Het failliet van de identiteitspolitiek

“De verkiezingen moeten dus ook gaan over de gemeenschappelijke identiteit en dat is de Nederlandse rechtsorde en moraal.” De laatste zin uit een column van Afshin Ellian bij Elsevier. Ellian komt tot deze conclusie op basis van het rapport Kwesties voor het kiezen van het Sociaal Cultureel planbureau. Dat is, volgens Ellian nodig omdat: “40 procent van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders zich niet thuis voelt in dit land. Dat begrijp ik ook. Nederland is nog geen onderdeel van de ummah, dat leidt inderdaad tot grote teleurstelling. En het is ook niet onbegrijpelijk wanneer het SCP rapporteert dat ook veel autochtone Nederlanders onbehagen voelen over Nederland, en ‘in dat onbehagen speelt het thema “integratie en immigratie” een belangrijke rol.”

identiteitIllustratie: Fight4YourRights

Het rapport toont daarmee volgens Ellian het failliet van de multiculturele ideologie aan. “De rechtsstaat en de mensenrechten lopen gevaar in een samenleving waarin een serieus deel daarvan zijn identificatie bij de ummah zoekt,” zo beweert Ellian. Nu zoekt een katholiek een deel van zijn identificatie in Rome, Trekkies (aanhangers van Star Trek) zoeken een deel van hun identificatie in fictie, Menig Venlonaar haalt een belangrijk deel van zijn identificatie uit de Vastelaovend. Waarom levert dat gevaar op voor de rechtstaat en de mensenrechten?

Zou een discussie over identiteit ertoe bijdragen dat mensen zich thuis gaan voelen en bij anderen het onbehagen afneemt? Leidt een discussie over wat wel en wat niet tot de ‘Nederlandse identiteit’ hoort er niet juist toe dat mensen tegen elkaar worden opgezet? Immers door te bepalen wat ‘erbij’ hoort, bepaal je ook wat er niet bij hoort. Is dat niet juist wat er u al gebeurt? Gaat het maatschappelijk debat de laatste ruim vijftien jaar niet juist over identiteit? Over wat wel en wat niet ‘Nederlands’ is? Over zwarte Piet die volgens de een bij die identiteit hoort en minaretten die er volgens de ander (trouwens vaak dezelfde als de een) niet bijhoren?

Verwisselt Ellian niet oorzaak en gevolg? Is Ellians oorzaak, het niet thuis voelen en het onbehagen, niet juist het gevolg van de discussie over de gemeenschappelijke identiteit, die hij wil gaan voeren? Zou het rapport van het SCP niet veeleer het failliet van de ‘identiteitspolitiek’ aantonen?

Is de kracht van onze rechtsstaat niet juist dat mensen de ruimte hebben om zichzelf te zijn en te worden? Om hun eigen inspiratiebronnen te kiezen of dat nu een godsdienst, een tv-serie of de Vastelaovend is? Is de kracht niet juist gelegen in de vrijheid om af te wijken? Dit alles natuurlijk binnen de grenzen van de wet? Een wet die deze ruimte aan iedereen biedt?

Zwarte Pietwet

Het was gisteren dan eindelijk zover. De grote dag voor PVV-kamerleden Martin Bosma en Machiel de Graaf. Ze mochten hun wetsvoorstel ter bescherming van zwarte Piet in de Twede Kamer verdedigen. Die wet moet voor eens en altijd vastleggen hoe zwarte Piet eruit ziet. Artikel 1 luidt: “’Een Zwarte Piet heeft een egaal zwart of donkerbruin gezicht, rood geverfde lippen, zwart krulhaar en goudkleurige oorbellen, en is gekleed in een fluweelachtig pak met pofbroek en draagt een hoofddeksel met een gekleurde veer.”  

valentijnsdag

Illustratie: Jos Massagepraktijk

Jammer voor de beide PVV heren en hun fractiegenoten dat hun wet zijn Waterloo in de Tweede Kamer vond. Minister Plasterk was duidelijk, zo valt bij de Volkskrant te lezen, hij vond het ‘PVV-wetje’ strijdig met de Grondwet. Belangrijk verschil met het Waterloo van Napoleon, is dat de beide PVV-ers heel snel werden afgeserveerd terwijl Napoleon aan de winnende hand was totdat de Duitsers onder leiding van Generaal Von Blücher zo tegen de avond de zaak voor de ‘geallieerden’ kwam redden. Dit ten koste van Napoleon. Gelukkig  concludeerde de overgrote meerderheid van de Tweede Kamerleden dat het uiterlijk van zwarte Piet, de Sinterklaastraditie net als de invulling van kerstmis, geen taak is van de wetgever. Want zou er volgen, een wet over de grootte van de kerstboom en de kleur van de ballen?

Vreemd trouwens dat de PVV wetsvoorstellen indient om Nederlandse tradities te beschermen. Hoe past dit in de lijn  van de partij om zo ongeveer alles dat van buiten komt te willen weren? Zeker als dat van buiten een donkerder uiterlijk en moslim is.

Deze week was het weer valentijnsdag. Had een wet om een  dergelijke ‘aanval’ van een een aan onze cultuur vreemd element te weren, niet meer in de lijn der verwachtingen gelegen? Een wet waarbij dan meteen halloween en de kerstman meegenomen hadden kunnen worden. Deze de ‘Nederlandse cultuur’ vreemde elementen zouden toch geweerd moeten worden als ‘on-Nederlands’?

Rendement van een kind

Beste Frank Kalshoven, in uw wekelijkse Het spel en de knikkers in de Volkskrant houdt u een hartstochtelijk pleidooi voor minder deeltijdwerken. “Maar in Nederland overdrijven we schromelijk de andere kant op. Individu én maatschappij hebben er alle belang bij de doorgeschoten deeltijdcultuur krachtig te gaan bestrijden.” Zo eindigt uw betoog. De maatschappij heeft daar belang bij omdat daardoor belastinggeld binnenkomt, het individu omdat hij of zij zo het hele leven economisch zelfstandig kan zijn. “De kern van de zaak hierbij is: we investeren per kop pakweg 150 duizend euro belastinggeld in het onderwijs aan kinderen en jongvolwassenen. … We hebben er, als investeerder in nieuwe generaties, belang bij dat die investering rendeert.” 

Onderwijs.jpg

foto: Yulius

Ik begrijp uw redenering, toch roept deze enkele vragen bij mij op. Hoeveel uur werk is volgens u voldoende om die investering te laten redeneren? Fulltime is nu veertig uur, dat is echter ook maar een afspraak. Zoals u wellicht weet, was een werkweek vroeger veel langer en werkten zelfs kinderen soms wel meer dan twaalf uur per dag en dat minimaal zes dagen in de week. Als meer uren, meer rendement betekent, zouden het er dan ook tweeënzeventig kunnen zijn?

Belangrijker dan die vraag is de vraag of de uren die iemand niet werkt, geen rendement voor de samenleving opleveren? Met andere woorden, is betaald werk de enige manier om rendement te creëren? Leveren de uren die ik steek in de opvoeding van mijn kinderen geen rendement op? Of de uren die ik besteedde aan het zorgen voor mijn overleden vader? Of de uren die ik besteed aan het begeleiden van het honkbalteam van mijn zoon? Allemaal zaken die me geen geld opleveren, moet ik daar dan maar mee stoppen?

De belangrijkste vraag is of we  onderwijs aan kinderen primair als een economische investering moeten zien? Als het primair een economische investering is, waarom besteden we dan zoveel geld aan kinderen die nooit rendement op zullen leveren?

Feiten en fictie

In de Volkskrant pleit Jannet Vaessen, directeur van WOMEN Inc., ervoor dat mediaprofessionals erkennen dat ze niet neutraal zijn. Mediaprofessionals hebben ook denkbeelden en vooroordelen die doorsijpelen in hun berichtgeving. Vaessen: “Het wordt tijd dat mediamakers naast hoor- en wederhoor en het checken op feiten ook het controleren op onbewuste vooroordelen – noem het een ‘bias-check’ – tot een cruciaal onderdeel van de journalistieke gereedschapskist maken.” Een terecht pleidooi als de media en mediapersoonlijkheden of neutraal en objectief beweren te zijn. De meeste media en mediapersoonlijkheden beweren gelukkig niet dat ze neutraal een objectief zijn.

hannah-arendt

 Illustratie: AZ Quotes

In haar betoog doet Vaessen een heel bijzondere uitspraak: “Feiten zijn belangrijker dan meningen, klinkt het dan. Maar ook feiten zijn niet neutraal. Alleen gedegen duiding maakt feiten interessant en relevant voor een verhaal. Duiding door mensen die, met al hun onbewuste vooroordelen, juist allesbehalve neutraal zijn.” Hier moest ik toch even een paar keer met mijn ogen knipperen. Het staat er echt: ‘feiten zijn niet neutraal’.

Beste mevrouw Vaessen, feiten zijn en blijven juist wel neutraal. Bij het door u aangehaalde voorbeeld van de bezoekersaantallen bij de inauguratie van Trump, kun je allerlei redeneringen uit de kast halen die verklaren waarom er op foto’s minder mensen stonden dan bij Obama. U schrijft: “Is het nou écht het meest interessant om de focus te leggen op de aantallen bezoekers op het plein? Misschien waren er wel voor het eerst heel veel laagopgeleide bezoekers die hiervoor nooit eerder kwamen? En bleven de mensen eigenlijk langer of korter dan vier jaar geleden? Hadden ze meer of minder contact met de andere bezoekers? Media buitelen de afgelopen dagen over elkaar heen met feiten en berekeningen over volkstellingen en metroverkeer om zo hun eigen betrouwbaarheid en neutraliteit te tonen. Maar over het waarom achter de keuze om de bezoekersaantallen zo uit te lichten, gaat het maar weinig.”

In antwoord op de eerste vraag, nee dat is niet interessant. Het werd interessant door reactie erop van Trump, door Trumps duiding. Daarmee creëerde hij een ander feit. In antwoord op al de andere vragen en opmerkingen, het kan allemaal waar zijn en iets verklaren net als de meest eenvoudige verklaring dat er werkelijk minder mensen waren. Feit blijft dat er op de foto’s minder mensen staan dan bij Obama. Dat verandert niet. Feiten zijn en blijven neutraal, de duiding is subjectief.

Het heden van het verleden

“De vaderlandse geschiedenis is dood. Leve de vaderlandse geschiedenis!” De laatste zin van het eerste hoofdstuk van het boek 1000 jaar vaderlandse geschiedenis  van Peter W. Klein. Een niet al te dik (ongeveer 200 pagina’s) en vooral makkelijk geschreven boek over de Nederlandse geschiedenis. De discussie over wat een inburgeraar allemaal wel en niet moet weten over Nederland maakte dat ik dit boek uit 2004 nog eens uit de kast pakte.

michiel-de-ruyter

Illustratie: www.moviescene.nl

Aan de hand van een aantal thema’s wandelt Klein door de vaderlandse geschiedenis. Het eerste thema is de Nederlandse identiteit waar de laatste jaren zoveel over is te doen. Voor allen die trots zijn op die identiteit en de grootse geschiedenis, een ontluisterend hoofdstuk Een heel ander beeld dan naar voren komt uit films als Michiel de Ruyter. Ook een heel ander beeld dan uit het denken van Gloria Wekker en haar medestanders van het ‘witte onschuld-denken’, schetsen.

Voor hen schetst Klein een ontnuchterend beeld zijn van met elkaar bek- en echt vechtende steden. Van godsdienstige stromingen die elkaar naar het leven staan. Een heel ander beeld dan het nu populaire beeld van dat trotse, kleine, krachtige landje met die homogene inwoners. Klein: “In de maatschappelijke werkelijkheid was en bleef het volk tot op het bot verdeeld en gespleten door een onoverzichtelijk, ondoorgrondelijk netwerk van niet te overbruggen klassen, standen, rangen en rangetjes. regionale en plaatselijke verschillen met daaraan gekoppelde loyaliteiten duurden vele decennia lang onverminderd voort. Qua sociale en politieke plaats, economisch bestaan, levensovertuiging en geestelijk gedachtegoed heersten werelden van verschil.” 

Lijkt het beeld dat Klein schetst niet erg veel op het Nederland van nu? Ook nu zijn de inwoners van dit land tot op het bot verdeeld. Is er een ‘netwerk van niet te overbruggen klassen, standen en rangen’ tussen de vele verschillende elites en de vele verschillende volken en zwijgende meerderheden. Zijn er ‘regionale en lokale verschillen’ en loyaliteiten en zijn er vooral  ‘qua sociale en politieke plaats, economisch bestaan, levensovertuiging en geestelijk gedachtengoed werelden van verschil’.

Leven we nu in het heden van het verleden of in het verleden van het heden?

Patent op het ‘goede leven’

De gewone mensen zijn terecht ongerust over wat de kosmopolieten en de hen steunende gevestigde politieke partijen hebben aangericht en nog aanrichten.” Een zin uit een artikel van Juriaan Van Acker bij ThePostOnline. In dat artikel betoogt hij dat populisme eigenlijk gedefinieerd moet worden als: “opkomen voor de gewone man, voor het goede leven en voor het behoud van tradities en de eigen identiteit.”

kreeft

Illustratie: Visionair

Wat deze zinnen en daarmee het betoog van Van Acker bijzonder maakt, is dat hij zijn eigen positie, zijn eigen levensopvatting of mening, voorziet van kwalificaties als ‘gewoon’. Anderen, noemt hij ‘kosmopolieten’ en betitelt ze als ‘elite’, het onvermijdelijke woord om iemand met een andere opvatting te diskwalificeren. Zijn mensen die er een andere mening of levensopvatting op nahouden dan ongewoon? Is iemand met ‘kosmopolitische opvattingen’ ongewoon en maakt die persoon dan meteen ook deel uit van de ‘elite’?  Ook bepaalt Van Acker en passant meteen wat een leven goed maakt. Het leven zoals hij het zich voorstelt, is het ‘goede leven’.

Het mag geen verbazing heten dat zijn vorm van populisme aan de goede kant van de streep staat. Je eigen positie onderbouwen met woorden die een positieve connotatie hebben, je ziet het vaker. Je voegt woorden als praktisch, pragmatisch of realistisch toe en dat maakt de ander meteen onpraktisch, niet-pragmatisch of irreëel. Voeg de ander dan ook meteen wat kwalificaties toe die door velen tegenwoordig als negatief worden ervaren zoals ‘kosmopoliet’ of ‘elite’, en je hoeft ze niet meer serieus te nemen. Ze staan aan de verkeerde kant en zijn, volgens Van Acker schuldig aan de vernietiging van de aarde en de natuur, aan de massa-migratie, eigenlijk aan alles wat er fout gaat.

Als, in de ogen van Van Acker, ongewoon mens maak ik mij zorgen over deze manier van discussiëren die mensen met andere opvattingen buiten het ‘gewone’ plaatst. Ja, ik behoor tot de mensen die vooral naar het heden en de toekomst kijken. Ik denk trouwens dat ook Van Ackers ‘gewone mensen’ dat doen. In het verleden kun je immers niet leven je kunt er wel veel van leren.

Beste meneer Van Acker, tenzij u mij de ‘patenten’ kunt laten zien, bepaalt u niet wie ‘gewone mensen’ zijn, en wat het ‘goede leven’ is. De strijd om het ‘goede leven’ is trouwens een zeer bloedige, een die we niet zouden moeten willen voeren. Immers wat goed voor u is, is niet persé goed voor anderen. Wist u trouwens dat ook IS voor het goede strijdt?

Ach, die arme geschiedenis

Zit u goed? Als dat niet zo is, ga dan even goed zitten voor u de volgende zin leest. “Onze samenleving vindt haar oorsprong in de joods-christelijke traditie, het humanisme, de Verlichting en het liberalisme, fundamenten die hebben geleid tot een vrije en tolerante samenleving.” De openingszin van een artikel op de opiniesite Jalta van VVD-kamerlid Malik Azmani. U weet wel het kamerlid dat het VVD-vluchtelingenbeleid van ‘opvang in de regio’ verzon. Een prachtige ronkende openingszin joods, christelijk, humanisme, Verlichting, liberalisme die de fundamenten van onze vrije en tolerante samenleving vormden. Haast te mooi om waar te zijn. Haast te mooi of gewoon te mooi?

kantIllustratie: Emaze

Neem dat joods-christelijke, Azmani is niet de enige die deze woorden tegenwoordig achter elkaar zet alsof ze bij elkaar horen. Toch dachten christenen daar eeuwen lang, eigenlijk nog tot kort geleden, anders over. De Europese christelijk geschiedenis loopt nu niet over van enthousiasme voor joden. Van buitensluiting, via progoms tot systematische vernietiging in gaskamers. Ook onderling waren die christenen niet altijd, of eigenlijk bijna nooit, goede vrienden. Denk maar eens aan de godsdienstoorlogen.

De Verlichting en het christendom en ook het jodendom, ook geen gelukkige combinatie. Verlichte denkers zetten zich juist af tegen voorgekookte waarheden van een religie. Zij moedigden mensen, in tegenstelling tot de dominees en priesters, juist aan tot zelfstandig denken en zoeken naar de waarheid. Gebruik de rede en kom tot de waarheid, zo zou je het kort kunnen samenvatten. Dat is trouwens ook in het kort de samenvatting van het humanisme. Ook dat zette zich juist af tegen het ‘bovennatuurlijke’ geloof en ging daar verder waar klassieke denkers waren opgehouden, of beter gezegd verdrongen door christelijke denkers. Nee, die vrije en tolerante samenleving is er eerder ondanks, dan dankzij het christendom gekomen.

Dan het liberalisme, welk liberalisme bedoelt hij? Zou een negentiende-eeuwse liberaal zich herkennen in de VVD-variant van nu? Een eeuw geleden was de liberaal Pieter Cort van der Linden premier, hij zou de huidige ‘liberale’ premier Rutte waarschijnlijk bestrijden. Zou Azmani weten dat het socialisme en zelfs het communisme ‘kinderen’ zijn van het liberalisme? En hoewel ze onderling flink van mening konden verschillen en elkaar de koppen in konden slaan, waren de confessionelen toch hun belangrijkste tegenstanders.

Beste meneer Azmani, achter die mooie ronkende zin zit veel meer dan u denkt. De werkelijkheid achter de combinatie van deze woorden is heel anders, heel wat minder mooi dan u hier suggereert. Maar ja wie maalt daar om. Het is geschiedenis en die kun je te pas en te onpas gebruiken om je eigen waarheid te creëren. Daarin staat u niet alleen.

Als historicus rest mij te verzuchten: ach, die arme geschiedenis.

Fijne feestdagen meneer Rutte

Beste premier Rutte,

ik hoorde dat ik politiek correct ben en dat ik de Nederlandse identiteit te grabbel gooi of me ervoor schaam. Waarom? Omdat ik u en alle andere mensen op deze wereld fijne feestdagen wil wensen. Het zijn volgens u geen feestdagen, we zijn immers in Nederland en daar vieren kerst. Dat hoort, volgens u, bij de Nederlandse traditie en cultuur en dus moeten we elkaar fijne Kerstdagen wensen.

kersteiFoto: https://www.facebook.com/happyei.bv/?fref=nf

Laten we het religieuze aspect even buiten beschouwing. Al kan ook dat ter discussie worden gesteld omdat onze zeer verre nog heidense voorvaderen rond deze tijd ook een feest vierden. Een feest verbonden met de lichtwende, u weet wel dat de dagen weer langer gaan worden. Laten we het daar niet over hebben. Dan raken we de joods-christelijke wortels van onze cultuur zoals we het nu zien. Als historicus weet u vast ook wel dat daar vroeger heel anders over werd gedacht en dat joden en christenen niet veel met elkaar ophadden. Bovendien is ons heden beïnvloed door veel meer zaken dan het joodse en christelijke.

Beste meneer Rutte, wat er nu wordt gevierd is het kerstfeest en dat duurt twee dagen. Als ik u fijne feestdagen toewens, wens ik u dan niet hetzelfde toe als wanneer ik u een fijne kerst wens? In het eerste geval benadruk ik de twee dagen die het feest duurt, in het tweede geval het feest dat wordt gevierd. Het wordt door menigeen ook wel gecombineerd en die wensen je dan fijne kerstdagen. Wellicht zijn er zelfs mensen, ik ben ze nog niet tegengekomen maar wil het niet uitsluiten, die je fijne kersfeestdagen toewensen. Waarom gooi ik de ‘Nederlandse cultuur’ te grabbel als ik u fijne feestdagen toewens en niet als ik u fijne kerstdagen toewens?

Beste meneer Rutte, maakt u zo niet van een mug een olifant? Of beter gezegd van niets een complete theatervoorstelling? Draagt u met uw uitspraken niet juist bij aan het ter discussie stellen van een traditie? Want wordt iets niet juist als een traditie betiteld als het ter discussie staat?

Beste meneer Rutte, als u zich toch zorgen maakt over ‘tradities’ wilt u uw partijgenoot Halbe Zijlstra er dan op attenderen dat de traditie van het paasei te grabbel wordt gegooid. Nee, niet door de HEMA die er ‘verstopeitjes’ van maakte, dit tot groot ongenoegen van Zijlstra. Meneer Rutte, de kerstdagen worden overspoeld met ‘paaseitjes in kerstversiering’ en die drukken zo de ‘traditionele kerstkransjes weg.

Artikel 1

“Omdat mijn missie en de reden dat ik de politiek ben ingegaan, namelijk het bestrijden van racisme en ongelijkwaardigheid en het zoeken naar verbinding (is),” het antwoord van Sylvana Simons op de vraag “Waarom begint u een eigen partij, die de Volkskrant haar stelde. Voor Simons staat een rechtvaardig Nederland bovenaan en zij wil daar invulling aan geven door op te komen voor mensen die in de verdrukking zitten.

sylvana-simonsFoto: Nu.nl

Beste mevrouw Simons, hulde van de Ballonnendoorprikker voor uw streven en inzet. Het interview in de Volkskrant roept wel wat vragen op. U bent niet de enige politicus die zegt te willen zoeken naar verbinding. Het verbaast mij dat die zoekers naar verbinding elkaar slechts zelden weten te vinden. Zou dat kunnen omdat zij allemaal andere eisen hebben waaraan die verbinding moet voldoen en geen water bij de wijn willen doen? Waarom sluit u zich niet aan bij een bestaande partij? Zou verbinding daar niet al kunnen beginnen? De bestaande partijen verdwijnen niet en ook met hen zult u zich moeten verbinden om wat te kunnen bereiken.

U stelt dat de huidige politieke partijen er: “in de afgelopen vijftien jaar er niet in geslaagd (zijn) om de toon van het debat de juiste kant op te sturen en de polarisatie tegen te gaan.” Dat is niet vreemd want is polarisatie niet eigen aan politiek? Polariseert u zelf niet ook door een nieuwe partij te beginnen? Een partij die al begint met zich af te zetten tegen de partij waarbij u eerst behoorde?

Crucialer is de vraag wat volgens u dan de juiste kant is? Uw vorige partij, DENK, wil een kleurrijk, een eerlijker perspectief in de geschiedschrijving” en het heden ‘zuiveren van ongewenste voorvaderen’. Eigenlijk wil ze het verleden herschrijven en aanpassen aan haar huidige opvattingen zodat het lijkt alsof die denkbeelden een logisch gevolg zijn van dat verleden. Iets wat ook Gloria Wekker, met het ‘cultureel archief dat West-Europese landen verplichtte om gebieden te veroveren en volkeren te onderwerpen’ doet. Als u die kant op wilt, dan hoeft u niet op mij te rekenen.

“Ik focus me liever op díé groep mensen wiens hart nog open is,” zegt u. Als u de artikelen leest op mijn site, dan zult u kunnen zien dat mijn hart open is. Dat rechtvaardigheid uitgelegd als opkomen voor de minder bedeelden een van mijn drijfveren is, dat ik altijd het gesprek aan wil gaan, ook met u. Als u me echter, net als sommige mede zwarte-piet-activisten vraagt om mijn ‘witte privilege’ te erkennen, dan haak ik af. Ik haak niet af omdat mijn hart sluit, maar omdat mijn hoofd dat niet kan verdragen.

Als u na het lezen van dit schrijven de verbinding met mij wilt zoeken, laat het me weten.

Met vriendelijke groet,

de Ballonnendoorprikker

Postadres ‘witte Nederlandse cultuur

Beste meneer Kartosen-Wong, op de site Joop bekritiseert u de criticasters van de documentaire ‘Wit is ook een kleur’ van Sunny Bergman. “De documentaire roept kennelijk al op voorhand zoveel ongemak op bij sommige critici dat zij zich in allerlei bochten wringen om deze te diskwalificeren,” zo schrijft u en daarom begrijpen zij de kern ervan niet. U hoopt toch dat: “witte Nederlanders zich dit realiseren en daardoor openstaan voor de inzichten die de documentaire aandraagt,” omdat die bewustwording uiteindelijk bijdraagt aan het oplossen van het probleem.

racisme

Beste meneer Kartosen-Wong,  wat is het probleem dat moet worden opgelost? Volgens mij komt het erop neer dat iedereen zich moet realiseren dat hij of zij vooroordelen heeft, dat er bij voorkeur wordt gekozen op gelijkenis en niet op verschil. Heel menselijk gedrag, dat onwenselijke gevolgen kan hebben. Net zoals we ons als samenleving moeten realiseren dat we heel voorzichtig moeten zijn met het baseren van beleidskeuzes op statistische gegevens.

Als ik u en de uwen moet geloven ligt het anders, dan is dat ‘ingebouwd racisme’ in de ‘westerse cultuur’ het probleem. “Uiteindelijk wordt ‘witte Nederlandse cultuur’ als voortbrenger van dergelijke vooroordelen aangeklaagd, en niet de individuele witte Nederlander wiens denken en handelen daar onbewust door worden gestuurd, zo schrijft u.

Een cultuur die een gevolg is van een ‘cultureel archief’ van de West-Europese landen: “waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen,” zoals Gloria Wekker bij De Correspondent beweert. Een bijzondere, of eigenlijk dubieuze, theorie omdat ze uitgaat van een vooropgezet plan van ‘witte West-Europeanen’ om de wereld te domineren. Alleen is de ‘plan-kaart’ of, zoals ik eerder schreef, het ‘Risk-opdrachtkaartje‘ nooit gevonden en lijkt het erop dat geschiedenis wordt aangepast aan het door u en de uwen gewenste frame. Bijzonder om nog een tweede reden en dat is dat ontkennen of ter discussie stellen van die theorie geen zin heeft, want dan lijd je aan ‘witte onschuld’ en daarmee toon je het gelijk aan van de theorie.

Als mensen zich niet aangesproken hoeven te voelen, wie dan wel? Waaruit bestaat een cultuur als ze niet uit mensen bestaat? Wie koestert dan dat: “nationale zelfbeeld van een moreel superieure Nederlandse cultuur en samenleving,” zoals u schrijft? Wat is dan het ‘postadres van de witte Nederlandse cultuur?

Zou het kunnen dat u en de uwen zoals Sunny Bergman, Mitchell Esajas, Charlene Hiwat-Kortstam, Gloria Wekker en anderen, eens in de spiegel zouden moeten kijken? Niet letterlijk om de huidskleur te bekijken, maar figuurlijk om uw eigen denken en de theorie die eraan ten grondslag ligt eens kritisch te beschouwen?