Détournement de Pouvoir

Na zo’n titel dreig je, behalve als je Francofiel bent, meteen af te haken. Toch even niet doen! Het handelt namelijk over bestuurlijk misbruik, namelijk het gebruiken van een bevoegdheid waarvoor die niet is bedoeld: machtsmisbruik. En de raadsfractie van de Venlose SP pleit hiervoor.

SP

Illustratie: westfrieslandoost.sp.nl

Een in Venlo gevestigd transportbedrijf buit Filipijnse truckers uit. Zijn de Polen of Bulgaren al te duur of te mondig geworden? De Filipijnse chauffeurs moeten onder slechte omstandigheden werken. Ze krijgen de opdracht om de rij- en rusttijdenwet te overtreden. Ze wonen wekenlang in de cabine van hun truck en ontvangen hiervoor slechts €690 salaris per maand, waarvan ze ook nog eventuele boetes moeten betalen. Dit valt te lezen in Dagblad de Limburger van zaterdag 18 juni 2016 in een uitgebreid en niets verhullend artikel.

Schandalig en daartegen moet hard worden opgetreden. Hiervoor hebben we in Nederland de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de vroegere Arbeidsinspectie, waarom toch steeds nieuwe minder sprekende namen?), de politie en vast nog wel enkele andere toezichthouders. Die moeten er bovenop zitten. Iedere truck van het bedrijf aanhouden en controleren. Vaste inspecteurs dagelijks het bedrijf laten bezoeken. Zo zijn er nog wel meer maatregelen te verzinnen.

De Venlose SP-fractie wil meer actie van het Venlose college. De partij denkt aan ‘maatregelen in de vergunningensfeer of op het gebied van milieuhandhaving’ om dit, volgens de partij terecht verwerpelijk genoemde gedrag, tegen te gaan. En gaat de partij daar niet te ver? Ja, het Venlose college moet optreden als het bedrijf de voorwaarden bij de verleende vergunningen schendt. Als het de milieuregels overtreedt. Het Venlose college mag geen ‘arbeidsvoorwaarden’ stellen in een bouw-, milieu-, of tegenwoordig omgevingsvergunning. Als het college dat doet, dan gebruikt het een bevoegdheid, bijvoorbeeld het weigeren of nadere ‘arbeidsvoorwaardelijke’ eisen stellen die niets met het milieu te maken hebben, voor oneigenlijke doeleinden.

Détournement de Pouvoir dus. Mag je van een Nederlandse politieke partij niet verwachten dat zij de wet kent? Dat zij geen voorstellen doet die in strijd zijn met de wet? Dat zij niet pleit voor willekeur? Hoe schandalig de praktijken van het bedrijf ook zijn.

Moeten de heren politici niet de belangrijkste maatregelen nemen? Maatregelen die constructies verbieden waarbij personeel tegen een hongerloon moet werken? Maatregelen die de veel te ver gaande ‘liberalisering’ ongedaan maken? Maatregelen die de positie van de werknemer versterken? Maar of dat erin zit?  Moet het arbeidsrecht immers niet ‘geliberaliseerd’ en ‘versoepeld’ worden om concurrerend te blijven?

James Bond in de bus

Volkskrantverslaggever Toine Heijmans is een dagje meegereisd met de bus in Almere en doet daarvan verslag. Dit naar aanleiding van de recente problemen aldaar. Hij spreekt met de ervaren buschauffeur Bert Groot. Bert chauffeert als zesendertig jaar en geeft aan waar en hoe het fout is gegaan: “Het is begonnen met de aanbesteding van het stadsvervoer in 2003, zegt Bert. Marktwerking. Sindsdien heersen de spreadsheets. Connexxion baat de buslijnen uit, de gemeente houdt rigoureus toezicht: ‘komt er een mannetje met een blokje hout van tien centimeter breed meten of mijn banden dicht genoeg bij de stoeprand van de halte staan. Bij meer dan tien centimeter krijgt Connexxion een boete. Overal krijgen ze boetes voor, per jaar een half miljoen.”

OPENBAAR VERVOER-BUS-AMSTERDAM-CS

Foto: www.refdag.nl

Op tijd rijden is heilig, aldus Bert en daarom wordt er met een ‘open instap’ gewerkt: alle deuren open en instappen maar. Hierdoor rijdt officieel dertig procent zwart, Volgens Bert eerder zestig. Gevolg is ook dat service een ondergeschoven kindje is. Niet bij Bert overigens, maar wel bij zijn vele flex-collega’s die, door precies volgens de richtlijnen te handelen, hopen op een vaste baan. Te vergeefse hoop, volgens Bert.

Marktwerking, de successtory die in de jaren negentig haar aanvang nam en waaraan alles ondergeschikt gemaakt moest worden. De markt zou het klantvriendelijker, efficiënter en goedkoper maken. Besteed diensten als openbaar vervoer, zorg, energie, welzijn en vele andere aan en de markt zal haar heilzame werking doen. Hoe kun je echter een bus die van Venlo naar Nijmegen moet rijden, efficiënter en goedkoper laten rijden? Ligt de maximumsnelheid niet vast? Kan de afstand worden verkleind? Liggen de haltes niet vast. Zijn de strakke tijdsschema’s waaraan Bert zich moet houden niet een illusie? Is de verkeersdrukte te beïnvloeden? Is de prijs niet alleen te beïnvloeden door op de salarissen van de chauffeurs te beknibbelen, de ‘flex-collega’s van Bert? Op een markt heb je keus, Je koopt je boodschappen bij Plus Benders, bij Appie of de Aldi. Welke keuze heeft de busreiziger in Berts Almere? De bus van Connexion die de openbare aanbesteding heeft gewonnen. Aanbestedingen die veel tijd en geld kosten, voor bureaucratie zorgen maar wat verandert er voor de reiziger? De bus blijft de bus welke kleur ze ook heeft.

Wat zou er gebeuren als de ‘markt’ uit het openbaar vervoer wordt gegooid en niet alleen uit het openbaar vervoer? En wat zou er gebeuren als we het gratis maken? Als we Bert mogen geloven, betaalt de belastingbetaler toch al zestig procent van de kaartjes. Zouden die overige veertig niet te betalen zijn uit de bureaucratie die dan wordt bespaard? Uit de uitgespaarde vernielingen en de uitgespaarde Mysteryguest? Zo’n James Bond, aldus Bert, die achter een krant stiekem zijn beoordelingsformulier zit in te vullen.

Big Brother

Het uitschakelen van de tussenpersoon is een gekende manier van bedrijven om meer winst te maken. Hoe minder schakels tussen de producent en consument, hoe meer winst er voor de producent overblijft. Dat is in ieder geval de theorie, de praktijk is soms wat weerbarstiger.

OrwellIllustratie: blog.booklikes.com

Ook in de politiek is iets dergelijks gaande. Met een website, Facebookpagina, Twitteraccount en andere mogelijkheden, kan een partij zich makkelijk rechtstreeks tot haar aanhang richten. Er hoeft niet meer gestreden te worden om de schaarse ruimte in een krant, op radio of televisie. Wat voor partijen geldt, geldt ook voor individuele politici die hierdoor ‘onafhankelijker’ van hun partij kunnen opereren. Volkskrant-columnist Ariejan Korteweg noemt DENK als voorbeeld. Een partij van twee voormalig PvdA-kamerleden: “Denk bespeelt de sociale media. Een strategie die door hun achterban wordt herkend en de klassieke media minder belangrijk maakt.”

In dezelfde Volkskrant een artikel van Hans de Zwart van Bits of Freedom. De Zwart wijst op de segregerende en ‘etnisch profilerende’ mogelijkheden van Facebook: “Facebook is met zijn 1,6 miljard ‘inwoners’ het grootste land ter wereld. Het bedrijf heeft een gigantische database, waarmee het zijn populatie op elke mogelijke manier in stukjes kan verdelen.” En dat doet het bedrijf ook. Op verzoek van ‘klanten’ worden boodschappen per doelgroep gemaakt. De Zwart noemt een voorbeeld waarbij Universal Pictures voor haar film Straight Outta Compton geholpen werd door en via Facebook: “het potentiële publiek in drieën gedeeld: Afro-Amerikanen, latino’s en het ‘algemene publiek’ (daar hoorden de Afro-Amerikanen en latino’s dus niet bij). Voor elk van de drie groepen maakten ze een andere trailer.” Op basis van de informatie van Facebook krijg je dus een ‘voor jou passende’ trailer.

Marketingmensen zullen staan te juichen. Hun ‘natte droom’ komt steeds dichterbij: precies bij de persoon passende reclame. Is dit wel een ontwikkeling om toe te juichen? Hoe ontwikkel je je als persoon als alle informatie die je krijgt je alleen maar bevestigt in je opvattingen en standpunten? Wordt ontwikkeling, vernieuwing en innovatie niet juist gestimuleerd door contact met het vreemde? Met de andere opvattingen?

De Turkse en Russische presidenten kunnen op veel kritiek rekenen omdat ze de media onder controle brengen en alleen maar hun welgevallige boodschappen laat verkondigen. Dat ze als een soort ‘Big Brother’ erover waken dat iedereen hetzelfde denkt en doet. Iets dat tot een gesloten samenleving leidt met mensen die allemaal overtuigt zijn van het eigen (Poetins of Erdogans) gelijk.

Leidt de ‘natte droom niet tot eenzelfde resultaat? Tot mensen die overtuigt zijn van het gelijk van hun eigen big brother? Tot vele gesloten samenlevingen die in een samenleving naast elkaar leven?

Kortsluiting in het hoofd

Een verschrikkelijke gebeurtenis in Orlando. Een man schiet 49 mensen dood, verwondt velen en wordt uiteindelijk zelf doodgeschoten. Een Amerikaan, een ‘moslim van Afghaanse afkomst’ wordt er dan snel achter geplakt. Had hij de honderd meter op de Olympische Spelen gewonnen, dan was dat er waarschijnlijk niet achter geplakt. Nu schijnt dat belangrijk te zijn, want zo kan hij buiten de groep worden gezet. Buiten de groep van ‘echte’ Amerikanen. het was immers een Afghaan en dat verklaart al veel en dan ook nog een moslim. En daarmee is al snel bijna alles verklaard: het is weer die vervloekte radicale islam. Zeker als IS laat weten dat ‘een van hen’ weer een ‘gloriedaad’ heeft verricht.

kortsluiting

Illustratie: www.gerrievanwelij.nl

Politici en ‘meningenmannetjes’ gaan dan weer helemaal los in tirades tegen IS, tegen de islam en sommigen ook tegen moslims. Neem presidentskandidaat Trump: “duizenden en duizenden mensen (die) de Verenigde Staten binnenstromen met anti-Amerikaanse meningen. Islamitische vluchtelingen proberen onze kinderen af te nemen en die kinderen voor Islamitische Staat te ronselen. We moeten de waarheid durven zeggen over hoe de radicale islam op onze kusten komt.” Makkelijk scoren maar zouden er ook andere verklaringen kunnen zijn?

Uit de beschrijvingen die zijn voormalig collega’s en zijn ex-vrouw van hem geven, komt naar voren dat de man geestelijk niet helemaal in orde leek te zijn. Verwarde mensen zijn er meer. Denk aan Tristan van der Vlis die in een winkelcentrum in Alphen aan de Rijn om zich heen schoot. Of aan de Karst Tates die op koninginnedag 2009 met zijn auto op mensen inreed. Gewone Nederlanders met kortsluiting in hun hoofd. Zou het kunnen dat Omar Mateen ook kortsluiting in zijn hoofd had? Dat daar de ware oorzaak van zijn daad is te vinden? Dat hij het radicale islamisme erbij heeft gesleept om zichzelf en zijn daad, belangrijker te maken? Om ergens ‘bij te horen’?

Als dat het geval was, zou er dan extra ingezet moeten worden op het werk van veiligheidsdiensten? Natuurlijk moeten die hun werk doen omdat er ook terroristen ‘van beroep’ zijn. Zou extra inzetten op de geestelijke gezondheidszorg dan niet ook veel ellende kunnen voorkomen? Had de FBI Mateen wellicht niet beter kunnen doorverwijzen naar een goede psychiater?

Wat zou Nederland hiervan kunnen opsteken? Door de bezuinigingen van de afgelopen jaren, zijn steeds meer psychiatrische patiënten ‘ge-extramuraliseerd’ (uit inrichtingen ontslagen), een risico? Gelukkig is de wapenwetgeving in Nederland wat strenger. Alhoewel, liet het geval Van der Vlist niet zien dat er ook hier nog wat te verbeteren viel?

Nationaliseren

Enige tijd geleden schreef ik over de burgerparticipatie en stelde de vraag of deze ‘wisdom of the crowd’ ook tot betere besluiten zou leiden. Dit omdat de ratio, waarop dit denken is gebaseerd, ook het onderspit kan delven tegen de emotie. Ik moest hier weer aan denken bij het lezen van het betoog van docent politieke geschiedenis Adriejan van Veen in de Volkskrant. Van Veen pleit voor aanpassing om de inspraak van burgers bij de besluitvorming te herstellen. Van Veen stelt voor om een districtenstelsel in te voeren, de opkomstdrempel voor referenda te verlagen, bestuursbenoemingen open te stellen voor iedereen en niet alleen voor partijleden en om gemeenten een groter belastinggebied te geven.

nationaliserenIllustratie: iambtenaar.eu

Een bijzonder woord, herstellen. Het suggereert namelijk dat het vroeger beter was en dat is maar helemaal de vraag. Maar daar gaat het me niet om. Zouden deze voorstellen er werkelijk toe leiden dat ‘burgers zich niet in de steek gelaten’ voelen? In de Verenigde Staten wordt zo ongeveer iedere publieke functionaris gekozen en hebben decentrale overheden een flink belastinggebied. De Britten hebben zo’n districtenstelsel. De Zwitsers referenderen er flink op los. En dat zijn niet de enige landen. Voelen de burgers van die landen zich ‘niet’ of ‘minder’ in de steek gelaten? Is er in die landen geen ‘kloof’ tussen vertegenwoordigers en vertegenwoordigden?

Van Veen analyseert en komt tot de conclusie dat: “een serieus publiek debat,” nodig is: “over hoeveel delegatie van regelgeving en publieke dienstverlening naar de Europese Commissie en – als TiSA doorgaat – het internationale bedrijfsleven, wij bereid zijn te accepteren.”  TiSA is het Trade in Services Agreement (TiSA) waarover de VS en en de Eu, volgens Van Veen, in het geheim onderhandelen en dat ervoor kan zorgen dat: “ook zorg en onderwijs in de toekomst buiten de greep van democratisch gekozen overheden om geleverd worden. Zou daar niet de oorzaak te vinden zijn dat de burger zich ‘in de steek gelaten’ voelt? Zouden structuuraanpassingen dit kunnen veranderen en het het probleem van de ‘in de steek gelaten’ burger oplossen? Gaat de overheid na die aanpassingen wel ineens over die onderwerpen waar het ‘internationale bedrijfsleven’ over gaat?

Zou de oplossing dan niet veeleer te vinden zijn in het terugpakken van die macht? In het ‘nationaliseren’ van zaken zodat de overheid er wel over gaat?

De slager en zijn vlees

Een van de oorzaken van de bankencrisis van 2008, was het gebrek aan toezicht op de financiële instellingen. Toezichthoudende instanties lieten de teugels vieren en vertrouwden op de tuchtigende werking van de markt. Die markt ontwikkelde producten als Collateralized debt obligations (CDO’s), Credit Default Swaps (CDS) en andere. Producten die slecht enkele mensen doorzagen en die mensen waren niet de beslissers en de ratingbureaus, zoals Moody’s, die de betrouwbaarheid van dergelijke producten moesten beoordelen. Producten waarmee snel veel te verdienen viel en dat was het enige dat telde. Net als bij de ratingbureaus ontbrak het ook bij de toezichthouders, zoals de centrale banken, aan kennis van die producten. Toch kwamen ze op de markt met vernietigende gevolgen. John Cassidy beschrijft dit in geuren en kleuren in zijn boek Wat als de markt faalt.  Een van de lessen van de bankencrisis was dan ook dat het toezicht beter moest.

VIETNAM-ECONOMY-INFLATION-VENDOR

Foto: www.nrc.nl

We zijn nu enkele jaren verder en in de Volkskrant valt te lezen dat de Autoriteit Financiële Markt (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) het anders gaan aanpakken: “De financiële toezichthouders gaan start-ups en andere nieuwkomers helpen met hun vragen over nieuwe producten en diensten. Meer ruimte voor innovatieve experimenten is namelijk goed voor de concurrentie en efficiëntie in de financiële sector.” Onder aanvoering van Willem Vermeend moet: Nederland op de kaart zetten als ‘centrum van financiële vernieuwing.” Nu komt voor dat ondernemers veel tijd en geld in een nieuw product stoppen en dan van de toezichthouders te horen krijgen dat het niet mag. Behoort het niet tot het risico van de ondernemer als hij een product ontwikkelt dat niet wordt toegelaten?

Moet Nederland wel zo’n centrum van financiële vernieuwing willen zijn? Nederland is een grote speler in de financiële wereld en de gevolgen daarvan heeft de burger als belastingbetaler al ondervonden. Hij heeft miljarden van zijn belastingeuro’s besteed aan het redden van banken.

Moet de financiële markt efficiënt zijn? De Zuid Koreaanse econoom Ha-Joon Chang pleit in 23 dingen die ze niet vertellen over het kapitalisme juist voor minder efficiency op de financiële markt. Chang: “De discrepantie tussen de snelheid van de financiële sector en die van de reële sector moet kleiner worden, wat betekent dat het nodig is de financiële markt opzettelijk minder efficiënt te maken.”

Maar als belangrijkste. Beste toezichthouders, bent u er niet voor het algemeen belang in het algemeen en de consument in het bijzonder? Is het niet uw taak om producten te beoordelen op hun gevaren voor samenleving en consument. Hoe wilt u uw onafhankelijkheid als toezichthouder waarborgen als u producten mee gaat ontwikkelen? Bent u dan niet de slager die ‘zijn eigen vlees’ keurt?

Etnisch profileren

Op de de site JOOP is een interessante bijdrage te lezen van Mitchell Esajas in het racisme-debat. Esajas vraagt terecht aandacht voor de nadelen die gekleurde mensen ondervinden in Nederland. Schade niet alleen door: “PVV-klootjesvolk’ en extreemrechtse gekken,” maar ook door: “goedbedoelende witte mensen.” 

Die laatste bagatelliseren de ernst van het racisme in Nederland door bijvoorbeeld zwarte piet te vergoelijken ondanks de pijn die ‘piet’ bij gekleurde mensen veroorzaakt. “Het wordt tijd dat ‘goedbedoelende keurige witte mensen’ als van der Horst zich meer gaan verdiepen in het koloniale verleden en de betekenis van institutioneel racisme en minder whitesplainen. Dat is een term dat gebruikt worden om aan te duiden wanneer, wellicht goed bedoelende, witte mensen op een paternalistische manier aan een zwart persoon uitleggen wat wel en wat niet als racisme beschouwd dient te worden. Alsof zwarte mensen, na 400 jaar slavernij, kolonialisme en discriminatie, niet weten wat racisme is en hoe ze er tegen moeten vechten,” aldus Esajas. Daarom pleit hij voor: “een publieke campagne over het koloniale verleden en migratiegeschiedenis in combinatie met verandering van het curriculum zodat er van het basis- tot het hoger onderwijs meer aandacht komt voor de relatie tussen het koloniale verleden en het heden.” Als historicus kan ik die extra aandacht voor de geschiedenis alleen maar toejuichen want een mens is een product van zijn verleden.

RacismeIllustratie: personanongrata.nl

Alleen zit ik met een probleem. Ik weet niet wat Esajas van mij verwacht. Ik ben redelijk op de hoogte van het koloniale verleden, de migratiegeschiedenis, de effecten van twee wereldoorlogen, de ontstaansgeschiedenis van Nederland, de kruistochten, de veroveringstochten van de Mongolen, de invloed van het Romeinse rijk en de Griekse beschaving.  Alles weet ik er niet van, maar wie wel? Ik ga me er niet voor verontschuldigen, want ik heb er geen schuld aan. Ik moet het ook maar doen met de gevolgen ervan en voor wat ik ermee doe, daarvoor ben ik verantwoordelijk.

Ik stoorde me enorm aan het aanroepen van de VOC-mentaliteit door toenmalig premier Balkenende. Ik erger me rot als ik Wilders over moslims hoor praten. Als wordt ‘vergeten’ welke rol het Westen in het Midden-Oosten speelde en speelt. Net zoals ik me rot erger aan ‘gekleurde jongeren’ die een witte vrouw in een rokje hoer noemen.

Ik voel me niet aangesproken als er over racisme wordt gesproken al weet ik dat de Nederlandse maatschappij wel dergelijke trekken heeft. Die stel ik aan de kaak. Zo schreef ik over de uitsluitende werking van taal. Dat mensen liever ‘klonen van zichzelf’ aannemen weet ik, daar kan iedereen het slachtoffer van worden alleen met een kleurtje ben je dat sneller.

Ik weet dat je tegenwoordig alleen maar aandacht krijgt, als je schreeuwt en overdrijft. Dat maakt het echter wel heel lastig om na te gaan of iets gemeend is of alleen zwaar aangezet. Zo voel ik me ‘etnisch geprofileerd’ door zinnen als: “Het omvat een dominante manier waarop de Nederlanders over zichzelf denken, als een klein doch rechtvaardig, ethisch, kleurenblind, vrij van racisme, dus een baken van licht voor andere volkeren en naties,” die Esajas van professor Gloria Wekker heeft overgenomen als er wordt geschreven over het Nederlandse zelfbeeld. Ik voel me in een hoek gezet, waarin ik me niet thuis voel en waarin ik niet thuis hoor. Alleen weet ik niet hoe ik uit die hoek kan komen. Want wie weet schaad ik, als ‘goed bedoelende witte mens’, dan wel iemand door mijn ‘paternalisme’ en dat wil ik ook niet.

Beste meneer Esajas, al maak ik het niet zelf mee, ik kan met u meevoelen en wil eraan meewerken dat die gevoelens verdwijnen. Voelt u ook met mij mee als ik me in de hoek gezet voel door de manier waarop u en de uwen het debat voeren?

Paradoxale economie

Een paar jaar geleden gaf een Nederlandse politieke partij (de PVV) een ‘gerenommeerd onderzoeksbureau’ de opdracht om uit te zoeken wat het effect zou zijn als Nederland de Europese Unie  (EU) zou verlaten. In het kort was de conclusie: Nederland is economisch, politiek en maatschappelijk gezien, beter af bij het verlaten van de EU.

monopolieIllustratie: www.favrify.com

Nu heeft ons gerenommeerde Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) onderzoek gedaan naar de effecten van een uittreden uit de EU van Groot Brittannië voor de Nederlandse economie. Conclusie in de Volkskrant: “De kosten van een Brexit – het uittreden van Groot-Brittannië uit de EU – kunnen oplopen tot 1.000 euro per Nederlander.” Dit wordt veroorzaakt door een vermindering van de handel, de innovatie en productiviteitsstijging. Alle EU-landen ondervinden economische nadelen van het uittreden van de Britten, Nederland na de Ieren en de Maltezers het meeste.

Zou de conclusie zijn dat uittreden winst oplevert en het verlies bij de achterblijvers terecht komt? Dan zou handel een ‘zero sum game’ zijn, de winst van de een is het verlies van de ander. Maar hoe is dat te rijmen met de economische theorie dat vrijhandel voor beide partijen tot winst leidt, een ‘win-win game’? Een Brexit belemmert handel tussen de Britten en de EU-landen. Het inrichten van handelsbelemmeringen zou dan een ‘lose-lose game zijn. Dan moeten de Britten, net als de andere EU-landen, ook verliezen.

Als dat het geval is, hoe kan het dan dat Nederland er, volgens het ‘PVV-onderzoek’ na het uittreden uit de EU op vooruitgaat? Dat is in het vrijhandelsdenken onmogelijk. Meer vrijhandel is win-win voor alle partijen. Het uittreden van Nederland betekent minder vrije handel en dus zouden alle betrokken partijen in meer of mindere mate moeten verliezen. Bij uittreden winnen kan immers alleen bij een ‘zero sum game’. 

Als de EU werkelijk een ‘zero sum game’ is, waarom stappen dan niet alle landen eruit? Maar wacht eens, als ze er allemaal tegelijk uitstappen, wie wint en wie verliest er dan? Als de EU een economische ‘zero sum game’  is, waarom zouden landen er dan lid van zijn geworden en willen er nog steeds landen bijhoren? Waarom dan steeds verdergaande vrijhandelsverdragen afsluiten zoals TTIP? Toetreden levert je dan immers economisch verlies op.

Of slaat een van de twee gerenommeerde onderzoeksbureaus de plank mis? Welk bureau? Dat zullen we weten als de Britten werkelijk besluiten om de EU te verlaten.

Economie volgens Van Klaveren (7 van 7)

Vandaag het zevende en laatste deel uit de reeks van artikelen over de economische visie die Joram van Klaveren bij The PostOnline verkondigde.

Alles van waarde is weerloos

“Klaver (Jesse Klaver) stelt dat veel wat van waarde is geen prijs heeft, en noemt vrije tijd, kunst en zeggenschap als voorbeelden. Maar alles heeft een prijs. Ook de genoemde zaken. Dit is echter helemaal niet negatief. De wetenschap dat ook deze zaken zijn uit te drukken in geld maakt dat ze onderdeel zijn van de vrije markt. En daarmee bereikbaar voor iedereen,” zo schrijft Van Klaveren. Omdat iets een prijs heeft, wordt het voor iedereen bereikbaar? Wat zou de zorgbehoevende oude man van 93 met alleen AOW van wie de huishoudelijke hulp net is wegbezuinigd daarvan vinden? Die hulp heeft nu een prijs, alleen is die van dien aard dat die hulp voor hem onbereikbaar is en daarom vervuilt zijn huis. Wat zou de alleenstaande werkende moeder ervan vinden, die moet stoppen met werken omdat de kinderopvang voor haar onbetaalbaar is?

LucebertIllustratie: www.creatov.nl

Worden deze zaken, juist doordat de markt er een prijs aanhangt, voor mensen onbetaalbaar? En geldt datzelfde niet ook voor kunst? Wie zou er nog naar een concert van het Concertgebouworkest kunnen gaan, als de kaartprijs aan de markt werd overgelaten? Om alle kosten, onder andere de salarissen van de muzikanten, te kunnen betalen zouden de kaartjes zo duur worden dat slechts weinigen het zouden kunnen betalen. Of die kosten moeten omlaag en de muzikanten moeten voor een hongerloontje spelen.

Wellicht vindt Van Klaveren hongerloontjes geen probleem. “… voedsel, kleding en meer recent: telefonie en internet. Allemaal gereguleerd door de tucht van de vrije markt. En in alle gevallen voldoende concurrentie met meer keuzevrijheid en fors dalende kosten voor de individuele consument. Dat is het ware gezicht van economische vrijheid.” De consument profiteert, de werknemer is het slachtoffer en laat dat in de meeste gevallen dezelfde persoon zijn. Die goedkope kleding wordt gemaakt in dubieuze naaiateliers in onder andere Bangladesh en onder omstandigheden waaronder Van Klaveren niet zou willen werken: lange dagen, slecht geventileerde en brandgevaarlijke gebouwen enzovoorts. Zaken die in Nederland verboden zijn omdat de wetgever hier terecht strenge eisen stelt aan de arbeidsomstandigheden. De productie is daar naar toegegaan omdat Nederlandse arbeid ‘te duur’ werd bevonden en vervolgens werkloos werd of tegen een lager salaris elders aan de slag kon. Goedkoop voedsel omdat de producent ervan, de boer en tuinder, wordt uitgeknepen om de winsten van de aandeelhouders van de grote supermarktketens en inkoopcombinaties zo hoog mogelijk te houden.

Lage prijzen voor telefonie en internet? Is het niet terecht dat door de investeringen die de overheden in de ontwikkeling van internet en mobiele telefonie hebben gedaan, de lagere prijs ten goede komt aan de investeerder in casu de belastingbetaler?  En met de belastingen zijn we bij een derde rol van de mens in de huidige samenleving. De ‘Panamapapers’ bevestigden nogmaals dat belasting ontwijken een sport is van de rijken en de grote (en niet alleen multinationale) bedrijven. Bevestigde omdat dit al bekend was en zelfs Warren Buffet zelf al zei dat hij het vreemd vond dat hij minder belasting hoeft te betalen dan zijn secretaresse. En als het grote geld (Buffet) geen of weinig belastingen betaalt, moet het kleine geld (de secretaresse) meer opbrengen. Extra wrang wordt het, als die belastingbetaler op mag draaien voor bijvoorbeeld het falen van de banken. Zou Van Klaveren zich wel eens afvragen hoe het komt dat de heel ver geliberaliseerde markt faalde? Een advies aan hem en alle andere vrije marktadepten, lees het boek Wat als de markt faalt van John Cassidy eens.

Tot slot

Ik begon met de hoop uit te spreken dat Van Klaveren niet representatief is voor politici in het algemeen en de andere 149 kamerleden in het bijzonder. Ik vrees echter dat Van Klaveren redelijk representatief is voor het economische denken onder politici, bestuurders en wellicht ook ‘gewone’ mensen. In kranten en opinie-websites van allerlei pluimage kom je, aan het denken van Van Klaveren, verwante redeneringen tegen. Dat is niet vreemd na een neoliberale indoctrinatie (of hersenspoeling) van ruim dertig jaar.

Dat een bepaalde manier van denken populair is en vele aanhangers kent, wil echter nog niet zeggen dat het denken de waarheid is, de enig juiste manier. Zeker in de sociale wetenschappen, en economie is een sociale wetenschap, is waar en juist subjectief. Of om John Stuart Mill te citeren: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.” Alleen moeten die individuen de ruimte krijgen om hun wijsheid te berde te brengen. Dat zou in het huidig tijdsgewricht van de vele digitale en analoge media geen probleem moeten zijn. Of juist wel, want om die wijsheid te horen of lezen, moet ze wel de ander bereiken. Dan moeten we voorkomen dat deze eeuw, zoals Pieter Derks vreest, de meest saaie van de eeuw wordt. Dan moeten de Bol.coms van deze wereld, om Derks te parafraseren, aan een algoritme werken dat ons niet almaar hetzelfde pad op stuurt (‘lezers van dit boek, lazen ook), maar juist naar alternatieve paden. Dan moeten mensen (veel meer) open staan voor andere manieren van denken, dan moeten ze nieuwsgierig zijn en in elkaar geïnteresseerd. Geen meningen debiteren, maar vragen stellen. Zelfs als het zo logisch klinkt en helemaal in je straatje past. Sterker nog, juist dan is jezelf bevragen aan te bevelen.

Dit is een zevende artikel in een reeks van zeven. Klik hier om het eerste, het tweede, het derde, het vierde, het vijfde en het zesde te lezen.

‘Burgerparticipatie’

Via een LinkedIn-connectie kreeg ik een artikel van Anke Siegers onder ogen, getiteld Weg met die participatieladder. In plaats van die participatieladder voor burgerparticipatie, pleit zij voor de ‘Trap van Eigenaarschap’. De ladder en de trap zijn modellen die de overheid kan gebruiken om de verhouding tussen burger en overheid weer te geven. Siegers is aanhanger van de trap en anderen hangen de ladder aan. In de basis is er geen verschil tussen ladder en trap. Hoe hoger je erop klimt, hoe groter de rol voor de burger en hoe kleiner de rol van de overheid.

trap

Trap of ladder, daar gaat het me niet om. Siegers onderbouwt haar pleidooi voor de trap: “Mensen willen graag regie voeren en betrokken zijn in de besluitvorming wanneer het gaat over onderwerpen die hen aangaan. Alleen je mening mogen geven, in welke vorm dan ook, waarna nog andere mensen het besluit nemen, is niet meer voldoende. Daar is de inwoner van tegenwoordig te volwassen voor. Uiteraard zijn er mensen die zullen opperen, dat niet iedereen dat kan. Ook dat klopt. Echter, gezamenlijk kunnen mensen dit wel. Een combinatie van kaders aangeven, objectieve informatie delen en een beweging die ingezet wordt in bijvoorbeeld een vorm van een burgertop brengt alle kennis samen. Hierdoor ontstaat een wisdom of the crowd.” ‘Ladder-Aanhangers’ zouden ook hun ladder hiermee kunnen verdedigen. En daar gaat het wringen.

participatieladder

Illustratie: www.nieuwegein.nl

Samen weten we meer en samen komen we tot betere en gedragen besluiten. Dat is het idee achter ‘wisdom of the crowd’. Dat we samen meer weten klopt, maar leidt dat ook tot betere besluiten? Heeft de menigte niet vaak de neiging om vast te houden aan het bekende?  Wordt een genie niet vaak eerst miskend omdat zijn ideeën te ver af staan van de ‘wereld’ van de menigte?  Het overkwam onder andere Copernicus en Galileo Galilei.

Gaan die modellen niet uit van de ‘rationele’ mens? Een mens die op basis van rationele afwegingen tot een besluit komt. Spelen emoties tegenwoordig niet een zeer grote rol in besluitvorming?  Wordt besluitvorming niet overheerst door ‘charismatische goed gebekte’ mensen en is de ratio hieraan niet ondergeschikt? Charismatisch en goed gebekt, maar niet noodzakelijkerwijs het meest verstandig en wijs. Maar wel in staat om een ‘Copernicus’ te negeren.

Samen weten we meer, maar doen we samen met dat meer ook het beste? Of doen we het populairste?