Begroting in de Grondwet

De Nederlandse strijdkrachten kunnen zich de laatste tijd verheugen op veel belangstelling. Volgens velen is het Nederlandse leger verwaarloosd en moet er veel meer geld naar toe. In NAVO-verband is een norm genoemd van twee procent van het nationaal inkomen en Nederland komt daar lang niet aan. Dat is ook volgens de voorzitter van de CDA-jongeren Ard Warnink en zijn vervanger Klaas Valkering een slechte zaak, zo betogen zij in de Volkskrant. Volgens de CDA jongelingen verdient de krijgsmacht: “beter dan de financiële ‘restjes’ van de andere ministeries.” Een mooi frame, defensie krijgt dat wat er over blijft, de kliekjes. Dat moet anders en de twee CDA jongelingen hebben een idee hoe dat zou kunnen: “Een constitutionele begrotingseis zorgt voor de broodnodige rust binnen defensie en maakt dat er gerichter en strategischer kan worden geïnvesteerd.”

Dad's ArmyFoto: Daily Mail

Beste CDA jongelingen, waarom beperken jullie je pleidooi alleen tot defensie? Zou een ‘constitutionele begrotingseis’ niet ook voor de broodnodige rust kunnen zorgen in bijvoorbeeld het onderwijs, bouw en onderhoud van de verschillende soorten infrastructuur, justitie en politie, de zorg, cultuur? Met evenveel recht kun je immers beweren dat de begroting van sociale zaken de ‘restjes van andere ministeries krijgt. Ook voor die ministeries zal: “een constitutionele begrotingseis een einde moeten maken aan het ge-jojo.”

Waarom stellen jullie niet voor om de complete financiering van de overheid in de grondwet vast te leggen? Dat geeft immers op alle gebieden ‘broodnodige rust’. Wellicht draagt dat ook bij aan de ‘broodnodige rust in het maatschappelijke debat. Het scheelt namelijk het jaarlijkse gesteggel om de centen. Als er een goede prognose ligt voor het nationaal inkomen, dan is de begroting van de overheid klaar. Geen discussie meer in het parlement over het verschuiven van geld van bijvoorbeeld onderwijs naar zorg. Zijn we in één keer af van die jaarlijkse rituele dans.

Met de begroting in de Grondwet kunnen we wellicht ook meteen het parlement afschaffen. Want wat blijft er voor de Kamers nog over als er niet over geld gesteggeld kan worden? Een goed idee? Of toch niet? Als het geen goed idee is om de complete begroting in de Grondwet vast te leggen, waarom dan wel het deel dat defensie toe zou moeten komen?

What you (want to) see is what you get

In mijn vorige column vergeleek ik aan de hand van een song van de Dead Kennedys de huidige wereld met die van vijfendertig jaar geleden. In precies die periode schreef historicus Maarten van Rossum de artikelen die zijn gebundeld in het boek De draagbare van Rossum. Een bloemlezing die tezamen een goed inzicht geven in de geschiedenis van de vorige eeuw. Het derde hoofdstuk behandelt het wedervaren van het stadje Muncie in Indiana. In de studies wordt het plaatsje Middletown genoemd omdat het model moet staan voor een gemiddelde plaats in de VS. Dit stadje stond centraal in drie sociologische onderzoeken in de vorige eeuw. De eerste in 1925 en de tweede in 1935 werden verricht door Robert Lynd, de laatste eind jaren zeventig door Theodor Caplow, Howard M. Bahr en Bruce A. Chadwick.

Van Rossum

Lynd maakte zich zorgen om het verval van ‘gemeenschapszin’ in de Verenigde Staten en dacht dat de sleutel voor het stoppen van dit verval in kleine gemeenschappen lag. Als je verval wilt aantonen, dan moet er wel een referentiepunt zijn. Voor Lynd was dat het Muncie van zo rond 1890, de jeugdjaren van Lynd en die bracht hij door in een naburig stadje. Enige probleem, het Muncie van 1890 was niet op dezelfde manier bestudeerd. Dat beeld schetste Lynd op basis van wat globale informatie en zijn eigen jeugdervaringen. Een zeer mooi en positief beeld waarbij de jaren twintig, ondanks de toegenomen welvaart, schril afstak. Van Rossum waarschuwt: “We moeten niet vergeten dat Lynd ons oordeel gemanipuleerd heeft door op het doek achter het concrete beperkte Middletown in 1925 steeds het idyllische Middletown van 1890 te projecteren. Hij heeft zichzelf en zijn lezers met een romantisch plaatje in de luren gelegd.” Teloorgang van de gemeenschapszin, het zwarter maken van de huidige werkelijkheid door deze af te zetten tegen een extra gefotoshopte achtergrond.

De drie onderzoekers uit de jaren zeventig constateerden dat het stadje zo ongeveer het Walhalla was, het paradijs op aarde waar de verandering tot stilstand was gekomen omdat het hoogste punt van ontwikkeling bereikt was. En dat paste volgens Van Rossum precies bij hun ‘neoconservatieve zonnebril. Volgens Van Rossum, maakten zij zich aan hetzelfde feit als Lynd schuldig, maar dan omgekeerd. Zij zetten hun witter gefotoshopte werkelijkheid van de jaren zeventig af tegen Lynds zwart gefotoshopte en constateerden dat er niets aan de hand was in het stadje.

Is deze manier van ‘overdrijven’ niet nog steeds actueel? ’What you see is what you get’ een bekende uitdrukking in de automatiserings- en computerwereld. Zou voor de maatschappijwetenschappen en de politiek niet gelden ‘what you want to see is what you get? Het noopt in ieder geval tot kritisch bevragen van onderzoeksresultaten.

Populistisch anti-populisme

Burgerschapsonderwijs, in mijn ogen bijzonder dat dit een ‘vak’ op school is. Is immers het doel van het onderwijs niet om onze kinderen de bagage te geven om samen met anderen hun weg te kunnen vinden in onze democratische samenleving? Om volwaardig, autonome denkende burger te zijn van die samenleving en is het totale curriculum daar niet opgericht? Wellicht zie ik het verkeerd en is het doel een middel geworden? Over de invulling van dat middel wordt gediscussieerd.

populistisch anti-populisme

Illustratie: Tja burgerschap wat is dat nou?

Bij Joop houdt bestuurskundige Dave Ensberg-Kleijkers een pleidooi om populisme te integreren in het burgerschapsonderwijs, door te: “investeren in een positief schoolklimaat, waar geen ruimte is voor angst als zuurstof voor gestold onbehagen of schools populisme, is de basis voor het leerlingen laten leren over populisme en hen te vormen als waardengedreven burgers. … ik pleit niet voor de bestrijding van politiek populisme an sich, maar ik pleit voor het bestrijden van onwetendheid en angst als drager voor waardeloos populisme en juist voor het investeren in waardevol burgerschap.” Wat zie als je wat dieper over dit pleidooi nadenkt?

Als ik de eerste zin lees, dan zijn er scholen die investeren in een negatief schoolklimaat, waar ruimte is voor angst en schools populisme. Wat ik me bij dat laatste moet voorstellen, wordt niet duidelijk uit het pleidooi Ensberg-Kleijkers. Zouden er werkelijk scholen zijn die investeren in een ‘negatief schoolklimaat’ een klimaat waar angst heerst. Angst voor gestold onbehagen?

Die scholen moeten leerlingen vormen als ‘waardengedreven burgers’. Zegt Ensberg-Kleijkers daarmee dat populisten niet door waarden worden gedreven? Zouden er werkelijk mensen zijn die niet door waarden worden gedreven? Als er iets centraal staat in het debat van tegenwoordig, dan zijn het ‘normen en waarden’. Alleen zijn die van ‘ons’ anders dan die van ‘hen’. Investeren niet zowel die ‘ons’ als die ‘hen’ in waardevol burgerschap en verschilt alleen de inhoud van dat burgerschap?

Ensberg-Kleijkers beschrijft populisme als een: “partiële ideologie die zich in al haar verschijningsvormen afzet tegen de politieke en/of economische elite, de wil van ‘het ware volk’ normerend wil laten dicteren en gedijt bij zowel sociaaleconomische als sociaal-culturele spanningen en vooral: angst.”  Wil hij niet ook ‘normerend dicteren’ door te bepalen wat ‘positief’ en wat ‘negatief’ is? Wat ‘waardevol’ en wat dus ‘waardeloos’ burgerschap is?  Pleit hij niet voor populistisch anti-populisme en heeft hij zo zijn doel, het integreren van populisme in burgerschapsonderwijs integreren, niet al bereikt?

Eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid

De auto moest naar de garage voor een jaarlijkse keuring en een onderhoudsbeurt, of ik het voertuig om acht uur wilde brengen. Omdat ik geen zin had om te wachten tot ik hem weer mee kon nemen, wandelde ik naar huis. Het was immers maar een half uurtje lopen. Die wandeltocht voerde mij door de binnenstad van Venlo waar het op dit vroege tijdstip nog erg rustig was. Winkelmedewerkers fietsten en liepen naar hun winkels en een clubje mensen met oranje hesjes was vuilnis aan het prikken. Nou ja prikken, ze hadden zo’n lange knijper waarmee je rommel op kan rapen.

zwerafval-delen-2

Foto: MilieuCentraal

Ik heb het ze niet gevraagd, maar het leek mij een groepje mensen dat dit deed als ‘tegenprestatie’ voor een uitkering en zo ‘werkritme’ opdeed voor het ‘echte werk’. De ‘participatiesamenleving’ in optima forma: voor wat hoort wat. Zij een uitkering om van te leven, de samenleving schone straten, een win-win toch? Om de ‘newspeak’ waarmee dit beleid gepaard gaat aan te halen: deze mensen worden weer in hun eigen kracht gezet. Wacht eens even, nu we het toch over eigen kracht hebben en over participatiesamenleving, zouden er ook andere oplossingen mogelijk zijn voor zowel de vuile straten als ook voor ‘eigen kracht’ van deze mensen? Laten we er eens wat dieper op ingaan.

Mensen lopen over straat met een blikje cola, zakje chips of een sigaret. In dat blikje zit cola, in de zak chips en in de sigaret tabak. Deze mensen kunnen dat blikje, het zakje of die sigaret dragen. Als de cola, chips of tabak op is, gebeurt er iets vreemds. Het blikje, het zakje en de peuk, die er van de sigaret is overgebleven, wordt zwaar. Zo zwaar dat die mensen het niet meer kunnen tillen en dus maar laten vallen. Dat geeft rommel op de straat en dat ziet er niet uit. Dan komen de ‘vuilprikkers’ in  beeld. Zij kunnen wat de coladrinkers, chipseters en sigarettenrokers niet kunnen: het lege blikje, zakje en de peuk optillen en in een vuilnis zak doen.

Zou er niet aan de ‘eigen kracht’ en de eigen verantwoordelijkheid’ van de coladrinkers, chipseters en rokers die hun blikje, zakje en peuk niet meer kunnen dragen, gedaan moeten worden? Moeten die niet worden ‘getraind’ zodat ze sterk genoeg zijn om het zelf in een prullenbak te gooien? Zouden de ‘vuilprikkers’ niet aangenomen kunnen worden als ‘trainer’ of anders benoemd, als gastheer? Een echte baan met een echt salaris en met als taak ervoor te zorgen dat de coladrinkers, chipseters, sigarettenrokers en alle anderen die zich niet aan de ‘huisregels’ houden, op hun gedrag aan te spreken? Aanvullend kunnen ze mensen helpen bij het vinden van de weg. Zou dat een beter alternatief zijn?

Oh ja, de auto heeft een beurt gehad en de keuring goed doorstaan.

Beste gemeente Rotterdam

In de NRC lees ik dat de gemeente Rotterdam af wil van de plicht om de: “lokale inkoop van kleinschalige zorg, kinderbescherming en wijkteams Europees aan te besteden.” De gemeente moet deze zorg dit jaar opnieuw aanbesteden en in totaal gaat het om vierhonderdmiljoen euro aan zorg per jaar. En dat is geen kleine klus: “In Rotterdam zijn meer dan honderd medewerkers bezig met de aanbesteding.” 

Rotterdam

Foto: Rotterdam – Holland.com

Een beetje vreemd om zorg in Rotterdam Europees aan te besteden, zou er een bedrijf uit Spanje of Polen zijn dat kinderbescherming in Nederland kan verzorgen? Zeker als je bedenkt dat een bedrijf dat deze zorg wil leveren ‘gecertificeerd’ moet zijn en dat zijn alleen Nederlandse bedrijven. Daarom adviseert Wethouder De Jonge: “als het kabinet het ‘sociale domein’ gaat uitzonderen voor aanbesteding. Daarvoor is een wetswijziging nodig, maar het kost niets.” Een terecht pleidooi dus van de Rotterdammers. Zeker als daardoor wijkteams waaraan de stad sinds 2015 heeft gewerkt en die net op elkaar ingespeeld en ingewerkt raken, uit elkaar dreigen te worden getrokken.

Beste gemeente Rotterdam, en u bent niet de enige zo weet ik uit ervaring, waarom staart u zich blind op ‘ marktwerking’? Waarom moet er aanbesteed of ingekocht worden? Ook bij niet Europees aanbesteden kunnen die mooie teams uit elkaar worden getrokken. De Jeugdwet schrijft niet voor dat het een markt moet zijn. Die bepaalt in artikel 2.6 onder 1: “Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat er een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod is,” om aan de taken die de wet stelt, te kunnen voldoen.

Als die teams zo goed werken en je wilt dat de investering erin niet verloren gaat en nog jaren rendement gaat opleveren, waarom zoek je dan niet een andere oplossing? Waarom neemt de gemeente die teamleden niet gewoon in dienst? Dan hoeft er niet te worden ingekocht, hoeven er geen contracten te worden afgesloten, beheerd  en gemanaged. Dat scheelt flink wat ambtenaren en externe adviseurs die zich met inkoop bezig houden. Dat geld kan dan worden ingezet voor extra zorg voor de kinderen.

Zou het in dienst nemen bovendien niet een blijk van waardering voor die teams en hun leden zijn? Zou dat geen mooie oplossing zijn? Let er dan wel op dat u er geen ‘ ambtenaren’ van maakt.

Ja ik wil … niet met die partij

De ene partij die niet met een andere wil samenwerken in een regering, de afgelopen Tweede kamerverkiezingen ging het er over. De VVD, het CDA en vele andere partijen sloten de PVV op voorhand al uit. De SP deed hetzelfde met de VVD. Met name aanhangers van de door de meeste partijen uitgesloten PVV, schreeuwden daar moord en brand over. Nu wil de PVV in diverse gemeenten meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar en begint het circus weer.

Uitsluiten partijen

Illustratie: De Kwestie

Bij Dagblad de Limburger lezen we dat historicus Ad Knotter oproept tot een lokale boycot van deze partij: “De PVV heeft antidemocratische en racistische standpunten en maakt onderscheid op grond van afkomst. Wat mij betreft is het volkomen terecht als politieke partijen die PVV dus niet betrekken bij beleidsvorming, zoals nu in Den Haag gebeurt. Hier ligt ook een taak voor democraten in Maastricht en omgeving. Het is gewoon niet wenselijk dat deze partij in de raad van bijvoorbeeld Maastricht komt.” Dit is tegen het zere been van Anne Adema van De Dagelijkse Standaard: “Het uitsluiten van partijen zou uitgesloten moeten zijn in een democratie. Op basis van verkiezingen wordt beslist welke partijen deelnemen in de gemeenteraad. Door de PVV-kiezer buiten te willen sluiten laat de historicus zien dat hij eigenlijk de democratie wil afschaffen.”

Een wat vreemde redenering van Adema. VVD’er Rutte en vooral PvdA’er Samsom kregen na de vorige verkiezingen het verwijt dat ze de kiezer min of meer hadden bedrogen. Voor de verkiezingen voerden ze hard campagne en maakten ze de verschillen ‘enorm’ groot. Er kropen ze snel bij elkaar en vormden als een razende een kabinet. Je koos immers voor de een om de ander ‘uit de regering’ te houden en na de verkiezingen kreeg je die ander er toch gewoon bij, als je dat te voren had geweten, dan .… Kiezersbedrog! Nu zijn er partijen die van te voren aangeven een andere van samenwerking uit te sluiten en is het weer niet goed. Waarom zou dat de democratie afschaffen? Is het voor het vertrouwen in de democratie niet juist gebaat bij duidelijkheid vóór de verkiezingen? En niet alleen duidelijkheid oer het verkiezingsprogramma, maar ook over mogelijke partners en partijen waarmee zeker niet wordt samengewerkt?

En beste meneer Adema, maken verkiezingen duidelijk of partijen samen een regering of college vormen? Of maken verkiezingen duidelijk hoeveel zetels een partij krijgt en beginnen daarna onderhandelingen om een nieuwe regering of college te vormen? Speelt daarbij of ze inhoudelijk tot overeenstemming kunnen komen en of ze elkaar vertrouwen niet een belangrijke rol?

Mogen of moeten?

Vaste Joop-columnist Han van der Horst behandelt in een van zijn columns het begrip politieke correctheid. Dit doet hij in de vorm van een soort recensie van een aflevering van Opiniemakers van WNL waarin Wierd Duk verdedigt dat er sprake is van politieke correctheid. Van der Horst is het daar niet mee eens en sluit af met: “Hoe dan ook, politieke correctheid is net zo’n hersenschim als Allah zelf.”

Hans TeeuwenFoto: Nu

Het gaat mij er niet om wie van de twee er nu ‘gelijk’ heeft. Het gaat mij om de reactie van ene harry (27 april at 08:06). Hij, ik neem aan dat harry een hij is, schrijft: “Er bestaat zelfcensuur, dat geven artiesten en cartoonisten zelf toe. Dat dit een schande is, in een vrije samenleving mag Wierd Duk toch laten zien?” Hij reageert op de volgende passage van Van der Horst: “Koning kijkt liever niet voor aanvang de zaal in omdat hij bang is te harde grappen over Erdogan te maken als er bijvoorbeeld vijf Turken in het publiek zijn. Ook Hans Teeuwen wees op de gevaren die de maker van harde grappen over de islam bedreigen. Dat komt omdat de moslims dit soort humor niet accepteerden, terwijl de christenen – door Freek de Jonge zo heftig aangepakt – hierover geëmancipeerd glimlachen. Als je een grap over Allah maakte, zo wilde hij maar zeggen, ben je tegenwoordig je leven niet meer zeker en daarom doen cabaretiers aan zelfcensuur, doet iedereen aan zelfcensuur.”

Zelfcensuur mag niet, iedereen moet kunnen zeggen wat hij wil. Zo betoogt harry. Inderdaad moet iedereen kunnen zeggen wat hij wil en, beste harry, volgens mij mag ook iedereen zeggen wat hij wil. Maar, beste harry, is er niet een verschil tussen mogen en moeten? Dat je alles mag zeggen, betekent dat ook meteen dat je alles maar moet zeggen? Als ik iemand een verschrikkelijke idioot vind, maar die persoon is wel een directe collega, zou het dan helpen als ik hem een idioot noem omdat het mag? En al is die persoon geen collega moet ik hem dan een idioot noemen, omdat het kan.” 

Beste harry, is het werkelijk een schande als ik rekening houd met de ander en mijn boodschap daarop aanpas, als ik zelfcensuur toepas? Zou dat voor een cabaretier anders zijn? Zegt een cabaretier trouwens altijd wat hij denkt en omgekeerd zou hij ook werkelijk ‘denken’ (beter is vinden) wat hij zegt? Zou Hans Teeuwen werkelijk menen wat hij over de toenmalige koningin Beatrix zei? Of zou het kunnen dat hij rekening houdt met het effect dat zijn boodschap heeft? Is dat niet juist de kern van het cabaretier zijn?

Het milieu en de parochie

Een vraag, naar wie gaat u als uw auto kapot is? Grote kans dat u, net als de Ballonnendoorprikker, naar een garagebedrijf gaat met goed opgeleide monteurs. Die hebben verstand van auto’s, de erin gestopte techniek en kunnen het defect goed en vakkundig verhelpen. Logisch toch?

louche-autoverkoper

Foto: Automotive Import BV

Volgens columnist Simon Rozendaal van Elsevier maak je dan toch echt een verkeerde keuze. De enige reden dat die monteurs zeggen dat ze monteur zijn is: “omdat u dan onder de indruk bent en denkt dat deze mensen veel van (defecte auto’s) afweten. .. en hun mening daarom zwaarder zou moeten wegen.” U moet hen, volgens Rozendaal toch echt niet vertrouwen, u kunt beter luisteren naar een elektrotechnicus, fietsenmaker of verwarmingsmonteur. Vindt u deze redenering belachelijk? Ik geef u groot gelijk, dat vindt de Ballonnendoorprikker ook.

Wat als het niet de auto is die kapot is, maar het milieu, want dat is het onderwerp van de column van Rozendaal? Rozendaal reageert op een open brief van een negentigtal hoogleraren die het kabinet oproepen om flink te investeren in groene economie om het klimaat te redden. Zou je de brief van die negentig serieus moeten nemen? Rozendaal denkt van niet: “van de negentig hoogleraren zijn er tachtig, die niet meer van het klimaatprobleem afweten dan de gemiddelde burger dan wel kunnen worden gerekend tot de categorie wc-eend-hoogleraar: wij van wc-eend bevelen wc-eend aan.” De hoogleraren duurzaamheid en milieu behoren tot de categorie wc-eend: ze pleiten voor meer geld omdat ze ervan leven. Dan zijn er onder andere hoogleraren politieke wetenschappen, economie en kunst en wat weten die nu van het milieu af? Blijven over de: “vijf tot tien chemici, computerwetenschappers, techniekmanagers en waterdeskundigen, van wie we de mening over duurzaamheid, klimaat en energie wellicht iets serieuzer kunnen nemen.”

Dus, als het om het milieu gaat, is er niemand die met enig gezag iets kan vertellen. De specialisten zijn verdacht, want die hebben belangen en preken voor eigen parochie. Degenen die er geen specialist in zijn, kun je niet serieus nemen want het zijn immers geen specialisten. En als ze specialist waren, dan zouden ze voor eigen parochie preken…

Beste Anousha Nzume

Ik las het interview met u in de Volkskrant. Een bijzonder interview omdat u een gedeeld verleden heeft met de interviewer, Sander Donkers en die zijn eigen ervaringen erin verweeft. Aanleiding voor het interview is het uitkomen van uw boek Hallo witte mensen. U voert actie omdat het u: “om machtsverhoudingen (gaat), hier bij ons én internationaal. Waar wordt het geld verdiend, door wie?” Een onderwerp dat mij ook bezighoudt en waarover ik geregeld schrijf op mijn site www.ballonnendoorprikker.nl. We zouden elkaar wellicht kunnen vinden in de strijd voor een rechtvaardigere wereld.

Anoucha Nzume

Illustratie: Nieuwwij

Alleen moet mij iets van het hart. U lijkt uw strijd om de machtsverhoudingen te veranderen, nogal sektarisch te willen voeren. Door de manier waarop, en de ‘makkers’ waarmee u de strijd tegen de macht voert. Hoe kom ik tot deze conclusie?

In het interview komt de Diversiteitsmars van Nasrdin Dchar ter sprake. “Als je zo’n onrechtvaardig systeem even denkt te kunnen wegknuffelen door met een ballon te gaan lopen, buig je in feite mee met het establishment,” zo zegt u. De boodschap van die mars was voor u niet sterk genoeg omdat het niets doet aan het lagere schooladvies dat uw zoon krijgt. Beste mevrouw Nzume, door uw boek te schrijven en Dchar in de hoek te zetten als een ‘softe ballonnenknuffelaar’, verandert dat schooladvies ook niet. Laat staan dat de machtsverhoudingen verschuiven in de door u en mij gewenste richting. Wat u daarmee wel doet, is medestanders van u afstoten.

U zegt uw boek te hebben geschreven als: “een soort handboekje waarin ik de theorieën en terminologie van wetenschappers als Gloria Wekker, Kimberlé Crenshaw en Philomena Essed in Jip en Janneke-taal heb vertaald, en dan vermengd met persoonlijke ervaringen.” Nu moet mij van het hart dat vele actievoerders die zich op het denken van Wekker baseren, mensen zoals Mitchell Esajas, Charlene Hiwat-Kortstam, Sunny Bergman, Reza Kartosen-Wong en anderen, mij, een blanke man van middelbare leeftijd, het gevoel geven dat ik aan de verkeerde kant van de streep sta. Mij het gevoel geven dat ik de oorzaak van alle ellende ben en dat ik dat eerst moet erkennen en me er vervolgens voor moet verontschuldigen. Mij het gevoel geven dat ik die twijfelachtige theorieën van Wekker als ‘de waarheid’ moet aanvaarden. Ook hierdoor worden medestanders afgestoten.

Beste mevrouw Nzume, de strijd tegen de gevestigde macht kan alleen met succes worden gevoerd als krachten worden gebundeld. Als de strijders tegen de macht elkaar versterker, als zij zoeken naar overeenstemming in plaats van de nadruk te leggen op verschillen. Zou het kunnen dat u door een dergelijk starre houding  ‘meebuigt met het establishment’?

Bijzondere gehaktballen

Bij ThePostOnline maakt Sietske Bergsma gehakt van Tamar de Waal. Bergsma reageert op een interview met De Waal in de NRC met als kop: Turkse Nederlanders hebben geen integratieprobleem, zegt deze promovenda. Zo’n kop is natuurlijk een trigger voor discussie, alleen dekt de kop niet de lading van het interview. Het is geen uitspraak van De Waal in het interview. Daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de manier waarop Bergsma haar gehakt en de bal die zij ervan draait, bereidt.

gehakt

foto: Gehaktballen.nl

Zo begint Bergsma met een indirecte aanval op de universiteiten die De Waal bezocht: “De Waal is politiek filosoof en jurist en heeft aan haar website te zien een religieuze bedevaart gemaakt langs dié universiteiten in de Verenigde Staten, Canada en Engeland die nogal ’heavily to the left’ zitten wat liberale ideologie betreft.” Ze lardeert dit met een voorbeeld van een onderzoek dat een onderzoeker van die universiteiten deed naar: “hersenen van ‘right wingers’ waaruit bleek dat die primitief waren, terwijl die van de ‘left-wingers’ (verrassing!) ‘besluitvaardig en anticiperend’ waren.” Hoe sterk is zo’n indirecte aanval? Volgens Bergsma is dit nodig: “Zonder is er geen andere logische verklaring aan te dragen voor de bezopen, onwetenschappelijke kletspraat…” Zeker omdat begrippen als ‘heavily to the left’ waardeoordelen zijn. Wat zegt dit over De Waal? Zo bezocht Geert Wilders dezelfde middelbare school als de Ballonnendoorprikker, een middelbare school die ook nog eens door ‘ouderengoeroe’ Henk Krol en  CDA politicus Ger Koopmans werd bezocht. Leuk, maar wat zegt dit over deze mensen? Bereidt Bergsma haar gehakt zo niet in een vuile kom?

Over naar de directe aanval op De Waal. Op de vraag of De Waal het gezwaai met Turkse vlaggen als een probleem ziet, antwoordt ze: “Als er Turkse Nederlanders zijn die niet de democratische rechtsstaat onderschrijven dan zie ik dat als probleem. Maar als een partij die in de Tweede Kamer zit bepaalde grondrechten wil afschaffen voor moslims, dan vind ik dat ook een probleem.” De Waal noemt de PVV een dergelijke partij. Bergsma antwoordt: “Niemand wil grondrechten afschaffen, Tamar. Grondrechten staan altijd op gespannen voet met elkaar, zoals religie en vrije meningsuiting.” Beste mevrouw Bergsma, hoe zit het dan met het eerste punt van het verkiezingsprogramma van de PVV, de de-islamisering van Nederland door het preventief opsluiten van radicale moslims, het sluiten van alle islamitische scholen en moskeeën? Gebruikt Bergsma niet ietwat bedorven vlees?

Volgens De Waal wordt het probleem van de Turkse Nederlanders: “niet gezien als óns maatschappelijke probleem, maar als hún integratieprobleem. Als bewijs dat ze hier niet horen. … Daarmee verlies je de ‘inclusieve’ houding van gelijkheid voor iedereen die een democratisch land altijd zou moeten hebben ten opzichte van álle burgers.” Bergsma antwoordt: “Ik dacht al waar blijft hij, het orgelspel van ‘de inclusieve houding’… Gelijkheid voor iedereen in een democratische rechtsstaat heeft in ieder geval niets te maken met dat als ik mijn reet niet wil afvegen, en dat anderen het vinden stinken, dat het dan toch ook het probleem van een ander is, als bewijs dat ik er ook bij hoor. Of zoiets.” Uw stinkende reet kan voor overlast bij anderen zorgen beste mevrouw Bergsma, dat terzijde. Wat De Waal beweert is dat er wordt geklaagd over de ‘stinkende reet’ van de ander terwijl de eigen ‘stinkende reet’ niet wordt geroken. Is het ei wat ze voor haar gehaktballen gebruikt niet rot?

“Dat is een gevoel dat Nederlanders met een migratieachtergrond kunnen hebben. Maar ze krijgen juridisch ook steeds meer een punt. Gelijkwaardig burgerschap en gelijke bescherming gelden steeds minder voor mensen met een migratieachtergrond. Dat is geen probleem van links of rechts, het is een probleem van de kwaliteit van onze rechtsorde.” Dit antwoord geeft De Waal op de vraag waarom Nederlanders met een migranten achtergrond zich tweederangsburger voelen. Hiermee ontkent De Waal alles waar migranten recht op hebben: “huisvesting, uitkering, taalles, scholing, (aangepaste) woningen, gebedsruimtes, verenigingen, gezondheidszorg, gratis rechtsbijstand etcetera.” Beste mevrouw Bergsma, is er niet een verschil tussen Nederlanders met een migranten achtergrond en migranten? Zijn de eerste, waar De Waal over spreekt, niet gewoon Nederlander en hebben ze niet ook dezelfde rechten en plichten als iedere andere Nederlander? Voegt u zo niet zaagsel aan uw gehakt toe in plaats broodkruim?

Vervolgens komen de Syrië-gangers aan de beurt. De Waal kaart de ongelijke behandeling aan van mensen met twee paspoorten. “Dus als mensen willen vechten in een oorlog die er op uit is het Westen te vernietigen, … Dan is een dubbel paspoort afpakken discriminatie?” zo betoogt Bergsma op De Waals uitspraak dat het afnemen van het Nederlanderschap zonder tussenkomst van de rechter alleen mensen met een dubbel paspoort treft en dus zorgt voor rechtsongelijkheid. Bergsma vraagt zich af: “Welke andere ideeën heeft Tamar om iets te doen tegen de onmacht over uitreisende jihadisten? Subsidiariteitsbeginsel, Tamar, propedeuse rechten, tweede trimester strafrecht” Wellicht gewoon vervolgens via het strafrecht? Maar nu geef ik antwoord op de vraag. Beste mevrouw Bergsma, verandert het doen van ridicule suggesties en aan De Waal te vragen of dat wellicht alternatieven zijn, iets aan het feit dat zij constateert? Het feit dat er sprake is van rechtsongelijkheid? Heeft Bergsma haar handen wel gewassen voordat zij het gehakt ging kneden?

Dan het gevoel tweederangs burger te zijn. De Waal: “De symboliek erachter is: migranten moeten zich aanpassen aan ons en zich ideaal gedragen. Doe je dat niet, dan ga je maar terug. Of we sturen je terug. Integreer of ga! Dat geldt ook voor mensen die hier geboren en getogen zijn met een migrantenachtergrond. Dat veroorzaakt het tweederangsburgergevoel.” Bergsma antwoordt: “Arme migranten! Alsof je aan de democratische beginselen houden, hetzelfde is als ‘ideaal gedrag’. En nog altijd heb ik niet gehoord van Tamar wat die migranten dan allemaal wel niet moeten wat zo vreselijk is dat ze zich tweederangsburgers voelen. Althans, meer nog dan in de landen van herkomst waar ze (als vrouw, homo, Christen of vrije denker) derde- of vierderangsburgers zouden zijn.”  Ook hier verwisselt Bergmsa Migranten met Nederlanders met een migranten achtergrond. De laatsten zijn in Nederland geboren en hebben geen ander land van herkomst dan Nederland. Ze hebben wel te maken met mensen die hen terug willen sturen naar een land waar ze niet vandaan komen. Een tweede rot ei?

Dan de universele mensenrechten. De Waal beweert dat minister Schippers in haar HJ Schoo-lezing eigenlijk zei: “universele waarden zijn cultureel Nederlands. En wij Nederlanders – en dan bedoelt ze de mensen zonder vluchtelingen- of migrantenachtergrond – kunnen met die waarden omgaan. Mensen met een andere achtergrond kunnen dat niet of minder.” Volgens De Waal: “Het idee van die universele waarden en mensenrechten is nou juist dat iedereen vanuit zijn eigen achtergrond zich eraan kan verbinden.” Bergsma antwoordt: “Nee, het idee van universele waarden (voor de rechten van de mens) oftewel mensenrechten is dat ze nou juist niet ter interpretatie staan, want why bother als alles cultureel bepaald is en vloeibaar?” Is ‘verbinden met’ hetzelfde als ‘ter interpretatie stellen’, want dat is wat Bergsma beweert? En als iemand zich verbindt met mensenrechten, worden dan die mensenrechten ter interpretatie gesteld? Of zou het ook omgekeerd kunnen zijn, dat door dat verbinden met de mensenrechten juist de ‘eigen achtergrond’ zoals De Waal en de ‘cultuur’ zoals Bergsma het noemt, ter interpretatie wordt gesteld? Neemt in Bergsma’s gehaktbal het zout het gehakt op?

Voor De Waal is dit verwarren van mensenrechten met Nederlandse waarden (wat die ook mogen zijn) de kern van het probleem omdat: “witte Nederlanders (zo) altijd al supergeïntegreerd (zijn). Wij snappen de universele waarden zó goed, dat we ons er altijd aan houden. We hoeven het dus alleen maar over ‘buitenstaanders’ te hebben die er eventueel een potje van maken, niet over onszelf…”  Bergsma reageert hierop: ‘Witte Nederlanders die niet geïntegreerd zouden zijn’, is een gekunsteld verzinsel om de mumbo jumbo puzzelstukken in elkaar te krijgen, en het wordt niet beter door er heel zweverig over te praten.” Is de mumbo jumbo er niet juist een gevolg van dat integratie. Integratie betekent immers: “het maken van of opnemen in een groter geheel.” In dat geheel zitten ook die ‘witte Nederlanders’ en dat betekent dat niet ook zij iets moeten? Iets wat Bergsma lijkt te ontkennen. Wil zij uiengehakt maken zonder het vlees met de uien te vermengen?

En daarmee komen we bij het laatste ingrediënt van Bergsma’s gehaktbal. De Waal: “Of dat nou Erdogan-aanhangers zijn die hier met vlaggen zwaaien, of roomblanke Nederlanders die discriminerende leuzen roepen in een voetbalstadion. Het is in beide gevallen een probleem, het zijn Nederlanders met verkeerde opvattingen. Het is niet in het ene geval een integratieprobleem en in het andere geval cultureel conservatisme.” Bergsma antwoordt: “Het is onzin om allemaal ‘probleem-eigenaar’ te zijn van elkaars problemen, alleen maar omdat we allemaal op magische wijze via universele waarden verbonden zouden zijn.” Is het niet juist een kenmerk van integratie dat we daar juist wel allemaal eigenaar zijn van elkaars problemen? We proberen immers een groter geheel te maken.

Beste mevrouw Bergsma, u concludeert verzuchtend: “Kunnen we het woord integratie gewoon afschaffen alsjeblieft, want het betekent tegenwoordig van alles.” Ja, mevrouw Bergsma, het zou wel eens een heel goed idee kunnen zijn om ‘integratie’ af te schaffen. In een van mijn eerste ‘prikkers’ schreef ik: “Probleem is echter dat die ‘inburgering’ nooit leidt tot daar waar hij voor bedoeld is, namelijk tot ‘integratie’ van de migrant. Ook als aan alle eisen is voldaan, blijven we de migrant, migrant noemen. Zelfs hier geboren kinderen en kleinkinderen. We onderscheiden immers tweede- en derdegraads Turken, Antilianen, Marokkanen enzovoort. Die horen nog steeds niet bij de samenleving. Zo blijft de migrant een aparte categorie die iets moet doen om erbij te horen.” Dat grotere geheel dat we willen maken ontstaat zo niet. Organiseren we zo niet ‘apartheid’ zoals ik het in die prikker noemde? ‘Apartheid’ omdat we verschillen zoeken en dus vinden. Of sterker nog, organiseren we zo niet juist het verafschuwde ‘multiculturalisme’? Zouden we we niet beter de verschillen kunnen accepteren en zoeken naar overeenkomsten? Wellicht vinden we die dan.

Beste mevrouw Bergsma, misschien moet u eens met mevrouw De Waal in gesprek en zoeken naar overeenkomsten? Dat levert waarschijnlijk lekkerdere gehaktballen op dan die u nu presenteert.