Basisinkomen

In de Volkskrant een interview met filmmaker Mari Sanders. Sanders zit al sinds zijn geboorte in een rolstoel en heeft een Wajonguitkering. Met die uitkering hoeft Sanders zich geen zorgen te maken over zijn inkomen. Zijn vrienden vinden dat hij: “dat geld van de overheid  (gebruikt) om z’n hobby te subsidiëren.” Ze vinden dat hij moet kiezen, of zelfstandig filmmaker of een Wajonguitkering.

mari-sanders

Foto: www.startfoundation.nl

De Wajonguitkering bedraagt 75% van het minimumloon, geen vetpot, en is bedoeld om van te leven. Horen bij dat leven niet ook hobby’s of mogen uitkeringsgerechtigden geen hobby’s hebben?  Zou hij ook moeten kiezen tussen postzegels verzamelen en een Wajonguitkering? Want ook postzegels verzamelen kan naast een hobby ook een beroep zijn, alleen heet je dan handelaar. Natuurlijk, als die films flink geld opleveren, dan is het niet meer dan terecht dat een deel ervan wordt gekort op zijn uitkering.

Ook uitkeringsinstantie UWV heeft Sanders ontdekt en uitgenodigd voor een gesprek over zijn mogelijkheden om aan het werk te gaan. Dit geheel conform de Participatiewet. Maar ja, het UWV kan hem niet helpen aan een baan als filmmaker, wel bijvoorbeeld aan het: “mooi inpakken van bonbons,” aldus Sanders. Vreemd dat Sanders wordt gevraagd om te participeren, te werken als tegenprestatie voor zijn Wajonguitkering. Vreemd want participeert hij dan niet al door het maken van films? Ja, het is ook wat hij graag doet, is dat een probleem? Mag je hobby niet je werk zijn? Hij vult zijn uitkering aan met filmverdiensten. Hij zit niet lui achter geraniums omdat zijn financiële kostje toch al is gekocht. Dit terwijl de ‘morele druk’ van zijn vrienden en de regelgeving hem daar wel toe dwingen.

Wat als we het geval Mari Sanders eens van een andere kant bekijken en de uitkering van Sanders een basisinkomen noemen. Een basisinkomen waarvan tegenstanders zeggen dat het mensen lui maakt. Dan zien we een gemotiveerde man die zijn passie najaagt met enig succes, hij vult zijn basisinkomen aan. We zien iemand die plezier heeft in zijn leven en zijn werk/hobby.

Zou het het op deze positieve manier, naar Sanders en met hem naar alle mensen kijken, niet veel meer resultaat opleveren? Een manier waarbij vertrouwen in de mens het uitganspunt is? Toch maar beginnen met een basisinkomen?

Zekerheid zonder werk?

D66, een van de grote voorstanders van de liberalisering en flexibilisering van de arbeidsverhoudingen, ziet de keerzijde van dit streven. Veel mensen met een flexbaan of werkend als ZZP’er leven in onzekerheid. Onzekerheid over hun inkomen en die onzekerheid maakt het onmogelijk om bijvoorbeeld een huis te kopen of te investeren in de eigen opleiding. “Maak vaste baan bereikbaar voor iedereen,” aldus D66.

BasisinkomenIllustratie: www.peacetimes.news

Aan de analyse dat veel mensen in (inkomens)onzekerheid leven, mankeert niets. Een nobel streven om mensen meer zekerheid bieden. De partij wil dit bereiken door de: “voordelen weg te nemen die flexcontracten nu nog bieden aan werkgevers – bijvoorbeeld door iedereen recht te geven op een transitievergoeding bij ontslag en niet alleen degenen die langer dan twee jaar in dienst zijn.” Maar ook door: “de ontslagprocedure sneller en minder duur,” te maken. Dit lijkt verdacht veel op de maatregelen die ook met de Wet werk en zekerheid werden beoogd. Meer van hetzelfde medicijn dat tot nu toe niet werkte, is dat de juiste keus? Want hoe zeker is een vaste baan als de ontslagprocedure snel en goedkoop is? Zou dit medicijn zo tot onzekerheid bij veel meer mensen kunnen leiden?

Laten we het probleem eens nader bestuderen. Mensen leven in (inkomens)onzekerheid. Inkomen krijg je via betaald werk. Zekerheid via een vaste baan. Dat is de dominante manier van denken die ook D66 toepast. Nu is er niet voldoende werk, de werkloosheid (zichtbaar en verborgen) is nog altijd fors. Door de automatisering en robotisering dreigt er nog minder werk te komen. Zouden er ook andere manieren zijn om die onzekerheid weg te nemen?

Het bestaande werk herverdelen is een mogelijkheid die in Nederland al langer wordt toegepast. Ons land kent immers vele deeltijdbanen.

Wat als we inkomenszekerheid op een basisniveau loskoppelen van werk? In Canada is er in de jaren zeventig mee geëxperimenteerd. Een experiment dat abrupt werd beëindigd en toen niet werd geëvalueerd. Dat gebeurde pas enkele decennia later, door Evelyn J. Forget. Resultaat: minder ziektekosten in verband met ongelukken en verwondingen maar wat vooral opviel was dat er minder psychische problematiek was. Ook was er sprake van een kleine vermindering van de deelname aan het arbeidsproces door vrouwen en jongeren. Die zaten echter hun tijd niet te verlummelen. Vrouwen spendeerden die tijd aan de opvoeding van hun kinderen en jongeren bleken langer door te leren en dus beter beslagen de arbeidsmarkt op te gaan. Forget concludeert “These results would seem to suggest that a Guaranteed Annual Income, implemented broadly in society, may improve health and social outcomes at the community level.” 

Wellicht een alternatief dat ruimte schept en creativiteit vrijmaakt?

Free to choose

Het basisinkomen krijgt steeds meer aandacht. Een burgerinitiatief is al door bijna 50.000 mensen ondertekend. In Zwitserland zijn ze al een stapje verder. Daar wordt een referendum gehouden over het invoeren van een basisinkomen. Peter de Waard besteedt hier zijn column in de Volkskrant aan. Het Zwitserse basisinkomen zou 2.500 frank per maand bedragen en moet in de plaats komen van andere sociale regelingen zoals pensioenen, werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, bijstand, studiebeurzen en kinderbijslag.

basisinkomenIllustratie: www.flickr.com

De Waard gebruikt een rekensom om de onbetaalbaarheid van het basisinkomen aan te tonen: “Nu verdient een Zwitsers echtpaar met allebei een parttime baan van 50 procent in het onderwijs ieder 3.500 frank: samen 7.000 frank. Wie na de invoering van een basisinkomen geen dief van de eigen portemonnee wil zijn, kiest ervoor een van de parttimers fulltime te laten werken voor 7.000 frank, waarna de ander thuis nog eens 2.500 binnenhaalt: samen 9.500 frank.” Het gezin zou zo netto 2.500 frank meer te besteden hebben en wie moet dat betalen?

Maakt De Waard niet een basisfout door alleen de partner die niet werkt een basisinkomen toe te rekenen in laats van aan beiden? Maar dat zou de onbetaalbaarheid nog verhogen omdat het gezin dan 5.000 frank meer te besteden heeft. Alle reden dus om tegen een basisinkomen te zijn. Zeker als er: “…geen mensen meer zijn te vinden voor vuil en onaangenaam werk, dat nu vaak laagbetaald is.”

Of toch niet? Het basisinkomen moet ergens uit worden betaald en dat kan alleen maar uit belastinginkomsten. Andere inkomsten heeft een overheid niet. Zou een basisinkomen niet betekenen dat die werkende partner meer belasting moet betalen om zijn eigen en het basisinkomen van zijn partner mee te betalen? Dat het belastingstelsel veel progressiever wordt dan het nu is? Dat aftrekposten, zoals de hypotheekrente-aftrek, vervallen. Dat hij voor een fulltime functie dan netto geen 7.000 frank overhoudt, maar wellicht maar 2.500 of zelfs maar 2.000? In dat laatste geval heeft het gezin net zoveel te besteden als voor de invoering van het basisinkomen. En zou het voor mensen met een topinkomen niet kunnen betekenen dat hun besteedbaar inkomen zelfs daalt?

Maakt De Waard niet de fout om te suggereren dat een basisinkomen is bedoeld om iedereen iets extra’s te geven? Is het niet bedoeld om mensen een redelijk bestaan en meer keuzevrijheid te bieden? De vrijheid om minder te werken, anders te werken of om niet te werken?

En over dat vuile werk hoeft hij zich geen zorgen te maken. Als het echt noodzakelijk is, dan zal de beloning stijgen waardoor mensen het toch gaan doen. Of, en dat zou beter zijn, het wordt geautomatiseerd. Nu kan het tegen lage beloning omdat mensen geen keus hebben, met een basisinkomen is die keuze er wel.

Thuishulpstudent

De Christen Unie wil dat studenten ‘sociaal dienstrecht’ krijgen. Door na hun studie op vrijwillige basis ouderen te helpen of taalles te geven aan vluchtelingen zouden zij een deel van hun studieschuld kunnen aflossen. Volgens fractievoorzitter Gert-Jan Segers zou dit studeren voor studenten met ‘smalle beursouders’ aantrekkelijker maken. Een mes dat aan twee kanten snijdt: “het hoger onderwijs wordt toegankelijker en de samenleving wordt geholpen, doordat studenten nuttig maatschappelijk werk doen. Daar komt nog bij dat studenten op die manier werkervaring krijgen.” Sympathiek idee of …?

studieschuld

Illustratie: www.viisi.nl

Een eerste kleine bedenking. Segers denkt aan ouderen helpen en taalles geven. Hoe zit het dan met training geven aan voetbalpupillen, penningmeester zijn van de scouting of flyeren voor politieke partijen? Welk vrijwilligerswerk telt mee en welk niet?

Een tweede wat grotere bedenking. Duurt zo de studie voor de arme student niet langer? Die maanden ’sociale corvee’ tellen immers ook mee. De rijke ingenieur kan meteen beginnen, de arme moet eerst een half jaar poetsen. Hoe zwaar telt de ‘poetsdienst’ bij ouderen’ mee voor een elektrotechnisch ingenieur op het CV?

Wordt op deze manier bijvoorbeeld de thuishulp niet verdrongen door een ‘poetsende elektrotechnicus’? Welk werk blijft er dan voor de thuishulp over? Extra wrang wordt het als we kijken naar de beloning voor de student. Voor een paar maanden een verlaging van de schuld met €5.000 tot €10.000. Voor een paar maanden werk, is dat een aardige netto beloning. Is er dan nog wel sprake van vrijwilligerswerk? Hoe verhoudt dit zich tot het salaris van de huidige thuishulp?

Goed dat Segers studeren ook voor mensen met een smalle portemonnaie betaalbaar wil houden. Alleen is het erg wrang om een dergelijke beloning te geven als dank voor het ‘vrijwillig’ poetsen of de taalles. Waarom dan geen goed betaalde baan voor die thuishulp en voor de docent die de asielzoeker Nederlands leert? Er zijn vast andere manieren om de ‘arme’ student te helpen. Een basisbeurs afhankelijk van het inkomen van de ouders bijvoorbeeld. Of een basisinkomen?

Appels en peren

In Trouw een sympathiek pleidooi van Wouter Beekers en Jochem Westert voor een bijstand die ‘bijstaat’. Een bijstand met meer aandacht voor de bijstandsgerechtigden. Met recht op positieve prikkels: “Bijvoorbeeld dat de werkzaamheden aantoonbaar bijdragen aan de ontwikkeling van mensen, dat de arbeidsomstandigheden goed zijn en dat de werkzaamheden niet vernederen … zodat bijstandsgerechtigden weer ‘met opgeheven hoofd’ de samenleving in kunnen gaan.”

appels en perenFoto: www.vanbeek.com

In hun betoog stippen ze, het door ‘links’ bepleite, onvoorwaardelijke basisinkomen aan. Een situatie die in hun ogen na de invoering van de bijstand was ontstaan. En waarvan een onderzoekscommissie in 1993 constateerde dat er sprake was van georganiseerde oplichting, calculerend gedrag en het ontlopen van werk. “De pleidooien voor een basisinkomen getuigen dus van weinig historisch besef,” zo schrijven de beide heren. Hier rammelt hun betoog.

Friedrich van Hayek en Milton Friedman, bepleitten een basisinkomen. Zij noemde het een negatieve inkomstenbelasting. Beide heren zijn nu niet bepaald links te noemen en stonden aan de basis van het economisch beleid van Reagan en Thatcher, die ook niet bekend stonden om hun linkse sympathieën. Rammelt er wellicht iets aan het historisch en economisch besef van de heren?

Kenmerkt het basisinkomen zich niet juist door de onvoorwaardelijkheid? Dat iedereen het krijgt zonder voorwaarden en dus ook zonder de voorwaarde dat er naar werk wordt gezocht? Is het bij een onvoorwaardelijk basisinkomen niet juist aan de ontvanger zelf wat hij verder nog met zijn leven doet? En is werk dan een keuze die gemaakt kan worden, maar waar ook van kan worden afgezien, die dus kan worden ontlopen? Is het calculeren niet een van de kenmerken van een basisinkomen? Calculeren wat het beste bij de dromen en wensen van het individu past? Werken, studeren, zorgen voor iemand, vrijwilliger bij de sportclub, helemaal niets doen of een combinatie. Rammelt de vergelijking van het basisinkomen met de bijstand? Als de bijstand als basisinkomen zou hebben gefunctioneerd, dan waren verwijten als ‘het ontlopen van werk’ en ‘calculerend gedrag’ misplaatst.

De bijstand is nooit bedoeld als een onvoorwaardelijk basisinkomen. Kenmerk van de bijstand was en is, dat je er alleen voor in aanmerking komt, als je zelf (of je partner) geen inkomsten uit arbeid of andere bron van inkomsten hebt. Een tijdelijke ondersteuning waarbij je de plicht hebt om te zoeken naar betaald werk: het einddoel. En juist vanwege de beperkingen en voorwaarden, is de bijstand bevattelijk voor (georganiseerde) oplichting, calculerend gedrag en kan worden geconstateerd dat er bijstandsgerechtigden zijn die (het zoeken naar) werk ontlopen.

Vergelijken Beekers en Westert appels met peren?

ZZP’er avant la lettre

The Tragedy of the Commons, de tragedie van de gemeenschappelijke gronden of de meent en iets ruimer het gemeenschappelijke bezit. Een term gemunt door de Amerikaanse ecoloog Garrett Hardin. De grond, bijvoorbeeld een weide heeft een beperkte omvang en er kunnen dus slechts een beperkt aantal schapen op grazen. Overbegrazing zorgt ervoor dat de hele weide onbruikbaar wordt. Een schaap meer voor herder A betekent voor hem een hoger inkomen, dus zal herder A liever een schaap meer nemen. Voor het geheel betekent dit grotere kans op overbegrazing, dat risico ligt echter bij de hele groep. De rationele conclusie van herder A zal dus dat ene schaap meer te nemen. Dat gaat echter ook op voor alle andere herders en dus is overbeweiding onvermijdelijk. Zo is de redenatie van Hardin.

commonsIllustratie: www.themarysue.com

Hieraan moest ik denken toen ik het eerste, tweede en derde deel in de reeks columns van Frank Kalshoven in de Volkskrant las. Een reeks die handelt over een ander soort economie. In deel twee beschrijft hij in het kort de ‘Off the grid-economie’. Je koppelt je los van de bestaande economie en probeert zo zelfvoorzienend mogelijk te zijn. Dus je eigen energie/stroom opwekken, je eigen drinkwater regelen, je eigen afval verwerken en ook in je eigen voedsel voorzien. Hoe meer je dat lukt, hoe minder geld je nodig hebt en hoe minder je dus afhankelijk bent van de ‘reguliere’ economie.

Is er voldoende grond om iedereen zijn eigen voedsel te laten verbouwen? Want verliezen we dan niet het specialisme van de huidige landbouw? Een specialisme dat tot gigantische productiestijging heeft geleid. Zou dat te ondervangen zijn door bijvoorbeeld ‘Off the Grid’ dorpen? Dorpen waarin mensen samenwerken om gezamenlijk hun eigen voedsel te produceren? Een soort ‘collectieve boerderij’ of beter nog, een ‘collectief dorp’. Waar kennen we die ook al weer van? Alleen met dat verschil dat die, de kolchozen in de Sovjet Unie, van bovenaf werden verordonneerd. Zou dat een richting kunnen zijn om ‘Off the grid’ te leven? Zou dat geen schoolvoorbeeld van participatiesamenleving zijn?

Hoe nieuw is dat ‘Off the grid’ eigenlijk? Lijkt dat niet verdacht veel op de manier waarop het overgrote deel van onze voorouders eeuwenlang geleefd heeft? Een lapje grond met wat vee. Alles bij elkaar bijna genoeg om te overleven. De rest verkregen ze door de meent, de gezamenlijke gronden, wateren of bossen te gebruiken.

Maar ja, die gaan toch in de tragedie ten onder, volgens Hardin?  Inderdaad de meent ging in een tragedie ten onder waardoor velen in absolute armoede werden gestort en als dagloner moesten zien te overleven (de ZZP’er avant la lettre). Maar, kende de tragedie geen andere oorzaak dan die Hardin beschrijft? Ging de meent niet vooral ten onder omdat de landeigenaar er een hek omzette en de grond zelf in productie bracht? Omheining die mogelijk werd gemaakt omdat de opkomende parlementen (bevolkt door landeigenaren) dit mogelijk maakten. Betekende de onmogelijkheid om de grond nog gezamenlijk te gebruiken en dus het einde van de meent niet de poort naar armoede voor de oude ‘off the gridder’?

Het oude ‘Off the grid’ was geen keus maar een noodzakelijkheid. En geldt dat niet net zo voor ons huidige economische bestel? Dit bestel biedt heel veel keuze op triviaal niveau als het gaat over een pak wasmiddel, maar keuzemogelijkheid is er op het fundamentele niveau tussen “Off’ of “On the grid”? Is ons bestel niet erg eenzijdig ingericht en gericht op een leven ‘On the grid’? Is de keuze voor ‘Off the grid’ niet alleen mogelijk als je kiest voor een zeer sober bestaan als zwerver of als je voldoende kapitaal bezit? En hoe eerlijk is dat?

Wat zou er nu nodig zijn om mensen zelf te laten kiezen tussen “Off’ of “On the grid” zonder mensen tot dagloner te laten vervallen? Staat keuzevrijheid niet hoog in ons vaandel in onze westerse samenleving? Ja, maar dus niet op dit fundamentele niveau. Wij kunnen niet kiezen tussen vol blijven deelnemen aan de huidige tredmolens als ene uiterste en volledig individueel ‘Off the grid’ gaan als andere uiterste en alle varianten ertussen in. Daar is ons economische, sociale en maatschappelijke systeem niet op ingericht. Hoe groot is dan onze vrijheid om zelf te kiezen hoe we ons leven willen inrichten?

Zou een basisinkomen een nieuwe vorm van ‘meent’ kunnen zijn om ieder van ons die vrijheid te geven?

De kleur van je T-Ford

“Het aantal vrijwilligers en stagiaires bij podia liep op van 5 duizend in 2005 naar ruim 9 duizend in 2014. Het aantal werknemers in loondienst daalde daarentegen juist van bijna 10 duizend naar ruim 8 duizend personen vorig jaar.” Dit valt te lezen in een artikel in de Volkskrant. De podia hebben zich zo met succes gehandhaafd in een periode waarin de subsidie landelijk werd gekort met 13% en het economisch tij ook nog eens flink tegen zat. Waarlijk een knappe prestatie. En niet alleen podia, ook musea en andere culturele instellingen maken, gedreven door bezuinigingen, steeds meer gebruik van vrijwilligers. Zo kunnen ze het hoofd boven water houden. Knap, maar toch …

t-fordFoto: carstyling.ru

Toch knelt het. Is er hier geen sprake van verdringing waarbij werk wat eerst door betaalde krachten werd gedaan, nu door vrijwilligers of stagiaires wordt overgenomen? Moeten we daar blij mee zijn? Welke toekomst is er voor de betaalde krachten die hun baan verloren? En voor die stagiaires? Hebben die wel uitzicht op betaald werk bij de podia? Of worden ze misbruikt met als ‘verleiding’ dat ze nuttige werkervaring opdoen die ze weer op hun CV kunnen vermelden? Iets waaraan steeds meer organisaties en bedrijven zich schuldig maken. Zo hebben ze immers een gratis werknemer. Moeten we blij zijn met deze ontwikkeling?

Hoe strookt dat met het adagium dat betaald werk het toppunt van maatschappelijke participatie is? Natuurlijk, vrijwilligerswerk is ook goed, als je daarnaast maar naar betaald werk zoekt. Knelt het hier niet op een fundamenteel niveau? Op de tegenstrijdigheid tussen de participatiesamenleving waarbij we ‘voor onze naaste’ moeten zorgen en ons vrijwillige steentje moeten bijdragen aan de ene kant. En juist het ‘heilig’ verklaren van betaald werk aan de andere. Hoe moeten we deze trend nu beoordelen?

Zou een basisinkomen die tegenstrijdigheid kunnen oplossen? Geeft dat mensen niet keuzevrijheid? Keuzevrijheid die nu lijkt op de keuze uit kleuren bij de oude T-Ford: alle kleuren zijn mogelijk als het maar zwart is. Maakt dat het niet mogelijk om te kiezen voor meer geld (betaald werk) aan de ene kant en je volledig voor anderen inzetten aan de andere kant en alle varianten daartussen? Dan kan iedereen zijn eigen kleur T-Ford kiezen.

Clash of Civilizations

“De verzorgingsstaat moet er vooral óók toe inspireren dat mensen participeren, de participatiesamenleving moet er vooral óók toe leiden dat we de verworvenheden van de verzorgingsstaat wijs en behoedzaam inzetten.” Woorden van Anne Buskens (directeur/bestuurder van de welzijnsorganisatie Traject) in Dagblad de Limburger van dinsdag 29 november 2015. Die samenlevingen moeten elkaar vinden in de ‘zoektochtsamenleving’ zoals ze die Maastricht noemen. Een samenleving die de uitdaging heeft: “de goede wil samen goed te kanaliseren.” Omdat, volgens Buskens de meeste mensen van goede wil zijn.

clash of civilizationsIllustratie: www.reddit.com

Het duizelt mij. Hebben wij niet maar één samenleving op het grondgebied van Nederland en maakt niet iedereen daar deel van uit? En participeert daar niet iedereen in die in Nederland woont?

Hoe ziet dat eruit, die verschillende ‘samenlevingen’ die met elkaar strijden en samenwerken? Een nieuwe versie van HuntingtonsClash of Civilizations’? Een botsing tussen verschillende overheidsinstanties en door de overheid gesubsidieerde en betaalde instellingen die ieder vanuit hun eigen belang met elkaar in strijd en samenwerking gaan om het goede voor en met de burger te doen?

Alleen wat is dat goede? En wie bepaalt dat? Zijn dat die op verschillende wetten gebaseerde ‘samenlevingen’?  Zijn dat die ‘samenlevingen’ en hun instanties waar de welzijnsorganisaties voorbeelden van zijn? Wordt dat opgelegd aan de mensen? Zijn die wetten, zoals de Participatiewet, waarop die samenlevingen zijn gebaseerd niet voorbeelden van gestold wantrouwen? Gaat het dominante denkmodel over mensen niet uit van wantrouwen? Hoe zit het dan met de vrijheid van mensen om zelf hun geluk te kiezen?

Geeft Buskens niet de sleutel voor een veel simpelere oplossing. Als de meeste mensen van goed wil zijn, waarom dan niet uitgaan van die goede wil? Wat zou er gebeuren als je de mensen van goede wil de vrijheid en ruimte geeft? Dat vraagt het afzweren van het denkmodel dat uitgaat van wantrouwen en dat is lastig. Experimenten met basisinkomen tonen echter aan dat uitgaan van het goede, goede resultaten oplevert voor zowel mens als samenleving.

Zou dit geen betere oplossing zijn dan de ‘Clash of Civilizations’?