Deskundige leerkrachten

‘Heb je ‘de strijdt’ alweer met dt geschreven?’ Die woorden hoor ik geregeld van mijn ‘eindredacteur’. Die leest bijna al mijn Prikkers voordat ze online gaan. Soms niet en dan krijg ik achteraf te horen dat ik toch enkele storende foutjes heb gemaakt. Ik ben blij met die ‘eindredacteur’. Hieraan moest ik denken toen ik in de Volkskrant het lezersdilemma las: “Met enige regelmaat krijgen we briefjes en mailtjes van haar (de juf van groep 4 van de basisschool) met d/t-fouten en verkeerd gebruik van als/dan en die/dat. Het wekt geen vertrouwen. … Moet ik dit bespreken? Met haar? De schoolleiding? Het is nogal wat om haar deskundigheid ter discussie te stellen, natuurlijk.” Natuurlijk moet de leerkracht op die foutjes worden gewezen, denk ik dan. Toch zijn er lezers die er anders over denken.

“Ik zou dat zeker niet doen. Gelukkig begrijpt u dat het bij docent zijn om veel meer gaat dan spelling alleen. Het is toch immers veel belangrijker dat u haar deskundigheid zult zien op het gebied van de sfeer in de klas, de aandacht die het kind van de juf krijgt? Misschien heeft ze geweldige kwaliteiten op dit gebied.” Aan deze lezer zou ik de volgende vraag willen stellen. Uw kind komt thuis met het punt van een proefwerk. U ziet dat de leerkracht een fout heeft gemaakt bij de berekening van dat punt in het nadeel van uw kind. Bespreekt u dit met de leerkracht? Door dit te bespreken kunt u immers gaan twijfelen aan haar deskundigheid. Het is immers veel belangrijker dat u haar deskundigheid ziet op het gebied van ‘sfeer in de klas’. Ik vrees dat u naar school loopt om de leerkracht op de fout te wijzen. De belangrijkste opgave van een basisschool is kinderen goed leren lezen, schrijven en rekenen. Dat is de basis voor hun verdere schoolcarrière en hun leven. Die goede sfeer in groep 4 daar heb je een paar maanden van je leven wat aan.

Een volgende lezer: “Ik zou helemaal niets doen. De leraar van uw kind heeft veel meer taken en verantwoordelijkheden dan alleen foutloos schrijven. En een foutje is zo gemaakt. Zeker na een lange, drukke werkdag. Ik vind het van de zotte als een ouder ‘de juf’ op het matje zou roepen of – erger nog – haar deskundigheid ter discussie zou stellen. … de leraar loodst mijn zoon vol liefde door de basisschool.” Door iemand te wijzen op een fout, roep je die persoon op het matje en stel je de deskundigheid ter discussie? Wat is er mis met iemand erop wijzen dat hij een fout maakt? Zou het niet ook voor leerkrachten gelden dat ze leren van hun fouten en dat leren met vallen en opstaan gaat? 

Wat betreft het ter discussie stellen van de deskundigheid van de leerkracht, zou ik zeggen: welkom in de echte wereld. De wereld waar steevast wordt getwijfeld aan de deskundigheid van de ander. Neem de arts die van de patiënt te horen krijgt dat het toch echt iets anders is omdat Internet dit zegt. Zelf werk ik in een sector, de gemeentelijke overheid, waar het lijkt alsof men er vanuit gaat dat er alleen maar ‘onkundigen werken. We zitten in ‘een ivoren toren’, kunnen ons niet ‘inleven in de burger’ krijgen steeds vaker te horen dat de ‘burger de deskundige’ is. Dit terwijl ze zelf ook gewoon burger zijn.

Weer een andere lezer: “In dit geval zou ik enige terughoudendheid willen voorstellen. In groep 4 worden de beginselen van taal behandeld. De kinderen maken zich letters en de eerste woorden en zinnetjes eigen. Van hen wordt in dit stadium nog geen beheersing of diepere kennis van grammatica verlangd.” Maar beste lezer, deze leerkracht kan volgend jaar zomaar voor groep 8 staan en dan wordt het een heel ander verhaal. Dan is die beheersing en diepere kennis wel belangrijk. Dan is die deskundigheid van de leerkracht wel van belang. Als diezelfde leerkracht immers adviseert dat je kind het beste naar het vmbo kan, dan wordt de deskundigheid van die leerkracht wel ter discussie gesteld en dan zijn ook die sfeer en liefde van ondergeschikt belang.

Nee, ik ben blij met een ‘eindredacteur’ die mij teleurgesteld aankijkt als ik die ’t’ weer achter de strijd heb geplaatst. Die zorgt voor hogere kwaliteit en ik kijk uit naar een compliment als ik geen fout heb gemaakt. En helemaal als ik ‘strijd’ nu eindelijk goed spel. Zou dat voor een leerkracht niet ook kunnen gelden?

In de sterren geschreven

Een artikel in de Volkskrant over de lancering van Tess (Transit Exoplanet Survey Satellite) zorgde voor een leuke serie van lezersbrieven. Tess is opvolger van Kepler en: “Tess volgt een andere strategie bij zijn speurtocht. (…) Kepler had een relatief grote telescoop waarmee hij diep het heelal in kon turen. De sterren die Kepler bestudeerde, stonden ver weg – honderden lichtjaren. Vanwege zijn grote telescoop kon Kepler maar een klein deel van de hemel bekijken. (…) Tess is kleiner en gaat de complete hemel bestuderen, zowel het noordelijk als zuidelijk halfrond. Maar liefst 200 duizend sterren zal Tess de komende jaren in zijn vizier krijgen, op enkele tot honderd lichtjaren.” Rond die sterren wordt gezocht naar planeten en vooral naar planeten waar leven zou kunnen zijn.

andromeda-galaxy-755442_960_720

Foto: pixabay

De brievencorrespondentie begon met een brief van Uri Lavy. Lavy vindt de miljarden die aan Tess en andere dergelijke zaken worden uitgegeven, verspild geld. Dat er planeten zullen zijn met leven, is voor Lavy een statistisch gegeven. “Maar even duidelijk is dat de mensheid absoluut niets aan het identificeren van zo’n planeet kan hebben – zeker niet zolang we niet met ten minste de snelheid van het licht kunnen reizen. En dan nog, bij aankomst kan blijken dat de moederster intussen allang uitgedoofd is.” Dus verspilling van geld, aldus Lavy.

Een duidelijke redenering waar lastig een speld tussen is te krijgen. Alleen zijn conclusie dat dergelijke investeringen zinloos zijn, wordt betwist door sterrenkundige Lucas Ellerbroek in de Volkskrant. Die investeringen zijn niet zinloos: “Die kennis kunnen we verkrijgen door in eerste instantie de aarde te observeren (onder andere door observatie met  dure! satellieten) en onze plek in het heelal te vergelijken met zijn soortgenoten. (…)  Kennis heeft de mensheid gebracht waar zij nu is. Alleen door meer kennis te verkrijgen en daar wijs mee om te gaan, waarborgen we een gezonde toekomst voor ons nageslacht.” Ook een duidelijke redenering waarbij je wel de vraag kunt stellen of kennis wijs wordt gebruikt? Immers techniek kan ook ten kwade worden aangewend.

Met die opmerking kom ik bij de reactie van Frank Rijckaert. Hij is het volledig eens met Lavy” “maar niet met zijn bewering dat het statistisch duidelijk is dat het aantal planeten waar intelligent leven bestaat naar oneindigheid zal neigen. Er is slechts één waarneming van een planeet waarop intelligent leven voorkomt. Daarmee valt geen statistiek te bedrijven.” En daar heeft Rijckaert een punt, met één waarneming kun je geen statistiek bedrijven. Sterker nog, en dat punt mist Rijckaert, je kunt er zelfs niet de conclusie aan verbinden dat op die ene planeet, de aarde, intelligent leven voorkomt. Wat is immers de schaal waaraan je intelligentie op planeten afmeet? 

Dat er andere sterren met planeten zijn, lijkt zeker. Dat er planeten met leven zullen zijn ook. Of er intelligent leven is en of het leven op aarde intelligent is, dat staat … in de sterren geschreven.

Demonen in het hoofd

Zou ik me zorgen moeten maken? Waarover? Zou jullie wedervraag kunnen zijn, Zou ik me zorgen moeten maken dat ik doordraai en de verbinding met de realiteit verlies? Dat ik in woorden steeds wilder om me heen ga slaan? Waarom? Zouden jullie me vervolgens kunnen vragen. Wel omdat ik net als Bert Brussen een eigen site ben begonnen om mijn schrijfsels op te publiceren en als ik de schrijfsels van Brussen lees, dan maak ik me ernstig zorgen om zijn mentale vermogens, om zijn geestelijke gesteldheid. Zou dat een gevolg zijn van het beginnen van een site om schrijfsels te publiceren?

demonen hieronumus Bosch

Illustratie: Wikipedia

“Dit keer is het natuurlijk ‘slechts’ een bekladding met verf, heus zo erg nog niet als een kogel, maar het moet toch ultieme voldoening geven om te weten dat jullie met die anonieme, moralistische hetzestukjes in die ‘kwaliteitscourant’ van jullie ook écht kunnen bereiken wat jullie willen: haatzaaien. Andersdenkenden de mond snoeren. Onderdrukken. Macht uitoefenen. Controle houden. De maatschappij naar je hand zetten.”

Zo schrijft Brussen op zijn site TPO. De ‘jullie’ waar Brussen het over heeft is de NRC. Die krant heeft kritiek op het optreden van kamerlid Baudet. Baudets voordeur is beklad door actievoerder en de NRC is net als de Volkskrant hiervan de schuldige. Deze kranten ‘demoniseren’  Baudet, net zoals ze met Pim Fortuyn hebben gedaan (en we weten  waartoe dat heeft geleid, zo suggereert Brussen).

Laat ik voorop stellen, de woorden van Baudet moeten met woorden worden bestreden niet met verf op zijn voordeur, dreigementen of geweld. Laat de beide kranten nu juist dat doen, ruimte geven aan mensen om elkaar met woorden te bestrijden. Niet om, in dit geval, Baudet de mond te snoeren, maar om hem van repliek te dienen. Om zijn ideeën ter discussie te stellen en op zijn ideeën valt het nodige af te dingen.

Net zoals er wat valt af te dingen op het verwijt dat, in dit geval de NRC, andersdenkenden de mond snoert, ze onderdrukt, macht uitoefent, controle houdt en de maatschappij naar haar handen zet. Als de NRC desnoods samen met de Volkskrant, dat zou doen, dan zouden ze het toch wel heel slecht doen. Baudet haalt, net als Wilders met elke (lavendel)scheet die hij laat het nieuws. Sites als TPO van Bert Brussen en De Dagelijkse Standaard, reageren daar weer zeer verheugd op. Hoezo zet de NRC dan de maatschappij naar haar hand.

Gelukkig is verlies van je mentale vermogens en je geestelijke gezondheid geen gevolg van het hebben van een site om je schrijfsels op te publiceren. Net zoals er ook geen verband is tussen het bieden van weerwoord aan Baudet en de verf op zijn deur. Zou er niet eerder een verband tussen demonen in het hoofd en het smeren van verf op iemands deur of het opschrijven van verwijten zoals Brussen ze debiteert?

Het vrije woord en reclame

Geenstijl en Dumpert doen ‘huilie huilie’ om hun eigen vocabulaire te gebruiken. Zoals jullie wellicht al hebben gelezen, staat er in de Volkskrant en het NRC een oproep aan bedrijven om nog eens na te denken over het uitzenden van reclameboodschappen via deze twee websites. De ondertekenaars van deze oproep, een honderdtal vrouwen, ergert zich aan het seksisme op deze sites: “U betaalt mee aan een site waar vrouwenvernedering en racisme de norm is, niet de uitzondering.” 

Die oproep is tegen het zere been van GeenStijl. Als je het niet wilt lezen, blijf dan weg van onze site, zo reageert de site en met de site ook anderen zoals Paroolcolumnist Theodoor Holman. Een wat vreemd argument, je hoeft de Privé niet te lezen om er toch in te staan en zo hoef je de sites niet te bezoeken om er toch afgebrand te worden. Als de Privé alleen over haar eigen lezers mocht schrijven, dan was het een saai blad en als GeenStijl alleen de bezoekers, je ‘vrienden’, mag  afzeiken, dan zou niemand de site bezoeken.

Nog vreemder, de oproep is, volgens GeenStijl: een regelrechte aanval op onze vrijheid,” door: “clubje bezemvliegers met lange tenen.” Hoezo een aanval op uw vrijheid? Wordt u door die oproep belemmerd om uw vuil te spuiten? Uw reactie laat het tegendeel zien. Dat er adverteerders afhaken ook dat belemmert uw vrijheid niet. Zonder deze adverteerders, zelfs zonder alle adverteerders, heeft u nog steeds de mogelijkheid om uw ‘mening’ te geven. Als je een vraag om ‘iemand te doen’ al het hebben van een mening kunt noemen. De Ballonnendoorprikker draait ook zonder reclame en zelfs zonder abonnementsgelden.

Ja, het verlies van de advertentie-inkomsten zal ertoe kunnen leiden dat u, de medewerkers van GeenStijl, brodeloos wordt, maar dan nog wordt u niet gehinderd in het geven van uw vaak abjecte meningen. Ja, jullie zullen op een andere manier inkomen moeten verwerven, iets wat wel meer mensen overkomt.

Voor een site die mensen de stevig en vaak onder de gordel, de maat neemt, laat u zich nu wel erg kennen door uw reactie op die ‘bezemvliegers met lange tenen’. Over ‘lange tenen’ gesproken. Of in termen die u beter begrijpt, bent u wel erg snel ‘op uw pik getrapt’, voelt u zich ‘in uw kruis getast’ of op z’n Vlaams ‘in uw gat gebeten’.

 

James Bond in de bus

Volkskrantverslaggever Toine Heijmans is een dagje meegereisd met de bus in Almere en doet daarvan verslag. Dit naar aanleiding van de recente problemen aldaar. Hij spreekt met de ervaren buschauffeur Bert Groot. Bert chauffeert als zesendertig jaar en geeft aan waar en hoe het fout is gegaan: “Het is begonnen met de aanbesteding van het stadsvervoer in 2003, zegt Bert. Marktwerking. Sindsdien heersen de spreadsheets. Connexxion baat de buslijnen uit, de gemeente houdt rigoureus toezicht: ‘komt er een mannetje met een blokje hout van tien centimeter breed meten of mijn banden dicht genoeg bij de stoeprand van de halte staan. Bij meer dan tien centimeter krijgt Connexxion een boete. Overal krijgen ze boetes voor, per jaar een half miljoen.”

OPENBAAR VERVOER-BUS-AMSTERDAM-CS

Foto: www.refdag.nl

Op tijd rijden is heilig, aldus Bert en daarom wordt er met een ‘open instap’ gewerkt: alle deuren open en instappen maar. Hierdoor rijdt officieel dertig procent zwart, Volgens Bert eerder zestig. Gevolg is ook dat service een ondergeschoven kindje is. Niet bij Bert overigens, maar wel bij zijn vele flex-collega’s die, door precies volgens de richtlijnen te handelen, hopen op een vaste baan. Te vergeefse hoop, volgens Bert.

Marktwerking, de successtory die in de jaren negentig haar aanvang nam en waaraan alles ondergeschikt gemaakt moest worden. De markt zou het klantvriendelijker, efficiënter en goedkoper maken. Besteed diensten als openbaar vervoer, zorg, energie, welzijn en vele andere aan en de markt zal haar heilzame werking doen. Hoe kun je echter een bus die van Venlo naar Nijmegen moet rijden, efficiënter en goedkoper laten rijden? Ligt de maximumsnelheid niet vast? Kan de afstand worden verkleind? Liggen de haltes niet vast. Zijn de strakke tijdsschema’s waaraan Bert zich moet houden niet een illusie? Is de verkeersdrukte te beïnvloeden? Is de prijs niet alleen te beïnvloeden door op de salarissen van de chauffeurs te beknibbelen, de ‘flex-collega’s van Bert? Op een markt heb je keus, Je koopt je boodschappen bij Plus Benders, bij Appie of de Aldi. Welke keuze heeft de busreiziger in Berts Almere? De bus van Connexion die de openbare aanbesteding heeft gewonnen. Aanbestedingen die veel tijd en geld kosten, voor bureaucratie zorgen maar wat verandert er voor de reiziger? De bus blijft de bus welke kleur ze ook heeft.

Wat zou er gebeuren als de ‘markt’ uit het openbaar vervoer wordt gegooid en niet alleen uit het openbaar vervoer? En wat zou er gebeuren als we het gratis maken? Als we Bert mogen geloven, betaalt de belastingbetaler toch al zestig procent van de kaartjes. Zouden die overige veertig niet te betalen zijn uit de bureaucratie die dan wordt bespaard? Uit de uitgespaarde vernielingen en de uitgespaarde Mysteryguest? Zo’n James Bond, aldus Bert, die achter een krant stiekem zijn beoordelingsformulier zit in te vullen.

Big Brother

Het uitschakelen van de tussenpersoon is een gekende manier van bedrijven om meer winst te maken. Hoe minder schakels tussen de producent en consument, hoe meer winst er voor de producent overblijft. Dat is in ieder geval de theorie, de praktijk is soms wat weerbarstiger.

OrwellIllustratie: blog.booklikes.com

Ook in de politiek is iets dergelijks gaande. Met een website, Facebookpagina, Twitteraccount en andere mogelijkheden, kan een partij zich makkelijk rechtstreeks tot haar aanhang richten. Er hoeft niet meer gestreden te worden om de schaarse ruimte in een krant, op radio of televisie. Wat voor partijen geldt, geldt ook voor individuele politici die hierdoor ‘onafhankelijker’ van hun partij kunnen opereren. Volkskrant-columnist Ariejan Korteweg noemt DENK als voorbeeld. Een partij van twee voormalig PvdA-kamerleden: “Denk bespeelt de sociale media. Een strategie die door hun achterban wordt herkend en de klassieke media minder belangrijk maakt.”

In dezelfde Volkskrant een artikel van Hans de Zwart van Bits of Freedom. De Zwart wijst op de segregerende en ‘etnisch profilerende’ mogelijkheden van Facebook: “Facebook is met zijn 1,6 miljard ‘inwoners’ het grootste land ter wereld. Het bedrijf heeft een gigantische database, waarmee het zijn populatie op elke mogelijke manier in stukjes kan verdelen.” En dat doet het bedrijf ook. Op verzoek van ‘klanten’ worden boodschappen per doelgroep gemaakt. De Zwart noemt een voorbeeld waarbij Universal Pictures voor haar film Straight Outta Compton geholpen werd door en via Facebook: “het potentiële publiek in drieën gedeeld: Afro-Amerikanen, latino’s en het ‘algemene publiek’ (daar hoorden de Afro-Amerikanen en latino’s dus niet bij). Voor elk van de drie groepen maakten ze een andere trailer.” Op basis van de informatie van Facebook krijg je dus een ‘voor jou passende’ trailer.

Marketingmensen zullen staan te juichen. Hun ‘natte droom’ komt steeds dichterbij: precies bij de persoon passende reclame. Is dit wel een ontwikkeling om toe te juichen? Hoe ontwikkel je je als persoon als alle informatie die je krijgt je alleen maar bevestigt in je opvattingen en standpunten? Wordt ontwikkeling, vernieuwing en innovatie niet juist gestimuleerd door contact met het vreemde? Met de andere opvattingen?

De Turkse en Russische presidenten kunnen op veel kritiek rekenen omdat ze de media onder controle brengen en alleen maar hun welgevallige boodschappen laat verkondigen. Dat ze als een soort ‘Big Brother’ erover waken dat iedereen hetzelfde denkt en doet. Iets dat tot een gesloten samenleving leidt met mensen die allemaal overtuigt zijn van het eigen (Poetins of Erdogans) gelijk.

Leidt de ‘natte droom niet tot eenzelfde resultaat? Tot mensen die overtuigt zijn van het gelijk van hun eigen big brother? Tot vele gesloten samenlevingen die in een samenleving naast elkaar leven?

Jeugddromen

Voetbalclub FC Twente maakt moeilijke tijden door. De club wordt vrijwel zeker teruggeplaatst naar de eerste divisie en loopt zelfs het risico failliet te gaan. Niet leuk voor de werknemers van de club, de supporters en de voetballers. Een van die voetballers, jeugdspeler Finn Peters de doelman van de D2, heeft een brief naar de KNVB gestuurd zo valt te lezen op de site van de Volkskrant. Hij schrijft: “Mijn team… Mijn jeugdopleiding… Mijn droom… Mijn club. . . En mijn toekomst. Dat gaat misschien allemaal kapot na deze straf. Dus wij zijn allemaal de dupe van deze beslissing! Ik hoop dat jullie inzien hoeveel schade dit veroorzaakt in Twente.”

fc twenteFoto: www.nu.nl

Beste Fin, ik hoop dat je club door kan gaan en dat jij volgend seizoen kunt schitteren als doelman van de D1, waar je volgend seizoen in speelt. Dat je uiteindelijk als doelman de Champions League mag winnen, als keeper van het eerste van FC Twente. Want ik kan me zo voorstellen dat je daarover droomt. En die droom zal uit elkaar spatten als FC Twente failliet gaat. Zoiets droomde ik ook toen ik zo oud was als jij en mijn droom is niet uitgekomen.

Maar beste Finn, als FC Twente failliet gaat, is dat een gevolg van beslissingen die eerder zijn genomen door het bestuur en management van jouw club. Beslissingen waaraan jij part nog deel hebt, maar waar je het wel mee moet doen. Bestuur en management van FC Twente wilden de stap naar de top (liefst van Europa) maken en hebben voor veel geld spelers en trainers aangetrokken. Spelers die heel veel geld verdienen. Veel meer per maand, dan het overgrote deel van de mensen in Nederland per jaar verdienen.

Zoveel geld uitgeven, kan, als er tenminste net zoveel binnen komt via de prijzen van kaartjes, sponsoring, televisiegelden en bij de meeste voetbalclubs ook nog geld van de gemeente. Geld dat diezelfde gemeente bijvoorbeeld ook aan zorg voor kinderen en ouderen kon uitgeven.

Ook de beslissingen om een nieuw stadion te bouwen en nog eens uit te breiden, om geld te lenen van ‘investeerders’ om nieuwe spelers te kopen en ook om daarbij gebruik te maken van dubieuze en verboden constructies, zijn genomen door de managers en bestuurders van jouw club. Beste Finn, die besluiten hebben gevolgen, zo is het in het leven, dat zul je in je verdere leven nog wel vaker merken. Het uiterste gevolg is het faillissement van je club en het einde van je droom.

Nee, wacht, die droom hoeft niet te eindigen. Wellicht kan een vernieuwd FC Twente doorstarten in de nieuwe tweede divisie en van daaruit op een gezonde manier weer de eredivisie bereiken, nog eens kampioen worden en wellicht zelfs de Champions League winnen. Misschien wel met jou als doelman. En anders kom je naar mijn clubje VVV-Venlo en maak je die kampioen.

Nationaliseren

Enige tijd geleden schreef ik over de burgerparticipatie en stelde de vraag of deze ‘wisdom of the crowd’ ook tot betere besluiten zou leiden. Dit omdat de ratio, waarop dit denken is gebaseerd, ook het onderspit kan delven tegen de emotie. Ik moest hier weer aan denken bij het lezen van het betoog van docent politieke geschiedenis Adriejan van Veen in de Volkskrant. Van Veen pleit voor aanpassing om de inspraak van burgers bij de besluitvorming te herstellen. Van Veen stelt voor om een districtenstelsel in te voeren, de opkomstdrempel voor referenda te verlagen, bestuursbenoemingen open te stellen voor iedereen en niet alleen voor partijleden en om gemeenten een groter belastinggebied te geven.

nationaliserenIllustratie: iambtenaar.eu

Een bijzonder woord, herstellen. Het suggereert namelijk dat het vroeger beter was en dat is maar helemaal de vraag. Maar daar gaat het me niet om. Zouden deze voorstellen er werkelijk toe leiden dat ‘burgers zich niet in de steek gelaten’ voelen? In de Verenigde Staten wordt zo ongeveer iedere publieke functionaris gekozen en hebben decentrale overheden een flink belastinggebied. De Britten hebben zo’n districtenstelsel. De Zwitsers referenderen er flink op los. En dat zijn niet de enige landen. Voelen de burgers van die landen zich ‘niet’ of ‘minder’ in de steek gelaten? Is er in die landen geen ‘kloof’ tussen vertegenwoordigers en vertegenwoordigden?

Van Veen analyseert en komt tot de conclusie dat: “een serieus publiek debat,” nodig is: “over hoeveel delegatie van regelgeving en publieke dienstverlening naar de Europese Commissie en – als TiSA doorgaat – het internationale bedrijfsleven, wij bereid zijn te accepteren.”  TiSA is het Trade in Services Agreement (TiSA) waarover de VS en en de Eu, volgens Van Veen, in het geheim onderhandelen en dat ervoor kan zorgen dat: “ook zorg en onderwijs in de toekomst buiten de greep van democratisch gekozen overheden om geleverd worden. Zou daar niet de oorzaak te vinden zijn dat de burger zich ‘in de steek gelaten’ voelt? Zouden structuuraanpassingen dit kunnen veranderen en het het probleem van de ‘in de steek gelaten’ burger oplossen? Gaat de overheid na die aanpassingen wel ineens over die onderwerpen waar het ‘internationale bedrijfsleven’ over gaat?

Zou de oplossing dan niet veeleer te vinden zijn in het terugpakken van die macht? In het ‘nationaliseren’ van zaken zodat de overheid er wel over gaat?

De slager en zijn vlees

Een van de oorzaken van de bankencrisis van 2008, was het gebrek aan toezicht op de financiële instellingen. Toezichthoudende instanties lieten de teugels vieren en vertrouwden op de tuchtigende werking van de markt. Die markt ontwikkelde producten als Collateralized debt obligations (CDO’s), Credit Default Swaps (CDS) en andere. Producten die slecht enkele mensen doorzagen en die mensen waren niet de beslissers en de ratingbureaus, zoals Moody’s, die de betrouwbaarheid van dergelijke producten moesten beoordelen. Producten waarmee snel veel te verdienen viel en dat was het enige dat telde. Net als bij de ratingbureaus ontbrak het ook bij de toezichthouders, zoals de centrale banken, aan kennis van die producten. Toch kwamen ze op de markt met vernietigende gevolgen. John Cassidy beschrijft dit in geuren en kleuren in zijn boek Wat als de markt faalt.  Een van de lessen van de bankencrisis was dan ook dat het toezicht beter moest.

VIETNAM-ECONOMY-INFLATION-VENDOR

Foto: www.nrc.nl

We zijn nu enkele jaren verder en in de Volkskrant valt te lezen dat de Autoriteit Financiële Markt (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) het anders gaan aanpakken: “De financiële toezichthouders gaan start-ups en andere nieuwkomers helpen met hun vragen over nieuwe producten en diensten. Meer ruimte voor innovatieve experimenten is namelijk goed voor de concurrentie en efficiëntie in de financiële sector.” Onder aanvoering van Willem Vermeend moet: Nederland op de kaart zetten als ‘centrum van financiële vernieuwing.” Nu komt voor dat ondernemers veel tijd en geld in een nieuw product stoppen en dan van de toezichthouders te horen krijgen dat het niet mag. Behoort het niet tot het risico van de ondernemer als hij een product ontwikkelt dat niet wordt toegelaten?

Moet Nederland wel zo’n centrum van financiële vernieuwing willen zijn? Nederland is een grote speler in de financiële wereld en de gevolgen daarvan heeft de burger als belastingbetaler al ondervonden. Hij heeft miljarden van zijn belastingeuro’s besteed aan het redden van banken.

Moet de financiële markt efficiënt zijn? De Zuid Koreaanse econoom Ha-Joon Chang pleit in 23 dingen die ze niet vertellen over het kapitalisme juist voor minder efficiency op de financiële markt. Chang: “De discrepantie tussen de snelheid van de financiële sector en die van de reële sector moet kleiner worden, wat betekent dat het nodig is de financiële markt opzettelijk minder efficiënt te maken.”

Maar als belangrijkste. Beste toezichthouders, bent u er niet voor het algemeen belang in het algemeen en de consument in het bijzonder? Is het niet uw taak om producten te beoordelen op hun gevaren voor samenleving en consument. Hoe wilt u uw onafhankelijkheid als toezichthouder waarborgen als u producten mee gaat ontwikkelen? Bent u dan niet de slager die ‘zijn eigen vlees’ keurt?

Paradoxale economie

Een paar jaar geleden gaf een Nederlandse politieke partij (de PVV) een ‘gerenommeerd onderzoeksbureau’ de opdracht om uit te zoeken wat het effect zou zijn als Nederland de Europese Unie  (EU) zou verlaten. In het kort was de conclusie: Nederland is economisch, politiek en maatschappelijk gezien, beter af bij het verlaten van de EU.

monopolieIllustratie: www.favrify.com

Nu heeft ons gerenommeerde Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) onderzoek gedaan naar de effecten van een uittreden uit de EU van Groot Brittannië voor de Nederlandse economie. Conclusie in de Volkskrant: “De kosten van een Brexit – het uittreden van Groot-Brittannië uit de EU – kunnen oplopen tot 1.000 euro per Nederlander.” Dit wordt veroorzaakt door een vermindering van de handel, de innovatie en productiviteitsstijging. Alle EU-landen ondervinden economische nadelen van het uittreden van de Britten, Nederland na de Ieren en de Maltezers het meeste.

Zou de conclusie zijn dat uittreden winst oplevert en het verlies bij de achterblijvers terecht komt? Dan zou handel een ‘zero sum game’ zijn, de winst van de een is het verlies van de ander. Maar hoe is dat te rijmen met de economische theorie dat vrijhandel voor beide partijen tot winst leidt, een ‘win-win game’? Een Brexit belemmert handel tussen de Britten en de EU-landen. Het inrichten van handelsbelemmeringen zou dan een ‘lose-lose game zijn. Dan moeten de Britten, net als de andere EU-landen, ook verliezen.

Als dat het geval is, hoe kan het dan dat Nederland er, volgens het ‘PVV-onderzoek’ na het uittreden uit de EU op vooruitgaat? Dat is in het vrijhandelsdenken onmogelijk. Meer vrijhandel is win-win voor alle partijen. Het uittreden van Nederland betekent minder vrije handel en dus zouden alle betrokken partijen in meer of mindere mate moeten verliezen. Bij uittreden winnen kan immers alleen bij een ‘zero sum game’. 

Als de EU werkelijk een ‘zero sum game’ is, waarom stappen dan niet alle landen eruit? Maar wacht eens, als ze er allemaal tegelijk uitstappen, wie wint en wie verliest er dan? Als de EU een economische ‘zero sum game’  is, waarom zouden landen er dan lid van zijn geworden en willen er nog steeds landen bijhoren? Waarom dan steeds verdergaande vrijhandelsverdragen afsluiten zoals TTIP? Toetreden levert je dan immers economisch verlies op.

Of slaat een van de twee gerenommeerde onderzoeksbureaus de plank mis? Welk bureau? Dat zullen we weten als de Britten werkelijk besluiten om de EU te verlaten.