What are words worth?

Het commentaar in de Volkskrant behandelt de participatiesamenleving. “… ouderen en zieken moeten niet meer meteen bij de overheid aankloppen, maar hun zorg voortaan zo veel mogelijk zelf organiseren, met behulp van hun sociale netwerk en hun eigen geld.,” met dat streven is volgens de krant niets mis, alleen blijkt de regelgeving van diezelfde overheid dat niet altijd in de hand te werken. Dit commentaar deed mij denken aan een van mijn eerste columns, geschreven voordat deze site de lucht in ging. De titel luidde Uitsluiten met woorden. En omdat hij nog steeds actueel is, publiceer ik hem nog een keer.

“Muren zijn de stenen manifestaties van uitsluiting, intolerantie en ongelijkheid,” woorden van Edith Tulp, gastcollumniste in de Volkskrant. Muren zijn hard, je ziet ze en ze blokkeren je. Taal kan net zo uitsluitend, intolerant en ongelijk zijn. Alleen zie je het niet, het werkt sluipend, maar is uiteindelijk net zo hard als een muur.

Een goed voorbeeld hiervan (er zijn er vele) is het begrip participatiesamenleving. In de diverse beleidsnota’s en brieven wordt dit begrip omschreven als een samenleving, waarin iedereen die dat kan, verantwoordelijkheid moet nemen voor zichzelf en zijn of haar leefomgeving. Dit klinkt positief. Waar zit dan die uitsluiting en intolerantie?

Die zit in de samentrekking van de woorden participatie en samenleving. Om te beginnen met samenleving. Van een samenleving maakt iedereen deel uit die zich erin bevindt; jong en oud, man en vrouw, gezond en ziek, rijk en arm. Er zijn geen uitzonderingen. Alleen al door er te zijn, acteer je in de samenleving.

Door er participatie aan toe te voegen gebeurt er iets bijzonders. Participatie betekent deelnemen en zo staat er deelnemen aan de samenleving. Hierdoor  ontstaat ook de ontkenning ervan, het niet-deelnemen aan de samenleving. Iets dat eigenlijk niet kan, maar door het toevoegen van het woord participatie kan het ineens wel. Zo kunnen mensen en groepen worden benoemd die niet bij de samenleving horen, die niet deelnemen en kunnen mensen dus worden buitengesloten.

Wie worden er buitengesloten? Werkelozen, mensen met gebreken, mensen met een ander geloof, criminelen.  Mensen die afwijken van de norm. Mensen die ‘iets’ moeten doen en ‘aantonen’ om wel ‘bij de samenleving‘ te horen. Dit wordt bevestigd door een overheid die een wet ‘Participatiewet’ noemt. Een wet die aangeeft wat bepaalde mensen moeten doen om bij de samenleving te horen.

‘Eigen god eerst’

Verschillen moslims hierin van christenen, van andere gelovigen? Een vraag die bij mij opkwam toen ik in het AD een interview las van Wierd Duk met hoogleraar sociologie Ruud Koopmans.“Van de moslims van Turkse en Marokkaanse komaf in Nederland moet 45 procent als ‘fundamentalistisch’ worden beschouwd. Zij tolereren maar één interpretatie van de Koran en stellen die boven de Nederlandse wet. Bij deze groepen is er sprake van sterke segregratie: hun hele leven is ingericht op omgang met gelijkgezinden.” Na het lezen van deze uitspraak van Koopmans, kwam die vraag bij mij op.

dead-kennedys

Wat het laatste deel van het citaat betreft, is het leven van bijna ieder mens niet gericht op omgang met gelijkgezinden? Verkeren hervormden niet het liefst met hervormden, katholieken met katholieken, soennieten met soennieten, communisten met communisten, skaters met skaters, punkers met punkers enzovoorts?

Is het vreemd, om zoals hij in het middelste deel beweert, dat aanhangers van een godsdienst de ‘wetten’ van die godsdienst als enige en hoogste wetten zien? Dat zij deze wetten dus hoger aanslaan dan de Nederlandse wet? Als god ondergeschikt zou zijn aan de Nederlandse wet was hij immers niet de hoogste en almachtig. En mogen zij zich niet gewoon aan hun strenge religieuze wetten houden zolang ze maar binnen de Nederlandse wet blijven? Net zoals een studentenvereniging, punkers en skaters eigen regels mogen hebben.

Als laatste het eerste deel van het citaat. Als we bijvoorbeeld de geschiedenis van het christendom en dan vooral de protestantse tak bekijken, dan zien we een baaierd aan schisma’s, afscheidingen en scheuringen. Allemaal het gevolg van een andere, enig juiste, interpretatie van de bijbel en de boodschap van god. Zou het niet vreemd zijn als een monotheïstische godsdienstige stroming zou accepteren dat er ook een andere interpretatie van de boodschap van die god mogelijk is? Dat zou betekenen dat die ene god met gespleten tong zou spreken. Of nog erger, dat er meerdere goden zouden kunnen zijn.

Is het niet eigen aan monotheïstische godsdienstige stromingen van welke aard dan ook, dat zij zich ziet als de enige en juiste boodschapper van de enige en juiste god? Eigen god eerst om het eens op een andere manier te zeggen.

‘Vluchtelingenmagneet’

Het ANP bericht dat er in 2016 bijna 7.500 mensen zijn overleden tijdens hun reis naar Europa, een tragische record. De voorgaande twee jaar waren het er ongeveer 6.000 per jaar. Die aantallen zijn, zo valt in het artikel te lezen, waarschijnlijk het topje van de ijsberg. Ik lees dit trieste bericht bij ThePostOnline dat het bericht integraal over heeft genomen van het ANP. Het enige wat Annabel Nanninga van ThePostOnline eraan heeft toegevoegd is de kop en de onderkop. Die luiden: “Lokroep ‘wir schaffen das’ leidt tot recordsterfte: 7500 mensen verdronken in 2016 bij overtocht. Asielindustrie en welkomstpolitiek vormen magneet voor ‘migranten’ die enorme risico’s nemen.” 

magneet

Illustratie: Speeltechniek

Een manier om naar dit tragische feit te kijken: geef je politieke tegenstander de schuld. Voor Nanninga is dit Merkel. Nu deed Merkel deze uitspraak medio 2015 terwijl er in 2014 ook al zo’n zesduizend mensen verdronken. Die hadden Merkel nog niet horen roepen. Zou je boven ditzelfde artikel ook de kop ‘Turkije-deal leidt tot recordsterfte’ kunnen plaatsen? Immers, door die deal is de korte Griekse route ‘gesloten’ en moet de veel langere ‘Italiaanse route’ worden genomen. Wie zou met een dergelijke kop de schuld krijgen.

Volgens Nanninga vormt het ‘beleid van Merkel’ een magneet voor ‘migranten’. Europa trekt aan. Een magneet is een bijzonder stukje metaal met twee polen, de ene is ‘positief’ geladen en de andere ‘negatief’. De positieve kant, trekt negatief geladen deeltjes aan en omgekeerd. Laten we zo ook eens naar de ‘migrantenproblematiek’ kijken. Inderdaad kan het zijn dat Europa zo aantrekkelijk is, dat mensen ernaartoe worden getrokken. De magneetmetafoor biedt nog een mogelijke verklaring.

Zou het kunnen dat de situatie in de landen van waaruit wordt gevlucht, mensen afstoot? Dat de situatie daar zo ellendig is, dat je er weg wilt? Als je de verhalen van vele Syrische en Eritrese vluchtelingen hoort en leest, dan hoor je iets anders. Dan hoor je iets zoals: wij willen hier niet zijn, maar thuis is het zo onveilig. Duidt dit er niet veeleer op dat het niet zozeer de aantrekkingskracht van Europa is die deze mensen in beweging brengt, maar de afstotende werking  in het land van herkomst?

Reizen naar Absurdistan

Na iedere aanslag wordt er gevraagd hoe het toch mogelijk was. Meestal wordt er geroepen om ‘maatregelen’ die de volgende aanslag moeten voorkomen. Een voorstel om in een ‘Passagiers Namen Register’ te gaan bijhouden wie waar naar toe vliegt binnen Europa is al in voorbereiding. “De gedragingen en verplaatsingen van verdachte personen kunnen zo voor, tijdens en na de reis worden geanalyseerd,” zo valt in de Volkskrant te lezen. De Belgische regering pleit ervoor om dit register uit te breiden naar bus-, trein en bootreizigers en wil dit op de Europese agenda, dat draagt de Belgische minister van Binnenlandse zaken Jan Jambon uit.

absurdistanIllustratie: https://www.flickr.com

Beste minister Jambon, vergeet u niet wat mee te nemen in uw voorstel? Ik mis namelijk de tram en de metro. Ook daarmee kan een ‘onverlaat met snode plannen’ zich verplaatsen. En nu we toch bezig zijn, waarom niet alle taxipassagiers, ook die gebruikmaken van Ubertaxi’s. Als u toch werkt aan een plan, neem dan ook de automobilisten en motorrijders mee. Als rechtgeaarde Belg had u toch echt aan de fietsers moeten denken. Daarmee kun je als terrorist van Berlijn naar Turijn. Dat zou goed zijn voor de fitheid van de betreffende terrorist, dat terzijde. De bromfiets- en scooterrijders, zouden die zich niet moeten melden? Wat te denken trouwens, van de voetganger? Te voet kun je immers flinke afstanden afleggen. En tegenwoordig de scootmobiel?

Maar, beste minister Jambon, zou het dan niet verstandiger zijn om mensen te verbieden om hun huizen te verlaten? Dat is makkelijker, dan hoeven de veiligheidsdiensten alleen maar de mensen die zich op straat begeven, op te pakken. Die zijn immers in overtreding. De medewerkers van de veiligheidsdiensten moeten dan wel toestemming krijgen om de straat op te gaan. Of iets minder vergaand, neem een voorbeeld aan de feodale tijd, toen de mensen aan het land gebonden waren en het alleen mochten verlaten als de landheer toestemming gaf.

Toch, beste minister Jambon, blijft er dan nog steeds een probleem. Hoe pakt u de digitale terrorist? Die komt immers niet op straat. Of gaat u de digitale snelweg ook tot verboden gebied verklaren?

Beste minister Jambon, wordt het niet tijd om eens goed te kijken waarmee u bezig bent? Holt u zo niet juist de sterke punten en de kracht van de Westerse samenleving uit? Speelt u zo de terroristen die uit zijn op de vernietiging van onze levensstijl, niet juist in de kaart? Bent u zo niet op reis naar Absurdistan?

21ste eeuwse oplossing

Beste meneer Asscher,

Met veel belangstelling heb uw artikel bij Joop gelezen waarin u reageert op een kritiek op u van Barbara Baarsma in de Telegraaf. U verzet zich tegen de voorstellen van Baarsma die erg overeenkomen met: “de ideeën van D66 en de VVD, die ook vinden dat hét recept voor onze arbeidsmarkt bestaat uit het afschaffen van vaste contracten — via de duur of de uitholling van de ontslagbescherming. ‘Vast’ aantrekkelijker maken voor werkgevers, door ‘vast’ af te schaffen of anders te definiëren.”  U maakt zich hard voor een eerlijke beloning voor eerlijk werk en vaste arbeidscontracten voor vast werk. Baarsma slaat de plank volgens u mis met haar voorstellen: “ook al worden ze geflankeerd door aantrekkelijke woorden als “modern” en “positieve prikkel.”  U geeft aan: “graag in discussie met experts van diverse gebieden,” te gaan.

21ste-eeuw

Beste meneer Asscher, ik ben geen econoom, geen arbeidsmarktdeskundige doch slechts een eenvoudig historicus. Ik lees wel geregeld werk van economen en een van hen, de Zuid Koreaan Ha-Joon Chang, schreef dat economie voor 95% gezond verstand is en dat de overige 5% ook geen hogere wiskunde is. Laat ik, al zeg ik het zelf, wel in bezit zijn van gezond verstand, daarom deze brief aan u.

Ik ben het met u eens dat vele veranderingen tegenwoordig worden verkocht met ‘positieve’ termen als modern(iseren) flexibiliseren enzovoorts en het afschaffen van vaste contracten is, daar ben ik het met u eens, niet erg modern. Sterker, dat is terug naar de negentiende eeuw, de eeuw van de dagloner die maar moest afwachten of er die dag voor hem werk en dus inkomen was.

Voor u is: “het vaste contract (de) hoeksteen van zekerheid voor werknemers en gezinnen.” Dat mag dan wel uw uitgangspunt zijn, het is voor velen niet de werkelijkheid en die velen worden er steeds meer, ondanks al uw pogingen om daar wat aan te doen. Zou het kunnen dat uw oplossing ook ‘de plank misslaat’ en niet ‘modern’ is? Lijkt het vaste contract niet een twintigste eeuwse oplossing die niet meer voldoet in de eenentwintigste eeuw? Een oplossing die het probleem niet oplost, lijkt mij geen oplossing.

Zou het helpen om het probleem vanuit een ander frame te bekijken? Een frame waarin betaald werk niet meer de oplossing is van alle kwalen omdat er niet voldoende werk is voor iedereen? Wat als we ‘er zijn’ zien als het belangrijkste in het leven? En voor dat ‘er zijn’ krijg je een voldoende basis(inkomen)? Voor meer dan die basis moet je zelf zorgen en dat kan via werk. Zou dat de positie van de werknemer niet enorm versterken? Wellicht zijn flexibele contracten dan helemaal geen probleem meer. Zou dat een eenentwintigste eeuwse oplossing kunnen zijn?

Als u hierover met mij van gedachten wilt wisselen, laat het me weten.

 

‘Groene mannetjes’

“Weer van ons land gaan houden en trots zijn op onze gedeelde geschiedenis en toekomst!” Dat wil het Forum voor Democratie, zo blijkt uit haar verkiezingsprogramma. Dit stukje tekst is te vinden in het hoofdstuk cultuurbeleid. Aangezien de leider van het Forum een historicus is, ging ik er eens goed voor zitten. Die zou mij immers haarfijn moeten kunnen vertellen wat maakt dat ik zo trots moet zijn op die gedeelde geschiedenis.

groene-mannetjes

De groene man voor de deur van Opmerkelijk in Venlo. Foto: zoom.nl

Enige tijd later bleef ik achter met een kater en die was niet van de nieuwjaarsviering, geen antwoord op de vraag waarop ik trots moet zijn. Hoe moet ik dat dan weten? Toch werd ik er wel wat wijzer van: er is een complot van de publieke omroep! Een complot? Ja, een complot want: “Forum voor Democratie constateert grote vooringenomenheid in de publieke media. Een stuitende eenzijdigheid domineert, gekoppeld aan groot gebrek aan oprechte nieuwsgierigheid. De NPO is verworden tot een instrument van het partijkartel… .” Ja, het gaat heel diep: “Eindeloos werd de Nederlandse bevolking verteld hoe goed het associatieverdrag met Oekraïne was en hoe desastreus de Brexit zou zijn. De favoriete NPO-gezichten verkondigden dagelijks dat Trump nooit kon winnen – en na de uitslag mochten dezelfde gezichten uitleggen waarom hij won. De onderwerpkeuze, gasten en voorkeuren van steeds dezelfde presentatoren pakken schokkend vaak uit in het voordeel van steeds weer dezelfde politieke partijen en agendapunten. Andere partijen en opvattingen worden negatief bejegend of zelfs totaal genegeerd of verdraaid.”

Nu kun je tegenwoordig in een ‘informatiebubbel’ zitten, je ziet, krijgt en leest dan alleen maar informatie die je mening en ideeën bevestigen. Wellicht heb ik het afgelopen jaar in zo’n ‘bubbel’ gezeten en heb ik iets gemist, of iets gezien wat er alleen in mijn bubbel was. Ja, ik zag mensen waarschuwen voor een nee tegen Oekraïne en de Brexit, ik zag veel Clintonologen en Wilders-waarschuwers. ‘Doemscenario’s doen het immers goed in de media, goed nieuws is immers geen nieuws. Maar ik zag vooral veel aandacht voor, gesprekken over, en vooral ook met, mensen die er anders over dachten. Ik herinner me journalisten en programmamakers die trektochten door Trump-land hielden. Misschien heb ik dat gedroomd. Baudet en Roos waren niet van het scherm te slaan en zijn dat nog steeds niet. Ik kan me niet heugen dat nieuwe politieke partijen zoveel aandacht kregen als afgelopen jaar VNL, DENK, GeenPeil en FvD.

Wat me het meest bevreemd is dat ik me meen te herinneren dat we in Nederland juist een zeer pluriform stelsel van zendgemachtigden hebben, ieder met hun eigen kleur en geluid. Een stelsel dat evenwicht juist zoekt door de diversiteit aan het woord te laten. Als zo’n stelsel “is verworden tot een instrument van het partijkartel,” dan moet er wel sprake zijn van een complot? Wat is dat ‘partijkartel’ trouwens? Ben ik dan een tweede complot op het spoor? Zie ik ‘groene mannetjes’ of het Forum?

… en de wereld is van iedereen

Veel vragen, de titel van de eerste prikker van 2016 waarin ik jullie veel geluk, liefde, voorspoed, maar vooral veel nieuwsgierigheid voor 2016 toewenste. We zijn nu een jaar verder. Een jaar waarin weer zeer veel is gebeurd. Een extra lang jaar omdat het een schrikkeljaar was en dus één dag extra. Vluchtelingen, referenda, aanslagen, couppogingen, verkiezingen alles kwam in 2016 voorbij en voor 2017 zal dat niet veel anders zijn.

Het is natuurlijk makkelijk om de boodschap van verleden jaar te herhalen want ook in 2017 zullen we geluk, liefde, voorspoed en nieuwsgierigheid goed kunnen gebruiken. Dus bij deze.

Toch wil ik jullie, mijn lezers, nog iets meegeven. Iets waarover ik lang hebben lopen piekeren en het wilde maar niet ‘binnenvallen’ hoe ik het zou moeten verwoorden. En toen ineens was het er. Ineens wist ik waarmee ik in mij hoofd liep en wat er maar niet uit wilde komen. Een boodschap waar we ons beter terdege van bewust kunnen zijn.

In deze tijd luisteren wij thuis geregeld naar de top 2000. Niet dat ik daar veel van mijn favoriete punkband Dead Kennedys (staan er niet in) hoor of van The Ramones (2 keer, Blitzkrieg Bop en het onvermijdelijke Rock’n Roll Highschool). Zelfs mijn favoriete Ierse band The Pogues komt er niet in voor. Nee, voor een liefhebber van ‘mijn soort muziek’ is het karig. Maar ja, dat ben ik op de radio in het algemeen wel gewend. En toch, op oudjaarsdag zo tussen twee en drie in de middag werd ik verrast door Iedereen is van de wereld van de van The Scene.

Verrast omdat ik er niet op bedacht was en nog meer verrast omdat Thé Lau precies de woorden zong die ik zocht:

“Rood zwart, wit geel, jong oud, man of vrouw
In het donker kan ik jou niet zien,
maar deze is van ons aan jou.

En ik hef het glas op jouw gezondheid,
want jij staat niet alleen

Iedereen is van de wereld
en de wereld is van iedereen

Iedereen is van de wereld
en de wereld is van iedereen

Iedereen is van de wereld
en de wereld is van iedereen

Iedereen is van de wereld
en de wereld is van iedereen.

van iedereen”

En dat laatste woord, om het goed te laten landen, negen keer herhaald.

Egoïst, narcist, …. elite!?

Een van de meest gebruikte woorden van 2016 en ik verwacht dat het ook in 2017 nog heel vaak wordt gebruikt. Ik heb niet geturfd, maar het zou best wel eens in de top tien van 2016 kunnen staan. Het woord elite. Als we het moeten geloven is alle ellende in de wereld, en misschien ook wel in het heelal, de schuld van de elite.

eliteFoto: Het Financieele Dagblad

Volgens Vandale is de elite een  “kleine groep van voorname mensen.” Wikipedia, de ‘democratische encyclopedie’ valt bij: “een kleine groep in een maatschappij, met buitengewone kwalificaties of privileges, waardoor zij op een bepaald vlak de hoogste positie inneemt. Zo kan er sprake zijn van onder meer politieke, militaire, economische en culturele elites.” Dus mensen die de hoogste posities innemen, die uitverkoren zijn.

Behoren kamerleden erbij? Ze zijn immers voornaam, zitten op een hoge positie omdat ze wetten voor ons allemaal vaststellen? Dat kan ik niet, ik kan er alleen maar iets van vinden en dat kenbaar maken. Zelf lijken ze daar anders over te denken. Menig kamerlid ‘vervloekt’ de elite en suggereert er niet bij te horen. Neem bijvoorbeeld Wilders die Tweet: “Heeee linkse media, elite, diensten en justitie: luister goed …” Of de SP die in haar verkiezingsprogramma schrijft: “Dat de politiek er niet alleen is voor de elite, maar voor iedereen.” Een waarheid als een koe, maar het suggereert wel dat volksvertegenwoordigers, die toch door ons zijn gekozen en dus ‘ uitverkoren’, niet tot de elite behoren. Die bestaat volgens de partij uit: “de directeuren en bestuurders.” 

Ontkennen zij het bestaan van een politieke elite? Of bestaat die wel maar horen ze er zelf niet bij. Als dat zo is, welke politici behoren dan wél bij de elite? De regeringspartijen misschien?  Premier Rutte denkt daar anders over, zo valt in Trouw te lezen: “In mijn achtergrond zit echt 0,0 procent elite. Ik herken me er niet in. Ik kan mijn tijd maar één keer uitgeven. Als het me om me, myself and I ging, dan kon ik ook wel andere dingen verzinnen om te doen, waarbij je niet iedere dag de grond in wordt geschreven.” Als premier is hij toch de politieke leider van Nederland, de ‘hoogste’ persoon en toch geen elite? Wie blijft er dan nog over als ‘elite’?

Maar wacht eens, zegt hij dat het bij de elite alleen maar draait om ‘me myself and I’? Dat is een heel andere definitie van elite. Is elite dan synoniem met egoïst? Met narcist?

Fijne feestdagen meneer Rutte

Beste premier Rutte,

ik hoorde dat ik politiek correct ben en dat ik de Nederlandse identiteit te grabbel gooi of me ervoor schaam. Waarom? Omdat ik u en alle andere mensen op deze wereld fijne feestdagen wil wensen. Het zijn volgens u geen feestdagen, we zijn immers in Nederland en daar vieren kerst. Dat hoort, volgens u, bij de Nederlandse traditie en cultuur en dus moeten we elkaar fijne Kerstdagen wensen.

kersteiFoto: https://www.facebook.com/happyei.bv/?fref=nf

Laten we het religieuze aspect even buiten beschouwing. Al kan ook dat ter discussie worden gesteld omdat onze zeer verre nog heidense voorvaderen rond deze tijd ook een feest vierden. Een feest verbonden met de lichtwende, u weet wel dat de dagen weer langer gaan worden. Laten we het daar niet over hebben. Dan raken we de joods-christelijke wortels van onze cultuur zoals we het nu zien. Als historicus weet u vast ook wel dat daar vroeger heel anders over werd gedacht en dat joden en christenen niet veel met elkaar ophadden. Bovendien is ons heden beïnvloed door veel meer zaken dan het joodse en christelijke.

Beste meneer Rutte, wat er nu wordt gevierd is het kerstfeest en dat duurt twee dagen. Als ik u fijne feestdagen toewens, wens ik u dan niet hetzelfde toe als wanneer ik u een fijne kerst wens? In het eerste geval benadruk ik de twee dagen die het feest duurt, in het tweede geval het feest dat wordt gevierd. Het wordt door menigeen ook wel gecombineerd en die wensen je dan fijne kerstdagen. Wellicht zijn er zelfs mensen, ik ben ze nog niet tegengekomen maar wil het niet uitsluiten, die je fijne kersfeestdagen toewensen. Waarom gooi ik de ‘Nederlandse cultuur’ te grabbel als ik u fijne feestdagen toewens en niet als ik u fijne kerstdagen toewens?

Beste meneer Rutte, maakt u zo niet van een mug een olifant? Of beter gezegd van niets een complete theatervoorstelling? Draagt u met uw uitspraken niet juist bij aan het ter discussie stellen van een traditie? Want wordt iets niet juist als een traditie betiteld als het ter discussie staat?

Beste meneer Rutte, als u zich toch zorgen maakt over ‘tradities’ wilt u uw partijgenoot Halbe Zijlstra er dan op attenderen dat de traditie van het paasei te grabbel wordt gegooid. Nee, niet door de HEMA die er ‘verstopeitjes’ van maakte, dit tot groot ongenoegen van Zijlstra. Meneer Rutte, de kerstdagen worden overspoeld met ‘paaseitjes in kerstversiering’ en die drukken zo de ‘traditionele kerstkransjes weg.

Artikel 1

“Omdat mijn missie en de reden dat ik de politiek ben ingegaan, namelijk het bestrijden van racisme en ongelijkwaardigheid en het zoeken naar verbinding (is),” het antwoord van Sylvana Simons op de vraag “Waarom begint u een eigen partij, die de Volkskrant haar stelde. Voor Simons staat een rechtvaardig Nederland bovenaan en zij wil daar invulling aan geven door op te komen voor mensen die in de verdrukking zitten.

sylvana-simonsFoto: Nu.nl

Beste mevrouw Simons, hulde van de Ballonnendoorprikker voor uw streven en inzet. Het interview in de Volkskrant roept wel wat vragen op. U bent niet de enige politicus die zegt te willen zoeken naar verbinding. Het verbaast mij dat die zoekers naar verbinding elkaar slechts zelden weten te vinden. Zou dat kunnen omdat zij allemaal andere eisen hebben waaraan die verbinding moet voldoen en geen water bij de wijn willen doen? Waarom sluit u zich niet aan bij een bestaande partij? Zou verbinding daar niet al kunnen beginnen? De bestaande partijen verdwijnen niet en ook met hen zult u zich moeten verbinden om wat te kunnen bereiken.

U stelt dat de huidige politieke partijen er: “in de afgelopen vijftien jaar er niet in geslaagd (zijn) om de toon van het debat de juiste kant op te sturen en de polarisatie tegen te gaan.” Dat is niet vreemd want is polarisatie niet eigen aan politiek? Polariseert u zelf niet ook door een nieuwe partij te beginnen? Een partij die al begint met zich af te zetten tegen de partij waarbij u eerst behoorde?

Crucialer is de vraag wat volgens u dan de juiste kant is? Uw vorige partij, DENK, wil een kleurrijk, een eerlijker perspectief in de geschiedschrijving” en het heden ‘zuiveren van ongewenste voorvaderen’. Eigenlijk wil ze het verleden herschrijven en aanpassen aan haar huidige opvattingen zodat het lijkt alsof die denkbeelden een logisch gevolg zijn van dat verleden. Iets wat ook Gloria Wekker, met het ‘cultureel archief dat West-Europese landen verplichtte om gebieden te veroveren en volkeren te onderwerpen’ doet. Als u die kant op wilt, dan hoeft u niet op mij te rekenen.

“Ik focus me liever op díé groep mensen wiens hart nog open is,” zegt u. Als u de artikelen leest op mijn site, dan zult u kunnen zien dat mijn hart open is. Dat rechtvaardigheid uitgelegd als opkomen voor de minder bedeelden een van mijn drijfveren is, dat ik altijd het gesprek aan wil gaan, ook met u. Als u me echter, net als sommige mede zwarte-piet-activisten vraagt om mijn ‘witte privilege’ te erkennen, dan haak ik af. Ik haak niet af omdat mijn hart sluit, maar omdat mijn hoofd dat niet kan verdragen.

Als u na het lezen van dit schrijven de verbinding met mij wilt zoeken, laat het me weten.

Met vriendelijke groet,

de Ballonnendoorprikker