Gekozen formateur?

Deze week publiceerde de commissie Remkes haar eindrapport. Een kloek document van bijna 400 pagina’s. Ik heb ze nog niet allemaal gelezen. Wel heb ik de samenvatting, of zoals ze dat noemen de publieksversie, gelezen. De opdracht van de commissie was: “kijken of onze democratie nog goed werkt en ook te onderzoeken of die in de toekomst goed zal blijven werken. Ons politieke systeem is al honderd jaar bijna hetzelfde gebleven. De samenleving is in die honderd jaar natuurlijk wel enorm veranderd. Zijn er veranderingen of aanpassingen in onze democratie nodig?” Conclusie: er moet wat veranderen en daarvoor doet de commissie aanbevelingen. Over een van die aanbevelingen, de ‘gekozen formateur’, wil ik het hier hebben.

Foto: Flickr

“De commissie-Remkes vindt dat de kiezers op de dag van de Tweede Kamerverkiezingen ook zélf de formateur van het nieuwe kabinet moeten gaan kiezen. Daarmee kunnen ze duidelijk maken wie volgens hen het nieuwe kabinet moet gaan vormen. De kandidaat-formateurs kunnen dan vóór de verkiezingen duidelijk maken met welke partijen zij samen in een kabinet willen gaan zitten.” Ik ben benieuwd naar de verdere uitwerking van dit idee omdat het wat vragen oproept.

Nu is het gebruik dat de leider van de grootste regeringspartij uiteindelijk de formateur levert. Alleen komt die pas aan zet na een periode waarin de partijen in ‘achterkamertjes’ onderhandelen over een regeerakkoord. Als dat er is, formeert de formateur het kabinet. Betekent dit voorstel dat de ‘onderhandelingen’ over het regeerakkoord al voor de verkiezingen plaatsvinden? Dat zou betekenen dat partijen al voor de verkiezingen een regeerakkoord schrijven en dat wij als kiezer ons uit kunnen spreken over die verschillende regeerakkoorden. Dat betekent ook dat de partijen al voor de verkiezingen aangeven wie de leider van hun ‘coalitie’ is. Dat is vooruitgang, dan weten we tenminste waar we op stemmen.

Maar wat als er zo drie of vier ‘blokken’ zijn van partijen en geen van hen behaalt een meerderheid? Wie wordt dan ‘formateur’? Of moet er dan, net zoals nu, weer worden onderhandeld over een regeerakkoord en wie minister-president wordt? Dan schieten we er niets mee op.

Dat zou je natuurlijk kunnen voorkomen door de tweede verkiezingsronde tussen de twee grootste blokken. Dan is er een duidelijke winnaar. Of een andere oplossing, je voert een districtenstelsel in en hanteert het systeem dat degene die de meeste stemmen krijgt, al is het geen meerderheid, de kamerzetel krijgt.

Maar wacht eens. Waar kennen we die varianten van? Kent Frankrijk niet de eerste variant? En de Engelsen en de Amerikanen de tweede? Staat de democratie er in die landen zoveel beter voor?

Buitenlandse stemmen

“Ik ben het met Segers eens dat buitenlandse politiek in de zin van verkiezingen of kwesties die ons niks aangaan, niet moeten worden beslecht op Nederlandse bodem.” Aldus Wout Willemsen bij De Dagelijkse Standaard naar aanleiding van een interview van de Telegraaf met ChristenUnie voorman Gert-Jan Segers. Segers sprak over de Turkse verkiezingen omdat Nederland dan zegt: “dat het legitiem is wat daar gebeurt. En dat moeten we niet meer doen,” zo is in de Telegraaf te lezen. Willemsen verbreedt het tot alle verkiezingen of politieke activiteiten. 

polling-station-2643466_960_720

Foto: Pixabay

Dus geen Franse-, Britse-, Duitse- of Belgische-Nederlander die nog een stem mag uitbrengen op Macron, May, Merkel, Michel of hun tegenstrever. De Amerikaanse-Nederlander mag niet meer voor of tegen Trump stemmen. Wat vreemd is, is dat een Amerikaanse-, Duitse-, Engelse-, Franse- of Belgische-Nederlander daarbij nooit wordt beschuldigd van het bezitten van een dubbele loyaliteit. Iets wat Marokkaanse- en Turkse-Nederlanders wel steeds wordt verweten. Dat even terzijde.

Natuurlijk is dat wat lastig te regelen. Als Duitsland de Duitse-Nederlanders mee wil laten doen, dan staat dat haar vrij. Dan kan zij een manier zoeken om de Duits-Nederlandse inwoners hierin te faciliteren. Dat kan op verschillende manieren, per post, via stemmen op de ambassade of een consulaat of door op drie plekken in Nederland een lokaaltje af te huren alwaar gestemd kan worden. Net zoals de Turkse, Franse, Amerikaanse of welke regering dan ook, dat kan doen. Het is vervolgens aan de betreffende stemgerechtigde of er van die gelegenheid gebruik wordt gemaakt en de stem wordt uitgebracht. Daar kan Nederland weinig aan doen.

Waar Nederland wel iets aan kan doen is aan het stemmen door Nederlandse-Amerikanen, -Duitsers, -Fransen, -Belgen enzovoorts voor de Nederlandse Kamerverkiezingen. Bij de laatste Kamerverkiezingen waren dat er zo’n 77.500. Ruim een hele Nederlandse Kamerzetel. Zou het daarom niet logischer zijn als Willemsen ervoor zou pleiten om hieraan een einde te maken? Immers, als je niet wilt dat buitenlandse kwesties op jouw grondgebied worden beslecht, moet je het ook niet willen dat jouw kwesties op buitenlands grondgebied worden beslecht.

‘Dictatuur van de minderheid’

Op de site Opiniez pleit YorienvdH voor een nieuwe onafhankelijkheidsverklaring. De eerste onafhankelijkheidsverklaring, het Plakkaat van Verlatinghe, is volgens de auteur wat op de achtergrond geraakt. Een bijzondere constatering omdat het document recentelijk nog is uitgeroepen tot pronkstuk van Nederland. Tot een paar jaar geleden werd er, behalve onder enkele historici, helemaal niet over het Plakkaat gesproken, is dat niet een signaal dat het juist op de voorgrond is geraakt? Dat even terzijde.

Plakkaat_van_Verlatinghe_KB

Foto: Wikimedia Commons

YorienvdH vindt dat er een nieuwe onafhankelijkheidsverklaring moet komen, niet om van onze koning af te komen, maar, om het kort samen te vatten ‘de macht terug te geven aan de burger’. Nu kun je je afvragen of de burger ooit de macht had, maar dat is een ander verhaal. Het gaat mij om een van de argumenten die YorienvdH aanvoert: “In verschillende plaatsen wordt de winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen bewust buitengesloten van de formatiebesprekingen, zoals in Barendrecht, Rotterdam, Tilburg, Ede, Roermond, Oss, Sint Anthonis.”  

Maar wie is winnaar? Laten we eens een voorbeeld uitwerken: de gemeente Venlo. Bij de laatste verkiezingen werd de nieuwe partij, EenLokaal, de grootste met zeven zetels. Een winnaar! Of toch niet? De partij is een samenraapsel van verschillende partijen die in de vorige raad samen tien zetels hadden. Is er dan sprake van winst? Dan de PVV, die deed voor het eerst mee en heeft nu vier raadszetels, een duidelijke winnaar. Of toch niet? De partij behaalde net geen tien procent van de stemmen, bij de laatste verkiezingen voor de Tweede Kamer waren dat er meer dan twintig. 50Plus deed ook voor het eerst mee en kreeg drie zetels, maar geldt daar niet, net als voor alle nieuwkomers, dat ze altijd winnen ook al krijgen ze maar één stem? 

Crucialer, waarom zou de grootste partij niet gewoon buiten de boot mogen vallen? Gaat het er in onze lokale, maar ook landelijke, democratie niet om dat er een college of regering wordt gevormd die op een meerderheid van de zetels in raad of Kamer kan rekenen? Betekent dat niet ook dat die coalitie een meerderheid van de stemmen heeft behaald? 

Zuur voor de ‘buitengesloten’ grootste partij, maar niet ondemocratisch of oneerlijk. Zeker geen reden om een ‘onafhankelijkheidsverklaring’ voor op te stellen. Sterker, zou het het meer rechten of nog sterker het verplicht mee moeten doen van de grootste partij niet een soort ‘dictatuur van de minderheid’ zijn?

Ja ik wil … niet met die partij

De ene partij die niet met een andere wil samenwerken in een regering, de afgelopen Tweede kamerverkiezingen ging het er over. De VVD, het CDA en vele andere partijen sloten de PVV op voorhand al uit. De SP deed hetzelfde met de VVD. Met name aanhangers van de door de meeste partijen uitgesloten PVV, schreeuwden daar moord en brand over. Nu wil de PVV in diverse gemeenten meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar en begint het circus weer.

Uitsluiten partijen

Illustratie: De Kwestie

Bij Dagblad de Limburger lezen we dat historicus Ad Knotter oproept tot een lokale boycot van deze partij: “De PVV heeft antidemocratische en racistische standpunten en maakt onderscheid op grond van afkomst. Wat mij betreft is het volkomen terecht als politieke partijen die PVV dus niet betrekken bij beleidsvorming, zoals nu in Den Haag gebeurt. Hier ligt ook een taak voor democraten in Maastricht en omgeving. Het is gewoon niet wenselijk dat deze partij in de raad van bijvoorbeeld Maastricht komt.” Dit is tegen het zere been van Anne Adema van De Dagelijkse Standaard: “Het uitsluiten van partijen zou uitgesloten moeten zijn in een democratie. Op basis van verkiezingen wordt beslist welke partijen deelnemen in de gemeenteraad. Door de PVV-kiezer buiten te willen sluiten laat de historicus zien dat hij eigenlijk de democratie wil afschaffen.”

Een wat vreemde redenering van Adema. VVD’er Rutte en vooral PvdA’er Samsom kregen na de vorige verkiezingen het verwijt dat ze de kiezer min of meer hadden bedrogen. Voor de verkiezingen voerden ze hard campagne en maakten ze de verschillen ‘enorm’ groot. Er kropen ze snel bij elkaar en vormden als een razende een kabinet. Je koos immers voor de een om de ander ‘uit de regering’ te houden en na de verkiezingen kreeg je die ander er toch gewoon bij, als je dat te voren had geweten, dan .… Kiezersbedrog! Nu zijn er partijen die van te voren aangeven een andere van samenwerking uit te sluiten en is het weer niet goed. Waarom zou dat de democratie afschaffen? Is het voor het vertrouwen in de democratie niet juist gebaat bij duidelijkheid vóór de verkiezingen? En niet alleen duidelijkheid oer het verkiezingsprogramma, maar ook over mogelijke partners en partijen waarmee zeker niet wordt samengewerkt?

En beste meneer Adema, maken verkiezingen duidelijk of partijen samen een regering of college vormen? Of maken verkiezingen duidelijk hoeveel zetels een partij krijgt en beginnen daarna onderhandelingen om een nieuwe regering of college te vormen? Speelt daarbij of ze inhoudelijk tot overeenstemming kunnen komen en of ze elkaar vertrouwen niet een belangrijke rol?

Verkiezingsgesprek

In de Volkskrant biedt Michiel Zonneveld een prachtige oplossing voor een probleem. Wat is het probleem? RTL houdt haar verkiezingsdebat met de lijsttrekkers van de vier grootste partijen in de peilingen begin februari. Zoals het er nu uitziet zijn dat de VVD, de PVV, het CDA en … ? En dat is het probleem. Dan volgen er vier partijen die in de peilingen ongeveer even groot zijn: PvdA, D66, SP en GroenLinks. Hoe los je dat op? Zonneveld: “Waarom organiseert RTL geen voordebat tussen de vier progressieve partijen?” Een win-win-oplossing aldus Zonneveld en: “de meeste winst levert deze oplossing de Nederlandse democratie op. Het zou een eerste stap richting een Nederlandse voorverkiezing worden.”

loesje

Illustratie: Loesje

Een geweldig oplossing voor het probleem van RTL. Zonneveld  trekt de vergelijking met de Verenigde Staten en Frankrijk en de manier waarop daar de president wordt gekozen. In Frankrijk wordt er net zolang gekozen totdat één kandidaat een meerderheid van de stemmen heeft. Hoe ze in de VS een president kiezen hebben we het afgelopen jaar weer kunnen zien.

Wacht eens! Kiezen we in Nederland een president? Nee, die functie kent Nederland niet. Wij hebben een koning voor de ceremonie en een minister-president die samen met de ministers ‘het werk’ doet. Die minister-president wordt ook niet gekozen. In Nederland worden parlementsleden voor de Tweede Kamer gekozen. Vanuit het parlement wordt vervolgens een regering (coalitie van partijen) gevormd die op steun van een meerderheid van leden van de Tweede Kamer kan rekenen en meestal wordt de leider van de grootste partij in de coalitie minister-president. De ‘winst’ voor RTL zie ik wel maar waar zit dan die ‘winst’ voor de Nederlandse democratie in Zonnevelds oplossing? Kampen de Amerikaanse en Franse democratie, ondanks de ‘voorverkiezingen’ niet met dezelfde problemen als de Nederlandse?

Zonneveld, RTL, andere media en ook de politieke partijen leggen de nadruk op het debat. Zou een gesprek de democratie niet veel meer dienen? Bijvoorbeeld een serie van uitzendingen waarin steeds met één lijsttrekker wordt gesproken en waarin alle lijsttrekkers dezelfde vragen moeten beantwoorden. Vragen over bijvoorbeeld rechtvaardigheid, vrijheid: hoe denkt de politicus hierover, wat betekent dit voor actuele zaken en hoe zien we dat terug in het handelen (stemgedrag) van de afgelopen tijd.

Minder winst voor RTL, immers geen debat met oneliners en kibbelende politici. Wellicht wel winst voor de democratie?

Punk en het neoliberalisme

“Right now ha, ha, ha, ha, ha. I am an anti-Christ. I am an anarchist. Don’t know what I want, but I know how to get it. I want to destroy the passerby.”  De eerste zinnen van de song Anarchy in the UK van de Sex Pistols, de legendarische Engelse punkband van de jaren zeventig. Punk, die losgeslagen extreem linkse anarchisten die niets moesten hebben van de kapitalistische samenleving. Punkmuziek, je hoefde geen instrument te kunnen bespelen om in een band te spelen, kon je dat wel dan was het meegenomen en leverde het verrassende muziek op, zoals bij The Clash.

In de tijd dat de Sex Pistols dit zongen, veranderde het kapitalisme waartegen de punks zich afzetten. Het veranderde omdat het neoliberalisme dominant werd. Het economische denken dat de vrije markt heilig verklaart en de rol van de overheid zo klein mogelijk wil hebben. Het denken dat ervoor zorgde dat de kapitaalmarkten en de handel werden geliberaliseerd en dat belastingen flink werden verlaagd. Dit alles met als resultaat dat de winsten van bedrijven, en daarmee het dividend voor hun eigenaren, de lucht in schoten. Dit ten koste van de zekerheid en lonen van de arbeiders en met vele nadelige gevolgen voor het milieu. Het denken dat de mens als kapitaal en productiemiddel aan de ene kant en als willoze consument aan de andere kant. Zou je het neoliberalisme als de punk van het economisch denken kunnen zien? Als de anarchist die lak heeft aan de mensheid?

dead-kennedysIllustratie: www.youtube.com

Het resultaat van dit neoliberale beleid werd al in 1981 toegelicht door de Californische punkband Dead Kennedys in hun song We’ve got a bigger problem now met de woorden: “You’ll go quitely to boot camp. They’ll shoot you dead, make you a man. Don’t you worry, it’s for a cause Feeding global corporations’ claws.”  En zijn nu in 2016. Zijn de ‘claws’ van de ‘Global corporations’ niet weldoorvoed en net als iedere extreme eter, willen ze steeds meer en in steeds grotere porties? De slachtoffers van het neoliberale beleid roeren zich. Ze stemmen voor een Brexit. Maken Trump president van de Verenigde Staten en hopen dat hij, dit boegbeeld van neoliberaal beleid, hun lot verandert. Zou hij als president doen, wat hij als ondernemer naliet?

Zou dat gebeuren in een wereld die wordt gedomineerd door die ‘global corporations’? Of moeten we luisteren naar Kill the Poor van weer de Dead Kennedys: “The sun beams down on a brand new day. No more welfare tax to pay. Unsightly slums gone up in flashing light. Jobless millions whisked away. At last we have more room to play. All systems go to kill the poor tonight”? Beloven de woorden die Trump sprak over Latino’s en de moslims niet weinig goeds? Zouden zij het eerste het door de Dead Kennedys bezongen lot van de ‘poor’ ondergaan?

Nieuwe voorspellende punk zal er helaas niet meer komen. “Punk’s not dead, It just deserves to die When it becomes another stale cartoon,” zoals de Kennedys in Chickenshit Conformist zongen toen ze zagen dat ook in de punkscene ‘a hairstyle’  de plaats innam van een ‘lifestyle’. Met als zichtbare uitwassen de t-shirts van de godfathers van de punk, de Ramones bij de Primark in het rek.

Verkiezingsfeest

Jacques Monasch is, net als vele anderen binnen de diverse partijen die niet hun zin kregen, uit de partij gestapt en zit voorlopig op eigen titel in de kamer. Monasch wilde invloed hebben op het partijprogramma en die wilde de partij hem niet geven. “Het fenomeen van de gekozen partijleider valt niet meer terug te draaien. Het hoort ook bij de tijdgeest. Alleen al de illusie van meer democratie is beter dan de zogenaamde elitepolitiek van een tijd geleden. Het is een belangrijk middel bij het enthousiasmeren van de partijachterban. Als één man achter het stemmenkanon.” Dit betoogt Lex Oomkes in Trouw naar aanleiding van het afhaken van Monasch.

verkiezingenIllustratie: YouTube

Oomkes noemt de keuze van Monasch een logische en gaat nog een stapje verder: “Vreemd genoeg trekt hij echter niet de tweede logische conclusie: volgens deze redenering zou ook de kandidatenlijst een product dienen te zijn van de gekozen lijsttrekker.” Trekken we dit door dan krijgen we eerst voorverkiezingen waarbij een partijleider wordt gekozen op basis van zijn programma en een lijst met ‘vriendjes’.

Dit begint verdacht veel te lijken op de Amerikaanse voorverkiezingen. Zeker als ook niet partijleden of ‘flitsleden’ mee mogen doen aan die ‘voorverkiezingen’ ontstaat er een flink circus aan verkiezingen. En als we naar het ‘voorland’ de Verenigde Staten kijken, is de kans groot dat dit met flinke en vooral dure campagnes gepaard zal gaan.

Alleen is er een verschil met de Verenigde Staten. Daar kiezen ze zo de president, het hoofd van de uitvoerende macht. Een functie die we in Nederland niet kennen. De Amerikaanse president is een combinatie van ons staatshoofd (de koning) en de minister-president, de leider van de regering. geen van beide wordt door het volk gekozen. Voor koning moet je in de ‘wieg gelegd’ zijn en de minister-president wordt niet gekozen, maar uitonderhandeld.

Al die ‘gekozen’ partijleiders met hun eigen programma en hun ‘vriendjes’ komen in de Tweede kamer. Wat let trouwens de verliezende ‘partijleiders’ om met hun eigen lijst aan de verkiezingen mee te doen? Iets wat uitgetreden partijleden, zoals Wilders en nu de Denk-mensen ook al hebben gedaan en doen.

Zou onze democratie gebaat zijn bij nog meer verkiezingsfeesten?