Geen feiten, maar verhalen

Bij Elsevier blogt historicus Geerten Waling vanuit de Verenigde Staten over, zoals hij het zelf zegt, de democratie in Amerika. Dit in navolging van de Fransman Alexis de Tocqueville die dit in de eerste helft van de negentiende eeuw deed en er zijn klassieker Over de Democratie in Amerika over schreef. Een bijzonder lezenswaardig boek waarin hij de Amerikaanse samenleving, het bestuur de rechtspraak en de mentaliteit beschrijft.

tocqueville

Een van de onderwerpen van Waling  is het levendig geloof in complotten. Waling: “Het sterke bijgeloof van de Amerikanen haakt aan op hun ironievrije levenshouding. Gecombineerd met de radicale vrijheid van meningsuiting, de onoverzichtelijke grootheid van het land en de reusachtige belangen die spelen in het landsbestuur, liggen complottheorieën altijd op de loer. Gezag komt hier niet uit feiten, maar uit de overtuigingskracht van de spreker.” In films, boeken en tv-series spelen complotten dan ook vaak een belangrijke rol. Als lezer van diverse opiniesites vraag ik me dan meteen af: en hoe zit het met Nederland?

Op die sites en in artikelen in kranten wordt vaak gesproken over de ellende in de wereld en in het bijzonder, de schuld is van links. Links heeft ons land opengesteld voor gastarbeiders, is de ‘uitvinder’ van de multiculturele samenleving, domineert de media en bepaalt zo de beeldvorming. Links was verantwoordelijk voor die ‘vervloekte’ verzorgingsstaat die mensen beroofde van initiatief en eigen verantwoordelijkheid. Links is ook verantwoordelijk voor de huidige ellende in de (gezondheids)zorg en voor het bureaucratische monster ‘Brussel’. Die sites zien het als hun taak aan te tonen “hoe staat en progressieve propagandisten de bevolking voor de gek houden en schadelijk, irrationeel en immoreel beleid stug blijven uitvoeren. Narratieven ontwaren, dogma’s bestrijden, ballonnen doorprikken, dat idee,”  aldus reaguurder Erik Beckers bij ThePostOnline. “Rechtse echte burgers’ die geloven in een ‘links complot’?

Als we de verkiezingsuitslagen door de jaren heen erop naslaan, dan blijkt dat ‘links’ nooit een meerderheid had. Zelfs het kabinet Den Uyl, het meest linkse dat Nederland ooit had, steunde op de confessionele KVP (een van de voorlopers van het CDA). Als al die zaken de ‘schuld’ zijn van links, dan toch zeker met steun en goedkeuren van rechts. Zou die linkse politieke dominantie een illusie zijn?

Ook het medialandschap was door de jaren heen zeer divers. Naast de ‘linkse’ VARA en Waarheid, was er de ‘rechtse’ TROS en Telegraaf, de liberale AVRO en NRC en de confessionele NCRV en KRO en TROUW en Volkskrant. Allen toeterden luid hun eigen gelijk de wereld in en dat gelijk was zeer divers. Zouden ook die dominante linkse media een illusie zijn?

Het ‘rechtse complot van links, “Geen feiten, maar verhalen,” naar een tussenkop van Geerten Waling?

Algoritmisch profileren

Etnisch profileren, het staat flink in de belangstelling. Mensen als rapper Typhoon en Feyenoord doelman Vermeer die vaak staande worden gehouden vanwege hun huidskleur. De oude en nieuwe media hebben er dit jaar al flink wat pagina’s of bytes aan besteed en terecht. Etnisch profileren is een vorm van risicoberekening op basis van statististische gegevens. Als een te onderscheiden groep mensen vaker voorkomt in misdaadstatistieken in deze voorbeelden, dan worden ze extra in de gaten gehouden en gecontroleerd.

AlgoritmeIllustratie: arabicollege.com

Deze techniek is de basis van de bedrijfsmodellen van bedrijven als Facebook, Google, Apple, maar ook steeds meer traditionele bedrijven als Albert Heijn en andere grootwinkelbedrijven. Er wordt gewerkt met profielen en alle klanten en gebruikers worden in zo’n profiel gestopt. Die profielen worden steeds verder aangevuld met nieuwe informatie. Informatie die wij hen gratis aanleveren door gebruik te maken van hun producten, door bijvoorbeeld te zoeken via Google, te liken via facebook of waspoeder te kopen bij Appie of een boek bij bol.com. Al die informatie wordt gebruikt om de profielen te verbeteren en aan jou producten op maat aan te bieden (kopers van dit boek kochten ook …). Verschil met de etnisch profilerende politie is dat dit profileren gebeurt door een algoritme genoemd naar de wiskundige Mohammed ibn Moesa Al-Chwarizmi.

In Dordrecht kan het zo gebeuren dat je zoonje van vijftien een rood vlaggetje achter zijn naam heeft. “Het betekent: foute boel. Niet nu, maar in de toekomst. Het betekent ook dat er bij één keer spijbelen direct een leerplicht­ambtenaar op de stoep staat. ‘Dan rijden wij met toeters en bellen de straat in en gaan we in gesprek met de betreffende leerling en de ouders’, zegt Erwin Keuskamp,” in een artikel bij de Groene Amsterdammer. Dit terwijl je zoon nog nooit heeft gespijbeld en een voorbeeldig leerling is. Alleen op basis van het algoritme komt hij er als een risicogeval uit. Volgens het artikel willen overheden veel algoritmisch ‘voorspellend’ gaan werken. Burgers via profielen, die zijn gebaseerd op gedragingen van anderen in het verleden, indelen in risicocategorieën. Alleen bieden, zoals de financiele dienstverleners steevast moeten melden, rendementen uit het verleden geen garantie voor de toekomst.

Daar waar je de reclame van Appie of de ‘aanbevelingen’ van bol.com gewoon naast je neer kunt leggen of er zelfs voor kunt kiezen om je boeken bij boekhandel Koops te kopen, ligt dat bij die leerplichtambtenaar van Keuskamp of die andere overheidsdienaren anders, die zijn niet te negeren. Eén stap verder en Keuskamp staat al aan de deur voordat je zoontje spijbelt.

Om met de Borg te spreken, ‘resistance is futile’. Waarom het vlaggetje er staat is soms niet te achterhalen, laat staan dat het ‘algoritmisch geprofileerd’ vlaggetje verwijderd kan worden. Of moeten we zeggen ‘resist before it is futile’?

Een pleidooi voor agonisme?

Deze week keek ik naar het polsstokhoogspringen bij de Olympische Spelen. De Franse favoriet Renaud Lavillenie werd uitgejouwd door het Franse publiek. Hij was immers de enige die nog in de strijd was tegen de Braziliaanse troef en latere winnaar Thiago Braz da Silva. Lavillenie’s concentratie voor de sprong werd ruw verstoord door massaal gefluit en boegeroep van grotendeels Braziliaanse publiek. Het uitjouwen van de tegenstander is bij voetbal heel gewoon, bij atletiek niet.

 

Achterhuis

Iets later las ik het boek Met alle geweld van Hans Achterhuis uit. Een passage bleef daarbij hangen en ik moest aan Lavillenie denken: “Wanneer wij een bepaald doel nastreven dat we als overlevingsmachines aan anderen betwisten, dan verklaren we dit doel tot moreel goed waardoor wij de anderen niet simpelweg opzijschuiven maar hen als laag en minderwaardig verketterenen vervolgen: wij vechten voor idealen. Als we in de strijd om erkenning de ander miskennen en vernederen, doen we er nog en schepje bovenopdoor vanuit morele superioriteit te verkondigen dat die ander niet beter verdient. En wanneer we, tot slot, een zondebok kiezen om ons op af te reageren, is het niet voldoende dat deze zwalk is: hij moet moreel slecht zijn.” De brazilianen wilden goud voor hun man en ‘verketterden’ de Fransman.

Uitjouwen komt ook in de politiek voor en daarom bleef de passage extra hangen. Hier worden in het kort de Amerikaanse presidentsverkiezingen beschreven. Ook in het Nederlandse politieke en publieke debat is het door Achterhuis beschreven mechanisme zichtbaar. Vooral op de digitale media wordt er lustig op los verketterd. De toon en beledigingen over en weer zijn van dien aard dat elkaar met wapens te lijf gaan nog maar een kleine stap lijkt.

Partijen die door een verschil van mening eigen werelden creëren. Werelden die vooral bestaan uit het zwelgen in het moreel superieure eigen gelijk aan de ene kant en de verkettering van andersdenkenden aan de andere kant. Ze leven in verschillende werelden. De andere kant wordt bijna als een monster weggezet, als niet menselijk. En als die tegenstander eenmaal niet menselijk is, waarom zouden de mensenrechten dan nog van toepassing zijn?

In de werkelijkheid is er maar één wereld. Eén wereld waar mensen conflicten met elkaar hebben. Achterhuis citeert de Belgische politiek filosofe Chantal Muffé, zij ziet de oplossing in agonisme: “Dit betekent dat ze, hoewel ze met elkaar in conflict verkeren, elkaar zien als behorend tot dezelfde politieke gemeenschap, als deelhebbend aan een gemeenschappelijke symbolische ruimte waarbinnen het conflict plaatsvindt. We zouden kunnen zeggen dat het de taak van de democratie is om het antagonisme in agonisme te transformeren.” 

Een pleidooi voor agonisme?

“When they go low, we go high”

De afgelopen weken werd Europa getroffen door enkele verschrikkelijke gebeurtenissen. De vrachtwagen die in Nice dood en verderf zaaide. De man met de bijl en het mes in Wurzburg. De bomaanslag in Ansbach en de schietpartij in München, de vreselijke moord op een Franse priester. Dit houdt de gemoederen flink bezig, zorgt voor flink oplaaiende emoties en verleidt politici tot het doen van forse uitspraken. Zoals van de voormalige Franse president Nicolas Sarkozy na de moord op de priester: “Onze vijand heeft geen enkel taboe, geen limieten, geen moraal. We moeten meedogenloos zijn”

Michelle ObamaFoto: www.ktvu.com

Begrijpelijk dat mensen, overmand door emoties, roepen om harde actie, terugslaan en ‘geen genade’ voor mensen die zo’n vreselijke misdaden begaan. Begrijpelijk maar is het ook verstandig? Is het verstandig om de ‘vijand’ met gelijke munt terug te betalen? Is het verstandig om, zoals Sarkozy zegt, meedogenloos te zijn? Waarin verschil je dan van die ‘vijand’?

Wat zijn de vrijheden die verdedigd moeten worden waard? Wat zijn mensenrechten waard als we er mensen van uitsluiten ook al hebben ze iets gruwelijks gedaan? Wat is een rechtstaat waard als ze niet meer geldt voor hen die de regels ervan overtreden? Als alles geoorloofd is om hen te stoppen, want dat betekent meedogenloos?

Wat is ‘onze manier van leven’ waard als die manier opzij wordt gezet om die manier te beschermen. Of om de Amerikaanse commandant in de Vietnamoorlog aan te halen: ‘We moesten het dorp vernietigen om het te bevrijden.’

Gelukkig kan het ook anders. Gelukkig zijn er ook politieke leiders die juist die menselijkheid centraal stellen. Die juist ‘onze manier van leven’ inzetten als bescherming. Leiders zoals de Duitse bondskanselier Merkel. Leiders die niet meegaan in de vergeldingsretoriek. Leiders die invulling geven aan hetgeen Michelle Obama haar kinderen voorhoudt, als we haar toespraak op de democratische conventie tenminste mogen geloven: “When they go low, we go high.”

 

Eerwraak: de splinter en de balk?

Bij ThePostOnline een uitgebreid artikel van Floris van den Berg over het feminisme in het algemeen en Anja Meulenbelt in het bijzonder. Meulenbelt kan op zeer veel bijval rekenen. Alleen op één punt heeft ze, volgens Van den Berg, ‘een joekel van een blinde vlek’ als het om de islam gaat: “dat Meulenbelt vergeet te vermelden is dat het verschil tussen de mate van geweld en het dreigen met geweld. In gezinnen met een Nederlandse achtergrond komt ‘eerwraak’ niet voor. Het gaat om zaken waarbij de vrouw wordt vermoord bij een in de ogen van de familie verkeerde huwelijkskeuze. Vanuit feministisch perspectief is elke inmenging in de vrije partnerkeuze uit den boze, ongeacht welke cultuur het is.” Ik kan met Van den Berg meevoelen maar toch, komt ‘eerwraak’ in Nederland niet voor?

crime passionelIllustratie: twitter.com

In zijn boek Met alle geweld vraagt Hans Achterhuis zich dit ook af: “Als een Nederlander zijn vrouw die hem voor een ander verlaten heeft, in razernij vermoordt, heet het al gauw een ‘crime passionel’, als een Turk of Marokkaan hetzelfde doet, luidt het verdict steevast ‘eerwraak’?” Hoe vaak zien we niet het bericht dat een man in woede zijn vrouw vermoord en soms ook zijn kinderen en zichzelf?  De kop luidt dan: ‘familiedrama in Kaatsheuvel’ of ‘Crime passioneel in Schagen’. Zou het kunnen dat er ook hier eer in het spel is en er dus eigenlijk sprake is van eerwraak? Omdat, zoals Achterhuis schrijft: “ die publieke verschijning (van iemand) belachelijk wordt gemaakt, waar onze naam door het slijk wordt gehaald, onze waardigheid wordt aangetast …”? En dan is het niet van belang of de persoon werkelijk belachelijk is gemaakt of door het slijk gehaald. Het gaat om het gevoel van degene die al dan niet belachelijk is gemaakt. Die moet iets met dat gevoel en als dat gevoel er is dan: “is ook voor de moderne westerse mens de wraak niet ver weg,” aldus Achterhuis.

Komt eerwraak werkelijk niet voor in Nederland of benoemen we het anders’? Of met andere woorden, zien we de splinter in het oog van de ander en de balk in ons eigen oog niet?

 

‘Het complot van Bert Brussen’

‘Pas op voor, en doorzie het complot!’ Dat is de boodschap van Bert Brussen bij ThePostOnline. Brussen fulmineert tegen de Nederlandse kranten en de publieke omroepen: “Kennelijk nemen de Nederlandse ‘kwaliteitscouranten’ de rol die de NPO normaal speelt over in de zomer. Iemand moet de burger blijven voeren met de juiste propaganda natuurlijk.” De kranten brengen kennelijk niet het nieuws waarop Brussen zit te wachten, of dat zijn goedkeuring kan dragen.

morozov

Sterker nog: “de Nederlandse agendajournalistiek, die sinds 1968 zo actieve innige verstrengeling tussen linkse politiek en moralistische journalistiek, is nog altijd springlevend.” En daarmee is ook het ‘meesterbrein’ achter het complot bekend: de linkse politiek. Bij zijn betoog een paravoorpagina’s van kranten. Een ervan, De Telegraaf, staat nu niet echt bekend als vrienden van die linkse politiek. Van de: “gewillige knipmessende policor journalisten, lakeien van het Grote Morele Gelijk, die straks allemaal een baantje als persvoorlichter bij een politieke partij willen,” zoals Brussen ze noemt. Daarom adviseert Brussen: “Laat je niets voorliegen: Lees geen kranten. Kijk geen NPO. Lees internet. Zoek je eigen nieuws. Omdat je recht hebt op de waarheid. De volledige, ongesluierde, onbewerkte, realistische, harde waarheid. En vanuit die waarheid kun je zelf je conclusies trekken en zelf je (politieke) richting bepalen.” Is het internet wel betrouwbaar?

Wie kan mij garanderen dat wat ik op internet lees en vind ‘de volledige, ongesluierde, onbewerkte, realistische, harde waarheid’ is? Iedereen kan er zijn ‘waarheid’ op vermelden en daarmee kan een gebeurtenis tot meerdere ‘volledige enzovoorts’ waarheden leiden. En op basis van ieder van die ‘waarheden’ kan ik ‘conclusies trekken en mijn (politieke) richting bepalen’. Alleen kunnen die verschillende waarheden tot tegenstrijdige conclusies leiden. De IS waarheid leidt tot een andere conclusie dan de CIA-waarheid.

Maakt het bovendien niet nogal wat uit of een ‘waarheid’ op de eerste pagina van Google staat of op de honderdzevenendertigste?

Hoe bepaalt Google die volgorde? De meest aangeklikte ‘waarheid’, hoeft niet de meest betrouwbare te zijn. In het boek The Net Dillusion laat Evgeny Morozov zien dat het internet een goed instrument kan zijn voor dictators. Een instrument om hun versie van de ‘waarheid’ te promoten en andere versies te onderdrukken. Dit boek biedt, zoals terecht op de kaft staat vermeld: “a rare note of wisdom and common seance, on an issue overwhelmed by digital utopians.”

 

Grensland

Bij de Correspondent doet Rob Wijnberg een interessante exercitie. Hij stelt de vraag wat er overblijft van Nederland als er geen buitenland zou zijn. De top veertig zou een groot deel van de liedjes verliezen. We hadden geen tulpen. Van het Nederlands elftal zouden maar vier spelers overblijven. En zo gaat hij nog even door. Nederland is, zoals hij terecht constateert, een: “resultaat van een immer voortdurende uitwisseling met de wereld om ons heen.”

BelgieIllustratie: stamboombernaards.nl

Dit riep bij mij de vraag op of er zonder buitenland wel een landsgrens zou zijn? Een grens is immers een duidelijke afbakening van ‘binnen’- en ‘buiten’land. Bestaat het binnenland daarmee niet juist bij de gratie van het buitenland? Ontstaan grenzen niet juist door botsingen? Botsingen waarbij vreedzaam of met geweld (oorlog) tot een overeenkomst wordt gekomen. Een overeenkomst met een tijdelijk karakter: immers tot het conflict weer oplaait.

Geboren in het Limburgse Velden en wonend in Venlo ben ik Nederlander. Als het iets anders was gelopen was ik Belg geweest. Als de eisen van de Belgen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog waren ingewilligd, dan was Limburg naar België gegaan. En als in 1839 de werkelijke situatie was bestendigd, dan had Limburg (op Maastricht na) toen al bij België gehoord.

Met hetzelfde gemak, was ik Duitser geweest. De grens tussen het koninkrijk der Nederlanden en Pruisen (dat toen de baas was in het Duitse Rijnland) is bepaald met de kanonskogel. Met een kanon mocht je de boten op de Maas niet kunnen raken. Waren de kanonnen iets minder ontwikkeld, dan was ik wellicht in Duitsland geboren. Hadden ze iets verder geschoten, dan was Nederland groter geweest. Had Nederland na de Tweede Wereldoorlog zijn zin gekregen, dan was dat zeker het geval geweest. Dan lag Venlo nu redelijk centraal in het land. Nederland wilde immers het gebied tot aan de Rijn als herstelbetaling.

En wie weet wat de toekomst brengt. Het lijkt absurd, maar waarom zou een Lexit (Limburg dat zich van Nederland afscheidt) niet ooit werkelijkheid kunnen worden? En wellicht gevolgd door een Vexit, Venlo dat zich van Limburg afscheidt? Want is ook een land zelf niet, om Wijnberg weer aan te halen, het: “resultaat van een immer voortdurende uitwisseling met de wereld om ons heen”?

Wij …, zij en de ‘Hollandse droom’?

Als je voor een dubbeltje geboren bent, kun je nog steeds een kwartje worden, dat is de ‘Hollandse droom’ en die bestaat aldus de PvdA en de VVD. Zo valt in de Telegraaf te lezen. Voor iedereen onder de twintig jaar: een dubbeltje was een munt van tien cent en een kwartje een van vijfentwintig cent toen we in Nederland nog betaalden met de gulden. De twee partijen maken zich zorgen over de toegenomen spanningen en polarisatie in de Nederlandse samenleving. Om te voorkomen dat het ontspoort vinden de beide partijen dat er een sterk ‘wij’ gecreëerd moet worden.

stamFoto: www.goal.com

Volgens de partijen creëer je het ‘wij’: “door tegenstellingen weg te halen en scherp te definiëren wat je verwacht van mensen in dit land.”  Wat, behalve dat ze zich aan de wet houden, zijn dan de zaken die we van ‘mensen in dit land’ mogen verwachten? Is dat het aantal ‘koekjes bij de koffie’? Of dat ‘buren elkaar helpen’ zoals in de taalcursussen voor anderstaligen  wordt gesuggereerd? Dat we allemaal een oranje shirt aandoen als het Nederlands elftal voetbalt? Een strafschop missen op een belangrijk moment? Wat zijn die verwachtingen die ‘wij’ van elkaar hebben? Zonder dit in te vullen blijft het een loze ‘wij’? Dus PvdA en VVD: invullen die verwachtingen!

Of is dat een probleem, omdat jullie andere verwachtingen hebben? En wellicht zijn er anderen die weer andere verwachtingen van die ‘wij’ hebben. Zo zullen er mensen zijn die ‘verwachten’ dat die ‘wij’ vrij is van moslims en mij lijkt dat jullie partijen dat toch anders zien.

Als het jullie toch lukt die verwachtingen in te vullen en dus aan te geven waaraan ‘wij’ te herkennen zijn, creëren jullie dan niet meteen een probleem? Want maak je door ‘wij’ te definiëren, niet meteen ook duidelijk waaruit het ‘niet wij’ in goed Nederlands het ‘zij’ bestaat? Staat dan die ‘wij’ niet meteen tegenover die ‘zij’? En zou dat voor spanningen zorgen? Zou dat bijdragen aan polarisatie? Zou dan jullie ‘Hollandse droom’ ook een ‘nachtmerrie’ kunnen worden?

Is die ‘wij’ niet al gedefinieerd? Heeft de wet niet al bepaald wie die ‘wij’ zijn? Namelijk iedereen met een Nederlands paspoort?

De Turkije-deal

Begin deze maand klopte de Nederlandse regering en vooral premier Rutte zich op de borst met de ‘vluchtelingenafspraken’ met Turkije. De instroom van vluchtelingen werd erdoor beperkt, de vluchtelingen worden in het ‘veilige’ Turkije opgevangen. Die afspraken leken het hoogtepunt te vormen van het halfjaar Nederlands voorzitterschap van de EU.  Of dit goede afspraken zijn en het dus een succes is, daarover valt te twisten. Dat ga ik niet doen. Centraal in deze ‘prikker’ de vraag naar de houdbaarheid van deze afspraak.

vluchtelingFoto: europainnoordholland.nl

Hoe veilig is het huidige Turkije voor hen? We zijn inmiddels twee Turkse coups verder. De eerste, de mislukte staatsgreep van vrijdag 15 juli. De tweede, de reactie van president Erdogan en zijn gevolg hierop. Een reactie waarbij veel mensen werden gearresteerd en/of hun baan verloren en moeten vrezen voor hun toekomst in Turkije. Het betreft al tienduizenden Turken. Wat moet je doen als de regering van een land je het leven aldaar onmogelijk maakt? Het land ontvluchten en als dat legaal niet kan (door reisverbod) dan kan het altijd nog illegaal.

Die tienduizenden behoren tot grote minderheden in Turkije: Alavieten, Gülen-aanhangers, Kemalisten, Koerden. Wat betekent dit voor hun positie en hun leven in Turkije? Wat als deze groepen massaal het land ontvluchten en naar de Europese Unie komen? Dat zou een massale vluchtelingenstroom betekenen. Dat dit geen illusie is blijkt uit een gesprek in de Volkskrant met een viertal Turken dat zich bedreigt voelt door Erdogans reactie en dat eraan denkt het land te ontvluchten.

Mensen die het leven in hun land onmogelijk wordt gemaakt en die moeten vrezen voor vervolging, zijn dat niet gewoon politieke vluchtelingen? Zijn we het niet verplicht om politieke vluchtelingen een veilige haven te bieden? Het Vluchtelingenverdrag van 1951 definieert een vluchteling immers als een persoon die: “uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen,”

Kan dan nog steeds met droge ogen worden beweerd dat Turkije een veilige haven is voor bijvoorbeeld Syrische vluchtelingen?

Overpeinzingen van een wandelaar

En soms zit het tegen. Twee parkeergarages die ‘op instorten’ staan. Een is dicht en de tweede volgt over niet al te lange termijn. Ondernemers, grootwinkelbedrijven, pandeigenaren en bewoners van de Venlose binnenstad zijn eensgezind: ‘als er meer bezoekers naar de stad moeten komen, dan moeten er meer parkeerplaatsen zijn’. Dit valt te lezen in Dagblad de Limburger. Over de oorzaken van de slechte staat van de beide parkeergarages en waarom er niet tijdig onderhoud is gepleegd, wil ik het niet hebben. Waarover wel? “Vooral op zaterdagen en Duitse feestdagen heeft de Venlose binnenstad een tekort aan parkeerplaatsen,” zo valt te lezen.

ArsenaalIllustratie: www.1limburg.nl

Ik ben een bewoner van Venlo en woon aan de rand van de binnenstad in de ‘betaald-parkeren-zone’. Bovendien wandel ik veel. Onder andere om boodschappen te doen. Iedere zaterdag wandel ik naar de beste bakker van de stad, Bakkerij Rutten op de Parade. Koop een stuk kaas van Tebben met vaak een doosje eieren op het ‘Gaasplein’ en neem vaak nog wat anders mee, meestal een boek bij Koops. En ik wandel met mijn vrouw voor ons plezier en onze gezondheid.

Als bewoner en wandelaar valt het mij op dat veel parkeerplaatsen niet bezet zijn. Zelfs op die zaterdagen en Duitse feestdagen, zijn veel parkeerplaatsen niet bezet. Ja de parkeergarage onder het ‘Gaasplein’ is vol en ook de Maaskade, maar ietsje verder van het ‘winkelhart’ is vaak nog wel plek te vinden. Op andere dagen is vaak maar een kwart van de plaatsen bezet.Voor de, na het sluiten van garage Arsenaal, extra aangelegde parkeerplaatsen vormen daarop geen uitzondering.

Wat ik ook zie, zijn verkeersregelaars op die zaterdagen en de Duitse feestdagen. Verkeersregelaars die bezoekers vooral in de richting van de grote parkeerplaatsen en de parkeergarages leiden. Hierdoor lijkt het, ook voor de bezoeker, druk. Die staat immers lang in een rij.

Vrij naar de titel van Jean-Jacques Rousseau’s laatste boek, leidt dit tot mijn overpeinzingen als wandelaar.’ Waarom moeten er nieuwe parkeerplaatsen worden aangelegd als de oude slechts zeer zelden, allemaal bezet zijn?  Ook in Dagblad de Limburger las ik dat er een overschot was aan ‘Huizen van de Wijk’, teveel gebouwen om goed te kunnen vullen met activiteiten, daarom moeten er sluiten. Het aantal gebouwen wordt aangepast aan de hoeveelheid activiteiten. Wat zou er gebeuren als deze redenering ook op parkeerplaatsen en -garages werd toegepast?