Geschiedenis maar dan anders

Het is niet dat ik iets tegen OneWorld heb. Het is gewoon toeval dat ik drie dagen achter elkaar iets op de site lees waarbij ik grote vraagtekens zet. In een artikel met als titel Mens ken je plek staat speciësisme centraal. Na intersectionaliteit en validisme alweer een bijzondere term. Speciësisme is de, zoals auteur Emma L. Meelker het omschrijft: “overtuiging dat dierenlevens minder waard zijn dan die van mensen.  Voor haar artikel spreekt Meelker met onder andere Emma-Lee Amponsah. Die heeft een bijzondere kijk op de geschiedenis.

Columbus ontdekt de ‘nieuwe wereld’. Of ontdekt de nieuwe wereld Columbus? Bron: WikimediaCommons

Volgens Amponsah is het: “belangrijk (…) om te begrijpen dat het onderscheid tussen menselijkheid en dierlijkheid in dezelfde periode is ontstaan als het onderscheid tussen witte mensen en mensen van kleur. Het verlichtingsdenken en de bijbehorende rassenleer zijn direct verbonden aan het idee dat mensen buiten de natuur staan, dat mensen bovenaan de piramide van het natuurlijke leven staan, of er zelfs volledig buiten staan. Maar ook dat sommige mensen minder mens zijn dan anderen. Op basis van deze ideeën over menselijkheid en dierlijkheid is onze sociale orde ingedeeld, is kolonialisme vergoelijkt en slavernij aanvaard. Dat het ooit mogelijk was om zoveel mensen als slaven te verhandelen, is omdat zwarte Afrikanen buiten de menselijke wereld werden geplaatst door allerlei wetenschappers die het normaal vonden dat de natuur in bezit genomen en verhandeld kon worden. Op die manier kun je speciësisme niet lostrekken van racisme en kolonialisme.” Amponsah: “Het vreemde is dat witte mensen nu ook nog eens doen alsof zij aan kop gaan in de anti-speciësismebeweging. Alsof begaan zijn met dierenleed en zorgen voor de natuur een ding is voor witte mensen. De geschiedenis toont anders aan.” Laten we dit eens wat nader bekijken.

Het onderscheid tussen mens en dier is dus iets wat is ‘verzonnen’ door de blanke mens. Iemand met een groene huidskleur zou immers een ander onderscheid maken. Die zou de wereld verdelen in ‘groene mensen’ en ‘niet groene mensen’. Die blanke mens heeft dat verzonnen ergens in de zeventiende of achttiende eeuw, want dat was de periode van de Verlichting. Alhoewel het misschien ook aan het einde van de negentiende eeuw zou kunnen zijn, want dat is de periode dat de rassenleer ontstond. Nu heeft de verhouding tussen mens en dier een heel lange geschiedenis. Onze voorvaderen hebben eeuwen, wat zeg ik, millennia lang geleefd als jager- verzamelaars. Het lijkt mij dat daarvoor een onderscheid tussen de eigen soort en andere soorten van groot belang is. Zo’n tienduizend jaar geleden zetten onze voorvaderen hierin een volgende stap. Groepjes vestigden zich op een vaste plek en begonnen met het domesticeren van planten en dieren.  Of, en dat is een andere manier om ernaar te kijken, die planten en dieren begonnen de mens te ‘domesticeren’. Vanuit evolutionair perspectief bekeken zijn die gedomesticeerde planten en dieren immers de meest succesvolle. Als we, en dat doet Amponsah, redeneren vanuit het menselijk perspectief, dan is ook hiervoor onderscheid maken tussen mens en dier van belang. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de blanke mens in de achttiende eeuw de eerste was die onderscheid maakte tussen mens en dier.

Dat ‘verzinsel’  tijdens die Verlichting heeft ook slavernij vergoelijkt en het ‘normaal’ gemaakt dat mensen als slaven werden verhandeld. De zwarte Afrikaan was immers buiten de ‘menselijke wereld’ geplaatst. Excusez? Wordt hier de geschiedenis van de slavernij niet ernstig geweld aangedaan? Geweld aangedaan door deze te beperken tot de gruwelijke trans-Atlantische slavenhandel? Slavernij is echter veel ouder en trof niet alleen zwarte Afrikanen. Sterker nog. Slavernij is van alle tijden en ook van alle kleuren mensen.

Een zeer bijzondere kijk op de geschiedenis. Een kijk waarbij het doel, alle ellende in de schoenen schuiven van de blanke man, centraal staat. Een doel waaraan alles ondergeschikt wordt gemaakt. Bij deze manier van denken moet ik denken aan een passage uit het boek Het Kristalpaleis van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk: ”Men is intussen zo vrij om te stellen dat de Europeanen in oktober 1492 door Caribische inboorlingen ontdekt werden. Voor de bedroefde ontdekkers bleek het voortaan raadzaam om gegevens te verzamelen ter bestudering van hun bezoekers; deze archieven hoeven alleen nog geëvalueerd te worden.”

‘Life’s not fair …

Gisteren schreef ik over de ‘intersectionele blik’ die OneWorld in al haar artikelen wil hebben. Dit naar aanleiding van een bijsluiter bij een artikel waarin de auteur, Amanda Govers, werd verweten dat die blik in haar artikel ontbrak. Ik moest aan die bijsluiter denken toen ik bij OneWorld een artikel las van Tamar Doorduin.

Bron: Public Domain Pictures

Bij het opheffen van de tegen de verspreiding van het coronavirus genomen maatregelen pleit Doorduin voor containment. Bij contaiment wordt: “éérst (…) ingezet op het zoveel mogelijk indammen van het virus en pas daarná op het versoepelen van maatregelen. Vlamt het virus toch weer ergens op, dan wordt het brandje zo snel mogelijk geblust door middel van bron- en contactonderzoek en een striktere vorm van quarantaine dan in Nederland nu gangbaar is.” Dit duurt langer: “Maar het is wel de eerlijkste strategie.”… Het doel van containment is immers om tot een situatie te komen waarin het voor iederéén veilig is om het huis te verlaten en mee te doen – dus ook voor mensen uit de risicogroepen.” Immers: “rampen vergroten de ongelijkheid niet, dat doen mensen. Het komt niet door het virus zélf dat zieke en gehandicapte mensen nog verder worden buitengesloten, maar door de politieke keuzes die het kabinet maakt.” Doorduin ziet het gebeuren dat de nu stikte maatregelen langzaam worden versoepeld: “Oudere, zieke en gehandicapte mensen moeten voor onbepaalde tijd thuis blijven.” Terwijl de ‘gezonde Nederlander’ al weer de straat en het terras op mag. Daardoor: “líjkt (het) misschien alsof het kabinet op deze manier rekening houdt met mensen die meer risico lopen: er wordt immers gesproken over het ‘beschermen van de kwetsbaren’. In de praktijk blijkt die bescherming neer te komen op opsluiting en uitsluiting.” Dit is niet eerlijk naar mensen die meer risico’s lopen, containment is dat, volgens haar wel. Het klinkt inderdaad eerlijk en democratisch om te wachten tot er een situatie is waarin het voor iedereen veilig is om het huis te verlaten. En vooral lijkt het artikel geschreven met een ‘intersectionele blik’. Doorduin maakt zich immers druk om mensen voor wie het virus extra gevaarlijk is.

Nu heb ik, als het over eerlijk gaat, de neiging om Scar uit The Lion King te citeren. Scar zit te mokken in een grot omdat Simba is geboren en die heeft hem verstoten van de positie als eerste gegadigde om koning Mufasa op te volgen. Tijdens dat mokken vangt hij een muis die hij wil verorberen en dan spreekt hij de woorden: “Life’s not fair you see. For I will never be king and you will never see the light of another day.” Een pijnlijke waarheid maar wel een waarheid als een koe. Trouwens ook een waarheid die van toepassing is op het opheffen van de beperkende maatregelen. Welke manier van ‘opheffen’ er ook wordt gekozen.

Inderdaad is het ‘not fair’ dat er: “een tweedeling ontstaa(t). In de meerderheid zijn de jonge, gezonde mensen voor wie de samenleving langzaam maar zeker weer opengaat. Oudere, zieke en gehandicapte mensen moeten voor onbepaalde tijd thuis blijven.” Maar maakt dat het alternatief van Doorduin, allemaal thuis totdat het voor iedereen veilig is, wel tot ‘fair’? Hoe ‘fair’ is zo’n ‘one size fits all’ oplossing? Hoe ‘fair’ is het voor ouders en kinderen om op drie hoog in een flatje opgesloten te zitten met drie kinderen? Hoe ‘fair’ is het om als kind opgesloten te zitten in een huis waar je ouders of verzorgers je fysiek of emotioneel mishandelen? Hoe ‘fair’ is het überhaupt om kinderen op te sluiten in een huis? Hoe ‘fair’ is het dat langer ‘opsluiten’ tot meer werkloosheid en verlies van inkomen leidt wat weer tot gezondheidsschade en sterfte kan leiden? Ook Doorduins oplossing vergroot ongelijkheid.

Welke oplossing er ook wordt gekozen, er zullen altijd mensen de dupe zijn. Er zullen altijd mensen zijn waarvoor de gekozen oplossing niet ‘fair’ is. Helaas komen deze ’intersecties’ in het artikel niet aan de orde en dat roept de vraag op hoe het zit met de ‘intersectionele blik’ van dit artikel maar ook van OneWorld.

Sigaar uit eigen doos

  “Wij kunnen geen instrumenten of maatregelen accepteren die leiden tot het opbouwen van gezamenlijke schulden of een wezenlijke verhoging van de EU-begroting.” Dit, zo is in de Volkskrant te lezen, schrijven de ‘vrekkige vier’ landen van de Europese Unie. Nederland is een van deze vier, de andere drie zijn Denemarken, Oostenrijk en Zweden. De vier landen hebben een eigen plan ontwikkeld waarmee de Europese Unie de economische ellende als gevolg van corona moet overwinnen.

Bron: Wikipedia

Wat houdt dat plan in? (D)e vier (willen) de nieuwe Europese meerjarenbegroting vooral aan economisch herstel besteden. Dat zou ten koste gaan van de subsidies voor boeren en armere regio’s.” De vier willen namelijk niet dat de Europese begroting wordt verhoogd. Daarnaast moet er: “een tijdelijk (maximaal 2 jaar) herstelfonds,” komen dat: “is gebaseerd op leningen (tegen lage rente, lange looptijd) aan de getroffen landen.” Deze: “leningen worden ingezet voor economische vernieuwing en een steviger zorgsector. De lenende landen moeten zich vastpinnen op hervormingen en een gezond begrotingsbeleid. Ook mogen ze de rechtsstaat niet ondermijnen.” Laten we het plan eens doorlopen.

Dat de rechtsstaat niet mag worden ondermijnd lijkt mij evident. Alhoewel? De afgelopen tien weken is er flink geknibbeld aan de rechtsstaat. Vrijheden van inwoners zijn dramatisch ingeperkt. Pleidooien voor technieken die ons doen en laten volgen, kunnen op bijval rekenen. Als dit onderdelen van de nieuwe rechtsstaat worden, pleit ik voor ondermijning van die rechtsstaat.

De landen moeten zich vastpinnen op hervormingen en een gezond begrotingsbeleid. Tijdens de ‘Griekse crisis’ van enkele jaren geleden, werd hier ook om geroepen. Sterker nog, het land kreeg het opgelegd. De publieke sector werd in de uitverkoop gedaan en delen, zoals de gezondheidszorg, die niet werd verkocht, werden uitgeknepen. Gelukkig moet die gezondheidszorg nu buiten schot blijven. Sterker nog, die moet steviger worden. Een advies dat ook Nederland zich ter harte kan nemen. Alleen is dat niet gratis. Met het geld van een tijdelijke lening kun je een ziekenhuis bouwen. De exploitatie zal toch met belastinggeld moeten worden opgebracht. 

Vreemd wordt het bij het inzetten voor economische vernieuwing. Niet het aandringen op die vernieuwingen is vreemd. Vreemd is dat een deel van het herstel betaald moet worden door het afbouwen van subsidies aan de armere regio’s. Deze subsidies zijn juist bedoeld om de economische activiteit in die armere regio’s te stimuleren. Dus om bijvoorbeeld het welvarende Noord-Italië er bovenop te helpen, moet het arme zuidelijke deel van het land bloeden? 

Met dat ‘schuiven’ van geld van ‘landbouw en arm’ naar corona herstel kom ik bij het punt waarmee de vier het bijvoeglijk naamwoord ‘vrekkig’ eer aan doen. De inkomsten van, en dus de bijdragen van de landen aan de Unie veranderen niet. Wat er wel verandert, zijn de doelen waaraan het wordt uitgegeven. Die doelen liggen met name in de andere Europese landen. De ‘vrekkige vier’ ontvingen in 2018 samen zo’n 5% van de totale EU uitgaven. Dat is minder dan Italië (6,6%), Spanje (7,8%), Duitsland (7,6%) of koploper Polen (10,4%). De ‘last’ van de herverdeling wordt vooral door anderen gedragen. En als het ‘tijdelijke herstelfonds’ op z’n Europees wordt gevuld, dan zal ieder land naar grootte van van het bruto binnenlands product een bedrag in het fonds stoppen. Het Nederlands aandeel hierin is gering en het storten van dat bedrag in het fonds kost niets. Sterker nog, het levert geld op. Nederland kan haar deel tegen 0% lenen en de landen die aanspraak maken op het geld moeten rente betalen. De Italianen en Spanjaarden zullen dubbel rente moeten betalen. Eerst om het bedrag te lenen dat ze in het fonds moeten storten en vervolgens moeten ze rente betalen op de leningen die vanuit het fonds worden gefinancierd. Het plan van de ‘vrekkige vier’ lijkt verdacht veel op de welbekende sigaar uit eigen doos. 

‘BOETE VOOR TE SNEL RIJDEN. BETAAL € 15’

“Het lijkt erop dat de gigantische opmars van de VVD is gestagneerd. De partij van Mark Rutte stond vorige week op 32 zetels en daar is deze week geen verschil in te zien: Geen krimp, maar ook geen groei.” Dit las in bij De dagelijkse Standaard. Als je iets verder kijkt in het tabelletje van de peiling uitgevoerd door Maurice de Hond dan zie je dat de VVD nu 33 kamerzetels heeft. Die ‘gigantische groei’ vertaalt zich in een zetel minder dan de partij nu werkelijk heeft. Dat zal het euforische gevoel dat door de woorden ‘gigantische opmars’ bij menig VVD-er opkwam, flink temperen. Zo zie je maar weer dat de manier waarop je iets zegt van belang is voor het beeld dat ontstaat. En daarmee kom ik bij een woord dat deze week vaak viel: ‘ontslagboete’.

In de nieuwe ondersteuningsregeling om bedrijven door de crisis te helpen, is geen plek meer voor de ‘ontslagboete’. Dat heeft minister Koolmees verklaart, zo lees ik bij nos.nl: “Als bedrijven die steun krijgen niemand mogen ontslaan dan gaan zij alsnog failliet, en dan raken we van de regen in de drup.” Dat is te begrijpen. Een bedrijf moet zich kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden en daarbij kan het zijn dat er mensen moeten worden ontslagen. In de nu geldende regeling lag dat anders: “Bedrijven die via de regeling Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) tot 90 procent van de salarissom vergoed kunnen krijgen, moeten nu nog een boete betalen als zij toch personeel ontslaan.” De NOW is een subsidie van de loonkosten.

Een boete, is aldus Van Dale, een: “wegens een overtreding opgelegde geldstraf.” Een mooi voorbeeld is het bekende ‘kanskaartje’ in het Monopoly-spel: ‘BOETE VOOR TE SNEL RIJDEN. BETAAL €15’. Als we dit toepassen op die NOW, dan zou dat kunnen luiden: ‘ontsla een werknemer er betaal 100.’ Nu heb ik de hele NOW regeling erop nagelezen en kom het woord ‘boete’ er niet in tegen. De regeling bevat geen boeteclausule bij ontslag. Wel omvat de regeling (artikel 13 lid b) een verplichting die luidt: “de werkgever doet na 17 maart 2020 geen verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, gedurende het tijdvak waarover subsidie is verleend.” 

Ontslag van een medewerker leidt niet tot een boete voor de werkgever. Die kan werknemers gewoon, via de gebruikelijke procedure ontslaan. Daarvoor hoeft hij geen enkele ‘boete’ te betalen. Maar, als de werkgever gebruik wil maken van de NOW, dan moet hij aan de voorwaarden voldoen. Een van de voorwaarden is dat er niemand mag worden ontslagen. Maak je gebruik van die regeling en ontsla je wel iemand, dan krijg je de subsidie niet. Iets niet krijgen is heel iets anders dan een boete betalen.

Historische vergelijkingen en Cruijff

‘Besteed toch geen aandacht aan die man.’ Dat is het eerste wat mijn partner en ‘eindredacteur’ zal roepen al ze leest dat deze Prikker een gevolg is van een schrijfsel van Jan Roos bij De Dagelijkse Standaard. Weer zal ik haar antwoorden dat het mij niet om de persoon Roos gaat, maar om zijn uitspraken. Volgens Roos is: “Het narratief van de (Marokkanen als) nieuwe Joden (…) niet alleen geschiedkundig smakeloos en onjuist, het doet voornamelijk af aan de waarde van de lessen die we zouden moeten leren van Jodenhaat en de holocaust.”  

“Er is geen systematische institutionele Marokkanenhaat, er is geen georganiseerd geweld tegen Marokkanen, er worden geen Marokkaanse bedrijven gesloopt, er worden geen Marokkanen vermoord vanwege Marokkanenhaat, de overheid discrimineert Marokkanen niet, er zijn geen concentratiekampen voor Marokkanen, er zijn geen plekken waar Marokkanen niet mogen komen, er wordt niet gejaagd op Marokkanen, er zijn geen anti-Marokkanenwetten, er worden geen Marokkanen op transport gezet en bovenal is er geen plan tot uitroeiing van Marokkanen.” En Roos heeft daar een punt. Er is inderdaad geen systematische institutionele Marokkanen haat. Er is ook geen georganiseerd geweld tegen Marokkanen. Marokkaanse bedrijven worden niet gesloopt. Of er geen Marokkanen worden vermoord vanwege Marokkanen haat, is niet helemaal uit te sluiten. Inderdaad maakt de overheid zich niet schuldig aan discriminatie van Marokkanen. Tenminste, niet alleen Marokkanen zoals uit de ‘toeslagenaffaire’ bij de Belastingdienst bleek. Concentratiekampen voor Marokkanen zijn er ook niet. Er zijn ook geen plekken waar Marokkanen niet mogen komen, Marokkanenwetten zijn er niet, er worden geen Marokkanen op transport gezet en er is geen plan tot uitroeing van Marokkanen. Maar heeft Roos daarmee gelijk en dus een punt?

Laten we wel wezen. Tot de Wansseeconferentie van 1942 was er ook geen plan tot uitroeing van Joden. Tot eind jaren dertig van de vorig eeuw waren er ook geen concentratiekampen voor joden. Tot 15 september 1935 waren er ook geen ‘jodenwetten’. Tot de machtsovername door Hitler in 1933 maakte de Duitse overheid zich ook niet schuldig aan discriminatie van joden. Ja, er werden wel joden vermoord door mensen die joden haten en de geschiedenis kent voorbeelden van het verdrijven van joden. Alleen gebeurde dat niet op een ‘systematische institutionele’ manier. Die kwam er pas na Hitlers machtsovername.

Wel was er voor die tijd een retoriek die joden wegzette als zondebok. Zondebok voor de moord op Christus. Die moord zat met name christenen dwars en zorgde door de eeuwen heen voor geweld en haat tegen joden. In de jaren van het opkomende nationalisme vanaf de tweede helft van de Negentiende eeuw ontstond er een nieuwe dynamiek in het aanwijzen van de joden als zondebok. De nationalist zette vraagtekens bij het vaderlandslievende karakter van joden. Kon een jood wel een echte …. zijn? Net zoals er in die tijd in Nederland vraagtekens werden gezet bij het vaderlandslievende karakter van katholieken. In 1897 leidde die retoriek tot een heuse complottheorie. Een theorie waarbij joodse leiders een plan zouden hebben gesmeed om de christelijke maatschappij omver te werpen. De zogenaamde Protocollen van de wijzen van Sion. Een document dat waarschijnlijk uit de koker kwam van de Ochrana, de geheime dienst van Tsaristisch Rusland. Dit document werd daarna gebruikt als onderlegger om joden van alles de schuld te geven. 

Roos heeft een punt dat ‘Marokkanenhaat’ of ‘islamietenhaat’ niet tot industriële uitroeing van Marokkanen of joden heeft geleid. Dat is echter niet de vergelijking die Grunberg maakte. Grunberg vergelijkt de huidige retoriek tegen Marokkanen en in het verlengde daarvan islamieten, met de begin twintigste eeuwse retoriek tegen joden. Die historische vergelijking is wel te maken. Roos verwijt komt er op neer dat een talentvolle voetballer van veertien niet vergeleken mag worden met gearriveerde ster Johan Cruijff op z’n 30ste. Dat is appels met peren vergelijken. Het vergelijken van  dat talent met de veertienjarige Cruijff is echter een heel ander verhaal.

‘Solidariteit en wederkerigheid’

Overal ter wereld proberen regeringen de ‘economie’ van hun land te redden. De Nederlandse regering heeft er, net als de regeringen van vele andere landen, voor gekozen om bedrijven te redden. De Ballonnendoorprikker zou, zoals hij betoogde in De ezel en de steen, een andere insteek hebben gekozen. De eerste regeling die hiervoor werd opgesteld, loopt bijna op z’n einde en er wordt nagedacht over een nieuwe. Vanuit allerlei hoeken krijgt de regering nu adviezen over wat er wel en niet in de regeling moet. Een van die ‘adviseurs’ is Jacco Vonhof, de voorzitter van MKB-Nederland. Vonhof pleit in een gesprek met de Volkskrant voor ‘solidariteit en wederkerigheid’. Volgens Vonhof past een loonoffer hierin.

Vonhof: “een deel van de kosten van de 100 procent doorbetaling aan de werknemer belandt bij de werkgever en dat kunnen veel ondernemers niet nog maanden volhouden.” Op de vraag of daar ook een (loon)offer van de werknemer bij past antwoordt hij: “In onze ogen wel.” Vonhofs MKB-Nederland heeft één doel: “Nederland uit de crisis helpen. Dat is belangrijk voor werkgevers, werknemers en het kabinet.” Daarvoor is solidariteit belangrijk en: “Als je met mensen praat over solidariteit weten ze heel goed dat anderen solidair met hen moeten zijn, maar dat solidariteit wederkerigheid inhoudt, dat vergeten de meesten al snel.” Een offer van de werknemers is, zo betoogt Vonhof, een manier om die wederkerigheid in te vullen. Dat klinkt logisch. We schikken allemaal wat in en dan komen we er samen uit. Of niet?

Laten we eens meegaan in de redenering van Vonhof. De werknemer levert bijvoorbeeld tijdelijk 10% van zijn salaris in. In plaats van 100 krijgt de werknemer maar 90. Nu heeft deze werknemer bijvoorbeeld 97 nodig om al zijn kosten te betalen. De overige 3 reserveert hij voor onvoorziene uitgaven zoals een kapotte wasmachine. Die 90 is te weinig om alle kosten te betalen. De reservering kan als buffer worden ingezet en zo kan de werknemer het wellicht even een maand of twee drie uitzingen. Behalve natuurlijk als die wasmachine net is vervangen. Na die twee of drie maanden loopt het voor de werknemer spaak. Dan duikt de werknemer in de schulden. Dan kan hij zijn rekeningen niet meer betalen. Hoe lossen we dat op?

Gelukkig is Vonhof en zijn club MKB-Nederland van de solidariteit en  wederkerigheid. Dat biedt mogelijkheden. Vonhof en zijn achterban zijn dan vast bereid om de solidariteit van de werknemer ‘wederkerig’ tegemoet te treden. Tegemoet te treden door de prijzen van hun producten, het brood de groenten, de knipbeurt, het kopje koffie op het anderhalve-meter-terras en zeker ook de bij premier Rutte populaire nagelstudio met bijvoorbeeld diezelfde 10% te verlagen. Dit om te voorkomen dat de werknemer ‘failliet’ gaat.

Maar wacht eens even? “We verhogen de prijzen met drie euro per behandeling. Dat lijkt ons schappelijk,” aldus een kapper in de Volkskrant van 7 mei. Schappelijk omdat: “Normaal gesproken knippen we een klant per halfuur, dat wordt nu een klant per uur. We nemen de tijd om de salon te desinfecteren en gaan terug van drie kappers in de salon naar twee.” In hetzelfde artikel figureert ook een Amsterdamse kroegbaas met twintig kroegen: “Met dertig procent bezetting, zou je voor een biertje meer dan tien euro moeten rekenen. Maar daar zit natuurlijk niemand op te wachten.” Hij sluit prijsverhogingen echter niet uit. Hoe wederkerig is dan de MKB’er die Vonhof vertegenwoordigt? Aan de ene kant moet het personeel een salarisoffer brengen om solidair te zijn met de werkgever en aan de andere kant moet hij de prijsverhoging betalen? 

We zijn er echter nog niet. Theaters en reisbureaus verwachten dat die werknemer geen geld terug vraagt voor afgelaste voorstellingen en geboekte reizen. Dan gaat het die werknemer wel erg smal. Daar komt nog bij dat al die miljarden waarmee het kabinet strooit ooit door iemand betaald moeten worden. Miljarden naar bedrijven zoals booking.com die er een sport van maken om zo min mogelijk belasting te betalen. Want die bedrijven steun weigeren of er aan strikte voorwaarden aan verbinden daar heeft: “Het kabinet (…) naar gekeken, maar de uitvoering blijkt te lastig,” zo is bij nos.nl te lezen. Het blijft bij een: “moreel appèl (…) op bedrijven die belasting ontwijken om geen steun aan te vragen.” Hoeveel vertrouwen moeten we hebben in de moraliteit van bedrijven die belastingen ontwijken? Ook die miljarden zal de ‘werknemer’ via de belastingen moeten betalen. ’Ja maar,’ zo zal Vonhof zeggen, ‘dat zijn niet de bedrijven die ik vertegenwoordig. Het MKB zal ook die kosten via de belasting mee moeten betalen’. En dat zou best wel kunnen kloppen. Alleen zal die extra belasting weer worden doorvertaald in de prijs van de ‘knipbeurt’ voor de werknemer. 

Zo wordt solidariteit en wederkerigheid wel erg eenzijdig ingevuld.

‘Until Death do us part’

“U hoort dat goed, wij dienen actief te eisen dat we als volwaardig Nederlander beschouwd worden en dat derhalve etnische registratie wordt afgeschaft.” Dit betoogt Karim Bettache bij Joop. Hierbij sluit ik mij van harte aan. Iedereen die voor de wet gezien een Nederlander is, is een Nederlander. Geen Nederlander met … afkomst, allochtoon, autochtoon of streepjes Nederlander. Nee, gewoon Nederlander. Het staat iedereen vervolgens erin om zichzelf te betitelen als een … Nederlander, Nederlander met … voorouders , gekleurde, witte of blanke Nederlander, Zeeuwse Nederlander of Venlose Nederlander. Dat is aan de persoon zelf, niet aan een ander en zeker niet aan de wetgever. 

Bettache strijdt tegen ‘systemisch racisme’ en in die strijd adviseert hij: “Gekleurde en multi-etnische Nederlanders (maar ook onze witte broeders en zussen) doen er goed aan financieel en sociaal niet meer bij te dragen aan de eigen onderdrukking.” Wat hij hiermee bedoelt? (G)een abonnementen meer op mainstream kranten/gidsen of andere media die weigeren diversiteit toe te laten boven het glazen plafond en daarnaast in hun berichtgeving een generaliserende (witte) kijk communiceren naar u en andere Nederlanders.” En ook niet meer stemmen op: “linkse partijen die enkel mooie praatjes verkopen maar qua beleid niets voor u doen. … Beter is het om op een pluriforme partij als Bij1 te stemmen.” 

Nu las ik bij dekantekening.nl iets bijzonders. In een artikel bespreekt Ewout Klei het al dan niet ‘wit’ zijn van de Nederlandse corona-aanpak. In het artikel staat de vraag centraal: “Worden Afro-Nederlanders harder getroffen door het coronavirus dan witte Nederlanders?” Vanuit het buitenland, en dan vooral Groot Brittannië en de Verenigde staten blijkt dat gekleurde mensen vaker sterven aan corona. Een voorbeeld: “In de stad Chicago is 30 procent van de bevolking Afro-Amerikaans, maar 70 procent van de coronadoden is zwart.” Voor Nederland kan die vraag niet worden beantwoord: “Nederland houdt niet bij wat de etniciteit van coronapatiënten en -doden is.” En dan komt het bijzondere: “BIJ1, de partij van Sylvana Simons, is om deze reden voor het registreren van etniciteit van coronaslachtoffers.” Dat is volgens woordvoerder Quinsy Gario wel nodig: “Deze gegevens zijn noodzakelijk voor het opstellen van een gemeenschappelijk plan van aanpak. Nu worden gemeenschappen buitengesloten van het plan dat is opgesteld omdat er geen gegevens zijn over de schade dat het virus bij hen aanricht. Als je de mogelijkheid om de schade te bepalen bemoeilijkt voor een bepaalde groep ben je bezig met ongelijkwaardige behandeling. En dat is in strijd met artikel 1 van onze grondwet.” 

Zou het werkelijk zo zijn dat ‘gemeenschappen worden buitengesloten omdat er geen gegevens zijn over de schade die het virus bij hen aanricht’? Ik waag het te betwijfelen. Het ‘plan’ is erop gericht de besmetting met het virus zo te controleren dat onze gezondheidszorg niet overbelast raakt. Belangrijk daarin is het voorkomen van besmetting. En als iemand toch besmet raakt, dan wordt die persoon zo goed mogelijk geholpen op basis van de beschikbare kennis. Dat het virus vooral schadelijk is voor mensen aan de onderkant van het loongebouw, is ondertussen al bekend. Dat is ook de oorzaak van de overmatige sterfte van gekleurde mensen in de VS en Groot Brittannië. Dit zal voor Nederland niet veel anders zijn. Een onvoorwaardelijk basisinkomen zou wel eens een middel kunnen zijn om dit, ongeacht de huidskleur, te bestrijden. Dit even terzijde. 

Bij1 wil de etniciteit van corona-doden registreren. Een registratie waar Bettache, met recht en reden, voor de levenden van af wil. Bij leven één bij sterven gescheiden: ‘Until death do us part’.  Wellicht toch even overwegen of Bij1 dan wel de juiste keuze is? 

‘Ellende-ladder’

Identiteit, ik schreef er eind vorig jaar een Prikker over met als titel Hans, en de vraag ‘Wie ben ik’?.  In die Prikker sloot ik me aan bij een uitspraak van Kwame Anthony Appiah: “Ik vind dat je identiteit licht moet dragen….” Omdat: “De aanname dat we een eeuwig, onveranderlijk ik zouden hebben, (…) hoogst twijfelachtig” is. De afgelopen tijd waren we getuige van prachtige voorbeelden van die twijfelachtigheid. Voorbeelden geleverd door Henk Krol en de Kamerleden van Denk. Over die voorbeelden wil ik het niet hebben. Wel over redeneringen en hun gevolgen.

Correspondent Identiteit Valentijn de Hingh vraagt zich in een artikel bij De Correspondent af: “Hoe los je racisme, seksisme en homofobie op? Allemaal tegelijk.” Daarvoor onderzoekt hij ‘Identiteitspolitiek. “Identiteitspolitiek wil zorgen voor meer gelijkheid voor groepen die op basis van bijvoorbeeld ras, etniciteit, seksuele gerichtheid, sekse of genderidentiteit in een maatschappelijke minderheidspositie zitten, en die daardoor in hun dagelijks leven te maken krijgen met allerlei vormen van onrecht en onderdrukking.” In dit artikel komt hoofddocent Literaire en Culturele Analyse Murat Aydemir aan het woord. Volgens Aydemir is: “identiteitspolitiek oorspronkelijk wél bedoeld als brede systeemkritiek.”  Volgens Aydemir hebben we de term te danken aan: “het Combahee River Collective (CRC), een groep Afro-Amerikaanse lesbische feministen uit Boston.” Deze groep legde een relatie tussen ras, gender en klasse. Hun kritiek: “Het feminisme was in die tijd vooral een project van witte vrouwen, waardoor racisme vrijwel onbesproken bleef. De burgerrechtenbeweging had weinig aandacht voor seksisme en homofobie, terwijl de arbeidersbeweging voorbijging aan de manier waarop al deze vormen van onrecht invloed hadden op de economische positie van zwarte vrouwen.” Daaruit concludeerden ze: “If black women were free, it would mean that everyone else would have to be free since our freedom would necessitate the destruction of all the systems of oppression.” Dus: “Door solidair te zijn met zichzelf als zwarte vrouwen, waren de leden van het CRC dus in feite solidair met een heleboel: met vrouwen, personen van kleur, LHBTQIA’ers én mensen in een economische minderheidspositie – hun identiteit verbond ze aan al deze politieke belangen tegelijkertijd.” De Hingh concludeert hieruit: “Goede identiteitspolitiek richt zijn pijlen dus niet op één vorm van onrecht, maar op alle vormen tegelijkertijd. En gaat dus wel degelijk over breed gedragen maatschappelijke verandering.” Laten we deze hele redenering eens wat beter bestuderen.

Wat het CRC zegt is dat je, als je de wereld wilt verbeteren, moet beginnen met het verbeteren van de positie van de Afro-Amerikaanse lesbische feministen. Die worden immers het meest achtergesteld. Als zij het beter krijgen, krijgt iedereen het beter. Immers om hun positie te verbeteren moet je alle ‘systemen’ en ‘belemmerende’ factoren opruimen. De grote denker over rechtvaardigheid John Rawls zou zich hierin kunnen vinden. Zijn uitgangspunt is immers dat iedere maatregel de positie van hen die het slechtst af zijn, het meeste moet verbeteren. 

Een probleem. De hele redenering staat of valt met de ‘ellende-ladder’. De wat? De ‘ellende-ladder’, een woord dat me net te binnen schoot. De Afro-Amerikaanse lesbische feministen van het CRC vinden dat hun ellende het grootst is, dat zij bovenaan staan op de ‘ellende-ladder’. Zij combineren huidskleur, geslacht en klasse en constateren dat zij overal in het nadeel zijn. Zij bedienden zich van ‘intersectioneel denken’ avant la lettre. Denken dat de mens in stukjes hakt: gender, ras, geaardheid, religie, handicap en nog veel meer. Ik schreef er al eerder over naar aanleiding van een artikel van Seada Nourhussen. Of hun positie werkelijk de meest ellendige is, is maar helemaal de vraag. Hoe bepaal je welke groep in de meest ellendige situatie verkeert? Maar ook wie bepaalt dat? In het CRC-denken is dat van belang. Is er immers een groep die nog hoger op de ellende-ladder staat, bijvoorbeeld de zwarte lesbische moslima, dan moet daar de ‘wereldverbetering’ mee beginnen. Het wordt zo belangrijk om de bovenste positie op de ‘ellende-ladder’ in te nemen. En dat is precies wat er gebeurt. Iedere groep ziet zijn positie al meest ellendige.

“Maar uiteindelijk is het wel zaak dat identiteitspolitiek in de toekomst aanstuurt op een allesomvattende, radicale omwenteling van het systeem, zoals het Combahee River Collective het voor ogen had,” concludeert De Hingh. De energie gaat echter op aan de wedstrijd ‘ladder klimmen’ en niet aan het bereiken van een ‘breed gedragen verandering’. Misschien zou het helpen als  ‘identiteit’ een veel minder belangrijke positie zou innemen. Als we onze ‘identiteit’, om Appiah na te spreken, wat lichter dragen en wat meer zoeken naar gezamenlijkheid, naar overeenkomsten. We zijn allemaal mensen die met respect en gelijkwaardig behandeld willen worden. Zou dat niet een goed beginpunt zijn?

Economisch belang(eloos)

Het positieve aan het ‘binnenblijven’ is dat er leuke initiatieven ontstaan. Zo is er een ‘rondleider’ van het Rijksmuseum, die het museum in deze corona-tijd naar je toe brengt. Hij richt zich hierbij vooral op kinderen van de basisschool en dan vooral de basisschool die zijn dochter bezoekt. Een van mijn favorieten is zijn uitleg over Zeven werken van barmhartigheid. Misschien komt dat wel omdat het een goede spiegel is voor bedrijven als boeking.com. En met het redden van bedrijven en kunst kom ik bij een brief van Kunstenaarsvereniging Arti et Amici bij Joop.

“Het is een plicht ervoor zorg te dragen dat niet alleen de grote culturele instellingen deze crisis overleven maar juist ook de individuele kunstenaar die onze planeet met zijn creativiteit, ons aller menselijk kapitaal, leefbaar maakt.” De afsluitende woorden in de brief. De vereniging pleit voor meer steun voor de kunstsector in het algemeen en de kunstenaars in het bijzonder. Want, zo stellen zij: “Ook kunstenaars zijn onmisbaar voor economisch herstel.” Toch wringt er iets bij mij.

De kunstenaars zijn niet de enigen die pleiten voor een ‘aparte’ regeling om door de crisis te komen. Vele andere sectoren gingen hen al voor en vonden een gewillig oor bij de regering. Zoals ik in een eerdere Prikker al betoogde, zou ik liever zien dat de overheid zich richt op het redden van mensen in plaats van bedrijven. Immers om de kunst te redden, moet je de kunstenaar in leven houden. Dat redden kan heel goed via een basisinkomen. Maar daar gaat hij mij in deze Prikker niet om. 

Het gaat mij om de link die alle sectoren leggen naar de ‘economie’, en het ‘economisch herstel’. Kunstenaars moeten, net als de KLM, de kalvermesters, de bloementelers, de cafébazen enzovoorts worden gered omdat ze ‘onmisbaar zijn’ voor de economie en het economisch herstel. Kunst wordt vertaald in ‘banen’ en ‘toeristen’ en die worden vervolgens uitgedrukt in percentages van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Hoe hoger het percentage, hoe belangrijker het is. De ‘economie’ is zo de maat der dingen.    

Hiermee zeggen we eigenlijk dat we ‘werken om te leven’. Nu is werk, en dan vooral betaald werk, de afgelopen decennia heilig verklaard. Werk is, of beter gezegd wordt gezien, als de hoogste vorm van maatschappelijke participatie en de beste manier om in te burgeren. Zonder werk neem je niet deel aan de samenleving. Werk zorgt voor structuur in het leven van mensen. En zo kan ik doorgaan met het benoemen van eigenschappen die we verbinden aan het hebben van werk. We stemmen het onderwijs erop af, bereiden kinderen voor op hun plek op de arbeidsmarkt, dus op werk. Volwassenen moeten een leven lang leren om hun ‘employability’ te vergroten.

Door al deze zaken exclusief te verbinden aan betaald werk, lijkt werk onmisbaar te worden voor het goede leven van een mens. Inderdaad werk zorgt voor structuur, kan sociale contacten opleveren, kan je eigenwaarde een boost geven, kan bijdragen aan het veroveren van je plek in de samenleving. Dat kan allemaal. Participeren, inburgeren, deelnemen aan de samenleving, structuur hebben in je leven, het kan allemaal óók zonder werk.

Wat als we het omdraaien? Wat als we gaan werken om te leven? Als we die vraag vertalen naar de crisis van nu en het ‘redden’ van bedrijven: wat dragen die sectoren bij aan het leven? Zou het kunnen dat we dan heel andere keuzes zouden maken? Wat dragen de KLM, booking.com en kunst bij aan het leven? Zouden we dan nog steeds zoveel geld uittrekken om ‘onze blauwe trots’ in de lucht te houden? Wellicht blijkt dan dat wat economisch belangeloos is wel eens van het grootste belang te zijn. Misschien sluiten die keuzes wel aan bij die zeven werken van barmhartigheid?

PS. Fedor bedankt voor je ‘thuismuseum’. Het brengt mij een lach en die vind ik van groot belang!

Pijlstaart tv: het thuismuseum

De ander verwijten wat jezelf nalaat

Het is sport om een schuldige ergens voor te zoeken. Zo pokeren de Verenigde Staten en China nu over de vraag wie er schuldig is aan het coronavirus. Een vraag die heel eenvoudig is te beantwoorden: het virus. Dat veroorzaakt immers ziekte en sterfte bij mensen. Een virus dat waarschijnlijk van een dier op een mens is overgesprongen en die mens heeft, zonder opzet, anderen ermee besmet. Dat antwoord voldoet in dit pokerspel niet. Nee, er moet ‘iets’ of liever ‘iemand’ zijn die de schuld kan krijgen. Voor de Amerikaanse president Trump is dat de Chinese regering. En dat iets, is een laboratorium. Dit terwijl een groep van wetenschappers in maart al concludeerden dat: “It is improbable that SARS-CoV-2 emerged through laboratory manipulation of a related SARS-CoV-like coronavirus.”  

“Horrifying. US intel confirms the Chinese Communist Party knew at the highest levels the #CoronavirusOutbreak would turn into a global pandemic, so much so that they secretly changed their policies to stockpile medical equipment & hide imports/exports.” Aldus een tweet van republikeins senator Ted Cruz. Gevolgd door: “This should be a wake up call for anyone who still defends China. The Chinese Communist Party engaged in a global coverup endangering millions & they have blood on their hands.” Nieuws dat ook de Nederlandse site De Dagelijkse Standaard met veel aplomb brengt. Zie je wel die Chinezen wisten al in januari dat het virus zeer besmettelijk was en ‘hamsterden spullen’, zo zeggen de Amerikanen.

Als we de bekende informatie kort op een rij zetten, dan maakt de Chinese arts Li Wenliang op 30 december 2019 melding van patiënten met een op SARS lijkend virus. Hiervoor wordt hij vier dagen later op het matje geroepen door de ‘autoriteiten’ zo is te lezen op de site van de NOS. Dat is achteraf natuurlijk niet zo handig van die autoriteiten. Echter, niet veel later op, 31 december 2020, maakt, zo is te lezen op de site van de WHO, de Wuhan Municipal Health Commission, melding van een cluster van gevallen van longontstekingen met een onbekende oorzaak. Als we terugrekenen dan moeten die mensen zo half december in aanraking zijn gekomen met het virus. Patiënt één zou dan wellicht een maandje eerder moeten zijn besmet. Op 10 januari 2020 vaardigde de WHO een pakket richtlijnen uit met daarin advies over hoe zieken op te sporen en te testen en over hoe zorgmedewerkers te beschermen. Op 12 januari 2020 is de genetische sequentie van het virus bekend. Ondertussen loopt het aantal patiënten in China snel op en een dag later is het eerste geval buiten China er. De rest is wel bekend. 

Dan is het niet zo vreemd dat de Chinezen: “changed their policies to stockpile medical equipment & hide imports/exports.” Dat de “CoronavirusOutbreak would turn into a global pandemic,” was in China bekend. Die pandemie was in januari in China al een feit. Omdat China het eerst werd getroffen, moest het ook als eerste maatregelen nemen. Andere landen hadden daarvoor meer tijd. Belangrijkste maatregelen die men kon nemen: de ziekenhuiscapaciteit vergroten inclusief ic-bedden met alles erop en eraan dus ook verpleegkundigen en artsen, testmateriaal inkopen, een voorraad medicijnen aanleggen of maken en een flinke voorraad beschermende kleding inclusief het ‘kledingstuk van het jaar’ het, mondkapje. Het ene land ging daarmee wat voortvarender aan de slag dan het andere. Wie herinnert zich nog de beelden met bulldozers en kranen in China die helpen een noodhospitaal uit de grond te stampen? Als je zoiets doet, dan verzamel je natuurlijk ook spullen om het te vullen. Dan verzamel je beademingsapparaten, medicijnen en beschermende materialen. Zoals we het nu kunnen overzien, hebben de Verenigde Staten onder leiding van Trump daar flink wat steken laten vallen. Nogal bijzonder om de ander te verwijten dat die heeft gedaan wat je zelf hebt nagelaten.