietpartijen op scholen, maar niet alleen daar, vooral iets van de Verenigde Staten zijn. De New York Times geeft een mooi overzicht dat laat zien dat er in de VS per dag relatief gezien ongeveer vijfenhalf keer meer doden door wapengeweld vallen dan in het tweede Westerse land op de lijst, zevenentwintig in de VS vergeleken met vijf in Griekenland en Canada als die landen een even grote bevolking zouden hebben als de VS. Of, zoals de New York Times schrijft: “Gun homicides are just as rare in several other European countries, including the Netherlands and Austria. In the United States, two per million is roughly the death rate for hypothermia or plane crashes.”

Nu zijn de VS ook het land met de meeste wapens per inwoner in de Westerse wereld. Al die wapens kunnen niet verhinderen dat er slachtoffers door wapengeweld vallen. Zou de homeopaat Trump het bij het rechte eind hebben dat het toevoegen van nog meer wapens (ziektekiemen), tot een wonderbaarlijke genezing leidt?

Oorlogsdaad

Stelt u zich eens het volgende voor. Een van uw kinderen geeft in uw tuin een feestje. De jeugdigen maken er een dolle boel van, alleen heeft uw buurman wat last van overlast. Die buurman besluit over het tuinhek te klimmen en begint in uw tuin aanwezige spullen te vernielen en op uw spruit en zijn gasten in te slaan. U komt uw huis uit, loopt naar het gebeuren en krijgt vervolgens van uw buurman te horen dat u zich er alleen mee mag bemoeien als u uw spruit en zijn gasten een flink pak slag geeft. Wat zou u doen?

woman-2853071_960_720

Illustratie: pixabay.com

Nu stelt u zich eens een land voor, bijvoorbeeld Syrië. Een buurland, bijvoorbeeld Turkije valt een deel van het land, neem bijvoorbeeld Afrin binnen omdat daar een groep, bijvoorbeeld de Koeren, zit die Turkije niet bevalt, die het als terroristisch ziet. Dat land, Syrië, stuurt vervolgens troepen naar die streek om samen met de Koerden de Turkse invallers het land uit te werpen. De Turkse regering regeert vervolgens als door een wesp gestoken. “ Er is geen probleem als Syrische troepen Afrin binnenkomen om de YPG of PKK te verwijderen. Maar als het regime van de Syrische president komt om de YPG te verdedigen, dan zullen wij handelen en niemand kan dan Turkije en Turkse soldaten tegenhouden,” aldus de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlut Cavusoglu, als we Elsevier mogen geloven.

Of niemand de Turkse soldaten kan tegenhouden, dat moet nog blijken. Nu ben ik geen aanhanger van de Syrische regering, een regering die niet gedreven lijkt om het beste te doen voor de gehele Syrische bevolking. Maar wie kan de Syrische regering, hoe slecht ook voor het eigen volk, het recht ontzeggen om de Turkse troepen met alle middelen tegen te houden? Sterker nog, om ze met alle middelen de gezamenlijke grens weer over te gooien? Heeft een land niet het recht om ongewenste strijders uit andere landen in het land gevangen te nemen en de grens over te zetten.

Is het met geweld binnenvallen van een buurland niet een daad van oorlog? Een daad die het aangevallen land het recht geeft om op te treden en daarbij alle middelen in te zetten die het nodig acht? Is in dit geval Turkije niet de agressor, ondanks alle ‘retoriek’ dat land ‘terroristen’ wil bestrijden? Zou Turkije niet veroordeeld moeten worden vanwege deze oorlogsdaad?

Christelijk Europa?

Volgens enkele politici in ons land, ik zal geen namen noemen maar een ervan heeft ‘waterstof geperoxideerd’ haar, moet Europa worden gered door de Hongaarse president Orbán. In Elsevier lees ik dat, volgens Orbán: “Onze ergste nachtmerries kunnen waarheid worden. Het Westen kan vallen als het niet ziet dat Europa onder de voet wordt gelopen.”  Vooral met West Europa gaat het de verkeerde kant uit: “In tegenstelling tot Oost-Europa is het ‘een immigrantenzone, met een gemengde bevolking dat een andere richting in slaat dan de onze.” Het gevaar komt van: “politici uit Brussel, Parijs en Berlijn,” die zijn verantwoordelijk voor het: “verdwijnen van de christelijke cultuur en de islamitische expansie”. De oplossing? “Het christendom is onze laatste hoop,” aldus Orbán.

mural-539817_960_720

Foto: pixabay.com

Als het christendom Orbáns laatste hoop is, wil ik dan in het Europa van Orbán wonen? Sterker nog, ik wil nergens wonen waar de hoop is gevestigd op een religie? Zijn dat niet bijna altijd behoorlijk intolerante landen? Ondanks de ’vrede’ en medemenselijkheid’ die iedere religie zegt te prediken, mondt het toch heel vaak uit in wrede onmenselijkheid. De Europese geschiedenis is behangen met godsdienstoorlogen en wreedheden tussen diverse ‘christelijke sekten. De laatste ervan (Noord-Ierland) is pas een kleine twintig jaar geleden beëindigd in een nog behoorlijk koude vrede. De diverse facties binnen de islam zijn, geen haar beter. De meeste aanslagen worden immers gepleegd door islamieten op andere islamieten. Het hindoeïsme laat in India inmiddels ook al vervelende gewelddadige en intolerante trekjes zien. Ook het Boeddhisme kent zo zijn intolerante en enge kanten, zo liet Arjen Lubach zien. Dit nog afgezien van de oorlogen tussen verschillende godsdiensten.

Natuurlijk zijn er vreedzame christenen, islamieten, hindoes en boeddhisten. Sterker nog, de overgrote meerderheid van hen zal dat zijn. Maar wordt het niet een probleem als gelovigen hun geloof, hun normen en hun waarden aan anderen gaan opdringen? Als een land of in Orbáns geval de Europese Unie, christenlijk moet zijn? Christenen in Europa, ja! Naast islamieten, boeddhisten, hindoes en alle andere religies, zelf de aanhangers van het ‘vliegende spaghettimonster’. Een christelijk Europa, NEE!

Politiek, geschiedenis en recht

Een paar weken geleden werd in Polen een wet van kracht die het verbied om te spreken van ‘Poolse concentratiekampen’. Die wet moet, zo viel in de Volkskrant te lezen: “voorkomen dat de regering en het Poolse volk nog langer de schuld krijgen voor de wandaden van de nazi’s.” Want, zo sprak oud-premier Szydlo: “Wij, de Polen, waren slachtoffers, net als de Joden.” Inderdaad waren de Polen ook slachtoffers van nazi-Duitsland, het land werd immers binnengevallen, net als Nederland. Het zijn van ‘slachtoffer’ wil niet automatisch zeggen dat men niet ook ‘dader’ kan zijn in een andere zaak, zoals de jodenvervolging. In Nederland kunnen we daarover meepraten.

Heutsz

Foto: Wikimedia Commons

Ik moest aan deze Poolse wet denken, toen ik las dat het Nederlandse parlement heeft besloten dat er sprake is van een Armeense genocide. Initiatiefnemer kamerlid Voordewind: “We mogen de geschiedenis niet ontkennen uit angst voor sancties. Ons land herbergt nota bene de hoofdstad van het internationale recht, dus we moeten niet bang zijn om ook hierin recht te doen.”

Dat politici de geschiedenisboeken willen halen door geschiedenis te schrijven met hun daden in het heden, is een bekend verschijnsel. Dat politici geschiedschrijvers gaan voorschrijven hoe iets moet worden beschreven, gaat dat niet iets te ver? Moeten politici zich niet bezig houden met het heden en de toekomst? Moeten we de het beschrijven, en benoemen van daden in de geschiedenis niet overlaten aan historici? Daarbij kan het gebeuren dat een gebeurtenis op verschillende manieren wordt beschreven en benoemd.

Als ‘we’ dit dan toch moeten doen omdat ons land de ‘hoofdstad van het recht’ is, waarom dan stoppen bij de Armenen? Kunnen we dan ook een uitspraak verwachten van het parlement dat er sprake was van ‘Boerse-genocide’ gepleegd door de Engelsen tijdens de Boerenoorlog? Een genocide compleet met concentratiekampen. De genocide op de oorspronkelijke volkeren van Noord-Amerika of Australië. En als we toch bezig zijn, hoe staat het met de ‘Atjehse genocide’ gepleegd door Nederland? Een genocide met J.B. van Heutsz in een van de hoofdrollen? Of de genocide op Banda door de VOC onder leiding van J.P. Coen? Om er slechts een paar te noemen.

Sinds wanneer wordt ‘recht’ trouwens gesproken door politici? Zijn daarvoor niet juist rechters aangesteld?

Democratisch experiment

“De versplintering van de gemeenteraad in steeds meer fracties biedt een kans tot vernieuwing en daarmee tot andere vormen van overleg, samenwerking en coalitievorming.” De eerste zin van een artikel van Hans Bekkers bij Binnenlandsbestuur. Dit is de conclusie uit een rapport dat de bestuurskundigen Paul Frissen en Martin Schulz schreven in opdracht van de provincie Overijssel. De beide onderzoekers concluderen dat het: “systeem van politiek bedrijven via gedisciplineerde coalitievorming met strakke binding (…) door de versplintering van het politieke landschap in steeds meer en kleinere fracties ‘lastiger (wordt), zo niet onmogelijk’. Daarom is een nieuwe, verruimende politiek nodig.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Foto: Wikimedia Commons

Bij het lezen van dit artikel moest ik denken aan het boek Counter-Democracy. Politics in an age of distrust van de Fransman Pierre Rosanvallon dat ik momenteel aan het lezen ben. Voor Rosanvallon is democratie veel meer dan ‘verkiezingen’. Democratie versterkt door op hoofdlijnen drie vormen van tegen-democratie: waakzaamheid, aanklacht en beoordeling. Waakzaamheid in de vorm van bijvoorbeeld de pers of actiegroepen die de volksvertegenwoordigers kritisch volgen en beslissingen beïnvloeden. Gebeurt er iets dat niet door de beugel kan, dan wordt de verantwoordelijke voor die keuze aangeklaagd, Halbe Zijlstra kan erover meepraten. Als laatste beoordeling, beoordeling door onderzoek en evaluatie maar ook door de verantwoordelijke voor de rechter te dagen. De Urgenda-zaak is een mooi voorbeeld hiervan. Vormen van tegen-democratie die de democratie versterken maar die risico’s inhouden.

Ik moest denken aan die tegen-democratie toen ik het artikel van Bekkers en de uitspraken van Frissen en Schulz las. Zou de aanwezigheid van deze inmiddels sterke tegen-democratische krachten ook gebruikt kunnen worden voor een gedurfder experiment? Een experiment met een andere vorm van democratische vertegenwoordiging, namelijk loting van volksvertegenwoordigers en dus maximale ‘versplintering’? Volksvertegenwoordiging als een democratische plicht. Het loten van raadsleden gecombineerd met de verkiezing van de burgemeester? Een burgemeester die via zijn uitverkiezing het mandaat krijgt om zijn beleid uit te voeren maar daarvoor wel de middelen en de goedkeuring van de gelote raadsleden moet verkrijgen? Raadsleden die zonder last en ruggespraak hun werk kunnen doen en niet bezig hoeven te zijn met hun herverkiezing. De kans dat ze voor een volgende termijn worden geloot is immers bijzonder klein.

Het kiezen van de bestuurlijk verantwoordelijke en het loten van de controlerende en regelgevende macht, zouden we een dergelijk experiment aandurven?

Perspectief

“Historici en politici die bezweren dat men misdaden primair in de context van de tijd moeten plaatsen? Bewaar me. Het kwaad zit in mensen, niet in de tijd.” De afsluitende woorden van een artikel van Sytze Faber in Trouw. Historici die oproepen om het “héle verhaal” te vertellen “dat relativeert lekker.” Politici die selectief winkelen in het verleden: “Baudet en Wilders houden ons het Nederland uit de negentiende eeuw als voorbeeld voor. Ongenoemd blijft dat de helft van de bevolking toen in armoede en drek leefde.” Die Turkije oproepen: “dat het erkent dat het in 1915 genocide heeft gepleegd op Armeniërs,” en ondertussen de Jan Pieterszoon Coen blijven verdedigen Banda: “Rutte vond het helemaal niks, Buma verordonneerde zelfs: “Handen af van J.P. Coen!”” 

Huns_by_Rochegrosse

Illustratie: Wikipedia

Nu ben ik zo’n historicus die beweert dat je zaken in hun tijd moet beoordelen en niet met hedendaagse kennis, normen en opvattingen. Die het hele verhaal wil bekijken. Zo’n historicus die zaken in perspectief bekijkt waardoor er vaak zeer veel grijstonen blijken te zitten tussen zwart en wit. Dan is het uitmoorden van Banda door Coen nog steeds een afschuwelijke moordpartij, maar dan blijkt dat Coen niet de enige was die moordde voor gewin. Het uitmoorden van steden en gebieden die ‘dwars’ lagen kwam vaak voor. De Mongolen werden er bekend door. Plunder en roof vormden eeuwenlang het salaris van de soldaat. Hoe moeten we het bombardement van de Duitsers op Rotterdam zien en de geallieerde equivalenten op Duitse steden zoals de vernietiging van Dresden of de twee atoombommen? Wie herinnert zich nog de uitspraak: “It became necessary to destroy the town to save it?”  Sterker nog, het komt nu nog steeds voor. Neem de sancties tegen Noord-Korea of gebeurtenissen in Syrië en Jemen. Je zou dan ook met Faber kunnen concluderen dat het kwaad in mensen zit en niet in de tijd. Is die conclusie trouwens niet het toppunt van ‘lekker relativeren’?

Faber heeft een punt voor wat betreft de politici die het verleden gebruiken ter meerdere eer en glorie van hun doelen in het heden. Iets wat Faber trouwens ook doet als hij de ondergang van het Nederlandse koopvaardijschip Van Imhoff beschrijft. Dat schip werd in 1942 getroffen door een Japanse torpedo waarbij 400 Duitsers die in het ruim zaten opgesloten, de dood vonden. Het grootste deel van de bemanning wist wel te overleven. “Volkerenmoord. Nederlandse kabinetten stopten de zaak diep in de doofpot,” aldus met veel gevoel voor theater. Een afschuwelijk voorval, maar is volkerenmoord niet erg overdreven? Zouden de achtereenvolgende kabinetten bekend zijn met dit voorval en het bewust in een ‘doofpot’ hebben gestopt?

Wie faalt er?

Frank Kalshoven besteedt in zijn Het spel en de knikkers aandacht aan een experiment van de gemeente Veldhoven. Een experiment waarbij de begeleiding van statushouders aan private investeerders wordt gelaten. Die zorgen voor de begeleiding en als het hen lukt om de statushouder twee jaar uit de bijstand te houden, dan krijgen ze zes keer het bijstandsbedrag als beloning. Lukt dit niet, dan krijgen ze niets. 

succes

Illustratie: PxHere

Kalshoven schetst drie reacties. Als eerste de ‘schande’ reactie: “Dit is het toppunt van economisering van de samenleving en de afbraak van onze collectieve voorzieningen.” Als tweede de ‘goed zo’ reactie: “Niets werkt zo heilzaam als marktwerking, met sterke financiële prikkels voor investeerders om resultaat te boeken.” En als laatste de afwachtende, onderzoekende’ reactie: “Interessant, vertel verder.” Hij beveelt de derde aan: “Omdat markten en prikkels vaak falen. En omdat de overheid er vaak niet in slaagt te organiseren wat we willen. Marktfalen én overheidsfalen zijn alomtegenwoordig en daarom moeten we, zonder vooroordelen, kijken naar wat werkt.”

Dat zou ook mijn reactie zijn, maar het gaat mij niet om de statushouders en het Veldhovense experiment. Het gaat mij om ‘marktfalen’ of ‘overheidsfalen’. Van ‘falen’, als je het zo wilt noemen, is sprake als een gesteld doel niet wordt gehaald. In deze casus is dat het aan het werk krijgen van een statushouder of wat breder getrokken, een bijstandsgerechtigde. Als je het zo benadert, dan schiet de overheidsbenadering tekort. Immers iedere bijstandsgerechtigde is dan een bewijs van dat falen. In Veldhoven geven ze nu ‘de markt’ de kans. Nu is het niet ondenkbeeldig dat er ook dan nog statushouders zullen zijn die een beroep zullen gaan doen op de bijstand, faalt de markt dan?

Wat moeten we dan doen als zowel de overheid als de markt faalt? Een mix maken? Zal ook die aantonen dat er statushouders zijn die hun weg vinden en anderen die dat niet doen? Zou het aan de doelstelling kunnen liggen? Aan het uit de bijstand krijgen van mensen? Dat er geen sprake is van ‘markftalen’ noch van ‘overheidsfalen’? Moeten we na jaren van ‘bijstand’ en pogingen om mensen eruit te krijgen, niet concluderen dat op de ‘markt’ niet voldoende plekken zijn voor iedereen?

Same zinge

Vastelaovend, ut is weer zoë wiet. Met de ‘ganse stad’ zingen we weer die goeie ouwe liedjes en niet alleen oude, ieder jaar worden er weer nieuwe juweeltjes gemaakt. De beste zijn tijdloze liedjes, liedjes die ‘ut geveul van Vastelaovend’ perfect weergeven. Vasteloavend beter bekend van de ondertitel Sjiengele boem! uit 1950 is zo’n liedje met de legendarische zin: “Zet alle zörg netjes op en ein kesje, heb toch maling aan d’n driét.”

Vastelaovend.jpeg

In andere liedjes kun je de tijdgeest aflezen. De Vastelaovend Disco Dens is er een voorbeeld van uit het discotijdperk met de prachtige openingzin: “Baer is al achenzeventig toere, maar as der bal is zitte veuraan. Nao ein van dreejendertig te loere, want dreej kier ellef det sprik um waal aan.” Dit begeleid door opzwepende discodreun. Het beste voorbeeld is toch De Kiepe van vrouw Fiepe. Een liedje uit 1984 met de emancipatie als thema. Een thema dat nu ineens weer actueel is. Want: “Die kiepe van vrouw Fiepe, maar waat stelle die zich aan want die wille neet miër kakele maar kreije.”

Een bijzondere categorie betreft liedjes handelend over Venlonaere in den vreemde die met Vastelaovend de ‘lokroep’ van de Venlose Vastelaovend niet kunnen weerstaan. Zo is er de prins van 2017, Lex I, die zijn heerschappij ‘bekroonde’ met het liedje Nao ’t Zuuje. Een liedje dat het voor mij nipt aflegt tegen Veur altijd eine Venlonaer uit 1994. De zin “ Ik kreeg ’t haos te kwaod , man wat deej det pien um met Vastelaovend neet in Venlo te zien,” geeft dat gevoel treffend weer. Een gevoel dat alleen nog wordt overtroffen door in de stad te zijn en door ziekte niet mee te kunnen zingen. 

Dan zijn er liedjes die de stad Venlo of delen ervan bezingen. Het eerste waaraan ik dan moet denken is Venlo Stedje van Fons van Grinsven uit 1936. Maar ook In ’t Jaomerdal een lied over de elfjes en feeën die “Dao achter de bovenste Meule. Wao knienkes en inketskes  speule,” ’s avonds bal hebben en de liefde bedrijven. Topper in deze categorie is en blijft echter As de sterre dao baove Straole. het bijzondere aan dit lied zit in het begin van het refrein: As de sterre dao baove Straole, en as de maon dao baove Haerunge hingk.” Een lied dat ook een Nederlands vertaling kent, Als de sterren daarboven stralen. Alleen mist die vertaling precies dat wat het lied bijzonder maakt. Want naast dat die ‘sterren daarboven stralen’, hangen ze ook boven Straelen een Duitse plaats op enkele kilometers van Venlo en de maan hangt boven het Duitse grensdorpje Herungen. Probeer dat maar eens te vertalen.

Ik heb er zin in. “Doezend stumme klinke as ein” zingen de makers van same zinge en dat zal ook deze Vastelaovend weer gebeuren. Achteraf weten we pas welk liedje het lied van 2018 wordt, vooraf kun je alleen maar gokken. ik gok op Geaf ’t Door.

Hiddema, het parlement en de rechter

“Als wij dat debat willen, is het prettig dat je met een rechterlijk vonnis kunt komen. Want die rechter oordeelt niet langs politieke voorkeuren.” Dit zegt de tweede man van het Forum voor Democratie, Theo Hiddema, zo lees ik bij Elsevier. Dat debat zou dan moeten gaan over het al of niet racistisch zijn van uitspraken van leden van het Forum voor democratie. Over die uitspraken en het al of niet racistische karakter ervan wil ik het niet hebben.

Hiddema

Foto: Wikimedia Commons

Waarover wel? Over het alleen willen voeren van een debat over de gedane uitspraken als er een rechterlijke uitspraak ligt. Is dat niet een zeer bijzondere opvatting voor een lid van het parlement? Zijn het niet juist de leden van het parlement die voorop moeten gaan in het voeren van het debat? Kiezen wij de leden van het parlement niet juist om het maatschappelijk debat te voeren, om daarin voor te gaan en vervolgens op basis van dat debat te besluiten of en zo ja hoe er gehandeld moet gaan worden?

Hoeveel vertrouwen heeft het Forum voor Democratie in de democratie als zij pas een debat wil voeren na een rechterlijke uitspraak? Welk nut heeft een debat nog wanneer eerst de rechter om een uitspraak wordt gevraagd?

Wat fundamenteler. Als we de redenering van Hiddema doordenken, pleit hij dan niet gewoon voor een samenleving waarin rechters bepalen wat er moet gebeuren? En zijn redenering helemaal doorvoerend, pleit hij hier voor afschaffing van het parlement? Immers een debat voeren waarvan de uitkomst al vaststaat, de rechter heeft immers ‘zonder politieke voorkeuren’ besloten wat we moeten vinden, lijkt zinloos. Als hij het dan toch zo ziet, waarom stapt Hiddema niet gewoon uit het parlement en probeert het gehele partijprogramma van het Forum via de rechter gerealiseerd te krijgen?

Een laatste vraag aan Hiddema. Wat als de rechter anders oordeelt dan u hoopt? Als de rechter u ongelijk geeft en er geen sprake is van smaad of laster? Als de rechter Ollongren naspreekt en zegt: “De partij van Baudet lijkt geobsedeerd te zijn door één van de weinige taboes …, het praten over rassen in het politieke debat?”  Wat doet u dan? Beschuldigt u dan, in navolging van Wilders, de rechters van het hebben van ‘politieke voorkeuren? Van het behoren tot het ‘elite-kartel’ dat het volk eronder houdt?

Oude wijn

Politiek Nederland is al een paar weken in de ban van de ‘Wet Dijkstra’. Het initiatiefvoorstel van D66-kamerlid Pia Dijkstra over de orgaandonatie. Het voorstel waardoor iedereen donor is tenzij je aangeeft het niet te willen zijn. “In feite hebben de nabestaanden dus het laatste woord, alhoewel ze geen vetorecht hebben.” De cruciale zin uit de brief waarmee Dijkstra haar collega’s probeert te overtuigen van haar goede bedoelingen en vooral van de noodzaak van deze wet. Een bijzondere zin.

wine-1574493__340

Foto: Pixabay.com

Bijzonder omdat deze wet, volgens de initiatiefnemer, nodig is om ervoor te zorgen dat er voldoende donoren zijn. Voldoende zodat er niemand hoeft te ‘creperen’ op de wachtlijst. Alleen de Eerste kamer moet nog instemmen met de wet en omdat die Kamer er deze weken over spreekt, berichten de media er volop over.

Voldoende donoren is het doel, een doel dat ook met deze nieuwe wet al twijfelachtig is, zoals ik me vorige week afvroeg. Twijfel die door deze passage alleen maar toeneemt. ‘Nabestaanden’ impliceert dat het meer dan één persoon kan zijn. Stel dat die van mening verschillen, naar wie wordt dan geluisterd? Welke ‘nabestaande’ geeft dan de doorslag?

Wat verandert er door deze nieuwe wet nu werkelijk? In de oude situatie had je je geregistreerd of niet en in beide gevallen werden de nabestaanden gevraagd of ze akkoord waren met donatie van organen. De nabestaanden hadden ‘dus het laatste woord’. In de nieuwe situatie hebben de nabestaanden nog steeds het laatste woord. Wat verandert er?

Wat is nu überhaupt het nut van een donorregistratie? Waarom iets registreren als de keuze van de persoon vervolgens ook maar een mening is? Een mening die vervolgens minder zwaar weegt dan die van de nabestaanden?

Een wetsvoorstel waar politiek Nederland de afgelopen jaren veel tijd en energie aan heeft gespendeerd en wat is er veranderd? Een gevalletje van ‘luchtverplaatsing’ of beter nog: oude wijn in nieuwe zakken? Zonde van de tijd en energie. Of zie ik het verkeerd?