De Ballonnendoorprikker schrijft korte prikkelende columns, waarin kromme redeneringen, verhullend taalgebruik en rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak worden gesteld
Als ik aan spionnen denk, dan denk ik aan James Bond. Een onkwestbare ladykiller die met moderne snufjes techniek en onderkoelde humor de strijd aangaat met het kwaad. Nu is Bond een grove overdrijving van de werkelijkheid, die is veel minder spectaculair en de gemiddelde spion verzamelt informatie en dat is soms lastig. Zeker als die informatie wordt versleuteld zoals nu bij WhatsApp en andere digitale communicatiemiddelen.
De baas van de Nederlandse spionnenorganisatie AIVD wil dan ook dat zijn dienst de mogelijkheid krijgt die versleuteling ongedaan te maken. Dan kan de dienst de appjes van potentiële terroristen lezen. Alleen: “van diegenen die een bedreiging vormen.” aldus opperspion Rob Bertholee in de Volkskrant“bij al die andere mensen willen we niet meekijken,”. Nu ben ik niet wantrouwend van aard en geloof Bertholee op zijn blauwe ogen dat hij rechtsorde wil beschermen en: “Dat betekent dat we gecontroleerd bevoegdheden inzetten. Bij mensen die geen gevaar zijn, mag dat niet.” Dit natuurlijk tot het tegendeel is bewezen. Alleen is het dan te laat, dan hebben de spionnen die bevoegdheid al.
Want ‘diegenen die een bedreiging vormen’ is een rekbaar begrip en dat kan veranderen. In de jaren vijftig werden communisten als een bedreiging gezien. In de jaren zeventig zou je als Molukker een grote kans hebben gelopen om als ‘bedreiging’ gezien te worden. Nu zal menigeen meteen denken aan moslimterroristen en loop je als moslim een grotere kans om als bedreiging gezien te worden. Mochten de Fortuynaanhangers eens aan de macht komen dan zullen veganisten en dierenrechtenactivisten een bedreiging zijn en dan kom je al snel bij donateurs van bijvoorbeeld Wakker Dier. Mocht een verwarde columnist volgende week een politicus vermoorden, zou dan de Ballonnendoorprikker ook een ‘bedreiging’ vormen?
’t Kan verkeeren, aldus Bredero, wie weet tegen wie die bevoegdheid gebruikt kan worden? Bevoegdheden hebben de neiging om opgerekt te worden en ook gebruikt te worden voor zaken waarvoor ze niet bedoeld zijn. Diverse klokkenluiderszaken laten dit zien. Alleen is het lastig om je te verweren tegen een spionnendienst.
De grens tussen Syrië en Jordanië is gesloten waardoor ruim 75.000 Syrische vluchtelingen vastzitten. Ze zitten niet alleen vast, maar zijn ook nog verstoken van hulp omdat ze voor hulpverleners niet of hooguit zeer lastig te bereiken zijn. “De huidige situatie zou te wijten zijn aan het falende vluchtelingenbeleid,” zo valt op nu.nl te lezen.
Inderdaad is de situatie van deze mensen schreinend. De situatie van vluchtelingen in kampen in Jordanië is iets beter. Ook de situatie in Libanon en Turkije is iets beter, maar voor het overgrote deel van de vluchtelingen is het nog steeds uitzichtsloos. Ook voor de vluchtelingen in Griekenland is de situatie niet florisant. Dus je zou kunnen zeggen dat het vluchtelingenbeleid faalt en dat er nodig wat moet gebeuren. Dat het tijd is voor ander beleid.
Kort en cru samengevat komt het Nederlandse en Europese vluchtelingenbeleid neer op het volgende: zo min mogelijk en liefst geen vluchtelingen Europa in. Vluchtelingen ‘ontwrichten’ immers onze samenleving en zorgen voor spanningen. Vooral als het er veel zijn. De afdeling Newspeak, met als hoofd PR VVD-kamerlid Malik Azmani, maakt daar ‘opvang in de regio’ van. Dat is beter voor de vluchtende, hij zit dan immers dicht bij huis. Bovendien kunnen er daar misschien wel vijftig opvangen worden voor eenzelfde prijs als hier één, dus ook een kwestie van gezond verstand.
Regioland Libanon zit al overvol, het kent ongeveer één vluchteling op vier inwoners en snakt naar extra geld om die opvang in de regio goed vorm te geven en te voorkomen dat het land nog verder ontwricht en onder de spanningen veroorzaakt door de vele vluchtelingen bezwijkt. Dat geld ontbreekt echter, want de landen buiten de regio betalen niet of niet veel. Over Turkije zullen we maar zwijgen. Nu heeft Jordanië (op iedere tien Jordaniers één vluchteling en van die Jordaniers is een flink deel Palestijnse vluchteling) de grenzen gesloten. Maar, er komen veel minder vluchtelingen naar Europa.
Faalt het vluchtelingenbeleid? De instroom in Europa is flink afgenomen. Syriers worden in de regio opgevangen en uiteindelijk bestaat die regio toch uit het eigen land, eigen streek, stad of wijk? Is het vluchtelingenbeleid daarmee vanuit Nederlands en Europees standpunt bekekenen niet succesvol?
Dat het tot vele slachtoffers en mensonwaardige situaties en daarmee tot schending van elementaire mensenrechten leidt, wie, behalve de Ballonnendoorprikker, maalt daarom? Je wint er de komende verkiezingen immers niet mee.
Bij ThePostOnline neemt Ralph Posset, Timothy Michael Kain de maat. Kain is de democratische vice-presidentskandidaat en is: “De man die een mogelijk doodzieke presidente Clinton zal opvolgen.” Nu heeft Clinton een longontsteking, maar ben je dan doodziek? Ja natuurlijk is ieder levend wezen doodziek. Het leven eindigt immers met de dood. Of je moet de dood als een tussenfase van het leven zien?
Volgens Posset heeft Kain nogal vreemde opvatting: “En hij heeft vooral ook vreemde opvattingen over zijn opvattingen. Zo is hij fel gekant tegen de doodstraf. Wat hem als toenmalige gouverneur voor Virginia dan weer niet belette om 11 maal in te stemmen met dodelijke executies in zijn staat. Dat is toch alsof een vegetariër wel gaat jagen op wild maar de geschoten dieren vervolgens niet eet vanwege zijn overtuiging. Hij is tegen abortus maar wil geen wetgeving die het aborteren verbiedt. Verder is hij tegen het homohuwelijk. Voor Nederlandse begrippen zeker geen progressieve geest.” Is de opvatting van Kain over zijn opvattingen wel zo vreemd?
Als gouverneur staat hij aan het hoofd van de uitvoerende macht in een staat. En als, volgens de geldende wet, bij die uitvoering het instemmen met een uitkomst van een rechtsgang hoort, is het dan zo vreemd dat hij instemt? Natuurlijk kan hij als goeverneur wel een voorstel tot wijziging van de wet indienen en zich daarvoor hard maken. Zou het niet vreemder zijn als hij, tot die tijd, die wet aan zijn laars lapte omdat het niet strookt met zijn opvattingen? Wat als rechters gaan weigeren om scheidingen uit te spreken omdat scheiden volgens hun geloof niet mag? Wat is het recht waard als ieders persoonlijke opvattingen domineren?
Waarom moet iemand die tegen bijvoorbeeld abortus is, voor een wet tegen abortus zijn? Waarom moet iemand met dergelijke opvattingen wetgeving op deze gebieden nastreven? Getuigt het niet juist van tollerantie en van een liberale inslag als iemand zijn persoonlijke opvattingen voor zichzelf laat en anderen de ruimte geeft om er andere op na te houden? Een wet die abortus mogelijk maakt, beperkt Kain niet in zijn daden. Een wet die abortus verbiedt, belemmert voorstanders van abortus wel in hun daden.
Maakt een dergelijk flexibele en vooral liberale geest Kain niet uitermate geschikt voor een bestuursfunctie?
Beste Annabel Nanninga, bij ThePostOnline herdenkt u de aanslagen van 9 september 2001. De vliegtuigen die de Twintowers invlogen met duizenden doden tot gevolg. Het verbaast u dat: “het gros van de Westerse leiders, media en burgers nog altijd de oorlogsverklaring van de mohammedaanse terroristen angstvallig afhouden” Volgens u leven zij: “nog in de wereld zoals die er voor het laatst was in die ene seconde, toen Falling Man nog gewoon aan zijn bureau zat. In een toren die niet smeulde. Toen wij hier elf september nog als 11/9 schreven.”
Beste mevrouw Nanninga, ik ben zo’n afhouder van die oorlogsverklaring. Nee ik ontken de impact van de aanslagen niet. Ik leef niet in 2001, maar in 2016. Ja ik geloof dat mensen een positieve en constructieve rol kunnen vervullen in het westen. En ja, ook islamieten. Maar ik weet ook dat mensen en niet alleen islamieten, een negatieve en destructieve rol kunnen spelen. En ja, ik maak me zorgen om politici en vooral politieke leiders die mensen naar de mond praten om extra zetels te behalen. Die zich laten leiden door ‘de peilingen’.
Ik weiger om die aanslagen te zien als een oorlogsverklaring. Ik weiger omdat ik daardoor terecht kom in een oorlogsframe en ik denk we hierdoor verder van huis raken. Het oorlogsframe heeft gezorgd voor een kostbare, vele levens kostende en vooral nutteloze interventie in Afghanistan. Tot het dramatische, door een fundamentalistische ideologie van een andere soort gedreven, ingrijpen in Irak. Het oorlogsframe zorgt er, volgens mij, voor dat we het door de terroristen gewenste ‘strijdperk’ betreden. Oorlogen kennen een eigen dynamiek. Een dynamiek die op gespannen voet staat met de waarden van de rechtstaat en democratie. Door het oorlogsframe raken we verder verwijderd van de werkelijke kracht van onze samenleving. En zouden de door extreme interpretaties van de islam gemotiveerde terroristen juist die kracht niet het meest vrezen?
Die kracht is onder andere dat u en ik vrijelijk van mening kunnen verschillen en daarover van gedachten kunnen wisselen zonder dat we hoeven te vrezen voor ‘staatsingrijpen’. Die kracht is dat wij ons leven op een grotendeels door onszelf bepaalde manier vorm kunnen geven. Die kracht is dat wij uitgaan van de gelijkwaardigheid van mensen. Door die kracht is het bijzonder prettig leven in het westen. Op dit ‘strijdperk’ winnen we met gemak van de terroristen.
Daarom mevrouw Nanninga houd ik de oorlogsverklaring af. Niet angstvallig maar juist vanuit kracht.
Minister Schippers van Volksgezondheid hield dit jaar de H.J. Schoo-lezing georganiseerd door Elsevier. De minister sprak niet over haar beleidsterrein, maar hield een pleidooi voor het beschermen van onze kernwaarden. Dit omdat ze zich zorgen maakt om haar dochter: “Die zorgen gaan over de vrijheid die mijn dochter zal hebben om haar eigen keuzes te kunnen maken. Over de vrijheid die mijn dochter zal hebben om zelf te kunnen beslissen hoe zij wil leven en wie zij liefheeft. Om zelf te beslissen waarin zij wil geloven. Om haar eigen identiteit te kunnen bepalen. Wat zij wil worden, wat zij wil doen, hoe zij zich wil kleden.” Schippers wil terecht dat haar dochter zelf mag kiezen wat ze met haar leven wil.
Die toekomst wordt, volgens Schippers bedreigd door de politieke islam en de: “vaak hoogopgeleide mensen die bereid zijn tot dat compromis op onze kernwaarden.” Van die compromissen zijn anderen, homo’s, transgenders, vrouwen, mensen die kiezen anders te zijn, moslimvrouwen die meer vrijheid willen, kwetsbaren in onze samenleving de dupe.
Om die bedreiging het hoofd te bieden wil Schippers juist de kracht van de vrijheid inzetten, want, zo schrijft Schippers: “onze propositie is beter! Onze vrijheid is nú, onze kansen kun je nú pakken, onze welvaart kun je nú hebben, jouw kinderen kunnen het beter krijgen dan jij nu. Je mag nu van het leven genieten, muziek luisteren, een feestje vieren, jezelf ontplooien, verliefd worden.” Uitgaan van de kracht van vrijheid, daar kan Schippers op mijn steun rekenen. Ik hield immers al eerder een pleidooi voor leiderschap dat uitgaat van de kracht van onze vrije, open democratische samenleving.
Alleen slaat een dergelijk pleidooi dood als het niet vergezeld gaat van empathie en compassie met degenen in onze samenleving die het minder hebben getroffen. Degenen waarvoor er geen of slechts kleine kansen zijn omdat ze voor een dubbeltje geboren zijn. Degenen met een andere dan een blanke huidskleur. Diegenen die door jaren van neoliberaal beleid, geen deel hebben aan ‘onze welvaart’ en waarvan de kinderen het waarschijnlijk niet beter krijgen. Diegenen die de vrijheid hebben, maar die het aan de mogelijkheid, of de vermogens zoals Martha Nussbaum en Amartya Sen het noemen, ontbreekt om van die vrijheid gebruik te maken. Schippers maakt zich hierbij terecht druk om de islamitische vrouw die vrijheid wil, maar er zijn veel meer mensen die het aan het vermogen ontbreekt om van die vrijheid gebruik te maken. Empathie en sympathie gevolgd door acties om hen die vermogens te geven.
Alleen slaat een dergelijk pleidooi dood als het niet wordt vergezeld van empathie en compassie met degenen buiten onze samenleving die het minder hebben getroffen. Daarvoor is, beste minister Schippers, een veel beter verhaal nodig dan de ‘opvang in de regio’ die ook u lijkt te bepleiten. Want die regio bestaat bijvoorbeeld uit landen als Turkije, Saoedie-Arabië en Iran. Landen die, en daar verzet u zich tegen, geld in: “koranscholen en moskeeën (pompen) om deze vijandige gedachten te verspreiden.” Landen die zich weinig tot niets aan de vrijheden waarvoor u terecht pleit, gelegen laten liggen.
Is die politieke islam wel de grootste bedreiging voor onze vrijheden? Is de onmacht van onze politieke leiders om empathie en sympathie met de achterblijvers in en buiten onze samenleving vorm te geven en iets aan hun situatie te verbeteren, niet een grotere vijand? En zou die onmacht gekoppeld aan de overreactie van vele politici, opiniemakers en ook gewone burgers op die politieke islam niet een veel grotere bedreiging zijn voor die vrijheden dan de politieke islam? Neem bijvoorbeeld de PVV die moskeeën en islamitische scholen wil sluiten en de koran wil verbieden. Ideeën die strijdig zijn met onze grondwet en onze vrijheden. Een partij die virtueel meer dan dertig kamerzetels heeft, meer dan eenvijfde van de kiezers. Dat is een veelvoud van het aantal politiekislamieten en door dat grote aantal ‘potentiële aanhangers’ nemen andere partijen ideeën over.
“And sympathy. Is what we need my friend. And sympathy. Is what we need. And sympathy. Is what we need my friend, ‘cause there’s not enough love to go round. Gevolgd door: “Now half the world. Hits the other half. And half the world. Has all the food. And half the world, lies down and quietly starves, ‘cause there’s not enough love to go round.” Aldus Rare Bird eind jaren zestig van de vorige eeuw. Een vooruitziende blik of is er sindsdien niet veel veranderd?
In Trouw komt filosoof Ger Groot tot de conclusie dat verkiezingsprogramma’s de kiezer ook niet echt helpen. Hij pleit er dan ook voor om naar de persoon van de politicus te kijken: “In het onderhandelingsproces komt het op zíjn inslag en karakter aan, veel meer dan op de voornemens van zijn partij. Wat doet híj in de moeilijke en onvoorziene omstandigheden van de praktische politiek? Bewijst hij, zelfs wanneer hij de helft van zijn verkiezingsprogramma overboord kiepert, desondanks voor zijn kiezers een betrouwbare persoon te zijn?” Dan heb je niets aan programma’s ook al passen ze op één a-viertje.
Maar hoe beoordeel je de woorden en daden van de politicus? Hoe vergelijk je politici onderling? En hoe verklein je het risico dat je wordt verleid door mooie woorden ter verdediging van verschrikkelijke daden? Hoe voorkom je dat de menselijkheid in bijvoorbeeld de zorg, wordt opgeofferd aan het streven naar economische groei. Groei die ook nog eens scheef wordt verdeeld.
In zijn belangrijke werk Een Theorie van Rechtvaardigheid pleit de filosoof John Rawls voor rechtvaardigheid als billijkheid. Hij formuleert twee beginselen. Een: “Elke persoon dient gelijke rechten te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele rechten, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen.” Twee: “Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze (a) het meest ten goede komen aan de minst bevoordeelden, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder gelijke voorwaarden van billijke gelijkheid van kansen.”
Hoe zou het boerkinidebat verlopen met deze beginselen als leidraad? Hoe zou dan de pleitbrief om belastingverlaging van de Amerikaanse techbedrijven worden beoordeeld? Met welke redenering en argumenten zou een politicus komen om een maatregel die tot meer ongelijkheid leidt, te bepleiten? Hoe zou een politicus een keuze die tot een schevere verdeling van de welvaart leidt, verdedigen?
Wellicht is het een idee om deze beginselen in een verkiezingsdebat eens centraal te stellen en de deelnemers dan een viertal casusses voor te leggen? Bijvoorbeeld twee handelend over de afgelopen vier jaar en twee vraagstukken die de komende jaren spelen. Het proberen waard?
‘Geen islamitische hoofddoekjes in een publieke functie’, dat is een van de programmapunten van de PVV. Een programma met als titel en motto: ‘Nederland weer van ons’ en dat roept meteen de vraag op wie die ‘ons’ is, maar daar wil ik het niet over hebben. Het gaat mij over dat islamitisch hoofdoekjesverbod in publieke functies.
Hoe kun je aan een hoofddoekje zien dat het ‘islamitisch’ is? Welke kenmerken heeft zo’n hoofddoekje en waarin verschilt het van andere hoofddoekjes? Natuurlijk bedoelt de PVV wat anders. Ze bedoelt dat het dragen van islamitische religieuze uitingen door mensen in een publieke functie, verboden moet worden en het dragen van een hoofddoekje is zo’n uiting. Net zoals het dragen van een kruisje een christenlijk religieuze uiting is, een sikh een tulband draagt en zo heeft iedere religie haar symbolen.
Bedoelt de PVV dat religieuze uitingen niet meer gedragen mogen worden door mensen in publieke functies? Dat zou wel consequent zijn. Als immers alleen het dragen van uitingen van één religie verboden zou zijn, dan discrimineert de overheid immers. Zou de PVV er dan ook voor willen ijveren om de verwijzing naar god in de aanhef van iedere Nederlandse wet (‘Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz’) te verwijderen? Door de ambtseed aan de passen en alleen af te sluiten met ‘Dat verklaar en beloof ik’ en dus ‘Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’ niet meer toe te staan? ‘God almachtig’ is trouwens een goede vertaling van ‘Allahoe akbar’.
Waarschijnlijk bedoelt de PVV dat niet. Het programma verwijst alleen naar islamitische symbolen en lijkt zich niet druk te maken over de bevoorrechting van de christenlijke god door de overheid zelf. Roept de partij de overheid op om te discrimineren op basis van religie? Of wil de partij ook de Grondwet aanpassen en daarin op laten nemen welke religie wel onder de godsdienstvrijheid valt en welke niet? En nog een stap verder, wil de partij de islam de status van godsdienst ontnemen? Dan ben ik benieuwd naar de onderbouwing van die keuze.
Bij ThePostOnline gaat columniste Annabel Nanninga, met de boerkini-discussie in het achterhoofd, weer eens flink te keer tegen ‘links’. Nanninga: “En hier zien we wederom gebeuren wat de hele integratie tot zo een giftige mislukking heeft gemaakt: progressief-links verwart vrijheid en tolerantie met lafheid en laksheid. Het laten oprichten van moskeeën en islamitische scholen: ja, want we hebben vrijheid van godsdienst, maar uit lafheid is er nooit de eis gesteld dat Nederlands de voertaal is in dergelijke instellingen. Uit laksheid is er nooit op gelet waar het geld vandaan kwam.”
Beste Annabel, hoe kom je erbij dat dit komt omdat progressief links geen eisen stelt? Dat er moskeeën kunnen worden opgericht is een gevolg van de Nederlandse wetgeving die ons vrijheid van godsdienst geeft en ook de vrijheid om daarvoor speciale huizen te stichten. Dat gebeurt ook in de biblebelt waar nog steeds nieuwe kerken worden gebouwd. Dat de overheid niet controleert waar het geld vandaan komt, is ook een gevolg van die wetgeving. Ook die kerken in de bilblebelt hoeven niet aan te geven hoe zij hun ‘godshuizen’ betalen. Net zoals de katholieken dat vroeger ook niet hoefden. Terwijl dat geld weleens uit het, begin vorige eeuw nog ‘verketterde’ (al is dat een slecht woord in deze) Rome zou kunnen komen. Dat noemen we de scheiding tussen kerk en staat. Als je daar wat aan wilt doen, dan moet je de vrijheid van godsdienst ter discussie stellen. Iets wat schuurt tegen een ‘staatsgodsdienst’, want als je de ene wel toestaat en de andere niet, dan kun je spreken van ‘staatsgodsdienst’. Wil je dat?
Dat religieuze stromingen scholen kunnen stichten is een gevolg van de Nederlandse wetgeving die ons de vrijheid van onderwijs geeft. Een vrijheid om een school van je ‘stroming’ te stichten en als je aan de eisen voor een school voldoet, en Nederlands als voertaal is daarvoor een vereiste, dan heb je recht op bekostiging door de staat. Als je daaraan wilt tornen, dan moet je de vrijheid van onderwijs ter discussie stellen en pleiten voor alleen maar openbare, door de staat georganiseerde en gefinancieerde scholen, pleiten. Als je daarvoor pleit, vind je mij aan je zijde.
Die Nederlandse wet is geen ‘linkse laks- of lafheid’. Vooral niet als het de godsdienst betreft. Die is een gevolg van ons eigen godsdienstige verleden. Een verleden van strijd en twisten tussen de verschillende stromingen, tussen protestanten en ‘vanuit Rome aangestuurde’ katholieken. Maar vooral de strijd die de confessionele stromingen voerden met de socialistische en liberale stromingen. Een strijd juist om die rechten. Een strijd die in 1917 tot een monsterakkoord leidde, de ‘pacificatie’, waarmee een einde kwam aan de schoolstrijd en de socialisten het algemeen kiesrecht zekerstelden.
Geen laf- of laksheid van links, maar behoudzucht van confessioneel rechts. Beste Annabel, richt je je ‘gifpijlen’ wel op het juiste doel?
“Tot 31 augustus mogen personen die ‘niet correct gekleed, met respect voor moreel gedrag en secularisme, hygiëne en veiligheid’ de stranden niet op.” Een uitspraak van een Franse burgemeester zo lijkt uit een artikel bij Elsevier. Als we het woord ‘secularisme’ weglaten, zou het zo een uitspraak kunnen zijn van een burgemeester uit de jaren vijftig of zestig van de vorige eeuw of nog eerder.
Een tijd dat mensen steeds schaarser gekleed genoten van zon, zee en strand. De tijd toen de bikini haar intrede deed en nog wat later het topless of zelfs naakt zonaanbidden. Bloot was immers aanstootgevend, niet hygienisch en zou de veiligheid van de persoon in kwestie of van anderen op het strand kunnen schaden. Een aantasting van de morele waarden.
Het is echter een uitspraak van een Franse burgemeester in 2016. Hij gebruikt dezelfde argumenten om bedekt zonaanbidden en zwemmen in een boerkini te verbieden. Als bedekt nu niet hygienisch, veilig en moreel correct is, betekent dan dat bloot het wel is?
Of zit de crux juist in dat ene extra woord secularisme? Maar als het seculiere karakter van openbare stranden in het geding is, worden dan ook kettinkjes met kruizen verboden? Zwemmen met een keppeltje? In het openbaar op het strand bidden voor een maaltijd? Het luiden van de aanpalende kerkklok? Wordt dan ook de zonderling die het woord van de Heer verkondigt, de toegang tot het strand ontzegt? Mogen de oude (of jonge) nonnetjes in hun habijt dan ook niet meer over het strand lopen? Erg lastig wordt het dan met getatoeeerde religieuze symbolen, zouden die dan juist wel bedekt moeten worden? Dit zijn immers ook allemaal daden die ‘het seculiere karakter, van de openbare ruimte aantasten. Als secularisme de crux is en het beperkt zich tot de boerkini, is er dan niet sprake van ongelijke behandeling?
Nu zou ik niemand willen adviseren om in een boerkini te gaan zwemmen, sterker nog, ik zou niemand willen adviseren hoe hij zich moet kleden. Behalve als die persoon het me direct vraagt. En zou een overheid dat al helemaal niet moeten doen? Zijn we vergeten dat het verzet van de burgemeesters uit de vorige eeuw tegen de bikini vergeefs was? Dat het juist sterker verzet opriep? Net zoals het verzet tegen lange haren, juist meer langharigen opleverde?
Zou het met moslims niet hetzelfde zijn? Dat hun geloof zo hun identeit wordt in plaats van een onderdeel van hun identiteit?
De afgelopen weken werd Europa getroffen door enkele verschrikkelijke gebeurtenissen. De vrachtwagen die in Nice dood en verderf zaaide. De man met de bijl en het mes in Wurzburg. De bomaanslag in Ansbach en de schietpartij in München, de vreselijke moord op een Franse priester. Dit houdt de gemoederen flink bezig, zorgt voor flink oplaaiende emoties en verleidt politici tot het doen van forse uitspraken. Zoals van de voormalige Franse president Nicolas Sarkozy na de moord op de priester: “Onze vijand heeft geen enkel taboe, geen limieten, geen moraal. We moeten meedogenloos zijn”
Begrijpelijk dat mensen, overmand door emoties, roepen om harde actie, terugslaan en ‘geen genade’ voor mensen die zo’n vreselijke misdaden begaan. Begrijpelijk maar is het ook verstandig? Is het verstandig om de ‘vijand’ met gelijke munt terug te betalen? Is het verstandig om, zoals Sarkozy zegt, meedogenloos te zijn? Waarin verschil je dan van die ‘vijand’?
Wat zijn de vrijheden die verdedigd moeten worden waard? Wat zijn mensenrechten waard als we er mensen van uitsluiten ook al hebben ze iets gruwelijks gedaan? Wat is een rechtstaat waard als ze niet meer geldt voor hen die de regels ervan overtreden? Als alles geoorloofd is om hen te stoppen, want dat betekent meedogenloos?
Wat is ‘onze manier van leven’ waard als die manier opzij wordt gezet om die manier te beschermen. Of om de Amerikaanse commandant in de Vietnamoorlog aan te halen: ‘We moesten het dorp vernietigen om het te bevrijden.’
Gelukkig kan het ook anders. Gelukkig zijn er ook politieke leiders die juist die menselijkheid centraal stellen. Die juist ‘onze manier van leven’ inzetten als bescherming. Leiders zoals de Duitse bondskanselier Merkel. Leiders die niet meegaan in de vergeldingsretoriek. Leiders die invulling geven aan hetgeen Michelle Obama haar kinderen voorhoudt, als we haar toespraak op de democratische conventie tenminste mogen geloven: “When they go low, we go high.”