Slimme Hongaren

De Hongaren konden gisteren naar de stembus. De regering van premier Orban vond het nodig dat het Hongaarse volk zich uitsprak over de vraag: “Wilt u dat de EU Hongarije kan verplichten om een bindend aantal allochtone burgers op te vangen, zelfs zonder toestemming van het parlement?” De kiezers konden JA of NEE antwoorden. Om tot een geldige uitslag te komen moest de opkomst vijftig procent plus één kiezer bedragen. Dit aantal werd niet gehaald. Slechts vijfenveertig procent van de Hongaren nam de moeite om naar de stembus te gaan. De kiezers die wel kwamen opdagen, beantwoordden de vraag in overgrote meerderheid met NEE, 3,2 miljoen tegen slechts 168.000 JA-stemmers.

Hungary Referendum

Foto: www.volkskrant.nl

De vicepresident Gergely Gulas interpreteert de uitslag als een ‘verpletterende overwinning’ voor het NEE-kamp. En als je naar het aantal JA, en NEE stemmers kijkt, dan lijkt hij een punt te hebben.

Je zou echter ook kunnen spreken van een verpletterende nederlaag. Iemand van het JA-kamp kon op twee manieren zijn keuze duidelijk maken. De eerste manier was om, zoals 168.000 Hongaren hebben gedaan, JA te gaan stemmen. De tweede manier was door niet te gaan stemmen en te hopen dat de opkomstdrempel niet werd gehaald. Welke mogelijkheid zou de JA-stemmer de grootste kans op winst geven?

Bij welke verkiezingen dan ook, komt een deel van de kiezers niet opdagen. Stel dat dit vijftien procent is. Waarom zou je als slimme JA-man of vrouw komen opdagen? En als met jou minstens vijfendertig procent van de andere potentiele JA-stemmers ook niet komt, haal ik met vijfendertig procent mijn doel. Dan maakt het niets uit of alle NEE-stemmers komen opdagen, de opkomstdrempel wordt immers niet gehaald. Wat zeggen die aantallen? Kun je dan spreken van een ‘verpletterende overwinning?

Kunnen we concluderen dat het Hongaarse JA-kamp het spel slimmer heeft gespeeld dan het Nederlandse JA-kamp bij het Oekraïnereferendum? Als alle Nederlanders die JA hebben gestemd tijdens dat referendum niet waren komen opdagen, was de drempel van dertig procent niet gehaald.

 

Ik ben de elite!

In de Volkskrant is een hele discussie losgebarsten over een artikel van NIOD onderzoeker Ton Zwaan. Zwaan betoogt dat een referendum een vorm van volksverlakkerij is. Dit leidde tot veel ingezonden brieven en reacties. Een van die reacties is van Frank van Dalen, de voorzitter van de stichting Politieke Academie. Volgens Van Dalen slaat Zwaan de plank volledig mis en kunnen burgers heel goed met referenda omgaan.

eliteIllustratie: jaar2011.middendelfland.net

Volgens Van Dalen is Zwaan door zijn artikel: “… de verpersoonlijking van de elite die schande spreekt dat het volk soms het heft in eigen hand neemt.” Het gaat mij nu niet om het middel referendum, maar om deze opmerking. Van Dalen gebruikt ‘elite’ op eenzelfde manier als Zwaan de woorden ‘namaakjournalisten, neppolitici en pseudo-intellectuelen’. Beide heren zijn niet de enigen die dergelijke woorden gebruiken. Ook Kamerleden zoals bijvoorbeeld Wilders (‘nepparlement’ ) maken zich hieraan schuldig.

Wanneer ben je een pseudo-intellectueel? En wie hoort er bij de elite? Is Wilders bijvoorbeeld een pseudo-intellectueel die, ondanks zijn bijna twintigjarig Kamerlidmaatschap niet bij de elite hoort?

Is het effect van dergelijke woorden niet dat degene die ervan wordt beschuldigd, in een hoek wordt gezet? Dat zijn redeneringen en argumenten er niet meer toe doen? Dat je er dus niet meer op in hoeft te gaan? Dat je er niet meer naar hoeft te luisteren? Dat inleven in de positie van de ander niet meer hoeft? De elite moet immers worden verafschuwd. Wat pseudo-intellectuelen zeggen telt immers niet mee. Voor anderen telt wat intellectuelen zeggen niet mee.

Is dat niet een verarming en verenging van het gesprek en het debat? Want is het maatschappelijk debat er niet bij gebaat dat alle standpunten en argumenten aan bod komen? Is het maatschappelijk debat niet gebaat bij het inleven in de leefwereld, standpunten en argumenten van de ander? Is deze manier van debatteren niet schadelijk voor de samenleving als geheel? Schadelijk omdat er zo groepen ontstaan die niet meer met elkaar praten en die langs elkaar heen leven? Groepen die steeds onverschilliger en wellicht zelfs vijandig tegenover elkaar komen te staan?

Daarom, in navolging van Kennedy. ‘Ik ben de:

  • pseudo-intellectueel
  • intellectueel
  • namaakjournalist
  • neppoliticus
  • …, en
  • elite!

De Costa Britannia

Er was eens een boot, de Britannia waarvan een deel van bemanning mopperde dat het schip steeds maar weer in konvooi voer met andere schepen. Zij wilden liever hun eigen koers bepalen. De kapitein van het schip, David Cameron genaamd, wilde voor eens en voor altijd af zijn van dat gezeur en hield een referendum onder zijn bemanning. De kapitein hoopte en verwachtte dat hij voldoende steun zou krijgen voor veilig en lucratief konvooieren.

Costa concordia

Foto: www.theguardian.com

De eerste stuurman, Boris Johnson, wilde eigenlijk zelf kapitein zijn en zag hier een goede mogelijkheid om dat te bereiken. Hiervoor moesten veel bemanningsleden, net iets minder dan de helft, voor de eigen koers stemmen. Dan zou hij aan gezag winnen en de kapitein in zijn hemd staan. De stuurman kreeg steun van de chefkok, Nigel Farage, een fervent voorstander van eigen koers bepalen. Dat zou het schip immers veel welvaart bieden. Het kon zich dan als een kaper gedragen en daar naar toe gaan waar wat te roven was. Honderd jaar geleden ging dat immers goed, daar verwees immers het nog steeds populaire lied naar: Rule Britannia, Britannia rules the Waves.

In hun campagne voor de eigen koers, namen beiden de waarheid met een korreltje zout, of was het meer een Dode Zee vol zout. De kapitein trouwens ook niet. Een campagne die ervoor zorgde dat de meerderheid van de bemanning koos voor een eigen koers. Dit besluit leidde ertoe dat het schip alvast aan de rand van het konvooi ging varen en veel meer weerstand van wind en zee ondervond.

Daarop kondigde de kapitein zijn vertrek aan. De weg lag open voor Johnson. Die schrok hiervan en van de grotere golfslag en gaf de pijp aan Maarten. De Britannia bleek niet meer het schip van vroeger. Het bleek niet één schip te zijn, maar vier boten en bootjes. Het hoofd van de olieboot Nicola Sturgeon, dreigde met afscheiding. Zij wilde met het grote konvooi mee blijven varen. Na stuurman Johnson gaf ook de chefkok zijn functie op. Farage was niet gewend om met zoveel deining te koken. Wat moeten we daarvan denken?

Een paar jaar geleden zonk de Costa Concordia voor de Italiaanse kust. Tweeëndertig mensen verloren hierbij het leven. Kapitein Schettino niet. Hij werd de risee van de zeevaarders omdat hij als kapitein ‘zo ongeveer als eerste’ in de reddingsboten zat. Dit terwijl een kapitein toch altijd als laatste het zinkende schip verlaat. Schettino zit nu zijn zestien jaar gevangenisstraf uit. Straf die hij kreeg voor doodslag en plichtverzuim.

Welke straf zouden Johnson en Farage krijgen voor hun plichtsverzuim? Wat kan de ‘Neerlandia’ en haar bemanning hiervan leren?

Free to choose

Het basisinkomen krijgt steeds meer aandacht. Een burgerinitiatief is al door bijna 50.000 mensen ondertekend. In Zwitserland zijn ze al een stapje verder. Daar wordt een referendum gehouden over het invoeren van een basisinkomen. Peter de Waard besteedt hier zijn column in de Volkskrant aan. Het Zwitserse basisinkomen zou 2.500 frank per maand bedragen en moet in de plaats komen van andere sociale regelingen zoals pensioenen, werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, bijstand, studiebeurzen en kinderbijslag.

basisinkomenIllustratie: www.flickr.com

De Waard gebruikt een rekensom om de onbetaalbaarheid van het basisinkomen aan te tonen: “Nu verdient een Zwitsers echtpaar met allebei een parttime baan van 50 procent in het onderwijs ieder 3.500 frank: samen 7.000 frank. Wie na de invoering van een basisinkomen geen dief van de eigen portemonnee wil zijn, kiest ervoor een van de parttimers fulltime te laten werken voor 7.000 frank, waarna de ander thuis nog eens 2.500 binnenhaalt: samen 9.500 frank.” Het gezin zou zo netto 2.500 frank meer te besteden hebben en wie moet dat betalen?

Maakt De Waard niet een basisfout door alleen de partner die niet werkt een basisinkomen toe te rekenen in laats van aan beiden? Maar dat zou de onbetaalbaarheid nog verhogen omdat het gezin dan 5.000 frank meer te besteden heeft. Alle reden dus om tegen een basisinkomen te zijn. Zeker als er: “…geen mensen meer zijn te vinden voor vuil en onaangenaam werk, dat nu vaak laagbetaald is.”

Of toch niet? Het basisinkomen moet ergens uit worden betaald en dat kan alleen maar uit belastinginkomsten. Andere inkomsten heeft een overheid niet. Zou een basisinkomen niet betekenen dat die werkende partner meer belasting moet betalen om zijn eigen en het basisinkomen van zijn partner mee te betalen? Dat het belastingstelsel veel progressiever wordt dan het nu is? Dat aftrekposten, zoals de hypotheekrente-aftrek, vervallen. Dat hij voor een fulltime functie dan netto geen 7.000 frank overhoudt, maar wellicht maar 2.500 of zelfs maar 2.000? In dat laatste geval heeft het gezin net zoveel te besteden als voor de invoering van het basisinkomen. En zou het voor mensen met een topinkomen niet kunnen betekenen dat hun besteedbaar inkomen zelfs daalt?

Maakt De Waard niet de fout om te suggereren dat een basisinkomen is bedoeld om iedereen iets extra’s te geven? Is het niet bedoeld om mensen een redelijk bestaan en meer keuzevrijheid te bieden? De vrijheid om minder te werken, anders te werken of om niet te werken?

En over dat vuile werk hoeft hij zich geen zorgen te maken. Als het echt noodzakelijk is, dan zal de beloning stijgen waardoor mensen het toch gaan doen. Of, en dat zou beter zijn, het wordt geautomatiseerd. Nu kan het tegen lage beloning omdat mensen geen keus hebben, met een basisinkomen is die keuze er wel.

De wens en de gedachte

Een wel heel bijzondere conclusie op basis van het Oekraïnereferendum werd getrokken door Gerry van der List in Elsevier. In zijn column De heilzame invloed van de volkswil onderschrijft hij dat referenda nadelen hebben, zeker in een vertegenwoordigende democratie als de Nederlandse. Van der List: “Het volk is in meerderheid nogal behoudend. Het heeft in elk geval een relatief scherp oog voor de nationale belangen.” Deze conclusie is om meerdere redenen bijzonder.

Het volkIllustratie:www.lambiek.net

Als eerste heeft bij dit referendum 32% van de stemgerechtigden de stem uitgebracht. Indien dit een representatieve steekproef was, dan zouden er wetenschappelijk verantwoorde uitspraken over het geheel gedaan kunnen worden. Het betreft echter geen steekproef. De opzet van het referendum is zodanig, dat het voor een tegen-stemmer duidelijk was wat doen. Een vóór-stemmer kon kiezen uit twee mogelijkheden: vóór stemmen of niet stemmen. Hoeveel van de niet-stemmers niet stemden, omdat ze tegen waren, is niet duidelijk en dat maakt dat er geen wetenschappelijk verantwoorde uitspraken over het geheel gedaan kunnen worden.

Ten tweede concludeert Van der List dat de meerderheid van het volk behoudend is. Waarop is deze conclusie gebaseerd? Dat kan niet op basis van de referendumuitslag. Waarom iemand stemt zoals hij stemt, is niet gevraagd en niet bekend. En iemand kan om progressieve of conservatieve reden zowel vóór als tegen stemmen.

Van der List concludeert dat het volk in meerderheid behoudend is. Misschien is dit zo of wellicht varieert die ‘behoudendheid’ per onderwerp? Misschien wil hij graag dat de meerderheid behoudend is, hard maakt hij het niet en op basis van de referendumuitslag kan dat ook niet.

De bijzonderheid neemt verder toe, als hij stelt dat die ‘behoudende meerderheid’ een ‘scherp oog’ heeft voor nationale belangen. Van der List doet het voorkomen alsof het nationaal belang een objectief vaststelbaar feit is, maar is dat wel het geval? Konden zowel voor- als tegenstanders niet met even veel recht en rede verdedigen dat hun positie ten opzicht van het associatieverdrag in het nationaal belang is?

Of is bij Van der List de wens, de vader van de gedachte? Wil hij zijn behoudende denkbeelden versterken door het volk achter zich te scharen en deze denkbeelden objectiveren door ze tot nationaal belang te bombarderen?

Paard achter de wagen

Als u dit leest, zit het eerste Nederlandse raadplegende referendum erop. De uitslag is bekend en het duiden ervan zal nog wel een tijd lang doorgaan. Na zo’n eerste keer zal er ook gekeken worden naar het instrument referendum in het algemeen en het raadplegende in het bijzonder.

AchterstevorenFoto: www.zeelandnet.nl

De eerste aanzetten hiervoor zijn er al. Op de site JOOP schrijft Theo Brand het volgende: “Nederlanders moeten leren dat een referendum een nuttige en corrigerende aanvulling kan zijn op onze parlementaire democratie. Dat vraagt om volwassenheid. Een referendum moet geen stok zijn om de regering of de elite mee te slaan, maar een nuttige en positieve aanvulling op hoe wij samen democratie organiseren.” En daarom pleit hij voor hogere drempels. Voor een inleidend verzoek moet 1% van de kiezers, 129.000, de handtekening plaatsen in plaats van 10.000 nu. Vervolgens  zouden er voor het definitieve verzoek nog 4% bij moeten komen, zodat in totaal ongeveer 645.000 kiesgerechtigden een handtekening moeten zetten, tegen 300.000 nu. Ook zou de opkomstdrempel naar 50% moeten.

Begint het evalueren en het nadenken over verbeteringen niet bij het stellen van de juiste vraag? Begint het niet bij het doel dat met het referendum wordt nagestreefd? Het wetsvoorstel bij de Referendumwet geeft het volgende doel: “Indieners zien in het correctief wetgevingsreferendum een geschikt middel om de invloed van de kiezers op het beleid te vergroten.” Dit is het doel dat de wetgever beoogt. Het middel raadgevend referendum is het antwoord op deze vraag. Waarom is dit middel het juiste antwoord? Die vraag wordt in het voorstel niet beantwoord.

Invloed geven aan kiezers kan op vele manieren. Het raadplegend referendum doet dit, door de kiezer de mogelijkheid te geven helemaal aan het einde van het beleidsproces de mogelijkheid te geven een voorstel tegen te houden. In het geval van het ‘Oekrainereferendum’ is er eerst met 29 landen onderhandeld en is een akkoord bereikt en dan wordt de kiezer erbij betrokken. Zou het niet veel efficiënter zijn om de kiezer er vanaf het begin bij te betrekken? Dat zou een referendum aan het einde overbodig maken, omdat iedereen de mogelijkheid heeft om mee te denken en mee te ontwerpen. Natuurlijk krijgt ook dan niet iedereen zijn zin.

Als invloed het doel is, spant het raadplegend referendum het paard dan achter de wagen? Zouden we het paard niet beter voor de wagen spannen?

Referendhumhum

Het zoveelste artikel over wat het betekent als er bij het referendum over het associatieverdrag met de Oekraïne VOOR of TEGEN wordt gezegd. Als er zoveel verschillende uitleggen worden gegeven aan VOOR of TEGEN, wat is dan de waarde van de uitslag? Is dan duidelijk wat de kiezer precies heeft bedoeld? Wat zijn motieven en argumenten waren? Zoveel kiezers zoveel meningen ook na het referendum.

ReferendumFoto: nos.nl

Nu kun je betogen dat al die interpretaties er niet toe doen. Het gaat immers over het associatieakkoord. Een akkoord dat bestaat uit bijna 500 artikelen waarin Oekraïne belooft ‘Europese’ rechten en plichten voor haar burgers over te nemen en in ruil daarvoor gunstige handelsvoorwaarden krijgt en nog wat andere zaken. En daar moeten we JA of NEE tegen zeggen. De rest is allemaal interpretatie, een enkeling zegt manipulatie, die er niet toe doet. Maar wat als de manipulatie al begint bij GeenPeil, de initiatiefnemers voor dit referendum?

Doet de rest er echt niet toe? Wat doen we dan met Jantje, Thierryke, Emieleke, Alexandertje, Geertje, Markie, Diederikje en al die anderen in binnen en buitenland die hun eigen draai  geven aan de uitslag? Die omstandig gaan uitleggen wat de kiezer heeft bedoeld met JA of NEE. Hierbij driftig gebruikmakend van peilingen van Maurice de Hond cumsuis.

Wat moeten onze regering en parlement dan met de uitslag? Hoe moet zij die interpreteren en vertalen in vervolgacties? Is de vraag waarom iemand JA of NEE zegt niet van belang? Wat als je een deel van de afspraken in het associatieakkoord wel ziet zitten? Bijvoorbeeld de rechten en plichten voor de burgers. En een deel niet? Bijvoorbeeld de afspraken rond de economie omdat die van neoliberale snit zijn en multinationals bevoordelen? JA, maar … of NEE, tenzij… stemmen is niet mogelijk. Terwijl het voor de vervolgstappen wel van belang is om dit te weten.

Een referendum is toch het toppunt van democratie, zal de voorstander van het referendum zeggen. Toen vorig jaar bekend werd dat dit referendum zou worden gehouden, schreef ik er al een column over, waarin ik me afvroeg of besturen via referenda wel tot een prettige en rechtvaardige samenleving leidt. Hoe we voorkomen: “dat we de dag na het ‘feest van de democratie’ wakker worden met een stevige kater?”

De bevolking meer betrekken door in gesprek te gaan is een goede zaak en dat gebeurt veel te weinig, of een referendum daarvoor het juiste middel is? Zou ‘meer democratie’ veel vroeger in de besluitvorming niet beter zijn, dan achteraf JA of NEE zeggen?

Stem blanco

“Er resteert nog een jaar om die burgers te overtuigen én te mobiliseren. Werk aan de winkel dus.” Met deze woorden eindigt politiek filosoof Jurriën Hamer zijn betoog in de Volkskrant waarin hij oproept om in opstand te komen. In opstand om: “oude idealen, van mensenrechten, van gelijkwaardigheid en van tolerantie … ,” uit te venten, omdat deze idealen dreigen te worden verkwanseld. Als voorbeelden hiervoor haalt hij de vluchtelingencrisis en de milieucrisis aan. De ‘vijanden’ van deze idealen weten zich in de media goed te profileren en domineren het debat en met de verkiezingen van volgend jaar in aantocht, wordt het hoog tijd dat ook de aanhangers van deze idealen zich gaan roeren.

ik-stem-blancoIllustratie: www.bndestem.nl

Maar hoe mobiliseer je mensen voor deze idealen? Welke van de huidige politieke partijen kan deze idealen nog geloofwaardig en met verve uitdragen, omdat zij niet  ‘besmet’ is door het verleden? Of toch maar een nieuwe partij? Vervolgens, waar is die dito partijleider, een soort ‘Bernie Sanders’?  En als die partij en leider er zijn, hoe breng je een genuanceerde boodschap in een ongenuanceerde ‘sloganwereld’? En dan nog de vraag wat die partij kan bereiken in onze veelpartijendemocratie? Nopen die vragen daarom niet tot realistische verwachtingen? Zal succes daarmee niet iets van lange adem zijn? En geldt tegenwoordig niet het adagium dat Queen bezong? “I want it all, I want it all and I want it now!”

Een cynicus zou zeggen, begin er maar niet aan. En dat zou jammer zijn. Want zouden de aanhangers van deze, door Hamer genoemde, idealen zich niet juist nu moeten roeren? Ook de ballonnendoorprikker heeft zich, in diverse prikkers, uitgesproken voor deze waarden. Dus zijn steun heeft hij. Want is de slinger de afgelopen twee decennia niet vervaarlijk ver doorgeschoten naar de kant van de ‘vijanden’ van deze waarden? Zover dat veel voormalige aanhangers van deze waarden, van hun ankers zijn geslagen? En zou een partij of groep die deze waarden aanhangt, voor het broodnodige tegenwicht kunnen zorgen, zodat er weer een goed ankerpunt is?

Zou het ook anders kunnen? Zouden de aanhangers van deze waarden gebruik kunnen maken van een kans die de tegenstanders bieden? Zou het komende ‘Oekraïne-referendum’ zo’n kans kunnen zijn? Zou dat kunnen door de blanco-stem te bestempelen als een stem vóór deze waarden? Voor het verdrag stemmen hoeft niet, als de meerderheid maar niet tegen stemt en die meerderheid kan best blanco stemmen. Zou het mogelijk zijn om de beeldvorming zo te framen dat deze waarden gediend zijn bij een blanco-stem? Zou het mogelijk zijn om dit frame via de digitale media in heel korte tijd geaccepteerd te krijgen?

La politique est comme l’oiseau de Twitter

In de Volkskrant schrijft student entrepreneurship Lex Cornelissen over onze representatieve democratie. “Het huidige politieke stelsel creëert echter politiek wantrouwen dat funest is voor de gezondheid van onze democratie. Beperkte referenda zijn een veilige manier om daar iets aan te doen,” aldus Cornelissen en hij is niet de enige die met dit soort analyse komt. Verouderd omdat eens in de vier jaar stemmen wel erg weinig is, politieke partijen hun aantrekkingskracht verliezen en de kloof tussen vertegenwoordigers en vertegenwoordigden maar blijft groeien. Een stelsel dat verrijkt zou moeten worden met referenda.

StromaeIllustratie: www.a113animation.com

In Kloof en Tautologie met gevolgen heb ik al vragen gesteld bij het dichten van de kloof tussen volksvertegenwoordigers en de vertegenwoordigden. In Kater stond de vraag centraal hoe we voorkomen dat besturen per het feest van het referendum uitdraait op een maatschappelijke kater. Nu nog meer vragen.

“Pap ik wil later een carrière bij de  georganiseerde misdaad,” zo viel te horen in een sketch van Komt een man bij de doktor. Waarop de vader vroeg:”Wil je dan bij een bank werken of in de politiek? Humor maar met een kern van waarheid omdat er wordt gerefereerd aan de veronderstelde onbetrouwbaarheid  van politici en bestuurders.

Politiek is verworden tot het verkopen van wasmiddel. Het is een reclamespot geworden waarbij het kleine beetje eventuele inhoud naar de achtergrond is verdwenen. Dus lijkt Cornelissen gelijk te hebben. Lijkt, want is dat gebrek aan vertrouwen wel het gevolg van het politieke systeem, van onze representatieve parlementaire democratie? We hebben het systeem al sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1917. Als het aan het systeem zou liggen, had dat wantrouwen dan niet eerder naar boven moeten komen?

Zou het wantrouwen niet een gevolg zijn van het verdwijnen van de grote verhalen waardoor politiek is verworden tot een onsje economische groei? Zijn de werkelijke beginselen als leidraad voor het handelen niet verdreven door de verkiezingsprogramma’s en vooral  hun doorrekening door het CPB? Zou een structuuraanpassing dit cultuurprobleem oplossen?

Zou het verschil in snelheid tussen de media en de bedachtzaamheid die goede politieke besluiten vragen niet het echte probleem zijn? Vraagt politiek niet meer tijd dan een halve minuut of 140 tekens? Vloekt de parlementaire democratie niet met de Twittercratie?

 

Voor de liefhebbers Carmen van Stromae