Postadres ‘witte Nederlandse cultuur

Beste meneer Kartosen-Wong, op de site Joop bekritiseert u de criticasters van de documentaire ‘Wit is ook een kleur’ van Sunny Bergman. “De documentaire roept kennelijk al op voorhand zoveel ongemak op bij sommige critici dat zij zich in allerlei bochten wringen om deze te diskwalificeren,” zo schrijft u en daarom begrijpen zij de kern ervan niet. U hoopt toch dat: “witte Nederlanders zich dit realiseren en daardoor openstaan voor de inzichten die de documentaire aandraagt,” omdat die bewustwording uiteindelijk bijdraagt aan het oplossen van het probleem.

racisme

Beste meneer Kartosen-Wong,  wat is het probleem dat moet worden opgelost? Volgens mij komt het erop neer dat iedereen zich moet realiseren dat hij of zij vooroordelen heeft, dat er bij voorkeur wordt gekozen op gelijkenis en niet op verschil. Heel menselijk gedrag, dat onwenselijke gevolgen kan hebben. Net zoals we ons als samenleving moeten realiseren dat we heel voorzichtig moeten zijn met het baseren van beleidskeuzes op statistische gegevens.

Als ik u en de uwen moet geloven ligt het anders, dan is dat ‘ingebouwd racisme’ in de ‘westerse cultuur’ het probleem. “Uiteindelijk wordt ‘witte Nederlandse cultuur’ als voortbrenger van dergelijke vooroordelen aangeklaagd, en niet de individuele witte Nederlander wiens denken en handelen daar onbewust door worden gestuurd, zo schrijft u.

Een cultuur die een gevolg is van een ‘cultureel archief’ van de West-Europese landen: “waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen,” zoals Gloria Wekker bij De Correspondent beweert. Een bijzondere, of eigenlijk dubieuze, theorie omdat ze uitgaat van een vooropgezet plan van ‘witte West-Europeanen’ om de wereld te domineren. Alleen is de ‘plan-kaart’ of, zoals ik eerder schreef, het ‘Risk-opdrachtkaartje‘ nooit gevonden en lijkt het erop dat geschiedenis wordt aangepast aan het door u en de uwen gewenste frame. Bijzonder om nog een tweede reden en dat is dat ontkennen of ter discussie stellen van die theorie geen zin heeft, want dan lijd je aan ‘witte onschuld’ en daarmee toon je het gelijk aan van de theorie.

Als mensen zich niet aangesproken hoeven te voelen, wie dan wel? Waaruit bestaat een cultuur als ze niet uit mensen bestaat? Wie koestert dan dat: “nationale zelfbeeld van een moreel superieure Nederlandse cultuur en samenleving,” zoals u schrijft? Wat is dan het ‘postadres van de witte Nederlandse cultuur?

Zou het kunnen dat u en de uwen zoals Sunny Bergman, Mitchell Esajas, Charlene Hiwat-Kortstam, Gloria Wekker en anderen, eens in de spiegel zouden moeten kijken? Niet letterlijk om de huidskleur te bekijken, maar figuurlijk om uw eigen denken en de theorie die eraan ten grondslag ligt eens kritisch te beschouwen?

Dictatuur van de meerderheid

Het was te voorspellen. GroenLinks stemt in met het Oekraïneverdrag. Nee, dat is niet wat te voorspellen was. Wat wel? Dat dit ‘draaien’ wordt genoemd: “GroenLinks draait: steunt Oekraïnedeal Mark Rutte,” zo luidt de kop boven een artikel van Bas Paternotte bij ThePostOnline. Door iemand van draaien te beschuldigen, zeker als hij een ‘mooi kontje’ heeft, kan de ‘draaier’ verkiezingen verliezen.

De kop is nog vriendelijk, de reageerders op het artikel hebben het over ‘landverraad’, ‘politieke wentelteefjes’ ‘oplichters’, ‘betweters’, het onvermijdelijke ‘demoniseerders’ en de mooiste komt van Hans van de Kuil: “crypto-communisten die mee willen gaan in het steeds verder illegaal uitbreiden van het imperialistische en corporatische (hij zal wel corporatistische bedoelen) Westen richting Rusland. Het kan alleen maar omdat men zo’n enorme hekel heeft aan Geen Stijl en/of populistische partijen, dat alles geoorloofd is om dat tegen te werken.” Ja, dat krijg je als je ‘verraad pleegt’ aan de uitslag van een referendum, als je ingaat tegen de wil van het volk. Al is dat de vraag, want kwam de meerderheid  van de kiesgerechtigden niet opdagen? Wellicht vanwege de opkomstdrempel die voorstanders twee keuzemogelijkheden gaf.

loesje

Illustratie: https://www.loesje.nl/posters/nijmegen-1111_2/

Realiseren deze criticasters met hun prachtige vocabulaire zich wel dat de keuze van GroenLinks ook een gevolg is van een democratisch proces? Werden immers de leden niet gevraagd wat zij ervan vonden? Lijkt dan niet precies op wat GeenPeil wil gaan doen, een ‘referendum’ houden en dan de uitkomst overnemen? Niet mijn manier van het vertegenwoordigen van het volk, maar wel de manier van deze criticasters die willen dat volksvertegenwoordigers doen wat het volk wil, dat zij niet zelf mogen nadenken. Zien zij de splinter in het oog van anderen, maar niet de balk in het eigen oog?

Belangrijker dan die balk. Een referendum, zelfs al is het bindend, betekent niet dat de ‘verliezers’ ervan, hun mond moeten houden. Zelfs al is er maar één tegenstemmer, dan nog heeft die het recht om ook na de stemming zijn opvatting te blijven verkondigen en zo mensen proberen te overtuigen van zijn gelijk. Wie weet hoe er over een tijdje over hetzelfde onderwerp wordt gedacht? Wellicht verliezen dan de huidige winnaars?

Is het niet juist de kracht van onze democratie dat ook minderheden hun stem mogen laten horen, ook na een stemming? Dat zij niet van mening moeten veranderen en de boodschap van de winnaar moeten verkondigen omdat ze in de minderheid zijn? Dat zou een dictatuur van de meerderheid zijn. Om Loesje te citeren: “Waar één wil is, is de democratie weg.”

“Geen meetbaar effect”

Volkskrant-columnist Martin Sommer is geen voorstander van windenergie. In zijn column concludeert hij: “Wind op zee wordt veel goedkoper. Maar 6 miljard weggegooid geld, blijft weggegooid geld.” Die conclusie baseert hij op het beroep dat de Nederlandse staat heeft aangespannen tegen het Urgenda-vonnis, de uitspraak van de rechter dat het kabinet zich moet houden aan de afspraak om de CO2 uitstoot vóór eind 2020 met een kwart terug te brengen. “Dijksma voerde daartegen aan dat het aandeel van Nederland in de internationale CO2-uitstoot al heel klein is, namelijk 0,35 procent. De extra maatregelen die de rechter heeft bevolen, leiden volgens de rekenaars van de Staat tot 0,000045 graden minder klimaatopwarming.”

belastingen

Illustratie: www.trabvv.be

Dat is inderdaad verwaarloosbaar en dan is zes miljard weggegooid geld. Sterker nog, als de Nederlandse bijdrage aan de CO2-uitstoot maar 0,35 procent is, waarom zouden we dan überhaupt iets doen? Het zal best dat die extra maatregelen maar zo weinig bijdragen en dat de bijdrage van Nederland aan de CO2 uitstoot zeer beperkt is. Als dat voor een land geldt, dan geldt dat zeker voor een individu. Omdat ik nu wat koude voeten heb, zal ik de thermostaat nog maar een paar graadjes hoger zetten, de uitstoot van die ene kuub gas die ik daardoor extra verstook, daar is de temperatuurstijging nog onmeetbaarder van. Dan moeten er nog een vrachtwagen nullen achter de komma en voor de vier bij: “geen meetbaar effect.”

Beste meneer Sommer en wat belangrijker is minister Dijksma, is dit niet een wat al te simplistische redenering? Waarom zou dan de Duitse, Amerikaanse op Chinese regering wel iets doen? Ja, de bijdrage aan de CO2 uitstoot van China is veel groter dan de Nederlandse, dus zou China eerder iets moeten doen. Alleen waarom zou China dat doen, de bijdrage van de gemiddelde Chinees is veel geringer dan van de gemiddelde Nederlander. En alhoewel de gemiddelde  Amerikaan waarschijnlijk het meest van alle ‘gemiddelde wereldburgers’ bijdraagt, is die bijdrage zo nihil dat een vermindering ervan geen meetbaar effect” zal hebben.

Beste minister Dijksma, als u zich achter een dergelijke redenering blijft verschuilen, wilt u dan bij staatsecretaris Wiebes aangeven dat ik dan geen belastingen meer betaal. Die paar centen die ik bijdraag op ongeveer € 260 miljard: “Geen meetbaar effect.” 

Racism or no racism? That’s the question

Ook de opiniesite Joop besteedt aandacht aan het rapport Integratie inzicht? van het Sociaal Cultureel Planbureau. In een artikel met als titel Witten minder bang voor niet-witten, discriminatie neemt toe worden de uitkomsten besproken.  En ik moet zeggen, ik raak ervan in de war. Niet van de uitkomsten van het SCP-rapport, maar van het taalgebruik in het artikel.

Joop gebruikt steevast ‘wit’ waar vroeger over ‘blank’ werd gesproken. Daar zit de verwarring niet. Het wordt verwarrend als de rest op één ‘hoop’ wordt gegooid en die hoop wordt ‘niet-wit’ genoemd.  Die ‘hoop’ omvat onder andere de Surinaamse-Nederlanders en Marokkaanse-Nederlanders. En dan raak ik in de war. Want zijn er niet ook ‘witte’ Surinaamse-Nederlanders? Zijn trouwens alle ‘witte’ Nederlander, of zijn er ook ‘witte’ niet-Nederlanders.

kleurrijk-nederlandFoto: www.arenapoort.nl

Dit wordt cruciaal bij de Marokkaanse-Nederlanders. Het wordt cruciaal omdat het grote probleem juist bij de Marokkaans-Nederlandse jongeren ligt, want die, zo lees ik, “ hebben het meeste last van een gebrek aan acceptatie. Zij lijden het meest onder vooroordelen en kunnen niet rekenen op een positieve dan wel onbevangen houding onder witte Nederlanders.” Hoe ‘niet-wit’ zijn die Marokkaanse-Nederlanders eigenlijk? Als een Marokkaanse-Nederlander ‘niet-wit’ is, hoe ‘wit’ is dan een ‘witte Nederlander’ met zwart haar en een wat donker getinte huid? Hoort een Spaanse-Nederlander bij de ‘witten’ of de ‘niet-witten’?

Loopt Joop zo niet vast met het gebruiken van de termen ‘wit’ en ‘niet-wit’? Als ‘kleur’ het probleem zou zijn, zouden Spaanse- en Italiaanse-Nederlanders dan niet evenveel last moeten hebben van een gebrek aan acceptatie? Laat het voorbeeld van de Marokkaanse-Nederlander niet zien dat de ‘kleur’ niet het probleem is? Zouden er andere oorzaken zijn waardoor Marokkaanse-Nederlanders achtergesteld worden?

Joop concludeert dat de opstellers van het rapport in “de gebruikelijke bedekte termen” schrijven, “waarbij het signaleren van wit racisme angstvallig vermeden wordt.” Zou het kunnen dat de onderzoekers juist wel de nuancering aanbrengen die Joop onder het ‘racisme tapijt’ veegt? Dat een mens iemand die op hem lijkt eerder kiest dan iemand die niet op hem lijkt is menselijk. Dat laten de SCP onderzoekers ook zien, zij constateren (op pagina 16)  immers dat onder andere ook Marokkaanse-Nederlanders zich sterk met de eigen groep identificeren. Dat we ons daarvan bewust moeten zijn en die neiging moeten onderdrukken staat als een paal boven water. Zou het helpen door daar het label discriminatie of zoals Joop doet, racisme op te plakken? Of zouden we dan nog verder van huis raken?

 

 

De Belgische bus

Bij Joop schrijft Hester Macrander over vertrouwen. Aanleiding voor haar artikel is het betoog van Jan Terlouw bij De Wereld Draait Door. Bij het lezen van Macranders artikel moest ik denken aan ervaringen uit mijn werkzame leven als gemeenteambtenaar. Ik moet dan denken aan twee spreuken.

loslaten-in-vertrouwen

Illustratie: Adobe Spark

‘De eerste is loslaten in vertrouwen’. Vanuit de gemeente geredeneerd willen ze het vertrouwen hebben dat ze iets aan burgers en bedrijven kunnen overlaten. Redeneer je vanuit de burger of een bedrijf, dan wil je erop kunnen vertrouwen dat de gemeente woord houdt en dat loslaten ook echt loslaten is. Twee keer vertrouwen of is het het gebrek eraan? De tweede spreuk is ‘ruimte voor de professional’ want die professional weet het beste wat er moet gebeuren dus waarom zou je hem of haar dan niet de verantwoordelijkheid geven? Ook daarbij staat vertrouwen centraal.

Als ik dan put uit mijn ervaringen en herinneringen, dan zie ik iets anders. Dan zie ik stuurgroepen, bestuurscommissies, overlegtafels en portefeuillehouders overleggen, namen voor ‘vergaderingen’ van wethouders of burgemeesters waarin gemeenten samenwerken. En als bestuurders een overleg hebben, is er altijd een ambtelijk vooroverleg. Alleen lijkt dat samenwerken in de praktijk op het zoveel mogelijk najagen van de eigen belangen. Als het eigen belang wordt nagejaagd, verliest dan het gezamenlijke belang en sneuvelt dan het vertrouwen?

Zo werkte ik namens mijn toenmalige werkgever aan een gezamenlijk project met zo’n stuurgroep en een ambtelijke regiegroep. Een project dat vroeg om veel handen aan de ploeg en tijdens een ‘heidag’ werd de vraag gesteld hoe we meer menskracht konden vrijmaken. Daarop keek ik rond en zei, dat er veel menskracht in het betreffende zaaltje zat die allemaal aan het ‘regisseren’ waren. Terwijl een regisseur of projectleider dat werk ook zou kunnen. Dat was echter een paar bruggen te ver, iedereen wilde aan het ‘stuur’ blijven zitten. Geen vertrouwen om los te laten?

Een tweede voorbeeld. Een paar uitvoerende partijen kregen signalen van hun medewerkers dat er een hiaat zat in de dienstverlening. Ruimte voor de professional latend zou ik de professional vragen: ‘wat ga jij eraan doen, wat heb je daarbij nodig en ga vooral meteen aan de slag’. Zij stelden voor om een stuurgroep in te richten met een bijbehorende ambtelijke werkgroep die aan een actieplan moesten werken dat vervolgens geïmplementeerd moest worden. Hoe zit het dan met het loslaten in vertrouwen? Hoeveel ruimte is er voor die professional?

Lijkt dit niet veel meer op de Belgische bus uit het mopje? Die brede bus zodat iedereen een plekje voorin heeft? Of moeten we die bus in het vervolg toch maar Nederlands noemen?

 

Sociale wijkteams en Zlatan

Nee, niet afhaken, dit gaat niet over voetbal, ik gebruik voetbal als metafoor. Als fervent bezoeker van stadion De Koel zou ik graag zien dat VVV net zo voetbalt als Ajax in het midden van de jaren negentig, of het Barcelona van Guardiola. Dat zit er echter niet in en dat heeft niets te maken met het middel ‘elftal’, maar met de kwaliteit van de spelers. Niet iedere speler is geschikt voor Guardiola’s Barcelona. Zo moest een van de beste spelers van de afgelopen twintig jaar, Zlatan Ibrahimovic het veld ruimen, hij paste niet in het team. Een redelijk beperkte speler als Javier Mascherano wel. Hier moest ik aan denken toen ik op Linkedin een discussie tegenkwam over nut en noodzaak van sociale wijkteams.

ibrahimovic

Foto: www.goal.com

Sociale wijkteams zijn de afgelopen jaren zo ongeveer heilig verklaard. Tegenwoordig zijn ze ongeveer in iedere gemeente actief. Door ‘dichtbij de mensen’ problemen op een ‘integrale’ manier aan te pakken en door dit ‘multidisciplinair’ te doen. Door uit te gaan van de ‘eigen kracht’ van de hulpvrager en het ‘sociale systeem’ om hem heen, zou de hulp en ondersteuning voor mensen verbeteren. En daar blijft het niet bij, niet alleen is de hulp beter, doordat je zo ‘vroeg signaleert’ kan een probleem  ‘vroegtijdig’ worden aangepakt en dat zou een flinke kostenbesparing opleveren.

Aanleiding voor deze discussie is een column van Klaas Mulder op de site Sociaalweb. Mulder twijfelt aan het middel sociaal wijkteam: “Ik vind het moeilijk om mijn studenten uit te leggen dat je meer ‘maatwerk’ krijgt als je alle professionals op een hoop veegt. Ik weet niet precies waarom concentratie van professionals leidt tot meer zelfredzaamheid en burgerkracht. Ik snap niet hoe je preventie wilt bedrijven door jongerenwerk en opbouwwerk af te schaffen en burgers te vertellen dat ze je pas mogen benaderen als ze een probleem hebben.” Hij vindt het een risico om zijn studenten op te leiden tot ‘medewerker sociaal wijkteam’. Een scherpe analyse van Mulder.

Mulder legt de vinger op de zere plek, hij laat zien dat het denken over sociale wijkteams is gebaseerd op niet onderbouwde aannames. Al eerder wees ik op een van die aannames, namelijk dat nabij iets anders is dan dichtbij. Sociale wijkteams zijn een voorbeeld van dichtbij, zijn ze daarom ook nabij? Zoals Mulder schrijft, is de ‘sociale wijkteam hype’ gebaseerd op experimenten in een Leeuwardense wijk met veel problemen. Dit werd een succes en daarom zweren gemeenten nu bij sociale wijkteams en zijn ze alom tegenwoordig. Het succes van Guardiola’s Barcelona was niet het middel ‘elftal’, maar de spelers en coaches. Een elftal heeft immers iedere club. Zou het Leeuwardense succes een succes van het middel ‘sociaal wijkteam’ zijn of van de ‘spelers’ in dit team?

 

Democratie is stemmen!?

Volgens wiskundig ingenieur Kees Pieters kan onze democratie via de partij GeenPeil wennen aan de politiek van de eenentwintigste eeuw, zo valt te lezen bij ThePostOnline. Dat wordt, zo blijkt uit zijn betoog, de eeuw van de directe democratie. Volgens Pieters zijn kamerleden voor veel zaken niet meer nodig.

parlementFoto:www.isgeschiedenis.nl

Zo hoeven kamerleden geen rol meer te spelen in het vormen van een opinie en die uitdragen. Volgens Pieters liet men dit vroeger over aan een: “kleine goed opgeleide elite, die het parlement bevolkte.” Nu is: “iedereen in Nederland goed opgeleid,” Kamerleden zijn daarom niet meer nodig, iedereen kan zijn eigen opinie vormen. Dan de belangrijke functie van de volksvertegenwoordiging, die van wetgever: “Met de mogelijkheden van het huidige internet kan iedereen op elk ogenblik op elke plek stemmen. Net zoals de burger vandaag geen reisbureau meer nodig heeft om zijn reis te boeken, heeft de kiezer geen parlementslid meer nodig om te stemmen. GeenPeil vervult hier in de politiek dezelfde rol als Booking.com in de reiswereld.” Alleen de controlerende rol van de volksvertegenwoordiger blijft overeind, aldus Pieters. Sterker nog, die is: “Omdat de overheid haar takenpakket de afgelopen halve eeuw aanzienlijk heeft uitgebreid,” veel groter geworden. Daarom heeft het GeenPeil-model, dat zich volgens Pieters focust op de controlerende taak, de toekomst.

Nu kon vroeger ook iedereen zichzelf een mening vormen, alleen was er minder informatie beschikbaar en was die informatie lastig bereikbaar. Beide problemen zijn opgelost, maar is het daardoor makkelijker om een afgewogen mening te vormen? Is nu juist niet het tegenovergestelde een probleem, te veel, vaak tegenstrijdige informatie en zelfs desinformatie? Denk bijvoorbeeld aan de hoogopgeleide vaccinatieweigeraars.

Ja, er wordt uiteindelijk gestemd, maar is het traject dat aan het stemmen vooraf gaat, het opstellen, bespreken en amenderen van een wetsvoorstel niet juist de belangrijkste taak van een kamerlid? Wie gaat dit nuttige werk doen als de kamerleden dit laten liggen?

Maakt Pieters, in navolging van GeenPeil, de rol van de wetgever niet erg klein? Is het niet een verarming van de samenleving als democratie alleen maar wordt beperkt tot JA of NEE zeggen?

Stemcomputer en computerstem

Enkele jaren gelden ontstond er grote ophef in Nederland. Een groep met als ‘aanvoerder’ Rop Gongrijp. De groep die zich Wij vertrouwen stemcomputers niet noemde, voerde actie tegen het stemmen per stemcomputer of stemmachine. Hun belangrijkste bezwaren waren dat de uitslag niet te controleren was en dat er veel schortte aan de beveiliging van de stemcomputers en -machines. Kwaadwillenden zouden de de uitslag kunnen beïnvloeden en erachter kunnen komen wat iemand stemt waardoor het stemgeheim in gevaar kwam. De actiegroep had succes.

stemcomputer

Foto: Apparata

Nu zijn we tien jaar verder en door het succes van deze actiegroep stemmen we als inwoner van dit land nog steeds met het oude, vertrouwde rode potlood, ook bij de Tweede Kamerverkiezingen van komende maart. Toch lijkt de computer zijn intrede te doen in de ‘democratie’. De actiegroep GeenPeil is een politieke partij begonnen en doet mee aan de Kamerverkiezingen. Ze doen mee zonder programma, zonder visie, zonder inhoud. Met wat doen ze dan wel mee? Met kandidaten van een bijzonder soort en een bijzondere manier van handelen. De kandidaten doen niet mee aan de beraadslagingen, zullen geen moties indienen, de partij zal nooit regeringsverantwoordelijkheid dragen. Het enige wat ze doen, is stemmen op wetsvoorstellen. Dat ze, even terzijde, zo slechts een klein deel van de taken van een volksvertegenwoordiger uitvoeren, nemen ze voor lief. Zouden ze ook genoegen nemen met slechts een klein deel van de vergoeding van een Kamerlid?

Wat ze doen is stemmen. Alleen, wat ze stemmen dat laten ze afhangen van een peiling onder hun leden. De leden kunnen via een App of iets dergelijks laten weten of ze vóór of tegen zijn en vlak voor de stemming, wordt de score opgemaakt en die nemen de Kamerleden over.

Per computer op een kamerlid stemmen mag niet, per computer bepalen wat een kamerlid stemt wel, is dat niet vreemd?

Koopt Nederlandsche waar!?

Een paar dagen geleden schreef ik over VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer die de industrie weer terug wilde halen naar Nederland. Een nieuw kabinet zou het economische beleid van Trump moeten overnemen, zo betoogde De Boer. Op de site Opiniez ontvouwt Rutger van den Noort een plan om dit te bereiken. Hoe ziet dat plan eruit?

nederlandsche-waar

Illustratie: Uw Drie Kernen

Als eerste: “naast de inkopen van de Nederlandse overheid zelf, worden alle bedrijven verplicht om via een “Nederlandse leverancier-tenzij”-principe al hun inkopen te doen in Nederland.” Zo ontstaat er vanzelf weer een maakindustrie en die: “kan dan vervolgens groeien en zijn vleugels gaan uitslaan: de multinationals van de toekomst.” Zou hij dat werkelijk geloven? Wat let andere landen om een zelfde strategie te kiezen als de Nederlandse? Waar moet die Nederlandse maakindustrie dan haar vleugels uitslaan? Belgen kopen dan immers alleen maar Belgisch, Duitsers Duits, Russen Russisch enzovoort. Dat betekent dat voor een Nederlandse fabrikant de markt wordt beperkt tot Nederland, schaalvergroting zit er niet in. De kosten van mijn machine die makkelijk voor heel Europa kan produceren, moet ik dan terugverdienen op alleen de Nederlandse markt. Wat zou dat voor de prijzen van de producten betekenen?

Oh, nee ik hoef geen machine want Van den Noort lost dat op een andere manier op: “De gezonde bijstandtrekkers moeten vanuit de overheid worden gedwongen in de nieuwe fabrieken te werken (eerste jaar volledig betaald door de overheid, waarna bedrijven worden verplicht deze mensen over te nemen). Migranten die wachten op hun status worden daarnaast verplicht om in de nieuwe fabrieken te werken in ruil voor opvang.” Gedwongen werken, heet dat niet slavernij?  En als ik als bedrijf ‘gratis’ arbeiders krijg, waarom zou ik ze het tweede jaar dan betalen? Wat let me om ze er na een maandje uit te gooien en vervolgens nieuwe ‘gratis’ slaven van de overheid te nemen? Zou dat betekenen dat bijna iedereen op bijstandsniveau leeft? Wie moet dan allemaal die producten van die fantastische Nederlandse maakindustrie kopen?

“We moeten verder vooruit kijken. Het wordt tijd voor een nieuwe Nederlandse visie op werkgelegenheid. Met een gezonde dosis kapitalisme, met een gezonde dosis nationalisme en een gezonde dosis omkijken naar elkaar. Volledige werkgelegenheid in 2021 is geen utopie,” zo eindigt Van den Noort zijn betoog. Inderdaad het beeld dat hij oproept heeft niets van een utopie, het lijkt veel meer op een dystopie.

WC Eend en de rechtspraak

De meeste rechters stemmen D66 en dat betekent dat de ‘D66 opvattingen in de rechtszalen dominant’ zijn. Die rechters kunnen nooit ‘betrouwbaar en onafhankelijk’ zijn. Wilders heeft het er vaak over en nu maakt Bert Brussen bij ThePostOnline zich weer druk. Nu weer naar aanleiding van uitspraken van Geert Corstens, de oud-president van de Hoge Raad. Volgens Corstens is de essentie van het zijn van rechter, dat je je eigen opvattingen ter zijde schuift, niet vooringenomen bent en onpartijdig oordeelt. Dit lijkt mij een uitstekende omschrijving van de functie van rechter.

wc-eend

Foto: langleveeuropa.nl

Deze uitspraak verleidt Brussen ertoe om uit te halen naar de rechterlijke macht, die vol zit met D66-‘WC’eend-rechters’ die beweren dat ze onafhankelijk en betrouwbaar zijn. “Waarom dat zo is kan Corstens zelf ook niet onderbouwen. Daar moet het volk zomaar in geloven, zoals Corstens zelf in 1968 besloot zomaar te gaan geloven in het maakbare paradijs wat voor eeuwig waar zal zijn,” aldus Brussen.

Beste meneer Brussen, zou u de rechterlijke macht wél vertrouwen als het een precieze afspiegeling zou zijn van de actuele politieke verhoudingen? Lijkt me, gezien de steeds wisselende peilingen, lastig om dat actueel te houden. Wat heeft een individuele crimineel aan een volledig aan de politieke voorkeuren gespiegelde rechterlijke macht? Die krijgt te maken met één recht (en soms drie), hoe kan die ene rechter een goede afspiegeling zijn? Moet die ene rechter bijvoorbeeld voor éénvijfde PVV, een tiende PvdA enzovoort standpunten vertegenwoordigen en dus een persoonlijkheidsstoornis hebben? Dan zou ik me pas zorgen maken.

Hoe ziet u dat voor zich? Wilt u de verdachte bijvoorbeeld het recht geven om een rechter van de eigen kleur te kiezen of geeft u dat recht aan het slachtoffer? Hoe moet dat dan in een zaak met meerdere daders en/of slachtoffers van verschillende politieke voorkeuren?

Nog iets beste meneer Brussen, ook een PVV rechter kan niet bewijzen dat hij betrouwbaar en onafhankelijk is. Geen enkele rechter kan dat en toch is het een belangrijke pijler onder onze rechtstaat. Daaraan twijfelen is twijfelen aan de rechtstaat zelf. Daarop moeten we vertrouwen. Bovendien zijn uitspraken van rechters aan te vechten via beroep en hoger beroep en als laatste cassatie bij de hoge raad.