De vos, de lama en het racismegesprek

Volgens Vera Mulder van De Correspondent is het gesprek over racisme te simpel: “Frustratie, gevaar, perceptie, onwetendheid, intentie, emotie; allemaal inherent aan het gesprek rond racisme, maar vind er maar eens je weg doorheen. Ze compliceren praten over racisme en dat zorgt er ironisch genoeg voor dat het gesprek zélf vaak oppervlakkig blijft, versimpeld wordt zodat het makkelijk is om kanten te kiezen, dingen te vinden.” Daarom heeft zij met een collega een leeslijst gemaakt om dat gesprek beter te kunnen voeren. Ik denk dat er iets anders aan de hand is.

astronomie, achtergrond, sterrenbeeld, kosmos, donker, mist, sterrenstelsels, oneindigheid, lange blootstelling, Melkweg, humeur
Zoek de vos en de lama. Bron: https://www.pikist.com/free-photo-srqzb/nl

Dat ik nu deze tekst typ en dat u, mijn lezer, deze nu leest, dat doet u bewust. Dat is een bijzondere eigenschap van onze hersenen. Hersenen die Tom Phillips in zijn boek De mens. Een kleine geschiedenis van onze grootste fuck-ups beschrijft als: “… een uiterst opzienbarende machine. We kunnen patronen zien in onze omgeving en daaruit alles opmaken over de wereld en hoe die werkt. We kunnen ons een complex beeld vormen dat meer inhoudt dan wat we met eigen ogen kunnen zien. Vervolgens kunnen we op basis van dat mentale beeld allerlei gedachtesprongen maken en ons veranderingen in de wereld voorstellen die onze situatie kunnen verbeteren. We kunnen die ideeën bespreken met onze medemensen, zodat anderen er verbeteringen aan kunnen toevoegen die we zelf nog niet hadden bedacht zodat kennis en uitvindingen een gemeenschappelijk project worden dat we van generatie op generatie kunnen doorgeven. Vervolgens kunnen we anderen overhalen om samen te werken aan een plan dat voorheen alleen in ons hoofd bestond, en daarmee kunnen we doorbraken bereiken die niemand in zijn eentje zou kunnen maken.”

Van het gros van het werk van onze hersenen zijn we ons echter niet bewust. Tijdens dit typen en voor u het lezen, doen onze hersenen nog veel meer. Ze zorgen ervoor dat onze darmen doorwerken, dat het hart blijft pompen, dat we blijven ademen, dat de lever haar werk doet enzovoorts. Dat gebeurt allemaal op de ‘automatische piloot’. Sterker nog, het gros van dat werk kunnen we zelfs niet ‘bewust’ aansturen. Het immuunsysteem reageert op binnendringende virussen zonder dat ik weet dat ze zijn binnengedrongen. Pas als ik ziek wordt, ben ik me ervan bewust dat er iets is ‘binnengedrongen’. Mijn hersenen wisten dat echter al veel langer. Die waren al veel eerder bezig met het organiseren van mijn ‘verzet’.

Dat is echter niet het enige wat onze hersenen onbewust doen. Sterker nog, de overgrote meerderheid van alle beslissingen die we als mens nemen, gebeuren op de automatische piloot. Die automatische piloot zorgt ervoor dat we iets gedaan krijgen. Als we die niet hadden en alles moesten over- en doordenken alvorens we zouden handelen, dan waren we allang uitgestorven. Dan was het ons nooit gelukt om al die roofdieren die het op ons hadden gemunt te weerstaan. Gegrom betekende ‘wegwezen’ en niet eerst overleggen of het een beer, leeuw, tijger of lynx was en vervolgens, afhankelijk van de conclusie die we trokken, besluiten wat te doen.

In onze moderne samenleving levert dat echter de nodige problemen op. Die ‘automatische piloot’ bepaalt ook onze eerste indruk die we van medemensen hebben. En die indruk kan ons behoorlijk misleiden. Onze hersenen bepalen die eerste indruk namelijk op het ‘vriend -vijand-’ of ‘veilig-onveiligschema’. Dit gebeurt onbewust op basis van de overeenkomsten en verschillen tussen jou en degene die je ontmoet. Hoe meer overeenkomsten, hoe meer kans op ‘vriend’ of ‘veilig’ en omgekeerd.

In zijn boek Ons feilbare denken noemt Daniel Kahneman die automatische piloot ‘systeem 1’ en dit zet hij af tegen ‘systeem 2’. “Systeem 1 werkt automatisch en snel, met weinig of geen inspanning en gevoel van controle. Systeem 2 omvat bewuste aandacht voor de mentale inspanningen die worden verricht waaronder ingewikkelde berekeningen. De werking van systeem 2 wordt vaak gekoppeld aan subjectieve ervaring van handelingsvermogen, keuze en concentratie.” Systeem 2 vraagt aandacht, je moet je concentreren en focussen. Van dergelijke activiteiten kunnen onze hersenen er maar één tegelijk uitvoeren. Dit in tegenstelling tot systeem 1, dat draait om multitasken. Die eerste indruk wordt gevormd met systeem 1 en die indruk toetsen of het werkelijk zo is, moet met systeem 2 en dat kost tijd en moeite en dan gaat het nog wel eens fout.

Onze ‘grijze massa’ is namelijk geen perfect functionerende machine. En eigenlijk is het zelfs niet één machine, het zijn er meerdere. Meerdere hersenendelen, in totaal 21, die ons samen maken tot wat we zijn. Onze hersenen zijn, in de woorden van Phillips:  “… niet het resultaat van een afgewogen ontwerpproces dat als doel had de best mogelijke denkmachine te creëren, maar eerder bestaan (ze) uit een los-vaste verzameling lapmiddelen, broddelwerk en afstekertjes die onze verre voorzaten twee procent beter maakten in het vinden van voedsel of drie procent beter in het communiceren van dingen als: ‘O shit, pas op, een leeuw.’” Nee, verre van dat zelfs. Ja, onze hersenen zijn goed in het zien van patronen. Maar, aldus Phillips: “Het probleem daarmee is dat onze hersenen daar zo op zijn gebrand dat ze overal patronen gaan zien, zelfs waar ze helemaal niet zijn.” Dat kan heel onschuldig: “… als je alleen maar ’s nachts naar de sterren wijst en iets roept als: ‘O, kijk, dat is een vos die achter een lama aanzit.’” Het wordt problematisch aldus Phillips: “Zodra het imaginaire patroon dat je ziet (…) iets wordt als: ‘De meeste misdrijven worden gepleegd door een bepaalde etnische groep’. Als dus het bekende spreekwoord over de hamer en de spijkers haar intrede doet.

Het gesprek over racisme lijkt een gesprek tussen aan de ene kant ‘activisten’ die overal ‘(institutioneel) racisme en racisten’ zien en aan de andere kant mensen die wellicht ‘vossen achter lama’s’ zien rennen maar geen achterstand en zeker geen racisme. En zoals meestal, ligt de waarheid ergens in het midden. Alleen loop je in dat midden grote kans om als spijker te worden gezien door de beide zijden. Ik denk dat het gesprek over racisme daarom geen diepgang krijgt en we niet tot oplossingen komt.

Witwasprogramma

“‘Ik zie geen kleur.’ Zeven jaar geleden zei ik zelf nog vol overtuiging als het over racisme ging. Nu, zeven jaar later, schaam ik me als ik het teruglees. En schaam ik me plaatsvervangend als ik het iemand hoor zeggen.” Zo begint een artikel van Rob Wijnberg bij De Correspondent. In het artikel legt Wijnberg uit wat hij heeft geleerd van het: “luisteren naar wat mensen die er daadwerkelijk ervaring mee hebben erover zeggen.” Nu gaat het mij niet om Wijnbergs verandering van gedachten, maar om een reactie van OluTimehin Adegbeye. Zij schrijft voor de Amerikaanse versie The Correspondent. Ik moest een paar keer slikken toen ik las wat ze schreef.

WORD LEADERS ARE BRAINWASHING ALL MANKIND" | Um... WORLD LE ...
Bron: Flickr

Adegbeye in haar reactie: “And because of the way racism functions, white people are socialised to dismiss, disbelieve or discredit the ideas and words of black people or people of colour.” Daar wordt nogal wat beweerd: ‘door de manier waarop racisme werkt, zijn blanken gesocialiseerd om ideeën en woorden van mensen met een andere huidskleur ter zijde te schuiven, niet te geloven en in diskrediet te brengen.’ Blanken worden dus gehersenspoeld door racisme? En het wordt niet geformuleerd als een vraag, nee het wordt geponeerd als een feit.

Zoals menigeen terecht beweert, moet je over racisme niet debatteren, je moet het bestrijden. Wat we echter wel moeten bestrijden zijn de bijzondere theorieën die de, om ze zo maar te noemen, activisten hanteren. Wat hebben we al voorbij zien komen? In mijn vorige Prikker besteedde ik aandacht aan de bijzondere redenering dat racisme door zwarte mensen tegen blanken niet bestreden hoeft te worden. Al meer dan eens heb ik het bijzondere ‘culturele archief’ van Gloria Wekker besproken. Recentelijk nog in een Prikker met die naam. Of het gemak waarmee achterstanden van mensen worden verklaard door ‘racisme’ te roepen. Ook de sociale theorie van de ‘intersectionaliteit’ heb ik al meer dan eens van kritische kanttekeningen voorzien. Helaas wordt kritiek op hun theorie door de aanhangers ervan meestal geïnterpreteerd als een bevestiging van hun gelijk. Een bevestiging die een inhoudelijke reactie op de kritiek niet meer nodig maakt. En ook het gebruik om ‘op de man’ te spelen door niet op de kritiek in te gaan maar de degene die de kritiek levert te diskwalificeren.

Agdebeye gaat nog een stapje verder. Ze beweert dat blanken worden gehersenspoeld om mensen met een andere huidskleur in diskrediet te brengen en aan de kant te schuiven. Wie heeft dan dat, om het zo te zeggen, ‘witwasprogramma’ bedacht waarmee de blanken worden gehersenspoeld? En, wanneer is dat bedacht en ingevoerd? Nee, ik vrees dat deze theorie gewoon in het rijtje met de ‘5G en corona’, ‘pizzagate’ en de ‘flat earthers’ past. En wat bijzonder is, niemand van haar mede-correspondenten bevraagt haar hierover en stelt wat zij zegt ter discussie.

En wat het echt bijzonder maakt. Agdebeye maakt deze opmerking in een gesprek over racisme. Grenst haar opmerking niet aan racisme? Worden blanken hier niet gestigmatiseerd?

Racisme bestrijden door het te tolereren?

‘Schiet mij maar lek. Ik begrijp het niet meer’. Dat dacht ik toen ik een artikel van de Keniaans-Nigeriaanse schrijfster Valerie Ntinu bij OneWorld las. Dat dacht ik bij het lezen van de zin: “Desondanks weiger ik de uitingen van scepsis en twijfel van een achterdochtig zwart publiek, dat hoogstwaarschijnlijk door witte suprematie is benadeeld, te bekritiseren.”  Ntinu heeft een blanke vriend en krijgt van zwarte mensen hierover vaak te horen: “Hoe kon je?” Of: “Hij zal je leven verwoesten.”

circular reasoning works because
Bron: https://freesvg.org/circular-reasoning-works-because

Racisme en discriminatie staan vol in de aandacht en je kunt geen scheet meer laten of de kleur (of bij een scheet liever de geur) ervan wordt besproken. In de gesprekken, discussie en debatten erover moet vooral het licht gekleurde (blanke) deel van de bevolking het ontgelden. Zij houden een ‘institutioneel racistisch’ systeem in stand dat is gebaseerd op een ‘cultureel archief’ dat iedereen met racisme indoctrineert. Dit om het ietwat overdreven maar scherp te stellen. Bij dit vertoog heb ik in verschillende Prikkers al de nodige kanttekeningen geplaatst. Dat heb ik ook op diverse sites in discussies gedaan. Omdat mijn kanttekeningen niet in het vertoog van velen die zich ‘activist’ noemen passen, krijg je het nodige naar je hoofd geslingerd. Van cirkelredeneringen zoals: ‘door je ontkenning van je ‘witte privilege laat je zien dat je dat privilege hebt, want door het te ontkennen heb je het’ tot verwijten van ‘xenofobie’.

Blanke mensen die Ntinu en haar vriend verkeerd behandelen, krijgen een veeg uit de pan. Immers: “De schaamteloze staarders en ongevraagde commentators zijn meestal oudere witte stellen, achterdochtige winkelbedienden of baldadige dronkaards. Ik weet nog goed hoe een witte man in een Berlijnse metro ‘ebola’ tegen me schreeuwde en tegen mijn vriend, toen hij zich erin mengde, zei: “Waarom verdedig je haar? Ben je een jood?” Wij reageren met onverschilligheid, rollende ogen of, in dit geval, mijn middelvinger vergezeld door een aantal krachtige woorden van zowel mijn vriend als mijzelf.” Of de manager in de brillenwinkel waar u het over heeft: “Terwijl we door de winkel liepen, merkte ik dat de manager ons zonder iets te zeggen volgde. Als zwart persoon groei je op met dergelijke verhalen, die soms worden gebracht als een soort inwijdingsritueel, waar je desondanks nooit echt op voorbereid bent wanneer het je uiteindelijk zelf overkomt. Ik gaf mijn partner de opdracht een paar stappen bij me vandaan te zetten om te beoordelen wie ze precies volgde, hem of mij. Toen hij wegliep, bleef ze bij mij in de buurt, wat voor mij genoeg aanleiding was om haar te confronteren. Hierop beweerde ze heel zelfverzekerd dat ze dit deed omdat ze niet wilde dat haar winkel werd beroofd. We beschuldigden haar ervan onwetend, dwaas en racistisch te zijn. Zulke mensen zijn, net als de meeste witte racisten, onnadenkend en slecht geïnformeerd. Ze bewijzen dat een gevoel van onzekerheid vaak samengaat met een witte-superioriteitscomplex.” Terecht dat Ntinu daar wat van zegt en zich hierover uitspreekt. Al zou ik dat niet op een beschuldigende manier doen, maar op een vragende manier. Behalve dan die baldadige dronkaards, die zou ik negeren.

Maar vanwaar dat begrip voor zwarten die een blanke vriend racistisch benaderen? Als racisme moet worden bestreden, en dat moet het, dan moet alle racisme worden bestreden. Dus ook racisme door zwarte mensen jegens blanken. Het argument dat het: “een achterdochtig zwart publiek, dat hoogstwaarschijnlijk door witte suprematie (…) benadeeld (is),” mag geen reden om dergelijk racisme te tolereren. Immers, als het echt zo is als de theorie van ‘witte suprematie, onschuld’ et cetera beweert, dan zijn ook die ‘blanke racisten’ slachtoffer van die theorie. Waar komt de idee vandaan dat door het bestrijden van zwart racisme: “het trauma dat zwarte mensen in Nederland, Europa en Afrika door toedoen van witte elites en instellingen ervaren, zou bagatelliseren of zelfs ontkennen?” Dus om het trauma dat zwarte mensen ervaren te erkennen, moeten we racisme tolereren? Om de uitspraak gedaan door een Amerikaanse officier tijdens de Vietnamoorlog over het vernietigen van het dorp om het te redden, te parafraseren: ‘om racisme te bestrijden moeten we racisme tolereren.’

Schuld en verantwoordelijkheid

“Er bestaat zoiets als verantwoordelijkheid voor dingen die je niet hebt gedaan: je kunt ervoor aansprakelijk worden gesteld. Maar er bestaat niet zoiets als schuldig zijn aan of je schuldig voelen over dingen die zijn gebeurd zonder dat je daar zelf actief aan hebt deelgenomen. Dit is een belangrijk punt, waard om luid en duidelijk te worden gesteld op een tijdstip waarop zoveel weldenkende progressieve blanken bekennen dat ze zich schuldig voelen ten aanzien van de problemen van zwarten.” Een zeer actuele uitspraak. Toch zijn dit de eerste zinnen van een lezing die de filosofe Hannah Arendt op 27 december 1968 gaf op een conferentie van de American Philosophical Society. Een lezing met als titel Collectieve verantwoordelijkheid. Een ook nu, nu er flink wordt gedebatteerd over racisme, slavernij en kolonialisme, een zeer actuele lezing.

De bundel waarin de toespraak Collectieve verantwoordelijkheid is opgenomen. Eigen foto

Arendt maakt onderscheid tussen schuld en verantwoordelijkheid. Schuldig ben je alleen voor daden die jezelf hebt begaan. Schuld “zondert (…) je altijd af; zij is strikt persoonlijk.” Als iedereen schuldig is dan is er niemand schuldig, zo betoogt Arendt: “We zijn allemaal schuldig,” zo was, aldus Arendt, de eerste reactie van de Duitsers op hetgeen het nazi-regime de joden had aangedaan. Die uitspraak, zo betoogt zij: “die op het eerste gehoor zo aanlokkelijk klonk,” heeft: “in feite alleen maar gediend om mensen die werkelijk schuldig waren in aanzienlijke mate van blaam te zuiveren. Waar iedereen schuldig is treft niemand blaam.”  

Je kunt wel verantwoordelijk zijn voor daden die je niet hebt begaan. Er is dan sprake van collectieve verantwoordelijkheid. Van collectieve verantwoordelijkheid is sprake als er aan twee voorwaarden is voldaan: “ik moet verantwoordelijk worden gehouden voor iets wat ik niet heb gedaan en de reden van mijn verantwoordelijkheid moet mijn lidmaatschap zijn van een groep (een collectief) dat door geen enkel vrijwillig ingrijpen van mezelf tenietgedaan kan worden, dat wil zeggen een lidmaatschap dat in niets lijkt op een zakelijk partnerschap dat ik naar believen kan beëindigen.” Om duidelijk te maken wat collectieve verantwoordelijkheid niet is, geeft Arendt een voorbeeld van duizend geoefende zwemmers op een strand die een verdrinkende man niet te hulp schieten. Die duizend zijn niet collectief verantwoordelijk omdat er geen sprake is van een groep waarvan zij lid zijn. Toch kunnen zij schuldig zijn aan het verdrinken. Daarover kan een rechter in een rechtszaak beslissen, maar dan moet die schuld per individu worden aangetoond.

Collectieve verantwoordelijkheid is daarmee, zo betoogt Arendt, altijd politiek van aard: “of het zich nu voordoet in de oudere vorm, waarbij een gemeenschap de verantwoordelijkheid op zich neemt voor wat een van haar leden gedaan heeft, of in vormen waarin een gemeenschap verantwoordelijk wordt gehouden voor wat in haar naam is gedaan.” Deze laatste vorm kennen we als de politieke verantwoordelijkheid van een minister of de hele regering voor daden van eerdere ministers en regeringen.

Wat zien we, als we met de ogen van Arendt naar de huidige discussie kijken? Als eerste is er niemand in het huidige Nederland schuldig aan de trans-Atlantische slavenhandel. Dat wil niet zeggen dat er niemand schuldig is aan slavernij. Ook tegenwoordig kennen we immers nog slavernij en mensenhandel en als we die nog kennen, dan maken er zich ook mensen aan schuldig.

Wat we ook zien is dat activisten rond Sylvana Simons en Gloria Wekker spreken van schuld. Door te spreken over ‘wit privilege’ en ‘witte onschuld’ leggen zij een collectieve schuld neer bij blanken. Zij wijzen iedereen met een blanke huidskleur als schuldig aan racisme aan. Als Arendt het bij het rechte eind heeft, dan helpen ze daar de echte racisten mee. Die kunnen zo schuilen in de groep ‘blanken’. En die groep voelt zich, voor het overgrote deel terecht, niet aangesproken. Zij maken zich niet ‘schuldig’ aan racisme en zijn niet geïndoctrineerd met een ‘cultureel archief van witte superioriteit’. Daarom verzetten zij zich terecht tegen deze beschuldiging en in dat verzet kunnen de echte racisten veilig schuilen. En daarmee lijkt Arendt gelijk te krijgen.

Wat als er niet over schuld, maar over verantwoordelijkheid zou worden gesproken? En nee, niet over verantwoordelijkheid voor het ‘racistische kolonialisme dat de oorzaak zou zijn van het huidige racisme’, maar over verantwoordelijkheid voor een samenleving waarin iedereen als persoon van gelijke waarde wordt behandeld. Zou dat tot een echt gesprek leiden? Een gesprek dat ons allemaal verder helpt?

The chances of anything coming from Mars

“The chances of anything coming from Mars. Are a million to one, he said. The chances of anything coming from Mars, Are a million to one, but still, they come.” Aldus Jeff Wayne in zijn lied The Eve Of War. Ik moest denken aan dit nummer toen ik op NOS.nl las dat NASA en ESA een missie naar Mars sturen om: “voor het eerst Marsgrond (te) verzamelen om terug te sturen naar de aarde.” Niet helemaal zoals Wayne zingt, want toen namen de Martianen het initiatief, nu ‘wij’ Aardlingen. Maar toch ‘the chances of antything coming from Mars’ worden groter. Of ze groter worden dan ‘a million to one’ weet ik niet want er kan, zo lees ik, veel misgaan. Ook moest ik denken aan het boek De Mens van Tom Phillips.

Bron: WikimediaCommons

Een boek met als bijzondere ondertitel: Een kleine geschiedenis van onze allergrootste fuck-ups. Phillips over zijn intentie met het boek: “Dit is een boek over mensen en ons opmerkelijke vermogen om van alles en nog wat te verkloten. Over de reden dat er voor elke prestatie waar we als soort trots op mogen zijn (kunst, wetenschap, cafés) altijd iets anders is waarbij je alleen maar vol verbijstering en wanhoop je hoofd kunt schudden (oorlog, vervuiling, de trieste cafés op vliegvelden).” In het boek een mooie verzameling van dergelijke ‘fuck-ups’ zoals het meenemen van dieren en planten naar andere continenten. Dieren zoals in 1859 konijnen naar Australië alwaar ze geen natuurlijke vijanden hebben. En ja, aldus Phillips: “Het punt met konijnen is dat ze fokken als … Juist ja.”  Met als gevolg: “In de jaren twintig van de vorige eeuw, op het hoogtepunt van de konijnenplaag, werd de Australische konijnenpopulatie geschat op tien miljard. Dat is zo’n tweeduizend konijnen per vierkante kilometer.”         

Phillips besteedt ook aandacht aan een jongen van twaalf op het Russische schiereiland Jamal die in 2016 stierf aan miltvuur. “In dat gebied was al vijfenzeventig jaar geen miltvuur voorgekomen,” en nu dus wel. Wat was er gebeurd? “(D)e uitbraak vond plaats tijdens een zomerse hittegolf waarin de temperaturen vijfentwintig graden hoger uitvielen dan normaal. De hittegolf smolt de permafrost die Siberië overdekt, waardoor ijslagen ontdooiden en bloot kwamen te liggen die decennia eerder waren bevroren, met daarin diepgevroren karkassen van rendieren die in 1941 waren bevroren tijdens de laatste miltvuuruitbraak.” En dat was precies wat vijf jaar eerder twee wetenschappers hadden voorspeld: “als de aarde nog meer zou opwarmen: dat (dan) de permafrost stukje bij beetje zou verdwijnen en dat allang verdwenen historische ziekten dan hun weg naar de wereld zouden vinden.”

“De missie is een noodzakelijke stap om ervaring op te doen om ooit mensen op Mars te laten landen … (en) (u)iteindelijk hopen wetenschappers met de bodemmonsters beter te begrijpen hoe de omstandigheden waren op Mars miljarden jaren geleden, toen de planeet nog een dichtere atmosfeer had en er water stroomde.” Allemaal erg interessant maar laten we hopen dat het staaltje van menselijk technische vernuft dat spullen naar Mars stuurt en ze weer terughaalt, geen allang verdwenen historische Martiaanse ziektekiemen meebrengt. Dat we deze ‘missie’ niet aan het rijtje ‘fuck-ups’ moeten toevoegen. Wil je meer van die ‘fuck-ups’ weten, lees het boek van Phillips. Het is leuk geschreven en bevat de nodige humor.

Raadselachtige wetenschap

De universiteiten van Rotterdam, Delft en Leiden hebben het ‘Centre Governance of Migration and Diversity’ opgericht, zo lees ik bij De Kanttekening. Op die site een interview met Peter Scholten, professor Migratie- en Diversiteitsbeleid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de ‘chef’ van dit nieuwe kenniscentrum. “We bundelen de expertise van drie universiteiten, om zo sterker te kunnen zijn in het analyseren van migratie- en diversiteitsvraagstukken.” Zo zegt Scholten. “Wij willen als centrum bijdragen aan de kwaliteit van het maatschappelijke debat. Er zijn heel veel opinies en meningen over migratie en die zijn ook belangrijk, maar er mag meer kennis in dat debat komen. Wat werkt wel en wat niet?” Dat klinkt goed. Toch roept het interview wat bijzondere vragen bij mij op.

Bron: http://studiezaal.nijmegen.nl/ran/_detail.aspx?xmldescid=240990

Zo zegt Scholten: “De aard van migratie is ook veranderd. Vroeger kwam een migrant hier aan en vestigde zich hier. Nu wordt meer gesproken over ‘mobiliteit’. Mensen migreren soms vaker en verblijven vaker tijdelijk ergens.” Ik vraag me af of de hedendaagse ‘migratie’ werkelijk zoveel anders is dan in het verleden. Is die ‘mobiliteit’, het vaker verkassen en je op een andere plek vestigen werkelijk iets nieuws? Als ik me de paar afleveringen van het programma Verborgen Verleden die ik heb gezien, in herinnering roep, dan valt het op dat de ‘voorvaderen van bekende Nederlanders’ geregeld verkasten naar een andere plek en zelfs binnen een generatie. Neem Bijvoorbeeld Karl Marx, geboren in Trier en vervolgens via Keulen, Parijs en Brussel uiteindelijk in Londen gestorven. Of de Fransman René Descartes, geboren in Frankrijk, gestorven in Stockholm, maar een groot deel van zijn leven woonachtig in de Republiek der Zeven Provinciën. En zo zijn er veel meer. Maar niet alleen ‘bekende’ personen. Ook veel ‘werkvolk’ trok van plek naar plek op zoek naar werk. Zweden naar diezelfde Republiek als zeelieden. Zwitsers en Duitsers als soldaten in de leger van de Republiek. De vele trekarbeiders die met de seizoenen naar andere werk migreerden. Dat lijkt verdacht veel op de huidige vormen van migratie.

Echt ‘flabbergasted’ om er eens een Engelse term in te gooien, ben ik echter van de antwoorden op twee vragen. Laat ik met de eerste beginnen: “ Wat is er in het verleden fout gegaan?” Daarop antwoordt Scholten: “Dit gaat al eeuwen fout. Wat daar ook fout aan is, is dat we er geen adequate reactie op hebben. Nu komt dat bewustzijn. Dat is positief, het heeft de aandacht, en nu doorpakken. Geen woorden maar daden. Wij als wetenschappers hebben nu de verantwoordelijkheid om bij te dragen dat dit momentum wordt gegrepen en wordt vertaald naar concrete acties. Wat kun je nou precies doen? Ik denk dat veel mensen, ambtenaren, zich afvragen wat er concreet moet veranderen.” Huh? Nu weet ik nog niet wat er fout is gegaan en nu nog steeds fout gaat en waar we iets aan moeten doen. Als er al iets is ‘fout gegaan’ want dat lijkt Scholten voetstoots aan te nemen.

Een kenniscentrum dat iets gaat onderzoeken maar niet weet wat en alleen constateert dat er geen ‘adequate reactie’ is op dat ‘wat’ dat ze niet kennen. Dit terwijl Scholten eerder vermeldt dat: “Institutioneel racisme (…) nu erg onder een vergrootglas (ligt). Een uniek moment van maatschappelijke bewustwording, maar dat is er helaas al generaties lang.” Dan zou je toch verwachten dat er een antwoord volgt dat aangeeft hoe dat racisme generaties lang ‘institutioneel’ is geworden. En dat het kenniscentrum daar nog dieper in duikt. Nu is ‘institutioneel racisme’ een zo vaag begrip dat alles eronder kan vallen. En als alles eronder kan vallen, is er natuurlijk ook altijd sprake van institutioneel racisme.

Het wordt alleen maar vager na de tweede vraag: “Wat moet er concreet veranderen volgens u?”  Wat is volgens Scholten dan wel een adequate reactie: “Als ik het concreet maak, dan is er de neiging om het te versimpelen. Maar iedereen, ook bedrijven en de overheid, moet kritisch kijken naar welk beeld ze willen uitstralen als ze iemand aannemen, welk taalgebruik daarbij hoort. Maar als ik nu zeg wat er concreet veranderd moet worden, dan suggereer ik misschien dat er een soort quick fix is en die is er niet. Er is wel wat aan te doen, maar dat moeten structurele aanpassingen zijn, waar een lange adem voor nodig is en wat een hoge mate van betrokkenheid vergt. De politiek moet hier ook echt wat mee gaan doen. Het staat nu wel op de politieke agenda, maar het moet zich gaan vertalen van woorden naar daden.”

Wat het centrum wel al weet: “Ons centrum steunt Black Lives Matter. De recente protesten, zowel in Europa als in de Verenigde Staten, bieden een gelegenheid om na te denken over de wijdverspreide gevolgen en bijzondere uitingen van racisme. … Wij willen onze verantwoordelijkheid nemen om ervoor te zorgen dat we ons ethisch, gezamenlijk en inclusief inzetten voor ons wetenschappelijk werk, om het herstel van het institutioneel racisme te erkennen en te heroriënteren.”  

Een bijzonder kenniscentrum. Bijzonder omdat het zich baseert op twee aannames. Als eerste dat de ‘aard van migratie nu anders is dan vroeger’, als tweede dat er al eeuwen ‘iets fout gaat’. Bijzonder omdat het uitgaat van een begrip, institutioneel racisme’, dat zo alomvattend en dus vaag is dat alles eronder kan vallen. En als laatste bijzonder omdat het op voorhand al een actiegroep steunt. Een wetenschappelijk raadsel met grote kans op raadselachtige wetenschap?

Activistisch ontmenselijkt

“Gespreksleider Ou-Oumar maant de directeur om ook na deze avond in gesprek blijven met de kritische medewerkers. ‘Ben je bereid naar hen te luisteren, en niet in twijfel te trekken wat ze zeggen?’, vraagt ze Wertheimer. ‘En accepteer je dat het niet meer aan jou is, maar aan hen en hun gevoelens?’ Na een aarzeling stemt Wertheimer in. Een lauw applaus stijgt op uit de zaal.” Een wel heel bijzonder passage uit een artikel van Ashwant Nandram in de Volkskrant. Het artikel bespreek de problemen bij wat tot voor kort, als ik het artikel moet geloven ‘de vooruitstrevende en inclusieve club’ van Nederland was: De School.

person, holding, signage, protest, protest action, group of people ...
Bron: Piqsels

Eerst even in het kort wat het probleem is. De School bestaat uit: “een nachtclub, maar heeft het ook een café, restaurant, expositieruimte en sportschool,” en is het werk van twee ondernemers: Ernst Mertens en Jochem Wetheimer. De club heeft: “geen aparte mannen- of vrouwen-wc’s, iedereen gebruikt dezelfde genderneutrale ruimte. De club voert een exclusief deurbeleid. Te grote groepen bezoekers worden geweigerd; wie niet weet welke dj er die avond draait, maakt kans weer rechtsomkeert te moeten maken. Eenmaal binnen wordt de telefooncamera afgeplakt, zodat bezoekers vrijuit en soms met weinig kleren aan de dansvloer op kunnen, zonder het gevaar een dag later met foto op internet te staan.” Dan breekt corona uit en staat alles stil. Tot er na het pinksterweekend weer meer kan. Om de bezoekers erop attent te maken dat de zaak op 1 juni weer open gaat, wordt er voor het pinksterweekend een bericht gemaakt dat de eenendertigste mei automatisch wordt geplaatst op Instagram.

Tot zover niets bijzonders. Al zijn er mensen die daar anders over denken. De eenendertigste mei was namelijk de dag voor de Black Lives matter demonstratie in Amsterdam. Jullie weten wel die demonstratie waar meer mensen bleken te komen en waardoor burgemeester Halsema problemen kreeg. De mensen die er anders over denken, vinden dat De School zich had: “moeten uitspreken tegen racisme.” De directie biedt hiervoor haar excuses aan. Iets waarvan je je kunt afvragen of dat nodig is. Maar dat is niet genoeg: “Activistische bezoekers roepen De School ter verantwoording: de nachtclub laat zich voorstaan op een inclusief imago, maar in de programmering zijn te weinig gekleurde dj’s te zien. Ook wordt de organisatie ‘te wit’ bevonden.” Een van de activisten legt uit: “Bij De School voelt het als een vertrouwensbreuk. Juist omdat de club zich zo lang liet voorstaan op de inclusiviteit, waren de verwachtingen hooggespannen en was de teleurstelling groot. Veel van ons zagen De School als vrijhaven en plotseling dondert dat beeld in elkaar. Het wordt duidelijk: die inclusieve organisatie is ook maar een illusie.” Een kunstenares, Emma Levie, beëindigt haar expositie met als onderbouwing: “Ik had kritischer moeten zijn op De School: ze hebben twee witte heteromannen als eigenaar en nul gekleurde medewerkers op kantoor. De club (heeft) de afgelopen periode onvoldoende steun gegeven aan zwarte mensen.” Dit leidt uiteindelijk tot een bijeenkomst met die activistische bezoekers, personeelsleden en het management van de club. Waar de directeur de vragen waarmee ik deze Prikker begon, krijgt voorgelegd.

Toch bijzonder om twee mensen die een initiatief beginnen, hun huidskleur te verwijten. Want dat is wat er gebeurt. Als dit een argument is om een club als ‘niet inclusief’ te bestempelen, dan kan kun je ook The Black Archives verwijten dat ze ‘niet inclusief genoeg’ zijn.  Dit even terzijde. Maar wel bewust deze organisatie genoemd omdat die; “niet langer (wil) worden geassocieerd met de nachtclub. De School zou niet adequaat genoeg hebben gereageerd op de Black Lives Matter-beweging. The Black Archives wil geen geld van een inzamelingsactie die wordt gebruikt om ‘het imago van een problematische organisatie wit te wassen’.”

Terug naar de vragen die directeur Wetheimer krijg voorgelegd. “Ben je bereid naar hen te luisteren, en niet in twijfel te trekken wat ze zeggen?” Een bijzondere vraag. Op het eerste deel van de vraag, zal ieder weldenkend mens met JA antwoorden. Natuurlijk ben ik bereid naar iedereen te luisteren. Dat wil echter niet zeggen dat ik iets doe of moet doen met wat iedereen zegt. En daarmee kom ik bij het tweede deel van de vraag. Instemmen met dat tweede deel betekent dat je iemands inbreng niet mag bevragen, niet kritisch mag beschouwen en dus eigenlijk gewoon als ‘waarheid’ moet accepteren. Met die eis of voorwaarde zou ik nooit en te nimmer instemmen.

Dan de tweede vraag: “accepteer je dat het niet meer aan jou is, maar aan hen en hun gevoelens?” Zouden de ‘activisten’ door hebben waar ze mee bezig zijn? Zouden ze zich realiseren dat ze een heel gevaarlijk pad bewandelen? Nee, niet zo zeer omdat de kans groot is dat de tot voor kort ‘fantastische’ en door: “de queer-gemeenschap (…) geroemd als ‘safe space’: een plek waar niemand wordt gediscrimineerd,” club de deuren sluit en ze dus op zoek moeten naar een andere plek. Alleen wie wil hen nog binnen hebben als dit het gevolg is? Nee, veel meer omdat met die vraag de ander, in dit geval de directeur en oprichter van De School, als mens terzijde wordt geschoven. Die doet er als mens niet meer toe. Zijn werk, wat hij zegt, wat hij doet en hoe hij zich voelt doet allemaal niet meer ter zake. Het is ‘aan hen en hun gevoelens’. Zouden de ‘activisten’ in het algemeen en Ou-Oumar in het bijzonder, door hebben waar ze mee bezig zijn? Namelijk met het ‘ontmenselijken’ van mensen? Als de geschiedenis iets leert, dan is het dat dit een zeer gevaarlijk pad is om te bewandelen.

De weg naar de hel …

Bij Joop verscheen een schrijven van de zichzelf ‘activist’ noemende Kunta Rincho met als titel Wit privilege is je niet hoeven bezighouden met racisme. Rincho verhaalt in zijn schrijven van hetgeen hem gebeurde nadat een fragment van 34 seconden uit zijn deelname aan Het Grote Racisme Gesprek viraal ging en hij werd overspoeld met negatieve reacties. Dat is vervelend, zeker als je daarop allerlei bagger over je heen krijgt. Daar gaat het mij nu even niet om. Het gaat mij om een bijdrage van een lezer onder het schrijven. Iemand die zich Ikzelf noemt schrijft: “En juist omdat de focus verlegd wordt naar ‘hoe’ de strijd gaat, in plaats van ‘waarover’ de strijd gaat, maak ik deze opmerkingen.” Een bijzondere redenering.

Hel, Demonen, Duivel, Kwaad, Fantasie, Monster
Bron: Pixabay

Eerst even de aanleiding voor die opmerking. Rincho begon zijn schrijven met de zin: “De universele strijd tegen racisme is geen strijd tegen witte mensen maar tegen het systeem van witte suprematie dat gebouwd is op de eeuwenlange onderdrukking van zwarte en andere mensen van kleur.” Een bijzondere passage omdat dit het mantra is van vele ‘activisten’. Richo is er daar één van. Centraal in hun redenering staat het ‘universele blanke racisme’. Het westers kolonialisme en de trans-Atlantische slavernij is volgens deze activisten een gevolg van dat ‘universele blanke racisme’. Dit racisme maakt het westerse kolonialisme en de trans-Atlantische slavernij ‘uniek’. Een soortgelijke formulering schreef ik in een reactie onder Rincho’s artikel. In de activistische redenering is dat ‘westers exceptionalisme’ cruciaal, want dat veroorzaakt de achterstand die mensen van kleur nu ondervinden. Die achterstand vindt haar oorzaak in racisme.

Maar: “Als nu blijkt dat de westerse motieven niet verschilden van die van de Romeinen, de Maya’s, de Mongolen en alle eerdere wereldrijken, dan staat dat ‘blanke racisme’ op drijfzand. Volgens mij wordt daarom een verwijzing naar de Afrikaanse betrokkenheid, de Arabische slavernij et cetera door de activisten snel weggewuifd,” zo vervolgde ik mijn bijdrage. En: “Als dat ‘blank racisme’ namelijk wegvalt, dan valt de stok weg waarmee er wordt geslagen. Zonder die stok moet er worden gezocht naar andere verklaringen voor ‘minder kleur aan de top’ of ‘hogere werkloosheid onder kleur’. Verklaringen die veel logischer zijn, maar waarmee het lastig ‘slaan’ is.”  Zo schreef ik in mijn reactie.

Daarop reageerde Ikzelf: “waarom dan altijd de strijd doodslaan, als u niets heeft tegen het strijden? Waarom dan altijd zijweggetjes zoeken om het vooral niet over de kern te hoeven hebben? Waarom de kern afwijzen, omdat u het met een detail niet eens bent?” Dit gevolgd door een minder fraaie zin waarin ik het verwijt krijg een ‘voorvechter van wit Nederland’ te zijn. Hij verwijt mij dat ik: “de focus (verleg) naar ‘hoe’ de strijd gaat, in plaats van ‘waarover’ de strijd gaat.” En daarmee zijn we bij die bijzondere redenering.

Bijzonder omdat die redenering suggereert dat alleen het doel van de strijd ertoe doet. Als het doel ‘goed’ is dan zijn alle middelen gerechtvaardigd en geoorloofd. Nu is er een bekend Nederlands spreekwoord over de goede intenties, namelijk dat de weg naar de hel ermee is geplaveid. De geschiedenis laat zien dat dit ook zo is. De nazi’s, de communisten onder Stalin en Mao, allemaal werkten ze aan het ‘goede’ toen ze hun terreur over de wereld uitstortten. Tenminste, hun idee van het goede. Net zoals de aanhangers van IS en Al Qaida je zullen zeggen dat ze aan de ‘goede kant van de geschiedenis’ staan. Wat ‘goed’ is, kan immers verschillen.

Afgezien van de verschillende gedachten over wat ‘goed’ is. Hoe ‘goed’ is jou ‘goed’ als je middelen gebruikt die niet door de beugel kunnen? Dan is een uitspraak als “it became necessary to destroy the village in order to save it,” bekend uit de Vietnamoorlog, niet ver weg. In dit geval middelen gebruiken die inhouden dat je feiten die je niet te pas komen, negeert of ter zijde schuift. Omdat, zoals Elma Drayer het in haar column in de Volkskrant schrijft: “Wat wij, suffe sukkels, aanzien voor feiten zijn slechts ‘constructen’ of ‘narratieven’, in stand gehouden door de ­boven ons gestelden teneinde hun machtsposities te beschermen. Dus moeten de feiten ‘gedeconstrueerd’, liever nog ‘gedekolonialiseerd’.” Ook Drayer valt het: “soms niet licht om de logica van de huidige generatie antiracismeactivisten en hun sympathisanten te volgen.” Omdat in, zoals Drayer het schrijft: “het postmoderne gedachtengoed … iets als de waarheid (niet) bestaat, iets als objectiviteit evenmin en feiten zijn ­betwistbaar.” Dan zijn: “feiten per definitie verdacht (en) winnen ervaringen aan gewicht.” Dit ‘postmoderne gedachtegoed’ degradeert wetenschap tot ‘ook maar een mening’ en dan dus vooral een mening van ‘de boven ons gestelden’. Een manier van denken waarmee, volgens Drayer: “Universiteiten (…) al heel lang mee geïnfecteerd,” zijn. Als ik de Prikker over de brief die 80 docenten op de Universiteit van Amsterdam ondertekenden waarin ze aangaven te hebben ‘gefaald’, in herinnering roep, dan zou Drayer voor wat betreft die universiteit wel eens gelijk kunnen hebben.

De geschiedenis van onze kleren

Bij OneWorld fulmineert Melissa Watt tegen de huidige modewereld, want daarin is: “racisme dagelijkse kost. Het is een extreem witgekalkte industrie die altijd de voorkeur heeft gegeven aan witte ontwerpers, witte modeshows en witte CEO’s. Maar die voorkeur reikt niet tot de kledingproductie, waarin miljoenen mensen van kleur in slechte omstandigheden werken om onze kleding in elkaar te zetten.” Dat is nogal wat. Zeker omdat: “De mode-industrie zoals we die kennen, is gebaseerd op kolonialisme en slavernij. Vanaf de zestiende eeuw vielen Europese landen Azië, Afrika en Zuid-Amerika binnen op zoek naar producten en goedkope arbeidskrachten.”  Die passage verdient toch enige nuance.

Bron: Wikipedia

Maar eerst even over het compleet ‘wit’ zijn van de top en het ‘gekleurd’ zijn van de onderkant van de kledingindustrie. Bij De Correspondent verhaalt Emy Demkes over uitbuiting van kledingarbeiders in Engeland. Arbeiders die werken voor het: “onder tieners zeer populaire Britse merk Boohoo.” Nu zullen ook in die Britse fabrieken mensen van kleur werken. Maar bijzonder in deze zaak is dat Boohoo eigendom is van: “de 55-jarige miljardair Mahmud Kamani.” Dat nuanceert de ‘extreem witgekalkte industrie’ toch enigszins. Dat even terzijde.

Dan terug naar het ‘kolonialisme en slavernij’ waarop de kledingindustrie is gebaseerd. Deze uitspraak verdient de nodige nuance. Die Europese landen, of beter gezegd handelaren, die Azië, Afrika en Amerika binnenvielen op zoek naar producten en goedkope arbeidskrachten deden daar precies hetzelfde als wat ze in Europa ook deden, namelijk de zaak afstruinen naar iets om te verhandelen. Als we het huidige Nederland en België bezien, dan ontstond daar vanaf de elfde eeuw de ‘lakenindustrie’ met wol als basisproduct. Nu moeten we ons bij het begrip industrie iets anders voorstellen dan een fabriek. Het waren in eerste instantie gewoon de keuterboertjes die het wol van hun schapen schoren, spinden en tot lakens weefden. Dit werk werd later in ‘stukken gehakt’ en door verschillende werklui verricht: de boer schoor, de wol ging naar een spinner, vervolgens naar een verver, wever en als laatste naar de handelaar die de zaak verkocht. Die arbeidsdeling zorgde ervoor dat de productie steeg en de prijzen daalden en de werklui langzaam werden uitgeknepen. Vanaf de zestiende eeuw nam de concurrentie verder toe omdat ook de Fransen en Engelsen zich op de ‘lakenproductie’ toelegden. Meer concurrentie betekende dat de werklui nog verder werden uitgeknepen. Voor zijde en katoen was men in Europa in die tijd afhankelijk van de handel via de zijderoutes die Peter Frankonpan in zijn boek De Zijderoutes uitgebreid beschrijft.

Dat werd anders nadat die “Europese landen” de andere kant van de Atlantische oceaan bereikten en daar katoen aantroffen. Met name de Engelsen transporteerden vanaf het einde van de zeventiende eeuw het ruwe product naar Engeland en verwerkten het daar tot kleding. In het zuiden van wat nu de Verenigde Staten zijn, werd het op steeds grotere schaal geteeld op plantages en dat gebeurde door vanuit Afrika gehaalde slaven. En in tegenstelling tot hetgeen Watt beweert, werd de slavernij in de Verenigde Staten niet in 1808 afgeschaft maar kwam er pas in 1865 met het einde van de Amerikaanse burgeroorlog een einde aan. Wel werd al eerder, in 1807, het importeren van slaven in de Verenigde Staten verboden. In Engeland werd het ruwe product verwerkt tot stof en kleding die vervolgens in het hele Britse rijk werden verkocht. Dat verwerken gebeurde vanaf het midden van de 18e eeuw (de Eerste Industriële Revolutie) steeds meer machinaal en in steeds grotere fabrieken. Fabrieken waar de arbeiders tot een maximum werden uitgeperst zoals Karl Marx in Het Kapitaal goed heeft beschreven.

Als we dit als de basis van de mode-industrie zien, en dat is wat Watt beweert, dan kunnen we constateren dat kolonialisme en slavernij een belangrijke rol speelden in de geschiedenis van deze industrie. Maar daarmee zijn we er nog niet. De werkelijke basis van de mode-industrie was en is, dat laat onder andere het voorbeeld van Boohoo zien, de uitbuiting van iedereen die erin werkzaam is.

‘Wij’ en ‘onze’ geschiedenis

                “Op de Vlaamse feestdag herdenken we de bolsjewieken van de middeleeuwen.” De sprekende titel boven een interview met de historicus Jan Dumolyn op de Belgische site MO. Voor degenen die niet weten welke Vlaamse feestdag er wordt bedoeld en wat er wordt herdacht: op de 11e juli herdenkt Vlaanderen de Gulden Sporenslag. In het populaire discours van nationalistische Vlamingen de strijd van de Vlamingen tegen de Fransen. In het interview legt Dumolyn uit dat het in werkelijkheid toch een stukje anders ligt. Het was veeleer een ‘sociale revolutie’. Een voorbeeld van: “Het universele streven naar emancipatie, naar een waardig bestaan.” Een streven dat, zo zegt Dumolyn terecht, ook bij Black Lives Matter een belangrijke rol speelt. Een streven dat door de hele geschiedenis een belangrijke rol speelt achter oorlogen en opstanden en dat draait om macht en de verdeling ervan. En… ook met vergelijkbare ontwikkelingen die eraan vooraf gaan.

Bestand:Nicaise de Keyser02.jpg
De slag der Gulden Sporen door Nicaise De Keyses. Bron: Wikipedia

                Waar ging het 700 jaar geleden in Vlaanderen om? Dumolyn: “1302 maakt deel uit van een tweede golf opstanden waarbij de volksklassen in de steden gebruik maakten van tegenstellingen binnen de elites om meer macht te verwerven in het bestuur van de steden.” Dit combineerde zich met: “een typisch feodaal conflict, tussen de koning van Frankrijk en de Graaf van Vlaanderen. Die laatste weigerde zich te onderwerpen aan de koning. Vergis u niet: die graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, sprak geen woord Nederlands.” Uiteindelijk ‘vonden’ de graaf van Vlaanderen en de ‘volksklassen in de steden’ elkaar en dat leidde uiteindelijk tot een verpletterende nederlaag voor de Franse koninklijke troepen. Heel adellijk Europa was hierdoor in rep en roer: “Ze verafschuwden de gemeentenaren als terroristen. Die waren de Islamitische Staat, of misschien met een betere metafoor, de bolsjewieken van die tijd.” Het bondgenootschap tussen de graaf en de ‘volksklassen’ hield niet lang stand. Dat laat onverlet dat de ‘volksklassen’, en laat je niet verleiden door het woord want het waren met name ambachtslieden, in de steden mee gingen besturen. Maar wel met grote gevolgen:“ Het had grote internationale uitstraling. In dat Vlaanderen krijg je dus 200 tot 250 jaar ambachtsbestuur, maar eigenlijk ook in andere steden van het huidige België, wat historici nu de Zuidelijke Nederlanden noemen, zoals Luik en Mechelen, en ook in sommige steden van het huidige Nederland. Dat heeft een heel ander soort sociale constellatie geschapen, met een meer stedelijke cultuur, waar de adel en de Kerk minder alles in handen hebben.” Precies die zaken waar ook de Republiek later om bekend stond.

                Wat zien we als we kijken naar de ontwikkelingen die eraan vooraf gingen? “De kloof tussen arm en rijk in de steden was sterk gegroeid. Enerzijds was er een toename van kapitaalvorming door investeringen in de textielhandel. Anderzijds daalden de lonen, door de constante immigratie. De lonen konden de prijsstijgingen niet volgen.” Dit was mogelijk omdat: “De productieve landbouw (een) snelle verstedelijking toe(liet).”  Hierdoor woonde een steeds groter deel van de bevolking in de steden. “In de dertiende eeuw ontwikkelde zich een stedelijk proletariaat door de sterke instroom van arbeidskrachten. Dat bestond uit arme ambachtslieden, ongeschoolde arbeidskrachten, bedelaars, ook veel alleenstaande vrouwen. Die werkende klasse woonde dikwijls ook in aparte wijken, toen al.” De steden verwierven: “een zekere autonomie tegenover de adel, bisschoppen en abten.” Binnen de steden lag de macht in handen van een kleine groep patriciërs, de stedelijke elite, terwijl die ‘volksklassen’, en dan vooral de ambachtslieden, buitenspel stonden.

                Als we dit vergelijken met de situatie nu, wat zien we dan? Dan zien we een groeiende kloof tussen arm en rijk. We zien dat lonen niet stijgen en dat het ‘kapitaal’ een steeds groter deel van de koek neemt. Dan zien we een constante migratiestroom naar de steden. Dan zien we in toenemende mate een ruimtelijke en vervolgens ook emotionele scheiding tussen de verschillende bevolkingsgroepen (aparte wijken, segregatie op scholen et cetera). Dan zien we dat een groot deel van de bevolking aangeeft dat ze ‘niet gehoord’ worden, dat ze niet meetellen en niets te zeggen hebben. Een groot deel dat mensen van alle kleuren omvat. Dan zien we een golf van ‘verzet’, net als 700 jaar geleden.

                En eigenlijk zien we dat geregeld in de geschiedenis. Neem de periode dat de slavernij werd afgeschaft, het midden van de negentiende eeuw. De periode waarin, als we Gloria Wekker in haar boek Witte onschuld mogen geloven, een: “raciale grammatica ingeplant is, een diepe structuur van ongelijkheid in gedachten en gevoelens, gebaseerd op ras, en dat vanuit dit diepe reservoir het culturele archief – onder meer een gevoel over het zelf – gevormd en gefabriceerd werd.” Inderdaad was het een periode van ‘een diepe structuur van ongelijkheid’ want de ongelijkheid in inkomen en vermogen bereikte grote hoogten. Alleen was die structuur niet gebaseerd op ras want, zoals ik in I’ve got the power al schreef, stond het gros van de blanke bevolking aan de verkeerde (de arme en machteloze) kant van die ‘ongelijkheid. Hun levensomstandigheden waren nauwelijks beter dan die van de slaven in de Amerika’s. Het was ook een periode van migratie. Migratie van het platteland naar de stad en ook van Europa naar vooral het nieuwe land: de Verenigde Staten. Rijk en arm leken op totaal andere planeten te leven. Ook had een groot deel van de bevolking niets te zeggen en was er sociale onrust.

                Het probleem nu is niet ‘het westen’ zo betoogt Dumolyn: “Het Westen is altijd de slechterik, en de niet-witte mensen zijn altijd de slachtoffers. Alsof andere culturen en beschavingen niet plunderden, veroverden en mensen tot slaaf maakten.” Nee het probleem is: “het imperialistische en kapitalistische systeem.” Want: “Dat heeft in zijn meedogenloze accumulatie de mensen hier in de fabrieken gestoken en de mensen van het Zuiden op een gruwelijke manier onderworpen en tot slaaf gemaakt. En dat gebeurde op een veel grotere schaal en op een veel intensievere manier dan tot dan toe in de slavernij het geval was geweest.” Dit kan, zo betoogt Dumolyn, niet worden bestreden met ideologie, en dat is wat er nu aan het gebeuren is met: “ingewikkelde theorieën over wit privilege.” Dat moet met wetenschap, met kennis van de geschiedenis. En ja, zo betoogt Dumolyn:“ Er is te weinig aandacht voor de koloniale geschiedenis in het onderwijs, dat klopt. Maar er is ook veel te weinig aandacht voor de geschiedenis van de arbeidersbeweging. Wat heb jij geleerd over de negentiende-eeuwse socialisten. … We moeten komen tot een verhaal dat de “eigen” geschiedenis juister voorstelt, met de positieve en negatieve kanten, gebaseerd op de feiten.”  

                Hij stelt: “Een pragmatische strategie,” voor: “waarbij we de eigen geschiedenis, waarden, identiteit tussen aanhalingstekens, cultuur, positiever invullen, naast de noodzakelijke kritiek op de eigen geschiedenis.” Een interessant betoog dat aansluit bij veel van wat jullie ook van de Ballonnendoorprikker te lezen krijgen. Jammer alleen dat dergelijke geluiden in Nederland veel te weinig tot geen plek krijgen in het publieke discours. In dat discours is veel te veel aandacht voor symbolische zaken.