Corona, Spinoza, vrijheid en de staat

Sinds 1999 wordt de laatste week van het jaar opgeluisterd door de TOP2000. De lijst met 2000 liedjes die door de luisteraars van Radio2 wordt samengesteld. En zoals ieder jaar staat ook Me and Bobby McGee van Janis Joplin in de lijst. Joplin behoort bij de beroemde club van 27, de lijst met popartiesten die niet ouder werden dan 27 jaar. Die lijst bevat naast Joplin illustere namen als Brian Jones de medeoprichter en gitarist van de Rolling Stones, de legendarische gitarist Jimi Hendrix, Doors voorman Jim Morrison, Nirvana voorman Kurt Cobain en Amy Winehouse. Terug naar Me and Bobby McGee en vooral naar het eerste refrein dat begint met de zin: “Freedom’s just another word for nothin’ left to lose. Nothin’, it ain’t nothin’ honey, if it ain’t free.”

File:Amsterdam - Zwanenburgwal - Amstel - View West on Statue of Benedictus  de Spinoza 2008 by Nicolas Dings.jpg - Wikimedia Commons
Beeld ter herdenking van Spinoza. Bron: WikimediaCommons

Vrijheid, een woord dat tegenwoordig te pas en te onpas wordt gebruikt. Zo vonden er verleden jaar, en op het moment dat ik deze woorden schrijf is er weer een aan de gang, veel demonstraties plaats waarin mensen werd opgeroepen om op te staan en te demonstreren ‘voor de vrijheid’. Ik schreef er al eerder over. Bij het voeren van een gesprek over vrijheid is het van belang om duidelijk te maken wat er met het begrip wordt bedoeld. Als er wordt gevraagd of je voor vrijheid bent, zal zo ongeveer iedereen JA zeggen. Als je de vraag toespitst op iets specifieks dan kan dat heel anders liggen. Zo leert de discussie rond het waardig levenseinde of abortus ons dat lang niet iedereen de vrijheid om je eigen einde te kiezen of de vrijheid van een vrouw om te kiezen voor een abortus ondersteund. Joplin geeft een definitie: “freedom is ( …) nothing left to lose.” Als je niets meer te verliezen hebt, ben je vrij. De ‘demonstranten voor de vrijheid’ denken daar anders over. Zij protesteren omdat ze iets verliezen waardoor hun vrijheid verloren gaat.

In het redactioneel Commentaar van een van de eerste edities van De Andere Krant wordt een uitspraak van Spinoza aangehaald in relatie tot vrijheid. Die: “al in 1673 stelde dat het doel van de staat vrijheid is. De staat moet er alles aan doen om iedereen een zo vrij mogelijk leven te laten leiden.” Volgens de auteur van het Commentaar, Sander Compagner, gaat het daar mis want: “Bij iedere crisis is de reactie van de verschillende overheden om hun controle op de samenleving te vergroten. Dit gaat ten koste van onze vrijheid.” De staat die vrijheden inperkt in plaats van iedereen een zo vrij mogelijk leven te laten leiden. Precies dat wat nu, zo betoogt de auteur, bij de aanpak van de coronacrisis gebeurt. Met de definitie van Joplin zou je dat anders kunnen beoordelen: de controle van de staat zorgt ervoor dat je weer minder te verliezen hebt en je dus vrijer wordt.

Als we Joplin even vergeten en kijken naar Spinoza. Compagner ziet een overheid die de burger wil controleren. Hij zoekt daarbij steun bij de genoemde zeventiende-eeuwse filosoof die immers verkondigde dat het doel van de staat vrijheid is’. Dat Spinoza dat verkondigde is niet te ontkennen, maar wat bedoelde hij daarmee? Bedoelde hij daarmee dat de overheid ons allen niet mag beperken en ons vrij moest laten om onze hartstochten na te jagen? Met andere woorden wat verstaat Spinoza onder vrijheid?

Spinoza deed deze uitspraak in 1670 in een van zijn belangrijke werken het Tractatus theologico-politicus. Het werd anoniem gepubliceerd en dat wat niet voor niets omdat hij pleitte voor volledige vrijheid van meningsuiting en de godsdienstvrijheid. Zaken die in de zeventiende eeuw nog lang geen gemeengoed waren. Hij sprak vooral over burgerlijke en politieke vrijheid. Over de manier waarop een staat bestuurd zou moeten worden en beschreef democratie als: “het meest natuurlijke staatsbestel, dat het dichtst in de buurt komt van die vrijheid die de natuur ieder mens schenkt. Want in een democratische staat draagt niemand zijn natuurlijk recht volledig aan een ander over zodat hij daarna niet meer hoeft te worden geraadpleegd; hij draagt het over aan de meerderheid van de volledige gemeenschap waar hij deel van uitmaakt. Op die manier blijven alle mensen gelijk, zoals ze waren in hun natuurlijke staat.[1]

Hij schreef niet over het ‘recht op de kroeg’ of de vrijheid een festival te bezoeken of op vakantie te gaan. Daar handelde zijn hoofdwerk Ethica dat na zijn dood verscheen over. Daarin zet hij vrijheid tegenover slavernij. En nee, niet slavernij in de zin van het bezitten van andere mensen, dat trouwens ook een manier is om vrijheid te beschrijven. Spinoza’s slaaf zit in ons allen. “Het menselijk onvermogen om de gevoelens te matigen en in te tomen noem ik slavernij.” En vervolgt met: “Een mens die aan zijn gevoelens onderworpen is, is immers niet onafhankelijk, maar afhankelijk van het lot; en hij is dusdanig in de macht van dat lot dat hij vaak gedwongen is het slechte te volgen, hoewel hij iets ziet wat beter voor hem is.[2] Voor Spinoza was en is een vrij mens een mens die volgens de rede leeft en niet volgens zijn hartstochten: “De mens die door de rede wordt geleid, is vrijer in de staat – waar hij volgens het gemeenschappelijk besluit leeft – dan in eenzaamheid, waar hij alleen zichzelf gehoorzaamt.[3]Wat betekent deze achtergrond voor de door Compagner aangehaalde uitspraak van Spinoza dat het doel van de staat derhalve in werkelijkheid de vrijheid is?


[1] Geciteerd bij Annelien de Dijn, Vrijheid. Een woelige geschiedenis, pagina 205

[2] Benedictus de Spinoza (vertaling Corinna Vermeulen), Ethica, pagina 179 (deel IV De slavernij van de mens of de kracht van de gevoelens)

[3] Idem, pagina 237

The inconvenient Truth

Het einde van een jaar is een moment om terug te kijken op dat afgelopen  jaar. Dat kan in de vorm van een eindejaarconference zoals menig cabaretier doet. Het kan in de vorm van lijstjes met de 10 belangrijkste, mooiste, bijzonderste, afschuwelijkste enzovoorts gebeurtenissen. Het kan in de vorm van boeken en films of personen die het jaar hebben getekend. Of aan de hand van bijzondere gebeurtenissen. Deze Prikker besteed ik aan de gebeurtenis die het jaar het beste weergeeft. Nee, dat is niet het vallen van het kabinet of de zin ‘functie elders’. Het is ook niet het wereldkampioenschap van Max Verstappen. Het is de in het Suezkanaal vastgelopen Ever Given. En nee, niet vanwege de rol die Nederlandse bedrijven speelden bij het weer vlottrekken van de kolos die ruim 18.000 containers kan vervoeren. Dat zal best een knap staaltje werk zijn waar je trots op kunt zijn en waar je als bedrijf dat het kunstje flikte een boek over kunt maken waaraan de Volkskrant een artikel wijdt.

De Ever Given was onderweg van China naar de Rotterdamse haven toen het op 23 maart door het Suezkanaal voer. Zoals een medewerker van berger Boskalis in het Volkskrantartikel het verwoordde: “een ‘varende wolkenkrabber’, die zich door het 300 meter smalle Suezkanaal moet wurmen.” Die varende wolkenkrabber: “heeft 18.350 containers aan boord met goederen ter waarde van 1 miljard euro.” Op die 23ste maart zat het qua weer wat tegen, er woedde een zandstorm en het schip belandde: “met de boeg en de achtersteven in de klei van de oostelijke en westelijke oever en blokkeert het Suezkanaal.” Het duurde vervolgens tot 29 maart voordat het schip weer vlot werd getrokken en het Suezkanaal weer gebruikt kon worden. In die bijna week dat de Ever Given het kanaal blokkeerde ontstond er een ‘schepenfile’ voor het kanaal.

Een schip dat meer dan 18.000 containers vervoert en een file van schepen aan beide zijden van het kanaal laten zien hoe verbonden de wereld is. Maar ze laten ook iets anders zien. Die blokkade verstoorde de wereldhandel en diverse Nederlandse bedrijven waren gedupeerd omdat er spullen voor hen op het schip stonden of op de schepen in de file. Toen het schip los werd getrokken was er dan ook sprake van opluchting. Als dat niet was gelukt: “was het een groot drama geworden,” zei een woordvoerder van ‘prularia-keten’ Action. Want stel je voor: “je wil geen tuinspullen pas in oktober,” aldus diezelfde woordvoerder. En daarmee ben ik bij het punt waarom dit voor mij deze gebeurtenis het jaar het beste weergeeft. Of beter gezegd de afgelopen dertig jaar.

‘Tuinspullen’ en de rest van de prularia die bij de Action te verkrijgen zijn die per boot uit China moeten komen? Hoe zijn we zover gekomen dat we een tuintafel en wat stoelen van de ene naar de andere kant van de wereld slepen? Dan moet er toch wel iets helemaal verkeerd zijn gegaan. En daarmee kom ik bij Van muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989 een boek waarin Jonathan Holtslag het wedervaren van de wereld sinds de val van de muur beschrijft. Aan de hand van voorbeelden zoals Walmart, Ryanair, Amazon en Ikea beschrijft hij wat er fout is gegaan. “Ikea haalde spectaculaire groeicijfers. Overal verschenen enorme blauw met gele winkels, vaak met een uitgestrekte lap asfalt eromheen, zodat bezoekers zoveel mogelijk spullen in hun auto kunnen laden. Veel artikelen kwamen uit lage lonenlanden, maar ze werden met Scandinavische flair en duurzaamheid in de markt gezet. Goedkoop werd chic. Steden vonden het een eer als Ikea neerstreek. Net als bij Walmart kwamen de klanten vooral op de lage prijzen af. Daardoor hadden ze geen oog voor de hoge indirecte kosten van het verdienmodel van het bedrijf. Elke Ikea-vestiging die openging had negatieve gevolgen voor winkels die soortgelijke producten verkochten en het bedrijf bood nagenoeg geen kansen aan plaatselijke fabrikanten. Het grootste deel van wat Ikea verkoopt, komt uit China. Elk jaar gaan er voor Ikea naar schatting tussen de 300.000 en 400.000 containers uit Azië naar Europa. (…) Alleen al dat intercontinentale vervoer genereert een uitstoot van 700.000 ton kooldioxide. Ikea probeert uit te dragen dat het een bedrijf met hoge ethische normen is. De boekhouding vertelt een ander verhaal. De meeste winkels zijn indirect in handen van een in Nederland gevestigde non-profit stichting, die zich zegt te wijden aan ‘vernieuwing op het gebied van architectonisch en binnenhuisdesign. De stichting betaalt geen belasting. Door te shoppen bij Ikea dragen Europese consumenten bij aan de uittocht van kleinere winkels uit stadscentra, de teruggang van industriële productie in eigen land, het verdwijnen van ambachtelijke kwaliteit ten gunste van een monocultuur van producten als Ivar en Billy en de financiële problemen van hun overheid.[1] Voor Ikea kun je Amazon, Walmart en vele andere bedrijfsnamen en dus ook de Action invullen.

Om die ‘Ivar en Billy’ te maken, varen andere enorme schepen met ijzererts, hout en andere grondstoffen vanuit alle delen van de wereld naar China. Daarbij ook tonnen kooldioxide uitstotend. De arbeidsomstandigheden van de matrozen op zowel die container- als die andere schepen laat vaak te wensen over. En om zoveel mogelijk geld te verdienen en aan zo min mogelijk eisen te voldoen, varen die schepen onder de vlaggen van landen die het op die gebieden het minst nauw nemen.

Inderdaad staan lokale overheden te juichen als zo’n bedrijf zich in hun stad vestigt. Op de lokale Venlose omroep staat geregeld een wethouder trotst te verkondigen dat een groot bedrijf vele hectares grond heeft gekocht om er een distributiecentrum te vestigen. Jullie weten wel zo’n grote, de omgeving vervuilende rechthoekige doos zonder enige architectonische kwaliteit. Want ja, je bent logistieke hot spot of niet. Daarbij wordt verteld dat de komst goed is voor de werkgelegenheid. Vervolgens wordt het gros van die werknemers met busjes van een van de vele uitzendbureaus vanuit hun tijdelijke woonplek naar die ‘schuur’ gereden en ‘logistikeren’ ze voor een habbekrats de rommel uit die containers. Van het salaris dat ze daarmee verdienen kunnen ze niets anders kopen dan de rommel die ze ompakken in die schuur. Op dezelfde Omroep Venlo staat ook geregeld een wethouder, en vaak is dat ook nog dezelfde, zijn bezorgdheid uit te spreken over de leegloop van winkels in de centra van Tegelen, Blerick en ook Venlo zelf en de gevolgen hiervoor voor de leefbaarheid van de Tegelen, Blerick en Venlo. Dat die ‘winkels en leefbaarheid’ worden bedreigd door de bedrijven die met gejuich worden binnengehaald, lijkt die wethouder te ontgaan.

Op landelijk niveau zien we hetzelfde. Een overheid die er alles aan doet om bedrijven met aanlokkelijke subsidies en met lage tot geen belastingen probeert te lokken. We moeten immers een ‘interessante vestigingsplek’ zijn voor grote multinationale bedrijven. Bedrijven die hier en ook elders weinig en liefst geen belasting betalen en daarmee alleen de lusten willen van onze samenleving en niet de lasten. Bedrijven die ervoor lobbyen voor zo min mogelijk en liefst hen beperkende regels op het gebied van salarissen, arbeidsomstandigheden en milieubescherming. Wel de baten niet de lasten.

Zoals Holtslag het in het al genoemde boek schrijft: “Het westers liberalisme werd materialisme. Vooruitgang werd niet afgemeten aan de mate waarin er verbetering werd geboekt op het gebied van de menselijke waardigheid, maar aan de mate waarin het consumentisme kon groeien.[2]  Een ontwikkeling die ervoor zorgt dat het samen in de samenleving steeds kleiner wordt, die de ongelijkheid vergroot en de klimaatverandering bevordert. Hij ziet in hoofdlijnen twee reacties op deze ontwikkeling. Aan de ene kant de reactie van partijen van het midden die met woorden spreken over deze ontwikkelingen maar met daden eraan bijdragen dat er niets aan wordt gedaan uit angst voor de tweede groep, de populistische nationalisten. Twee groepen die elkaar in een dodelijke omhelzing houden en daardoor precies dat bereiken wat ze allebei zeggen niet willen: “De pragmatische middenpartijen walgden van het groeiende koor van de rechtse populisten, maar hadden niet de kracht in huis die nodig was om de zwakke markt op te kalefateren, burgers op hun eigen verantwoordelijkheid te wijzen en grote bedrijven ervan te weerhouden om landen tegen elkaar uit te spelen teneinde steeds minder belasting te betalen. Dat pragmatische midden kreeg zelfs het verwijt dat het medeplichtig was aan het zoveel mogelijk winst bezorgen aan het bedrijfsleven, ten koste van het algemeen belang, terwijl het daar zelf van meeprofiteerde. De populisten waren gevaarlijk, wierp het midden tegen. Maar daarbij zag het bewust het destabiliserende effect van het eigen beleid over het hoofd. De samenleving wordt bedreigd door buitenstaanders, zeiden de populisten. Maar daarbij hadden ze weinig oog voor de bedreiging van hun manier van leven die van binnenuit kwam.[3]

 En met die bedreiging die van binnenuit kwam, kom ik bij de Ever Given en de ‘schepenfile. Dat schip met voor een miljard aan handelswaar aan boord en in de file een veelvoud daarvan. Die wel op tijd moeten aankomen zodat de ‘tuinspullen’ er niet pas in oktober zijn. Wij zijn de grootste bedreiging voor onze samenleving. Wij die groeiend consumentisme zien als vooruitgang. Wij die onze tuinmeubelen, ‘Billy’s en Ivars’ gemaakt in China kopen omdat ze zo goedkoop zijn. Wij die bestellen bij Amazon en AliExpress omdat het zo goedkoop is en alles door die onderbetaalde koerier thuis wordt gebracht.

Wij die de rommel bij de Action en de laatste ‘wegwerpmode’ bij de Primark kopen. Wegwerpmode zoals de gestonewashte spijkerbroek met voorgefabriceerde gaten en slijtplekken. Een broek waarvoor op een niet al te milieuvriendelijke manier katoen wordt geteeld. Katoen die wordt gewassen en waarvan draden worden gemaakt. Die draden worden tot stof geweven dat we laten krimpen om te voorkomen dat die wijd zittende broek die je in de winkel kocht na een wasbeurt in een skinny jeans verandert.
Dat stof wordt door een arbeider in een naaiatelier in Bangladesh gesneden en tot een broek genaaid door een arbeider die nog niet volwassen is, in of rond de fabriek woont en er meer dan tien uur per dag werkt. Die raw jeans wassen we vervolgens in een machine met stenen om het stof te verouderen en dus de levensduur ervan aanmerkelijk te bekorten. Bij dat wassen kunnen ook nog verschillende soorten chemicaliën worden toevoegen om speciale effecten te krijgen. Als laatste slijpen we er op wat plekken gaten in om de broek nog ouder te laten lijken. Gaten die er vervolgens voor zorgen dat de broek nog sneller slijt. De kans dat je er met je voet in blijft hangen of ergens achter haakt, neemt door die gaten immers flink toe. En dan na en paar keer dragen, verdwijnt de broek in de afvalbak omdat de nieuwste trend zegt dat de scheuren op een andere plek moeten zitten. Zo verspillen we kostbare grondstoffen en vervuilen het milieu voor een broek die we een paar keer dragen.

Zo dragen wij ook bij aan de migratiestromen. De katoen waar die broek van wordt gemaakt, wordt onder andere geteeld op plantages in West-Afrika. Daarvoor worden enorme arealen landbouwgrond gebruikt en is enorm veel water nodig. Honderdduizenden kleine boeren verloren hierdoor hun grond, bestaan en voedsel en migreerden naar de grote steden en daarna voor een deel ook naar Europa. Zij vormen een deel van migratiestroom die in de regio opgevangen moeten worden als het aan het gros van die pragmatische middenpartijen ligt en die daarvoor miljarden overmaken op de rekeningen autoritaire regimes. Maar waartegen ook de hekken worden gebouwd waar de populistische nationalisten zo op aandringen. En dat niet alleen door die spijkerbroek maar ook voor soja, hout en andere grondstoffen.

Miljarden aan belastinggeld om de gevolgen van ons consumentenkeuzes tegen te gaan. Producten, zoals die broek, waarvan we de werkelijke kosten afwentelen op het collectief want dat betaalt met geld of korter leven voor de slechte arbeidsomstandigheden, de vervuiling die met de productie en het vervoer van de grondstoffen en het eindproduct gepaard gaan en de kosten die migratie. Wordt het niet eens tijd om die op het collectief afgewentelde kosten door te berekenen in die spullen bij de Action of die ‘gestonewashte spijkerbroek’ van de Primark? Zouden ze dan nog zo goedkoop zijn? En nog een stap verder, zouden we (tuin)meubelen, kleren en veel andere producten niet lokaal moeten produceren en kopen? Dan zou die ‘onderbetaalde koerier’ als meubelmaker een goede boterham verdienen. Zouden we de lokale timmerman niet moeten vragen om een ‘Billy’ te maken? En bij de lokale kleermaker een broek gemaakt van hennep, vlas of brandnetels? Zou dat er niet leiden tot echter vooruitgang en dus verbetering op het gebied van de menselijke waardigheid? Menselijke waardigheid zowel hier als ook in China en bijvoorbeeld West-Afrika?

“Het migratievraagstuk kan niet worden opgelost, maar wel beter beheerst dan nu gebeurt. Europese leiders praten graag over opvang in de regio als een manier om vluchtelingen op afstand te houden. Maar de financiering van die opvang schiet vaak tekort. Ook in hun eigen belang zouden Europese landen zich genereuzer moeten tonen,” schrijft Peter Giessen in het Commentaar in de Volkskrant. Inderdaad is migratie eigen aan de mens, zonder migratie hingen we nog in de bomen in Oost-Afrika. Dat beheersen start echter bij de keuzes die we als consument maken. Dat is de boodschap die politici ons niet vertellen. Dat is, om All Gore te parafraseren: the inconvenient truth.


[1] Jonathan Holtslag, Van muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989,  pagina 192-193

[2] Idem. Pagina 69

[3] Idem, pagina 194-195

Racisme

Op de site OneWorld een artikel over het al dan niet met een hoofdletter schrijven van zwart als daarmee de huidskleur van iemand wordt bedoeld. En dan meteen ook de vraag erbij of dat bij wit dan ook weer moet als het woord wordt gebruikt om iemand huidskleur te beschrijven. Een bijzondere discussie. De in Accra geboren mensenrechtenactivist W.E.B. Du Bois (1868-1963) schijnt ervoor te hebben gepleit om het nu verfoeide n-woord met een hoofdletter te schrijven, zo lees ik in het artikel. Nu schijnt er dus een roep te zijn om zwart als het om huidskleur gaat, met een hoofdletter te schrijven.

Waarom zwart met hoofdletter om de huidskleur van iemand aan te duiden? Volgens de auteur van het artikel, Olave Nduwanje, is dat al een heel oude discussie: “In 1878 gaf de Zwarte Amerikaanse advocaat, schrijver en oprichter van het weekblad Chicago Conservator Ferdinand Lee Barnett zijn redactioneel commentaar de titel: ‘Spell It With a Capital’. Hij schreef dat het woord ‘negro’ (destijds een gebruikelijke aanduiding voor Zwarte mensen) met een kleine letter Zwarte mensen stigmatiseert en vernedert. Immers: ‘De Fransen, Duitsers, Ieren, Nederlanders, Japanners en andere nationaliteiten worden geëerd met een hoofdletter, maar de arme zonen van Ham moeten de last dragen van een kleine n.” Een bijzondere redenering want als we die volgen dan zou er een Zwartland moeten zijn, net zoals er een Finland of Frankrijk is. Zo zie je maar weer dat woorden tijdsgevoelig zijn. Du Bois en Barnett waren als lid van de groep zo trots op het n-woord dat ze er een N-woord van wilden maken. Nu zit het woord, hoofdletter of niet, in de taboehoek

De roep om een hoofdletter is niet onomstreden: “De meest diverse etnische groep op aarde onder één geschiedenis, gevoel en gemeenschap scharen, stuitte Zwarte schrijvers als Vilna Bashi Treitler, Claudia Rankine, Richard J. Powell, Badia Ahad-Legardy, Ayanna Thompson tegen de borst. Zij werpen op dat de meeste Afrikanen en mensen in de diaspora zich juist identificeren aan de hand van hun specifieke etniciteit. Ze noemen zich bijvoorbeeld Yoruba, Igbo, Burundees, Masai, Peul, Wolof, Zulu of Banyamulenge.”

Bovendien leidt de discussie om zwart met een hoofdletter te schrijven als het een verwijzingen naar iemands huidskleur is, ook tot te vraag: ‘en hoe doen we dat dan met ‘wit’ als je iemands huidskleur wilt aanduiden?’ Ook daarover wordt weer van mening verschild. “Wit met een hoofdletter is beladen omdat Amerikaanse ‘white supremacy’-groeperingen zoals de Ku Klux Klan en het Stormfront wit al heel lang met een hoofdletter schrijven. Zij hebben het over White power, White supremacy, White race. Kun je wit met een hoofdletter schrijven zonder geassocieerd te worden met groepen en individuen die menen dat witte mensen behoren tot een ‘superieur ras’?” Zo betoogt de ene kant. De andere kant werpt tegen: “’Wit’ geen ras noemen is in feite een anti-Zwarte daad waarmee je Witheid neerzet als neutraal en als de standaard. Wij vinden het belangrijk om de aandacht te vestigen op Wit als ras om zo te begrijpen en ruchtbaarheid te geven aan hoe Witheid functioneert.”

Het denken in kleuren en rassen blijft actueel. Amma Asante schrijft in een column bij De Kanttekening: “Racisme is geen mening en heeft met vrijheid al helemaal niets te maken.” Zij schrijft dit naar aanleiding van walgelijke uitspraken van FvD Kamerlid Freek Jansen die beweerde dat ‘Nederlanders een minderheid worden in hun eigen land’ en dat mensen die hiernaartoe zijn gemigreerd, terug moeten naar hun eigen land: “Ze moeten gewoon weg.” Terecht ergert Asante zich aan de manier waarop deze politici met fluwelen handschoenen worden aangepakt: “Wanneer xenofobe, islamofobe en racistische politici, die de stem van ‘de hardwerkende Nederlander’ vertolkten, te gast waren in televisieprogramma’s, dan werden hun abjecte ideeën niet getoetst langs kritische vragen. Nee, uit angst dat hun kiezers boos werden en zouden wegzappen, werd alles uit de kast gehaald om hen zo normaal en menselijk mogelijk neer te zetten. Er werd gezellig op los gekeuveld over koetjes en kalfjes en hun huisdieren, zoals de poes van Wilders door Eva Jinek.”  Dit heeft ervoor gezorgd dat: “Racisme (…) normaal (is) geworden. Racisme (…)een podium (heeft) gekregen. Racisme (…) politieke macht” heeft, zoals Asante schrijft. We hebben: “racisme onvoldoende een halt durven toe te roepen. De geest is uit de fles en moet er weer in terug. Door vanaf nu keihard de norm te stellen.”

In de strijd tegen discriminatie moet inderdaad een harde norm worden gesteld en gehandhaafd. Daar vindt Asante mij aan haar zijde. Toch wringt er iets in haar betoog. ‘Racisme is geen mening’, schrijft Asante. Als racisme iets is, dan is het een mening. Een mening gebaseerd op compleet verkeerde informatie en een mening die geuit mag worden. Maar, en daar kom ik bij de ‘fluwelen handschoenen’ en de angst voor ‘wegzappen’, niet iedere mening hoeft gehoord te worden. Er is niets mis met het weren van meningen van de kijkbuis ook al voelen mensen zich dan gepasseerd. Compleet verkeerde informatie omdat alle mensen op deze Aarde behoren tot één en hetzelfde ras, namelijk de Homo sapiens. Of de roman Ze zijn er nog  van de Venlose auteur Fons Wijers moet op waarheid berusten, dan loopt er nog een tweede mensenras, de Neanderthaler, op aarde en die vrezen de Sapiens vanwege juist hun onderlinge haat en wreedheid.

En daarmee kom ik bij de Duitse filosoof Marcus Gabriel. In zijn boek Morele vooruitgang in duistere tijden besteedt hij ook aandacht aan de illusionaire identiteitspolitiek van zowel links als rechts. Gabriel: “Het doel van morele voortuitgang op het gebied van racisme is het volledig overwinnen van de indruk dat er moreel relevante verschillen tussen mensen bestaan die in termen van ras zouden kunnen worden gemeten …. Er bestaat alleen racisme, rassen bestaan niet, net zoals er een heksenjacht bestond, maar geen heksen.[1] Zouden we racisme werkelijk overwinnen door te blijven hameren op ras, zoals met de ‘letterdiscussie’ gebeurt? Zorgt dat er niet voor dat racisme normaliseert, een podium en politieke macht blijft krijgen?


[1] Marcus Gabriel, Morele vooruitgang in duistere tijden, pagina 224

Asielmachine

“Vijftien jaar geleden werd er nog schande gesproken van Fort Europa, nu is het overheersende thema in Brussel bewaakbare grenzen. Von der Leyen complimenteerde de Grieken zelfs met hun ‘schild’, een hek van 40 kilometer op de grens met Turkije. In Nederland hebben we het nog niet in de gaten, maar een geloofwaardig asielbeleid begint met geloofwaardige grenzen.” Dit schrijft Martin Sommer in zijn column in de Volkskrant. Daarom moet Europa en dus ook Nederland veel meer geld uitgeven aan het versterken van de grenzen suggereert Sommer. Ook moet het asielrecht worden herzien want dat: “is volstrekt onwerkbaar en ondermijnt het draagvlak. In theorie mag iedereen asiel aanvragen; wie wordt afgewezen, vertrekt.” Geen groot kamp, desnoods militair veroverd zoals Van Acker, maar een groot fort waar je niet binnen kunt.

Een stukje van het fort Eben Emael. Bron: Wikimedia Commons

Nu leert de geschiedenis ons er tot op heden forten vroeg of laat toch door de vijand worden veroverd. Door belegering kon je de bewoners van een fort uithongeren. Je kon er gangen onder graven en zo de muren ervan ondermijnen. Of je kon het gewoon binnen een kwartiertje uitschakelen zoals de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog deden bij het fort van Eben Emael in België, het ‘moeder aller forten’. Dit fort stond op een strategische plek. Na de redelijk snelle doortocht van de Duitse troepen in 1914 (redelijk snel, maar voor het Duitse keizerrijk te traag), trok de Belgische regering in de jaren twintig de conclusie dat de oude forten gemoderniseerd moesten worden. De zwakheden van 1914 moesten eruit en het zogenaamde ‘gat van Visé’ moest worden gedicht. De Duitsers hadden in 1914 gebruik gemaakt van dit gat tussen Visé en de Nederlandse grens. Hier verrees het ‘moeder aller forten’, het fort Eben Emael. Volgens de militaire experts was het fort onneembaar. Toch werd het fort op 10 mei 1940 binnen een kwartiertje door de Duitse troepen uitgeschakeld. Duitse zweefvliegtuigen en paratroepen landden ongezien op het fort en zo werd het van binnenuit uitgeschakeld. De Belgen waren trouwens niet de enige. Zo hadden de Fransen de Maginotlinie om een snelle Duitse opmars onmogelijk te maken. Zou ‘fort Europa’ hier een uitzondering op blijken te zijn?

Ik schrijf vaker over de vluchtelingenproblematiek en vraag daarbij altijd aandacht voor ‘het probleem van de vluchteling. Wat maakt dat iemand huis en haard verlaat? Die vraag kun je trouwens ook stellen bij migratie; waarom wil iemand naar een andere plek. ?“Het Nederlandse beleid rond vluchtelingen maakt een maatschappelijk probleem, een probleem van de wereldgemeenschap, tot een probleem van anderen: die moet zijn eigen ellende oplossen en ‘ons’ er niet mee lastig vallen. Of die ander nu een Syriër is die een veilig heenkomen zoekt voor de burgeroorlog in zijn land of een land als Griekenland dat ‘toevallig’ in de regio ligt en dus de ellende maar moet oplossen,” schreef ik ruim een jaar geleden. Het lijkt er echter op dat die vraag nog steeds niet wordt gesteld.

Daarom een andere invalshoek. In zijn boek Morele voortuitgang in duistere tijden, ja dit boek gaat over nu, betoogt Markus Gabriel dat er universele morele waarden zijn. Nu kan Gabriel dat wel zeggen maar: “’waarheid’ is een subjectief begrip en als we het in een democratie niet meer normaal kunnen hebben over elkaars waarheden, hoe uitzinnig die ook kunnen klinken in oren die iets anders geloven, dan hébben we geen democratie.” Aldus Ines van Bokhoven bij Opiniez. Om aan te tonen dat niet alle waarheden waar zijn, of in Gabriels termen dat sommige morele waarden universeel zijn, geeft hij het voorbeeld van de ‘nazimachine’. “Stel we geven een overtuigde neonazi toegang tot een tijdmachine waarmee hij terug kan reizen naar 1941, om in het toenmalige Derde Rijk te gaan wonen. Daarmee doen we hem allicht een groot plezier, en misschien zal hij onmiddellijk in de machine willen stappen. Die tijdmachine heeft echter één klein nadeel: onze neonazi zal niet zomaar als zichzelf naar het verleden worden gestuurd, maar wordt daar iemand die in tijd heeft geleefd. Wie hij zal zijn, weet hij van tevoren niet.” Dat maakt de tijdreis toch wel een hachelijke zaak. Anders dan bij de ‘teletijdmachine’ van professor Barabas waar de striphelden zichzelf blijven, kan onze overtuigd nazi immers ook zomaar slachtoffer worden van die door hem aanbeden ideologie. Immers: “Hij zou Adolf Hitler, Ernst Röhm of Martin Heidegger kunnen zijn, maar ook Anne Frank, Hannah Arendt, Primo Levi of een van de miljoenen slachtoffers van de nationaalsocialistische dictatuur.[1]  De historici onder ons zullen Gabriel erop wijzen dat je in 1941 geen Ernst Röhm meer kon worden. Die vurige nationaalsocialist was in 1934 tijdens de zogenaamde ‘nacht van de lange messen’ immers al het slachtoffer geworden van het Hitlerregime. Filosofen onder ons zullen de ‘sluier van onwetendheid’ van John Rawls herkennen in de nazimachine. En dat klopt, daar is het voorbeeld ook op gebaseerd. Rawls gebruikt die sluier om zijn theorie van rechtvaardigheid op te bouwen. De sluier houdt in dat we niet weten in wie we in de samenleving zijn en in welke tijd als we beoordelen of een samenleving rechtvaardig is.

Zou een ‘asielmachine’ ons niet kunnen helpen bij het opstellen van rechtvaardig asiel- en  migratiebeleid? Zouden we daarmee kunnen voorkomen dat we kapitalen steken in het bouwen van een ‘fort’ dat toch ‘veroverd’ gaat worden of waarin we weleens gevangen kunnen zitten?


[1] Markus Gabriel, Morele vooruitgang in duistere tijden, pagina 65

Rechten en vooral plichten

“2G is geen heilzame weg. Het maakt de polarisatie in de samenleving groter.” Een uitspraak van ChristenUnie voorman Gert-Jan Segers. Of het een nuttige maatregel is om besmetting met COVID-19 te voorkomen en of er geen andere maatregelen zijn waarmee je hetzelfde of meer kunt bereiken, weet ik niet. Dat de maatregel omstreden is, mag duidelijk zijn. Segers zit duidelijk in een tweestrijd: “We kunnen niet alleen maar nee zeggen tegen maatregelen. Dat is te makkelijk. Maar laten we alsjeblieft wel met voorstellen komen die de samenleving heel houden, en niet in de fik laten vliegen.”  Een van de bezwaren tegen de maatregel is dat die onze grondrechten aantast. Of zoals Correspondentlezer Lilian van Eijndhoven het schreef: “nota bene de grofste schending van grondrechten en vrijheden sinds WOII.” Zij is niet de enige, maar klopt die uitspraak?

Johannes Hendricus Brand. Bron: Wikipedia

Laten we die redenering eens wat uitgebreider beschrijven. Als je vanwege je levensovertuiging, gezondheid, godsdienst of op welke andere grond dan ook, niet wilt laten vaccineren, krijg je geen QR code. Zonder QR code mag je, bij invoering van de 2G maatregel, niet naar de kroeg, het theater of het voetbalstadion om een paar voorbeelden te noemen. Heb je die QR code wel, dan mag dat wel. Bij 3G is die er wel, namelijk een test. Ook bij 1G is die er omdat dan van iedereen eenzelfde toegangstest wordt gevraagd. Daarom discrimineert deze maatregel omdat mensen zonder QR code geen mogelijkheid hebben om toch deel te nemen. Tot zover de onderbouwing.

Onze Grondwet valt voor wat betreft discriminatie meteen met de deur in huis. Artikel 1 luidt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan. [1] Laten ik de 2G maatregel eens langs dit artikel leggen. Als iedereen die naar ‘de kroeg’ wil wordt gevraagd naar de vaccinatiestatus en alleen gevaccineerde binnen mogen, is er dan sprake van discriminatie? De gelijke gevallen, zijn in dit geval twee mensen die naar de kroeg willen. De ene kan zijn vaccinatiebewijs tonen en de andere om welke reden dan ook niet. De ene komt binnen, de andere niet. Ja, er wordt onderscheid gemaakt en discrimineren is onderscheid maken, dus er wordt gediscrimineerd en dus aantasting van de grondrechten.

‘Dus het mag niet en de uitspraak klopt!’ Als ‘onderscheid maken’ discriminatie is en daarmee een aantasting van ons grondrecht, dan tast ik bijna iedere dag wel iemands grondrechten aan. Een voorbeeld. Ik ben jarig en wil dat vieren. Als onderscheid maken niet mag, dan is de enige mogelijkheid om mijn verjaardag te vieren, iedere mens op Aarde uitnodigen. Als ik alleen mijn vrienden of familie uitnodig, dan discrimineer ik immers. Er zal niemand zijn die ‘niet uitgenodigd worden’ zal zien als een aantasting van zijn grondrechten. Er zullen hooguit enkele mensen zijn die het als een aantasting van de vriendschap zullen zien. Dit zullen de auteurs van onze Grondwet niet bedoeld hebben.

Terug naar de Grondwet. Die spreekt over ‘gelijk behandelen in gelijke gevallen’. Laten we eens kijken naar de twee mensen voor de deur van de kroeg. Ja, er wordt onderscheid gemaakt, dat is zeker. Maar wordt de ene persoon anders behandeld dan de andere? Ja, het resultaat is niet hetzelfde maar is dat discriminatie? Als we kijken naar de behandeling, wat zien we dan? Dan zien we dat beiden dezelfde vraag wordt gesteld, ze worden hetzelfde behandeld. ‘Maar dat is ook het geval als ik selecteer op kleur en alleen mensen met blauwe ogen binnenlaat, dan behandel ik ook iedereen hetzelfde namelijk door te kijken naar de oogkleur,’ kun je tegenwerpen. En inderdaad lijkt dat hetzelfde. Dus een aantasting van de grondrechten!

Dan gaan we iets te snel. Laten we het woordenboek er eens bij pakken. Discriminatie is zoals de Van Dale het omschrijft: “ongeoorloofd onderscheid dat gemaakt wordt op grond van bepaalde, m.n. aangeboren kenmerken zoals ras, geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid?” Onderscheid maken mag dus zolang het maar niet ongeoorloofd is. Bij het uitnodigen van mensen op mijn verjaardag is het geoorloofd, maar wanneer is het niet geoorloofd? Kunnen we spreken van discriminatie als het onderscheid dat er bij de deur van de kroeg wordt gemaakt, een gevolg is van een keuze die jezelf hebt gemaakt? Je wordt niet bij voorbaat uitgesloten, zoals het geval was bij de oogkleur. Ben jezelf de reden van je uitsluiting? In dat geval lijkt mij dat er geen sprake is van aantasting van de grondrechten!

Daarmee kom ik terug op iets wat ik eerder schreef toen ik ervoor pleitte om dit Grondwetsartikel te beperken tot: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” De auteurs van de Grondwet zagen het nog niet zo verkeerd. Zoals ik er nu over denk zou die laatste zin moeten luiden: Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid of welk aangeboren kenmerk dan ook, is niet toegestaan.” Dit even terzijde.

Terug naar mijn betoog. Geen aantasting van de grondrechten. Nou geen? Geldt voor een kleine groep niet dat deze maatregel hun grondrechten wel aantast? De groep mensen die geen keus hebben en dat is de groep mensen die om medische redenen niet gevaccineerd kunnen worden. Die medische reden is namelijk iets waar ze niet zelf voor hebben gekozen en ook geen afstand van kunnen doen. Ze is vergelijkbaar met de kleur van je ogen. Deze groep wordt bij voorbaat uitgesloten. Die groep wordt gediscrimineerd door de 2G maatregel. Dus daarmee aantasting van de grondrechten!

 JA, als het daarbij blijft wel. Maar NEE als er voor deze mensen een uitzondering wordt gemaakt waardoor ze wel de kroeg binnen kunnen, als ze dat willen. Dan wordt niemand bij voorbaat uitgesloten en heeft iedereen de toegang tot de kroeg in eigen hand. Dus geen aantasting van de grondrechten!

Dan gaan we weer iets te snel. Onze Grondwet geeft namelijk een iets uitgebreidere definitie. Die noemt ook niet aangeboren zaken als ‘godsdienst, levensovertuiging en politieke gezindheid.’ En er zijn mensen die zich vanwege hun geloof niet laten vaccineren. Worden die door de maatregel dan niet in hun grondrechten aangetast? Bij de kroegdeur worden ze echter niet tegengehouden vanwege hun geloof, maar vanwege hun vaccinatiestatus. ‘Maar omdat ze zich van hun god niet mogen vaccineren, worden ze toch bij voorbaat uitgesloten?’ Dat gelovigen iets geloven is hun grondwettelijk recht (artikel 6). Een grondwettelijk recht maar geen plicht. Niemand verplicht je immers om te geloven. Het is een keuze die iemand bewust maken. Wel een keuze met gevolgen. Zo sluit menig gelovige zich uit van sporten op zondag zonder dat de persoon daartoe wordt gedwongen. Ligt dit met niet vaccineren om religieuze reden niet precies hetzelfde en sluiten zij zichzelf niet buiten door een eigen keuze? Beperken ze niet zelf hun Grondrechten?

Er bestaat niet zoiets als ‘het recht op de kroeg’. Als dat wel zou bestaan, dan werd dat door zo’n maatregel aangetast. Zoals in de eerste alinea al aangegeven, twijfel ik eraan of de QR maatregel de juiste is om te nemen. Zou het bij het voorkomen van de verspreiding van het virus niet verstandiger zijn om ons te concentreren op de plicht die de spiegel is van de grondwettelijke rechten? De plicht die ook in de Grondwet is vastgelegd en als taak bij de overheid is neergelegd namelijk om te zorgen voor een veilige leef-, en werkomgeving (artikelen 19 en 22). Die plicht ligt bij de overheid maar zijn we zelf niet de overheid? Die plicht kunnen we invullen door afstand te houden, handen te wassen, bij klachten in quarantaine gaan, thuis te werken tenzij het niet anders kan, onze sociale activiteiten zoals het bezoeken van familie en vrienden drastisch te beperken tot alleen noodzakelijke bezoeken. Maar ook: vaccineren omdat dit de kans op infectie en de schade bij infectie verkleint. Of zoals een Zuid-Afrikaans spreekwoord luidt: “Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen.[2]


[1] Zie de Nederlandse Grondwet

[2] Een uitspraak afkomstig van Johannes Hendricus Brand de vierde staatspresident van de Oranje Vrijstaat


Democratie en omgangsvormen

“Democratie betekent dus zeker niet dat alles is toegestaan.[1] Aan die zin uit het boek Morele vooruitgang in duistere tijden van Markus Gabriel moest ik denken toen ik bij Joop las dat FvD-Kamerlid Gideon van Meijeren blij is dat aanhangers van zijn partij haatmails sturen naar Volt-Kamerlid Nilüfer Gündoğan en zelfs naar haar naasten. Van Meijeren:“Ik ben trots op onze achterban dat zij alles op alles zetten om mevrouw Gündoğan ervan te overtuigen dat ze met haar absurde beleid moet stoppen.” En zijn partijgenoot Van Houwelingen D66 Kamerlid Sjoerdsma dreigend toesprak met de woorden:“Uw tijd komt nog wel, bij de komende tribunalen.”

Eigen foto

Waarom moest ik aan die passage denken? Het lastigvallen met haatmails is binnen een democratie geen geoorloofd middel om je gelijk te krijgen en iets wat we niet moeten toestaan. Van een in onze democratie zo belangrijke functionaris als een Kamerlid mogen we een scherpe veroordeling van dit soort praktijken verwachten. Ook het bedreigen van collega Kamerleden met tribunalen is niet iets wat binnen onze democratie past. Onze democratie kent geen tribunalen. Als je vindt dat iemand iets verkeerd heeft gedaan dan doe je aangifte waarmee je het Openbaar Ministerie vraagt om de zaak te onderzoeken. Vind je als Kamerlid dat de regering iets niet goed doet, dan gebruik je de middelen die een Kamerlid ter beschikking staan om dat aan te kaarten.

Ik moest aan die passage denken omdat Van Meijeren de democratie lijkt te gebruiken om haar af te schaffen en, zoals ik al eerder schreef, dood te verklaren. Een gekozen Kamerlid en een partij die opereren in het hart van onze democratie die zoiets zeggen, wat moeten we daarvan denken? Gabriel behandelt dat onderwerp. Volgens Gabriel is: “de democratie (…) gerechtvaardigd en zelfs moreel geroepen om haar eigen voortbestaan te verzekeren[2].” Dit omdat de waarden die eraan ten grondslag liggen universeel geldend zijn omdat ze: “tot doel (hebben) om acceptabele en in het ideale geval gunstige institutionele kaders te bieden voor de ontwikkeling van alle menselijke persoonlijkheden die denkbaar zijn binnen het kader van de morele legitimiteit.” De uitspraken van Van Meijeren en Van Houwelingen zetten de bijl in dat doel.

‘Maar we hebben toch vrijheid van meningsuiting en ook dit geluid moet gehoord worden en een plek krijgen? Zou je kunnen tegenwerpen’ Ja, je mening mag je uiten. Maar, zo betoogt Gabriel: “We kunnen minderheden lang niet altijd het recht geven om gehoord te worden en deel te nemen aan besluitvormingsprocessen.” Vervolgens geeft hij wat voorbeelden: “Kindermisbruikers, antidemocraten, duidelijke tegenstanders van de Grondwet, moordenaars enzovoorts hebben gewoon vanwege hun morele tekortkomingen (wat daarvoor verder ook de verklaring mag zijn) niet het recht om als minderheden te worden beschermd tegen institutionele onverbiddelijkheid.[3]

De Kamerleden van het Forum voor Democratie geven er blijk van dat zij de basisregels van onze democratie aan de laars lappen. Niet alleen met deze, maar ook met eerdere uitspraken. Ze doen dat zelfs in het hart van onze democratie en nemen daar deel aan de besluitvormingsprocessen. ‘Maar in de Kamer moeten men toch vrijuit kunnen spreken?’ Het antwoord op die vraag is JA. Maar weer met een grens. Niet iedere mening is het waard gehoord te worden en moet meegewogen worden in de besluitvorming. Mensen die de democratie aanvallen, hoeven niet gehoord te worden. Getuigen de fractieleden van het Forum voor Democratie hier niet van hun morele tekortkoming, om die woorden van Gabriel te gebruiken? Moeten we in het hart van onze democratie een partij tolereren die diezelfde democratie ondergraaft? Staat hier niet veel meer op het spel dan de ‘omgangsvormen waarover Kamervoorzitter Bergkamp naar aanleiding van deze uitlatingen een gesprek wil voeren?


[1] Marcus Gabriel, Morele voortuitgang in duistere tijden, pagina 47

[2] Idem, pagina 46

[3] Idem, pagina 45

Windmolens

Wie kent Don Quichot niet? De hoofdrolspeler en naamgever van het beroemde boek van Cervantes. Het verhaal van een de dolende ridder Don Quichot die, om het plat te zeggen, de weg kwijt is. Hij ziet herbergen aan voor kastelen, geestelijken voor schurken, al moet je hem met de kennis van nu over de vele schandalen van kindermisbruik door priesters op dit punt wel gelijk geven, en windmolens voor reuzen. Ik moest aan Don Quichot denken toen ik bij De Dagelijkse Standaard las over een afgewezen motie van Forum voor Democratie Kamerlid Pepijn van Houwelingen. Aan Don Quichot en aan Gloria Wekker.

Bron: Pixabay

Wat is er aan de hand? Van Houwelingen wil voorkomen dat er in Nederland ooit een sociaalkredietsysteem ontstaat. Een wat? Een systeem waar in China aan gewerkt wordt waarbij de overheid je ‘punten’ toekent voor goed gedrag en je punten afneemt als je je niet goed gedraagt. En die ‘punten’ heb je nodig om te kunnen reizen of naar het theater te gaan. Dat moeten we niet willen. Dat ben ik meteen met Van Houwelingen eens. Toch heeft de Kamer de motie van Van Houwelingen verworpen en dus moeten we er, volgens Michael van der Galien van De Dagelijkse standaard: “ernstig rekening mee (..)houden (…) dat dit systeem er wél komt.” En sluit zijn betoog af met: “Zo. Dit is nog eens een ontmaskering van het kartel.

Laten we eens kijken of Van der Galiens zorgen terecht zijn en we de Kamermeerderheid die de motie verwierp iets moeten verwijten. Daarvoor even de tekst van de motie: “De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat China als eerste land in de wereld een sociaalkredietsysteem heeft ingevoerd; constaterende dat een dergelijk systeem een grove inbreuk maakt op privacy, lichamelijke integriteit en vrijheid; overwegende dat er door de coronacrisis steeds verdergaande inbreuken op bovengenoemde punten plaatsvinden; verzoekt de regering, om uit te sluiten dat er ooit een sociaalkredietsysteem of soortgelijk systeem in Nederland wordt ingevoerd, en gaat over tot de orde van de dag.”

Als ik naar mezelf kijk, dan zou ik ook niet kunnen instemmen met een dergelijke motie. De crux van de motie zit de ene tussenzin waarin wordt verwezen naar de coronacrisis. Deze motie suggereert dat de coronamaatregelen een stap zijn in de richting van de ontwikkeling van zo’n systeem en dat daar bewust op aan wordt gestuurd. Dat is ook wat Van Houwelingen toelichtend in het artikel beweert: “Natuurlijk is het partijkartel voor invoering van een sociaalkredietsysteem, want dat is precies wat ze met u van plan zijn. En dat hebben ze al bewezen door de invoering van die misdadige Apartheidspas.” Door nu deze motie aan te nemen stem je in met Van Houwelingens redenering. Je beweert daarmee dat de overheid welbewust aan zo’n systeem werkt. Zo worden dergelijke  hersenspinsel geloofwaardig. Zo probeert Van Houwelingen de complottheorie waar hij en zijn partijleider Baudet tegen vechten, geloofwaardig te maken. Hij probeert ons als een moderne Don Quichot mee te laten vechten tegen windmolens die niets anders zijn dan ‘hersenspinselige reuzen in zijn hoofd’.

Maar er is meer en daarmee kom ik bij Gloria Wekker. Nu zal je je afvragen wat heeft Gloria Wekker hiermee te maken? Van Houwelingen gebruikt dezelfde methode die Wekker gebruikt. Van Houwelingens motie is zo geformuleerd dat voor of tegen de motie zijn, niets uitmaakt. In beide gevallen stem je in met zijn ‘hersenspinsels’. Nu heeft een meerderheid van de Kamer NEE gezegd en kan hij zeggen dat die meerderheid zo’n sociaal kredietsysteem niet uitsluit. Dat is wat Van der Galien nu suggereert. Was de motie aangenomen, dan had Van Houwelingen staan orakelen dat was bewezen dat de overheid werkte aan zo’n sociaal krediet systeem en dat hij dat heeft verijdeld. En daarmee kom ik bij Wekker en haar theorie rond ‘witte fragiliteit, – onschuld, – superioriteit’ enzovoort. Een theorie die je, net als Van Houwelingens motie, zowel in de bevestiging als in de ontkenning bevestigt. Vraagtekens plaatsen bij Wekkers theorie of ze verwerpen, wordt gezien als een bevestiging van de theorie. Dan getuig je van ‘witte fragiliteit, – onschuld, – superioriteit’ enzovoort. Een dergelijke manier van denken is gevaarlijk.

Hood, James en Hoekstra

Jesse James vocht samen met zijn broer Frank als vrijschutter, een soort burgermilitie, in de Amerikaanse burgeroorlog. Toen hij na de oorlog naar huis ging, bleek dat zijn moeder dat huis onder dwang had moeten verkopen aan investeerders in de zich toen ontwikkelende spoorwegen. James was ontzet door dit onrecht en legde zich, samen met zijn broer Frank en zijn twee neven de broers Younger, toe op het beroven van die investeerders. Zo begon het tenminste. Alras werd het gewoon het beroven van treinen en banken. Ik moest hieraan denken toen ik las dat CDA-leider Wopke Hoekstra de verdiensten van zijn belegging in een schimmige brievenbusinvesteringsmaatschappij aan een goed doel heeft gegeven.

De eerste keer dat ik de naam van Jesse James tegenkwam, was als titel van een album van Lucky Luke. Een stripserie geschreven door de bekende Franse stripschrijver René Goscinny. Naast Lucky  Luke schreef hij ook de verhalen van Asterix. En als iets het werk van Goscinny kenmerkt dan is het dat de verhalen vaak een kern van de historische werkelijkheid bevatten. Om Jesse te arresteren huren de detectives van bureau Pinkerton Lucky Luke in. Na veel verwikkelingen slaagt Luke erin de bende uit het stadje Nothing Gulch te jagen en drijft ze in de armen van de politie. Helaas blundert de politie en weet James en zijn bende te ontsnappen. “Jesse James we understand. Has killed many a man. He robbed the Union trains. He stole from the rich and gave to the poor He’d a hand and a heart and a brain.” Zo begint de song Jesse James van The Poques. Dit na een vrolijke solo op de Ierse fluit. Een van de nummers die niet worden gezongen door frontman en bekend drankorgel Shane Macgowan. Jesse James wordt in dit lied afgeschilderd als een goede dief die de armen hielp door van de rijken te stelen. De misdadiger die steeds meer een heldenstatus krijgt. James heeft hiermee voor elkaar gekregen waar Robin Hood wat langer over deed, namelijk een ‘goede bandiet’ worden. Ten minste, als de in het lied van The Pogues bezongen versie door iedereen aanvaard wordt.

Waar er tot nu toe maar één film is verschenen over Jesse James, en die handelt over zijn dood door de hand van Robert Ford, is er over Robin Hood al een hele kast vol gemaakt. In 1908 werd Hoods verhaal voor het eerst verfilmd. Wie toen de rol van Robin Hood speelde, weet ik niet. In de versie van 1922 was het Douglas Fairbanks en 16 jaar later, in 1938, Errol Flynn, in 1991 Kevin Costner en in 2010 viel de rol toe aan Russel Crowe en daarmee heb ik alleen maar de bekendste vertolkers van de rol van Robin Hood genoemd. Of Robin Hood werkelijk heeft geleefd is niet duidelijk. Waarschijnlijk is de figuur een mix van het levensverhaal van verschillende personen. Verhalen die met het verstrijken van de tijd meer en meer met elkaar verknoopt zijn geraakt. Van Jesse James weten we zeker dat hij heeft geleefd. In die ene film, The assassination of Jesse Jame by the Coward Robert Ford speelt Brad Pitt trouwens de rol van Jesse James. De titel van de film over de dood van James sluit dan weer wel goed aan bij de versie die The Pogues bezingen: “Well the people held their breath. When they heard of Jesse’s death. They wondered how he came to fall. Well it was Robert Ford in fact who shot him in the back. While he hung a picture on the wall.”  Maar ik dwaal af, al is iedere reden goed om aandacht te besteden aan zowel Lucky Luke als The Pogues.

Terug naar de reden waarom ik aan Jesse James, Lucky Luke, The Pogues en Robin Hood moest denken en dat is de uitspraak van Wopke Hoekstra dat hij: “de waardevermeerdering van ca. 4800 euro overgemaakt (heeft) naar een Nederlands goed doel t.b.v. wetenschappelijk onderzoek naar kanker.” En dat hij die investering altijd in zijn belastingaangifte heeft meegenomen. Wat zegt Hoekstra met deze uitspraak? Wil hij hier beweren dat belastingontwijking moreel dan wellicht niet geheel of geheel niet door de beugel kan, maar dat dat morele gebrek ruimschoots is goed gemaakt door de opbrengsten ervan aan een goed doel te schenken? Wil hij hier zeggen: ‘Ik heb slecht gedaan maar met het goede als doel’? Of om een spreekwoord over de hel te verhemelen: ‘de weg naar de hemel ligt geplaveid met slechte bedoelingen’.

Als we de legende over Robin Hood mogen geloven, dan stal hij van de rijken om dit aan de armen te geven. Bij James lag dat wat anders, die stal van de rijken en het stukje geven aan de armen ontbrak. Hoe zit het dan met Hoekstra? Hoekstra investeerde in 2009 in een start-up voor ecotoerisme in Afrika. Een investering die liep via een brievenbusconstructie waarbij het de bedoeling is om zo min mogelijk belasting te betalen. In dit geval liep die constructie via de Britse Maagdeneilanden. Bijzonder hierbij is dat Hoekstra, toen hij in 2017 minister van Financiën werd, de investering verkocht met rendement en schonk, naar hij nu zegt, aan een goed doel. Investeren doe je met het doel om er rijker van te worden en dat mag, daar is niets verkeerds aan. Het wordt dubieus als er een constructie wordt gebruikt om belasting te ontwijken. Ontwijken mag dan niet verboden zijn, het is moreel wel laakbaar, zeker voor een politicus die van 2011 tot 2017 in een commissie van de Eerste Kamer zat om juist belastingontwijking via dergelijke brievenbusconstructies aan te pakken. Constructies die je kunt betitelen als ‘stelen van de armen en geven aan de rijken’. En dat is precies het omgekeerde wat van Robin Hood wordt beweerd. En in tegenstelling tot James die van de rijken stal en het zelf hield, onthoudt Hoekstra’s investering geld van de armen door geen belastingen te betalen. Zijn Hoekstra’s ‘gift aan de armen’, de schenking aan het goede doel, kan wellicht deels ook nog als ‘stelen van de armen’ worden gezien. Als Hoekstra die gift van € 4.800 aan onderzoek naar kanker netjes als zodanig heeft opgevoerd op zijn belastingaangifte over 2017, dan betalen de armen in hun rol als belastingbetalers hieraan een bijna even groot bedrag mee.

Naam, nummer en code

In 1988 kreeg ik mijn eerste brief van de Belastingdienst. Niet dat ik iets hoefde te betalen of iets terugkreeg. Nee, ik kreeg een brief die ik, zo stond erin, zeer goed moest bewaren want die brief bevatte iets belangrijks. Wat? Dat lezen jullie dadelijk. Ik moest denken aan deze brief na het lezen van een artikel van Raymond Taams bij Joop. “Dingen hebben een QR-code, niet mensen’, gromde ik inwendig.” Dit schrijft Raymond Taams. Hij gromde dit toen hij een fastfood restaurant binnen ging en er werd gevraagd naar zijn ‘coronastatus’. “Een QR-code is een embleem, een onderscheidingsteken, zoals reeds besprongen ooien gekleurde stippen op hun achterste dragen van het stempelkussen dat de boer de dekram omdeed. Wanneer je mensen als beesten behandelt, gedragen ze zich uiteindelijk als beesten. Mijn gele vaccinatiepaspoort met stempels van de GGD wil ik best laten zien, maar ik wil niet met een digitale sticker in mijn broekzak rondlopen.” Zo eindigt Taams zijn artikel.

Ik moest denken aan die brief waarmee ik begon. ‘Een mens is geen nummer’, werd er in die tijd geroepen en vervolgens werd ook verteld dat een nummer je zou ontmenselijken. Hierbij werd verwezen naar de concentratiekampen uit Nazi-Duitsland want iedereen in zo’n kamp kreeg een nummer op de arm getatoeëerd. En voor de Nazi’s was dit nummer echt bedoeld om je te ontmenselijken. Die discussie werd in de jaren tachtig twee keer gevoerd. Als eerste voor 1985 want in dat jaar voerde de Belastingdienst het fiscaalnummer in. Iedere belastingbetaler kreeg zo’n nummer want dat maakte het voor de Belastingdienst makkelijk om alle belastingzaken rond een persoon te bundelen. De discussie werd een paar jaar later nog eens dunnetjes over gedaan want per 1 januari 1989 werd het SoFi-nummer ingevoerd, het Sociaal Fiscaal nummer. Dit SoFi-nummer was de opvolger van het fiscaalnummer en dit nummer kreeg iedere Nederlander. Vanaf 1989 tot 7 januari 2014 kreeg iedere pasgeborene een brief met SoFi-nummer. Ook als je geen belasting betaalde. En dat SoFi-nummer was het belangrijks in de brief waarmee ik begon. Tot begin 2014 dus. Niet dat we sindsdien geen ‘nummer’ meer hebben. Nee, voor de overheid hebben we nog steeds een nummer. Het nummer leek de overheid niet alleen handig voor financiële zaken maar voor alle zaken tussen burger en overheid. Het SoFi-nummer werd opgewaardeerd. Sinds die zevende januari 2014 is dat SoFi-nummer namelijk Burger Service Nummer (BSN) geworden en is de verantwoordelijkheid ervoor verhuisd van het ministerie van Financiën naar het ministerie van Binnenlandse Zaken.

‘Ik ben toch geen nummer’, werd er in de jaren tachtig geroepen. En ‘ik heb een naam, als ze willen weten wie ik ben, dan vragen ze maar naar mijn naam’. Over ‘naam’ gesproken. Als we terug gaan naar het begin van de negentiende eeuw, dan komen we bij de Code Civil of in goed Nederlands de Burgerlijke stand. Die werd in 1811 ingevoerd door Napoleon Bonaparte. In die Burgerlijke Stand werd iedereen geregistreerd met voornaam en, nieuw voor die tijd, achternaam. Ook dat viel niet bij iedereen in goede aarde want niet iedereen meldde zich en soms meldden mensen zich met grappige namen om het systeem te saboteren. Helaas voor hen, bleef die naam aan hen en hun nakomelingen plakken. Dat ‘verzet’ stierf pas in de jaren twintig van de negentiende eeuw uit. Net zoals het ‘verzet’ tegen het SoFi-nummer uitstierf.

De Burgerlijke stand was, net als het SoFi-nummer en het Burger Service Nummer bedoeld om iedereen te registeren en te weten wie iemand was. En nu, zo’n tweehonderd jaar verder, is het de QR-code die verzet oproept. En je hoeft geen ‘complotaanhanger’ te zijn om te voorspellen dat die QR-code langzaam het Burger Service Nummer gaat vervangen. In deze ontwikkeling zie je de technologische voortgang in de overheidsadministratie. In de ‘voor computertijd’ moest de mens zelf zoeken en dat gaat makkelijker met letters en woorden. En de achternaam was de belangrijkste zoekterm in een gegevensbestand. In de jaren tachtig deed de computer zijn intrede en in digitale gegevensbestanden zoeken gaat sneller met unieke nummers. Met je naam alleen ging dat ook, maar was het lastiger. Een typefout in je naam in een bestand en informatie werd niet gevonden. Een nummer maakte dat makkelijker en de QR-code is niets meer en niets minder dan een op een andere manier vormgegeven nummer aan de hand waarvan je snel gegevens uit bestanden kunt halen.

Nu zijn we er zo aan gewend dat we een achternaam hebben, dat niemand zich er meer druk om maakt. Ja, soms om die naam maar niet om het gegeven dat we een achternaam hebben en dat die geregistreerd staat in de Burgerlijke stand. Ook maakt niemand zich meer er druk om dat we een ‘nummer’ hebben. Behalve als de overheid je, zoals bij de toeslagenaffaire, als een ‘nummer’ behandelt, dan wordt het een probleem. Dan is het makkelijk om alles wat de overheid van je weet te koppelen. Dat kon echter ook al met de Burgerlijke stand. Zo maakte Nazi-Duitsland grif gebruik van de Burgerlijke stand bij het vervolgen van joden. Daarin stond immers ook iemands religie geregistreerd.

Niet de ‘naam’, ‘nummers’ of QR-codes zijn hierbij het probleem. Problematisch zijn de intenties en het denken van de mensen die ‘het nummer’ oneigenlijk gebruiken.

Lusten, lasten en liefde

Volgens politiek filosoof Josette Daemen is het mensen erop wijzen dat een keuze om je niet te laten vaccineren gevolgen heeft, een product van neoliberaal denken. “De kern van de neoliberale ideologie is het principe van “eigen verantwoordelijkheid”: mensen zijn machers van hun eigen leven, dat geven ze vorm door hun individuele keuzes, en daarvan moeten ze dan ook zelf de consequenties dragen, hoe hard die ook zijn.” Nu heb ik in mijn recente Prikker Moral high ground mensen er ook op gewezen dat niet vaccineren een keuze is met gevolgen. Zou ik dan neoliberaal zijn?

Eigen foto

Daemen constateert terecht dat: “De afgelopen decennia (…) de obsessie met eigen verantwoordelijkheid zich diep (heeft) geworteld in ons economische systeem, in onze overheid, in onze cultuur.”  Want: “normaal zo alert op neoliberale rookwolken en systeemfouten,” verwijt ik ongevaccineerden dat ze de sociale uitsluiting: “helemaal aan zichzelf te danken (hebben). Sterker nog, ze zijn niet alleen schuldig aan hun eigen buitensluiting, maar ook aan alle mogelijke lockdowns die ons nog zullen treffen.” En nu ben ik er dus ‘ingetrapt’, in de neoliberale valkuil?

Een mooi voorbeeld van die obsessie met ‘eigen verantwoordelijkheid gaf een van de leden van de Nederlandse 400 meter estafetteploeg na het behalen van de zilveren Olympische medaille. “Alles is mogelijk, geloof dat. … Het begint hier (hij wijst naar zijn hoofd) en je moet het uitvoeren,” aldus Terrence Agard. Met andere woorden: als je wilt en erin gelooft, dan kun je alles bereiken. Als ‘geloven dat alles mogelijk is’ voldoende zou zijn, dan was ik geslaagd als profvoetballer en had ik deel uitgemaakt van het Nederlands elftal dat in 1988 Europees kampioen werd. Spiegel van het geloof is dat je falen ook een gevolg is van je eigen keuze. Dat het mij niet is gelukt om geslaagd profvoetballer te worden, kwam dus omdat ik er niet genoeg in geloofde. Of zou het ontbreken van iets dat toch wel belangrijk is voor het realiseren van dat geloof en dat is talent, daarbij niet ook een rol hebben gespeeld? En als je iets niet bij elkaar kunt ‘geloven’ dan is het talent. Daarmee word je geboren. Dit even terzijde.

Terug naar de vaccinatiekeuze. Vaccineren of niet betekent geen belemmering in je sociale leven. De maatregel is er niet opgericht om het jou te belemmeren in je vrijheid. Beide groepen kunnen naar het theater, de kroeg of zoals ik naar de thuiswedstrijden van VVV. Dit als ze tenminste een kaartje kunnen betalen, want als je dat niet kunt, dan ben je ervan uitgesloten en dat is een echte belemmering. Om deze zaken te bezoeken, moet je aantonen dat je of gevaccineerd bent, of recent hersteld van een Covid 19 infectie of een recente negatieve testuitslag kunnen overleggen, dat zijn de ‘toegangscodes’ die voor iedereen gelden. Het gaat mij erom dat met deze maatregel niemand wordt belemmerd kroeg, theater of De Koel te bezoeken. Dus als niet-gevaccineerde laat je je testen en als de test negatief is, dan kun je gewoon naar de kroeg, theater of De Koel. Je moet er alleen iets meer moeite voor doen. Als je je niet wilt laten testen, dan kun je er niet naartoe en dat is toch echt een individuele keuze. En ook zonder mobieltje met App kun je naar binnen maar ook daarvoor moet je meer moeite doen.

De maatregel is bedoeld om te voorkomen dat onze gezondheidszorg dichtslibt en in het verlengde daarvan maatregelen nodig zijn die de samenleving en dus ons als mensen verder schade toebrengen. Vaccineren is daarbij de beste manier om dit doel te bereiken. Daarom wordt dit aan iedereen aangeboden. Of je het aanbod aanvaart, is een eigen keuze. Niet kiezen voor vaccinatie maakt dat je een grotere kans loopt om Covid 19 op te lopen en als je het oploopt een grotere kans om in het ziekenhuis en vervolgens de IC te belanden. Of deze maatregel de beste manier is om te voorkomen dat onze gezondheidszorg dichtslibt met Covid 19 patiënten, daarover kun je twisten, maar daar gaat het mij niet om.

Is dat ‘meer moeite’ als drang om mensen zich te laten vaccineren een aanvaardbare strategie? Laten we eens op andere gebieden kijken. Neem roken.  Niemand dwingt je om niet te roken. Dat wordt anders als jouw gedrag anderen schade toebrengt. Bij roken kan dat door ongewenst meeroken. Om die reden is roken in de openbare ruimtes verboden. Daarom is roken in de kroeg, het theater en sinds kort ook in stadion De Koel verboden. Niet om de roker dwars te zitten, maar om de niet-roker te beschermen. Dat verbod kun je zien als drang, maar je mag blijven roken. Ook een prijs betalen voor een test past in die lijn. Immers ook bij het roken wordt er drang uitgeoefend, dat gebeurt via accijnzen op tabak maar ook het reclameverbod en de plaatjes op de pakjes. Dit omdat het beter voor de gezondheid is van de roker maar vooral omdat gezond gedrag uiteindelijk tot minder maatschappelijke kosten leidt. Zo ook bij alcohol. Dat mag je gerust nuttigen, dat is een eigen keuze. Daarna autorijden is verboden niet om jou te beschermen maar om anderen tegen jou te beschermen. En ook hier wordt drang gebruikt tot het goede gedrag via onder andere ook weer accijnzen. ‘Meer moeite’ is daarmee een methode die vaker wordt toegepast.

En ja, de keuzes die mensen hierin uiteindelijk maken, hebben gevolgen en met die gevolgen moeten zij leven. Daarvan moeten ze de gevolgen dragen. Vaccin of niet, roken of niet, drinken of niet die keuze moet iedereen zelf maken. Net zoals we moeten leven met alle keuzes die we dagelijks maken. Want als het leven ergens uit bestaat, dan is het uit het maken van keuzes. Als je wilt roken in de kroeg, dan wordt je eruit gezet. En nu kom je zonder een van de drie ‘toegangscodes’ de kroeg, het theater of het De Koel niet meer in.

Is dit ‘neoliberaal’? Is het neoliberaal dat een samenleving als geheel (via de daartoe bevoegde organen) een besluit neemt om juist die samenleving te beschermen tegen keuzes van het individu? Is dit een typisch voorbeeld van ‘als je maar genoeg wilt, dan kun je het’? En nu we het toch over neoliberaal hebben, dat eigen verantwoordelijkheidsdenken, zoals Damen het noemt. Zit dat niet precies bij de mensen die zich bewust niet laten vaccineren om welke redenen dan ook? Of zoals ik het in mijn vorige Prikker schreef: “dat je niet vaccineren voor jezelf doet”? En vaccineren ook voor de ander, je neemt de last en de lusten deel je met anderen. En als er iets niet neoliberaal is, dan is het denken aan de ander?

Via LinkedIn bereikte mij een bericht van Miriam van der Hoek. Fotograaf Van der Hoek was gevraagd om deel te nemen aan een expositie en haar deelname ging niet door omdat ze niet gevaccineerd was en zich niet wilde laten testen: “omdat het ingaat tegen alles waar ik in geloof,” aldus Van der Hoek. Waarin ze dan gelooft? “(I)n  verantwoordelijkheid nemen voor je eigen, niet alleen fysieke, maar ook emotionele, mentale en spirituele gezondheid. Luisteren naar de signalen die je lichaam je geeft. Gevoel aangaan en uiten. Je hart en eigen wijsheid volgen. Angsten aankijken (voor afwijzing, voor uitsluiting, voor uitgelachen worden, voor ziekte en zelfs voor de dood want ja, we zijn sterfelijk) om onvoorwaardelijk te kiezen voor liefde.” Geeft dit voorbeeld niet precies aan waar het fout gaat? Is er voor een prettige samenleving om in te leven niet meer nodig dan alleen verantwoordelijkheid nemen voor jezelf? Leef je niet juist samen met anderen en vraagt dat niet ook dat je verantwoordelijkheid voor de anderen neemt? Is Van der Hoeks geloof niet een schoolvoorbeeld van neoliberaal denken? Neoliberaal omdat de lusten worden geprivatiseerd en de lasten gesocialiseerd? Als dit onvoorwaardelijk kiezen voor liefde is, dan hebben we toch een heel ander definitie van liefde.